Red de biobrandstoffenfabriek
Een raadslid stelde op 18 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Welke mogelijkheden ziet het college om de bouw van de biobrandstoffenfabriek in de haven toch door te laten gaan? → Het college ziet geen mogelijkheden om de bouw van deze biobrandstoffenfabriek toch door te laten gaan, aangezien Shell na een commerciële en technische evaluatie heeft besloten de bouw…
- Heeft het college signalen ontvangen van andere bedrijven die eventueel bereid zijn om de bouw van de biobrandstoffenfabriek over te nemen? → Het college heeft geen signalen ontvangen van andere bedrijven die bereid zijn de bouw van de bio brandstoffenfabriek over te nemen.
- Wat is het effect van het stoppen van de bouw van de biobrandstoffenfabriek op de klimaatdoelstellingen van Rotterdam en Nederland? → Het stoppen van de bouw heeft een negatief effect op de klimaatdoelstellingen van met name Nederland, omdat de fabriek bedoeld was voor de productie van koolstofarme biobrandstoffen zoals…
- Welke schade loopt de Rotterdamse economie op door het stoppen van de bouw van de fabriek? → De schade voor de Rotterdamse economie door het stoppen van de bouw is onbekend.
- Wat is het effect van het stoppen van de bouw op de werkgelegenheid in de stad? → Het stoppen van de bouw van de biobrandstoffenfabriek heeft naar verwachting een negatief effect op de werkgelegenheid in Rotterdam, aangezien Shell aangeeft dat het project waarschijnlijk…
- Shell geeft aan dat de bouwkosten en de marktdynamiek uiteindelijk geleid hebben tot het stoppen van de bouw. → Het college ziet geen haalbare mogelijkheden om de belemmerende factoren, zoals de hoge bouwkosten en ongunstige marktdynamiek, weg te nemen, aangezien deze voornamelijk voortkomen uit…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Gemeente Rotterdam
Onderwerp: Red de biobrandstoffenfabriek Cluster: Stadsontwikkeling Portefeuille: Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) Portefeuillehouder: Robert Simons Van: Reinier Zandberg Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 25bb006113 Ons kenmerk: M2509-576
Aan de gemeenteraad
25b0008447
Datum: B&W 18 november 2025
Op 3 september 2025 stelde I. van Wifferen (D66) ons schriftelijke vragen over de bio brandstoffenfabriek van Shell (25bb006113).
Inleidend wordt gesteld:
Geacht College, In 2022 begon Shell met de bouw van een biobrandstoffenfabriek in de haven van Rotterdam. Een mooi project dat bij zou dragen aan de schone economie van de toekomst.
Met deze fabriek zou duurzame vliegtuigbrandstof en hernieuwbare diesel geproduceerd worden, wat essentieel is om de uitstoot van de meest vervuilende vorm van reizen omlaag te brengen. Daarnaast bood de fabriek nieuwe economische kansen voor de stad en zou Rotterdam, met de grootste biobrandstoffenfabriek van Europa, goed op de kaart gezet worden.
Vandaag kwam het nieuws naar buiten dat Shell definitief stopt met de bouw van de fabriek.1 Een enorme tegenslag voor de toekomst. Naast het verlies voor het klimaat, is het stoppen van het project ook een tegenvaller voor de werkgelegenheid en de Rotterdamse economie van de toekomst. Wat D66 betreft is het belangrijk dat de bio brandstoffenfabriek er toch komt.
Gezien voorgaande hebben wij de volgende vragen aan het college:
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke mogelijkheden ziet het college om de bouw van de biobrandstoffenfabriek in de haven toch door te laten gaan?
Antwoord van het college
Het college ziet geen mogelijkheden om de bouw van deze biobrandstoffenfabriek toch door te laten gaan, aangezien Shell na een commerciële en technische evaluatie heeft besloten de bouw definitief niet te hervatten vanwege onvoldoende concurrentiekracht en hoge voltooiingskosten. Uit de reactie van Shell blijkt dat marktdynamiek en klantvraag naar betaalbare koolstofarme producten niet gunstig zijn, wat het project onrendabel maakt. Dit duidt op het ontbreken van een afdoende internationale markt voor biobrandstoffen. Shell richt zich nu op ontmanteling van de deels gebouwde fabriek en hergebruik van apparatuur, met als doel het terrein veilig achter te laten.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/3 18 november 2025 M2509-576
Vraag 2
Heeft het college signalen ontvangen van andere bedrijven die eventueel bereid zijn om de bouw van de biobrandstoffenfabriek over te nemen? Zo nee, is het college bereid om te onderzoeken of andere bedrijven de bouw over willen nemen?
