vragen fractiespecialisten werksessie d.d. 27 mei 2026 (Geanonimiseerd)
Een raadslid stelde op 18 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
a w om g gemeente 㰾 tytsjerksteradiel e ons kenmerk : 262G139948 dossier : 2026052726214 behandeld door : telefoonnummer : 14 0511 onderwerp : Beantwoording vragen fractiespecialisten werksessie d.d. 27 mei 2026 Aan de fractiespecialisten dossier Sonac Tijdens de werksessie op 27 mei over het ontwerpbesluit omgevingsvergunning Groen Gas Installatie Sonac Burgum BV en het opstellen van een zienswijze op het milieudeel van het ontwerpbesluit, zijn door de fractiespecialisten een aantal technische vragen gesteld.
Afgesproken is dat onze adviseur Antea deze vragen nader zou uitzoeken en beantwoorden.
Deze onderdelen zijn, in lijn met hetgeen besproken tijdens de werksessie, niet in de zienswijze meegenomen. Separaat van het juridisch traject loopt op initiatief van de raad ook het ‘dialoogtraject’ met gemeente, Sonac, provincie (en FUMO). Bepaalde elementen worden in de gesprekken van dat traject worden meegenomen.
1. Over de ‘feiten FUMO versus : (bijlage bij brief dhr. - 260201 SONAC TOETSING BBT Expert Judgement 2 jlr 2 om2). (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Hierin stelt B dat de geurbronnen bij Sonac moeten opereren binnen de BBT-rang van 200 — 1.100 ouE/m3 en scoort de activiteiten vervolgens op voldoet wel/voldoet niet. Het klopt wel dat de geurconcentratie van bepaalde activiteiten niet binnen de bandbreedte van de met BBT geassocieerde emissieniveaus past.
Het is echter niet zo dat deze range voor alle activiteiten geldt.
De genoemde bandbreedte heeft namelijk betrekking op de activiteiten rendering, vetsmelten en verwerking van bloed en/of veren en bijvoorbeeld niet op de productie van groen gas.
Hiernaast geldt dat deze bandbreedte mogelijk niet van toepassing is in het geval van verbranding van onaangenaam geurende gassen (onder bepaalde voorwaarden) in thermische oxidatoren of stoomketels, zoals bij Sonac. (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
2. Wanneer geldt de genoemde range en betreft het een harde grenswaarde?
Deze range volgens BBT25 tabel 1.10 komt uit de BBT-conclusies (beste beschikbare technieken) op grond van Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies, voor slachthuizen en verwerkers van dierlijke bijproducten en/of eetbare nevenproducten (BBT SA 2023).
De BBT SA 2023 is gepubliceerd in december 2023. De oorspronkelijke aanvraag is van 25 april 2023, dus voor de publicatie van de BBT SA 2023. Toch moet FUMO op het moment van beslissen rekening houden met de meest recente inzichten. De BBT SA 2023 is zodoende van toepassing op deze aanvraag. Echter, er wordt door middel van de voorziene luchtbehandelingstechnieken wel voldaan aan de strikte regel BBT 25 (pas een of meer van onderstaande luchtbehandelingstechnieken toe).
Het treffen van een of enkele lucht reinigende technieken is BBT en daaraan voldoet Sonac. Een geuremissie binnen de BBT-range zou een gevolg moeten zijn, maar is als zodanig niet als een harde toetsgrens geformuleerd. Op de oorspronkelijke vergunde activiteiten is de BREF ‘Reference Document on Best Available Techniques in the Postbus 3 | 9250 AA Burgum | Raadhuisweg 7 | tel 14 0511 | [email protected] | www.t-diel.nl Ss En n b s D an (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
Slaughterhouses and Animal By-products Industries’ (SA BREF) uit 2005 van toepassing.
Deze BREF bevat geen uniforme emissiegrenswaarden.
Wel dient de huidige vergunning binnen 4 jaar na publicatie van de BBT SA van december 2023 herzien te worden. FUMO heeft hier dus tot december 2027 de tijd voor. verwijst naar een oplegnotitie Oplegnotitie BBT-conclusies slacht- en destructiehuizen (BREF SA) van 8 april 2026. Is deze van toepassing? https://iplo.nl/publish/pages/241 590/oplegnotitie-bref-sa.pdf. (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) 㰾 㰾 Deze oplegnotitie is niet van toepassing op deze aanvraag.
Deze oplegnotitie voor de BBT-conclusies slacht- en destructiehuizen en de bijbehorende BREF slacht- en destructiehuizen is een hulpmiddel voor het bevoegd gezag bij de implementatie van de Europese BBT-conclusies voor de slacht- en destructiehuizen en geeft een overzicht van de mogelijkheden tot het aanscherpen van grenswaarden van emissies naar de lucht in een omgevingsvergunning, op basis van een statistische analyse van de gemeten waarden van Europese referentie-installaties.
