Ontwikkelingen rond plan AZC Barendrecht
Een raadslid stelde op 13 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Xential Onderwerp: Ontwikkelingen rond plan AZC Barendrecht Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuille: Welzijn, Samenleven, Sport, Digitale Inclusie Portefeuillehouder: Faouzi Achbar MBA MSc Van: Jort van Dalen Telefoon: 14 010
Aan de gemeenteraad
Uw kenmerk: 25bb005997 Ons kenmerk: M2508-2824 - 26bb001104 Datum: B&W 10 februari 2026
Op 25 augustus 2025 stelde S. Ceulemans (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over de ontwikkelingen rondom het plan AZC Barendrecht (25bb005997).
Inleidend wordt gesteld:
Al meermaals heeft Leefbaar Rotterdam aandacht gevraagd voor de dreigende komst van een Barendrechts AZC in het Zuidelijk Randpark, pal op de gemeentegrens met Rotterdam. Een onacceptabel plan waardoor niet alleen de kwetsbare Rotterdamse wijk Lombardijen wordt geconfronteerd met een groot AZC, maar waarmee tevens keiharde afspraken worden geschonden door de provincie Zuid-Holland, dat eerder nog zwart op wit beloofd had de grond in het Zuidelijk Randpark niet beschikbaar te stellen gedurende de ingebruikname van de Silja in de Merwehaven. Het is dan ook volkomen terecht dat de gemeente Rotterdam fel tegen dit AZC gekant blijft en dit zowel aan de gemeente Barendrecht als de provincie Zuid-Holland nogmaals heeft laten weten. Tevens blijft Rotterdam zoeken naar mogelijkheden om de komst ervan te voorkomen.
In het door Leefbaar Rotterdam aangevraagde actualiteitendebat over deze kwestie op 3 juli gaf wethouder Achbar aan juridische stappen tegen het besluit een optie te vinden, maar dat hij eerst in overleg wilde met de gemeente Barendrecht voor daartoe over te gaan. Nog dezelfde dag liet de Barendrechtse wethouder Vermaat echter weten weliswaar voor de vorm naar de aangedragen alternatieve locatie te willen kijken, maar het genomen besluit te handhaven.1 Een arrogante en misplaatste houding van een gemeente die eerst een Rotterdamse wijk met een AZC opzadelt en vervolgens op geen enkele manier bereid is om zorgen en bezwaren, zowel van de inwoners van Lombardijen als van de gemeente Rotterdam, ook maar enigszins serieus te nemen. Ondertussen neemt in Lombardijen de ongerustheid zeer begrijpelijk toe, zowel vanwege de dreigende komst van het AZC en de gevolgen voor de voorzieningen en de veiligheid in de wijk, als door de onduidelijkheid rond de stand van zaken.
1
Rotterdam heeft nieuwe plek voor azc, maar Barendrecht houdt vast aan eigen plan | Rotterdam | AD.nl
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/5 10 februari 2026 M2508-2824
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Hoe verloopt momenteel het aangekondigde overleg over een alternatieve locatie met de gemeente Barendrecht?
Antwoord:
Door het COA is een schouw verricht van het door Rotterdam aangedragen perceel aan de Wester Hordijk. Op basis daarvan heeft het COA geconcludeerd dat het perceel vanwege meerdere zwaarwegende risico’s en belemmeringen niet geschikt is om verder te onderzoeken als opvanglocatie. Het betreft onder meer de beperkte ontsluiting (doodlopende weg), de directe ligging langs het spoor waardoor aanleg van ondergrondse voorzieningen problematisch is, de ligging binnen een explosie- en gifwolkaandachtsgebied, het transport van gevaarlijke stoffen per spoor en de aanwezigheid van een hoogspanningsmast. Deze bevindingen heeft het COA gedeeld aan de gemeente Barendrecht.
Vraag 2:
Hoe beoordeelt u de uitspraken van de Barendrechtse wethouder Vermaat, die nota bene op de dag van het actualiteitendebat al aangaf dat hij best nogmaals naar een andere locatie wilde kijken, maar dat “de verwachting is dat hier hetzelfde uitkomt als de vorige keer” en het genomen besluit daarom handhaaft?
Antwoord:
De gemeente Barendrecht is verantwoordelijk voor haar eigen bestuurlijke afwegingen en communicatie. Wij hebben onze standpunten en zorgen over deze ontwikkeling steeds duidelijk kenbaar gemaakt: Rotterdam is tegen de vestiging van een AZC in het Zuidelijk Randpark. Deze locatie is ongeschikt, omdat zij direct grenst aan de kwetsbare wijk Lombardijen. Om die reden heeft Rotterdam een alternatieve locatie voorgesteld die niet aan Rotterdam grenst (zie antwoord op vraag 1). Ook nu het COA deze alternatieve locatie ongeschikt heeft verklaard, blijft Rotterdam onverminderd bij haar standpunt. Dit standpunt wordt consequent herhaald richting de gemeente Barendrecht en de provincie Zuid-Holland.
