raadsvragen Jaarstukken 2022.pdf
Een raadslid stelde op 6 juli 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- 1 Herontwikkeling van de fysieke leefomgeving draagt bij aan gezond stedelijk leven (GSL) voor iedereen 56-57 Verbijzondering EU-subsidies Vraag Nu een aantal Europese… → Antwoord Door het jaar heen opent Europa een groot aantal subsidiemogelijkheden.
- 1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden Bladzijde (in pdf) 83 Verbijzondering Wachttijden Vraag Er wordt een wel een streefdoel voor de… → Antwoord ‘Wachttijd’ geeft aan hoe lang mensen, die een sociale huurwoning hebben gekregen, ingeschreven hebben gestaan.
- En is het college van mening dat dit voldoende heeft opgeleverd? → Antwoord 1.
- En welke manieren zouden dat kunnen zijn en wat is er voor nodig om dit te realiseren? → Antwoord 1.en 2.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vraagnummer: 1 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s) Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
54
Verbijzondering Vraag
*hier is geen vraag opgenomen, dit is nagevraagd bij Stadsbelang Utrecht*
Antwoord *hier was geen vraag opgenomen*
Vraagnummer: 2 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries, Eelco Eerenberg
Hoofdstuk
Doelenboom
Bladzijde (in pdf)
54
Verbijzondering
WoOnderzoek
Vraag
Onder de doelenboom Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed staat dat het college streeft naar "passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden". Vindt het college ook dat dit enkel mogelijk is door van aanbodgerichte naar een vraaggerichte woningbouw over te gaan en bouwen op basis van het WoOnderzoek van het Rijk? Zo nee, waarom wil het college dan niet bouwen zoals bewoners en woningzoekenden willen wonen?
Antwoord Het is een combinatie van beide: we willen woningen en buurten bouwen die zo goed mogelijk passen bij de woonwensen, maar ook betaalbaar zijn. Het WoON-onderzoek, samen met andere onderzoeken en prognoses, geven ons een indicatie van de vraag en woonwensen.
Daarnaast hebben we een forse verdichtingsopgave als stad en in deze tijd van woningnood willen we zoveel mogelijk woningen toevoegen die een brede groep bedienen. Binnen de projecten maken we afgewogen keuzes om tot gevarieerde woonprogramma’s te komen die zoveel mogelijk met beide elementen rekening houden.
Vraagnummer: 3 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
Vragen en antwoorden
Vraag 1
1 Herontwikkeling van de fysieke leefomgeving draagt bij aan gezond stedelijk leven (GSL) voor iedereen 56-57 Verbijzondering EU-subsidies Vraag Nu een aantal Europese subsidieaanvragen zijn afgewezen constateert het college dat dit geen probleem is, omdat er rondom dit bedrag "fluctuaties" bestaan. In hoeverre vindt het college dit begrotingstechnisch verantwoordlijk en zo ja, is het college voorbereid op een scenario van meerdere jaren van niet-toegekende subsidies?
Antwoord van het college
Antwoord Door het jaar heen opent Europa een groot aantal subsidiemogelijkheden. Deze mogelijkheden houden we nauwlettend in de gaten. We kijken steeds of er mogelijkheden zijn om onze ambitie in de programma’s daaraan te verbinden. De grote lijnen van de mogelijkheden zijn langjarig in beeld, maar de exacte uitvragen van Europa worden in het algemeen gedurende het jaar pas duidelijk. Daarom is vooraf niet aan te geven welke exacte mogelijkheden gaan ontstaan. Om die reden worden de Europese subsidies ook niet vooraf als middelen opgenomen in de begroting. Hiermee voorkomen we ook het risico dat als er geen Europese middelen beschikbaar komen dit consequenties heeft voor de programma’s.
Vraagnummer: 4 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Sharon Dijksma
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
P1.1.3 Samenwerken met partners en invloed uitoefenen op verschillende niveaus 65-66
Verbijzondering
Groeien
Vraag
Volgens het coalitieakkoord is groeien "geen doel op zich." Tegelijkertijd wordt er samen met de G4 gewerkt aan de ontwikkeling van WestNederland. In hoeverre ziet het college dit als doel en zo ja, is groeien dan toch een doel op zich?
Antwoord Utrecht is aantrekkelijk, en dit zien we ook terug aan de vraag naar woningen. Ook Utrecht kent een tekort aan woningen, net als de andere steden uit de G4. Om aan deze behoefte tegemoet te komen is woningbouw een belangrijke opgave waar we aan werken. Echter: als Utrecht zetten we in op groei in balans. Dit houdt in dat we samen met wonen ook andere functies en voorzieningen toevoegen, die samen een gezonde en levendige stad maken. Denk hierbij aan voldoende groen, maatschappelijke voorzieningen, goede energie- en mobiliteitsnetwerken en arbeidsplaatsen. Hiermee dragen we zowel bij aan de kwaliteit van de nieuwe stukken stad, en aan het vergroten van de kwaliteit van de bestaande stad. Daarmee is groei geen doel op zich, en zetten we in op groei in balans.
De randstad blijft een aantrekkelijke regio om te werken en dus ook om te wonen. Hierdoor blijft er druk op de woningmarkt en dus ook op de voornoemde voorzieningen. Utrecht maakt onderdeel uit van de randstad /west Nederland. Hierdoor ontstaat vanzelf de behoefte en de noodzaak om bepaalde vraagstukken regionaal op te pakken. Zoals mobiliteit, energie maar ook de verdeling van wonen, werken maar ook het recente vraagstuk opvang van vluchtelingen.
We groeien niet om te groeien maar om zo goed als mogelijk de vraag die er ontstaat een plek te geven zowel in Utrecht maar ook daarbuiten.
Vraagnummer: 5 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Hoofdstuk
Vraag 2
1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden Bladzijde (in pdf) 83 Verbijzondering Wachttijden Vraag Er wordt een wel een streefdoel voor de zoektijd naar een woning bijgehouden. Waarom wordt dit niet ook gedaan met betrekking tot wachttijden in deze paragraaf?
Antwoord van het college
Antwoord ‘Wachttijd’ geeft aan hoe lang mensen, die een sociale huurwoning hebben gekregen, ingeschreven hebben gestaan. Daarin zit ook de tijd waarin mensen die nog prima wonen zich al voor de zekerheid inschrijven, terwijl ze nog niet opzoek zijn naar een woning. ‘Zoektijd’ geeft beter aan hoe lang mensen actief naar een woning hebben gezocht en is daarmee een betere indicator voor de druk op de woningmarkt. De afgelopen 7 jaar is alleen op zoektijd gerapporteerd. Voor de ontwikkeling van de gemiddelde wachttijd verwijs ik u naar 2. Beschikbaarheid | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)
Vraagnummer: 6 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries, Eelco Eerenberg
Hoofdstuk
2.1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden
Bladzijde (in pdf)
84
Verbijzondering
Middenhuur
Vraag
Er zijn veel te weinig woningen in de middencategorie en nu wordt ook nog niet eens een derde van het streefdoel voor nieuwe bouw gehaald.
Tegelijkertijd wordt de doelstelling flink verhoogd. Wat is hiervoor de toelichting en hoe denkt het college dit nu wel te kunnen realiseren.
Antwoord De aanstaande wet Betaalbare huur zorgt er voor dat alle nieuwbouwwoningen tot 186 woningwaarderingspunten niet boven de middenhuurgrens mogen worden verhuurd in zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Daarnaast wordt vanuit het Rijk aangestuurd op minimaal 2/3e betaalbare nieuwbouw (huur en koop). Tevens blijven we met ons Actieplan middenhuur sturen op productie in de middenhuur. Dit alles heeft een positief effect op het aantal woningen in de middenhuur. Tegelijkertijd zien we dat het steeds moeilijker wordt om betaalbare nieuwbouw te realiseren door de huidige marktomstandigheden. In totaliteit verwachten we toch dat het aandeel middenhuur toeneemt, mede ook doordat het enige tijd vergt voordat de werking van het Actieplan zichtbaar wordt door de lange doorlooptijd van gebiedsontwikkelingen (8-10 jaar). Daarom verwacht het college op de goede weg te zijn.
Vraagnummer: 7 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Hoofdstuk
2.1 Streven naar passende huisvesting voor bewoners en woningzoekenden
Bladzijde (in pdf)
84
Verbijzondering
Middenhuur
Vraag
Er zijn veel te weinig woningen in de middencategorie en nu wordt ook nog niet eens een derde van het streefdoel voor nieuwe bouw gehaald.
Tegelijkertijd wordt de doelstelling flink verhoogd. Hoe kijkt het college naar het feit dat de beoordeling van het actieplan middenhuur zo ver de toekomst in is geschoven, nu het beleid de afgelopen jaren zulke beperkte resultaten heeft geleverd? Moet er niet juist nu geconstateerd worden dat het beleid niet heeft geleverd?
Antwoord Zonder Actieplan middenhuur was er beduidend minder middenhuur geproduceerd en geprognotiseerd. Veel middenhuur, gebaseerd op het Actieplan moet nog worden ontwikkeld, zoals ook in het Rekenkamerrapport Middenhuur: meer grip op groei valt na te lezen. Daar staat ook dat het Actieplan goed functioneert en dat een gebiedsontwikkeling nu eenmaal een langdurig proces is en we daarom wellicht minder resultaat zien op dit moment dan wellicht gehoopt.
De evaluatie van het Actieplan volgt nadat de wet Betaalbare huur inwerking is getreden. Dit is naar verwachting 1e helft 2024. Deze wet heeft aanzienlijke invloed op ons Actieplan. Eerder evalueren en aanpassen van het Actieplan heeft daarom geen nut zolang de wet nog niet is vastgesteld.
Vraagnummer: 8 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Rachel Streefland, Dennis de Vries
Hoofdstuk
P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 86
Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag
Afgelopen zomer heeft het college, zonder advies, debat of goedkeuring van de raad, de sociale huurwoningvoorraad enkel aan kwetsbare groepen, met name statushouders, opengesteld. Dit veroorzaakte veel commotie in de stad en ook in de raad. Kan het college garanderen dat soortgelijke maatregelen niet meer genomen gaan worden, zo niet, kan het college dan garanderen dat zij hiervoor altijd de raad mee zal nemen in dit proces.
Antwoord
Graag verwijzen wij u naar de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen 2022, nummer 132.
Hierin schetsen we op welke wijze de besluitvorming met betrekking tot de versnelde huisvesting van statushouders tot stand is gekomen en welke invloed dat destijds had op het informeren van de raad.
Het besluit dat genomen is, betrof een collegebevoegdheid. De versnelde huisvesting van statushouders was destijds een noodzakelijke korte-termijn-actie om incidenteel een oplossing te forceren voor een urgent (nationaal en lokaal) vraagstuk. Voor ons is het daarmee in principe niet voor herhaling vatbaar omdat het geen structurele oplossing biedt voor de huisvesting van aandachtsgroepen in de breedte en omdat reguliere woningzoekenden tijdelijk worden benadeeld.
Tevens verwijzen we u naar de raadsbrief Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters (17-1-2023) waarin we de landelijke en lokale urgentie schetsen op dit vraagstuk, die maakt dat wij het uitsluiten van bepaalde maatregelen niet kunnen garanderen. Wel kunnen we u toezeggen dat we u daarover informeren.
Vraagnummer: 9 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries, Eelco Eerenberg, Eva Oosters
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87
Verbijzondering
Tijdelijke woningen
Vraag
Nu het college in zal zetten op grootschalige tijdelijke woningen kan het haar niet zijn ontgaan dat dit voor verdere verdichting zal zorgen. Hoe ziet het college dit in combinatie met de beperkte wijkse voorzieningen (parkeerplaatsen, sportfaciliteiten, etc.)?
Antwoord
Ook bij binnenstedelijke verdichting wordt de uitbreiding van sportvoorzieningen zo veel als mogelijk meegenomen. Door de groei van het aantal inwoners is er meer vraag naar ruimte voor sport. Daarbij is het belangrijk dat de voorzieningen zo goed mogelijk verspreid zijn over de stad (10-minutenstad).
Het is een ingewikkelde opgave om dit in de praktijk te realiseren. Sporten in de openbare ruimte en binnensportvoorzieningen worden vaak opgenomen bij gebiedsontwikkelingen. Vooral voor de grotere sportvoorzieningen zoals sportparken is dat geen eenvoudige opgave in een verdichtende stad. Zelfs uitbreiding van bestaande sportparken (met een sportveld) is een hele puzzel. Op sportparken kan echter ook nog capaciteit gevonden worden door efficiënter gebruik van bestaande veldcapaciteit. Het optimaliseren van de bezetting is een ingewikkelde puzzel en vraagt om veel afstemming met sportverenigingen en bonden om samen tot zo goed mogelijke oplossingen te komen. Verder worden aanvullende locaties gezocht voor uitbreiding (variantenstudies). Via de Mulier rapportages wordt tweejaarlijks gemonitord of de capaciteit voldoende meegroeit
Vraagnummer: 10 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87
Verbijzondering
Tijdelijke woningen
Vraag
Er bestaat een negatief beeld van tijdelijke woningen. Veel mensen zien ze als slecht onderhouden zeecontainers. Hoe gaat het college dit imago bestrijden en garanderen dat deze wonigen niet na hun plaatsing 15 jaar lang in verval raken?
Antwoord Dit negatieve imago is vooral veroorzaakt door de oudere generatie containerwoningen. Die waren esthetisch /architectonisch en bouwfysisch van mindere kwaliteit.
De nieuwe generatie tijdelijke woningen heeft een betere kwaliteit. Via communicatie zullen we bij de ontwikkeling van nieuwe projecten aandacht besteden aan de goede kwaliteit van deze woningen.
Met betrekking tot in verval raken van deze woningen: de corporaties zorgen voor de exploitatie en het onderhoud. De nieuwe generatie tijdelijke woningen is van substantieel hogere kwaliteit waardoor deze woningen langer mee kunnen.
