Schriftelijke beantwoording raadsvragen IVP 2027-2030
Een raadslid stelde op 24 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe is de samenwerking in de keten wanneer het gaat om risicovolle situaties snel in kaart te brengen en aan te pakken? → Bij huiselijk geweld en ernstige onveiligheid werkt de gemeente niet alleen.
- In hoeverre worden professionals binnen onze gemeente getraind om signalen van intieme terreur en dwingende controle vroegtijdig te herkennen? → Het deskundig en vakbekwaam houden van medewerkers ligt in eerste instantie bij de betreffende vakafdelingen en organisaties zelf.
- Is onze gemeente bekend met de Filomena-aanpak en opvang? → Ja.
- Is onze gemeente bekend met de plegeraanpak? → Ja.
- Is de gemeente bereid naast Orange the World meer aandacht te vragen voor bewustwording bij inwoners? → Orange the World en andere bewustwordingsactiviteiten rond huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen liggen inhoudelijk primair binnen het sociaal domein.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Pagina 1 Schriftelijke beantwoording raadsvragen IVP 2027–2030 CDA – Zorg en veiligheid / femicide
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe is de samenwerking in de keten wanneer het gaat om risicovolle situaties snel in kaart te brengen en aan te pakken?
Antwoord van het college
Bij huiselijk geweld en ernstige onveiligheid werkt de gemeente niet alleen. In Fryslân bestaat een regionale keten rond huiselijk geweld waarin Veilig Thuis, gemeenten, politie en gespecialiseerde zorg- en veiligheidspartners samenwerken. Veilig Thuis beoordeelt meldingen op ernst en urgentie. Bij ernstige of hardnekkige problematiek kan worden opgeschaald naar de multidisciplinaire aanpak MDA++.
Binnen onze eigen organisatie is de verbinding tussen Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en Zorg & Veiligheid structureel ingericht en worden complexe situaties integraal besproken. Daarbij werken we nauw samen met twee procesregisseurs Wmo. Zij onderhouden ook de verbinding met de andere teams binnen het sociaal domein en halen daar de meest ernstige en complexe signalen op waarbij gezamenlijke afstemming of aanvullende inzet nodig is.
Om signalen en casuïstiek laagdrempelig met elkaar te bespreken, organiseren we eens per twee weken een inloop met interne partners. Daarnaast vindt eenmaal per maand een Inloop XL plaats, waarbij ook externe partners, waaronder de GGZ en GGD, aansluiten. Op deze manier kunnen signalen vroegtijdig worden gedeeld, gezamenlijk worden geduid en kan worden bepaald welke partner of welk overleg het meest passend is voor de verdere aanpak.
De gemeentelijke rol ligt vooral bij regie, verbinding, bestuurlijke advisering en, waar aan de orde, de inzet van gemeentelijke of burgemeestersbevoegdheden. Zorg, behandeling en strafrecht blijven de verantwoordelijkheid van de daarvoor toegeruste partners. Bij acute dreiging staat de directe veiligheid voorop en worden politie en/of Veilig Thuis betrokken.
Vraag 2
In hoeverre worden professionals binnen onze gemeente getraind om signalen van intieme terreur en dwingende controle vroegtijdig te herkennen?
Antwoord van het college
Het deskundig en vakbekwaam houden van medewerkers ligt in eerste instantie bij de betreffende vakafdelingen en organisaties zelf. Voor medewerkers binnen het sociaal domein betekent dit dat de sociale teams zelf verantwoordelijk zijn voor de deskundigheidsbevordering die nodig is om hun werkzaamheden goed uit te voeren, waaronder het herkennen van signalen van huiselijk geweld en onveilige relaties.
Vanuit OOV nemen wij die verantwoordelijkheid niet over. Wel kunnen wij, wanneer een veiligheidsthema daar aanleiding toe geeft, trainingen of kennisbijeenkomsten faciliteren of samen met het sociaal domein onderzoeken of aanvullende deskundigheidsbevordering wenselijk is. Dat kan bijvoorbeeld ook gelden voor het herkennen van signalen van intieme terreur en dwingende controle.
Daarnaast zorgen we er binnen projecten en samenwerkingsverbanden waarbij OOV betrokken is voor dat relevante medewerkers en partners worden aangehaakt en waar nodig worden geïnformeerd of geschoold.