Antwoord van het college
Het college heeft geen signalen ontvangen van andere bedrijven die bereid zijn de bouw van de bio brandstoffenfabriek over te nemen. De installaties en engineering zijn projectspecifiek, wat overname complex maakt, maar hergebruiksmogelijkheden worden wel overwogen in het proces. Door het duidelijke signaal van Shell over de financiële haalbaarheid en het feit dat de fabriek zelfs in deze fase nog is stopgezet, is het college niet bereid te onderzoeken of andere bedrijven de bouw willen overnemen.
Vraag 3
Wat is het effect van het stoppen van de bouw van de biobrandstoffenfabriek op de klimaatdoelstellingen van Rotterdam en Nederland? Wordt het moeilijker om de klimaatdoelen te halen?
Antwoord van het college
Het stoppen van de bouw heeft een negatief effect op de klimaatdoelstellingen van met name Nederland, omdat de fabriek bedoeld was voor de productie van koolstofarme biobrandstoffen zoals Sustainable Aviation Fuel (SAF), wat bijdraagt aan CO2-reductie in transport en luchtvaart.
Rotterdam streeft naar verduurzaming van de haven, en dit project was een sleutelinitiatief; het verlies ervan kan leiden tot vertraging in de transitie naar een koolstofarm energiesysteem. Shell benadrukt echter dat mandaten zoals EU-regelgeving geen doorslaggevende factor waren in hun beslissing, en ze blijven investeren in andere projecten zoals Holland Hydrogen 1 en Porthos CCS.
Shell en het ministerie van KGG zijn gestopt met gesprekken over een maatwerkafspraak voor C02-reductie.1
Vraag 4
Welke schade loopt de Rotterdamse economie op door het stoppen van de bouw van de fabriek?
Antwoord van het college
De schade voor de Rotterdamse economie door het stoppen van de bouw is onbekend. Het stoppen van de fabriek is echter wel een signaal dat de mondiale ontwikkelingen niet bijdragen aan de economische ambities in de Rotterdamse Haven.
Vraag 5
Wat is het effect van het stoppen van de bouw op de werkgelegenheid in de stad?
Antwoord van het college
Het stoppen van de bouw van de biobrandstoffenfabriek heeft naar verwachting een negatief effect op de werkgelegenheid in Rotterdam, aangezien Shell aangeeft dat het project waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor individuele medewerkers en teams.
Vraag 6
Shell geeft aan dat de bouwkosten en de marktdynamiek uiteindelijk geleid hebben tot het stoppen van de bouw. Ziet het college mogelijkheden om deze belemmerende factoren weg te nemen? Bijvoorbeeld met extra beleid dat duurzame initiatieven beloond? 1 Stand van Zaken Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie I Tweede Kamer der Staten-Generaal Blad: Datum: Ons kenmerk: 3/3 18 november 2025 M2509-576
Antwoord van het college
Het college ziet geen haalbare mogelijkheden om de belemmerende factoren, zoals de hoge bouwkosten en ongunstige marktdynamiek, weg te nemen, aangezien deze voornamelijk voortkomen uit concurrentieproblemen die buiten lokale invloed vallen. Het college voert al een uitvoerige lobby voor een level playing field in de haven.
Extra beleid zoals subsidies of beloningen voor duurzame initiatieven zou de kosten kunnen verlagen, maar biedt geen oplossing tegen de concurrentiedruk, waardoor herstart van het project onwaarschijnlijk blijft.
B rgemeester en wethouders van Rotterdam,
Bekijk de brief: [25bb008488] Beantwoording vragen van Wifferen over Red de biobrandstoffenfabriek
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.