Vraagnummer: 11 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s) Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87
Verbijzondering
Tijdelijke woningen
Vraag
*hier was geen vraag opgenomen, dit is nagevraagd bij Stadsbelang Utrecht*
Antwoord *hier was geen vraag opgenomen*
Vraagnummer: 12 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s) Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
P2.1.2 We stimuleren dat binnen een redelijke termijn aan woningzoekenden een passend woningaanbod wordt gedaan, in het bijzonder aan de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien 87
Verbijzondering
Tijdelijke woningen
Vraag
*hier was geen vraag opgenomen, dit is nagevraagd bij Stadsbelang Utrecht*
Antwoord *hier was geen vraag opgenomen*
Vraagnummer: 13 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk, Susanne Schilderman
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
1.1 In Utrecht besparen we energie, zetten we grondstoffen opnieuw in en wekken we energie duurzaam op 97
Verbijzondering
Energiebronnen
Vraag
Het college spreekt over "alternatieve duurzame warmtevoorziening" wanneer het over woningen gaat die van het gas af moeten. Wat zijn de huidige voornaamste bronnen die als alternatief gelden? Is het college blij met deze bronnen?
Antwoord We werken aan een overstap naar duurzame energie door drie transities parallel naast elkaar uit te voeren:
1) Energie besparen in gebouwen
2) Energiebronnen te verduurzamen
3) De energieinfrastructuur aan te passen Er zit geen volgordelijkheid in deze transities omdat we ze alle drie moeten gaan realiseren. Het betekent dus ook dat we niet wachten totdat de ene trransitie gereed is voordat we aan de slag gaan met de andere transities. We hebben niet de tijd niet op te wachten op de afronding van het ene transitiepad voordat we het andere transitiepad ingaan.
Onder alternatieve duurzame warmtevoorziening wordt verstaan:
Individuele warmtepompen op lucht of bodemenergie eventueel gecombineerd met zonthermie Collectieve warmtepompen gecombineerd met WKO (bodemenergie) eventueel gecombineerd met zonthermie Duurzame warmtenetten (bestaand en nieuw) met een mix van vele bronnen die over de tijd worden gerealiseerd op basis van elektriciteit, aquathermie, restwarmte, geothermie, duurzaam gas, reeds bestaande biomassa (als tijdelijke oplossing), bodemenergie Het college is zich ervan bewust dat Utrecht geen overschot aan warmte van hogere temperatuur beschikbaar heeft. Daarom is de ambitie om alle bronnen die haalbaar zijn te laten ontwikkelen door partijen die duurzame warmte in de stad kunnen aanbieden. Daarbij onderzoeken we of de gemeente ook zelf een rol kan spelen hierin.
Vraagnummer: 14 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
1.1 In Utrecht besparen we energie, zetten we grondstoffen opnieuw in en wekken we energie duurzaam op 97
Verbijzondering
Van het gas af
Vraag
Het college constateert dat er 822 panden van het aardgas zijn afgesloten.
Gemiddeld wordt ongeveer 80% van het gasgebruik van een woning gebruikt om de woning te verwarmen. Koken daarentegen is vaak nog geen 5%.
Hoeveel van de panden die zijn afgesloten van het gas waren daadwerkelijk verwarmd door gas? Bij hoeveel van de panden die 'van het gas' af zijn gehaald zijn was er daadwerkelijk veel gasgebruik?
Antwoord Vanwege de privacyregels hebben we zelf geen inzicht in het verbruik van individuele gebruikers. Wij baseren ons dus op de analyse van Stedin.
Van de afgesloten gebouwen heeft ongeveer een kwart zeker gas gebruikt voor ruimteverwarming (verbruik hoger dan 440m3 per jaar). De overige aansluitingen hadden gas voor koken en vaak ook voor een geiser of andere warmtapwaterbereiding. De waarde die Stedin gebruikt is 440m3 per jaar voor koken + warm tapwater. Stedin houdt niet bij wie gas alleen verbruikt voor koken (65m3 per jaar).
Vraagnummer: 15 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
2.1 Utrecht is een stad met een gezonde, stille en veilige leefomgeving
Bladzijde (in pdf)
103
Verbijzondering
Geluidsoverlast
Vraag
Er zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar uit de inwonersenquête, omdat deze maar eens in de twee jaar wordt gehouden. Kan het college toch delen hoe zij klachten met betrekking tot geluidsoverlast en de vrees daarvoor heeft ervaren? Zijn er specifieke wijken waar het college meer klachten heeft meegekregen of projecten waarover burgers hebben geklaagd?
Antwoord
Wij hebben in de jaren tussen de inwonersenquêtes geen compleet overzicht van de ervaren hinder en de spreiding ervan over de stad. Dit omdat meldingen en vragen met betrekking tot geluid bij vele gemeentelijke afdelingen en projecten - zowel in reguliere planprocessen als ad-hoc - worden gesteld.
Daarnaast is de specialistische afhandeling van vragen verspreid over een groot aantal organisatieonderdelen, o.a. Klantcontactcentrum, VTH, politie, Stadswerken, Ruimte (mobiliteit, omgevingsrecht, geluid) en projecten. We stellen tussen de enquêtes het grootste belang in het zorgvuldig beantwoorden van melding/vragen en gebruiken juist de inwonersenquête om een goed en representatief stedelijk beeld, ook in de tijd, te verkrijgen. (Zie ook antwoord op vraag 107)
Vraagnummer: 16 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Prestatiedoelstellingen
Bladzijde (in pdf)
168
Verbijzondering
Wilde bijen
Vraag
Waarom heeft het college geen concrete meetbare prestatiedoelstellingen inzake het vergroten van de biodiversiteit in de stad zodat wilde bijen meer kans hebben om te overleven?
Antwoord We hebben geen meetbare prestatiedoelstellingen omdat er geen (beleids)ambities zijn vastgelegd met betrekking tot aantallen. We monitoren wel de ontwikkeling om vinger aan de pols te houden.
Deze informatie vindt u terug in het Duurzaamheidsverslag, onder het kopje Natuur – de Utrechtse 30.
Vraagnummer: 17 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Prestatiedoelstellingen
Bladzijde (in pdf)
168
Verbijzondering
Wilde bijen
Vraag
Waarom heeft het college geen doelstellingen ten aanzien van bescherming van wilde bijen?
Antwoord We hebben geen meetbare prestatiedoelstellingen omdat er geen (beleids)ambities zijn vastgelegd.
Wel zijn in de Utrechtse Soortenlijst een aantal soorten wilde bijen opgenomen waarvoor beschermingsmaatregelen moeten worden getroffen voor projecten van de gemeente Utrecht. We monitoren hoe het gaat met de wilde bijen uit de Utrechtse Soortenlijst als onderdeel van de Utrechtse
30. Deze informatie vindt u terug in het Duurzaamheidsverslag, onder het kopje Natuur – de Utrechtse 30.
Vraagnummer: 18 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Groen tenzij
Bladzijde (in pdf)
145
Verbijzondering
Biodiversiteit
Vraag
Waarom heeft het college geen doelstellingen ten aanzien van het verminderen of beter verbieden van niet inheemse planten in de openbare ruimte voor betere biodiversiteit?
Antwoord We hebben geen meetbare prestatiedoelstellingen omdat er geen (beleids)ambities zijn vastgelegd met betrekking tot inheemse of uitheemse soorten. Er is wel een voorkeur voor het toepassen van inheemse en ecologisch waardevolle beplanting. Deze voorkeur volgt uit de tijdens de behandeling van de voorjaarsnota 2022 overgenomen Motie 173 ‘Ook inheems en lokaal, dan pas zijn we er helemaal’. Dit zal worden overgenomen in het Handboek Openbare Ruimte.
Vraagnummer: 19 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Groen tenzij
Bladzijde (in pdf)
145
Verbijzondering
Biodiversiteit
Vraag
Waarom heeft het college geen doelstellingen ten aanzien van het verbieden van gebruik en verkoop van pesticiden om de biodiversiteit te beschermen?
Antwoord Gemeente Utrecht gebruikt geen pesticiden in de openbare ruimte. De bevoegdheid voor een (algeheel) verbod ligt bij de landelijke overheid.
Vraagnummer: 20 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Groen tenzij
Bladzijde (in pdf)
145
Verbijzondering
Biodiversiteit
Vraag
Waarom wordt bij biodiversiteit niet specifiek gemonitord op een diversiteit aan planten zodat van februari tot en met oktober op iedere stuk groen er voedsel is voor insecten?
Antwoord Om van februari tot en met oktober op iedere stuk groen te zorgen dat er voedsel is voor insecten, is naast de diversiteit vooral de beheervorm van belang. Voor insecten is niet zozeer de diversiteit aan planten van belang, als wel de beheervorm. We streven naar toename van ecologisch maaibeheer, dat is gericht op meer structuur, meer soorten kruiden en fasering. Fasering betekent dat niet alles tegelijk wordt gemaaid en er dus op ieder stuk groen voedsel en dekking is van vroeg tot laat in het jaar. De hoeveelheid ecologisch beheerd groen wordt bijgehouden door de dienst Stadsbedrijven van de gemeente Utrecht. Er vindt beperkte monitoring plaats door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging op de vegetatie-ontwikkeling van enkele hooilandjes. In het kader van de monitoring van de Utrechtse 30 wordt de monitoring in 2024 uitgebreid met graslandvlinders, als indicator van kwaliteit en diversiteit van onze hooilanden.
Vraagnummer: 21 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman, Linda Voortman
Hoofdstuk
Prestatiedoelstellingen
Bladzijde (in pdf)
168
Verbijzondering
Wilde bijen
Vraag
Waarom zorgt het college niet voor wadi's waar water lang blijft staan om wilde bijen meer kans te geven? Zonder water geen wilde bijen.
Antwoord Utrecht is rijk aan oppervlaktewater en een tekort aan water vormt momenteel geen bedreiging voor wilde bijen.
Ons regenwaterbeleid is erop gericht regenwater zoveel mogelijk nuttig te gebruiken en te infiltreren in de bodem. Een wadi is hiervoor een zeer geschikt middel. We verkennen daarom bij elke vernieuwing van de openbare ruimte of hier ook wadi’s in kunnen komen. Dit is echter om diverse redenen niet altijd haalbaar. Zo vraagt een wadi ruimte en die is de bestaande openbare ruimte vaak beperkt. Ook moet een wadi lager liggen dan de weg. Bomen langs de weg staan echter veelal in de stoep en staan daarmee hoger dan de weg. Het uitgraven van wadi’s geeft daarmee een risico voor de wortels van bomen. In praktijk kan een wadi daarom vaak alleen worden toegepast als bij de vernieuwing van de openbare ruimte ook de bomen worden vernieuwd.
Vraagnummer: 22 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
RO, Wonen, Erfgoed
Bladzijde (in pdf)
20
Verbijzondering
Vergroot centrum
Vraag
Betekent dat betere faciliteiten voor het parkeren van fietsers en auto's?
Antwoord Hiermee bedoelen we dat we aan een vergroot centrum werken door de ontwikkelingen in het Stationsgebied, Beurskwartier, Lombokplein en Jaarbeurs. Samen met de historische binnenstad leidt dit tot een vergroot centrum. Fiets parkeren is hier inderdaad een onderdeel van. In de door uw raad vastgestelde Omgevingsvisie Binnenstad 2040 staan de voetganger en fietser centraal. Autoparkeren in de binnenstad wordt juist verminderd, conform het Mobiliteitsplan 2040.
Vraagnummer: 23 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk, Eva Oosters
Hoofdstuk
Duurzaamheid / Bereikbaarheid
Bladzijde (in pdf)
20/21
Verbijzondering
Duurzame mobiliteit
Vraag
Betekent dit naast een hoogwaardig OV systeem ook het bevorderen van het gebruik van de electrische Auto??
Antwoord Duurzame mobiliteit is de toekombestendige manier van vervoer die zo min mogelijk impact op de leefomgeving heeft en zo bijdraagt aan gezond stedelijk leven voor iedereen. We geven ruimte voor fiets en voetganger, hoogwaardig OV systeem en sturen we op reisgedrag - minder reizen, vaker buiten de spits reizen en meer gebruik van gezonde en gedeelde vervoerwijzen (lopen, fiets, OV en deelmobiliteit). En uiteraard werken we ook aan goede autobereikbaarheid voor noodzakelijk bestemmingsverkeer met een efficiënte benutting van het asfalt. Vanuit het perspectief van schone lucht en klimaat is het de ambitie dat zo veel mogelijk autoverkeer zero emissie is. Dit stimuleren we bijvoorbeeld door het plaatsen van oplaadpunten in de openbare ruimte. De elektrische auto draagt niet bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid en effectief ruimtegebruik. Daarom vraagt duurzame mobiliteit meer dan het elektrificeren van auto’s.
Vraagnummer: 24 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Hoofdstuk
Utrechts vastgoed
Bladzijde (in pdf)
23
Verbijzondering
Utrechts vastgoed
Vraag
In hoeverre is het College bereid om Utrechts Vastgoed in te zetten voor de realisatie voor het realiseren van woningen ende doorstroming
Antwoord In de Beleidsnota Maatschappelijk Vastgoed (actualisering van de Kaderbrief Maatschappelijk Vastgoed uit 2017) die de raad uiterlijk na de zomer ontvangt stelt het college voor om Wonen als beleidsdoel voor gemeentelijk vastgoed vast te stellen en integraal te wegen met de andere beleidsvelden bij de benutting van gemeentelijk vastgoed. Vanwege de hoge bezettingsgraad van het vastgoed en verkoopdoelstellingen in het verleden blijft de beschikbaarheid van gemeentelijk vastgoed voor wonen beperkt. Er is een kansenlijst opgesteld en bij de realisatie zoeken we samenwerking met corporaties. Vanuit het belang van maatschappelijk vastgoed voor de stad en wijk gaan we werken aan multifunctionele en flexibel aanpasbare concepten. Een overzicht van panden waar wel kansen zijn voor het toevoegen van woonruimte zal, zoals toegezegd, op de driemaandelijkse lijst locaties tijdelijk wonen worden toegevoegd.
