Tekort aan opvangplekken voor dakloze gezinnen
Een raadslid stelde op 20 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (8 vragen).
In het kort
8 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college bekend met de berichtgeving van de NOS over het tekort aan opvangplekken voor dakloze gezinnen? → Ja, het college is bekend met de berichtgeving van de NOS hierover.
- Hoeveel gezinnen hebben zich het afgelopen jaar in Rotterdam gemeld voor opvang, en in hoeveel gevallen kon de gemeente of de opvanginstellingen hen niet direct een plek… → In Rotterdam klopten in 2024, 634 gezinnen bij Centraal Onthaal Gezinnen aan voor hulp. 154 gezinnen zijn in 2024 op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015)…
- Welke alternatieve oplossingen worden momenteel aangeboden aan gezinnen die geen opvangplek kunnen krijgen (bijvoorbeeld hotelkamers, doorplaatsing naar andere steden of… → En hoe verhouden deze oplossingen zich qua veiligheid met reguliere opvang?
- Indien het college, net als andere gemeenten, gebruikmaakt van hotelkamers als noodoplossing: voor hoe lang worden gezinnen daar doorgaans ondergebracht, en welke kosten… → Zie het antwoord op vraag 1.
- Hoe beoordeelt het college de risico’s voor kinderen die buiten de reguliere opvang vallen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, gezondheid en onderwijs? → Het college vindt het ook van belang dat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien en onderwijs kunnen volgen.
- Welke maatregelen neemt het college om ervoor te zorgen dat er altijd voldoende (veilige) opvangcapaciteit beschikbaar is voor gezinnen met kinderen? → Het college hecht er veel belang aan dat kinderen een goed en veilig onderdak hebben.
- Ziet het college mogelijkheden om wanneer nodig, samen met regiogemeenten en het Rijk, extra opvangplekken te realiseren of versneld doorstroom te bevorderen zodat… → Vooralsnog past het aanbod van plekken bij de vraag naar opvang.
- Is het college bereid de gemeenteraad op korte termijn te informeren over de actuele situatie rond de opvang van gezinnen, inclusief knelpunten, doorstroomcijfers en de… → Het college ziet een toename in het aantal gezinnen dat zich meldt met een enkel een huisvestingsvraag, vanwege de krapte op de woningmarkt.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Onderwerp: Tekort aan opvangplekken voor dakloze gezinnen Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuille: Zorg, Ouderen, Jeugdzorg Portefeuillehouder: Ronald Buijt Van: E.S. Heijstek Telefoon: 14 010 Ons kenmerk: M2508-2191
Aan de gemeenteraad
25bo009699
Datum: B&W 16 december 2025 Verzonden op 20 januari 2026
Op 20 augustus 2025 stelde F. Elbay (D66) ons een schriftelijke vraag over ‘Tekort aan opvangplekken voor dakloze gezinnen’ (25bb005977).
Inleidend wordt gesteld:
Recent berichtte de NOS1 dat er in Nederland te weinig opvangplekken zijn voor dakloze gezinnen. Ook over Rotterdam lezen we dat gezinnen soms niet terecht kunnen in de maatschappelijke opvang, met als gevolg dat er naar noodoplossingen gegrepen moet worden. Voor D66 Rotterdam is dit volstrekt onacceptabel. Ieder gezin in onze stad moet kunnen rekenen op een veilige plek om te overnachten, zeker waar het gaat om kinderen.
Hieronder volgt de vraag en onze beantwoording:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college bekend met de berichtgeving van de NOS over het tekort aan opvangplekken voor dakloze gezinnen?
Antwoord van het college
Ja, het college is bekend met de berichtgeving van de NOS hierover. Vanuit Rotterdam hebben we input geleverd voor dit artikel.
Vraag 2
Hoeveel gezinnen hebben zich het afgelopen jaar in Rotterdam gemeld voor opvang, en in hoeveel gevallen kon de gemeente of de opvanginstellingen hen niet direct een plek bieden?
Antwoord van het college
In Rotterdam klopten in 2024, 634 gezinnen bij Centraal Onthaal Gezinnen aan voor hulp. 154 gezinnen zijn in 2024 op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) toegelaten tot de Maatschappelijke Opvang (MO). De gezinnen met een toelating tot de MO worden in opvangvoorzieningen geplaatst. Voor deze gezinnen zijn er 123 gezinsplekken voor ouder(s) van 23 jaar of ouder, waarvan 65 opvangplekken en 58 doorstroomplekken (met eigen voorzieningen).
Blad:
Datum:
2/4 16 december 2025
Daarnaast zijn er 105 doorstroomplekken voor jonge ouder(s) van 23 jaar of jonger bij Centraal Onthaal Jongeren.
Voor de MO gezinnen zijn er geen wachtlijsten.
