Seksuele straatintimidatie is strafbaar: hoe gaan de aangiftes?
Een raadslid stelde op 4 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Onderwerp: Seksuele straatintimidatie is strafbaar, hoe gaan de aangiftes Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuille: Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit Portefeuillehouder: Pascal LansinkBastemeijer Van: Charlotte Coenen
Aan de gemeenteraad
Uw kenmerk: 25bb004417 Ons kenmerk: M2506-1536 25bo009241 Datum: B&W 2 december 2025
Op 12 juni 2025 stelde S. Reitema (PvdA) ons schriftelijke vragen over de aangiftebereidheid van slachtoffers seksueel grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksuele straatintimidatie.
Inleidend wordt gesteld:
Het is belangrijk dat iedereen veilig over straat kan gaan. Sinds begin 2024 is seksueel grensoverschrijdend gedrag zoals seksuele straatintimidatie (SSI) strafbaar gesteld. Dat is een goede zaak. Helaas zien we dat in de praktijk het doen van aangifte niet altijd soepel gaat. We zien dat áls iemand die stap zet, dit niet altijd zorgvuldig of voortvarend wordt opgepakt. Dit zijn ervaringen die ons ter ore zijn gekomen.
In de afgelopen weken verschenen meerdere berichten hierover in de media. Vrouwen geven aan dat zij ondanks de strafbaarstelling van SSI worden ontmoedigd om aangifte te doen, of zelfs worden weggestuurd door de politie.
De PvdA Rotterdam ontvangt ook zulke signalen van vrouwen die belemmerd worden in het doen van aangifte, waarvan enkele voorbeelden:
• “Ik wilde aangifte doen tegen hem. De politie zei: dan moeten we hem ook vragen om aangifte te doen want het moet wel representatief zijn.”
• “De politie wil geen aangifte opnemen. Ze hebben mij meermaals verwezen naar civiel recht.”
• “Ik ben laatst betast door iemand in de supermarkt maar aangifte door de politie werd ontraden omdat er geen bewijs zou zijn. Ik kreeg ook de vraag of ik eigenlijk boos was omdat ik was betast of dat ik z’n brutale gedrag niet kon hebben. Met andere woorden: wilde ik aangifte doen omdat ik op mijn teentjes ben getrapt? Ik snap er nog steeds niks van.” Het rechtssysteem zou er voor iedereen moeten zijn. Slachtoffers van strafbare feiten moeten kunnen rekenen op bescherming en serieuze behandeling van hun meldingen. Dit geldt des te meer wanneer het gaat om seksueel geweld, waar de drempel om te spreken al hoog ligt.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/5 2 december 2025 M2506-1536
Onze fractie maakt zich zorgen om deze signalen van Rotterdammers die aangifte probeerden te doen.
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Is het college bekend met de signalen dat vrouwen die aangifte willen doen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, waaronder SSI, soms worden ontmoedigd of niet serieus genomen?
Antwoord:
In de afgelopen periode hebben ons signalen bereikt van slachtoffers van SSI die hebben ervaren dat zij werden ontmoedigd in het doen van aangifte. Het is spijtig te vernemen dat sommige slachtoffers van SSI de ervaring hebben ontmoedigd te worden in het doen van aangifte.
Het wetsartikel seksuele intimidatie valt onder openbare orde, waar in het specifieke wetsartikel SI dus ook handhaving op kan acteren (de landelijke handhavingspilot waar Rotterdam deel van uitmaakt). Buiten heterdaad kunnen slachtoffers van seksuele intimidatie dus aangifte doen bij de politie. Andere vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag vallen onder de zedenwetgeving en worden aangiftes specifiek door de zedenpolitie opgenomen.
De (zeden)politie informeert slachtoffers altijd over het proces van een aangifte en welke stappen worden doorlopen. Hierbij schetsen zij een realistisch beeld over de kansrijkheid van een aangifte. De politie geeft aan, voor wat betreft het wetsartikel seksuele intimidatie, dat de bewijsvoering, bijvoorbeeld door het ontbreken van getuigen, lastig is.
Dit zou volgens hen potentieel als ontmoedigend over kunnen komen.
Het slachtoffer van SSI die deze ervaring heeft en bij ons bekend is, is door ons begeleid om alsnog aangifte te doen.
Vraag 2:
Heeft de gemeente zelf signalen ontvangen van burgers of maatschappelijke organisaties over de omgang met aangiften van SSI of vergelijkbare zaken?
Antwoord:
Ja, zie het antwoord op vraag 1.
Vraag 3:
Zo ja, hoeveel signalen betreft dit en op welke wijze zijn deze ontvangen (bijvoorbeeld via ORR, gemeenteloketten, meldpunten)?
Antwoord:
Dit betreft één enkel concreet signaal. Dit signaal is bij ons binnengekomen via de burgemeester. Daarnaast komen regelmatig vergelijkbare signalen door via terugbelgesprekken naar aanleiding van meldingen via de StopApp.