Vraag 3
Is onze gemeente bekend met de Filomena-aanpak en opvang?
Antwoord van het college
Ja. Filomena is een gespecialiseerde aanpak uit de regio Rotterdam-Rijnmond voor ernstig huiselijk geweld en kindermishandeling. In Fryslân werken we via de Friese Aanpak Huiselijk Geweld en MDA++ voor ernstige en hardnekkige casuïstiek. Het Rijk onderzoekt welke onderdelen van de Filomena-aanpak breder toepasbaar zijn.
Vraag 4
Is onze gemeente bekend met de plegeraanpak?
Antwoord van het college
Ja. De regionale aanpak van huiselijk geweld richt zich niet alleen op de bescherming van slachtoffers, maar ook op het duurzaam stoppen van geweld. Daarbij zijn in Fryslân ook organisaties betrokken die met plegers werken, waaronder de forensische GGZ en verslavingszorg. De concrete plegerinterventies liggen bij de daarvoor toegeruste zorg- en justitiepartners.
Pagina 2 De gemeente verbindt waar nodig zorg en veiligheid en bewaakt samen met partners dat een veiligheidsplan niet uitsluitend op het slachtoffer rust. Bij ernstige en hardnekkige problematiek kan MDA++ worden ingezet.
Vraag 5
Is de gemeente bereid naast Orange the World meer aandacht te vragen voor bewustwording bij inwoners?
Antwoord van het college
Orange the World en andere bewustwordingsactiviteiten rond huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen liggen inhoudelijk primair binnen het sociaal domein. Binnen de gemeentelijke organisatie is dit onderwerp daar belegd en worden vanuit die verantwoordelijkheid ook bewustwordingsactiviteiten uitgevoerd.
Vanuit OOV ligt de rol vooral bij de verbinding met veiligheid, bestuurlijke vraagstukken en complexe casuïstiek wanneer zorg en veiligheid elkaar raken. OOV neemt de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor dergelijke campagnes niet over. Wanneer veiligheidssignalen aanleiding geven tot aanvullende aandacht, kunnen we dit uiteraard met het sociaal domein bespreken en waar passend ondersteunen of aansluiten.
FNP – Algemene opzet IVP Is de lange aanloop in het IVP nodig? De eerste hoofdstukken gaan vooral over het 'wat', terwijl het 'hoe' pas later zichtbaar wordt.
Dat onderscheid is bewust gemaakt. Voor veiligheid werken we in de basis met twee beleidsniveaus: het IVP en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Het IVP geeft het strategische kader en legt op hoofdlijnen vast welke veiligheidsopgaven voor de komende vier jaar centraal staan. Het is belangrijk om die keuzes toe te lichten, omdat er veel veiligheidsopgaven zijn en niet alles tegelijkertijd kan worden opgepakt.
Vervolgens wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarin werken we uit hoe de strategische veiligheidsopgaven concreet worden aangepakt, met acties, prioriteiten en waar mogelijk planning en monitoring.
Door dit jaarlijks te doen, voorkomen we dat we voor vier jaar maatregelen vastleggen die door nieuwe ontwikkelingen of actualiteit kunnen worden ingehaald.
FNP – 1. Veilige en leefbare woonomgeving A. Welke concrete maatregelen neemt het college tegen te hard rijden in dorpen en woonwijken?
Toezicht, Handhaving en Veiligheid kunnen niet handhavend optreden tegen snelheidsovertredingen. De handhaving op snelheid ligt niet bij de gemeentelijke boa’s. De gemeente kan wel via de vakafdeling Verkeer bijdragen aan de inrichting van de openbare ruimte en vanuit OOV de verbinding leggen met veiligheidsbeleving, toezicht en samenwerking.
In het uitvoeringsprogramma 2027 willen we daarom gezamenlijk prioriteiten bepalen en gerichte verkeersveiligheidsacties uitvoeren met Verkeer, Toezicht & Handhaving, politie en, waar relevant, scholen of andere partners. OOV neemt het verkeersbeleid niet over, maar brengt signalen, veiligheidsbeleving en betrokken partners bij elkaar.
