politie-inzet tegen vreedzame anti-genocidedemonstranten
Een raadslid stelde op 1 augustus 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Onderwerp: Politie-inzet tegen vreedzame antigenocidedemonstranten Cluster: Veiligheid Portefeuille: Openbare Orde en Veiligheid Portefeuillehouder: C.J. Schouten Van: Kim Joosten Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 25bb005156 Ons kenmerk: M2507-571 - 25bo007167
Aan de gemeenteraad
Datum: 31 juli 2025
Op 2 juli 2025 stelde M. van Campenhout (BIJ1) ons schriftelijke vragen over Politie-inzet tegen vreedzame anti-genocidedemonstranten. Gezien de aard van de vragen, wordt geacht dat deze aan de burgemeester zijn gesteld.
Inleidend wordt gesteld:
Op dinsdag 24 juni hebben demonstranten in Rotterdam opnieuw hun stem laten horen tegen de medeplichtigheid van MAERSK en de Rotterdamse haven aan oorlog en genocide in Palestina. Zowel de demonstratie in de middag als de mars in de avond verliepen volledig vreedzaam.
Toch zijn wij zeer geschrokken van de grootschalige politie-inzet tijdens beide protesten, waaronder de aanwezigheid van de Mobiele Eenheid, agenten in burger en een paraat waterkanon. Wat ons betreft past dit in een bredere en zorgwekkende trend in de manier waarop Rotterdam omgaat met demonstraties en het demonstratierecht.
Wij hebben hierover de volgende vragen:
Gelet op de aard van de vragen wordt verondersteld dat ze aan de burgemeester worden gesteld. Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording:
Vraag 1:
Acht het college het geoorloofd dat er voor een vreedzame demonstratie zoveel politie-inzet wordt gemobiliseerd? Wat zegt dit volgens het college over hoe het demonstratierecht in deze stad wordt benaderd?
Antwoord:
De demonstratie van 24 juni jl. is in de driehoek besproken en ons uitgangspunt was deze demonstratie te faciliteren. Dat is ons uitgangspunt bij elke demonstratie. De informatie dat deze demonstratie zou gaan plaatsvinden is bekend geworden via social media. Van deze demonstratie is geen kennisgeving gedaan bij de gemeente.
In de week voor de demonstratie bleek dat via social media door de initiatiefnemers ook sympathisanten werden opgeroepen om aan te sluiten bij het geplande lawaaiprotest.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/5 31 juli 2025 M2507-571
Daarbij werd het pand van Maersk specifiek benoemd. Dit pand is eerder in de maand mei onrechtmatig bezet en in juni vernield. Het informatiebeeld was dat er naar het pand van Maersk gelopen zou worden. Daarnaast was er informatie dat er mogelijk aansluiting zou zijn van extremistische groeperingen uit het buitenland en er in totaal 300 tot 400 demonstranten zouden komen. Vanuit de politie is meermaals contact gezocht met de initiatiefnemers van deze demonstratie maar het is niet gelukt contact te krijgen.
Als driehoek wilden wij een mogelijke bekladding of bestorming van een gebouw voorkomen. Om die reden heb ik op voorhand en na afstemming in de driehoek een aanwijzing gegeven dat een looptocht dynamisch gefaciliteerd zou worden en er ter hoogte van de rederij op enige afstand van het pand gedemonstreerd mocht worden.
De inzet van politie is ingericht op het besluit in de driehoek dat een bekladding of bestorming van het pand niet getolereerd zou worden, op het beschikbare informatiebeeld en op het aantal verwachte demonstranten.
Vraag 2:
Kan het college toelichten op welke informatie de paraatheid van het waterkanon gebaseerd was? Was er sprake van concrete risico’s die deze gereedheid rechtvaardigden, of is dit inmiddels de nieuwe standaard geworden bij demonstraties in Rotterdam?
Antwoord:
Allereerst wil ik benoemen dat ik een waterwerper een zwaar middel vindt. Voor de inzet hiervan is altijd mijn akkoord nodig.
De demonstratie van 24 juni vond plaats in de week van de NAVO-top. In die week heeft de Nationale Politie mensen en middelen over het land verdeeld, die verdeling wordt de strategische reserve genoemd. Vanuit de strategische reserve is gekozen één van de twee waterwerpers van de Nationale Politie in Rotterdam te stationeren.
Hierboven heb ik toegelicht wat het informatiebeeld was en wat in de driehoek als uitgangspunt is afgesproken. De politie-inzet wordt daarop aangepast. De waterwerper, die dus in Rotterdam stond, is in de buurt van de demonstratie geplaats (de Andre van der Louwbrug). De waterwerper is niet ingezet.
