2 november 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Sluis

d. notitie met beantwoording vragen

Een raadslid stelde op 2 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Sluis (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • 27.7 Is hier sprake geweest van een commissiesamenstelling waarin diverse geledingen zijn vertegenwoordigd? → Advisering over inschrijvingen heeft intern plaats gevonden, hierbij waren verschillende afdelingen betrokken. 27.8 Welke deskundigheid is betrokken geweest bij de voorbespreking?
  • Tijdens het evenement voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met… → Alleen bij middelgrote (vergunningplichtige) evenementen kan er sprake zijn van onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

27.7 Is hier sprake geweest van een commissiesamenstelling waarin diverse geledingen zijn vertegenwoordigd?

Antwoord van het college

Advisering over inschrijvingen heeft intern plaats gevonden, hierbij waren verschillende afdelingen betrokken. 27.8 Welke deskundigheid is betrokken geweest bij de voorbespreking? Advisering over inschrijvingen heeft intern plaats gevonden, hierbij waren verschillende afdelingen betrokken. 27.9 Is het juist dat de keuze en de besluitvorming hebben plaatsgevonden tijdens een informele vergadering in 2017 waarbij niet alle raadsleden aanwezig hoefden te zijn? Besluitvorming over de verkoop van grond is een bevoegdheid van het college. Ten behoeve van deze besluitvorming heeft het college de gemeenteraad geraadpleegd tijdens een besloten bijeenkomst. 27.10 Is deze besluitvorming via het archief in te zien? Gelet op de vertrouwelijkheid van de overige ingediende plannen is de besluitvorming niet raadpleegbaar. 27.11 Waar kan de Stichting Euregiotuinen voor ons de argumentatie voor de keuze plan 31 regiopark inzien? Gelet op de vertrouwelijkheid van de overige ingediende plannen is de besluitvorming niet raadpleegbaar. 27.12 In 2019 is een communicatiemoment met de omwonenden beloofd. Dit zou in het voorjaar van 2019 plaatsvinden. Waarom is dit moment voor er sprake was van een coronaexcuus er nooit gekomen? Na besluitvorming over de prijsvraag in 2017 is pas in 2021 een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Deze tijdsduur heef meerdere oorzaken. Dit zijn o.a. corona en een beperkte bezetting op het cluster planologie. Een communicatiemoment heeft daarom in 2019 niet plaatsgevonden. Op latere momenten zijn er echter wel diverse communicatiemomenten georganiseerd. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar het communicatieoverzicht herontwikkeling Euregiotuinen. Tijdens contactmomenten met de Stichting Euregiotuinen voor ons en anderen is ons duidelijk geworden dat met name omwonenden in de fase tussen honorering van de prijsvraag en het ter inzage leggen van het voorontwerpbestemmingsplan meer (wederzijdse) communicatie met de gemeente over de planvorming op prijs hadden gesteld. Destijds hebben wij zelf de keuze gemaakt om eerst de plannen concreter uit te laten werken en daarna het gesprek met de omgeving aan te gaan zodat een gerichter gesprek kon plaatsvinden. Wel hebben er in die periode twee gesprekken plaatsgevonden met de Actiegroep Stilte ja, als zijnde afvaardiging van de omgeving welke zorgen had over de plannen. Wij waren in de veronderstelling dat er op dat moment alsnog in de behoefte aan dialoog werd voorzien in dat stadium. Wij vinden het jammer dat de beleving hierover verschillend is en juist daarom zijn alle indieners van de zienswijzen in de gelegenheid gesteld om de zienswijze mondeling toe te lichten en hebben er na de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan drie gesprekken plaatsgevonden met de Stichting Euregiotuinen voor ons (voordien actiegroep Stilte Ja) en met de stadsraad Oostburg. (De beleving van) contactmomenten tijdens het bedoelde moment zelf (tussen honorering prijsvraag en ter inzage leggen voorontwerpbestemmingsplan) kunnen we echter niet meer herstellen. 27.13 Wat voegt dit plan nu toe aan de bestaande voorzieningen en wat is dus voor ons nieuw toegevoegde waarde van het plangebied? Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 6.1. 27.14 Wie bepaalt wat de nieuw toegevoegde waarde is? Verwezen kan worden naar de beantwoording van vraag 27.13. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad van de gemeente Sluis over het al dan niet vaststellen van het bestemmingsplan. Hierbij worden alle (ruimtelijke) belangen afgewogen. 27.15 Hoe wordt zichtbaar dat het park "flexibel meebeweegt op snelle veranderingen in de maatschappij” In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling, niet alle (bouw)mogelijkheden moeten bijvoorbeeld direct ingevuld worden. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn echter niet mogelijk. 32 27.16 Op welke wijze wordt van de omwonenden verwacht dat zij meebewegen in dit flexibele concept? Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 27.15 is duidelijk dat ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan niet mogelijk zijn. 27.17 Wat wordt er verstaan onder 'belevingseconomie'? Belevingseconomie is een economie waarin de beleving van een product of dienst centraal staat. Dit maakt het verschillend van een economie waarin het product of een dienst zelf centraal staat. 27.18 Welke rol speelt de belevingseconomie in het plan? De belevingseconomie heeft invloed op de vorming en groei van het park. De initiatiefnemer wil hierop inspelen door bijvoorbeeld, naast voorzieningen voor spel en natuurbeleving ook in te spelen op bijzondere vormen van verblijfsrecreatie of het aanbod van evenementen hierop af te stemmen.. 27.19 Wie bepaalt dit en wie controleert dit? De verantwoordelijkheid hiervoor licht bij de initiatiefnemer zelf. De initiatiefnemer kan, zolang deze binnen de regels van het bestemmingsplan blijft, de bedrijfsvoering aanpassen of corrigeren waar gewenst. 27.20 Wat verstaat u onder een "organische ontdekkingstocht”? Dit betekent dat de wijze waarop het park zich verder zal vormen en groeien niet 100% vast staat. Er kunnen dingen worden geperfectioneerd, aangescherpt of bijgeslepen afhankelijk van omgevingsinvloeden. De initiatiefnemer wilt dit doen in samenhang met de omgeving, op een ecologisch en economisch verantwoorde wijze. Een groeimodel, samen met anderen. Dat betekent ook dat het park flexibel moet kunnen meebewegen op de snelle veranderingen die in de maatschappij in het algemeen. Er kan op deze manier beter worden ingespeeld op trends en de veranderingen van binnen de belevingseconomie. Dit zal uiteraard gebeuren binnen de vastgestelde kaders van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. . 27.21 Is er voorzien in een regelmatig overleg met omwonenden en andere belanghebbenden over de "organische ontdekkingstocht"? Op welke manier? Het is aan de initiatiefnemer om de bedrijfsvoering verder vorm te geven. Hierbij kan hij derden betrekken, maar dat hoeft niet. De initiatiefnemer heeft bijvoorbeeld met de open dag al blijk gegeven dat hij bereid is om in gesprek te gaan met de omgeving. Tijdens deze dag is ook de mogelijkheid benoemd om een communicatie cyclus te starten over de programmering. 27.22 Welke onderdelen passen niet in het vigerende bestemmingsplan? Hoofdstuk 1.3 ‘Vigerende planologische situatie’ van de toelichting geeft en beeld van de huidige situatie. Momenteel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2de herziening’ van kracht op de locatie. De bestemming ‘Recreatie’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tuinbezichtiging’ zijn hier van toepassing. Het terrein heeft twee bouwvlakken. Een gedeelten van het terrein heeft daarnaast ook de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1a’ en ‘Waarde – Archeologie 2’. In het nieuwe bestemmingsplan blijft de bestemming ‘Recreatie’ gehandhaafd. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tuinbezichtiging’ wordt verwijderd. De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1a’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ blijven van toepassing. 33 De functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – tuinbezichtiging’ maakt dat er uitsluitend een terrein voor de bezichtiging van tuinen met bijbehorende voorzieningen voor dienstverlening en beheer is toegestaan. Dit betekent dat alles wat hier buiten valt niet is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. 27.23 Het plan krijgt "zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit". Wie bepaalt dit? Hoe worden de belangen van omwonenden beschermd? Hoe wordt dat zichtbaar voor de omwonenden ? Wie controleert? Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 27.15 is duidelijk dat ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan niet mogelijk zijn. Indien er sprak is van ontwikkelingen die niet passen binnen de kaders van het bestemmingsplan is het aan de gemeente om handhavend op te treden. 27.24 Hier is sprake van een "buitengebied". Hoe kan er dan tegelijkertijd sprake zijn van stedelijkgebied aangezien stedelijkgebied is gekoppeld aan een verhoogde Urbanisatiegraad? De definitie van stedelijk gebied is gebaseerd op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en op de omgevingsverordening van de provincie Zeeland (2018). Uit deze definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Voor het bepalen van de grens van het bestaand stedelijk gebied moet worden gelet op de feitelijke situatie, de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Gekozen is voor een verbale aanduiding van het bestaand stedelijk gebied en geen op de kaart aangegeven begrenzing. Daarmee wordt ruimte geboden aan lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is een voormalige ontwikkellocatie die gelegen is in het overgangsgebied tussen bestaand stedelijk gebied en agrarisch gebied. Voor zover wij kunnen nagaan komt de term urbanisatiegraad niet voor in (de toelichting op) het bestemmingsplan, in die zin is deze vraag niet duidelijk en wordt hierop niet ingegaan. 27.25 Is er sprake van een verhoogde urbanisatiegraad bij het bouwen van tijdelijke vakantieverblijven? Waarop baseert de gemeente een 'verhoogde urbanisatiegraad' op grond van de huidige situatie? De urbanisatiegraad gaat over het aantal mensen dat ergens woont. Recreatie-eenheden horen daar niet bij. 27.26 Waarom wijkt figuur 3 af van de bestaande situatie en waarom hebben niet alle woningen een woonbestemming? Deze afbeelding is een combinatie van verbeeldingen van Ruimtelijkeplannen.nl. Niet alle woningen zijn ingekleurd omdat dat op ruimtelijkeplannen.nl ook niet het geval is. De verbeelding van de beheersverordening ‘Kom Oostburg’ laat op ruimtelijkeplannen.nl geen kaart zien met ingekleurde bestemmingen omdat deze gebaseerd is op een analoog (papieren) bestemmingsplan. Enkel digitale bestemmingsplannen laten op ruimtelijkeplannen.nl een kaart zien met ingekleurde bestemmingen. 27.27 Welke sportieve evenementen worden bedoeld onder wedstrijden? 34 Wedstijden wordt in de toelichting op het bestemmingsplan als volgt toegelicht ‘: Meerdere partijen trachten één of meerdere tegenstanders te overwinnen, of te bewijzen dat zij beter zijn in een discipline dan de andere partij of partijen. Er zijn ter zake deskundigen in de vorm van een jury of scheidsrechters, die het verloop van de wedstrijd toetsen aan tevoren opgestelde regels’. In artikel 3.4.2 onder f is bepaald dat dagrecreatie in de vorm van gemotoriseerde sport uitdrukkelijk is uitgesloten. 27.28 Worden bij muzikale evenementen, rock, hardcore, house trance en hardsţyle Uitgesloten? Er worden geen muziekgenres uitgesloten. Voor de volledigheid wordt verwezen naar onze overweging ten aanzien van geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. In het licht hiervan kan het volgende aangevuld worden. Het is zo dat de genoemde muziekgenres niet passen bij de opzet van het park. En de genoemde muziekgenres zullen niet gemakkelijk kunnen voldoen aan de voorwaarden voor geluid die wel in het bestemmingsplan zijn opgenomen. 27.29 Het bestemmingsplan biedt 58 voorstellingen a max 500 personen in de maanden mei t/m september. Wat wordt verstaan onder voorstellingen? Op pagina 14 van de toelichting wordt voorstelling nader toegelicht als ‘één artiest of groep treedt op, al dan niet met een voorprogramma’. Volledigheidshalve wordt ook verwezen naar onze overweging met betrekking tot evenementen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 4 van de notitie zienswijzen. 27.30 Het bestemmingsplan praat over horeca 3. Wat garandeert ons dat er hier geen disco, dansevenementen en nachtclub komt? In artikel 3.1 ‘Bestemmingsomschrijving’ in de regels van het bestemmingsplan staat : ‘ ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’: tevens horeca, behorende tot categorie 1a, 1b (met uitzondering van ‘hotel, inclusief appartementen’), 1c, 2a en 2b in de Staat van Horeca-activiteiten’. Bijlage 1 ‘Staat van horeca-activiteiten’ geeft een lijst met de toegestane horeca-activiteiten per categorie. Een discotheek of nachtclub valt onder categorie 3 en is hier niet toegestaan. 27.31 Biedt de gemeente een garantie op geluidsmonitoring? Verwezen wordt naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen over geluid. Wij bieden geen garantie op geluidsmonitoring. Bij klachten wordt er gecontroleerd (geluidsmetingen) door de RUD en indien nodig handhavend opgetreden. 27.32 Welke maatregelen worden genomen om de omgeving/omwonenden te beschermen tegen lawaaioverlast? Wie zorgt voor de monitoring? Verwezen wordt naar onze overwegingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen over geluid. Bij een melding van overlast zal er worden gecontroleerd en indien nodig handhavend optreden volgen. 