B. Kan de verlichting op de Simmerdyk tussen Burgum en Hurdegaryp worden meegenomen?
Dit is een concreet locatiesignaal dat kan worden doorgezet naar Verkeer en de beheerder van de openbare ruimte.
Het IVP is niet het instrument om voor één specifiek wegvak een verlichtingsmaatregel vast te leggen. Het signaal kan vanuit het perspectief van veiligheidsbeleving wel worden betrokken bij de verkeerskundige en beheerstechnische beoordeling.
C. Fatbikes in dorpscentra zorgen voor overlast. Is dit bekend en wordt er iets mee gedaan?
De genoemde overlast door fatbikes in de dorpscentra is op dit moment niet als structureel probleem bij de gemeente bekend. Wij hebben hierover geen concrete meldingen ontvangen. Zonder meldingen of signalen is het lastig om te bepalen waar, wanneer en in welke vorm sprake is van overlast en welke aanpak passend zou zijn.
Wanneer meldingen of signalen binnenkomen, kunnen deze worden beoordeeld en kan samen met Verkeer, Toezicht & Handhaving en, waar nodig, politie of jeugdpartners worden bekeken welke maatregelen mogelijk en passend zijn. Daarbij geldt dat gemeentelijke boa’s niet bevoegd zijn om op snelheidsovertredingen met fatbikes te handhaven. Zij kunnen vanuit hun eigen bevoegdheden wel optreden tegen andere vormen van overlast en relevante signalen doorgeven.
Pagina 3 D. Waarom wordt zichtbaarheid van Toezicht & Handhaving genoemd? Gaat het om zichtbaarheid of om effectiviteit en doelmatigheid?
De zichtbaarheid van onze boa’s is geen doel op zichzelf. Het gaat vooral om een effectieve, doelmatige en passende inzet op plekken en momenten waar dat nodig is. Meldingen en signalen van inwoners, politie, Toezicht & Handhaving en andere partners zijn daarbij belangrijke informatiebronnen.
Per 1 januari 2026 is het landelijk verplicht voor boa’s om herkenbaar in uniform te zijn. De gemeenten in Fryslân, op één uitzondering na, hebben een vergelijkbaar boa-team en werken op vergelijkbare wijze. De keuze voor herkenbare boa’s in uniform past daarnaast bij de professionalisering van ons boa-team. De afgelopen periode is geïnvesteerd in een herkenbaar en professioneel team, met onder andere dienstkleding, een herkenbare dienstauto, opleiding, duidelijke werkafspraken en een nauwere samenwerking met de politie. Het uitgangspunt is dat boa’s voor inwoners en ondernemers herkenbaar, benaderbaar en aanspreekbaar zijn.
Deze aanspreekbaarheid zien we terug in onze cijfers. Het afgelopen halfjaar is het aantal meldingen vervijfvoudigd en de aanwezigheid van zichtbare handhaving leidt ook tot meer signalen die voorheen niet bij ons terechtkwamen.
Herkenbaarheid kan bovendien preventief werken. Een concreet voorbeeld is de overlast rond de markt. Naar aanleiding van veel meldingen zijn handhaving en politie daar gericht en preventief aanwezig, zowel doordeweeks als in de weekenden. Vanuit bewoners ontvangen we hierover positieve reacties.
Dit betekent niet dat we overal zoveel mogelijk boa’s zichtbaar willen hebben of dat het uitdelen van bekeuringen het uitgangspunt is. We willen juist informatiegestuurd en flexibel inzetten: waar speelt iets, wat is er aan de hand, op welke momenten doet het zich voor en welke inzet is vervolgens passend? Bij zwaardere vormen van overlast kunnen boa’s worden ingezet voor zover dit binnen hun eigen taken en bevoegdheden valt. Bij geweld, grote gevaarzetting, ernstige openbare-ordeverstoringen of strafrechtelijke opsporing ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de politie. Boa’s nemen dus geen politietaken over, maar werken aanvullend aan de politie.
FNP – 2. Zorg en veiligheid Kan het opendeurenbeleid van zorginstellingen worden meegenomen, bijvoorbeeld in relatie tot Berchhiem en een helpersnetwerk?