Er is zeer incidenteel sprake van een hotelplaatsing (max 4 keer in 2025), bijvoorbeeld wanneer tijdelijk geen plek is in de reguliere opvang of vanwege bijzondere omstandigheden. Vaak stromen deze gezinnen daarna door naar de opvang.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom gezinnen niet in aanmerking komen voor opvang, bijvoorbeeld omdat beoordeeld is dat zij geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland, voldoende in staat worden geacht om zelf of met gebruikelijke hulp de zelfredzaamheid of participatie te verbeteren en zich op eigen kracht moeten kunnen handhaven in de samenleving. Voor de gezinnen die worden afgewezen voor maatschappelijke opvang wordt meegedacht of het netwerk wellicht nog iets kan betekenen of kan ander aanbod passend zijn, denk aan Flexwonen of ondersteuning vanuit de wijk of eventuele andere laagdrempelige ondersteuning.
Vraag 3
Welke alternatieve oplossingen worden momenteel aangeboden aan gezinnen die geen opvangplek kunnen krijgen (bijvoorbeeld hotelkamers, doorplaatsing naar andere steden of tijdelijke noodvoorzieningen)?
Antwoord van het college
En hoe verhouden deze oplossingen zich qua veiligheid met reguliere opvang?
Als er geen opvang of doorstroomplekken beschikbaar zijn voor gezinnen die toegelaten zijn tot de MO, hebben we enkele plekken waar we naar kunnen uitwijken. Het gaat hierbij om plekken met een meer hotelmatig karakter, specifiek ingericht voor (jonge) gezinnen en met aanwezigheid van 24/7 sociaal beheer. Daardoor hoeft niet of nauwelijks een beroep te worden gedaan op hotelkamers of andere voorzieningen.
Voor de gezinnen die op grond van de Wmo2015 niet in aanmerking komen voor MO kan Flexwonen een optie zijn. Flexwonen betreft tijdelijke huisvesting voor burgers die door life-events hun woning zijn verloren en vaak letterlijk op de bank van familie moeten slapen. Hun netwerk raakt uitgeput en zij dreigen af te glijden naar dakloosheid. Er is veelal echter nog geen sprake van andere ondersteuningsvraagstukken.
De deelnemers krijgen een tijdelijk huurcontract en betalen huur. De mensen die hier wonen hebben in de basis een huisvestingsvraag en geen primaire ondersteuningsvraag. Daardoor onderscheidt de dynamiek op deze voorziening zich van de opvangvoorziening. Wel is frequent sociaal beheer (huismeester) op locaties aanwezig. Momenteel maken 64 kleine gezinnen in Rotterdam gebruik van tijdelijke huisvesting in het project Flexwonen voor bankslapers. De ambitie is dat het aantal plekken voor gezinnen uitgebreid wordt met circa 100.
Niet elk gezin komt echter in aanmerking voor Flexwonen. Uitgangspunt is dat de gezinnen zich beroepen op het netwerk en de eigen middelen zo lang dat mogelijk is. We verwijzen gezinnen niet naar opvang in andere steden als de gezinnen op basis van de criteria in de Wmo 2015 niet in aanmerking komen voor opvang. Wel adviseren we de gezinnen om voor huisvesting breed te zoeken.
Overigens geldt dat op het moment dat er sprake is van acute onveiligheid een crisisopvangplek in het kader van huiselijk geweld/kindermishandeling meer passend is.
Vraag 4
Indien het college, net als andere gemeenten, gebruikmaakt van hotelkamers als noodoplossing: voor hoe lang worden gezinnen daar doorgaans ondergebracht, en welke kosten zouden bespaard kunnen worden wanneer er Blad: Datum: 3/4 16 december 2025 in plaats daarvan structureel in duurzame opvangvoorzieningen wordt geïnvesteerd?
Antwoord van het college
Zie het antwoord op vraag 1. Er zijn in 2025 maar vier hotelplaatsingen geweest met in totaal 14 nachten.
Vraag 5
Hoe beoordeelt het college de risico’s voor kinderen die buiten de reguliere opvang vallen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, gezondheid en onderwijs?
Antwoord van het college
Het college vindt het ook van belang dat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien en onderwijs kunnen volgen. Als gezinnen zich melden met een opvangvraag bij Centraal Onthaal Gezinnen beoordeelt een Wmo-adviseur, samen met een Loketspecialist Jeugd, daarom de situatie van het totale gezin. De Loketspecialist Jeugd heeft oog voor, en beoordeelt, de gezondheid en veiligheid van het kind. Ook gaat deze functionaris na of het kind onderwijs volgt, indien leerplichtig. Met deze ‘kindintake’ worden de belangen van de kinderen, inclusief risico's onderzocht. De loketspecialist brengt een kort verslag uit van de bevindingen en draagt deze over aan de Wmo adviseur. De Wmo adviseur doet onderzoek naar in hoeverre de ouder(s) in aanmerking komen voor de MO en neemt de kindintake direct mee in het besluit om het gezin wel of niet toe te laten tot de opvang of door te verwijzen naar een passender voorziening.
