18 november 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

zorg voor kwetsbare jonge asielzoekers

Een raadslid stelde op 18 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Onderwerp: Zorg voor kwetsbare jonge asielzoekers Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuille: Welzijn, Samenleven, Sport, Digitale Inclusie Portefeuillehouder: Faouzi Achbar MBA MSc Van: Daphne de Ruiter Telefoon: 14 010

Aan de gemeenteraad

Uw kenmerk: 25bb005787 Ons kenmerk: M2507-4148 - 25bo008574 Datum: B&W 11 november 2025

Op 21 juli 2025 stelde L. Vlieger (Groen Links) schriftelijke vragen over Zorg voor kwetsbare jonge asielzoekers (25bb005787).

Inleidend wordt gesteld:

Burgemeesters van verschillende steden hebben hulp gevraagd aan het kabinet voor jonge, alleenstaande Syrische asielzoekers. Deze jongeren, met name jongens, zitten vast in een systeem van grote onzekerheid. Ze zitten in AZC’s en moeten lang wachten op uitsluitsel over hun asielaanvraag. De trauma’s uit hun verleden, gecombineerd met de stress van hun huidige situatie en gebrek aan perspectief, maken dat deze jongeren terechtkomen in onhoudbare, gevaarlijke en soms overlastgevende situaties.

Drugsgebruik en verwante criminaliteit lijkt voor veel van hen de enige manier om te ontsnappen aan de realiteit maar brengt ze uiteindelijk alleen maar verder in de problemen.

Naar aanleiding van de schrijnende situatie waar deze jongeren zich in bevinden en de brandbrief van de burgemeesters aan het ministerie hebben we een aantal vragen aan het college.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:

Bent u bekend met de situatie zoals deze wordt geschetst door de burgemeesters van onder meer Utrecht en Groningen in de brief aan het ministerie van Asiel en Migratie? Ziet u soortgelijke situaties (ontstaan) in Rotterdam?

Antwoord:

Ja, het college is bekend met de situatie in onder meer Utrecht en Groningen, zoals deze wordt geschetst in de betreffende brief. Voorop staat dat gedrag dat leidt tot gevaarlijke en soms overlast gevende situaties in Rotterdam voor het college onacceptabel is.

Het college herkent daarnaast ook de situatie van Syrische vluchtelingen. Deze is momenteel stressvol door onduidelijkheid over de asielprocedure, vanwege een gewijzigd landenbeleid van de IND. Daarnaast is een tijdelijke beslisstop geweest op de asielprocedure voor Syriërs en blijven er lange doorlooptijden bij de IND. Hierdoor blijven (jonge) Syrische mensen lang in onzekerheid over hun eigen status en de mogelijkheid om gezinshereniging aan te kunnen vragen.

Momenteel monitoren we de situatie in Rotterdam. We hebben vanuit verschillende organisatieonderdelen (Maatschappelijke Ontwikkeling, Directie Veiligheid en de

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

2/3 11 november 2025 M2507-4148

gebiedsorganisatie) en partners (o.a. jongerenwerk en welzijnsorganisaties) signalen ontvangen over de kwetsbaarheden bij deze groep. Hoewel in schaal niet vergelijkbaar met de twee genoemde steden, zijn er wel zorgen over de fysieke en mentale gezondheid van deze jongeren. Traumatische oorlogservaringen en de uitzichtloosheid van hun situatie maakt hen kwetsbaar voor o.a. criminele uitbuiting.

De verantwoordelijkheden op jonge leeftijd, soms gecombineerd met druk vanuit het gezinssysteem vanwege geldnood en/of gewenste gezinshereniging, vergroten de kans dat deze jongeren in risicovolle situaties terechtkomen, met bijvoorbeeld (onderling) geweld en ongepast gedrag als gevolg.

Vraag 2:

Bent u het met ons eens dat de huidige situatie van deze doelgroep binnen het proces van asielaanvraag zorgwekkend is? Welke mogelijkheden ziet u als college om hierin, in samenwerking met het Rijk of gemeenten, verbetering aan te brengen?

Antwoord:

Ja, de huidige situatie van deze doelgroep is zeer onzeker en daardoor zorgwekkend. Een gevolg hiervan is dat deze doelgroep stress en een gebrek aan perspectief ervaart.

