participatie Katendrecht - Wilhelminapier
Een raadslid stelde op 19 april 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: Victor Nijensteen Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 22bb007615 Ons kenmerk: M2211-5230 - 23bo003712 Onderwerp: Participatie Katendrecht Wilhelminapier
Aan de gemeenteraad
Datum: B&W 14 maart 2023
Op 15 november 2022 stelde de fractie GroenLinks ons schriftelijke vragen over Participatie Katendrecht – Wilhelminapier.
Inleidend wordt gesteld:
Er wordt inderdaad flink gebouwd in onze stad om onze stad klaar te maken voor de toekomst. Ook in de wijken de Katendrecht en Wilhelminapier. Dit zijn voor een groot deel langlopende ontwikkelingen waarvan een redelijk deel momenteel en de komende vijf jaar in de uitvoeringsfase zit en terecht komt en er bouwwerkzaamheden zijn. Het overgrote deel van deze ontwikkelingen zijn al veel langer bekend, de meeste zijn gestart in periode 2003-2005. Er is aan de voorkant veelvuldig geparticipeerd en er wordt momenteel nog steeds veel geparticipeerd. Gezien de fase van de ontwikkelingen is dat relatief gezien momenteel meer gericht op uitwerking van specifieke projecten. De Rijnhaven is de nieuwste ontwikkeling in dit gebied en daar wordt nu zeer veel over geparticipeerd. Wij doen ons uiterste best om bewoners en andere stakeholders mee te nemen in zowel de individuele projecten als het grotere plaatje waaraan wij werken op basis van de uitwerking van de omgevingsvisie voor de binnenstad: Uitwerking OVI Gebied Binnenstad (notubiz.nl).
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording, waarbij we de vragen thematisch geclusterd hebben en van een antwoord voorzien:
Vragen:
Vraag 1: Hoe worden op dit moment de bewoners betrokken bij het brede gesprek over de toekomst van hun wijk, zijn er bijvoorbeeld bewonersavonden gehouden en hoe zorgen de planontwikkelaars ervoor dat de participatie daadwerkelijk zinvol is?
Vraag 2: Welke vorm van communicatie/informatie/participatie wordt wanneer gekozen en waarom, zowel per project als voor de alle ontwikkelingen in dit gebied samen?
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/8 14 maart 2023 M2211-5230
Vraag 4: Hoe zijn de tot nu toe ingebrachte ideeën en zienswijzen van bewoners daadwerkelijk verwerkt in de plannen om ze zo mede vorm te laten geven aan de plannen en de toekomst van hun leefomgeving?
Vraag 7: Hoe wordt ervoor gezorgd dat ideeën van de bewoners tijdig, bij voorkeur al bij de initiatie van projectplannen, en niet alleen bij of na de vaststelling daarvan meegenomen worden?
Antwoord:
Bewoners en andere stakeholders worden gedurende het hele ontwikkelproces op verschillende momenten betrokken bij de toekomst van hun wijk. Dit verschilt per onderwerp en per fase van ontwikkeling en/of project. In de basis zijn er binnen gebiedsontwikkelingen een aantal fasen te onderscheiden: Verkenning, initiatief, voorbereiding, uitvoering en gebruik.
In de verkenningsfase bepaalt de gemeente voornamelijk op basis van het coalitieprogramma, stedelijke opgaven en beleidsvisies welke ontwikkeling op welke locatie gewenst en haalbaar zou kunnen zijn. In deze fase wordt er over het algemeen enkel een zogenaamde bureaustudie gedaan en is participatie vaak op thema ingericht.
Voor specifieke beleidsvisies wordt op stadsniveau geparticipeerd. Een gebiedsontwikkeling betreft de uitwerking van beleid in concrete projecten.
Gebiedsontwikkelingen zijn per definitie integraal en raken altijd meerdere beleidsvisies.
De afweging in deze fase gaat vaak om de vraag of het een ontwikkeling van de gemeente zelf wordt, bijvoorbeeld een school of openbare ruimte zoals een park, of wordt het een ontwikkeling die aan de markt kan worden overgelaten zoals woningbouw en/of kantoor/werklocatie. De ontwikkeling kan ook een combinatie van die dingen zijn. De grondpositie die de gemeente deels, volledig of niet heeft is hierbij belangrijk. De afweging gaat vaak over stedelijke doelstellingen en wettelijke kaders en het gebruik van de schaarse ruimte. Onderwijshuisvesting is een voorbeeld van een wettelijke taak, op basis van kengetallen en overleg met onderwijsinstellingen wordt bepaald wat noodzakelijk is aan onderwijslocaties in een gebied/wijk. De woningbouwopgave is een voorbeeld van een stedelijke doelstelling. Deze opgave is maatschappelijk gezien, en ook op landelijk en regionaal niveau, zo urgent dat gemeente het voortouw neemt om te bepalen waar die doelstelling landt binnen de stad.