Vraagnummer: 25 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters, Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Bereikbaarheid
Bladzijde (in pdf)
117
Verbijzondering
1.1
Vraag
Betekent het laten toenemen van de meest duurzame gezonde en efficiente vervoermiddelen een voorkeursbehandeling voor de fiets en de electrishe auto??
Antwoord We werken aan goede bereikbaarheid met duurzame mobiliteit. Hierbij geven we ruimte voor fiets en voetganger, een goed OV-aanbod en sturen we op reisgedrag - minder reizen, vaker buiten de spits reizen en meer gebruik van gezonde en gedeelde vervoerwijzen (lopen, fiets, OV en deelmobiliteit).
Hiernaast werken we ook aan goede autobereikbaarheid voor noodzakelijk bestemmingsverkeer met een efficiënte benutting van het asfalt. Emissieloos autoverkeer is hierbij onze ambitie. We stimuleren dit door middel van het plaatsen van oplaadpunten in de openbare ruimte.
Duurzame mobiliteit is de toekombestendige manier van vervoer die zo min mogelijk impact op de leefomgeving heeft en zo bijdraagt aan gezond stedelijk leven voor iedereen. We geven ruimte voor fiets en voetganger, hoogwaardig OV systeem en sturen we op reisgedrag - minder reizen, vaker buiten de spits reizen en meer gebruik van gezonde en gedeelde vervoerwijzen (lopen, fiets, OV en deelmobiliteit). En uiteraard werken we ook aan goede autobereikbaarheid voor noodzakelijk bestemmingsverkeer met een efficiënte benutting van het asfalt. Vanuit het perspectief van schone lucht en klimaat is het de ambitie dat zo veel mogelijk autoverkeer zero emissie is. Dit stimuleren we bijvoorbeeld door het plaatsen van oplaadpunten in de openbare ruimte. De elektrische auto draagt niet bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid en effectief ruimtegebruik. Daarom vraagt duurzame mobiliteit meer dan het elektrificeren van auto’s.
Vraagnummer: 26 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Bereikbaarheid
Bladzijde (in pdf)
117
Verbijzondering
1.2
Vraag
Betekent het bijdragen aan een mobillteirsgedrag en parkeergedrag het voorzien in de noodzakelijke voorzieningen?
Antwoord Ja, we zetten in op voorzieningen die duurzaam mobiliteits- en parkeergedrag stimuleren zoals o.a. deelmobiliteit beschikbaar maken, fietsparkeervoorziening en goede fietsinfrastructuur, mogelijkheden voor parkeren op afstand in bijv. Westraven of de nieuw te ontwikkelen HubXL. Naast deze voorzieningen zetten we ook in op gedragsverandering door bijvoorbeeld campagnes voor het stimuleren van deelmobiliteit. Vanuit Goed op Weg maken we afspraken met werkgevers over duurzaam reis- en parkeergedrag van hun werknemers.
Vraagnummer: 27 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
121
Verbijzondering
1.3
Vraag
Wanneer wordt begonnen met de Noordelijke randweg??
Antwoord In het 4e kwartaal van 2023 verwachten we een voorstel aan de Raad te sturen over de kortetermijnmaatregelen die we kunnen combineren met het (asfalt)onderhoud dat gepland is in 2024.
Verder hebben we afgesproken om in het BO MIRT in het najaar van 2023 met het Rijk te besluiten hoe we het project NRU vervolgen. Dit is een afspraak tussen gemeente Utrecht, provincie Utrecht en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Afhankelijk van dat besluit is ook meer te zeggen over hoe de lange termijn aanpak van de NRU eruit komt te zien en hoeveel tijd hiervoor nodig is.
Vraagnummer: 28 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Linda Voortman
Hoofdstuk
Volksgezondheid/Indicatoren Volksgezondheid
Bladzijde (in pdf)
232
Verbijzondering Vraag
Is het college het met ons eens dat het gaat om de bereikbaarheid van de zorg en niet om de ervaren gezondheid, aangezien de ervaren gezondheid ook een indicatie kan zijn van andere factoren dan de daadwerkelijke gezondheid? Zo niet, waarom niet?
Antwoord Nee, hier zijn we het niet mee eens. Gezondheid bestaat uit veel verschillende aspecten en we sluiten aan bij wat mensen zelf belangrijk vinden bij gezondheid. Dit wordt weergegeven in het Utrechts gezondheidsmodel.
Bij het werken aan gezondheid gaat het daarom niet (alleen) over de bereikbaarheid van zorg.
Gezondheid is een resultante van allerlei factoren: persoonlijke factoren zoals leefstijl, de leefomstandigheden of de sociaal economische positie. Zorg en ondersteuning is zo maar één van de factoren die gezondheid beïnvloedt.
Vraagnummer: 29 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Linda Voortman
Hoofdstuk
Volksgezondheid/Indicatoren Volksgezondheid
Bladzijde (in pdf)
233
Verbijzondering Vraag
Is het college het met ons eens dat de niet het dichten van de gezondheidskloof de prioriteit moet hebben maar juist de opwaartse mobiliteit van alle inwoners met betrekking tot hun gezondheid? Zo niet, waarom niet?
Antwoord We zetten in op het verkleinen van gezondheidsverschillen en tegelijkertijd op gezondheidswinst voor iedereen. Dus èn/èn. Gezondheidsverschillen zijn deels onrechtvaardig, want worden voor een groot deel bepaald door omstandigheden waar inwoners geen invloed op hebben en vormen een maatschappelijk probleem, omdat ze gepaard gaan met hogere zorguitgaven en een geringere (arbeids)particpatie en productiviteit (RVS, 2021). We stellen ons in Utrecht daarom als doel om de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% te verkleinen in 2040 ten opzichte van 2012. De ervaring leert dat inzetten enkel op een "opwaartse mobiliteit van alle inwoners met betrekking tot hun gezondheid" vooral ten goede komt aan de groepen waar het al beter mee gaat. Zo'n aanpak leidt daarom vaak tot grotere gezondheidsverschillen (RVS, 2021) en is daarom niet onze keuze.
Vraagnummer: 30 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Volksgezondheid/Leefstijl/Sport en bewegen
Bladzijde (in pdf)
234
Verbijzondering
Tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst 'Sport en bewegen op en rond school(tijd)' bleek dat de bereikbaarheid van sportfaciliteiten grote invloed heeft op hoeveel inwoners sporten. Inwoners in wijken met weinig sportfasciliteiten sporten significant minder
Vraag
Staat het willen fasciliteren van sport en beweging vanuit de gemeente niet op gespannen voet met de wens van het college om Utrecht te laten groeien en binnenstedelijk te verdichten? Zo niet, waarom niet? Dit betekent namelijk minder sportfasciliteiten in de buurt en dus minder sport en beweging.
Antwoord Ook bij binnenstedelijke verdichting wordt de uitbreiding van sportvoorzieningen zo veel als mogelijk meegenomen. Door de groei van het aantal inwoners is er meer vraag naar ruimte voor sport. Daarbij is het belangrijk dat de voorzieningen zo goed mogelijk verspreid zijn over de stad (10-minutenstad).
Het is een ingewikkelde opgave om dit in de praktijk te realiseren. Sporten in de openbare ruimte en binnensportvoorzieningen worden vaak opgenomen bij gebiedsontwikkelingen. Vooral voor de grotere sportvoorzieningen zoals sportparken is dat geen eenvoudige opgave in een verdichtende stad. Zelfs uitbreiding van bestaande sportparken (met een sportveld) is een hele puzzel.. Op sportparken kan echter ook nog capaciteit gevonden worden door efficiënter gebruik van bestaande veldcapaciteit. Het optimaliseren van de bezetting is een ingewikkelde puzzel en vraagt om veel afstemming met sportverenigingen en bonden om samen tot zo goed mogelijke oplossingen te komen. Verder worden aanvullende locaties gezocht voor uitbreiding (variantenstudies). Via de Mulier rapportages wordt tweejaarlijks gemonitord of de capaciteit voldoende meegroeit.
Vraagnummer: 31 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Cultuur/Utrecht is een aantrekkelijke cultuurstad met internationale allure voor kunstenaars, bewoners, ondernemers en bezoekers 300
Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag
Waarom is de doelstelling voor het percentage Utrechters dat cultureel aanbod waardeert op buurtniveau weer naar beneden bijgesteld naar 60% nadat middels een amendement door de raad was besloten om deze naar 65% te verhogen?
Antwoord Het amendement betreft het doelpercentage voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Het doelpercentage is aangepast voor de betreffende jaren. De Jaarstukken 2022 maken gebruik van de doelpercentages zoals die zijn geformuleerd voor de Programmabegroting 2022, deze kunnen niet met terugwerkende kracht aangepast worden.
Vraagnummer: 32 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Ondersteuning op maat
Bladzijde (in pdf)
245-284
Verbijzondering Vraag
In hoeverre hebben de regelingen in de gemeente Utrecht een aanzuigende werking op hulpbehoevenden uit omliggende gemeenten? Graag per regeling de geschatte aantallen per jaar.
Antwoord De regelingen en voorzieningen uit het programma Ondersteuning op Maat zijn zeer divers en omvangrijk (Jeugd, Wmo, Asiel & Integratie). Het is niet mogelijk om per regeling of voorziening aan te geven of deze ruimer of aantrekkelijker zijn dan in de gemeenten in de regio. Het is dus ook niet mogelijk om per regeling of voorziening aan te geven of deze eventueel een aanzuigende werking zouden kunnen hebben op inwoners uit omliggende gemeenten. Op dit moment hebben we echter geen aanwijzingen dat er inwoners zijn van omliggende gemeenten die specifiek naar Utrecht verhuizen om hier gebruik te kunnen maken van de Utrechtse voorzieningen op het gebied van zorg en ondersteuning.
Vraagnummer: 33 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Subsidies
Bladzijde (in pdf)
649-674
Verbijzondering Vraag
Wat is de procentuele verdeling tussen horizonsubsidies en andere types subsidie? Graag zowel als percentage van de aantal subsidies als percentage van het totaalbedrag dat aan subsidies wordt verstrekt.
Antwoord
Wij kennen de term horizonsubsidies als type subsidies niet.
Vraagnummer: 34 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Subsidies
Bladzijde (in pdf)
649-674
Verbijzondering Vraag
Wat is de procentuele verdeling tussen subsidies voor huisvesting en andere types subsidie? Graag zowel als percentage van de aantal subsidies als percentage van het totaalbedrag dat aan subsidies wordt verstrekt.
Antwoord
Specifieke huisvestingssubsidies worden incidenteel verleend. In 2022 ging het om 6 aanvragen voor de volgende subsidieregelingen en bedragen:
Huisvesting voorschoolse educatie (3 subsidies)
10.673.000
Huisvesting Berlijnplein
50.000
Huisvesting voedselbank
87.000
Huisvesting dierenvoedselbank
31.000
Totaal
10.841.000 (4% van het totaal bedrag subsidies, nog geen procent van het aantal toegekende subsidies.)
De kosten van huisvesting kunnen soms onderdeel zijn van de subsidieaanvraag. Met name als de aanvrager kosten maakt voor huisvesting en de huisvesting nodig is voor het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten. Het bedrag voor de huisvesting wordt niet apart geregistreerd in het subsidiesysteem, maar is onderdeel van de begroting bij de aanvraag. Voor deze aanvragen wordt dus niet separaat bijgehouden hoe hoog de huisvestingskosten zijn.
Vraagnummer: 35 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Subsidieverantwoording per ontvanger
Bladzijde (in pdf)
752
Verbijzondering
Stichting TivoliVredenburg is een van de subsidieontvangers. Tijdens commissiedebatten wordt vaak beweerd dat TivoliVredenburg laagdrempelig toegang verschaft tot cultuur aan bevolkingsgroepen die normaliter weinig met cultuur in aanraking komen.
Vraag
Welke indicatoren zijn er dat inwoners met een lager inkomen en/of inwoners die praktisch geschoold zijn via TivoliVredenburg in aanraking komen met cultuur? En welke vormen van cultuur zijn dat dan? Over wat voor percentages hebben we het?
Antwoord In de subsidieverantwoording geven we aan welke organisaties vanuit het programma cultuur subsidie hebben ontvangen. Dit betekent dat zij hebben voldaan aan de in een nadere regel gestelde voorwaarden en criteria voor het ontvangen van subsidie. Een pluriform dus veelzijdig aanbod en inclusieve cultuursector zijn twee van de vier pijlers van de Cultuurvisie en zijn vertaald naar beoordelingscriteria in de nadere regel Cultuurnota 2021-2024. Het beschikbaar stellen van specifieke informatie over het bereiken van inwoners met een lager inkomen en/of inwoners die praktisch geschoold zijn, is geen vereiste in de subsidieverantwoording. Wel wordt er in de Utrecht Monitor stadsbreed - niet op wijk- of instellingsniveau - onderzocht wat de deelname aan cultuur is van inwoners met een lager inkomen en/of inwoners die praktisch geschoold zijn. Van de inwoners die goed kunnen rondkomen neemt 79% deel aan cultuur, bij inwoners die precies kunnen rondkomen is dat 61%. Van de inwoners die niet goed kunnen rondkomen neemt 51% aan cultuur. 68% van de inwoners met havo/vwo/mbo doet aan cultuur, terwijl dit percentage bij inwoners met basis/vmbo opleidingsniveau 38% is. Gezien de aard en omvang van TivoliVredenburg, valt te verwachten dat deze percentages ook voor hun bereik representatief zijn. TivoliVredenburg zet zich in om alle publieksgroepen te bereiken en richt haar inspanningen de huidige periode op groepen die nog niet zo makkelijk de weg naar haar activiteiten vinden of zich te weinig herkennen in hun programma.
