Van ervaring leren is decriminaliseren
Een raadslid (D66) stelde op 11 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Directie Veiligheid Burgemeester
Van: Hans Karels Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 23bb002850 Ons kenmerk: M2305-210 - 23bo004968 Onderwerp: Van ervaring leren, is decriminaliseren
Aan de gemeenteraad
Datum: 10 mei 2023
Op 1 mei 2023 stelde A.J.A. Maassen (D66) het college schriftelijke vragen over "Van ervaring leren, is decriminaliseren”. Gezien de aard van de vragen, wordt geacht dat deze aan de burgemeester zijn gesteld.
Inleidend wordt gesteld: ‘Rivaliserende criminele organisaties vallen elkaar aan met ontploffingen en schietpartijen, omdat ze elkaar de schuld geven van het mislopen van de verboden middelen. Tijdens de actualiteitenraad van 16 maart jl. stelde de burgemeester dat de golf aan explosies in Rotterdam vooral te relateren valt aan de succesvolle inbeslagname van drugs in de haven. Wel heeft hij daarbij aangegeven dat openbaar wordt gemaakt dat ladingen zijn onderschept, om extra geweld te voorkomen.
Toch blijft het geweld toenemen en houdt de ‘war on drugs’ dit oorlogse karakter in stand.
Hoe anders is dat in Portugal, waar sinds de eeuwwisseling een enorme beleidskentering heeft gezorgd voor een totaal andere kijk en aanpak van (soft)drugs: het decriminaliseren van alle drugs. Rond diezelfde eeuwwisseling was 1% van de Portugese bevolking verslaafd aan heroïne (de op één na schadelijkste drug). Sinds die koerswijziging staat Portugal er stukken beter voor. Het aantal heroïneverslaafden én het aantal drugsdoden daalden hard. Met deze ontwikkeling in het achterhoofd is het van belang om objectief te kijken naar het Nederlandse drugsbeleid. ‘ Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording.
Vraag 1:
Bent u het met D66 eens dat controversiële maatregelen niet geschuwd zouden moeten worden om de overlast van drugs aan te pakken?
Antwoord:
Drugscriminaliteit, overlast en geweld vragen continu om scherp te zijn op en open te staan voor mogelijke nieuwe manieren om deze overlast aan te pakken, zowel preventief als repressief. De werkwijze op deze thema’s wordt dan ook continu bijgesteld naar aanleiding van de actualiteit en nieuwe inzichten.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/4 10 mei 2023 M2305-210
Vraag 2:
In hoeverre bent u het eens dat we in de aanpak van drugs(gebruik) ook kritisch moeten kijken naar de effecten van drugsgebruik, en daarbij ons ook moeten baseren op wetenschappelijke inzichten?
Antwoord:
Ik sluit mij bij deze ambitie aan. Waar mogelijk worden in de preventie- en handhavingsplannen wetenschappelijke inzichten betrokken, onder andere van het Trimbos Instituut en het RIVM. Daarnaast investeren we als gemeente ook in wetenschappelijk onderzoek.
Vraag 3:
Bent u bekend met het onderzoeksrapport van het RIVM: Ranking van Drugs, een vergelijking van de schadelijkheid van drugs? Wat is uw reactie op het gegeven dat zowel alcohol als tabak veel hoger scoren (en daarmee schadelijker zijn) dan bepaalde drugs die op lijst I van de Opiumwet staan? Bent u het eens dat dit aanleiding is om nog eens te heroverwegen hoe we naar drugs moeten kijken die in de Opiumwet staan?
Antwoord:
De heroverweging van middelen op lijst I van de Opiumwet is een landelijke bevoegdheid.
Het rapport van het RIVM geeft een rangschikking op basis van drie factoren: hoe giftig het middel is (op lange en korte termijn), hoe verslavend het is en wat de maatschappelijke schade is. Uit het rapport blijkt inderdaad dat alcohol en tabak hoog scoren op schadelijkheid voor de volksgezondheid. Dit komt mede doordat deze middelen veel gebruikt worden, dus vanuit de gehele samenleving bezien stijgt de schadelijkheid.
Wanneer drugssoorten die nu lager in de lijst staan meer gebruikt gaan worden, zouden deze middelen hoger scoren op de lijst. Binnen het gemeentelijke gezondheidsbeleid wordt ook veel aandacht besteed aan het verminderen van het gebruik van alcohol en tabak onder Rotterdammers. Dit doen we onder andere door in te zetten op Nix18 en de Rookvrije Generatie.
Vraag 4:
Heeft u inzichtelijk hoeveel Rotterdammers kampen met drugsverslavingsproblematiek? Zo ja, kunt u deze cijfers delen met de raad? Zo nee, kunt u dit onderzoeken/uitvragen en differentiëren naar de genoemde soorten in het RIVM-rapport?
Antwoord:
Er zijn geen cijfers over drugsverslavingsproblematiek onder Rotterdammers beschikbaar.
