Zorgen over veiligheid Stichting Ohel Abraham
Een raadslid stelde op 13 september 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Veiligheid & Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) A. Aboutaleb en Robert Simons Van: Directie veiligheid en afdeling vastgoed Uw kenmerk: 23bb005389 Ons kenmerk: M2308-3087 23bo007234 Onderwerp: Zorgen over veiligheid Stichting Ohel Abraham
Aan de gemeenteraad
Datum: 13 september 2023
Op 28 augustus 2023 stelde P.J.P. Lansink-Bastemeijer (VVD) ons schriftelijke vragen over de veiligheid en zorgen hierover in relatie tot Stichting Ohel Abraham Inleidend wordt gesteld:
Op 18 mei van dit jaar zijn er door het CDA schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van de Joodse stichting leerhuis Ohel Abraham. De aanleiding hiervoor was de op handen zijnde verhuizing van het leerhuis. De beantwoording van deze vragen waren in eerste instantie helder en vormde geen aanleiding voor ons voor aanvullende vragen over dit onderwerp. Echter hebben wij onlangs contact gehad met het betreffende leerhuis en hierdoor zijn er bij ons toch nieuwe zorgen ontstaan over de veiligheid van de stichting bij een verhuizing. Van de stichting hebben wij namelijk begrepen dat de stichting niet alleen een leerhuis is maar ook een synagoge.
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Hoeveel synagogen zijn er in Rotterdam en welke veiligheidsmaatregelen zijn er nodig om deze gebedshuizen veilig te laten zijn?
Antwoord:
Wij hebben geen exact inzicht hoeveel synagogen in Rotterdam zijn gevestigd of welke organisaties zich zodanig hebben ingeschreven in een register, zoals bijvoorbeeld bij de kamer van koophandel.
Bij de gemeente zijn twee synagogen bekend in het kader van veiligheid. Deze twee organisaties zijn door de nationaal coördinator veiligheid (NCTV) specifiek aangewezen, omdat er een hoger risico is dan bij andere (Joodse) organisaties in Rotterdam. Om deze reden worden hier extra maatregelen door de overheid genomen.
Wanneer een organisatie door de NCTV of een andere veiligheidsdienst wordt aangewezen als een locatie of organisatie met een hoog risico dan wordt dit terstond met gemeente en lokale veiligheidspartners gedeeld om vervolgens passende maatregelen te treffen. Welke en hoeveel veiligheidsmaatregelen nodig zijn is altijd afhankelijk van de situatie.
Als een dreiging en risico daartoe aanleiding geven worden aanvullende en passende beveiligingsmaatregelen getroffen door de overheid. Dit is het geval bij de twee
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/3 13 september 2023 M2308-3087
eerdergenoemde synagogen. Voor alle andere joodse instellingen en/of locaties (niet genoemd op de lijst van joodse risicolocaties van de NCTV) in Rotterdam is het advies om alertheid te betrachten. Gelet op dit advies zijn met de stichting een aantal afspraken op gebied van veiligheid gemaakt.
Ook is om tegemoet te komen aan het vergroten van het veiligheidsgevoel het aanbod gedaan om een beveiligingsexpert van de gemeente mee te laten kijken op de eventuele nieuwe locatie. De expert kan adviezen geven welke maatregelen de stichting kan nemen.
Vraag 2:
Wat is het huidige dreigingsbeeld in Rotterdam met betrekking tot synagogen en de Joodse gemeenschap?
Antwoord:
Op dit moment is het dreigingsbeeld in Rotterdam dat alleen de twee genoemde synagogen in aanmerking komen voor specifieke aanvullende veiligheidsmaatregelen van de overheid. Wij kunnen niet met uw raad delen welke dreiging daar precies aan ten grondslag ligt omdat het bijzonder onverstandig zou zijn te openbaren welk type dreiging de veiligheidsdiensten op het netvlies hebben.
Vraag 3:
Klopt het dat Ohel Abrahams naast een leerhuis ook een synagoge huisvest?
Antwoord:
Bij de gemeente is bekend dat sprake is van een Joodse Stichting, zijnde een leerhuis. Ook is bekend dat de stichting diensten organiseert. De stichting heeft onlangs zelf aangegeven dat in het huidige pand naast een leerhuis ook een synagoge is gevestigd.