27.33 Wat wordt verstaan onder dagrecreatie? Wat is de begintijd en wat is de eindtijd? In het bestemmingsplan wordt gesproken van kleinschaligheid. Volgens de normen van een doorsnee vakantie park kunnen er in de 20 "kleinschalige" woningen en de drie groepsverblijven ongeveer 200 mensen verblijven. 35 Dagrecreatie wordt in artikel 1.30 (begripsbepalingen) gedefinieerd als ‘activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme, wellness en educatie, waarbij overnachting en vrijetijdsbesteding in gemotoriseerde sporten uitdrukkelijk is uitgesloten’. Er zijn geen begin- of eindtijden opgenomen in het bestemmingsplan. Voor de bepaling van de omvang van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar onze overweging in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.34 Spreekt men in dat geval nog van kleinschaligheid? Voor de bepaling van de omvang van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar onze overweging in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.35 Waarom zijn er misleidende illustraties bijgevoegd die geen reëel beeldgeven van de werkelijkheid? De afbeeldingen in de toelichting passen volgens ons bij de tekst. 27.36 Aangezien de verblijfsrecreatie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit nemen wij aan dat er alleen verbleven mag worden tijden evenementen. Is dit juist? Dit is niet juist, voor onze overwegingen met betrekking tot de omvang van de verblijfsrecreatie wordt verwezen naar hoofdstuk 5 in de notitie zienswijzen. 27.37 In het concept bestemmingsplan wordt betreffende de woning vermeld dat er in basis gedacht wordt aan de functie bedrijfswoning. Laat dit ruimte voor een andere invulling dan bedrijfswoning? In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. 27.38 Op grond van welke argumenten is deze woning daar noodzakelijk? Ten aanzien van de te realiseren woning wordt het volgende overwogen. Het college heeft op 24 mei 2016 een besluit genomen over de openbare verkoop van de Euregiotuinen en de bijbehorende voorwaarden. Ten aanzien van woningbouw heeft het college op dat moment het volgende overwogen. `Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie. Gelet op de huidige woningmarktsituatie en de regionale woningmarktafspraken is hier geen behoefte aan. Wel kan maximaal 1 (bedrijfs)woning worden toegestaan behorend bij de hoofdfunctie van de nieuwe invulling.` In de publicatie van de prijsvraag is aangegeven dat woningbouwontwikkeling niet wordt toegestaan op deze locatie. De realisatie van 1 (bedrijfs)woning wordt niet gezien als woningbouwontwikkeling en is in lijn met het genomen collegebesluit. In de ontwikkeling Regiopark Oostburg is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Daarom wordt een reguliere woonbestemming toegepast. Dit laatste betekent dat op basis van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte aan deze ene woning moet worden aangetoond. In 2020 is een procesplan tussen de provincie en de gemeente overeengekomen, het Plan van Aanpak Plancapaciteit. Doel daarvan is om niet langer op aantallen maar meer op woonkwaliteit te sturen. In deze geldt het vereiste dat de woning gerealiseerd moet worden als nultredenwoning en daarmee in basis aan de gewenste woonkwaliteit voldoet. Voor de toevoeging van één woning volgt de verantwoording uit de resultaten van de acties die gemeente en provincie samen uitvoeren in het kader van voornoemd Plan van Aanpak. 36 27.39 Wordt er een meerwaardeclausule opgenomen voor dit bouwperceel? Het ingediende plan in combinatie met het bod is als beste beoordeeld, het bod was daarmee de aankoopprijs. Om die reden wordt geen meerwaardeclausule opgenomen, het bestemmingsplan komt immers qua mogelijkheden overeen met het ingediende plan. 27.40 Op grond van welke argumenten wordt er gekozen voor drie groepsverblijven? Uit de inzendingen op de prijsvraag is op basis van de vooraf gestelde criteria gekozen voor dit plan. De groepsverblijven maken onderdeel uit van het plan. 27.41 Landelijke gegevens tonen aan dat de APV's niet voldoende bescherming bieden tegen geluidsoverlast. Hoe gaat de gemeente dit hier aanpakken? Het geluidsaspect is meegenomen in de bestemmingsregeling. Deze is op basis van de ingediende zienswijzen verder aangescherpt. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.42 Worden er i.v.m. de jaarbrede invulling aangepaste APV's gemaakt? De ruimtelijke aspecten van het plan zijn meegenomen in de bestemmingsregeling. Naar aanleiding van voorliggend plan zal de APV niet aangepast worden. 27.43 8m hoge lichtmasten die bij nacht blijven branden, geven een veranderde lichtsituatie voor de omwonenden. Is er onderzoek gedaan naar het effect hiervan? Artikel 3.2.4 van de regels geeft aan dat de bouwhoogte van licht- en overige masten bedraagt maximaal 5 meter. Er is een afwijking van de bouwregels mogelijk. Hiervoor zijn de volgende extra voorwaarden gesteld: a. Er vindt geen lichtuitstraling naar de bovenkant plaats; b. De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 8 meter; c. Aangetoond is dat hogere lichtmasten noodzakelijk zijn en aangegeven is in welke periode; d. De effecten op de omgeving zijn beoordeeld. e. De armaturen worden voorzien van vleermuisvriendelijke verlichting. De bovenstaande voorwaarden geven aan dat de effecten op de omgeving beoordeeld moet worden voordat een lichtmast van meer dan 5m is toegestaan. 27.44 Hoe denkt de gemeente de vele vaak onder invloed verkerende bezoekers van een festival in de nachtelijke uurtjes onder controle te houden? Omdat het bestemmingsplan een toetsingskader vormt voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan zijn de genoemde punten niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Dat wil niet zeggen dat we deze punten niet in overweging genomen hebben. Met betrekking tot genoemde punten hebben wij overwogen dat het beeld dat geschetst wordt dat er massaal sprake zal zijn van drank en of drugsgebruik en bijbehorende overlast niet realistisch achten. Dit gelet op de aard en omvang van de gewenste evenementen en de koppeling aan de voorgenomen doelgroepen (voornamelijk gezinnen). Daarnaast zijn onze ervaringen met evenementen in onze gemeente niet overeenkomstig het geschetste beeld dat dit leidt tot (overmatig) drank en of drugsgebruik en overlast. 37 Het vermijden van overlastsituaties (o.a. door alcohol- en drugsgebruik) op het terrein is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de eigenaren of uitbaters van het terrein. Als situaties uit de hand lopen in of buiten het terrein kan handhavend optreden volgen door toezichthouders van de gemeente Sluis en/of politie. De APV (Algemene Plaatselijke Verordening) biedt hier mede een handvat voor. 27.45 Wat wordt er gedaan om bij aanvoer van festivalmateriaal met vrachtwagens de natuur te ontzien? In de Aeriusberekening (stikstofdepositieberekening) zijn deze vervoersbewegingen meegenomen. Voor een toelichting op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de notitie zienswijzen. 27.46 In het bestemmingsplan en de informatie van dhr van Damme en/of Kerkhof zijn verschillende aantallen te vinden betreffende de overnachtingsplaatsen voor kampeerders? Welke van de drie is de juiste? Voor een toelichting op het juiste aantal overnachtingsplaatsen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. Zie ook het antwoord op vraag 27.47. 27.47 Is het getal voor kampeerders een harde grens of is dit getal oprekbaar? De aantallen die genoemd zijn in de regels van het bestemmingsplan zijn bindend. De initiatiefnemer moet zich dus houden aan de grens die is gesteld in de regels van het bestemmingsplan. 27.48 Wat is het minimale aantal personen om een groep te vormen? In artikel 1.39 van de begripsbepalingen is groepskamperen als volgt gedefinieerd: het plaatsen en geplaatst houden van kampeermiddelen voor groepen, uitgaande van een vereniging of daarmee te vergelijken organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard. Een groep is op basis van deze definitie niet gekoppeld aan een minimaal aantal personen. 27. 49 Wordt er voorzien in een nooduitgang en -toegang? Er wordt voorzien in een calamiteitenontsluiting. Verwezen wordt naar hoofdstuk 8 en 14 van de notitie zienswijzen. 27.50 Hoe breed en waar gesitueerd? Er wordt voorzien in een calamiteitenontsluiting. Verwezen wordt naar hoofdstuk 8 en 14 van de notitie zienswijzen. 27.51 Als de evenementen jaarvullend zijn, zijn daar dan de gewone APV regels op van toepassing?Zijn dit de APV regels van Sluis 2016? Van toepassing zijn zowel de regels van het bestemmingsplan, het evenementenbeleid van de gemeente Sluis en de APV. De nu geldende APV kunt u raadplegen via de website van de gemeente Sluis: https://www.gemeentesluis.nl/Bestuur_en_Organisatie/Wetten_Regels_Bekendmakingen/Algemeen _Plaatselijke_Verordening_APV 38 Voor de volledigheid verwijzen wij naar onze nadere afweging ten aanzien van evenementen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 4 van de notitie zienswijzen. 27.52 Is de gemeente bereid om afte wijken van de APVregels wat betreft geluidsmaximalisering en sluitingstijd? Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 en 9 van de notitie zienswijzen inzake evenementen en geluid waarin aanpassingen van het bestemmingsplan worden voorgesteld naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. De regels uit de APV zijn ook van toepassing. 27.53 Wat zijn de mogelijkheden van de omwonenden als de gemeente afwijkt van de gemaakte afspraken wat betreft geluidsoverlast of er niet gehandhaafd wordt? Bij overlast kan er een verzoek tot handhaving worden ingediend. In geval van geluidsoverlast voert de RUD de controles uit, in andere situaties de gemeente of eventueel de politie. Bij meldingen van overlast vinden altijd controles plaats en indien nodig volgt handhavend optreden. 27.54 De benadering "authenticiteit als basis voor de geloofwaardigheid". U bedoelt? U verwijst hierbij naar paragraaf 2.3 van de toelichting op het bestemmingsplan. In de toelichting wordt gesproken over een nieuwe benadering van de ontwikkeling van het toeristisch recreatief product. Dit wordt nader uitgewerkt in een drietal punten. Eén van deze punten is een benadering waarbij authenticiteit de basis vormt voor de geloofwaardigheid van de beleving. Authenticiteit staat voor eigenheid, het echt en origineel zijn, hiermee is het plangebied in de huidige staat bedoeld. 27.55 Wat moeten omwonenden verstaan onder flexibele concepten? In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling of flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. 27.56 Wie bepaalt de grens van deze flexibiliteit? Hoe worden omwonenden beschermd tegen Deze flexibele concepten? Is hier overleg voor gepland? In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het plan toegelicht. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksregels vastgelegd. Hiermee zijn de mogelijkheden voor het plangebied duidelijk vastgelegd (rechtszekerheid voor initiatiefnemer en omwonenden). Binnen die mogelijkheden kan er sprake zijn van organische ontwikkeling of flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Ontwikkelingen buiten het kader van het bestemmingsplan zijn niet mogelijk. De initiatiefnemer moet zich houden aan de regels van het bestemmingsplan. De flexibiliteit zal binnen deze kaders moeten passen. Als de bedrijfsvoering past binnen de geldende wet- en regelgeving mengt de gemeente zich hierin niet, van gemeentewege is hierover dus geen overleg gepland. 27.57 Het volgen van trendgevoelige concepten kent ongekend risico's o.a. voor de omwonenden. In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden? Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vragen 27.55 en 27.56. 39 27.58 "organische ontwikkelingen, circulaire principes en co-creatie”. Waaraan herkennen wij deze? Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vragen 27.55 en 27.56. 27.59 Is er onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van deze plannen? Voor beantwoording verwijzen we u naar hoofdstuk 6 van de toelichting van het bestemmingsplan. Tevens kan verwezen worden naar onze overwegingen in hoofdstuk 11 van de notitie zienswijzen over behoefte naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. 27.60 Op welke wijze en kunt u de resultaten van dit onderzoek overleggen? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.59. 27.61 Wanneer en bij welke doelgroep is dit onderzoek gedaan? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.59. 27.62 Bij hoeveel bezoekers is er een break-even punt? Deze vraag is niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. Het raakt aan de bedrijfsvoering, daarom wordt hierop niet ingegaan. 27.63 Zijn er alternatieve locaties voor dit plan in overweging genomen en op grond waarvan zijn deze het niet geworden? Nee, het plan is ingediend naar aanleiding van de door de gemeente uitgeschreven prijsvraag voor deze locatie. 27.64 Wat van de geplande evenementen kan niet in Groede Podium of op het Veerplein (waar minder woonlocaties omheen liggen) en waarom worden deze niet daar gepland? Voorliggend plan is ingediend naar aanleiding van de door de gemeente uitgeschreven prijsvraag voor deze locatie. De in de vraag aangehaalde locaties vormen noch in het kader van de prijsvraag, noch in het kader van de bestemmingsplanprocedure punt van afweging. 