Vraag 6
Welke maatregelen neemt het college om ervoor te zorgen dat er altijd voldoende (veilige) opvangcapaciteit beschikbaar is voor gezinnen met kinderen?
Antwoord van het college
Het college hecht er veel belang aan dat kinderen een goed en veilig onderdak hebben.
Maatschappelijke opvang kan op basis van de Wmo2015 en jurisprudentie aan de orde zijn wanneer er sprake is van dak- en of thuisloosheid en men niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Op basis van de huidige wet- en regelgeving komt dan ook niet iedereen met huisvestingsproblematiek in aanmerking voor de MO.
Het college is zich goed bewust van de problematiek op de woningmarkt en zet daarom extra in op voorzieningen voor gezinnen met een primaire huisvestingsvraag, zoals Flexwonen. Ook zetten we in op het stimuleren van het gebruikmaken van het netwerk en op het zoeken naar huisvestingsmogelijkheden via andere routes dan urgentie in Rotterdam.
Daarnaast zetten we, voor de gezinnen die op basis van de Wmo2015 worden toegelaten tot de opvangketen, in om de doorstroom naar een eigen woning te versnellen. Dat doen we nu door Wonen Eerst 010 ook voor gezinnen te implementeren. Dit jaar starten we met 15 gezinnen. Wonen Eerst 010 is een bewezen aanpak om dakloze Rotterdammers te helpen hun leven weer op de rit te krijgen. Daar zetten gemeente, zorgaanbieders en woningcorporaties zich samen voor in. Het is gebaseerd op Project 010 en Housing First en behelst een fundamenteel andere aanpak van dakloosheid waarbij we dakloze Rotterdammers vrijwel direct een eigen thuis aanbieden met passende begeleiding.
Vraag 7
Ziet het college mogelijkheden om wanneer nodig, samen met regiogemeenten en het Rijk, extra opvangplekken te realiseren of versneld doorstroom te bevorderen zodat opvangcapaciteit sneller vrijkomt?
Antwoord van het college
Vooralsnog past het aanbod van plekken bij de vraag naar opvang. De krapte is echter wel te vinden in de vraag naar huisvesting van
Blad:
Datum:
4/4 16 december 2025
gezinnen zonder ondersteuningsvraag. Uitbreiding van opvangplekken in het kader van de Wmo2015 en MO is daarom niet noodzakelijk. Volgens ons plan van aanpak ‘Op weg naar herstel en een thuis’ zetten we in om, met name voor kinderen, de opvang zoveel mogelijk over te slaan dan wel de verblijfsduur terug te dringen. Met de ontwikkeling van Wonen Eerst werken we ook voor gezinnen toe naar een proces waarbij er zo kort mogelijk opgevangen wordt en zo snel mogelijk wordt uitgestroomd naar een passende woning of vervolgplek. Dit staat haaks op uitbreiding van opvangplekken.
Indien uitbreiding van het aantal opvangplekken voor dakloze gezinnen in de toekomst toch nodig blijkt te zijn zal het college het gesprek over opties en benodigde middelen uiteraard voeren.
Vraag 8
Is het college bereid de gemeenteraad op korte termijn te informeren over de actuele situatie rond de opvang van gezinnen, inclusief knelpunten, doorstroomcijfers en de stappen die worden gezet om dit urgente probleem structureel op te lossen?
Antwoord van het college
Het college ziet een toename in het aantal gezinnen dat zich meldt met een enkel een huisvestingsvraag, vanwege de krapte op de woningmarkt. Deze gezinnen zijn vaak niet passend bij de maatschappelijke opvang omdat er niet altijd sprake is van ondersteuningsvragen in het kader van de Wmo2015. Het college heeft al veel stappen gezet rondom de aanpak bankslapers. Zo heeft het college de ambitie uitgesproken om het aantal Flexwoningen specifiek voor bankslapende gezinnen uit te breiden met 100 plekken. Hier worden nu passende panden voor gezocht. Daarnaast is gestart met de eerste Room First voorziening voor gezinnen en Wonen Eerst voor gezinnen die wel toegelaten zijn tot de maatschappelijke opvang om het proces tot uitstroom naar een eigen woning te versnellen. Ook wordt gewerkt aan een afwegingskader om de belangen van de kinderen met een huisvestingsvraag voldoende transparant mee te wegen in de beoordeling tot maatschappelijke opvang. In Q1 2026 zal het college u schriftelijk informeren over deze ontwikkelingen, inclusief de beschikbare cijfers.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,
De burgemeester,
G.J.D. Wigmans
C.J. Schouten
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.