Wanneer in de verkenningsfase is bepaald welke initiatieven wenselijk zijn op de desbetreffende locatie wordt in de initiatiefase bepaald welk initiatief het beste tegemoetkomt aan de wensen van de gemeente en de verschillende belanghebbenden. Er wordt dan altijd met verschillende partijen/initiatiefnemers gesproken. In de initiatieffase wordt altijd geparticipeerd. Dit kan zijn over hoe een bepaalde ontwikkeling moet worden vormgegeven nog voordat er een plan en/of initiatief is. Als er al concrete initiatieven zijn waar de gemeente voorkeur aan geeft dan kan het ook zijn dat er eerst een marktbenadering wordt gedaan. Als partijen zelf positie hebben wordt gekeken of het daadwerkelijk haalbaar is voor alle betrokken partijen. Bij sociale woningbouw wordt bijvoorbeeld eerst gekeken of het haalbaar is en/of er gegadigde corporaties zijn.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/8 14 maart 2023 M2211-5230
Deze initiatieffase kan overlappen met de verkenningsfase. Er kunnen initiatieven of gebeurtenissen zijn die maken dat de gemeente een verkenning voor een bepaalde ontwikkeling in een gebied opstart. Het recent aangekondigde vertrek van de Cargill/Provimi op Katendrecht is hier een goed voorbeeld van. De Codrico en Upfield/unilever locaties zijn vergelijkbare casussen. Dit betreffen belangrijke en strategische locaties in de wijk(en). Hier spelen vele belangen een rol. We willen bijvoorbeeld de banen behouden voor de stad maar we willen ook het zware vrachtverkeer uit de wijk. Er is een landelijk woningtekort maar we willen ook voldoende recreatieruimte in de wijk en publiekstrekkers in de binnenstad. Ook cultuurhistorisch vinden we er wat van. Na de bekendmaking van Cargill komen er direct allerlei initiatieven op gang vanuit de markt. De gemeente stelt zich dan terughoudend op omdat zij eerst zelf moet bepalen wat wenselijk en haalbaar is op die locatie. Hierover wordt in sommige gevallen dan wel al gesproken met de verschillende initiatiefnemers en/of met bewoners en belanghebbenden.
Belangrijk hierbij is de grondpositie. Als de gemeente die positie zelf heeft zit zij aan het stuur en wordt er ook in de verkennings- en initiatieffase veel geparticipeerd. Als de marktpartij/initiatiefnemer grondpositie heeft is vooral de vraag of de gemeente de ontwikkeling van die partij kan en wil mogelijk maken en onder welke voorwaarden zij dat dan eventueel wil en op welke termijn. De participatie is in dat geval primair een verantwoordelijkheid van de marktpartij. In dat geval gaat de gemeente het gesprek aan met de betreffende partij over in hoeverre participatie mogelijk is.
De initiatieffase wordt over het algemeen afgerond met een masterplan of visie/ambitiedocument. Over die visie wordt geparticipeerd en met de wijkraad afgestemd hoe participatie in het verdere proces wordt vormgegeven. Als de ontwikkeling wordt overgelaten aan de markt, bijvoorbeeld bij woningbouw, is er over het algemeen aan het eind van deze fase een marktbenadering en/of een ontwikkelende partij waar de gemeente een intentieovereenkomst mee aangaat.
In de voorbereidingsfase wordt de ontwikkeling/het project nader uitgewerkt. Hierin zitten een aantal zaken die niet participatief zijn, bijvoorbeeld: de contractvorming, gronduitgifte, (delen van het) verkeerskundig plan, stedenbouwkundige eisen, flora en fauna onderzoeken et cetera. De ontwikkelende partij maakt op basis van die zaken een plan met ontwerp. Dat plan wordt getoetst op (wettelijke en beleidsmatige) vereisten door de gemeente en daarover wordt dan vaak geparticipeerd, hierbij is het verplicht een participatieplan op te stellen door de ontwikkelende partijen voor het verdere proces.
Vaak zit in die plannen ook zaken waarover de wijk wordt geconsulteerd en/of mag meebeslissen, bijvoorbeeld inrichting van de buitenruimte of de parkeeroplossingen. Het einde van deze fase wordt over het algemeen afgesloten met definitieve contractvorming en vaak een aanvraag voor planologische wijziging indien het bestemmingsplan het project niet mogelijk maakt. Dat is in de vorm van een nieuw (project)bestemmingsplan of een zogenaamde uitgebreide WABO-procedure. Bij een dergelijke procedure hebben alle belanghebbenden het recht om zienswijzen in te dienen. Die zienswijzen worden altijd officieel behandeld in het definitieve planologische kader en afgestemd met indieners.
Ofwel door de zienswijze over te nemen ofwel door deze onderbouwd af te doen. Dan is er altijd nog een mogelijkheid voor beroep. Dit zijn wettelijk vastgelegde procedures om de belangen van bewoners en stakeholders te beschermen.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/8 14 maart 2023 M2211-5230…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.