27.65 Randvoorwaarde is een positieve exploitatie in elke fase. Financieel positief? Wat gebeurt er als er geen positieve exploitatie is? Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken over kosten worden vastgelegd. Eén van deze afspraken bevat het afwentelen van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemer. De anterieure overeenkomst moet zijn ondertekend voordat het bestemmingsplan wordt uitgevoerd in het licht van economische uitvoerbaarheid van het plan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. In de toelichting op het bestemmingsplan is door de initiatiefnemer aangegeven dat het de bedoeling is om het plan gefaseerd uit te werken waarbij per fase een positieve (financiële) exploitatie nagestreefd wordt. 40 27.66 Welke clausule bouwt de gemeente in in geval van mislukken van plan regio om grondspeculatie te voorkomen? In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanpassingen van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Zie ook de beantwoording van vraag 27.67. 27.67 Op welke wijze kunnen de regels en voorwaarden dan aangepast worden? Indien de initiatiefnemer de grond verkoopt dient de koper zich ook te houden aan de regels van het bestemmingsplan. Er kan altijd een principeverzoek worden ingediend voor een bestemmingsplanwijziging. In geval medewerking aan een nieuwe invulling van een locatie overwogen wordt worden deze plannen ook weer ter inzage gelegd zoals nu het geval is. Dit geldt voor alle locaties/plannen binnen de gemeente. 27.68 Is de uitbater verplicht de activiteiten van het afgelopen seizoen en de plannen voor het komende seizoen te evalueren? Als het marktconcept trendvolgend is, zijn de evaluaties dan nog van belang? De initiatiefnemer heeft toegezegd in een jaarlijkse cyclus de activiteiten in het plangebied te evalueren met omwonenden. De uitkomsten van de evaluatie vormen input voor de voorbereiding van het nieuwe seizoen. Via de bestemmingsplanprocedure kan de gemeente dit niet verplichten. 27.69 Aan welke andere partners moeten wij hier denken? Deze vraag is onvoldoende duidelijk voor beantwoording. 27.70 Op de nieuwe zoneringskaarten is te zien dat de vijver binnen het bouwvlak valt. Betekent dit dat de langgerekte vijver aan de zuidwestkant zal verdwijnen? Omdat de vijver binnen een bouwvlak valt betekent dit niet dat deze zal verdwijnen. Het is niet de bedoeling om deze vijver te laten verdwijnen, dat zou bovendien niet stroken met de uitkomsten van het natuuronderzoek. 27.71 Is de kleinschalige horeca op het hele terrein mogelijk? Horeca is mogelijk daar waar de functieaanduiding ‘horeca’ van toepassing is (artikel 3.1 onder d), het verkoopvloeroppervlak voor horeca bedraagt maximaal 1.500 m2 (artikel 3.5.2. onder a). Maximaal 10% van het verkoopvloeroppervlak voor horeca mag zich buiten het vlak met de aanduiding ‘horeca’, binnen het bouwvlak bevinden (Artikel 3.5.2 onder b). Horeca kan dus enkel binnen het bouwvlak plaatsvinden. 41 Afbeelding ruimtelijkeplanne.nl met gebied functieaanduiding horeca. 27.72. Hoe wordt de geluidsoverlast van deze horeca geregeld? Voor onze overwegingen ten aanzien van geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.73 Er komt bebouwing voor start-ups. Is deze bebouwing tijdeĩijk? Broedplaatsactiviteiten zijn gericht op het onderzoek naar en het testen van recreatieve concepten, waarin circulariteit een belangrijke rol speelt en/of het onderzoek naar en het testen van streekgebonden producten en diensten voor horeca en recreatie. Het gaat om kantoorachtige en eventueel ambachtelijke activiteiten op het gebied van (creatieve) ontwikkeling. Gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. Gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten mogen uitsluitend in het bouwvlak en ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-broedplaatsactiviteiten’ worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten bedraagt maximaal 300 m². c. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten bedraagt maximaal 5 meter. Deze bebouwing is niet tijdelijk. 27.74 Welke eisen en voorwaarden worden gesteld aan de start-ups en partners? Zie de beantwoording van vraag 27.73 27.75 Wordt er voorzien in sanitair en andere voorzieningen op het camperterrein? Artikel 3.2.2 ‘gebouwen ten behoeven van verblijfsrecreatie’ in de regels geeft aan dat er maximaal één sanitair gebouw mag worden gebouwd ten behoeve van de functie aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-groepskamperen’ . De voorzieningen voor campers zijn beperkt tot infrastructurele voorzieningen als water, elektriciteit en lozen afvalwater. 27.76 "De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen. Er is in de 42 regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren.” Navraag bij bestaande campings leert ons dat deze mogelijkheid er wel degelijk is maar dat de gemeente daar geen toestemming voor geeft. Waarom krijgt firma van Damme wel toestemming om groepen op te vangen en bestaande campings niet? Op grond van de van toepassing zijnde bestemmingsplannen kunnen groepen in principe wel verblijven op verblijfsrecreatieterreinen. In de toelichting op het bestemmingsplan is bedoeld dat op verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Binnen dit plan komen deze samen omdat ingezet wordt op bijvoorbeeld natuuractiviteiten en evenementen. 27.77 Er is sprake van groeiend campertoerisme en daarom zijn er hier 7 camperplaatsen voorzien. Navraag leert ons weer dat er op de bestaande campings voldoende ruimte is voor campers, dat zij onderling contact hebben als er een enkele keer niet meteen aan de vraag voldaan kan worden zodat er alsnog plek gevonden wordt. Waarom wil dit plan de concurrentie aangaan met bestaande campings en hun voorzieningen uithollen? Met het plan is beoogd een nieuw recreatief product in het achterland te bieden, het is niet bedoeld om bestaande voorzieningen uit te hollen. 27.78 Moet er geen aparte vergunning worden aangevraagd voor het aanleggen van een camping? De beoogde verblijfsrecreatie kan mogelijk worden gemaakt doormiddel van een bestemmingsplanprocedure. Dit is het soort procedure dat nu doorlopen wordt met het bestemmingsplan Regiopark Oostburg. Met het vervallen van de Wet op de openluchtrecreatie (2008) is de benodigde vergunning op grond van deze Wet voor verblijfsrecreatieterreinen komen te vervallen. Uiteraard kunnen andere vergunningen/ meldingen (o.a. brandveilig gebruik, bouwen) wel aan de orde zijn. 27.79 Als menging met reguliere gasten als belastend wordt ervaren waarom zou de omgeving dit dan niet als belastend ervaren? In de toelichting op het bestemmingsplan is bedoeld dat op verblijfsrecreatieterreinen de combinatie van reguliere verblijfsgasten niet goed samengaat met groepskamperen met name omdat beiden verschillende inzet vragen op aan te bieden activiteiten. Niet bedoeld is dat deze overlast veroorzaken voor reguliere gasten. 27.80 Hoe wordt het verblijf van grote groepen op de gronden in het zuidwesten vorm gegeven? Kamperen is hier toegestaan? Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is de regeling ten aanzien van groepskamperen aangepast. Voor onze overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.81 Welke kampeermiddelen zijn hier toegestaan? 43 Kampeermiddelen is onder artikel 1.44 van de regels gedefinieerd als: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf. 27.82 Is het juist dat de kampeerders zijn op te delen in 2 groepen: Groepskampeerders van max. 100/150/300 personen en kamperen door evenementbezoekers. Dit is niet juist. In artikel 3.5.3 onder e van de regels van het bestemmingsplan is aangegeven dat ‘ Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie -groepskamperen’ zijn in de periode van 15 maart tot en met 15 november maximaal 50 plaatsen voor groepskamperen toegestaan, waar maximaal 200 personen gelijktijdig in kampeermiddelen mogen overnachten.’ Voor de volledigheid wordt er op gewezen dat naar aanleiding van de ingediende zienswijzen de regeling ten aanzien van groepskamperen is aangepast. Verwezen wordt naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.83 Kunnen festivalbezoekers wel gebruik maken van de kampeerfaciliteiten? Voor een toelichting op de mogelijke combinatie tussen groepskamperen en evenementen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. De mogelijkheid tot groepskamperen is niet bedoeld voor de overnachting van bezoekers aan een festival als dat op zich zelf staand wordt georganiseerd. 27.84 Is er sprake van 300 kampeermiddelen? Nee, zie beantwoording vraag 27.81. 27.85 Hoeveel personen mogen tijdens evenementen er overnachten? Voor een toelichting op de mogelijke combinatie tussen groepskamperen en evenementen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. De mogelijkheid tot groepskamperen is niet bedoeld voor de overnachting van bezoekers aan een festival. 27.86 Welke brandveilige voorzieningen worden daarbij gehanteerd? Zie beantwoording vraag 27.85. Dit is dus niet aan de orde. 27.87 Waarom mag de hoogte van het sanitairgebouw tot 8 m zijn? Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt voorgesteld om het bestemmingsplan op dit punt te wijzigen. Voor onze overweging op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.88 Is dit gebouw ook circulair/ klimaat neutraal? Dit betreft planuitwerking en is dus geen onderdeel van het bestemmingsplan. Initiatiefnemer is voornemens om circulair bouwen toe te passen. 27.89 Waarin verschilt dit terrein dan van een gewone camping? De locatie van de "kleinschalige bijzondere vormen van verblijf’ kan veranderen. 44 Het plan voorziet in dagrecreatieve activiteiten in de vorm van horeca, evenementen, wandelen, sport- en spel. Daarnaast worden er broedplaatsen gerealiseerd. Hiermee geeft het plan veel meer nadruk aan verblijfsrecreatie en ontwikkeling van het recreatieve product dan op verblijfsrecreatieterreinen het geval is. 27.90 Betekent dit dat deze voorzieningen, die gemiddeld 70 m2 groot zijn, geen water, stroom en afvoer hebben? De verblijfsrecreatieve voorzieningen krijgen de gebruikelijke voorzieningen zoals water en elektriciteit. 27.91 Verblijfsrecreatie is uitgesloten in een strook van 10 meter breed t.o.v. de dichtstbijzijnde woningen. Wat is de argumentatie voor 10 meter? Draagt lawaai niet verder dan 10 meter? Er is een afstand van minimaal 30 meter tussen de functie verblijfsrecreatie en de dichtstbijzijnde woningen aangehouden. Dit is aangepast naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties. Voor een uitgebreide motivering van de toegepaste zonering in het ontwerpbestemmingsplan verwijzen wij u naar het inspraakdocument. b_NL.IMRO.1714.bpregiopark-ON01_tb.pdf (ruimtelijkeplannen.nl). 27.92 Daarmee wordt voorkomen dat er conflicten ontstaan tussen de belangen van omwonenden en van de recreanten. Hoe garandeert een strook van 10 meter met beplanting zonder erfafscheiding het vermijden van conflicten? Zie de beantwoording van vraag 27.91. 27.93 Waarom wordt er een situatie gecreëerd op het terrein waarvan je van te voren al weet dat er conflicten kunnen ontstaan? Wij hebben een zorgvuldige (ruimtelijke) belangenafweging gemaakt en gaan er niet van uit dat er conflicten zullen ontstaan. 27.94 Welke mogelijke andere voorzieningen worden getroffen om lawaai te dempen? Voor onze overwegingen met betrekking tot geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.95 Waar ligt hier de verantwoording van de gemeente? De verantwoordelijkheid van de gemeente is op dit moment om een zorgvuldige (ruimtelijke) belangenafweging te maken. Als er klachten zijn op het moment dat het plan in uitvoering is gebracht zal er controle en/of handhaving plaatsvinden. 27.96 Komt daarvoor een vast aanspreekpunt bij de gemeente ook buiten de reguliere kantooruren? Indien er overlast wordt ervaren van de activiteiten op het terrein zullen de klachten/ meldingen hier over op de zelfde manier worden behandelt als alle andere meldingen en/of klachten van andere activiteiten in de gemeente. Meer informatie kunt u raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Melding openbare ruimte (MOR) - Website gemeente Sluis 27.97 Waarom is er geen uitwerkingsplan t.a.v. de gebouwen in het concept 45 bestemmingsplan? Dit is niet iets wat in een bestemmingsplan wordt vastgelegd. Het bestemmingsplan geeft alleen de richtlijnen en regels (inclusief toegestane maatvoering) waarbinnen de initiatiefnemer het terrein kan ontwikkelen. 27.98 Is er bij dit bij dit bestemmingsplan sprake van een uitwerkingsplicht, een wijzigingsbevoegdheid of een binnenplanse afwijking? Er is geen sprake van een uitwerkingsplicht. Het bestemmingsplan kent diverse afwijkingsregels. In artikel 3.3. afwijken van de bouwregels, in artikel 5.3.1. afwijken archeologie, in artikel 10 algemene afwijkingsregels. Het bestemmingsplan kent tevens diverse wijzigingsregels. In artikel 5.6 en 6.5 wijzigingsbevoegdheid archeologie en in artikel 11 algemene wijzigingsregels. Daarnaast zijn er diverse voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. 27.99 Tevens vragen wij een overzicht van de verharding die naar deze gebouwen en het kampeerterrein leiden. Dit betreft nadere uitwerking van het plan die op dit moment nog niet gereed is. Het gevraagde overzicht is niet nodig voor de bestemmingsplanprocedure en kan niet aangeleverd worden. 27.100. "In de ontwikkeling is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. Wat is flexibel gebruik? Het gebruik van de woning als bedrijfswoning, in die zin dat hier iemand gaat wonen die betrokken is bij de bedrijfsvoering is mogelijk. Het gebruik van de woning zonder dat er een relatie is met de activiteiten binnen het plangebied is ook mogelijk. 