Daarvoor hanteren zij hun plan van aanpak ‘TivoliVredenburg Inclusief!’. Extra rekening houden ze met mensen met een kleine beurs. Hiervoor bieden ze onder andere gratis programma aan (denk aan lunchpauzeconcerten, Pop-O-Matic, workshops en activiteiten in Park 6, en Rabo Open Stage). Ook geven ze bij veel concerten korting: voor studenten, met CJP en met U-pas. Daarnaast werkt TivoliVredenburg in de wijken samen met partners die daar actief zijn, zoals de wijkcultuurhuizen en scholen.
Vraagnummer: 36 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Bladzijde (in pdf)
20
Verbijzondering
onvoldoende capatciteit elektriciteitsnetwerk
Vraag
Zullen de problemen met het elektriciteitsnetwerk effect hebben op de ontwikkelings plannen voor de Binnenstad, de Uithof/Utrecht Science Park Kanaleneiland en Transwijk? Zo ja, heeft het college dan een vastgestelde lijst die een overzicht zou kunnen bieden voor projecten die ook in de problemen komen door het elektriciteitsnetwerk?
Antwoord We gaan de impact van netcongestie op de stedelijke ambities in kaart te brengen. U wordt hierover uiterlijk in Q4 2023 geïnformeerd via een raadsbrief. In deze brief zal ook een eerste aanpak van netcongestie te lezen zijn. U bent eerder geïnformeerd over netcongestie en de impact ervan, via de raadsbrief Nieuwe transportschaarste op elektriciteitsnet (van 17 november 2022) en via de raadsinformatiebijeenkomst ‘Transportschaarste op het Net’ (van 7 februari 2023) en de raadsbrief van 7 juni jl.. Projecten met voorzieningen die nog geen aansluitingen toegewezen hadden gekregen, ondervinden sowieso hinder, niet alleen deze gebieden.
Vraagnummer: 37 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Bladzijde (in pdf)
55
Verbijzondering
Inhoudelijk
Vraag
Waarom is de grondprijzenbrief van 2019 gebruikt voor de Jaarstukken 2022?
Antwoord Er is gebruik gemaakt van de meest actuele grondprijzenbrief, voor 2022 was dat de grondprijzenbrief 2022 en voor het opstellen van de ramingen bij de actualisatie van 2023 is dat de grondprijzenbrief 2023. Abusievelijk is de link opgenomen naar de grondprijzenbrief 2019 in plaats van de link naar de grondprijzenbrief 2022.
Grondprijzenbrief 2022
Vraagnummer: 38 Fractie
Stadsbelang Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed
Bladzijde (in pdf)
63
Verbijzondering
Mobiliteitshub XL Papendorp
Vraag
Is er al een vasttelling voor de sneltramlijn die genoemt is in de plannen van Mobiliteitshub XL in Papendorp?
Antwoord Nee, nog niet. De tracékeuze is in onderzoek in het kader van de MIRT-verkenning OV en Wonen.
Vraagnummer: 39 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
1.1 Utrechters werken of participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam
Bladzijde (in pdf)
189
Verbijzondering
Het gaat om de doelstellingen 2023 in de tabel in relatie tot de realisatie in 2022 bij de arrangementen.
Vraag
1. Kan het college verklaren waarom de doelstelling voor 2023 lager ligt dan de realisatie van 2022, bijvoorbeeld bij arrangement 1?
Antwoord De doelstelling van 2023 is geformuleerd voordat de realisatie van 2022 bekend werd.
In 2021 hebben we de doelstelling van 2023 vastgesteld. Toen was nog lastig te bepalen wat een reële doelstelling was, als gevolg van de coronamaatregelen.
Voor de overige arrangementen zijn doelstelling 2023 en realisatie 2022 nagenoeg gelijk.
Vraagnummer: 40 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Dennis de Vries
Hoofdstuk
1.1 Utrechters werken of participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam
Bladzijde (in pdf)
193
Verbijzondering
"Aanpak jeugdwerkloosheid Om de dienstverlening te versterken, hebben we de methodiek lifecoaching ontwikkeld en zijn er vier lifecoaches aan de slag gegaan voor jongeren in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar."
Vraag
Wat is het resultaat van het werken met lifecoaches en wat heeft het opgeleverd?
Antwoord Het initiatief voor lifecoaching is ontstaan vanuit het regionale programma voortijdig schoolverlaten SchoolWerkt, daar is de pilot al gestart in september 2022 met vier lifecoaches (RMCtrajectbegeleiders) in de RMC-regio. Deze pilot wordt na afronding van schooljaar 2022-2023 geëvalueerd waarna de resultaten bekend zijn.
Op 4 mei 2023 is de kick-off geweest van de pilot lifecoaching voor de arbeidsmarktregio.
Lifecoaching is bedoeld voor jongeren zonder startkwalificatie die vastlopen op school (praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, mbo-entree) of in het vinden van een (eerste) baan.
Het gaat om een pilot tot 1 januari 2024 die bij succes wordt verlengd. We volgen en evalueren de komende periode de resultaten van de pilot. Het is nog te vroeg om daar iets over te kunnen zeggen.
De lifecoaches van de gemeente Utrecht werken vanuit team Jongeren en Banenafspraak van Werk en Inkomen. De pilot in de arbeidsmarktregio wordt gefinancierd vanuit de middelen van de Regionale aanpak jeugdwerkloosheid.
Vraagnummer: 41 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Subsidiemonitor 2022 pragraaf 3.4
Bladzijde (in pdf)
11
Verbijzondering
"De nadere regels worden in het subsidiesysteem EF vertaald naar een subsidieregeling waarvoor bewoners of organisaties een aanvraag kunnen indienen. Op het subsidieloket van de gemeente (www.utrecht.nl/subsidie) staat welke subsidieregelingen er beschikb
Vraag
In dit deel wordt verwezen naar de bijlage. Echter, in de bijlage ziet D66 Herstel en Veerkracht niet terug.
1. Is deze informatie wel meegenomen in de jaarstukken?
2. Heeft het college inzicht in wat er besteed is?
Vraag 3
En is het college van mening dat dit voldoende heeft opgeleverd?
Antwoord van het college
Antwoord
1. In de subsidiemonitor staan zowel aangevraagde subsidiedossiers als verleende subsidiedossiers.
Voor Herstel en Veerkracht geldt dat er vanaf 2022 aangevraagd kon worden maar dat deze pas in 2023 zijn verleend. In de bijlage van de subsidiemonitor 2022 staan dus geen aantallen verleende subsidieaanvragen aangezien deze er niet zijn. Het klopt dus dat deze niet zichtbaar is in de jaarstukken.
2. In 2022 zijn er geen bestedingen voor Herstel en Veerkracht.
3. De activiteiten starten voornamelijk in 2023 dus daar wordt niets over vermeld in 2022.
Vraagnummer: 42 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Rachel Streefland
Hoofdstuk
Deel 1, cultuur
Bladzijde (in pdf)
300 e.v.
Verbijzondering
Bewonersenquetes over cultuur aanbod vinden 1x per twee jaar plaats
Vraag
Een raadsperiode kent vier jaar. Deze bewonersenquête, die ook bedoeld zijn om voor de raad vinger aan de pols te houden, worden 1x per twee jaar gehouden. Dit betekent dat per periode maar twee keer deze cijfers bekeken kunnen worden.
1. Deelt het college de visie dat het daarmee lastiger is om vinger aan de pols te houden, dan als er elk jaar of nog vaker deze enquete wordt uitgezet? En waarom? 2. Wat zijn de mogelijkheden om deze enquete vaker te houden?
3. En welk aantal ziet het college als het ideale aantal keren waardoor zowel college als raad goed vinger aan de pols kan houden?
Antwoord
We hebben in 2019 besloten tot een frequentie van eenmaal per twee jaar voor de Inwonersenquête Onderzoek & Advies. Inhoudelijke afwegingen daarbij waren:
• Bij de meeste indicatoren in de Inwonersenquête leert de ervaring dat de beantwoording hiervan door bewoners niet aan grote fluctuaties onderhevig is. Een tweejaarlijkse meting levert voor monitoringsdoeleinden adequate actuele cijfers. Daarnaast sluit het aan bij de frequentie van andere metingen zoals de gezondheidspeiling van de afdeling Volksgezondheid (tweejaarlijks). Ook andere grote gemeenten (bijvoorbeeld Amsterdam) voeren de bewonerspeiling tweejaarlijks uit en de landelijke Veiligheidsmonitor is eveneens tweejaarlijks.
• Naast de Inwonersenquête is er een veelheid aan databronnen (bijvoorbeeld registratiecijfers), die in combinatie tot nieuwe inzichten leidt. Daarbij is data op een zo laag mogelijk schaalniveau wenselijk. Voor het werken binnen de gemeente biedt de enquête op wijkniveau veel minder relevante gegevens dan de subwijkenquête, die we in stand houden met een tweejaarlijkse frequentie. Tot 2019 hielden we een jaarlijkse peiling onder inwoners van Utrecht. Het schaalniveau van deze inwonersenquête wisselde jaarlijks: het ene jaar op wijkniveau, het andere jaar op subwijkniveau.
Vanaf 2019 houden we iedere twee jaar een Inwonersenquête waarmee we uitspraken kunnen doen op het niveau van de subwijk.
Gezien bovenstaande biedt het houden van een jaarlijkse enquête marginale meerwaarde ten opzichte van de kosten en inspanningen. Ook vanwege enquêtemoeheid zijn we terughoudend in het jaarlijks ondervragen van inwoners.
Vraagnummer: 43 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Deel 1, cultuur
Bladzijde (in pdf)
307
Verbijzondering
"De UIT-agenda en de opening van het culturele seizoen waren gericht op een bredere diversiteit aan jonge makers. Op die manier hebben we een nieuw publiek bereikt."
Vraag
1. Deelt het college de doelstelling om o.a. met de UIT-agenda zoveel mogelijk te proberen om Utrechtse kunstenaars aan de wereld te laten zien, en zoveel mogelijk van de wereld aan Utrechters te laten zien in Utrecht?
2. In hoeverre draagt de UIT-agenda bij aan deze doelstelling?
3. Ziet het college nog manieren om door middel van de UIT-agenda die nu nog niet worden benut, Utrechtse kunstenaars bereikbaar te maken voor eenieder buiten Utrecht, en om interessante makers van buiten Utrecht bekender te maken bij het Utrechtse publiek?
Vraag 4
En welke manieren zouden dat kunnen zijn en wat is er voor nodig om dit te realiseren?
Antwoord van het college
Antwoord 1.en 2. De Uitagenda Utrecht is erop gericht bewoners en bezoekers van Utrecht te informeren over het cultuuraanbod in de stad Utrecht. Ook Utrechtse kunstenaars presenteren hun werk in Utrecht, wat in dat geval opgenomen is in de Uitagenda. Cultuuraanbod buiten Utrecht is niet onderdeel van de Uitagenda.
3. en 4. Utrecht Marketing presenteert via verschillende kanalen, waaronder het Uitagenda Utrecht magazine, de website www.uitagendautrecht.nl en diverse nieuwsbrieven, een breed aanbod en licht daarbij afwisselend thema’s, makers, organisaties en programma’s uit om die meer onder de aandacht te brengen. Utrecht Marketing heeft (redactionele) vrijheid om daarin zelf keuzes te maken.
De keuzes en verantwoordelijkheid hiervoor liggen, zoals al aangegeven bij het antwoord hierboven, bij Utrecht Marketing. Als gemeente geven wij richting op hoofdlijnen.
Vraagnummer: 44 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries, Eva Oosters
Hoofdstuk
Deel 1, vastgoed
Bladzijde (in pdf)
343
Verbijzondering
"De meeste initiatiefnemers hebben hun plek gevonden via de gemeentelijke leegstandsbeheerder Ad-Hoc, de gemeentelijke buurtcentra, onderwijslocaties, de VGU zelf en de externe samenwerkingspartij De Plaatsmaker."
Vraag
Utrechtse culturele ondernemers dragen bij aan het Utrechtse vestigingsklimaat voor zowel bewoners als andere ondernemers in Utrecht.
Daarmee dragen zij indirect ook bij aan de waarde van grond en van panden in Utrecht en daarmee dus ook aan ons Utrechts vastgoed. De m2 prijs in een Utrecht zonder cultuur, zal lager liggen dan in een Utrecht waar cultuur floreert. Tegelijkertijd zien we dat er schreeuwend tekort is aan broedplaatsen in de zeer brede zin van het woord. En de locaties die we hebben, die vaak tijdelijk zijn, voelen de hete adem van woningbouw in hun nek. Daarom is het van wezenlijk belang dat ons vastgoed zoveel mogelijk gaat worden ingezet om o.a. op de maatschappelijke doelstellingen met betrekking tot cultuur te behalen. Tegelijkertijd zien we dat Ad-Hoc eerder een soort dozenschuiver is die op een zo'n simpel mogelijke manier vastgoed panden wil doorverhuren. Daarom de vragen:
1. Vindt het college ook niet dat het tijd wordt om ons vastgoed niet alleen maar via Ad-Hoc aan te bieden en het ook ruimte te geven aan andere beheer organisaties?
2. En welke mogelijkheden ziet het college hierbij om specifiek een partij die zich richt op het aanbieden van vastgoed aan culturele ondernemers de ruimte te geven?
3. Wat is hiervoor nodig om het monopolie van Ad-Hoc te doorbreken?
4. En hoe kunnen we ervoor zorgen dat vastgoed nooit meer verhuurd zal worden omwille van de opbrengsten, maar ten alle tijden omwille van het maatschappelijke doel?
Antwoord
1) Ja. In de raadsvergadering van 15 juli 2021 heeft u ons bij de behandeling van het Raadsvoorstel Ambitiedocument Maatschappelijke Meerwaarde Vastgoed middels motie 290 ‘Divers Leegstandsbeheer’ opgedragen na het aflopen van het huidige contract met de leegstandsbeheerder te kiezen voor leegstandsbeheer door meerdere partijen met een verschillend profiel.