De gemeente is echter niet verantwoordelijk voor de landelijke regelgeving en de asielprocedure; dit is een verantwoordelijkheid van het Rijk. Wel kunnen we als gemeente signalen afgeven, zoals ook andere gemeenten al hebben gedaan. Binnen de mogelijkheden ligt onder andere het monitoren van de doelgroep op het gebied van welzijn en veiligheid. Daarnaast werken we nauw samen met partners in het begeleiden van de groep tijdens de asielprocedure; denk aan het COA onderwijspartijen, welzijnspartners en de veiligheidsdriehoek.

Vraag 3:

Hoe ziet de begeleiding van deze doelgroep eruit? Welke instrumenten en organisaties worden ingezet om te voorkomen dat jonge kwetsbare asielzoekers in benarde situaties terecht komen?

Antwoord:

De begeleiding verschilt per leeftijdsgroep en per verblijfsstatus. De begeleiding van jonge asielzoekers wordt uitgevoerd door het COA, Nidos (voogdij-instelling) en door hen gecontracteerde zorgpartijen, welzijnsaanbieders en onderwijs. Iedere alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv), zowel asielzoeker als statushouder, heeft vanuit Nidos een wettelijke voogd. Het COA is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van amv-asielzoekers. Ook wordt er volop ingezet op activering van de jongeren. In Rotterdam krijgt elke jongere een eigen mentor en een persoonlijk begeleidingsplan. De jongeren gaan naar de internationale schakelklas, volgen regulier onderwijs en/of ondernemen sportactiviteiten. Hiervoor worden vrijwilligers ingezet.

De amv-ers die 18 jaar worden en nog geen verblijfsstatus hebben, worden opgevangen in reguliere opvanglocaties van het COA. Ook daar vindt begeleiding plaats. Zodra de jongeren een verblijfsvergunning hebben, start de inburgering.

Vraag 4:

Hoe beschouwt u de kwaliteit van en toegang tot (geestelijke)gezondheidszorg waar deze groep aanspraak op kan maken?

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

3/3 11 november 2025 M2507-4148

Antwoord:

Zodra begeleiders (COA, GZA, Nidos, school) bij jonge asielzoekers de noodzaak voor meer mentale ondersteuning zien, kunnen deze jongeren worden doorverwezen naar eerstelijns (basis) ggz en gespecialiseerde opvangplekken. Daar krijgen zij de noodzakelijke psychologische steun.

Ggz en jeugdhulp zijn overbelast. Er zijn wachtlijsten bij de aanbieders van cultuursensitieve hulp voor minderjarigen. Daarbij weten jonge asielzoekers en statushouders de toegang tot hulpverlening niet altijd te vinden en kan het nog niet voldoende beheersen van de taal, optimale hulpverlening in de weg staan.

Vraag 5:

Welke instrumenten en organisaties, naast de politie, worden ingezet wanneer deze jonge kwetsbare asielzoekers in benarde situaties terecht komen?

NRC schrijft over jonge asielzoekers die een ‘opvangverbod’ hebben en hierdoor op straat leven.

Antwoord:

Tijdens het verblijf van deze doelgroep in opvanglocaties van het COA is er 24-uursbegeleiding door professionele pedagogen. Er is continue samenwerking met Nidos, de politie en de gemeente. Jongeren die een status hebben gekregen en meerderjarig zijn, vertrekken uit de COA-opvang. Minderjarigen die een status krijgen, blijven de verantwoordelijkheid van Nidos. Voor meerderjarige amv-statushouders werkt het Jongerenloket samen met de jeugdhulpverlening en de directie Veiligheid van de gemeente. De politie heeft de eigen zienswijze en aanpak aangepast: bij jonge daders wordt ook nader bekeken of er sprake is van slachtoffers van uitbuiting en misbruik. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ervaringen van het Jongerenloket.

Vraag 6:

Zijn er in Rotterdam (jonge) asielzoekers bekend met een opvangverbod die op straat leven? Wat doet de gemeente om hen te ondersteunen en verder te begeleiden in hun asielproces?

Antwoord:

Nee, de gemeente kent geen jongeren in Rotterdam die door een opvangverbod op straat leven.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

G.J.D. Wigmans

C.J. Schouten

Bekijk de brief: [25bb008484] Beantwoording vragen Vlieger over zorg voor kwetsbare jonge asielzoekers

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam