Onrechtmatige terugvordering van drie jaar aan bijstand
Een raadslid stelde op 10 april 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Rotterdam
Werk en Inkomen Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten Tim Versnel MSc Van: David Meijer Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 23bb007585 Ons kenmerk: M2311-3331- 23b0009380 Onderwerp: Onrechtmatige terugvordering van
Aan de gemeenteraad
drie jaar aan bijstand Datum: B&W 12 december 2023
Op 9 november 2023 stelden A.J.A. Maassen (D66) en J.M. Nunnely (D66) ons schriftelijke vragen naar aanleiding van de rechtbank uitspraak in de rechtszaak over mevrouw.
Inleidend wordt gesteld: "De bestuursrechter in Rotterdam heeft vandaag een vrouw met een bijstandsuitkering die een voedselbank startte, in het gelijk gesteld, waarna de zaak in bezwaar opnieuw behandeld moet worden. Volgens de gemeente Rotterdam heeft deze vrouw zogenaamd 'op geld waardeerbare activiteiten' verricht. Daarom heeft de gemeente drie jaar aan bijstand (ruim € 44.000,-) teruggevorderd. De rechtbank heeft vandaag geoordeeld1 dat de gemeente dat niet op deze grond had mogen doen, en dus fout zat.
Wat D66 Rotterdam betreft is de bovenstaande casus een schrijnend voorbeeld van het ontbreken van de menselijke maat en de gevaren die achter strenge terugvorderingseisen schuil gaan. De rechter heeft geoordeeld dat volgens het rechtszekerheidsbeginsel de gemeente de bijstand niet mag terugvorderen onder het mom van activiteiten die 'op geld waardeerbaar zijn'. Een vrouw die weinig heeft die zich met een voedselbank en kringloop/kledingwinkel inzet voor anderen, verdient wat onze fractie betreft maatwerk." Hieronder volgt de vraag en onze beantwoording:
Vraag 1: Hoe duidt het college deze uitspraak?
Antwoord:
Deze zaak bevat diverse uitzonderlijke elementen en dat maakt het juridisch complex. Het is daarom goed dat de rechter een uitspraak heeft gedaan in deze zaak. De uitspraak bevat wel een nuance, waar in dit antwoord op ingegaan wordt. Allereerst: wij gaan niet in hoger beroep en volgen de uitspraak op. Dit is inmiddels ook aan mevrouw en haar gemachtigde gecommuniceerd.
1
ECLI:NL:RBROT:2023:10446, Rechtbank Rotterdam, ROT 23/2720 (rechtspraak.nl)
Blad:
2/4
Datum:
12 december 2023
Ons kenmerk:
M2311-3331
De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeente de bijstandsuitkering van mevrouw niet mocht intrekken op grond van schending inlichtingenplicht voor het niet doorgeven van 'op geld waardeerbare arbeid'. Mevrouw had de gemeente in een eerder stadium génformeerd dat zij via haar eigen stichting sociaal maatschappelijke activiteiten organiseert, dit naast haar werkzaamheden voor haar voedselbank en kringloop/kledingwinkel. De gemeente heeft haar er niet op gewezen dat het verrichten van dergelijke activiteiten gevolgen kan hebben voor haar bijstandsuitkering en de gemeente heeft niet doorgevraagd op de sociaal maatschappelijke activiteiten. Het intrekken van de bijstandsuitkering op grond van het schenden van de inlichtingenplicht vanwege het niet doorgeven van 'op geld waardeerbare activiteiten' is volgens de rechtbank, gelet op de hiervoor genoemde redenen, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
In de uitspraak van de rechter staat ook dat hij niet kan uitsluiten dat het "...college, mede gelet op de op de bankrekening van mevrouw bijgeschreven geldbedragen, op een andere grondslag (gedeeltelijk) de intrekking van de bijstandsuitkering wil handhaven dan wel de bijstandsuitkering wil herzien". Dit is een belangrijke nuance in deze zaak. De rechter geeft ons hiermee de mogelijkheid om het bezwaar op andere gronden te kunnen voeren.
Wij trekken het ons aan dat de rechter heeft geoordeeld dat het rechtzekerheidsbeginsel in deze zaak is geschonden. Deze zaak is daarom intern geëvalueerd. In de uitzonderlijkheid van de zaak hebben zich een aantal aspecten voorgedaan in de werkwijze die aanleiding geven om scherpte aan te brengen om te voorkomen dat dergelijke zaken zich in de toekomst weer voor kunnen doen. U bent in de raadsinformatiebrief geinformeerd over J deze getrokken lessen Vraag 2: De gemeente Rotterdam gaat in vergelijking met andere overheidsorganen vaak in hoger beroep, waarbij zij ook vaak niet in het gelijk wordt gesteld2. Is het college voornemens in hoger beroep te gaan? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Zoals beantwoord bij vraag 1, gaat het college niet in hoger beroep. Wij begrijpen de overwegingen van de rechtbank om in dit specifieke geval niet uit te gaan van schending van de inlichtingenplicht ten aanzien van de sociaal maatschappelijke activiteiten.