27.101 Volgens de definities van de gemeente hoort ook de overzijde van de Nieuwstraat bij het stedelijk gebied. Betekent dit ook dat de bewoners van deze panden bouwvergunningen kunnen krijgen en hun bouwkavels kunnen opsplitsen? Beleidsmatig is het noch in de kernen, noch in het buitengebied mogelijk om – tenzij bestemmingsplanmatig reeds toegestaan – woningbouwkavels op te splitsen ten behoeve van de realisatie van meer woningen. 27.102 Voorziet het plan om tijdens de evenementen te corrigeren op geluid en verkeersdrukte? Hoe is dit vormgegeven? Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 (evenementen) en hoofdstuk 9 (geluid) van de notitie zienswijzen. Naar aanleiding van de ingediend zienswijzen wordt op beide punten nadere maatregelen voorgesteld. 27.103 Waarom is er ook een podium gepland nabij de omringende bewoning aan de Dierkensteenweg, de Grotendam en de Bakkersstraat? De beoogde podiumlocaties zijn verduidelijkt in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.104 De milieucategorie van festivals is nader te bepalen. Wie bepaalt dit? Wanneer is dit duidelijk? 46 Een milieucategorie geeft een indeling van de belasting die een (bedrijfs)activiteit kan leggen op het milieu. De indeling is ontworpen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), tevens is door de VNG een handreiking opgesteld die snel inzichtelijk maakt welke milieuaspecten van belang zijn en in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld zou kunnen worden. Er is per bedrijf in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende (grootste) afstand ten opzichte van gevoelige objecten zoals woningen van derden. Een eventuele indeling van een evenement in een milieucategorie is mede afhankelijk van de aard van het evenement, bijvoorbeeld kleinschalig of middelgroot. Voor onze afweging en nadere afbakening van evenementen verwijzen wij naar hoofdstuk 4(evenementen) en hoofdstuk 9 (geluid) van de notitie zienswijzen. Hierin is geen indeling in milieucategorie openomen, maar wel nadere voorwaarden gesteld ten aanzien van diverse milieuaspecten. 27.105 Wat valt er allemaal onder "12 incidentele bedrijfssituaties"? Dit verwijst naar artikel 2.21 lid 1 onder b van het Activiteitenbesluit. Hierbij wordt tevens verwezen naar onze overwegingen met betrekking tot geluid in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.106 Welke maatregelen worden er genomen tegen de overlast van de incidentele Bedrijfssituaties? Wij gaan er niet op voorhand van uit dat er sprake zal zijn van overlast. Indien er overlast wordt ervaren kan er een verzoek worden ingediend voor handhaving. 27.107 Wat is de visie op de balans van duurzaam en concurrerend enerzijds en klimaatbestendigheid anderzijds? Hoe wordt dit zichtbaar? Zie beantwoording vraag 27.88. 27.108 "Economische haalbaarheid, aantoonbaar uitvoerbaar." Hoe wordt dit aangetoond? Voor beantwoording wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de toelichting van het bestemmingsplan. 27.109 Welke bijdrage wordt geleverd aan de werkgelegenheid voor Zeeuws-Vlamingen? Dit betreft planuitwerking en bedrijfsvoering, deze punten zijn niet relevant voor de bestemmingsplanprocedure. In dit stadium kan bovendien nog geen antwoord op deze vraag gegeven worden. 27.110 Om hoeveel personen zal het gaan? Zie beantwoording vraag 27.109 27.111 Hoe fluctueert dit met de seizoenen? Zie beantwoording vraag 27.109 27.112 Welke voorzieningen worden behouden met dit plan? Het plan beoogt een nieuwe invulling met activiteiten van het plangebied, daarmee worden de destijds binnen het plangebied gerealiseerde voorzieningen (hoofdgebouw plus groenstructuur) behouden. 47 27.113. Op welke wijze is er onderzoek gedaan naar de start-up behoefte? Wie doen hieraan mee? Verwezen word naar hoofdstuk 11 van de notitie zienswijzen die een nadere onderbouwing geeft van de behoefte. Op dit moment staat nog niet vast wie van deze mogelijkheid gebruik zal maken, dat hoeft ook nog niet omdat het uitvoering/ bedrijfsvoering betreft. 27. 114. art3.19. Op welke manieren wordt in het plan voorzien dat de natuurlijke rust in het Groote Gat niet wordt verstoord? Artikel 2.27 van de omgevingsverordening Zeeland stelt 7 “In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt.” Het natuurgebied Groote Gat ligt op 95 meter van de punt van het plangebied. Door toepassing van zonering blijft een strook van ruim 15 meter aan de oostrand gevrijwaard van verblijfsrecreatie en dagrecreatie, anders dan de bestaande mogelijkheden zoals wandelen. Aan de afstand uit de omgevingsverordening Zeeland wordt voldaan. In geluidsonderzoek is getoetst op de dichtstbijzijnde grens van natuurgebied het Groote Gat. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van verstoring van de natuurlijke rust in natuurgebied het Groote Gat. 27.115. Waarom wordt met het NIET verstoren van de rust in het Groote Gat gebruik gemaakt van een indicatieve tabel die niet correct is? (fig.19) Ons inziens is figuur 19 correct bij de gegeven tekst. Ter indicatie is in figuur 19 weergegeven welke bronvermogens bij welke type muziek van toepassing zijn en hoe ver het geluid draagt. 27.116 Bij verwijzing naar het visiedocument Krachtig Verbonden wordt het thema burgerparticipatie niet als relevant genoemd. Dit betekent dat burgerparticipatie voor de gemeente ook niet relevant is? Waarom wordt er in Krachtig verbonden dan wel een heel hoofdstuk aan gewijd? Niet duidelijk is waar de aangehaalde tekst terug te vinden is. Wel kunnen we het volgende toelichten. Na afronding van het traject van de prijsvraag (zoals uitgelegd bij vraag 20.1) is een voorontwerpbestemmingsplan tot stand gekomen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 28 januari 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn werd iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een inspraakreactie in te dienen. Inspraak is een vorm van burgerparticipatie, die bij dit project is toegepast op basis van de door de raad vastgestelde inspraakverordening (in werking getreden op 22 augustus 2008) en waaraan conform de huidige wetgeving uitwerking aan is gegeven. Zoals in het visiedocument ‘Krachtig Verbonden 2021- 2025’ is aangegeven wordt burgerparticipatie wettelijk verplicht bij de invoering van de Omgevingswet. Hoe deze verplichting in de toekomst onder de Omgevingswet tot uitvoering zal worden gebracht is in deze procedure echter niet relevant, aangezien wij ons moeten baseren op de huidige geldende wet- en regelgeving. 27.117. Bij het thema wonen wordt de wens genoemd om inwoners op voorhand te betrekken bij planvorming met betrekking tot het inrichten van de openbare ruimte. Waarom is dit dan niet gebeurd? 48 Uit uw vraag kan niet worden opgemaakt naar welk onderdeel van het bestemmingsplan u verwijst. Om die reden is deze vraag niet van antwoord voorzien. 27. 118. Waaruit blijkt dat het wegennet tot de Euregiotuinen voorbereid is op de grote verkeersintensiteit? U maakt hier immers een manke vergelijking aangezien de 100.000 bezoekers voor de Euregiotuinen nooit gekomen zijn, het geen doorstromingsverkeer betreft en de verkeersintensiteit aanzienlijk toegenomen is evenals het zware landbouwverkeer. Er worden gegevens gebruikt van 18 jaar geleden. Voor een nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.119. Wat wordt bedoeld met een voorziening die op een breder deel van het toerisme is gericht en die niet uit de exploitatie bekostigd wordt? Om welke voorziening gaat het? Uit uw vraag kan niet worden opgemaakt naar welk stuk in het bestemmingsplan u verwijst. Om die reden is de vraag niet van antwoord voorzien. 27.120 Hoe zit het met de vereveningsbijdrage? Deze wordt wel besproken in het voorontwerp maar niet in het concept De afspraken over de verschuldigde vereveningsbijdragen zijn vastgelegd in de intentieovereenkomst en worden op de gebruikelijke wijze nader uitgewerkt in de anterieure overeenkomst (die ondertekend zal worden voor vaststelling van het bestemmingsplan). 27.121 Waarom zijn de exacte locaties van de start-ups en groepsaccommodaties nog niet bekend? Het bestemmingsplan biedt een kader waarbinnen o.a. broedplaatsen en verblijfsrecreatieve functies gerealiseerd kunnen worden. Hierbij is o.a. op basis van afweging van omliggende functies bepaald waar deze functies in ieder geval niet mogelijk zijn. De definitieve locatiekeuze kan, weliswaar binnen het gegeven kader, nader ingevuld worden door de initiatiefnemer. Het geeft binnen het gegeven kader de mogelijkheid om keuzes nog enigszins bij te stellen. 27.122 Wat moeten wij verstaan onder intensieve dagrecreatie? Hiermee is met name de horeca bedoeld. 27.123 Hoe denkt de gemeente de verkeersstroom naar het park te kunnen regelen via de N253 zonder wegafsluiting vanuit de rotonde bij de watertoren? Indien dit niet wordt opgenomen in een mobiliteitsplan, hoe kan het rapport van dhr van Kerkhoff dan de conclusie trekken dat verkeer en parkeren op afdoende wijze georganiseerd zijn? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.124 Hoe neemt de gemeente Sluis hierin haar verantwoording? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.125 Zijn het intensieve landbouwverkeer in de maandenjuli/augustus en de passerende 49 lijnbussen opgenomen in de berekeningen? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.126 Hoe moeten de lijnbussen van en naar Oostburg als de N61 verstopt zit? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.127 Hoe wordt de piekbelasting wat betreft het verkeer doorberekend? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.128 Hoe wordt de "verkeerspiek" bij start en einde van een evenement geregeld? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Aanvullend kan hieraan toegevoegd worden dat afhankelijk van de aard en omvang van een evenement verkeersregelaars ingezet kunnen worden. 27.129 Waarom vermeldt van Kerkhoff het fietspad alleen als mogelijkheid om het Regiopark veilig per fiets te bereiken? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.130 Wat onderneemt de gemeente Sluis om de veiligheid van het langzame verkeer te waarborgen? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.131 Hoe garandeert de gemeente de veiligheid van late gebruikers bij nachtelijk verlaten van motorvoertuigen? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.132 Het fietspad is vanaf de hoek Dierkensteenweg tot de eerste rotonde volledig onverlicht. Wordt deze situatie aangepast met adequate verlichting? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.133 Het plan maakt een vergelijking met de ooit verwachte 100.000 bezoekers op jaarbasis van de Euregiotuinen. Ook destijds was de verkeerssituatie een groot punt van discussie, ook in combinatie met het langzame verkeer. Een aftakking van de rotonde met parkeergelegenheid op de 50 uiterste zuidpunt werd destijds vanwege financiële overwegingen afgewezen. De 100.000 bezoekers zijn nooit geweest want het park was in 2004 al failliet verklaard. Waarom maakt het plan gebruik van een mankgaande vergelijking? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer voor de beoogde situatie wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.134 Waarom is de gemeente Sluis tijdens de diverse contactmomenten (o.a. 2 gesprekken met mevrouw Poissonnier) nooit inhoudelijk ingegaan op de vragen die door de Stichting 'Euregiotuinen voor ons' over deze kwestie gesteld zijn? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.135 Hoe verantwoordt de gemeente het toestaan en creëren van deze situatie? De rotonde heeft vier afritten: richting Sluis, richting Oostburg-Zuidzande-Schoondijke, richting Nieuwstraat Oostburg en richting ventweg-golfterrein-boerderijcamping. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.136 Hebben de gemeente en van Kerkhof/een verkeersrisicoanalyse gemaakt ten aanzien van het kruisende fietspad en de mogelijke filevorming? Woningen hebben hun erf en dus hun directe uitrit aan de Nieuwstraat. 3 panden hebben hun toegang zelfs recht tegenover de ingang van het park. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.137 Op welk wijze gaat de gemeente deze woningen compenseren ten aanzien van overlast in de vorm van verkeershinder, geluidshinder, luchtvervuiling bij filevorming en stationair draaien / nachtelijke overlast bij vertrekkende bezoekers? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Ten aanzien van geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. Wij gaan er van uit hiermee de belangen voldoende gewogen te hebben zodat in principe van compensatie geen sprake is. 27.138 Wordt de trajectsnelheid aangepast vanaf de rotonde? Nu is de snelheid 80 km op het eerste deel tot het bord bebouwde kom. Plan van Kerkhoff maakt melding van een mobiliteitsplan ten tijde van vergunningplichtige evenementen. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. In artikel 3.5.6. is onder b met een voorwaardelijke verplichting geregeld dat bij vergunningplichtige evenementen moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid. Parkeren buiten het eigen terrein ten behoeve van een middelgroot (vergunningplichtig) evenement is uitsluitend toegestaan, onder de voorwaarde dat: 1. Er een mobiliteitsplan voor het evenement, opgesteld door een deskundige op het gebied van parkeren, bij de aanvraag voor de evenementenvergunning is ingediend, waarin voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel in 51 voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en naar het evenement.

