Provocerende Koranverbranding door anti-islambeweging Pegida
Een raadslid stelde op 4 augustus 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Rotterdam
Onderwerp: Provocerende Koranverbranding door anti-islambeweging Pegida
Cluster: Veiligheid Portefeuille: Openbare Orde en Veiligheid Portefeuillehouder: C.J. Schouten Van: Kim Joosten Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 25bb004768 Ons kenmerk: M2506-2781 - 25bo007170
Aan de gemeenteraad
Datum: 4 augustus 2025
Op 23 juni 2025 stelde S. Soytekin (DENK) ons schriftelijke vragen over Provocerende Koranverbranding door anti-islambeweging Pegida. Gezien de aard van de vragen, wordt geacht dat deze aan de burgemeester zijn gesteld.
Inleidend wordt gesteld:
In het artikel 'Koranverbranding aangekondigd in Rotterdam, moskeeën eisen verbod: 'Politiek moet in actie komen' lezen we dat er donderdag 26 juni 2025 een Koranverbranding door de anti-islambeweging Pegida in onze stad zullen plaatsvinden.
Deze walgelijke actie is niet alleen kwetsend en provocerend voor duizenden Rotterdamse moslims, maar draagt ook bij aan het voeden van spanningen, polarisatie en haat in onze samenleving. Hierover stellen wij de u de volgende schriftelijke vragen:
Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording:
Vraag 1:
Is het college op de hoogte dat de anti-islambeweging Pegida een Koranverbranding heeft gepland bij de Essalam moskee? Zo ja, welke informatie heeft het college over de geplande Koranverbranding door deze beweging?
Antwoord:
Ja, ik ben hiervan op de hoogte. Voor de demonstratie is een kennisgeving gedaan.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/3 4 augustus 2025 M2506-2781
Vraag 2:
Meerdere regionale moskee koepels hebben hun zorgen geuit richting de gemeente en hebben gevraagd de demonstratie te verbieden. Onderschrijft u hun zorgen? En wat is uw reactie op hen?
Antwoord:
Ik ben op de hoogte van de zorgen van de moskee koepels. Hierover heeft de burgemeester gesproken met de directeur SPIOR en de voorzitter van de Essalam Moskee. Dit was een goed gesprek met wederzijds begrip en blijk van inlevingsvermogen.
In dit gesprek zijn zij ook op de hoogte gesteld van het besluit tot verplaatsing van de demonstratie in verband met de vrees voor wanordelijkheden.
Vraag 3:
Is de burgemeester bekend met het 'Stappenplan tegen schennis van de Koran'? Kunt u per stap aangeven in hoeverre deze overeenkomt met uw zienswijze? En in hoeverre neemt u dit stappenplan mee in uw besluitvorming?
Vraag 4:
De K9 verwijst naar Oostenrijk die, op basis van Europees recht, Koranverbranding heeft verboden. Bent u bekend met die uitspraak en wat is uw reactie hierop?
a. Hoe reflecteert u in deze casus op de uitspraak: "Het Europees recht geldt ook in Nederland"?
Vraag 5:
Bent u het met ons eens dat deze aangekondigde actie provocerend en polariserend werkt en is bedoeld om een religie te verdrijven, wat ingaat de Grondwet artikel 6:
Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging?
Antwoord op de vragen 3, 4 en 5:
Ik heb kennisgenomen van het 'Stappenplan tegen schennis van de Koran'.
Ik wil vooropstellen dat het in het openbaar verbranden van een Koran kan worden gezien als een verwerpelijke actie. Tegelijkertijd is de vrijheid van meningsuiting een grondrecht en daarmee een essentieel onderdeel van onze democratische rechtsstaat. Daarom komt de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting een hoge mate van bescherming toe.
De bevoegdheid van mij als burgemeester bij demonstraties is verankerd in de Wet openbare manifestaties. Op grond hiervan mag ik als burgemeester een demonstratie enkel beperken of in het uiterste geval verbieden als dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Wanneer een Koran tijdens een demonstratie wordt verbrand, valt deze uiting ook onder de werkingssfeer van de Grondwet, dat het recht om te demonstreren en om gedachten en gevoelens te uiten, omvat. Daarbij geldt voor mij als burgemeester dat de inhoud van de demonstratie, hier valt ook onder het hetgeen wat wordt beleden, onderscheidenlijk van de te openbaren gedachten of gevoelens als zodanig, geen rol mag spelen bij het al dan niet beperken van het demonstratierecht.
In de aangehaalde zaak uit Oostenrijk had het Hof te oordelen over een satirische film die door Oostenrijkse autoriteiten in beslag is genomen op grond van kort gezegd het 'in diskrediet brengen van een godsdienstig leerstelsel', hetgeen in Oostenrijk strafbaar is gesteld. Het Hof werd in deze zaak gevraagd te oordelen over de vraag of de inbeslagname in het licht van deze specifieke Oostenrijkse situatie in strijd was met artikel 10 van het EVRM. Het Hof heeft geoordeeld dat dit niet het geval was.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/3 4 augustus 2025 M2506-2781
Daarbij oordeelt het Hof dat het in sommige democratische samenlevingen noodzakelijk kan worden beschouwd om onbehoorlijke aanvallen op voorwerpen van religieuze verering te sanctioneren of te voorkomen, mits de opgelegde beperking in verhouding staat tot het nagestreefde doel. Het Hof geeft vervolgens aan dat het aan de lidstaten zelf is om de noodzaak en omvang van een dergelijke beperking vast te stellen.
In Nederland is hier door de landelijke wetgever invulling aan gegeven door het aanzetten tot haat of geweld richting een groep mensen of het beledigen van een groep mensen vanwege hun godsdienst strafbaar te stellen. Het verbranden van Korans of andere religieuze geschriften op zichzelf, hoe verwerpelijk dit dan ook kan worden gezien of ervaren kan worden, is niet strafbaar. Dat is een wezenlijk verschil ten opzichte van het Oostenrijkse strafrecht ten tijde van de uitspraak. Het schenden van de Koran kan wel bijdragen aan de weging van een rechter of er in het geval van een demonstratie en de uitingen die daar worden gedaan sprake is van een strafbaar feit. Dit moet altijd in de context worden bezien en is uiteindelijk aan de rechter.
Vraag 6:
Klop het dat verbranden van zaken rond een demonstratie verboden is? Zo ja, welke maatregelen neemt u om deze aangekondigde verboden actie op voorhand te verbieden?
Antwoord:
In de APV van Rotterdam staat een verbod op vuur stoken. Op het moment dat een verbranding onderdeel uitmaakt van een demonstratie en onder de bescherming van het recht op vrije meningsuiting valt, kan de APV hierin geen beperking vormen. Wel kan ik op grond van de Wom het verbranden van voorwerpen tijdens een demonstratie niet toestaan zodra dit een gevaarzetting of vrees voor wanordelijkheden met zich meebrengt.
Vraag 7:
Bent u bereid om deze vragen voor donderdag 26 juni 2025 te beantwoorden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Beantwoording binnen de gevraagde termijn van vier dagen was niet mogelijk.
De burgemeester,
Robert Simons Locoburgemeester
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.