Vraag 4:
Worden deze signalen geregistreerd en zo ja, hoe?
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/5 2 december 2025 M2506-1536
Antwoord:
Dit signaal en (mogelijke) volgende signalen worden geregistreerd in onze interne systemen.
Vraag 5:
Zo nee, waarom worden deze signalen niet geregistreerd?
Antwoord:
N.v.t.
Vraag 6:
Bij welke instantie(s) kunnen Rotterdammers terecht met klachten over de wijze waarop aangiftes wordt behandeld? Wordt hier ook gebruik van gemaakt?
Antwoord:
Rotterdammers kunnen terecht bij de politie zelf, bij team VIK (Veiligheid, Integriteit en Klachten), als zij klachten hebben over de wijze waarop aangiftes worden behandeld. Dit kan via het klachtenformulier op www.politie.nl. De politie heeft bij ons aangegeven geen klachten te hebben ontvangen over de wijze waarop aangiftes worden behandeld op het wetsartikel seksuele intimidatie.
Vraag 7:
In hoeverre is de gemeente in gesprek met de politie over de opvolging van SSIaangiften?
Antwoord:
Vanuit de gemeente wijzen we slachtoffers op het nieuwe wetsartikel en de mogelijkheid tot het doen van aangifte. De gemeente is verder niet betrokken bij de keuze van het slachtoffer om vervolgens wel of geen daadwerkelijke aangifte te doen. De politie is vervolgens verantwoordelijk voor een zorgvuldige afhandeling van aangiftes.
De huidige samenwerking met de (landelijke) politie vindt vooral plaats in de landelijke werkgroep die gericht is op de handhavingspilot van het wetsartikel SI waar Rotterdam deelnemer aan is. Het onderwerp aangiftebereidheid wordt ingebracht in de landelijke werkgroep.
Vraag 8:
Is het college bereid om deze signalen actief onder de aandacht te brengen van de politie-eenheid Rotterdam?
Antwoord:
De signalen die worden genoemd in deze schriftelijke vragen zijn gedeeld met de politie. Mochten vergelijkbare signalen tot ons komen, dan zullen wij deze (weer) met de politie bespreken.
Vraag 9:
Wordt hierbij ook gekeken naar training, protocollen en cultuurverandering binnen de organisatie?
Antwoord:
Zoals beschreven in het antwoord op vraag 7 wordt het onderwerp aangiftebereidheid ingebracht in de landelijke werkgroep. De bovengenoemde onderdelen worden hierin
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/5 2 december 2025 M2506-1536
meegenomen.
In bredere context zijn vanuit de aanpak van huiselijk geweld, acties ingezet met betrekking tot het vergroten van de aangiftebereidheid en is het onderwerp aangiftebereidheid in de driehoek besproken. Ook keert het onderwerp met regelmaat terug in periodieke overleggen met de politie. Zie hiervoor de afdoeningsvoorstellen van de motie ’70 keer te veel’ (24bb000495) en toezegging ‘Huiselijk geweld Aangiftebereidheid’ (24bb000565), beide opgenomen in de raadsbrief van 1 oktober 2024 (24bo007325).
Vraag 10:
Wat doet de gemeente op dit moment om de drempel voor het doen van aangifte van SSI en andere vormen van seksueel geweld te verlagen?
Antwoord:
Vanuit de aanpak seksuele straatintimidatie informeren we over de strafbaarstelling en wetsartikel SI op verschillende manieren. Sinds ingaan van de strafbaarstelling is er bijvoorbeeld driemaal een informerende campagne zichtbaar geweest in Rotterdam. Ook informeren we op de website en een artikel in de StopApp over de strafbaarstelling.
Daarnaast wordt de mogelijkheid tot het doen van aangifte actief onder de aandacht gebracht in de terugbelgesprekken van de StopApp. De overweging om wel of geen aangifte te doen moet altijd liggen bij het slachtoffer zelf.
Vanuit de aanpak seksueel geweld is men zowel vanuit gemeente als netwerkpartners in de stad actief bezig met het inzichtelijk maken van de hulpverlening voor slachtoffers door middel van campagnes en samenwerkingspartners in de stad. Daarbij worden slachtoffers (door hulpverleningspartners) altijd gewezen op het feit dat ze aangifte kunnen doen.
Vraag 11:
Kan het college aangeven hoe slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag op dit moment worden ondersteund, zowel preventief als nazorgend, binnen gemeentelijk beleid?
Antwoord:
In de aanpak seksuele straatintimidatie bestaat de pijler Preventie, waarbinnen diverse activiteiten worden aangeboden om bewustwording over het probleem te vergroten. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld gastlessen, dialoogbijeenkomsten en omstanderinterventietrainingen. Deze preventieve activiteiten richten zich op bewustwording van gedrag en agendering ter voorkoming van zowel slachtoffer- als daderschap.
Nazorgend zijn er bijvoorbeeld de terugbelgesprekken met melders uit de StopApp als zij gegevens achterlaten.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.