Vraag 2

Tijdens het evenement voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en naar het evenement, beschikbaar zijn. 27.139 Betekent dit dat andere, mogelijke drukke momenten, niet ondersteund gaan worden dooreen eventueel aangepast mobiliteitsplan?

Antwoord van het college

Alleen bij middelgrote (vergunningplichtige) evenementen kan er sprake zijn van onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Op deze situaties ziet de voorwaardelijke verplichting toe zoals toegelicht bij de beantwoording van vraag 27.138. 27.140 De verkeersdichtheid is berekend op de N253, dit is de ringweg. Wat zijn de berekeningen voor de Nieuwstraat in het plan? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. N.a.v. een recente telling van het verkeer hebben wij de volgende vragen: 27.141 Waarom wordt het verkeer geteld in april en niet in de zomermaanden tijdens de zeer drukke vakantieperiode en waarom na de afslag Dierkensteenweg als het sluipverkeer al onttrokken is aan de verkeersstroom? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.142 Waarom is er geen rekening gehouden met de grotere pelotons wielrenners inclusief volgauto die vrnl. in de zomermaanden gebruik maken van de rijbaan van het traject Nieuwstraat vanaf de rotonde tot de afslag Dierkensteenweg en vice versa? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.143 Waarom wordt alleen gesproken over fietsers en worden de andere weggebruikers Niet genoemd en dus niet meegenomen in de beoordeling van de verkeerssituatie? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.144 Waarom wordt de zeer gevaarlijke situatie die ontstaat ter hoogte van de smalle ingang van het regiopark via het fietspad niet meegenomen in de beoordeling van de verkeerssituatie? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.145 Hoe wordt de veiligheid van de verkeersdeelnemers gegarandeerd en wie is daar verantwoordelijk voor? 52 De Brugse Vaart is een doodlopende smalle polderweg die uitkomt uit op de Nieuwstraat. Aan deze weg ligt het funderingsbedrijfFundex. Dit bedrijfwerkt op bouwlocaties met behulp van apparatuur die vervoerd wordt met vrachtwagen en oplegger met een lengte van 25 tot 28 meter met transportbegeleiding. Het uitrijden van deze combinatie naar de Nieuwstraat en vervolgens het nemen van de rotonde N253 is een actie die enige tijd behoeft. Om de bocht Brugsevaart/Nieuwstraat richting rotonde te kunnen nemen wordt achteruit de Dierkensteenweg ingereden om vervolgens de bocht te nemen. Door dit proces is Nieuwstraat enige tijd geblokkeerd met als gevolg dat er zeker in drukke tijden files ontstaan en kunnen de bewoners van zowel de Nieuwstraat als de Brugse Vaart bij noodgevallen geen gebruik maken van de erftoegangsweg. De rotonde moet links genomen worden en daarom moeten de N253 en de Nieuwstraat gestremd worden. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.146. Hoe wordt de filevorming die ontstaat opgelost ? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.148 Waar komt de rijruimte voor hulpdiensten bij calamiteiten ? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.149 In de tekst wordt gesproken van aannames, beoogd groeimodel, het park beweegt in samenwerking met anderen flexibel mee op snelle veranderingen in de maatschappij en het bijzonder met de belevingseconomie. Het is niet bekend wat de toekomst brengt en daarom is toetsen wat de effecten zijn op het gebied van geluid en stikstof niet mogelijk. U doet een poging het aantal bezoekers te schatten op basis van aannames enz enz. Toch wordt de conclusie getrokken dat het verkeer afdoende is georganiseerd, Kunt u dit uitleggen hoe deze conclusie tot stand is gekomen zonder de feiten? Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.150 Wie zijn de "anderen" die flexibel meebewegen (zie citaat tekst bij vraag 149)? Met anderen zijn onder andere gasten, werknemers en mensen die invulling geven aan de broedplaatsen bedoeld. 27.151 Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid/logistiek op het gedeelte Nieuwstraat, Inclusief fietspad buiten de bebouwde kom? In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt een afweging gemaakt op het punt van verkeersveiligheid. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar 53 hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.152 Is het juist dat de Provincie Zeeland en het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland de ambitie hebben om geen vermijdbare ongevallen te laten plaatsvinden ? In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt een afweging gemaakt op het punt van verkeersveiligheid. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. Doelstelling is het realiseren van een verkeersveilige situatie. Doelstelling van genoemde partijen vormen geen afwegingskader voor het bestemmingsplan. 27.153 Welke verantwoordelijkheid hebben bovengenoemde instanties bij de verkeersveiligheid op het gedeelte Nieuwstraat met fietspad buiten de bebouwde kom ? Zie beantwoording vraag 27.152. 27.154 In hoeverre is er ingeschat dat er sluiproutes gaan ontstaan? In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt een afweging gemaakt op het punt van verkeersveiligheid. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.155 Waarom ontbreekt er bij het concept bestemmingsplan een analyse en oordeel van een verkeersconsulent voor de verkeerssituatie rond de Euregiotuinen? In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt een afweging gemaakt op het punt van verkeersveiligheid. Voor onze nadere overweging met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. Hieraan is een door extern deskundigen opgesteld verkeersonderzoek aan ten grondslag gelegd. 27.156 Plan van Kerkhoff toetst zich aan 'toekomstig extensief parkeren'[CROW december 2018). Het plan baseert zich op een 'mix van parkeercijfers’. Links en rechts van de ingang bevinden zich 2 parkeerterreinen van elk ca 140 plaatsen voor in totaal 280 motorvoertuigen. De plannen/activiteiten, festivals en evenementen geven regelmatig piekbelastingen aan van mogelijk 2000 bezoekers. 2 bezoekers per auto betekent 1000 auto's; d.w.z. een parkeertekort van 720 plaatsen. Landelijke statistieken geven aan dat ook al zijn er pendelbussen beschikbaar, 40% van de bezoekers met eigen autovervoer komt Dit levert dus, als men voor 60% gebruik maakt van de pendeldienst, nog steeds een tekort op van minstens 300 parkeerplaatsen. Waar gaat de gemeente, in overleg met de ondernemer, deze locaties realiseren? De parkeerterreinen op eigen terrein bieden ruim voldoende ruimte voor vrijwel alle tijdstippen, met uitzondering van een paar middelgrote evenementen per jaar. Voor die evenementen zal de initiatiefnemer moeten aangeven hoe het parkeren wordt opgelost. Daarvoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 27.157 Wordt er parkeergeld op eigen terrein/op de daarvoor bestemde parkeerterreinen? Het plan moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen. 54 27.158 'Met grote evenementen is afstemming met het bevoegde gezag en de directe omgeving aan de orde. 'Kunt u dit nader toelichten? Grote/ grootschalige evenementen zijn niet toegestaan en dus niet aan de orde. 27.159 Waarom wijkt het plan af van de eigen regels, nl. dat het parkeren op eigen terrein moet worden georganiseerd? De regels zijn dat het plan moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Gemotiveerd is dat hieraan voldaan kan worden op eigen terrein, enkel tijdens middelgrote (vergunningplichtige) evenementen kan er onvoldoende parkeergelegenheid zijn op eigen terrein. Om die reden is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 3.5.6 onder b waarin is bepaald dat parkeren buiten het eigen terrein ten behoeve van een middelgroot (vergunningplichtig) evenement uitsluitend onder voorwaarden is toegestaan. De nadere voorwaarden zijn in het artikel geformuleerd. Op basis hiervan is geborgd dat altijd in voldoende parkeerplaatsen voorzien is. 27.160 Waarom wordt er mbt verkeer parkeerkrapte geen grenswaarde aangegeven voor bezoek. Vol = Vol principe? Als niet aan de voorwaardelijke verplichting voldaan kan worden (zie antwoord vraag 27.159) kan het evenement geen doorgang vinden omdat dan niet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan wordt voldaan. 27.161 Bij grote evenementen zullen de parkeerterreinen in de omgeving gebruikt worden. Welke parkeerterreinen komen hier voor in aanmerking? Met het bestemmingsplan is geborgd dat er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien op daartoe aangewezen plaatsen. Indien parkeren niet op eigen terrein kan plaatsvinden zullen hiertoe locaties aangewezen worden. Dit zijn in ieder geval niet bestaande parkeerterreinen in Oostburg omdat deze bedoeld zijn voor bezoekers van de kern Oostburg en mensen die hier werkzaam zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om beschikbare akkers in de directe omgeving van het terrein. 27.162 Wie gaat bepalen welke parkeerterreinen daarvoor gekozen worden? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.159. De voorwaarden van de voorwaardelijke verplichting luiden als volgt: -Er een mobiliteitsplan voor het evenement, opgesteld door een deskundige op het gebied van parkeren, bij de aanvraag voor de evenementenvergunning is ingediend, waarin voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel in voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en naar het evenement. -Tijdens het evenement voldoende parkeervoorzieningen op een aanvaardbare loopafstand dan wel voldoende parkeervoorzieningen op aangewezen terreinen in combinatie met vervoer van en naar het evenement, beschikbaar zijn. 27.163 Hoe wordt voorkomen dat er gratis geparkeerd wordt op loopafstand bij het voetbalveld, de school, de supermarkten en in het centrum? Zie het antwoord op vraag 27.159 en 27.161. 27.164 Betekent dit ook dat er auto's geparkeerd zullen worden aan de Nieuwstraat, de 55 Boomkreekweg, de Dierkensteenweg en de Grotendam? Met het bestemmingsplan is geborgd dat er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien op daartoe aangewezen plaatsen. Het parkeren in de berm is hierdoor niet nodig. Indien bezoekers dit alsnog doen zal hiertegen handhavend opgetreden worden. 27.165 Wat gaat de gemeente Sluis organiseren om bermparkeren te verhinderen? Met het bestemmingsplan is geborgd dat er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien op daartoe aangewezen plaatsen. Het parkeren in de berm is hierdoor niet nodig. Indien bezoekers dit alsnog doen zal hiertegen handhavend opgetreden worden. 27.166 Wat ontwikkelt de gemeente om parkeren mogelijk te blijven maken voor sporthal- en terreinenbezoek, supermarktbezoek, ziekenhuisbezoeken en parkeren voor de aangrenzende bewoners? Bij de voorgaande vragen is uitgelegd dat het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen. Het is dus niet nodig om gebruik te maken van de parkeerplaatsen bij sporthal, supermarkt, ziekenhuis of bij bewoners voor de deur. 27.167 Bij uitbating van zware horeca categorie 3 is het aantal bezoekers niet te voorspellen maar trekken volgens het bestemmingsplan veel bezoekers. Bij samenloop met andere functies (verhuur enz) is de kansgroot dat er te weinig parkeerplaatsen zijn op het eigen terrein. Waar kunnen de bezoekers dan parkeren? Horeca uit categorie 3 van de Staat van Horeca activiteiten staat het plan niet toe. 27.168 Zal er bij de vergunning plichtige evenementen voor het parkeren uitgeweken worden naar het terrein tussen de Grotendam en het complex Hoogendamme? Dit omdat daar ook de voetgangersuitgang is gesitueerd ? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.162. Locaties staan nu nog niet vast. 27.169 Waarom wordt bij de woning Nieuwstraat 87 niet de verplichte afstand van 30 meter met betrekking tot parkeren gehanteerd ? Op deze specifieke situatie wordt ingegaan in hoofdstuk 10 van de notitie zienswijzen. Hiervoor verwijzen wij u dus naar de notitie zienswijzen. 