Periodes korter dan een half jaar dienen ingevuld te worden met kortlopend leegstandsbeheer. Zoals aangegeven in onze raadsbrief van 31 mei jl. is het contract voor het kortlopende leegstandsbeheer gegund aan Ad Hoc. Zij gaan daarbij voor een zo hoog mogelijke maatschappelijke en buurtgerichte invulling van het leegstaande pand. Voor deze opdracht is recent een aanbestedingsprocedure doorlopen en is Ad Hoc opnieuw geselecteerd. Voor periodes langer dan een half jaar heeft u ons opgedragen één of meerdere partijen te selecteren die in staat zijn om leegstandsbeheer doelmatiger en met meer maatschappelijke waarde te organiseren. En daarbij ruimte te houden voor maatwerk en flexibiliteit, zodat er ingespeeld kan worden op initiatieven uit de wijk en er per pand en per duur van de leegstand de juiste keuze gemaakt kan worden.
2) Aanvullend op uw opdracht, om voor de langere periodes één of meerdere partijen te selecteren, hebben wij aangegeven dat waar sprake is van leegstand de gemeente vanuit haar eigen expertise zelf een rol wil gaan spelen zoals bijvoorbeeld bij het pand Magazijn de Zon.
Wij gaan een plan van aanpak opstellen waarbij wij kijken hoe het leegstandsbeheer voor de langere periode het best georganiseerd kan worden. Daarbij kijken we naar zowel de eigen als de externe mogelijkheden, de voor- en nadelen en randvoorwaarden en de mogelijke positieve of negatieve financiële consequenties hiervan om dit tot een succes te maken. Hierover zullen wij u in het najaar nader informeren.
Als besloten wordt tot de selectie van één of meerdere externe partijen dan zal dat plaatsvinden middels (een) aanbesteding(en). Of het hierbij wenselijk is specifiek ruimte te geven aan partijen die zich richten op het aanbieden van vastgoed aan culturele ondernemers zullen wij nader onderzoeken.
3) Zie de antwoorden op vraag 1 en 2.
4) De gemeente zet haar vastgoed nu al in ten behoeve van ofwel beleidsdoelen ofwel maatschappelijke doelen. Opbrengstmaximalisatie is niet het doel. Vastgoed wordt wel zoveel als mogelijk kostprijsdekkend geëxploiteerd. In de Beleidsnota Maatschappelijk Vastgoed (actualisering van de Kaderbrief Maatschappelijk Vastgoed uit 2017) die de raad uiterlijk na de zomer ontvangt, wordt dit geadresseerd.
Vraagnummer: 45 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf)
97
Verbijzondering
aantal gasafsluitingen
Vraag
1. Hoe kan het dat de doelstellingen voor gasafsluitingen niet gehaald worden?
2. Welke acties kan het college ondernemen om deze doelstellingen te halen?
Antwoord Antwoord op 1 en 2:
In 2022 vonden gasafsluitingen uitsluitend plaats door stappen van verhuurders (vaak woningcorporaties) en individuele eigenaren. Bewoners kunnen wel al met woning aan de slag.
Gericht op met name besparingsmogelijkheden. Ook kunnen individuele bewoners kiezen om de laatste stap naar aardgasvrij te zetten door voor een alternatieve warmte-optie te kiezen. Dat zijn, voor zowel corporatiebezit als individuele woningen, elektrische opties (een warmtepomp) of een aansluiting op het aanwezige warmtenet.
Vanuit de buurtaanpak zijn nog geen concrete en grootschalige plannen gereed. De aanpak voor Overvecht-Noord komt naar alle waarschijnlijkheid eind 2023 in de fase van besluitvorming. Wanneer de concrete uitvoering gaat starten wordt dan ook bekend, maar dat zal pas vanaf eind 2024 of begin 2025 zijn. In de buurtaanpak voor andere clusters vindt vanaf 2023 versnelling in de planvorming plaats, die zorgt dat in gebieden meer op collectieve basis alternatieve warmte-opties worden ontwikkeld. De uitvoering van die plannen zal pas kunnen starten na besluitvorming in 2025-2026.
Daarbij zijn we ook afhankelijk van ontwikkelingen op wetgevingsgebied en de landelijke discussie over betaalbaarheid zodat iedereen een goed aanbod krijgt.
Het Rijk werkt nog aan de benodigde wet- en regelgeving die gemeenten nodig hebben om grootschalig met het uitfaseren van gas aan de slag te gaan. Dit betekent dat op dit moment de grote aantallen niet worden gerealiseerd en ook niet mogen worden verwacht. De gasafsluitingen die hier genoemd zijn, zijn het resultaat van bewoners die zelf van het gas zijn afgegaan en of corporaties die zijn overgestapt.
Vraagnummer: 46 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf)
97
Verbijzondering
elektriciteitsopwekking via kolen
Vraag
1. Op welke momenten kunnen er nog kolen worden verstookt om elektriciteit op te wekken in onze stad?
2. Welke acties onderneemt het college om dit versneld uit te faseren en welke extra stappen kan het college nog zetten?
Antwoord
1. Op geen moment wordt kolen gebruikt in onze stad. De elektriciteitscentrale werkt alleen op aardgas. 2. Er zijn dus geen acties nodig om kolen uit te faseren.
Vraagnummer: 47 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf)
101
Verbijzondering
Voor de gebiedsontwikkeling Ockhuizen heeft het college een programmatisch vertrekpunt vastgesteld op basis waarvan met omgevingspartijen gewerkt is aan een Integraal Programma van Eisen.
Vraag
1. Hoe zou het college deze zin schrijven op een manier dat het begrijpelijk is voor iedereen?
2. Welke stappen onderneemt het college om zoveel mogelijk in begrijpelijke taal te schrijven?
Antwoord
1. Bij Ockhuizen werken we aan een gebiedsontwikkeling waarbij we natuur, recreatie en duurzame energie inpassen in een cultuurhistorisch landschap. Samen met grondeigenaren, bewoners, maatschappelijke organisaties en initiatiefnemers werkten we aan een Programma van Eisen waar deze gebiedsontwikkeling aan moet voldoen.
2. We schrijven inderdaad soms nog steeds ingewikkelde teksten. Communicatieadviseurs lezen mee met alle stukken die openbaar worden. Al deze stukken moeten in B1 geschreven worden, zodat het voor iedereen begrijpelijk is. We doen ons uiterste best om in begrijpelijke taal te schrijven, maar dat lukt nog niet altijd, zo blijkt ook hier. soms is het toch te ingewikkeld.
Vraagnummer: 48 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Economie en werkgelegenheid voor iedereen
Bladzijde (in pdf)
181
Verbijzondering
ontbrekende cijfers: aantal banen, overnachtingen, aanbod/opname ratio werklocaties
Vraag
1. Waarom zijn de cijfers niet tijdig bekend?
2. Hoe gaat het college dit de volgende keer voorkomen?
Antwoord Deze cijfers komen jaarlijks pas in april beschikbaar, na de ambtelijke deadline voor de jaarstukken.
Op dat moment zijn de concept-jaarstukken al gecontroleerd door de accountant. De cijfers hadden in april alsnog moeten worden aangevuld (met toestemming van de accountant). Dit is door een fout niet gebeurd. Bij volgende edities zal dit later aanvullen wel tijdig gebeuren. Zoals in voorgaande jaren ook is gebeurd. De cijfers zijn gepubliceerd in de Utrecht monitor, onderdeel Economie & Inkomen. Voor 2022 betreft het: aantal banen per ha 32,1, aantal zakelijke overnachtingen 39% van alle hotelovernachtingen, aanbod/opname ratio: kantoorruimtes 2,9 (aanbod/opname), bedrijfsruimten 0,8 (aanbod/opname). Voor vergelijkende cijfers van voorgaande jaren zie Utrecht monitor onderdeel arbeidsmarkt, kantorenmarkt en bedrijfsruimten & bedrijventerreinen
Vraagnummer: 49 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Economie en werkgelegenheid voor iedereen
Bladzijde (in pdf)
182
Verbijzondering
Omscholing utrechters
Vraag
1. Hoeveel inwoners zijn geholpen met omscholing?
Antwoord De regeling loopt ten einde, omdat het subsidieplafond bijna bereikt is. Tot nu toe hebben 1000 mensen interesse getoond in de regeling en zich aangemeld. Dit heeft na screening en adviesgesprekken door het Leerwerkloket geleid tot 116 subsidieverstrekkingen. Daarnaast zijn 89 inwoners naar een ander, passender loopbaantraject begeleid.
Vraagnummer: 50 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Economie en werkgelgenheid voor iedereen
Bladzijde (in pdf)
182
Verbijzondering
Ondersteunen circulaire bedrijven
Vraag
Het college geeft aan dat ze circulaire bedrijven hebben geholpen en begeleidt.
1. Hoe kan het college ervoor zorgen dat dit duidelijker zichtbaar wordt zodat het een inspiratiebron kan zijn voor de (nu nog) minder circulaire ondernemers?
Antwoord Het college laat op diverse manieren nu al duidelijk zien hoe (nu nog minder circulaire) ondernemers zijn te inspireren om circulair te gaan ondernemen. Zo wordt er jaarlijks in het duurzaamheidsverslag gerapporteerd over de resultaten van Utrecht Circulair. Daarin wordt ook aangegeven wat er is gedaan om circulaire bedrijven te ondersteunen en worden voorbeelden genoemd. Daarnaast maakt 'De Circulaire stad' onderdeel uit van de gemeentelijke website. Hier worden tips gegeven over circulair ondernemen voor Utrechtse ondernemers en links naar andere relevante circulaire organisaties met websites. Denk daarbij aan de Alliantie Cirkelregio Utrecht en aan het landelijk Versnellingshuis. Beide geven ook inspirerende voorbeelden van circulair ondernemen.
Vraagnummer: 51 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman, Dennis de Vries
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
145
Verbijzondering
Subsidie watervriendelijk maatschappelijk vastgoed
Vraag
Er zijn ongeveer 362 subsidieaanvragen ontvangen. Met behulp van de subsidies zijn 698 daken en twee schoolpleinen vergroend.
1. Wat zijn de lessen gedurende dit traject en kunnen we dit meenemen om een pro-actiever beleid te voeren om deze subsidie voor zoveel mogelijk mensen te laten gebruiken?
Antwoord De belangrijkste constatering is dat de regeling voor groene daken nog steeds heel populair is. Het aantal aanvragen was in 2022 veel hoger dan in 2019 en de jaren daarvoor en maar iets lager dan in 2020 en 2021. Voor de subsidie watervriendelijk maatschappelijk vastgoed die we per 1 mei 2022 hebben ingesteld, hebben we ondertussen geleerd dat het voorbereiden van projecten bij maatschappelijk vastgoed een aanzienlijke voorbereiding vraagt, waardoor deze regeling in 2022 nog nauwelijks gebruikt is.
Vraagnummer: 52 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
158
Verbijzondering
Waterkwaliteit
Vraag
Er staat dat dit jaar 60% van de maatregelen die vallen onder de impulsregeling uitgevoerd zijn.
1. Wat voor maatregelen waren dit?
2. Wat zijn hier de effecten van geweest op de waterkwaliteit?
3. Was de impuls regeling eenmalig of blijk dat deze maatregelen nogmaals periodiek uitgevoerd moeten worden?
3. Wat zijn hierover de afspraken met het HDSR?
Antwoord
1. Dit waren voornamelijk maatregelen ter vermindering van de gevolgen van extreme buien (piekbuien), langdurige droogte en hitte in het stedelijk gebied (klimaatadaptatie) en een drietal maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit en waternatuur in stedelijk gebied (gezond water).
Zie voor een overzicht van de maatregelen Impuls Water in de Leefomgeving - HDSR
2. Twee van de maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit (vervangen duikers en vervangen stuw) zorgen voor een betere doorstroming en daarmee minder kans op kroos of andere waterkwaliteitsproblemen. Bij de derde maatregel, het plaatsen van Rifblokken in de Catharijnesingel, is nog onbekend wat het effect is Monitoring hiervan door het waterschap HDSR volgt in de tweede helft van 2023.
3. De impulsregeling is een jaarlijkse bijdrage van waterschap HDSR die gemeenten binnen het beheergebied jaarlijks kunnen aanvragen. Het betreft over het algemeen eenmalige bijdrages aan investeringsmaatregelen.
4. In elk geval is ook voor 2023 en 2024 de impulsregeling beschikbaar. Onze aanvraag voor 2023 is door HDSR toegekend en de aanvraag voor 2024 is in de afrondende fase.
Vraagnummer: 53 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
169
Verbijzondering
Bankjes
Vraag
Er staat dat er sinds 1 januari een indicator voor bankjes ontwikkeld is waarmee bijgehouden wordt hoeveel bankjes worden verwijderd en toegevoegd in de openbare ruimte.
1. Klopt het dat bankjes die verwijderd worden ook op een gelijkwaardige en nabijgelegen plek teruggeplaatst worden? Wat wordt er verstaan onder "gelijkwaardig" en nabijgelegen?
2. Klopt het dat het uitgangspunt is dat er altijd meer toegevoegd wordt dan verwijderd?
3. Zijn er het afgelopen jaar meer bankjes toegevoegd dan dat er verwijderd zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Op 1 januari 2023 is een nulmeting uitgevoerd naar het aantal bankjes in het beheersysteem. Dit aantal stond op 3877. In de loop van 2023 ontwikkelen we een methode waarmee we de mutaties in het systeem kunnen bijhouden. Op dit moment is dat systeem nog in ontwikkeling, daarmee is nog niet te zeggen hoeveel bankjes er afgelopen jaar geplaatst dan wel verwijderd zijn. Het uitgangspunt is dat het aantal bankjes in de openbare ruimte minimaal gelijk blijft aan de nulmeting.