Als driehoek gaan we zorgvuldig om met de inzet van mensen en middelen. Bij elke demonstratie wordt gekeken wat een passende inzet is voor de politie. De inzet van kwaliteitsgroepen (bijvoorbeeld de Netwerkeenheid, Aanhoudingseenheid) en middelen wordt per geval afgewogen. Er is dus geen sprake van een standaardrepertoire bij demonstraties.
Vraag 3:
Deelt het college onze zorg dat een grootschalige en zwaar uitgeruste politie-inzet, waaronder de aanwezigheid van de ME, een paraat waterkanon en agenten in burger, een intimiderend effect kan hebben op demonstranten en zo het demonstratierecht onder druk zet?
Vraag 4:
Hoe beoordeelt het college de inzet van agenten in burger tijdens een vreedzaam protest? Past deze vorm van undercoveraanwezigheid bij een transparante omgang met het demonstratierecht, en hoe kijkt het college aan tegen de mogelijke
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/5 31 juli 2025 M2507-571
intimiderende werking ervan op demonstranten?
Vraag 5:
Is het college zich ervan bewust dat dergelijke inzet kan leiden tot een afname van de bereidheid van mensen om te demonstreren, uit angst voor repressie, escalatie of politiegeweld?
Antwoord op vraag 3, 4 en 5:
Demonstreren is een belangrijk recht in onze democratische rechtstaat. Als burgemeester maak ik mij er hard voor om elke demonstratie in Rotterdam zo goed mogelijk te faciliteren. Ik heb hierbij geen oordeel over de inhoud van een demonstratie. Tevens sta ik voor de veiligheid in onze stad. Zowel voor de veiligheid van demonstranten als voor andere gebruikers van de stad. De aanwezigheid van de politie is soms nodig om het demonstratierecht mogelijk te maken en de veiligheid in de stad te waarborgen.
In de driehoek maken wij afspraken over de zichtbaarheid en de uitstraling van de politie.
Onderdeel van die afspraken is dat de politie zo lang mogelijk in de verbinding blijft met alle demonstranten en in het optreden steeds een afweging maakt tussen het zo goed mogelijk faciliteren van de demonstratie en de veiligheid van demonstranten en andere aanwezigen.
Ik heb bij vraag 1 en 2 toegelicht waar de politie-inzet tijdens de demonstratie op 24 juni op was gebaseerd. Het zou mij betreuren als Rotterdammers minder of geen gebruik zouden maken van hun recht om te demonstreren, maar ik herken dit beeld niet.
Vraag 6:
Acht het college het rechtvaardig dat er zoveel politiecapaciteit, ME-eenheden en zwaar materieel worden ingezet tegen vreedzame demonstraties? Hoe verantwoordt het college deze keuze richting de Rotterdamse bevolking?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1 en 2.
Vraag 7:
Tijdens de demonstratie zouden er verschillende instructies zijn gegeven door diverse politie-eenheden (zoals de Vreedzame Eenheid en de Mobiele Eenheid) die niet met elkaar overeenkwamen. Klopt dit? Zo ja, deelt u dan onze mening dat dit kan leiden tot verwarring en mogelijk gevaarlijke situaties voor demonstranten. Wat zegt dit over de coördinatie en afstemming binnen de politie tijdens demonstraties?
Antwoord:
Tijdens de dagen van de NAVO-top was er een Staf Grootschalig Bijzonder Optreden (SGBO) actief. Dat is een commandostructuur om op het niveau van de eenheid Rotterdam sturing te geven aan de inzet. Deze regie is er juist op gericht om de grootschalige inzet afgestemd te coördineren en zo misverstanden tussen de verschillende eenheden te voorkomen. Vanuit het SGBO ontvangen alle eenheden hetzelfde handelingskader middels een briefing. De verschillende kwaliteitsgroepen hebben hun eigen taken en rollen en voeren die uit binnen het gemeenschappelijke kader; dat kunnen dus andere werkzaamheden zijn, maar in de basis zijn die aanvullend aan elkaar en niet conflicterend.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/5 31 juli 2025 M2507-571
Vraag 8:
Hoe verliep de communicatie en coördinatie tussen de driehoek voor, tijdens en na het protest?
Antwoord:
Aangezien Rotterdam het partnerprogramma van de NAVO-top organiseerde, is er in de weken voorafgaand aan NAVO-top veelvuldig afstemming geweest in de driehoek. Dit ging niet alleen over het partnerprogramma maar ook over andere evenementen en demonstraties die in deze periode zouden (kunnen) plaatsvinden. Ook in de week van de NAVO-top hebben er extra overlegmomenten in de driehoek plaatsgevonden. Zoals ik noemde in het antwoord op vraag 1 is deze demonstratie ook in de driehoek besproken.
Gedurende de demonstratie ben ik op de hoogte gehouden van het verloop.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.