27.170 Welke maatregelen worden genomen om de geluidsoverlast veroorzaakt door parkeren tot in de nachtelijke uren met de daarbij behorende overlast van licht te voorkomen en waarom ontbreekt de motivatie voor woningen binnen de richtafstand van 30 meter (zie hiervoor de site van Rijkswaterstaat, onderwerp Geluid en Parkeren)?Extra opmerking; iedere woning rond het terrein zalgeregeld voldoen aan de 30 meter richtlijn door berm parkeren en de variabele ligging van de parkeerterreinen. Niet duidelijk is waarom u verwijst naar de website van Rijkswaterstaat. De informatie waar u naar verwijst kunnen wij niet terugvinden. Om die reden kan geen antwoord op deze vraag gegeven worden. 27.171 Bij aanleg van een parkeerterrein is er ecologisch onderzoek nodig. Er zijn beschermde diersoorten aanwezig op het terrein en daarom er moet een beoordeling 56 plaats vinden van mogelijk negatieve effecten en ontheffing van de wet Natuurbescherming. Waarom ontbreekt de rapportage van een ecoloog hierover ?. (ziesite Rijkswaterstaat onderwerp natuur en parkeren) 4.7 Natuur: gebiedsbescherming Er is ecologisch onderzoek uitgevoerd. Voor een nadere toelichting hierop en de voorgestelde maatregelen naar aanleiding van het onderzoek wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.172 Zal in geval van klachten uit Oostburg het geluid richting Draaibrug worden gestraald? In het geval van klachten kan er gecontroleerd worden en kan handhavend optreden volgen. Indien er overlast wordt ervaren van de activiteiten op het terrein zullen de klachten/ meldingen hier over op de zelfde manier worden behandelt als alle andere meldingen en/of klachten van andere activiteiten in de gemeente. Meer informatie kunt u raadplegen via de website van de gemeente Sluis: Melding openbare ruimte (MOR) - Website gemeente Sluis 27.173 Waarom is de geurfactor (als gevolg van foodtrucks en bunkerfestivals) niet meegerekend in het bepalen van de richtafstand? In het bepalen van de richtafstand op basis van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) wordt de geurfactor altijd meegenomen. Foodtrucks en festivals zijn gerelateerd aan evenementen. Het aantal te organiseren evenementen is beperkt. Voor foodtrucks die gerelateerd zijn aan horeca kan gesteld worden dat deze aan dezelfde richtafstanden moet voldoen als horeca. Gelet op de aangewezen locaties voor evenementen wordt hieraan voldaan. Verwezen kan worden naar de beantwoording van vraag 6.1. 27.174 Hoe wordt bij een vergunningplichtige evenement de akoestische situatie vooraf berekend? Wie doet dit en met welk rekenmodel? Voor onze nadere afweging met betrekking tot het aspect geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.175 Figuur 18. Hoe verklaart u het grote verschil tussen de getallen van het bronvermogen en de afstand op 10 meter? Figuur 18 in de toelichting op het bestemmingsplan geeft de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuur Netwerk aan. Deze figuur heeft geen relatie tot uw vraag. Voor ons is niet duidelijk welke figuur in relatie tot de vraag bedoeld is, om die reden kan geen inhoudelijk antwoord op de vraag gegeven worden. Voor onze nadere afweging met betrekking tot het aspect geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.176 Waar vinden wij in de tabellen de getallen van de basgolven? Uit uw vraag kunnen wij niet opmaken naar welke tabellen u verwijst. Om die reden kan geen antwoord op de vraag gegeven worden. Voor onze nadere afweging met betrekking tot het aspect geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.177 Waarom is de blootstellingsduur niet vastgesteld? Uw vraag is onvoldoende duidelijk om hierop antwoord te geven. Voor onze nadere afweging met betrekking tot het aspect geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. Voor 57 onze nadere afweging met betrekking tot evenementen kunnen wij u verwijzen naar hoofdstuk 4 van de notitie zienswijzen. 4.8 soortenbescherming 27.178 Waarom worden de reeën, de boomkikkers, de marters en wezels, de eekhoorns, de havik, de ijsvogel en de buizerd niet genoemd? Er is (twee maal) onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige soorten in het plangebied door een onafhankelijk deskundige. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn maatregelen verwerkt in het bestemmingsplan. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.179 Wat wordt gebruikt als vleermuisvriendelijke verlichting? Vleermuizen zijn gevoelig voor blauw en ultravioletlicht. De vleermuisvriendelijke verlichting gebruikt amberlicht. Voor mensen blijft bijvoorbeeld een verkeerssituatie voldoende zichtbaar. 27.180 Worden de poelen die bedoeld waren voor de voortplantingsbiotoop nog gerealiseerd en zoja, waar? Beschermde amfibieën zijn aangetroffen in de aangelegde vijver binnen het bomenkader, die evenwel als gevolg van de steile oevers niet ideaal is. Met een uitloopplank kan de situatie in de aangelegde vijver verbeteren. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.181 Op welke manier denkt men te verhinderen dat er niet gebaad wordt in de poelen die bestemd voor de voortplantingsbiotoop? In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat de wateren niet gebruikt mogen worden voor recreatiedoeleinden (waaronder zwemmen). Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.182 Gaat men er van uit dat er nog voortgeplant wordt tussen de festivals door? Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn er verschillende maatregelen en bufferzones geïmplementeerd die voldoende bescherming bieden. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.183 Komt er een garantie dat bestaande water niet wordt ingezet voor enige vorm van Recreatie? In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat de wateren niet gebruikt mogen worden voor recreatiedoeleinden (waaronder zwemmen). Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.184 Hoe worden de broedvogelterreinen beschermd tegen geluid? 58 Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.185 In hoeverre zorgt het Regiopark voor het niet verstoren van de broedvogels van de Rode Lijst gedurende de periodefebruari t/m augustus (sommige vogels hebben een dubbele leg)? Zie beantwoording vraag 27.184. 27.186 In de vermelding van het ecologisch bureau ontbreekt de buizerd die al jarenlang broedt in de Euregiotuinen. Vogelbescherming Nederland geeft aan dat de buizerd jaarbreed beschermd moet worden. Hoe wordt dit opgelost? Er is (twee maal) onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige soorten in het plangebied door een onafhankelijk deskundige. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn maatregelen verwerkt in het bestemmingsplan. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.187 Kan de gemeente verduidelijken hoe geluidsproductie en natuurlijke habitat samen kunnen gaan? In de provinciale Omgevingsverordening is in artikel 2.27 het volgende opgenomen: “In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt.” Het natuurgebied Groote Gat ligt op 95 meter van de punt van het plangebied. Omdat een strook van ruim 15 meter aan de oostrand wordt gevrijwaard van verblijfsrecreatie en dagrecreatie, anders dan de bestaande mogelijkheden, worden er geen nieuwe regels gegeven voor gronden binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden. Voor onze afweging binnen het plangebied wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 27.186. 27.188 Wordt de wet natuurbescherming gerespecteerd, welke deskundigen gaan dit begeleiden? Heeft de gemeente Sluis aanvragen ingediend voor begeleiding? Er is (twee maal) onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige soorten in het plangebied door een onafhankelijk deskundige. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn maatregelen verwerkt in het bestemmingsplan. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.189 T.a.v. beschermde soorten moeten er ontheffingen aangevraagd worden. Zijn deze inmiddels in gang gezet? Met de voorgestelde maatregelen hoeft er geen ontheffing aangevraagd te worden. 27.190 Om te weten of er ontheffing in het kader van de wet natuurbescherming nodig is dienen de verblijfsplaatsen vastgesteld te zijn. Het Natuuronderzoek geeft daar geen uitsluitsel over. Waarom niet? 59 Er is (twee maal) onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige soorten in het plangebied door een onafhankelijk deskundige. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn maatregelen verwerkt in het bestemmingsplan. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.191 Hoe is er vastgesteld dat er geen negatieve effecten zijn op de fauna tijdens de bouwwerkzaamheden? Er is (twee maal) onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige soorten in het plangebied door een onafhankelijk deskundige. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn maatregelen verwerkt in het bestemmingsplan. Ten aanzien van bouwwerkzaamheden gaat het dan bijvoorbeeld om een voorwaardelijke verplichting voor bouwactiviteiten in het hoofdgebouw. Daarnaast zijn locaties door middel van zonering uitgesloten van activiteiten. Deze is er op gericht om effecten op beschermde soorten (met name vleermuizen) te voorkomen. Voor onze nadere afweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. Indien er bij de bouwwerkzaamheden, ondanks de uitvoerde onderzoeken, alsnog beschermde floraen fauna wordt aangetroffen waarmee geen rekening is gehouden dient de Wet natuurbescherming gerespecteerd te worden. Op dat moment kan hierover contact gezocht worden met de provincie Zeeland. 4.10 Verkeerslawaai 27.192 Is de geluidsoverlast berekend als een evenement is beëindigd of start en veel auto's en toerbussen in korte tijd over de Nieuwstraat rijden? Met verkeer van en naar de inrichting is rekening gehouden in het akoestisch onderzoek dat bij het ontwerp bestemmingsplan hoort (paragraaf 3.4 van dit onderzoek). Voor onze nadere afweging op het punt van geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen verwijzen wij u naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. 27.193 Waar in de Nieuwstraat hoort het 50 km bord te staan? Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is de verkeerssituatie nader bekeken. Voor onze nadere afweging op dit punt (o.a. de toegestane snelheden) verwijzen wij nu naar hoofdstuk 8 van de notitie zienswijzen. 27.194 Hoe heeft men de conclusie getrokken dat de verkeersintensiteit van de Dierkensteenweg laag is? De Dierkensteenweg heeft geen bijzondere verkeersfuncties en aan de Dierkensteenweg zijn slechts een beperkt aantal panden gesitueerd. 27.195 In het plangebied wordt de nieuw te bouwen woning aangemerkt als geluidgevoelig. Zijn de aanpalende woningen dit niet? Alle woningen van derden ten opzichte van het plan(gebied) zijn aan te merken als geluidgevoelig. 4.12 Externe veiligheid 27.196 Wat wordt bedoeld met de "dóórontwikkeling van het Regiopark"? Welk einddoel heeft men voor ogen? Met de term ‘doorontwikkeling’ is de herontwikkeling van het plangebied bedoeld. 60 H5 Juridische vormgeving 5.2 Algemene regels. 27.197 Is het de bedoeling dat de percelen van eigenaar wisselen? Deze vraagstelling is niet duidelijk. Het volgende kan gesteld worden. De gemeente zal het plangebied verkopen aan de initiatiefnemer, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is.. Het bestemmingsplan regelt geen eigendom, het biedt wel het ruimtelijk kader van wat is toegestaan binnen het plangebied. Dit geldt voor de huidige eigenaar en ook voor een eventueel opvolgende eigenaar. Dit principe is ook op andere percelen van toepassing. 