Vraag 3:
Deelt u de conclusie dat Barendrecht hiermee geen open houding, maar juist een misplaatste desinteresse uitstraalt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 2.
Vraag 4:
Wat hoopt u gelet op deze uitspraken nog uit overleg met de gemeente Barendrecht te halen?
Antwoord:
Ondanks het verschil van inzicht over de geschiktheid van de locatie acht Rotterdam het van belang het bestuurlijk overleg met Barendrecht voort te zetten om zorgen en aandachtspunten blijvend onder de aandacht te brengen.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/5 10 februari 2026 M2508-2824
In dat kader blijft Rotterdam benadrukken dat een opvanglocatie op deze plek, zo dicht tegen de wijk Lombardijen aan, voor Rotterdam onacceptabel is. Door in gesprek te blijven kan Rotterdam hier aandacht voor blijven vragen. Mocht de locatie uiteindelijk toch doorgang vinden, dan blijft Rotterdam zich binnen haar mogelijkheden inzetten om de gevolgen voor de wijk Lombardijen zoveel mogelijk te mitigeren.
Vraag 5:
Wanneer eindigt voor u de fase van overleggen en breekt de fase van juridische stappen aan?
Antwoord:
Rotterdam blijft haar standpunt onder de aandacht brengen. Mocht het AZC er onverhoopt toch komen, dan zet Rotterdam erop in dat de ontsluiting niet via de wijk Lombardijen verlopen en zal geen medewerking worden verleend.
Vraag 6:
Hoe verloopt momenteel het contact met de provincie Zuid-Holland over deze kwestie, onder andere naar aanleiding van uw brief van 9 juli?
Antwoord:
Er is bestuurlijk contact met de provincie Zuid-Holland. Daarbij is duidelijk dat Rotterdam en de provincie van mening verschillen over de geschiktheid van het Zuidelijk Randpark als opvanglocatie. Rotterdam heeft haar standpunt helder kenbaar gemaakt en blijft dit doen.
Vraag 7:
Is de afspraak met de provincie Zuid-Holland, namelijk dat er geen asielopvang in het Zuidelijk Randpark zou komen gedurende de ingebruikname van de Silja in de Merwehaven, niet gewoon juridisch bindend? Bent u bereid hier indien nodig onderzoek naar te (laten) verrichten?
Antwoord:
Rotterdam vindt de gewijzigde opstelling van de provincie Zuid-Holland, en het terugkomen op gemaakte afspraken, zeer betreurend en onaanvaardbaar.
Vraag 8:
Deelt u de conclusie dat deze belofte van de provincie Zuid-Holland een zwaarwegende reden voor de gemeente Rotterdam was om in te stemmen met de regiodeal omtrent de Silja, waarmee deze belofte ook in juridische zin niet zomaar bij het grofvuil kan worden gezet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
Antwoord:
De opvang op de Silja vindt plaats in het kader van de wettelijke verplichtingen op grond van de Spreidingswet. Deze verplichting staan op zichzelf. Hoewel Rotterdam teleurgesteld is over de gewijzigde opstelling van de provincie, heeft dit geen invloed op de opvanglocatie aan de Merwehaven.
Vraag 9:
Kunt u aangeven hoe de vervolgstappen rond dit hele proces eruitzien inclusief tijdspad?
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/5 10 februari 2026 M2508-2824
Antwoord:
Het COA voert momenteel een haalbaarheidsonderzoek uit naar de locatie Zuidelijk Randpark. De verwachting is dat de uitkomsten hiervan rond maart 2026 beschikbaar zijn.
Op basis daarvan zal de provincie een besluit nemen over de toekenning van de locatie.
In het bestuurlijk overleg is afgesproken dat relevante informatie, waaronder de uitkomsten van het onderzoek, wordt gedeeld tussen Barendrecht en Rotterdam.
Rotterdam blijft ondertussen in gesprek om bewoners zo goed mogelijk te informeren.
Vraag 10:
Klopt het proces zoals dit door de Barendrechtse wethouder Vermaat geschetst is in De Schakel, namelijk eerst een planfase/haalbaarheidsonderzoek van zo’n zes maanden, daarna de ruimtelijke procedures zoals de vergunningaanvraag en bezwaarprocedures, daarna inspraak en participatie en de gemeentelijke besluitvorming in Barendrecht? Zo nee, hoe dan wel?
Antwoord:
In algemene zin komt dit overeen met de gebruikelijke stappen bij de ontwikkeling van een opvanglocatie.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.