Het zorginhoudelijke opendeurenbeleid is primair een verantwoordelijkheid van zorginstellingen en het sociaal/zorgdomein. Wanneer dit leidt tot concrete veiligheidsrisico’s, vermissingen, overlast of zorgen in de omgeving, raakt het wel aan Zorg en Veiligheid. In dat geval kunnen gemeente, instelling, zorgpartners en, waar nodig, politie gezamenlijk bekijken wat nodig is.
Een helpersnetwerk kan bijdragen aan sociale samenhang en betrokkenheid, maar vervangt niet de professionele verantwoordelijkheid van een zorginstelling.
FNP – 3. Ondermijning Hoe wordt ondermijning in grote lijnen aangepakt, waar bestaat de overlast uit en hoe wordt de meldingsbereidheid versterkt?
Ondermijning is een brede en lastig af te bakenen veiligheidsopgave waarvan resultaten niet altijd direct zichtbaar zijn. De concrete aanpak wordt jaarlijks uitgewerkt. De kern bestaat uit signaleren, bewustwording, het versterken van de informatiepositie, het inzetten van bestuurlijke instrumenten en het uitvoeren van integrale controles met partners zoals politie, RIEC, Belastingdienst en Omgevingsdienst.
Ondermijning gaat niet alleen over zichtbare overlast. Het kan bijvoorbeeld gaan om drugshandel, misbruik van woningen of bedrijfslocaties, malafide ondernemingen, heling of andere situaties waarin criminele activiteiten gebruikmaken van legale structuren. We kijken daarnaast naar de weerbaarheid van organisaties en clubs en betrekken hierin ook onze eigen gemeentelijke organisatie.
De meldingsbereidheid versterken we door inwoners en ondernemers te informeren over signalen die zij kunnen herkennen en waar zij deze veilig kunnen melden. Daarbij sluiten we aan bij bestaande campagnes, waaronder Meld Misdaad Anoniem.
Pagina 4 FNP – 4. Digitale veiligheid Welke concrete stappen kunnen worden gezet om inwoners beter te beschermen? Hoe bereiken we ouderen en andere digitaal kwetsbare mensen? Hoe cyberweerbaar is de gemeente zelf?
De gemeente kan digitale criminaliteit niet volledig voorkomen, maar kan inwoners wel helpen om weerbaarder te worden. Daarom zetten we in op het herkennen van phishing, WhatsAppfraude, bankhelpdeskfraude en andere vormen van online oplichting, in combinatie met duidelijk handelingsperspectief: wat kunnen inwoners zelf doen en waar kunnen zij terecht?
Voor ouderen en andere digitaal kwetsbare inwoners werken laagdrempelige bijeenkomsten en persoonlijke contacten doorgaans beter dan uitsluitend online communicatie. Daarom willen we ook via welzijnsorganisatie Kearn en bestaande activiteiten het gesprek over digitale veiligheid voeren.
De technische informatiebeveiliging van de gemeentelijke organisatie ligt primair bij I&A/CISO. Vanuit OOV ligt de verbinding met crisisbeheersing en de maatschappelijke gevolgen van een cyberincident. De afgelopen jaren is intern ingezet op cyberbewustwording, oefeningen en training. Cyberweerbaarheid is daarbij geen eindstatus, maar een continu proces.
FNP – 5. CTER en maatschappelijke weerbaarheid A. Hoe volgt het gemeentebestuur polarisatie en maatschappelijke spanningen? Hoe weten we wanneer en waar dit speelt?
Polarisatie en maatschappelijke spanningen zijn niet met één cijfer te volgen. Het beeld ontstaat uit signalen van inwoners, gemeentelijke medewerkers, politie, jongerenwerk, onderwijs, sociaal domein en andere partners. Intern worden signalen en ontwikkelingen besproken en regionaal sluiten we aan bij relevante partners en het Zorg- en Veiligheidshuis. Zo kunnen trends en individuele zorgen vroegtijdig worden geduid.
Daarbij is het belangrijk om zorgvuldig onderscheid te maken. Niet ieder kritisch of anti-overheidsgeluid is radicalisering; gedrag, risico en context moeten zorgvuldig worden gewogen. De effectiviteit van onze aanpak meten we daarom vooral aan deskundigheid, duidelijke meldroutes, de kwaliteit van samenwerking en passende opvolging, en niet uitsluitend aan het aantal casussen.