27.198 Wordt er dan nog steeds voldaan aan de wedstrijdvoorwaarden? De gestelde voorwaarden zijn als volgt: • De locatie Euregiotuinen bestaat uit verschillende percelen (T1000, T1489, T1001 en T1412). Het initiatief moet gericht zijn op volledige overname van al deze percelen (geen verhuur, geen opsplitsing van percelen en geen overname van slechts één of enkele percelen). Enige uitzondering hierop kan gevormd worden door een splitsing van T1412 (perceel grenzend aan Oostburg). • Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie (maximaal 1 woning) • Verblijfsrecreatie als hoofdfunctie is niet mogelijk. Verblijfsrecreatie kan echter kleinschalig, onderscheidend en als nevenactiviteit behorend bij een andere hoofdactiviteit worden overwogen. • Het initiatief moet zichzelf financieel kunnen bedruipen. Er zal een marktconforme prijs gehanteerd worden en er zal van gemeentewege geen bijdrage verleend worden aan de exploitatie van het initiatief. • Bedrijfsmatige activiteiten die thuishoren op een bedrijventerrein worden niet toegestaan. • Naburig perceel T1003 (een groenstrook) is eigendom van het Waterschap. Het is aan de initiatiefnemer om over gebruik of overname van deze strook afspraken te maken met het Waterschap. Deze strook vormt vanzelfsprekend geen onderdeel van de onderhandelingen tussen gemeente en initiatiefnemer. En als volgt kan gemotiveerd worden dat hieraan voldaan wordt: • Het plan gaat uit van het gehele plangebied. • Het plan gaat uit van de realisatie van maximaal 1 woning. • In hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen is gemotiveerd dat de te realiseren verblijfsrecreatie ondergeschikt van aard is. • De gemeente verstrekt geen bijdrage aan de exploitatie van het initiatief. • Het plan gaat niet uit van bedrijfsmatige activiteiten die thuishoren op een bedrijventerrein. • Het perceel T1003 is, vooralsnog, eigendom van het Waterschap. 27.199 Welke verantwoording behoudt de gemeente als fase 1 van het plan niet slaagt? De exploitatie is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De gemeente speelt hierin geen rol en heeft hierin dus ook geen verantwoordelijkheid. 27.200 Is er een meerwaardeclausule in de anterieure overeenkomst opgenomen? In de anterieure overeenkomst worden afspraken tussen de gemeente en een initiatiefnemer vastgelegd over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel. Een anterieure overeenkomst 61 is een privaatrechtelijke overeenkomst, waarin de initiatiefnemer zich verplicht tot het betalen van de kosten die door de gemeente gemaakt moeten worden om de grondexploitatie mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de kosten van de aanleg van infrastructuur of aanpassingen van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt in deze overeenkomst vastgelegd dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor eventuele planschade en de uitbetaling hiervan. Planontwikkeling door de initiatiefnemer is voor eigen rekening en risico. Eén van de voorwaarden voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is ondertekening – door beide partijen – van de anterieure overeenkomst. Het ingediende plan in combinatie met het bod is als beste beoordeeld, het bod was daarmee de aankoopprijs. Om die reden wordt geen meerwaardeclausule opgenomen, het bestemmingsplan komt immers qua mogelijkheden overeen met het ingediende plan. 27.201 Is er bij doorverkoop een meerwaardeclausule ingebouwd en hoeveel jaar is deze geldig? Zie beantwoording vraag 27.200. 27.202 Wat behelst de anterieure overeenkomst? Zie beantwoording vraag 27.200 27.203 Blijft de ransuil op zijn nest zitten bij popconcerten of bij luidruchtige groepen in de groepsverblijven? Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek is rekening gehouden met de broedplaats van de ransuil. Het incidentele karakter van de evenementen is hierbij in de overweging meegenomen. 27.204 Is er onderzoek gedaan wat erg gebeurt met de vleermuizen die lekker hangen te slapen in de rij bomen langs de N61 bij 127 DB? Voor onze nadere afweging met betrekking tot geluid naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. Voor de vleermuizen worden specifiek maatregelen getroffen, namelijk het zo veel als mogelijk behouden van de bomen en het voorkomen van verstoring door licht. 27.205 Waarom is er geen berekening in het geluidsonderzoek gemaakt van de weerkaatsing op de grote voorruit van het horeca gebouw? Er zijn haalbare regels gesteld aan geluidsbelasting ten aanzien van gevoelige objecten, zie onze overweging in hoofdstuk 9 van de notitie zienswijzen. Aan deze regels moet altijd voldaan worden. 27.206 "De strook grond tussen de woningen Nieuwstraat 85 en 87 maakt in de toekomst geen deel uit van het park. Op deze locatie tussen de twee bestaande woningen kan een woning gebouwd worden. Hierdoor ontstaat een duidelijkere begrenzing van het park.” Betekent het woord 'kan' dat hiervoor nog geen vastomlijnde plannen zijn? Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om op deze locatie een woning te bouwen. Nog niet vaststaat of en wanneer de woning daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. 27.207 Of betekent het woord 'kan' dat hiervoor nog geen vergunning verleend is? 62 Zolang het bestemmingsplan niet onherroepelijk is, is de beoogde woning planologisch niet mogelijk en kan hiervoor geen Omgevingsvergunning verleend worden. 27.208 Wordt dit perceel doorverkocht en heeft het dus niets te maken met de Regiotuinen? In de toekomst kan het perceel van eigenaar wisselen. Het bestemmingsplan regelt geen eigendom, het biedt wel het ruimtelijk kader van wat is toegestaan binnen het plangebied. Dit geldt voor de huidige eigenaar en ook voor een eventueel opvolgende eigenaar. Dit principe is ook op andere percelen van toepassing. 27.209 Wordt dan nog steeds voldaan aan de wedstrijdvoorwaarden? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.198. 27.210 Kan in de toekomst het hele park doorverkocht en eventueel opgesplitst worden? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.197. 27.211 Wordt in de verkoopovereenkomst een clausule opgenomen om dit soort praktijken te voorkomen? Nee. 27.212 Camping de Wildhof is verdwenen om plaats te maken voor natuurgebied. Gaan we hier natuurgebied inruilen voor een groepscamping met de bijbehorende problemen? Het plan betreft herontwikkeling van een gebied waar eerder dagrecreatieve activiteiten mogelijk waren, het plangebied is niet aangemerkt als natuurgebied. In de herontwikkeling is ruimte voor ondergeschikte verblijfsrecreatie. Camping de Wildhof was een regulier verblijfsrecreatieterrein dat ruimte heeft gemaakt voor (uitbreiding van) het beschermde natuurgebied Zwin en Kievittepolder. Beide ontwikkelingen zijn niet met elkaar te vergelijken. 27.213 Er is 1000 m2 gereserveerd voor pop ups buiten het bouwvlak Waarom? In het ontwerp bestemmingsplan is in artikel 3.5.2 onder e geregeld dat broedplaatsactiviteiten zijn gericht op het onderzoek naar en het testen van recreatieve concepten, waarin circulariteit een belangrijke rol speelt en/of het onderzoek naar en het testen van streekgebonden producten en diensten voor horeca en recreatie. In artikel 3.2.3 is vastgelegd dat gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. Gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten mogen uitsluitend in het bouwvlak en ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-broedplaatsactiviteiten’ worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten bedraagt maximaal 300 m². c. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten bedraagt maximaal 5 meter. 63 De mogelijkheid voor horeca in relatie tot pop ups is geschrapt in het ontwerp bestemmingsplan naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties. Het door u in de vraag genoemde aantal m2 komt in het ontwerpbestemmingsplan niet voor. 27.214 Daarnaast is er nog ruimte voor 2000 m2m2 voor de recreatiewoningen, 150 m2 voor een sanitair gebouw, naast het enorme bouwvlak. En er worden nog steeds geen bomen gekapt? Voor onze nadere overweging op deze punten naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) en hoofdstuk 6 (natuurwaarden) van de notitie zienswijzen. 27.215 Waarom wordt er gebruikgemaakt van verschillende indelingen van de horeca categorieën? Het is gebruikelijk om in een bestemmingsplan gebruik te maken van de Staat van Horecaactiviteiten. Met behulp van deze Staat kan goed geregeld worden welke horeca-activiteiten wel zijn toegestaan en welke niet. 27.216 Bestemmingsregeling voorontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg In artikel 3 van het bestemmingsplan is bepaald dat binnen de bestemming 'Recreatie' verblijfsrecreatie-eenheden en groepsaccommodaties zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' zijn tevens overnachtingsmogelijkheden, uitsluitend in kampeermiddelen en uitsluitend ten behoeve van groepsactiviteiten gedurende maximaal 4 aaneengesloten nachten dan wel ten behoeve van meerdaagse evenementen in of binnen een straal van hemelsbreed 5 kilometer van het plangebied toegestaan. Aan welke groepsactiviteiten binnen een straal van 5 km wordt bij dit punt gerefereerd? Deze vraag ziet toe op de regeling zoals deze in het voorontwerpbestemmingsplan was opgenomen. Deze regeling is naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties aangepast. 27.217 Hoort het tot de mogelijkheden dat binnen deze straal evenementen worden opgestart met vergunningverlening waar de gemeente Sluis in de nabije toekomstpositief tegenover staat? Zie beantwoording vraag 27.216. Op eventuele vergunningaanvragen voor evenementen buiten het plangebied kan niet vooruitgelopen worden. Bovendien hebben deze geen samenhang met voorliggend plan. 27.218 Op pag. 39 van Krachtig verbonden wordt verwezen naar 'nieuwvestiging van verblijfsrecreatie is niet meer toegestaan'. Hoe past de verblijfsrecreatie binnen deze beslissing? Verwezen wordt naar onze overweging op dit punt naar aanleiding van de ingediende zienswijzen in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.219 Kunt u, naar aanleiding van artikel 1 begrippen, specifiek aangeven aan welke criteria een 'groep' moet voldoen? In artikel 1.39 is het begrip groepskamperen als volgt gedefinieerd: het plaatsen en geplaatst houden van kampeermiddelen voor groepen, uitgaande van een vereniging of daarmee te vergelijken 64 organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve, sportieve of wetenschappelijke aard. 27.220 Waarom wordt ergeen melding gemaakt van horeca 3 in Artikel 3 recreatie 3.1 Bestemmingsomschrijving ? Horeca categorie 3 uit de Staat van Horeca-activiteiten wordt hier niet genoemd omdat deze categorie niet is toegestaan. In artikel 3.1.d van de regels is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ is tevens horeca, behorende tot categorie 1a, 1b (met uitzondering van ‘hotel, inclusief appartementen’), 1c, 2a en 2b in de Staat van Horeca-activiteiten toegestaan. 27.221 Waar op deze locatie plaatst de ondernemer het sanitairgebouw van 8m hoog? Verwezen wordt naar onze overweging naar aanleiding van de ingediende zienswijzen met betrekking tot verblijfsrecreatie in hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.222 In het voorontwerp was sprake van een tijdelijke camping. Deze camping wordt nu een permanente camping met vast sanitair? In het ontwerpbestemmingsplan wordt uitgegaan van de mogelijkheid voor groepskamperen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen worden wijzigingen voorgesteld. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.223 Als dit een structurele camping wordt, moet deze camping dan voldoen aan de eisen die normaliter aan een camping gesteld worden? Voor alle vormen van verblijfsrecreatie gelden dezelfde voorwaarden, het gaat bijvoorbeeld om brandveilig gebruik, planologisch mogelijk enzv.. 27.224 Welke campingregels zullen van toepassing zijn voor het groepskamperen? In de regels van het bestemmingsplan is groepskamperen geregeld in de artikelen 3.2.2 en 3.5.3. Deze worden aangepast naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de notitie zienswijzen. 27.225 Wat is de reden dat een ondernemer een camping mag maken van 300 plaatsen en de Ander geen vergunning krijgt voor uitbreiding van meer dan 10 kampeerplaatsen? Voor uitbreiding van reguliere verblijfsrecreatieterreinen en kleinschalig campings bij (voormalige) agrarische bedrijven zijn beleidsmatig uitgangspunten vastgelegd. Aan deze uitgangspunten worden plannen getoetst. Plannen kunnen enkel doorgang vinden als ze voldoen aan de beleidsmatige uitgangspunten. In dit geval hebben we als uitgangspunt gehanteerd dat verblijfsrecreatie mogelijk is, mits ondergeschikt. Het plan voldoet hieraan. Overigens stemt het door u genoemde aantal niet overeen met de mogelijkheden die het ontwerp bestemmingsplan biedt (en de aanpassingen hierop naar aanleiding van de ingediende zienswijzen). 