Bevoegde gezagen moeten in beginsel vergunnen aan de onderkant van de BBT-bandbreedte en krijgen hiertoe nu een handvat aangereikt.
Deze aanscherping wordt wettelijk geregeld in de herziene Richtlijn Industriële Emissies (RIE 2.0), die naar verwachting 1 juli 2026 in werking treedt. Hierna hebben de bevoegde gezagen een termijn van 5 jaar, oftewel tot 2031, om vergunningen hierop aan te passen.
Bekende en onbekende stoffen in de uitstoot Vervolgens hebben we in de rapportages van Olfasense gezocht naar passages, waarin Olfasense stelt dat 80% van de uitstoot bestaat uit bekende stoffen in bekende hoeveelheden (dhr. MEN is nieuwsgierig waaruit de overige 20% dan wel bestaat). Dergelijke passages zijn in de onderzoeken van Olfasense niet aangetroffen.
We kunnen dergelijke stellingen dan ook niet beoordelen. We hebben hierover een vraag in de zienswijze opgenomen. (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Vervalt door het intrekken van voorschrift 8.21 en maatwerkvoorschrift 8.4.1 de ruimere emissie-eis voor de uitstoot van totaal stof (20 ma/Nm3) Tenslotte is gecontroleerd of door het intrekken van voorschrift 8.21 en maatwerkvoorschrift 8.4.1 de ruimere emissie-eis voor de uitstoot van totaal stof (20 mg/Nm3) vervalt.
Paragraaf 5.1.5 van het Activiteitenbesluit is rechtstreeks van toepassing op de stoomketels gestookt op aardgas en dierlijke vetten (zijnde geen afvalstoffen), zodat nu sprake is van een emissie-eis van 5 mg/Nm3 voor stof. Dat klopt dus. De zin ‘Ten opzichte van de emissie-eisen uit de vigerende vergunning vindt er een reductie plaats van 75% van de stofemissie uit de stoomketels’ is niet helemaal correct geformuleerd.
Het is niet zo dat er sprake is van een reductie van 75% van de stofemissie uit de stoomketels. Correct geformuleerd:
Dit betekent een aanscherping van de emissiegrenswaarde met 75% ten opzichte van de vigerende vergunning. 㰾 Geurbeheersplan Het geurbeheersplan voldoet grotendeels aan de verwachting die we bij een dergelijk plan hebben. Wat ontbreekt zijn reactietermijnen en een draaiboek met name bij de behandeling van klachten (hst.6).
Juist bij een klacht is een accurate afhandeling van belang. Voor je het weet zijn de omstandigheden gewijzigd en is de geurklacht niet meer te achterhalen. Hiernaast is het bevredigend voor de klager als hij binnen een tijdsbestek van enkele uren/een dag terugkoppeling krijgt over een mogelijke oorzaak.
Hiernaast ontbreken termijnen rond de uitvoering van geurmonitoring en het
verstrekken van deze gegevens aan het bevoegd gezag. Hiermee wordt de monitoring en klachtenafhandeling vrijblijvend. Tenslotte behoeft het geurbeheersplan een update nu een nieuwe geurreducerende techniek wordt toegevoegd (de chemische luchtwasser). Dat kan sowieso geen kwaad nu je ziet dat de geïdentificeerde maatregelen (hst. 8) allen alweer 2 jaar achter ons liggen. Het punt is echter dat vergunningvoorschrift 9. 1. 9 uit de huidige vergunning niet spreekt over actualisatie van het geurbeheersplan. Sonac is hiertoe dus niet gehouden. Dat nodigt dus niet uit tot continue verbetering van de geurbeheersing.
6. Afstemming met GGD We hebben , zoals besproken tijdens de werksessie , het advies van Antea ook voorgelegd aan de GGD. De volgende reactie is van de GGD ontvangen. Deze hebben we vervolgens voorgelegd aan onze adviseurs van Antea.
Mooi om te lezen dat de raad onze eerdere adviezen heeft meegenomen. Hieronder een aantal aandachtspunten in kader van de publieke gezondheid:
a. De wens is om geuruitstoot naar het milieu tijdens de opstartfase regelmatig te monitoren. Is er door de schrijvers van het stuk ook meegenomen dat voor de omwonenden het lastig te beoordelen is of zij gehinderd worden door geur vanuit de GGI of het Sonac terrein in het geheel? Dat houdt in dat ook al wordt de geuruitstoot door de GGI gemonitord , dit nog niet hoeft aan te sluiten bij de beleving van omwonenden. Aanvullend zou ook mooi zijn dat er wordt benadrukt dat de angst voor de extra geurhinder door de GGI niet op zichzelf staat , maar dat het voorkomt in een gebied waarbij er al veel geuroverlast wordt ervaren veroorzaakt door het bedrijf.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Tytsjerksteradiel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.