Vraagnummer: 54 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
170
Verbijzondering
Dierenwelzijn
Vraag
1. Valt onder prestatiedoelstelling 2.2.3 (Wij zorgen goed voor onze dieren in de stad) ook de realisatie van hondenuitlaat mogelijkheden (groene wandelingen, losloopgebieden, hondentoiletten)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
We maken ruimte voor alle dieren in de stad. Voor het realiseren van toiletten en speelweides voor honden in bestaande wijken doen we wanneer bewoners hiernaar vragen. We bieden hiervoor mogelijkheden vanuit het initiatievenfonds, dit is opgenomen onder het Programma Bewoners en Bestuur, doelstelling 3. Bij nieuwe ontwikkelingen nemen we ook voorzieningen voor honden mee.
Vraagnummer: 55 Fractie
D66
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
170
Verbijzondering
Dierenwelzijn
Vraag
De gemeente heeft dierenartsen en hulpverleners die zich bezighouden met huiselijk geweld geinformeerd over hoe ze dierenmishandeling kunnen herkennen.
1. Heeft dit iets opgevelerd?
2. Zijn er meer meldingen gedaan?
3. Was dit gesprek eenmalig?
Antwoord
1. Heeft dit iets opgeleverd Dit onderwerp is meegenomen in de accountgesprekken met aanbieders. Daarbij is ook de routekaart met daarin informatie over het herkennen van dierenmishandeling van de dierenbescherming onder de aandacht gebracht bij aanbieders. De informatie is vervolgens intern verspreid. Wij beschouwen het herkennen van dierenmishandeling en hier correct naar handelen als onderdeel van kwalitatief goede zorg net als bij mensen. Dit heeft bewustzijn bij de dierenartsen en hulpverleners opgeleverd.
2. Zijn er meer meldingen gedaan?
Wij hebben geen inzicht in het aantal meldingen dat er bij 114 wordt gedaan en door wie deze meldingen zijn gedaan. Hiermee hebben we ook geen inzicht in een eventuele stijging van het aantal meldingen door de partijen die werken met mensen die te maken hebben met huiselijk geweld.
3. Was dit gesprek eenmalig?
Ja, dit gesprek was eenmalig.
Vraagnummer: 56 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Eelco Eerenberg, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Bijlage 2 Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
3
Verbijzondering
RSU
Vraag
Waarom wordt ervoor gekozen om zoveel geld in de reserve "Investeringsimpuls RSU" te storten, puur omdat de lasten minder hoog zijn dan gedacht? Waarom dit geld niet naar de algemene reserve doen of besteden aan andere ruimtelijke opgaven in de stad?
Antwoord Zie ook het antwoord op vraag 86. De afwijkingen in de lasten en baten betreffen schommelingen in het kasritme van de projecten uit de investeringsimpuls RSU, die jaarlijks worden verrekend met de bestemmingsreserve. De geheime bijlage bij het MPR ‘Programmering ruimtelijke ontwikkelingsprojecten 2023’ geeft een actueel beeld van alle projecten en van de begrote kosten.
De storting voor ‘betaalbaar wonen’ is gebaseerd op motie 2017/191. De geheime bijlage bij het MPR 2023 ‘Overzicht voorstellen betaalbaar wonen (opbrengsten conversieregeling Erfpacht 2017)’ geeft de geïnventariseerde projecten weer als richtinggevend kader voor het nog te bestemmen bedrag uit de reserve.
Vraagnummer: 57 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Rachel Streefland
Hoofdstuk
Bijlage 2 Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
4
Verbijzondering
Dwangsommen
Vraag
Waarop is de verwachting gebaseerd nog eens 300.000 euro nodig te hebben voor dossier Oude Gracht? Hoe verhoudt dit zich tot eerder nieuws over bezwaarprocedures waar de gemeente geen grip op had en daardoor ook extra boetes moest betalen?
Antwoord Er is geen sprake van € 300.000 extra aan kosten. Het betreft alleen een administratieve overheveling van 2022 naar 2023. De verwachting is dus dat het oorspronkelijk geraamde bedrag voldoende is.
Vraagnummer: 58 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk, Eva Oosters
Hoofdstuk
Bijlage 2 Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
4
Verbijzondering
Duurzaamheid
Vraag
Hoe verklaart het college dat zij veel budget van het Rijk nog niet heeft weten te besteden aan klimaat? Ligt dit alleen aan capaciteitstekort? En gaat het geld straks alleen naar extra personeel, of ook andere investeringen? Is dit alleen gerelateerd aan energietransitie, of ook bijvoorbeeld de beweging naar een circulaire economie?
Antwoord De middelen van het Rijk voor de uitvoering van het Klimaatakkoord zijn halverwege het jaar beschikbaar gekomen en in de begroting opgenomen in de jaren 2022 en 2023. Van de 1,2 miljoen euro voor 2022 is circa 0,8 miljoen euro besteed. De lagere besteding komt voornamelijk door een langere doorlooptijd voor aantrekken van personeel in de huidige arbeidsmarkt. De middelen worden grotendeels ingezet voor personele capaciteit, het inhuren van externe expertise of onderzoek.
Daarnaast wordt een deel hiervan besteed aan inzet op laadinfrastructuur en Duurzame Mobiliteit.
Vraagnummer: 59 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Bijlage 2 Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
5
Verbijzondering
Bereikbaarheid
Vraag
Hoe kan het zo zijn dat we lasten niet hadden begroot, maar nu toch vallen en dat een onttrekking van 2,173 miljoen euro nodig is? Is dit een technische fout of iets anders? En wat zijn de gevolgen van deze tegenvaller voor het programma Bereikbaarheid?
Antwoord Op basis van de nota WAAVA zijn een deel van de projectkosten niet activeringswaardig. Dit betreffen de kosten gemaakt in de initiatieffase en de definitiefase. Deze kosten worden direct ten laste van het resultaat van het betreffende boekjaar gebracht. Dit betekent dat over die lasten niet kan worden afgeschreven. Afgelopen jaren is dit niet gebeurd en daarom is dit nu gerepareerd.
Voor het programma bereikbaarheid betekent het alleen een verschuiving van de lasten van de toekomst naar 2022. Het betekent ook dat we in de toekomst geen afschrijvings- en rentelasten hebben die ten laste van deze reserve gaan. Per saldo hebben we uiteindelijk lagere lasten omdat we over dit bedrag geen rente hoeven te betalen (hoeven deze kosten niet meer te financieren omdat we ze nu meteen dekken).
Vraagnummer: 60 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Bijlage 2 Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
11
Verbijzondering
Algemene middelen en corona
Vraag
Het college stelt dat er nu opeens een meevaller is van 2,820 miljoen euro vanwege minder gemaakte onvermijdelijke kosten door corona. Bij de Programmabegroting is een fel debat gevoerd in de raad over een veel kleinere meevaller waar de wethouder toen mee kwam, waarbij de consensus ontstond om dit mee te nemen naar de VJN. Hoe verhouden deze twee zich met elkaar, en wat stelt het college nou precies voor om met dit geld te doen?
Antwoord In reactie op de uitbraak van het coronavirus, zijn er in het voorjaar van 2020 twee soorten kosten onderscheiden: onvermijdelijke kosten (uitgaven en inkomstenderving als gevolg van de lockdowns en anderhalvemeterfase) en maatregelen om de stad zo goed mogelijk door de crisis te helpen. De onvermijdelijke kosten zijn in de jaren 2020, 2021 en 2022 ten laste van de algemene dekkingsreserve gebracht, voor de maatregelen is in 2020 een bestemmingsreserve ingesteld.
De Jaarrekening 2022 laat zien dat de onvermijdelijke kosten in 2022 2,820 miljoen euro lager waren dan het bedrag dat voor de onvermijdelijke kosten in de actuele begroting 2022 was verwerkt. Bij de resultaatbestemming stellen wij voor dit bedrag vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen. Dit bedrag maakt daarmee deel uit van het te bestemmen resultaat 2022, dat is verwerkt in de Voorjaarsnota 2023 (blz. 36).
Tijdens het debat over de Programmabegroting 2023 van 10 november 2022 hebben wij toegezegd bij de Voorjaarsnota een bedrag van 400.000 euro beschikbaar te stellen ter dekking van wensen van de gemeenteraad, uit de (op dat moment) verwachte vrijval van de bestemmingsreserve maatregelen corona. In de Tweede bestuursrapportage 2022 was te lezen dat deze vrijval zich waarschijnlijk zou voordoen en dat deze middelen zoals gebruikelijk zouden worden bestemd bij de eerstkomende voorjaarsnota.
Deze vrijval uit de bestemmingsreserve maatregelen corona hebben wij verwerkt in de Voorjaarsnota 2023, op blz. 41. In overeenstemming met de wens van de raad is het voorstel dat daaruit het bedrag van 362.000 euro gedekt, dat is overgemaakt aan giro 555, zoals toegezegd op de mondelinge vraag MV3 “slachtofferhulp naar aanleiding van aardbeving Turkije en Syrië, op 8 februari 2023.
Vraagnummer: 61 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Samenvatting
Bladzijde (in pdf)
15
Verbijzondering
Grondexploitaties
Vraag
Er is veel meer geld onttrokken uit reserves dan bedacht, en het college geeft aan dat dit met name komt door grondexploitaties. Hoe zit dit? Klopten de prognoses niet? Vielen opbrengsten tegen, en zo ja, hoe kwam dat?
Kwam dit puur door vertraging van geplande uitgiften (zie ook toelichting op pagina 17) of is er meer aan de hand?
Antwoord De hogere onttrekking aan de reserve grondexploitaties betreft de vrijval van de robuuste posten in de grondexploitatie Leidsche Rijn (zie pagina 71). In de technische bijeenkomst grondexploitaties op 8 juni wordt uitleg gegeven over de verwerking van deze posten.
Vraagnummer: 62 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Lot van Hooijdonk, Eva Oosters
Hoofdstuk
Samenvatting per programma
Bladzijde (in pdf)
20
Verbijzondering
Binnenstad
Vraag
Het college stelt: "In de Binnenstad werken we toe naar een vergroot centrum dat beter toegankelijk is in 2040." Waar doelt het college op? De Binnenstad is niet toegankelijker geworden voor de auto en fietser (voetgangersgebied), en ook de mate van toegankelijkheid voor mensen met een beperking (zoals slechtzienden) laat nog te wensen over (denk aan hinderlijk geparkeerde fietsen, afval, weinige geleidelijnen, etc)
Antwoord Hiermee bedoelen we enerzijds dat we aan een vergroot centrum werken door de ontwikkelingen in het Stationsgebied, Beurskwartier, Lombokplein en Jaarbeurs. Samen met de historische binnenstad leidt dit tot een vergroot centrum. In de door uw raad vastgestelde Omgevingsvisie Binnenstad 2040 staan de voetganger en fietser centraal. De uitbreiding van het voetgangersgebied en recente herinrichtingen zoals de Tolsteegbarrière en -brug zijn hier voorbeelden van. Daarbij is de binnenstad niet alleen toegankelijker geworden voor voetgangers maar ook voor fietsers. Fietsers mogen in de rustige perioden bijvoorbeeld langer in het hele voetgangersgebied fietsen, namelijk tot 12:00, eerder was dit tot 10:00. Ook de nieuwe stallingsmogelijkheden en het realiseren van fietsstraten binnen en buiten de binnenstad dragen bij aan een betere toegankelijkheid voor fietsers.
Vraagnummer: 63 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Bewoners en bestuur
Bladzijde (in pdf)
40 en 41
Verbijzondering
Betrokkenheid inwoners bij buurt, wijk, stad
Vraag
We zien dat de prestatieindicator door de jaren heen gelijk blijft. Ook staat vermeld dat netwerken kleiner zijn geworden omdat vrijwilligers zijn vertrokken ivm corona. Het initiatievenfonds is daarentegen meer gevonden dan rekening mee gehouden. Welke conclusie trekt het college, hoe tevreden kunnen we zijn over 2022 op dit onderwerp? Is er dan niet veel meer nodig op dit vlak de komende tijd, om het weer aan te trekken?
Antwoord U geeft aan dat de indicator gelijk blijft door de jaren heen. We hebben echter voor 2022 geen realisatiecijfers omdat de inwonersenquête een keer per twee jaar wordt afgenomen. Dit schrijven wij ook in de jaarstukken. We kunnen dus over 2022 niet oordelen of het gelijk is gebleven en er daardoor ook geen conclusie aan verbinden. Bij de herijking van Samen stad maken zullen wij aangeven hoe wij de betrokkenheid van bewoners bij hun buurt, wijk en stad willen versterken en meer helderheid geven over hun invloed en zeggenschap. Hierover stuurden wij u op 22 maart 2023 de brief de brief Focus en koers herijking Samen stad maken. Het Initiatievenfonds is een van de middelen om deze betrokkenheid te stimuleren. In 2022 kregen 967 initiatieven een subsidie uit het Initiatievenfonds en is 97% van het budget toegekend. Het wordt dus veel gebruikt. Bij de herijking van het Initiatievenfonds kijken we naar de effectiviteit en de doelen van het Initiatievenfonds. Deze herijking ontvangt u voor de programmabegroting 2024, zoals toegezegd in de raadsvergadering van 10 november 2022. Meer informatie over het Initiatievenfonds kunt u lezen in de raadsbrief Initiatievenfonds voorjaar 2023 die u op 31 mei 2023 kreeg.
Vraagnummer: 64 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries, Linda Voortman
Hoofdstuk
Ruimtelijke Ontwikkeling
Bladzijde (in pdf)
87
Verbijzondering
Ouderen
Vraag
Er wordt beschreven dat er een Actieplan "Een (t)huis voor ouderen" is opgesteld. Dit is bekrachtigd met een intentieovereenkomst in maart 2022, maar welke investeringen heeft het college sindsdien concreet gedaan, of welke middelen zijn gereserveerd?