Wij trekken het ons aan dat de rechter heeft uitgesproken dat de gemeente in deze zaak in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel heeft gehandeld. In gesprek met mevrouw zijn wij gekomen tot een mondelinge schikking waar beide partijen tevreden mee zijn. Deze schikking zal. op korte termijn schriftelijk bekrachtigd worden. Hiermee zal het bezwaar waar de rechter op doelde worden afgedaan.
Vraag 3: Deelt het college de mening van D66 dat maatwerk, juist bij bijstandsuitkeringen, cruciaal is? Hoe wordt dit geborgd?
Antwoord:
Wij delen deze mening gedeeltelijk. Maatwerk moet voorkomen dat een wet of procedure onredelijke gevolgen heeft voor een inwoner. In deze casus met de bijhorende omstandigheden had maatwerk gebruikt moeten worden. Maatwerk kan echter niet altijd worden toegepast. Wij hebben ons in de basis wel te houden aan de geldende wet- en regelgeving. Maatwerk is geborgd in het begrip individualiseren. 2
T. Geurts, R.R. den Bak &M.P.C. Scheepmaker (2023). Factsheet 2022-5 Bestuursorganen in hoger beroep. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/4 12 december 2023 M2311-3331
Dit geeft een medewerker de mogelijkheid om maatwerk toe te passen binnen de regels van de wet. Dit gebeurt altijd in overleg met een kwaliteitsmedewerker en/of teammanager. Verder loopt er een initiatief, het werken vanuit de omgekeerde toets. In de omgekeerde toets staat niet de wet- en regelgeving, maar de situatie van de persoon centraal. Eerder is toegezegd (23bb006759) dat u in de 3° Tertaalmonitor W&I breder wordt geinformeerd over het initiatief van de omgekeerde toets.
Vraag 4: Op basis van welke overweging heeft het college besloten om in deze situatie de bijstandsuitkering terug te vorderen? En hoe reflecteert het college op de uitspraak op dit punt?
Antwoord:
In verband met de privacy van betrokkene kunnen wij niet gedetailleerd ingaan op deze specifieke zaak. Wij kunnen alleen informatie delen die al openbaar is. Zoals eerder genoemd wordt deze situatie gekenmerkt door verscheidene uitzonderlijkheden. Door de gemeente is geoordeeld dat mevrouw op geld waardeerbare arbeid verrichtte en dat de gemeente daar niet van op de hoogte was. Dit argument is, zoals eerder gesteld, niet juist geweest, want wij wisten dat mevrouw via haar eigen stichting sociaal maatschappelijke activiteiten verrichtte, waarbij wij hebben verzuimd door te vragen naar de aard en omvang van die activiteiten.
Vraag 5: Hoe is onze dienstverlening op dit moment in vergelijkbare situaties of betreft dit een uitzonderlijke situatie? De rechter heeft geoordeeld dat volgens het rechtszekerheidsbeginsel de gemeente de bijstand niet mag terugvorderen onder het mom van activiteiten die 'op geld waardeerbaar zijn'. Wordt de huidige fraudeaanpak herzien naar aanleiding van deze uitspraak?
Antwoord:
Dit is een situatie met specifieke omstandigheden. Zoals op vraag 4 geantwoord is er in deze zaak aangevoerd dat er sprake is van het niet doorgeven van op geld waardeerbare arbeid. Dat is niet juist geweest. De samenloop van omstandigheden maken de zaak uitzonderlijk, maar ook de omstandigheden op zichzelf komen niet vaak voor. Mevrouw besteedde gemiddeld 30 uur per week aan vrijwilligerswerk en werd begeleid door een activeringscoach van Prestatie010. Gemiddeld besteedt een bijstandsgerechtigde bij Prestatie010 ongeveer 9,5 uur aan vrijwilligerswerk. Mevrouw runde vanuit de bijstand een stichting met fondsenwerving, een kledingbank waaruit inkomsten kwamen en een voedselbank. De hoogte van de terugvordering komt ook niet vaak voor, ter referentie: in heel 2022 waren er 113 van de totaal 1.157 terugvorderingen die door W&I zijn opgelegd hoger dan € 5.000, dat is afgerond 10%, 12 terugvorderingen waren hoger dan € 30.000, dat is afgerond 1% van het totaal.
Zoals eerder gemeld wordt deze zaak gekenmerkt door verscheidende uitzonderlijkheden.
In de uitzonderlijkheid van deze zaak hebben zich een aantal aspecten voorgedaan in de werkwijze die aanleiding geven om scherpte aan te brengen om te voorkomen dat dergelijke casussen zich in de toekomst weer voor kunnen doen. U bent in de raadsinformatiebrief geinformeerd over deze getrokken lessen.
Vraag 6: Stuurt het college doorgaans werkzoekenden een informatieverzoek om inzage te geven over inkomsten? Hoe gaat dit proces in z'n werk? En hoe wordt omgegaan met contante stortingen en bijschrijvingen van derden?
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/4 12december 2023 M2311-3331…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.