B. Welke rol hebben dorpsbelangen, scholen en verenigingen bij sociale samenhang?
Dorpsbelangen, scholen en verenigingen zijn belangrijk omdat zij dicht bij inwoners staan, ontmoeting organiseren en veranderingen of spanningen soms eerder waarnemen dan de overheid. Hun rol is vooral verbinden en signaleren; zij hoeven geen veiligheidsprofessional te worden. De gemeente moet er wel voor zorgen dat duidelijk is waar zorgen kunnen worden gedeeld en welke partners vervolgens aan zet zijn.
Is er aandacht voor online ronselen van jongeren voor criminaliteit?
Ja. Dit is een actueel voorbeeld van hoe preventie, jeugd en veiligheid samenkomen. Tytsjerksteradiel is als eerste gemeente gestart met de nieuwe campagne 'Snel geld. Is dat het waard?' van Meld Misdaad Anoniem. Daarnaast is een lokale actie opgezet met politie, boa’s, jongerenwerk en scholen, gericht op herkenning, weerbaarheid en weten waar jongeren terechtkunnen.
Verliezen we jongeren niet uit het oog bij vernederingsvideo’s, opruiing en escalatie op sociale media?
Dit soort online gedrag valt niet automatisch onder CTER. Het kan raken aan digitale veiligheid, jeugd, sociale veiligheid, pesten, strafbare feiten of, wanneer er een ideologische of extremistische component is, aan CTER. De gemeentelijke rol is vooral vroeg signaleren, preventie organiseren en ervoor zorgen dat school, jongerenwerk, sociaal domein, boa’s en politie elkaar weten te vinden.
Niet ieder online incident is daarmee een veiligheidsdossier van OOV. Bij zorg of slachtofferschap ligt ook een duidelijke rol bij onderwijs, jongerenwerk en sociaal domein. Bij bedreiging, geweld, opruiing of andere strafbare feiten is de politie vanuit haar eigen rol betrokken.
Pagina 5 FNP – 6. Crisisbeheersing en continuïteit A. Hoe ver is de gemeente met de voorbereiding op langdurige stroomuitval of uitval van digitale voorzieningen?
Binnen de crisisorganisatie wordt gewerkt aan de voorbereiding op langdurige verstoringen. De bedrijfscontinuïteit van de gemeentelijke organisatie wordt organisatiebreed uitgewerkt en ligt niet uitsluitend bij OOV. Vanuit Veiligheid zorgen we voor de verbinding met crisisbeheersing, regionale voorbereiding en de processen die bij een langdurige verstoring nodig zijn.
Er wordt een noodaggregaat gerealiseerd en bedrijfskritische processen worden onder de loep genomen. De interne crisisorganisatie is goed gevuld en wordt meerdere keren per jaar getraind. Scenario’s zoals langdurige stroomuitval maken onderdeel uit van deze voorbereiding.
B. Wanneer zijn de noodsteunpunten operationeel?
De resultaten van de pilot van Veiligheidsregio Fryslân worden in november 2026 verwacht. Op basis daarvan wordt in 2027 onderzocht welke locaties en voorzieningen voor Tytsjerksteradiel passend en haalbaar zijn. Er is daarom op dit moment nog geen concrete datum waarop noodsteunpunten operationeel zijn.
C. Zijn inwoners voldoende geïnformeerd over wat zij zelf moeten doen bij een crisis?
Er is inmiddels landelijk veel concrete informatie beschikbaar via de campagne Denk Vooruit. Deze richt zich op de eerste 72 uur van een noodsituatie: het hebben van een noodpakket, het maken van een noodplan en het maken van afspraken met mensen in de omgeving. De gemeente kan deze landelijke informatie via de eigen kanalen versterken en lokaal aanvullen zodra er bijvoorbeeld meer duidelijkheid is over noodsteunpunten.
D. Binnen OOV is 3,78 fte beschikbaar. Om welke mensen gaat dit en wat is nog mogelijk bij langdurige uitval?
De 3,78 fte betreft de OOV-capaciteit en niet de boa-formatie. Binnen OOV zijn verschillende taakaccenten verdeeld, waaronder openbare orde, zorg en veiligheid, ondermijning, crisisbeheersing, evenementen, jeugd en digitale veiligheid.