Antwoord
Er is geïnvesteerd in de samenwerking met de partners in de stad (o.a. zorg- en marktpartijen, woningcorporaties, belangenorganisaties). Dit is verankerd in een Kopgroep bestaande uit vertegenwoordigers van partijen die de intentieovereenkomst hebben getekend. De Kopgroep werkt aan het realiseren van de doelen van het actieplan. Afgelopen jaar is er verder gewerkt aan concrete acties uit het actieplan. Zo is o.a. de pilot buurtvoorrang 65+ uitgevoerd en geëvalueerd, de pilot Lunetten geconcretiseerd, hebben partijen leerlessen gedeeld tijdens de excursie woonconcepten in Utrecht en is gewerkt aan doorstroming, marketing en communicatie richting de doelgroep. Er zijn daarnaast middelen geïnvesteerd (€40.000) voor de voorzetting van de verhuisadviseur senioren. Dit is gedekt uit de structurele middelen binnen het programma Wonen.
Vraagnummer: 65 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Hoofdstuk
Ruimtelijke Ontwikkeling
Bladzijde (in pdf)
87
Verbijzondering
Doorstroming
Vraag
Er wordt teruggeblikt op meerdere pilots. Bij de technische sessie over de Voorjaars-nota werd door de wethouder vermeldt dat er in het kader van bezuinigingen gestopt wordt met pilots. Wat betekent dat voor dit onderwerp, ook qua financiële dekking? Is in de Jaarstukken ook gekeken naar financiële borging van structurele middelen straks?
Antwoord Het gaat om doorstroming bevorderen met diverse doelen: pilot buurtvoorrang 65+ in nieuwbouw met Woonin (twee locaties), pilot/experiment van twee jaar met toekennen extra inschrijfjaren voor selecte groep kwetsbare bewoners van Place2BU; en de doorstroomregel: middeninkomens krijgen voorrang naar middenhuurwoningen en daarbinnen voorrang als zij sociale huurwoning achterlaten. Al deze activiteiten zijn verbonden aan het experimenteerartikel uit de Huisvestingsverordening en gericht op eerlijke woonruimteverdeling, waarover de raad per 1 juli bevoegd is om te beslissen.
Een mogelijke generieke uitspraak over het opstarten, dan wel stoppen met pilots wordt per beleidsveld afgewogen. In het geval van woonruimteverdeling is de kans reëel dat er nieuwe pilots zullen opstarten. Het bevorderen van doorstroming op de huidige krappe woningmarkt valt namelijk onder trede 3 genoemd in de raadsbrief Aanpak realisatie van huisvestingsmogelijkheden in het sociaal segment (14-04-2023). Het vinden van aanknopingspunten voor verbeteren doorstroming in de vorm van pilots - samen met partners - is daarmee opnieuw onder de aandacht gekomen. Indien er investeringen nodig zijn voor pilots op volkshuisvestelijk gebied, dan zal dat via bestaande dekking gefinancierd worden. Het betreffen op dit moment alleen incidentele middelen en geen structurele middelen.
Vraagnummer: 66 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf)
100
Verbijzondering
Energiebesparing
Vraag
Er zijn veel energieboxen uitgedeeld en via collectieve inkoopacties veel maatregelen 'aangevraagd', maar kan het college ook een inschatting maken van de mate waarin energiebesparing is gerealiseerd in 2022 in de gebouwde omgeving (met name woningen)? En in hoeverre acties vanuit de gemeente daar ook aan hebben bijgedragen, en welke acties daarin effectief waren? En in hoeverre dit autonoom gebeurde door o.a. stijgende energiekosten?
Antwoord De bereikte besparing door de energieboxen is ongeveer €1.280.000 per jaar / 3.000.000 kg CO2 per jaar. Deze kwam voor 65% terecht bij sociale huurders, 30% bij particuliere huurders en 5% bij overige woonvormen. De bereikte besparing als gevolg van de inkoopacties is niet bekend, we monitoren alleen op genomen maatregelen.
Wij hebben met campagnes, via briefings, door inzet netwerk en huis-aan-huis de energiebox onder de aandacht gebracht. Daardoor was er een enorme stijging in de vraag naar energieboxen. Uiteraard werd die vraag gevoed door de hoge energieprijzen. Dus de besparingen waren een samenspel tussen gevoelde urgentie bij bewoners en op gerichte wijze de energiebox onder de aandacht brengen. Ook hebben we d.m.v. campagnes de inkoopactie onder de aandacht gebracht en gericht brieven gestuurd naar koopwoningen met een hoog besparingspotentieel. De besparing was ook hierbij een samenspel van gevoelde urgentie en gerichte communicatie/actie Deze cijfers zijn opgesplitst in ‘geadviseerde’ besparing en ‘bereikte’ besparing. Totale geadviseerde besparing: €2.490.000 per jaar. Totale bereikte besparing: €1.280.000 per jaar / 3.000.000 kg CO2 per jaar. Deze kwam voor 65% terecht bij sociale huurders, 30% bij particuliere huurders en 5% bij overige woonvormen.
Wij hebben met campagnes, via briefings, door inzet netwerk en huis-aan-huis de energiebox onder de aandacht gebracht. Daardoor was er een enorme stijging in de vraag naar energieboxen. Uiteraard werd die vraag gevoed door de hoge energieprijzen. Dus de besparingen waren een samenspel tussen gevoelde urgentie bij bewoners en op gerichte wijze de energiebox onder de aandacht brengen.
Vraagnummer: 67 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf)
107
Verbijzondering
Circulair
Vraag
De beschreven alinea benoemt vooral de nieuwe visie die eraan komt, maar welke resultaten zijn nu bereikt in 2022 op dit thema? Er worden verderop wat projecten benoemd, o.a. Utrechtse Bazaar en Cultuurcluster Berlijnplein.
Hoe passen deze eerste ervaringen in het bredere kader van de eerdere basecamps die in het beleid staan beschreven? Wat waren de kosten van deze inspanningen en was dit toereikend gezien onze beleidsdoelen? En tot slot: we hebben in 2022 ook het jaarlijkse Circulaire Compliment gemist.
Antwoord
In het jaarplan zijn een aantal resultaten genoemd op het Utrecht Circulair in 2022, zonder daarmee compleet te willen zijn. Op alle vijf prioriteiten zijn allerlei resultaten geboekt. Aanvullend op de voorbeelden in het jaarplan zijn, op basis van het totaal en/of de prioriteiten, nog de volgende resultaten te noemen. Ook dit weer zonder compleet te willen zijn:
• Circulaire bedrijvigheid: Circulaire gebiedsontwikkeling Strijkviertel is qua planvorming en uitgifte van grond verder voorbereid, zowel gericht op de vestiging van arbeidsintensieve circulaire bedrijven, de circulair bouw van gebouwen en circulaire inrichting van de openbare ruimte. Er zijn circa 25 circulaire bedrijven begeleid met hun vragen. Te denken valt aan circulaire bedrijven als LOOS, De Clique, Fungi Factory;
• Investeringsklimaat en circulaire inkoop: Vanuit investeringsfondsen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) is geïnvesteerd in innovatieve concepten op het gebied van circulariteit. Bijvoorbeeld Wastewatchers, een bedrijf tegen voedselverspilling. Daarnaast startte de ROM het programma ‘Digitalisering van de circulaire bouweconomie’. Met het door de gemeente gesubsidieerde initiatief Innofest zijn circulaire concepten, zoals van de innovatieve ontwerpbureaus WeLLdesign en Beton-Lab getest in evenementen en festivalomgeving.
• Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen: Een flat van woningbouwvereniging BOEX aan de Ivoordreef is circulair gedemonteerd, onder andere zo’n 500 betonnen gevelelementen. Die zullen weer als gevelelementen worden hergebruikt in de nieuwbouw van woningen op diezelfde locatie.
• Van afval naar grondstoffen: In 2022 was gemiddeld de totale hoeveelheid afval per inwoner 375 kg. Dat is 38 kg minder dan in 2021. Na nascheiding van plastic, blik, pak en grof huishoudelijk afval is de hoeveelheid restafval in 2022 21 kg per inwoner lager dan in 2021 (203 kg/jaar i.p.v. 224 kg/jaar per inwoner).
• Opleiden tot circulair en kennisagenda: De gemeente is een samenwerking begonnen met Talenthub. Bij Talenthub ontwikkelen mensen zich via een leerstages. Ze voegen waarde toe aan rest- en afvalstromen in de bouw in circulaire producten.
Op alle prioriteiten zijn evaluaties uitgevoerd om vooral te leveren van het experimenten in de eerste fase naar ‘het basiscamp’ eind 2023. Daarbij zijn op hoofdlijnen de volgende zaken te constateren ten aanzien van:
• Utrecht Circulair: Afgelopen jaren is circulair vooral geëxperimenteerd met pilot- en demonstratieprojecten. Om de ontwikkeling naar een circulaire stad in de volgende fase (naar ‘het tussenkamp in 2030’) te versnellen en op te schalen is het nodig zaken structureel te verankeren beleid en (plan)processen binnen in de gemeentelijke organisatie.
• Circulaire bedrijvigheid: Er is geconstateerd dat er voor circulaire bedrijven ruimte nodig is in stad en regio. Zowel fysiek als milieutechnisch. Er wordt gewerkt aan ‘De Groene Loper’.
Daarbij worden de praktijkervaringen bij de begeleiding van circulaire bedrijven vertaald in structurele belemmeringen, vragen en daarbij benodigde systeemveranderingen en oplossingen;
• Investeringsklimaat en circulaire inkoop: Evaluatie op het gebied van Utrecht Circulair was onderdeel van de evaluatie Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Daarbij zijn negen aanbevelingen uit naar voren gekomen. De O van opdrachtgever betreft één van de aanbevelingen. Die is toegevoegd, omdat bleek dat inkoop alleen gericht op de verantwoordelijkheid van de afdeling inkoop in de gemeentelijke organisatie te weinig verantwoordelijkheid gaf voor het onderwerp bij de opdrachtgevers. Bovendien werden daarmee veel kansen gemist in het voortraject van de inkoop. Een andere aanbeveling richt zicht op het inzetten van effectmonitoring in plaats van percentage uitvraag, zoals nu het geval is met circulair inkopen. De negen aanbevelingen vormen de basis voor het nieuw op te stellen ‘Uitvoeringsplan MVOI’;
• Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen: Vanuit de twintig gebiedsontwikkelingen en projecten is geleerd dat het enorm uitmaakt welk type project een ontwikkeling is; de rolverdeling tussen gemeente en private partijen is doorslaggevend in de mate van succes. Zo staat de gemeente relatief snel met lege handen bij private initiatieven; we mogen hen formeel geen strenge ambities opleggen die verdergaan dan het bouwbesluit. Tegelijkertijd kunnen we bij gronduitgifte ambitieuze partijen belonen door via een selectieleidraad circulariteit punten toe te kennen. Bij het tenderen in de gebiedsontwikkelingen in Leidsche Rijn (met name in Leeuwensteijn en Leidsche Rijn Centrum) en Stationsgebied is afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met de circulaire uitvraag. Bij die gebiedsontwikkelingen zijn met mooie praktijkvoorbeelden te zien onder andere gericht op biobased bouwen (o.a. houtbouw).
• Van afval naar grondstoffen: Afgelopen jaren heeft het accent bij deze prioriteit nog veel gelegen bij effectieve en efficiënte scheiding van huishoudelijk afval. Voor de ontwikkeling naar een circulaire stad zal er meer aandacht nodig zijn voor preventie zowel bij de inwoners, bedrijven en andere organisaties..
• Opleiden tot circulair en kennisagenda: Via Circohub Midden Nederland zijn bedrijven begeleid middels trainingsprogramma’s.
In 2022 is er inderdaad geen circulair compliment uitgereikt. Er wordt bekeken in welke vorm er weer in 2024 een circulair compliment kan worden uitgereikt. De kosten voor het organiseren van Utrecht Circulair met daarbij de transitie naar een circulaire stad bedragen in 2022 circa 1 miljoen euro.
Vraagnummer: 68 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf)
108
Verbijzondering
Geluid
Vraag
De voorbereidingsprocessen voor geluidsisolerende maatregelen duren langer dan ingeschat. Ook is pas een deel goedgekeurd. Hoe is de subsidie van het Rijk terug te vinden in de cijfers van de Jaarstukken? En hoe prognotiseren we de investeringen?
Antwoord We hebben vanuit het Rijk een aantal voorbereidingssubsidies ontvangen om - in deelprojecten - voor in totaal circa 5.000 woningen een uitvoeringssubsidie aan te vragen. Het gaat in totaal om een bedrag van 3,2 miljoen euro aan voorbereidingssubsidie, waarvan tot nu toe € 115.000 is besteed.
Deze bestedingen worden in de Jaarstukken verantwoord in het programma Duurzaamheid, doelstelling 2.1. 2.1 ‘Utrecht is een stad met een gezonde, stille en veilige leefomgeving’ (p. 111).
De uiteindelijke hoogte van de uitvoeringssubsidie is mede afhankelijk van de hoogte van de genormeerde subsidiebedragen én het aantal woningen dat daadwerkelijk in aanmerking komt en mee wil doen.
De fase van het aanvragen van de uitvoeringssubsidie voor de eerste deelprojecten neemt meer tijd dan verwacht, doordat de beoordeling van aanvragen door het landelijke Bureau Sanering Verkeerslawaai een lange doorlooptijd heeft. Pas als uitvoeringssubsidie per deelproject wordt toegekend door het Rijk, kunnen we per deelproject een planning en prognose maken van de investeringen voor een bepaalde periode.
Vraagnummer: 69 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Bereikbaarheid
Bladzijde (in pdf)
132-133
Verbijzondering
Fietsparkeren
Vraag
Er wordt aangegeven dat er vooral veel onderzoek is gedaan naar stallingen, o.a. bij de Neude, maar ook dat er bijv. 1 i.p.v. 3 buurtstalling is gerealiseerd. Kan er een overzicht worden gegeven van aantal fietsparkeerplekken dat het college per gebied/buurt wilde realiseren, en wat daarvan is bereikt? En in hoeverre geld is gegaan naar onderzoek t.o.v. daadwerkelijke stallingen? En waarom worden hogere lasten als gevolg van overlast onder het Bollendak (inclusief verkeersmaatregelen, toezicht en schoonmaak) hierbij betrokken?