27.226 Waarom is in het conceptbestemmingspĩan geen wettelijk voorgeschreven risicoplan opgenomen ten aanzien van campingbeheer? Bedrijven die medewerkers in dienst hebben zijn verplicht tot het opstellen van een RI&E (risico inventarisatie en evaluatie). Dit is gebaseerd op de Arbeidsomstandighedenwet (ook wel Arbowet 65 genoemd). Regels die voortvloeien uit deze wetgeving worden niet verwerkt in het bestemmingsplan omdat deze betrekking hebben op de bedrijfsvoering en niet ruimtelijk relevant zijn. Bovendien is deze wetgeving sowieso van toepassing. 27.227 Waarom is er een bouwvlak van 30.000 m2 voorzien als voor de omwonenden als tegemoetkoming teruggegaan wordt naar een bebouwing van 4500m2. De omvang van een bouwvlak bepaald niet direct de omvang van de bebouwing op dat bouwvlak (behalve als er wordt aangegeven hoeveel procent van het bouwvlak mag worden bebouwd). In dit geval is er een maximum van bebouwingspercentage van 15% aangegeven. Het bouwvlak overlapt in belangrijke mate de dubbele bomenrij waarbinnen bebouwing (ruimtelijk) goed ingepast kan worden. 27.228 Wordt er in de toekomsteen vakantiepark voorzien? De initiatiefnemer moet zich houden aan regels van het bestemmingsplan. De regels geven geen mogelijkheden tot de realisatie van een verblijfsrecreatieterrein (vakantiepark). 27.229 Voor welkgebouw is een hoogte van 15 meter voorzien bij een oppervlakte van 750 m2? Deze mogelijkheid is opgenomen ten behoeve van (een deel van) de overdekte speelvoorziening voor bijvoorbeeld het realiseren van een klimwand. Ruimtelijk is afgewogen dat dit past binnen de hoogte van de dubbele bomenrijen in/om het bouwvlak, die gehandhaafd blijven. 27.230 Wordt hiermee het reeds bestaande hoofdgebouw bedoeld of betreft dit een nieuw gebouw of uitbreiding? Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 27.229. 3.2.2.C De oppervlakte van één verblijfsrecreatie-eenheid mag maximaal 150 m2 bedragen. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatie-eenheden bedraagt maximaal 5 meter. 27.231 Is bij een verblijfsrecreatie eenheid van 150m2 geen sprake van groepsaccommodatie? Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar onze overwegingen met betrekking tot de beantwoording van de zienswijzen in hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van de notitie zienswijzen. 27.232 Is het dus mogelijk dat er in plaats van 20 recreatiewoningen, 9 groepsverblijven bij komen of mag er slechts 1 woning 150 m2 zijn? Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar onze overwegingen met betrekking tot de beantwoording van de zienswijzen hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van de notitie zienswijzen. 27.233 De oppervlakte van 1 groepsverblijf mag maximaal 300 m2 bedragen. Bij Landal betekent dít een verblijf voor 22 personen. De drie verblijven mogen maximaal 600 m2 beslaan. Bij drie gelijke verblijven zou dit 200 m2 per gebouw betekenen. Bij Landal en Roompot is een gebouw voor 12 personen ongeveer 150 m2. Betekent dit dat er geen groepsgrens is van 12 personen voor de groepsverblijven? In het bestemmingsplan is geen maximaal aantal personen opgenomen per groepsaccommodatie. Voor onze overwegingen met betrekking tot de beantwoording van de zienswijzen in relatie tot groepsaccommodaties verwijzen wij naar hoofdstuk 5 (verblijfsrecreatie) van de notitie zienswijzen. 66 27. 234. Voor hoeveel bezoekers worden deze groepsverblijven gebouwd? Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 27.233. 27.235 Waar wordt de bezettingsgraad op gebaseerd? Van de bezettingsgraad is een inschatting gemaakt die mede gebaseerd is op ervaringscijfers van bestaande verblijfsrecreatieterreinen. 27.236 Wat zijn de voorwaarden voorde pop ups? In het ontwerp bestemmingsplan is in artikel 3.5.2 onder e geregeld dat broedplaatsactiviteiten zijn gericht op het onderzoek naar en het testen van recreatieve concepten, waarin circulariteit een belangrijke rol speelt en/of het onderzoek naar en het testen van streekgebonden producten en diensten voor horeca en recreatie. In artikel 3.2.3 is vastgelegd dat gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. Gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten mogen uitsluitend in het bouwvlak en ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie-broedplaatsactiviteiten’ worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten bedraagt maximaal 300 m². c. De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van broedplaatsactiviteiten bedraagt maximaal 5 meter. De mogelijkheid voor horeca in relatie tot pop ups is geschrapt in het ontwerp bestemmingsplan naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties. Voor de broedplaatsactiviteiten is vast bebouwing voorzien. Van pop ups is in het ontwerpbestemmingsplan geen sprake meer. 27.237 Is het de bedoeling dat deze grote gebouwen het hele zomerseizoen blijven staan? Als u vraag gerelateerd is aan pop ups wordt verwezen naar het antwoord op vraag 27.236. De beoogde bebouwing binnen het bouwvlak is permanent van aard en zal dus, wanneer gerealiseerd, permanent blijven staan. 27.238 Is hier geen bouwvergunning verplicht? Verblijfsrecreatieve eenheden tot 70 m2 kunnen, mits in overeenstemming met het bestemmingsplan, vergunningsvrij worden opgericht. Voor de overige bebouwing is een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist. 27.239 Is overnachting mogelijk in de tijdelijke gebouwen? Bij vraag 27.236 is toegelicht dat de pop ups zijn komen te vervallen. 27.240 Vallen dronefestivals ook hieronder vraagt u verwijzend naar artikel 3.5.2.f 67 In het genoemde artikel is gemotoriseerde sport uitgesloten. Drones zijn uitgerust met motoren, een (sport) wedstrijd met drones is daarom niet toegestaan. 27.241 p.334 "Overnachting tíjdens meerdaagse vergunningplichtige evenementen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de ñmctie-aanduiding "kampeerterrein” tot een maximum van 300 plaatsen.” Dit betekent dat er nooitgekampeerd wordt als er niet 1 van de 5 meerdaagse vergunningplichtige evenementen is? De aangehaalde tekst/ mogelijkheid is geschrapt in het ontwerpbestemmingsplan, dit naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan. 27.242 Mogen wij hier de conclusie trekken dat de woning niet bedoeld is als bedrijfswoning maar als bed and breakfast en mantelzorgwoning? Dit vraagt u naar aanleiding van de specifieke gebruiksregels. Het gebruik van een woning als bed & breakfast en mantelzorgwoning is niet het bedoelde (hoofd) gebruik. Deze gebruiksmogelijkheden worden standaard opgenomen bij (iedere) de bestemming wonen. 27.243 Zal de gemeente vergunning verlenen voor het rooien van bomen? Indienja, wat is de zin van deze regel? Dit vraagt u naar aanleiding van artikel 5.4.1 (activiteit aanleggen). Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt het bestemmingsplan op dit punt gewijzigd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 van de notitie zienswijzen. 27.244 Wie gaat toezien op de handhaving van dit verbod? Er van uitgaande dat u verwijst naar artikel 5.4.1. kan het volgende gesteld worden. Indien de benodigde Omgevingsvergunning is aangevraagd en verleend is er geen sprake van verboden gebruik. Bij constatering van handelen in strijd met het bestemmingsplan zal er eerst gekeken worden of de situatie gelegaliseerd kan worden. Indien dit niet het geval is volgt handhavend optreden. Dit is de gebruikelijke werkwijze. 27.242 5.4.2 Uitzonderingsregel "Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan." Is de gemeente van plan deze vergunning te verlenen voordat het bestemmingsplan goedgekeurd wordt? Deze regel wordt in elk bestemmingsplan opgenomen en ziet dus niet toe op deze specifieke situatie. Het kan zijn dat vergunning is verleend voor het kappen van bomen en dat op een later moment een bestemmingsplan wordt vastgesteld. De regel zegt dat in deze situaties gebruik mag worden gemaakt van de verleende vergunning en deze niet opnieuw moet worden aangevraagd. 27.243 Afwijken van de bouwregels "De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, maatvoeringsaanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 meter bedraagt 68 b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt" Betekent dit dat ieder gebouw (150 m2 voor recreatiewoningen) mag uitgebreid worden met 6 m voor aanbouw van serre, veranda, erker e.d.? Om hoeveel m2 gaat het dan? De bouwgrens is de grens van het bouwvlak. De omvang van de gebouwen mag niet worden overschreden. 27.244 Zijn de verblijven gebaseerd op een fundering? Kan circulair bouwen samengaan met Een fundering? Zijn de verblijven verplaatsbaar? De verblijfsrecreatieve eenheden moeten, ook indien deze vergunningsvrij kunnen worden opgericht, voldoen aan het Bouwbesluit. Dat geldt ook in het geval van circulair bouwen en verplaatsbare verblijven. Uiteraard niet voor tenten en campers. 245. Wat is bedoeling van het overschrijden van bouwgrenzen De regels voor het overschrijden van een bouwgrens worden standaard opgenomen in een bestemmingsplan. Een balkon bijvoorbeeld is een uitstekend bouwdeel waarvoor de bouwgrens, tot bepaalde mate, overschreden mag worden. Bijlagen Bijlage 1 publicatie criteria prijsvraag 69 Bijlage 1 ***uitgebreide advertentie*** Te koop: voormalige terrein Euregiotuinen met opstal Gemeente Sluis is op zoek naar een geschikt initiatief voor het voormalige terrein Euregiotuinen, net buiten de bebouwde kom van Oostburg. Het terrein van 12,96 hectare is oorspronkelijk ingericht voor tuinbezichtigingen, met een entreegebouw ontworpen door architectenbureau Rau & Partners. Sinds 2004 is het terrein met gebouw niet meer in gebruik. Plan indienen Geïnteresseerden kunnen tot 22 september een plan met bod indienen. Wij nodigen u uit om uiterlijk 22 september een aanbod aan de gemeente te doen, bestaande uit een omschrijving van uw plan en een bod. Vervolgens zal uit de ingekomen plannen een selectie worden gemaakt en zal een keuze worden gemaakt voor een voorkeursinitiatief. Hiermee zullen de eerste gesprekken over verkoop en voorwaarden plaatsvinden. Gemeente behoudt zich het recht voor geen enkel aanbod te aanvaarden indien er geen plannen zijn die kwalitatief en financieel voldoende krachtig zijn. Bezichtingsdagen Wilt u dit object bezichtigen? Dat kan op onze bezichtigingsdagen 4 juli van 9u30 tot 11u30 en op 26 juli van 9u30 tot 11u30 Voorwaarden • De locatie Euregiotuinen bestaat uit verschillende percelen (T1000, T1489, T1001 en T1412). Het initiatief moet gericht zijn op volledige overname van al deze percelen (geen verhuur, geen opsplitsing van percelen en geen overname van slechts één of enkele percelen). Enige 70 • • • • • uitzondering hierop kan gevormd worden door een splitsing van T1412 (perceel grenzend aan Oostburg). Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie (maximaal 1 woning) Verblijfsrecreatie als hoofdfunctie is niet mogelijk. Verblijfsrecreatie kan echter kleinschalig, onderscheidend en als nevenactiviteit behorend bij een andere hoofdactiviteit worden overwogen. Het initiatief moet zichzelf financieel kunnen bedruipen. Er zal een marktconforme prijs gehanteerd worden en er zal van gemeentewege geen bijdrage verleend worden aan de exploitatie van het initiatief. Bedrijfsmatige activiteiten die thuishoren op een bedrijventerrein worden niet toegestaan. Naburig perceel T1003 (een groenstrook) is eigendom van het Waterschap. Het is aan de initiatiefnemer om over gebruik of overname van deze strook afspraken te maken met het Waterschap. Deze strook vormt vanzelfsprekend geen onderdeel van de onderhandelingen tussen gemeente en initiatiefnemer. Voor inlichtingen kunt u contact opnemen met Arthur Van Hoeve (0117) 457 184 [email protected] of Carin Simons, (0117) 457 217 - [email protected]. 71

Bekijk de brief: d. notitie met beantwoording vragen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Sluis (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Sluis

Alle artikel 35-vragen in Sluis