De ervaring van de afgelopen jaren laat zien dat een relatief klein team kwetsbaar is bij langdurige uitval. In zo’n situatie krijgen wettelijke taken, acute veiligheidsrisico’s en bestuurlijk urgente situaties voorrang. Daarna worden lopende werkzaamheden en projecten geprioriteerd op risico, noodzaak en beschikbare capaciteit. Dit kan betekenen dat beleidsmatige projecten worden gefaseerd of doorgeschoven. Juist daarom bevat het nieuwe uitvoeringsprogramma expliciete regels voor prioritering en bijsturing.
FNP – Strategische keuzes Als het plan te veel blijkt te omvatten, wat krijgt dan prioriteit?
We rangschikken niet vooraf één veiligheidsopgave als altijd belangrijker dan een andere. In de uitvoering wordt geprioriteerd op urgentie en directe veiligheidsrisico’s, wettelijke taken en verplichtingen, bestuurlijke prioriteiten, actuele lokale ontwikkelingen en beschikbare capaciteit.
Een acute openbare-ordesituatie kan daardoor tijdelijk vóór een gepland project gaan. Een voorbeeld hiervan is de casuïstiek die enige tijd geleden in Noardburgum speelde. Deze casuïstiek heeft veel capaciteit gevraagd, waardoor andere werkzaamheden tijdelijk zijn blijven liggen. Dit is inherent aan veiligheidswerk en onderstreept het belang van jaarlijkse prioritering en bijsturing.
Hoe gaan we overlast verminderen en weten we eigenlijk waar de overlast uit bestaat?
We wijzen niet vooraf allerlei overlastlocaties aan waarop standaard een aanpak wordt ingezet. We werken vanuit meldingen en signalen. Wanneer deze binnenkomen, brengen we eerst in kaart wat er daadwerkelijk speelt, hoe vaak het voorkomt, wie erbij betrokken zijn en wat er van de gemeente wordt verwacht.
Vervolgens bepalen we samen met bijvoorbeeld Toezicht & Handhaving, politie, jongerenwerk of andere partners welke inzet passend is. Wanneer blijkt dat sprake is van een terugkerend of complex probleem, kan daar een gezamenlijke aanpak uit volgen.
Pagina 6 Er zijn indicatoren, maar nog geen meetbare resultaten. Moet dit wachten op het jaarlijkse uitvoeringsprogramma?
Het IVP bevat de vierjarige koers en indicatoren om ontwikkelingen te volgen. Concrete SMART-resultaten passen vooral in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, omdat we daar maatregelen, capaciteit en planning aan elkaar kunnen koppelen.
Daarmee voorkomen we dat we voor vier jaar schijnzekerheid vastleggen over resultaten die mede worden beïnvloed door de inzet van politie en andere partners en door maatschappelijke ontwikkelingen. Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma maakt het mogelijk om concreter te sturen, te monitoren en waar nodig bij te stellen.
VVD – Terugblik Feiligens Foarút 2023–2026 Kan per oude doelstelling worden aangegeven of deze is bereikt, gedeeltelijk bereikt of niet bereikt?
Een definitief eindoordeel kan pas na afronding van 2026 worden gegeven. Bovendien waren de oude doelstellingen niet altijd voorzien van een nulmeting of harde streefwaarde. Op basis van de uitvoeringsprogramma’s 2023–2024, 2025 en 2026 kan op dit moment wel de volgende voorlopige duiding worden gegeven.
Ondermijning – voorlopige duiding: grotendeels bereikt op borging; verdere doorontwikkeling blijft nodig.
In 2023–2024 is gewerkt met een ondermijningstafel, bewustwording en actualisering van bestuurlijke instrumenten.
In 2025 en 2026 is de aanpak verbreed met integrale controles, samenwerking met RIEC en politie en verdere informatie- en bewustwordingsactiviteiten. De aanpak is daarmee niet meer een los project, maar een structureel onderdeel van het veiligheidswerk.
Cybercriminaliteit – voorlopige duiding: gedeeltelijk bereikt / structureel in ontwikkeling.