Wel zijn er cijfers voor handen over Rotterdams algemeen gebruik, landelijk problematisch gebruik en Rotterdamse behandelcijfers cocaïne/ amfetamine.
Zo blijkt uit rioolwateronderzoek dat het algemene beeld van drugsconsumptie in Rotterdam vergelijkbaar is met andere Nederlandse steden. Op nationaal niveau geeft de Nationale Drug Monitor weer bij hoeveel procent van de volwassen bevolking het gebruik problematisch is. Per middel verschilt hiervan de definitie.
Alcohol: 5,4% Tabak: 13- 18% Cannabis: 1,3%
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/4 10 mei 2023 M2305-210
Ecstacy: geen schatting rondom problematisch gebruik.
Cocaïne: 0,8%.
Voor de overige middelen verwijzen we naar de Nationale Drug Monitor.
De Parnassia Groep biedt in de regio Rotterdam hulp aan personen wiens leven door het gebruik van cocaïne en amfetamine wordt ontregeld. In 2022 hielp Parnassia 3700 gebruikers van cocaïne en 500 gebruikers van amfetamine. Parnassia biedt hulp aan gebruikers uit het hele land.
Vraag 5:
Bent u geschrokken van het gegeven dat succesvolle inbeslagname van drugs leidt tot meer (explosief) geweld in de stad? Bent u het eens met D66 dat dit een ongewenst bij-effect is van de ondermijningsstrategie? In hoeverre reflecteert u op het feit dat de maatschappelijke lasten van de ondermijningsstrategie hierdoor ook groeien in plaats van afnemen, omdat geweld doordringt in het hart van de stad?
Antwoord:
Vanzelfsprekend zijn de explosies in onze stad ook voor mij een reden tot zorg. Dit heb ik nogmaals bevestigd in de raadsbrief van 3 mei jl. In de brief gaf ik aan hoe we als stad dit soort excessief geweld voorkomen en bestrijden. Veel explosies kunnen verklaard worden als drukmiddel in het criminele milieu en een groot deel daarvan kan, zo wijzen eerdere opsporingsonderzoeken uit, herleid worden tot de drugscriminaliteit. We blijven dan ook de ondermijnende effecten van de drugscriminaliteit tegengaan.
Vraag 6:
Hoe kijkt u tegen de Portugese aanpak aan, waarbij drugs en drugsgebruik wordt gedecriminaliseerd en hierdoor de maatschappelijke lasten van drugs juist afnemen?
In hoeverre bent u bereid om te bezien of deze aanpak ook past in Rotterdam / Nederland?
Antwoord:
Op dit moment zijn verdovende middelen zoals benoemd op lijst 1 en 2 van de Opiumwet in Nederland illegaal. Om dit te veranderen is een wijziging van deze wet nodig. Als burgemeester voer ik de huidige wet uit, doe dat naar eer en geweten en met mijn volledige aandacht. Als iemand verslaafd is aan verdovende middelen, dan bieden we in Rotterdam hulp. De Nederlandse (en Rotterdamse) zorg en hulpverlening voor verslaafden is vergelijkbaar met die in Portugal. Het bij je dragen van een beperkte gebruikershoeveelheid drugs leidt ook in Nederland niet direct tot sancties.
In het collegeakkoord is opgenomen dat drugsgebruikers niet gecriminaliseerd worden.
Wel zullen drugsgebruikers in de toekomst op hun verantwoordelijkheid gewezen worden.
Tot slot verwijs ik ook naar de investeringen die we doen op het gebied van preventie en voorlichting rondom drugsgebruik en het hierbij horende (langlopende) programma Drugs & Alcohol.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/4 10 mei 2023 M2305-210
Vraag 7:
Hoe kijkt u naar de recentelijk ingestelde Staatscommissie MDMA waarin wordt gevraagd de status van XTC (MDMA) in het kader van de volksgezondheid te onderzoeken en advies uit te brengen over de voor- en nadelen van medicinaal gebruik, met inbegrip van een analyse vanuit verschillende disciplines van risico’s voor de gezondheid, preventie en de Europese context en relevante verdragen?
Antwoord:
Ik zie het advies van de Staatscommissie MDMA met belangstelling tegemoet. Dit wordt begin 2024 verwacht.
Vraag 8:
In het Amsterdamse coalitieakkoord is het volgende te lezen: “Amsterdam is voorstander van een pilot met gereguleerd aanbod van MDMA”. Welke mogelijkheden zijn er in Rotterdam voor een dergelijke pilot? Bent u bereid om met Amsterdam in gesprek te gaan wanneer de pilot is afgerond om te leren van de resultaten?
Antwoord:
Op dit moment is MDMA een verboden middel. Burgemeester Halsema voert een lobby voor ruimte voor de pilot. Ik wacht deze ontwikkelingen af.
A. Aboutaleb Burgemeester
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.