De stichting is contractpartij van de leegstandsbeheerder. Met toestemming van de stichting (en van de gemeente) zijn nog twee aan de stichting gelieerde rechtspersonen op het adres van de Joodse stichting gevestigd, met dezelfde bestuurder en soortgelijke activiteiten.
Vraag 4:
Zo ja, zijn er passende maatregelen genomen om de veiligheid te waarborgen en wordt de dreiging gemonitord?
Antwoord:
Eerder dit jaar heeft de stichting te kennen gegeven dat zij zich zorgen maken over hun veiligheid in relatie tot een aanstaande verhuizing. In mei van dit jaar zijn de zorgen in een gesprek tussen de voorzitter van Stichting Ohel Abraham en directie veiligheid herhaald.
In dit gesprek is door de gemeente toegelicht dat het in eerste instantie aan de stichting is om beveiligingsmaatregelen te nemen. Ook is toegelicht dat de overheid aanvullende maatregelen kan instellen wanneer sprake is van een hoog risico en/of dreiging.
Zoals bij vraag één en twee is toegelicht wijst de NCTV-locaties aan waar sprake is van een hoog risico en/of dreiging. De dreiging op Joodse organisaties wordt doorlopend door veiligheidspartners gemonitord. Als eerder, nu of in de toekomst aanleiding is om een dreiging te veronderstellen dan zullen gemeente en veiligheidspartners niet afwachten op bijvoorbeeld een verhuizing.
Het huidige dreigingsbeeld geeft geen aanleiding om extra maatregelen te nemen bij de stichting. Naar aanleiding van het gesprek met de stichting over de ervaren veiligheid is als tegemoetkoming nogmaals en extra onderzoek gedaan naar de veiligheidssituatie. In
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/3 13 september 2023 M2308-3087
september 2023 zijn de uitkomsten hiervan (dreigingsinschatting) opgeleverd. Hieruit komt naar voren dat er geen aanleiding is om vanuit de overheid meer maatregelen te nemen dan nu het geval is en/of maatregelen in te stellen zoals bij locaties met een hoog risico. Deze uitkomst is mondeling toegelicht aan de stichting. Hierbij is de voorzitter uitgenodigd voor een gesprek waarbij de deelbare uitkomsten worden toegelicht.
Vraag 5:
In hoeverre bent u voornemens om opnieuw met de stichting Ohel Abraham in gesprek te gaan over de mogelijkheden om in het huidige pand of een vergelijkbaar pand te blijven?
Antwoord:
De stichting kan voor het pand Mauritsstraat 16, als er bij publicatie van het voornemen deze overeenkomst aan te gaan zich geen andere gegadigden met te honoreren bezwaren melden (Didam arrest), een reguliere huurovereenkomst aangaan met de gemeente. Men dient dan de kostendekkende huur van 2400 euro per maand te betalen. De stichting geeft aan dit niet op te kunnen brengen. Daarmee is een langer verblijf op deze locatie niet mogelijk.
De gemeente Rotterdam heeft vervolgens uit coulance beloofd op zoek te gaan naar een vervangende ruimte voor de stichting Ohel Abraham. Deze heeft hiervoor een lijst met wensen opgegeven aan de gemeente Rotterdam. Binnen de portefeuille van de gemeente is gezocht. Daar was geen pand beschikbaar dat enigszins aansloot op de wensen. Daarna is de vraag bij de gemeentelijke beleidsdiensten neergelegd.
De beleidsdiensten Kunst en Cultuur en Parkeerbeheer willen afzien van hun claim op het pand Mauritsstraat 173 en het aan de Joodse Stichting aanbieden. Het pand voldoet aan een (belangrijk) deel van de wensen van de stichting en past binnen het beschikbare budget voor de maandelijkse huursom. Het is echter niet gebruiksklaar en vergt daarvoor investeringen. De wens dat de gevel minimaal drie meter van de straat moet zijn, kan bij dit pand niet worden vervuld.
De stichting Ohel Abraham heeft sinds dit aanbod is gedaan op 27 juni, niet aangegeven of zij tevreden is met de voorgestelde locatie. Het is voor de stichting niet duidelijk welke investering nodig is en of de door stichting gewenste veiligheidsaspecten voldoende kunnen worden gewaarborgd. Zoals bij vraag vier is toegelicht staat het aanbod vanuit directie Veiligheid om op dit laatste punt vrijblijvend mee te kijken.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,
De burgemeester,
V.J.M. Roozen
A. Aboutaleb
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.