Er zijn meerdere bewustwordingsactiviteiten uitgevoerd voor inwoners, jongeren en medewerkers, waaronder campagnes, HackShield, cybergames en oefeningen. Dit laat zien dat structureel inzet wordt gepleegd, maar niet dat het 'bewustzijn van alle inwoners' of volledige cyberweerbaarheid objectief is bereikt. Daarvoor ontbraken in het oude beleid een harde nulmeting en streefwaarde. De gemeentelijke cyberweerbaarheid blijft bovendien continu in ontwikkeling.
Maatschappelijke onrust / polarisatie – voorlopige duiding: grotendeels bereikt op structuur en deskundigheid.
Er is een radicaliseringstafel/overlegstructuur ingericht, medewerkers hebben trainingen gevolgd en er is regionale aansluiting. Het nieuwe IVP bouwt hierop voort met CTER en maatschappelijke weerbaarheid.
Verkeersveiligheid – voorlopige duiding: gedeeltelijk bereikt; effectdoel niet zuiver meetbaar.
Er zijn snelheidssmileys en gezamenlijke verkeersveiligheidsacties en -campagnes ingezet. De oude doelstelling ging echter over het 'veiligheidsgevoel' zonder harde nulmeting en streefwaarde. De Veiligheidsmonitor 2025 laat zien dat verkeersveiligheid nog steeds het belangrijkste lokale aandachtspunt is. Daarom blijft het nadrukkelijk onderdeel van het nieuwe IVP.
Sociale veiligheid – voorlopige duiding: grotendeels bereikt op structurering van samenwerking.
Werkprocessen rond Zorg & Veiligheid zijn beschreven en de samenwerking tussen OOV, sociaal domein, politie, woningcorporaties en zorgpartners is structureler geworden. Complexe zorg- en veiligheidscasuïstiek is inmiddels een vast onderdeel van de dagelijkse uitvoering.
Belangrijke context In het uitvoeringsprogramma 2023–2024 stond expliciet dat de vijf prioriteiten binnen de toen beschikbare gezamenlijke capaciteit deels op 'waakvlamniveau' moesten worden uitgevoerd. Na de ontvlechting in 2025 is Tytsjerksteradiel de eigen veiligheidsorganisatie gaan opbouwen. Dat heeft in 2025 en 2026 zichtbaar verschil gemaakt in de mate waarin onderwerpen konden worden opgepakt en geborgd. Met het nieuwe IVP en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s wordt die lijn vanaf 2027 nog gestructureerder en beter toetsbaar.
Pagina 7 VVD – Formatie veiligheid Is er sinds 2023 bijna 2 fte bijgekomen? Is 3,78 fte inclusief boa’s en wat is het totaalbeeld van leiding, beleid en uitvoering?
De rekensom uit het oude plan – 3,65 fte gedeeld door twee gemeenten – geeft geen zuiver beeld. In Feiligens Foarút werd de totale capaciteit van de gezamenlijke Eenheid Veiligheid genoemd; het document verdeelde die capaciteit niet 50/50 over beide gemeenten. Een dergelijke verdeling was voor Veiligheid ook niet werkbaar, omdat dan onvoldoende capaciteit beschikbaar zou zijn en zelfs acute veiligheidscasuïstiek niet altijd opgepakt zou kunnen worden.
Na de ontvlechting heeft Tytsjerksteradiel een eigen OOV-organisatie ingericht. De capaciteit is daarbij onder andere via de kadernota opgebouwd. De huidige 3,78 fte betreft uitsluitend de OOV-formatie; de boa-formatie en juridische ondersteuning zijn hierin niet opgenomen.
Deze maand is een nieuwe benchmark uitgevoerd met de Friese gemeenten, met uitzondering van Leeuwarden.
Daarbij is niet alleen gekeken naar het aantal fte per 10.000 inwoners, maar ook naar kenmerken zoals oppervlakte en waterwegen. Uit deze benchmark blijkt dat de capaciteit voor Veiligheid gemiddeld is ten opzichte van de Friese referentiegemeenten. Voor de boa-capaciteit is dezelfde benchmark beschikbaar. De capaciteit van ons boa-team ligt nog steeds duidelijk onder die van de Friese referentiegemeenten.
