12 december 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Utrecht

lokaal eigendom duurzame opwek

Een raadslid stelde op 12 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

R. Evelein

Datum

6 december 2024

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

12694331

E-mail

[email protected]

Onderwerp

Beantwoording vraag cie EDVW over lokaal eigendom duurzame opwek

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Energie en Klimaat

Geachte leden van de raad, Op donderdag 28 november 2024 is de ‘Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie’ behandeld in de Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen. Tijdens de commissievergadering heeft de VVD-fractie gevraagd naar een juridische onderbouwing van het beslispunt 1.i. over lokaal eigendom. Met deze brief gaan wij hierop in.

Het streven naar lokaal eigendom is een afspraak uit het Klimaatakkoord, die met de komst van de Energiewet een wettelijke grondslag krijgt om een inspanningsverplichting op te leggen. Onder de Omgevingswet en de Energiewet (ingaande per 1 januari 2025) is het mogelijk om lokaal eigendom in duurzame energieprojecten juridisch te borgen. Op grond van artikel 6.8 van de Energiewet kunnen provincies en gemeenten bij verordening vastleggen dat initiatiefnemers goed en helder moeten motiveren welke inspanningen zij hebben verricht om tot lokaal eigendom te komen, welk percentage mede-eigendom is overeengekomen en als 50% lokaal eigendom niet gelukt is, wat daar de redenen van zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn afgesproken. Een provincie of gemeente kan in haar omgevingsbeleid (omgevingsvisie of omgevingsprogramma) vastleggen waarom zij het streven naar lokaal eigendom belangrijk vindt en welke ambities zij op dit terrein heeft.

De inspanningsverplichting kan zij vervolgens vastleggen in regels in ofwel een verordening of in het omgevingsplan.

Op basis van deze wettelijke mogelijkheid en uit de rechtspraak blijkt dat gemeenten en provincies participatie op basis van omgevingsbeleid kunnen meenemen in de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een hernieuwbaar energieproject. De Omgevingswet voorziet hier ook in, omdat deze wet een integrale belangenafweging nastreeft.

De beleidsnota is op dit punt zelfbindend, niet het bijbehorend raadsvoorstel. In de beleidsnota leggen we de inspanningsverplichting voor initiatiefnemers op het punt van lokaal eigendom vast.

Beschreven is wat de definitie is van financiële participatie en lokaal eigendom, en aan welke

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

6 december 2024 12694331

voorwaarden initiatiefnemers moeten voldoen om invulling hieraan te geven. We kunnen gemotiveerd hiervan afwijken als blijkt dat dit nodig is. Dit komt tot in de volgende passage van de beleidsnota (blz 38-39): “de exacte invulling van het lokale eigendom is maatwerk. De initiatiefnemer zoekt tijdens het participatietraject, in afstemming met de gemeente, naar een geschikte vorm. Het lokaal eigendom is in ieder geval voor afgifte van de omgevingsvergunning geregeld.” Zodra de Energiewet in werking is getreden, kunnen we onderzoeken of we op dit punt de voorwaarden juridisch verder willen aanscherpen. We zijn van mening dat de voorliggende beleidsnota initiatiefnemers voldoende motiveert om lokaal eigendom vorm te geven én dat er ruimte blijft om af te wijken wanneer de lokale situatie hierom vraagt.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

2/2

Bekijk de brief: Raadsbrief Beantwoording vraag cie EDVW over lokaal eigendom duurzame opwek

Bron: raadsinformatie van de gemeente Utrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Utrecht

Alle artikel 35-vragen in Utrecht