VVD – Verkeersveiligheid Waarom is verkeersveiligheid ondergebracht onder 'Veilige en leefbare woonomgeving' in plaats van als losse prioriteit?
Verkeersveiligheid is niet afgewaardeerd. Het is juist expliciet als eerste inzetpunt opgenomen binnen de bredere opgave Veilige en leefbare woonomgeving. De reden voor deze bredere titel is dat verkeersveiligheid samenhangt met veiligheidsbeleving, leefbaarheid en de openbare ruimte.
De inhoudelijke verkeersmaatregelen liggen primair bij de vakafdeling Verkeer. OOV sluit aan vanuit veiligheid, signalering en samenwerking. Door verkeersveiligheid binnen de bredere opgave te positioneren, blijft het onderwerp nadrukkelijk onderdeel van het IVP, terwijl de inhoudelijke verantwoordelijkheden op de juiste plek blijven.
VVD – Zichtbaarheid Toezicht & Handhaving Waarom zichtbaar toezicht? Past dit bij een plattelandsgemeente? Waarom drie boa’s in Burgum en waarom niet meer in burger?
De inhoudelijke beantwoording over zichtbaarheid, effectiviteit en herkenbaarheid van boa’s is opgenomen bij FNP-vraag 1D. Aanvullend geldt dat boa’s in beginsel met z’n tweeën de straat op gaan. Tytsjerksteradiel is daarnaast een werk- en leerbedrijf en werkt met een stagiair die met de boa’s meeloopt.
In de praktijk wordt, voor zover mogelijk, nog steeds met twee personen gewerkt. Op sommige momenten kan de aanwezigheid van een stagiair er echter toe leiden dat er ogenschijnlijk drie boa’s gezamenlijk lopen. Dit betekent niet dat structureel drie volledig inzetbare boa’s op één locatie worden ingezet.
VVD – CTER concreet De doelstellingen bij CTER en maatschappelijke weerbaarheid zijn abstract. Hoe ziet dit er concreet uit en hoe kan een gemeente effectief zijn?
De gemeente heeft binnen CTER en maatschappelijke weerbaarheid vooral een preventieve, organiserende en verbindende rol. Het doel is niet dat de gemeente zelf opsporing verricht, maar dat professionals signalen herkennen, weten waar zij die kunnen melden en dat de juiste partners snel met elkaar kunnen handelen.
• Voor relevante functies wordt bekeken welke basiskennis nodig is om signalen te herkennen en waar aanvullende training of kennisdeling nodig is. Vanuit OOV kunnen we dit voor het CTER-domein faciliteren en organiseren.
Pagina 8 Voor de vakinhoudelijke deskundigheidsbevordering binnen bijvoorbeeld het sociaal domein blijven de betreffende afdelingen zelf verantwoordelijk.
• De interne radicaliseringstafel wordt gebruikt voor signalering, kennisdeling en, waar nodig, casuïstiek.
• Regionaal werken we samen met gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en het Zorg- en Veiligheidshuis.
• Daarnaast werken we samen met jongerenwerk, onderwijs, zorg en maatschappelijke organisaties.
• Meldroutes en verantwoordelijkheden worden zo duidelijk mogelijk ingericht en bekendgemaakt.
De effectiviteit meten we daarom niet aan het aantal radicaliseringscasussen. Een laag aantal kan immers ook betekenen dat er weinig problematiek is. We kijken vooral of professionals deskundig zijn, meldroutes werken, signalen zorgvuldig worden geduid en partners gezamenlijk kunnen optreden.
Slot Het IVP legt voor vier jaar de koers vast, maar we willen juist voorkomen dat het een statisch plan wordt. Na de ontvlechting hebben we in 2025 en 2026 veel kunnen opbouwen en beter kunnen borgen. Vanaf 2027 koppelen we daar ieder jaar een concreet uitvoeringsprogramma aan, met acties, verantwoordelijken, planning, monitoring en bijsturing. Zo houden we de strategische lijn vast en kunnen we tegelijkertijd reageren op wat er daadwerkelijk in onze gemeente gebeurt.
Bekijk de brief: Schriftelijke beantwoording raadsvragen IVP 2027-2030
Bron: raadsinformatie van de gemeente Tytsjerksteradiel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.