Antwoord We realiseerden op 77 locaties in de stad een nieuw fietsenrek via het fietsparkeerloket. Een uitwerking van de opgave per gebied/buurt naar jaarsnedes met aantallen te realiseren fietsparkeerplekken is er nu (nog) niet. Voor de aanpak van fietsparkeren in de vooroorlogse buurten is een aanpak in ontwikkeling. Ook voor de binnenstad werken we aan een aanpak fietsparkeren en voegen we waar mogelijk fietsparkeerplaatsen toe. Dit doen we bijvoorbeeld op de Neude en op de Mariaplaats (realisatie 2023), maar ook met het opheffen van autoparkeerplaatsen op de Oudegracht en Janskerkhof en verder door het toevoegen van rekken op andere nog vrije plekken in de openbare ruimte. Over het totaal aantal fietsparkeerplekken in de binnenstad rapporteren we via de Utrecht monitor.
Bij het onderzoek naar nieuwe buurtstallingen is geld besteed aan personele inzet en aan de realisatie van 1 stalling in plaats van drie nieuwe buurtstallingen. Voor buurtstallingen geldt dat het in de gemeente Utrecht lastig is om überhaupt geschikte panden te vinden en vervolgens moet uit onderzoek blijken of het ruimtelijk en financieel mogelijk is om een buurtstalling te realiseren.
Daarnaast is actieve acquisitie noodzakelijk om als eerste de keuze te krijgen. Deze onderzoeken en acquisitie moeten in 2023 en 2024 leiden tot projecten om nieuwe (buurt)stallingen te realiseren De Jaarstukken gaan ook over de lasten voor de exploitatie van fietsenstallingen. De overlast onder het bollendak heeft gezorgd voor hogere kosten, onder andere door extra schoonmaak en toezicht in het stationsgebied als geheel, maar ook in de fietsenstallingen. Deze hogere kosten komen, volgens de beheerafspraken die gelden voor de stationsstallingen, voor rekening van de gemeente Utrecht, ProRail en NS.
Vraagnummer: 70 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Bereikbaarheid
Bladzijde (in pdf)
140
Verbijzondering
Verkeersveiligheid
Vraag
De inwonersenquête is niet uitgevoerd in 2022. We ontvangen veel signalen van inwoners dat zij de verkeersveiligheid niet op orde vinden, ook op plekken die bij de gemeente slecht in het vizier zijn. Hoe reflecteert het college op 2022 en kunnen we hier anders op gaan monitoren (en bijsturen)?
Antwoord Tot 2019 hielden we een jaarlijkse peiling onder inwoners van Utrecht. In het kader van ‘’Begroten in Balans’ besloten we in 2019 om de wijkenquête te schrappen en een tweejaarlijkse peiling onder bewoners te doen op subwijkniveau. Bij de meeste indicatoren in de inwonersenquête leert de ervaring dat de beantwoording niet aan grote fluctuaties onderhevig is. Daarnaast biedt de enquête op subwijkniveau meer relevante informatie dan de enquête op wijkniveau.
Dit jaar vragen we bewoners weer naar de tevredenheid over de verkeersveiligheid. De tevredenheid over de verkeersveiligheid is tussen 2019 en 2021 toegenomen, waarbij eind 2021 in totaal 63% van de ondervraagden (zeer) tevreden was over de verkeersveiligheid. Daarnaast is het aantal geregistreerde slachtoffers en ongevallen in de gemeente vanaf 2014 tegen de landelijke trend in gedaald. De cijfers over 2022 laten voor een eerst stijging in het aantal ongevallen zien, wij komen daarom later dit jaar terug op de ontwikkeling van de verkeersveiligheid en de achterliggende oorzaken.
Verkeersonveilige locaties komen in beeld door ongevallen, meldingen of onderzoeken. Door het jaar heen komen er veel meldingen binnen over verkeersonveilige situaties. We beoordelen elke melding die we binnenkrijgen. Afhankelijk van het eerste oordeel starten we een nadere analyse op en kijken of verbetermaatregelen nodig en mogelijk zijn.
De laatste jaren zien we dat ongevallen steeds meer verspreid over de stad plaatsvinden. We gaan daarom onderzoeken of we risicolocaties nog beter preventief in beeld kunnen brengen. We weten bijvoorbeeld dat de meeste dodelijk ongevallen plaatsvinden op 50 km per uur wegen bij oversteken voor voetgangers en fietsers. Daarom gaan we risicovolle oversteken voor fietsers en voetgangers op 50 km per uur in beeld brengen en onderzoeken welke verbeteringen mogelijk zijn.
Vraagnummer: 71 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
154-156
Verbijzondering
Water
Vraag
Op alle nieuwe indicatoren van de Visie Water en Riolering haalt het college geen enkele doelstelling. In de toelichting staan redenen vermeld als meer voorbereidingstijd die nodig was voor een integrale aanpak. Tegelijkertijd zijn er wel veel goede dingen gebeurd of in gang gezet. Ziet het college dat doelen bijgesteld moeten worden of hergeformuleerd moeten worden?
Eerder hebben wij al aandacht gevraagd over het apart bijhouden van meldingen van inwoners rondom klimaatdaptatie. Dit lijkt ons van andere aard dan het aantal meters riool vervangen, wat vertraging kan oplopen door personeelstekorten. Herkent het college dit?
Antwoord We delen uw conclusie dat de kwantitatieve doelstellingen in 2022 niet helemaal gehaald zijn. We streven naar een gezond, robuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem in Utrecht. De effectindicatoren sluiten hierbij aan. We zien daarom geen aanleiding de doelstellingen te herformuleren. Hieronder vallen ook de meldingen over wateroverlast en problemen met de waterkwaliteit, waarmee we invulling geven aan uw wens om meldingen over klimaatadaptatie te registreren. Eind dit jaar komen de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI beschikbaar. Op basis daarvan voeren we in 2024 en 2025 nieuwe klimaatstresstesten uit. Zo nodig zullen we de Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering daarop actualiseren, waarbij we ook zullen kijken of de doelstellingen bijgesteld moeten worden.
Vraagnummer: 72 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
163
Verbijzondering
Schoon
Vraag
We lezen dat er lagere baten zijn omdat het programma vanuit de zwerfafval- vergoeding niet is uitgevoerd (niet opgestart of gecontinueerd) omdat de voortzetting ervan niet gegarandeerd kon worden. Wij hebben hier als CDA Utrecht eerder voor gewaarschuwd om een goede overbrugging te regelen en vinden het jammer dat dit toch zo gelopen is. Kan het college ons een helder overzicht geven hoe het in 2022 is aangepakt met deze projecten? En wat er nu van is overgebleven in 2023?
Het viel ons op dat deze Koningsnacht- en dag er veel meer afval langer bleef liggen op straat dan voorgaande jaren. Is hier een verklaring voor vanuit het college?
Antwoord Er zijn lagere baten omdat een deel van het programma Schoon in 2022 niet is uitgevoerd; doordat we minder kosten hebben gemaakt, hebben we ook een kleinere bijdrage uit de zwerfafvalvergoeding ontvangen.
In 2022 zijn de meeste projecten doorgezet, waaronder het educatieprogramma, communicatie, aanpak hotspot – bijplaatsingen Voor 2022 was globaal een budget beschikbaar van €400.000, hiervan is ruim €230.000 besteed.
Een klein aantal programma's die in 2022 voor het eerst opgestart zouden worden, of uitdrukkelijke lange termijn-projecten, zijn door onduidelijkheid over de afvalvergoeding in 2023 niet uitgevoerd. Dit zijn: nieuwe snoep- en snackroutes (de bestaande routes zijn in het reguliere werkproces opgenomen) en de peukenaanpak.
In de Raadsbrief Diverse toezeggingen openbare ruimte van oktober 2022 beschrijven wij de schoon projecten in het overbruggingsjaar 2023, en welke projecten niet zijn gecontinueerd. Ook hier hebben we ervoor gezorgd dat de belangrijkste projecten doorgezet kunnen worden.
Het opruimen van het afval van Koningsnacht en Koningsdag heeft geen relatie met de middelen die verkregen werden vanuit de zwerfafvalvergoeding. Dit zijn reguliere reinigingswerkzaamheden, en reguliere werkzaamheden worden niet gefinancierd vanuit de zwerfafvalvergoeding. Direct na Koningsdag is er op grote schaal menskracht en materieel ingezet om de stad schoon te maken. De inzet is hetzelfde georganiseerd als voorgaande jaren. Ook nu hebben we de nacht na Koningsnacht de doorgaande routes en pleinen schoon gemaakt en hebben we de dagen erna verder gereinigd.
Van diverse kanten zijn er complimenten ontvangen dat de stad er weer snel spic en span uitzag.
Vraagnummer: 73 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
164
Verbijzondering
Gladheid
Vraag
Er is 245.000 euro bespaard dankzij de milde winter in 2022. Als CDA Utrecht hadden we eerder voorgesteld om een soort klimaat- of seizoensfonds in te stellen zodat dit geld besteed kan worden aan zaken als hitte of droogte. Is dit een technisch uitvoerbaar idee voor de gemeentelijke organisatie?
Antwoord We zien in de afgelopen periode de kosten voor watergeven stijgen als gevolg van hitte en droogte.
Aan de andere kant zien we, vanwege zachtere winters, dat de kosten voor gladheidbestrijding dalen.
We stellen daarom in de Voorjaarsnota 2023 voor om de extra kosten die we verwachten voor het watergeven op te vangen met de middelen die we hebben voor de gladheidsbestijging. Het voorstel in de Voorjaarsnota is om de begrotingspost groenonderhoud structureel te verhogen met 0,17 mln. om de extra kosten van watergeven te dekken en de begrotingspost gladheidsbestrijding met 0,17 mln. te verlagen.
Vraagnummer: 74 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Openbare ruimte en groen
Bladzijde (in pdf)
174-175
Verbijzondering
Afval
Vraag
Er wordt gesproken over de Binnenstad. Welk effect hebben die nieuwe regels voor het bedrijfsafval tot nu toe? En welke kosten zijn daarmee gemoeid vanuit de gemeente? En hoe zit het met aanpassingen in inzameling van huishoudelijk afval in de binnenstad, iets waar we vanuit de PvdD en CDA Utrecht vaker om hebben gevraagd? Is daarover wellicht al meer te melden dan 'kijken naar mogelijkheden' en 'onderzoek naar'?
Antwoord Op 25 mei j.l. hebben we u via een raadsbrief geïnformeerd over de evaluatie van de nieuwe aanbiedregels bedrijfsafval: Raadsbrief Voortgang Aanpak Hotspots - Bijplaatsingen, evaluatie regels bedrijfsafval en Pilot doneerringen Utrecht - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)De nieuwe regels zijn door de meeste ondernemers positief ontvangen. Men voelt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het schoonhouden van de openbare ruimte, waar bewoners, ondernemers en bezoekers profijt van hebben.
Sinds 1 augustus 2022 zetten we handhaving in om te controleren op aanbiedtijden en adreslabels op de containers. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten:
• 267 containers zonder adresstickers gelabeld;
• 47 containers verwijderd;
• 97 ondernemers gewaarschuwd voor het aanbieden van bedrijfsafvalcontainers buiten de aanbiedtijden;
• 45 ondernemers zijn aangeschreven over het opleggen van een last onder dwangsom;
• 0 dwangsommen verbeurd.
Een risico is dat ondernemers overstappen op het aanbieden van losse vuilniszakken in plaats van containers. Hier hebben we minder grip op. We gaan actief in gesprek met ondernemers op locaties waar dit voor overlast zorgt. In de toekomst streven we ernaar om het aanbieden van losse vuilniszakken uit te faseren.
Er zijn geen significante kosten gemaakt bij het invoeren van de nieuwe aanbiedregels en de handhaving daarop. De investering betreft met name interne uren en kosten die we maken voor communicatie en afstemming met stakeholders. De staande overlegstructuur en de reguliere budgetten voorzien hierin. De inzet van handhaving betreft een verschuiving van uren. Meldingen over bijgeplaatst afval gaan direct naar de medewerkers die zich bezighouden met het schoonmaken van de stad, waardoor uren bij handhaving vrijkomen effectiever kunnen worden benut en o.a. worden ingezet op de handhaving van verkeerd aangeboden bedrijfsafval in de binnenstad.
In de Grondstoffennota 2020 staat de focus van ons afval- en grondstoffenbeleid: het afronden van de uitrol van Het Nieuwe Inzamelen (HNI), de overstap op nascheiding, en de ontwikkeling van een GFE inzamelsysteem. Daarna gaat de aandacht uit naar de afvalinzameling in de binnenstad. In 2022 zijn we overgestapt op nascheiding, na de zomer 2023 is HNI in alle wijken ingevoerd en het GFE inzamelsysteem wordt samen met de gemeente Rotterdam ontwikkeld.
Inmiddels hebben we een intern uitvoeringsprogramma opgesteld voor een integrale gebiedsaanpak voor de afval- en grondstoffeninzameling in de binnenstad voor de periode 2023-2040. Op de korte termijn richten we ons op de optimalisatie van het huidig inzamelsysteem en werkprocessen:
• Verminderen van overlast van los afval op straat, zoals op dit moment in de Drakenburgstraat speelt;
• Plaatsing van ondergrondse containers;
• Creëren van overslaghubs dicht bij de binnenstad;
• Opzetten van een pilot voor meer transport over water;
• Verbeteren van de inzameling van oud papier en karton en glas;
• Vervangen van het materieel, zodat dat voldoet aan de capaciteitsbehoefte, de aslastbeperkingen en de zero emissie zone;
Op de lange termijn werken we aan een systeemverandering, waarbij we op een andere manier grondstoffen inzamelen. Passend binnen een circulaire economie, waarbij afval niet meer bestaat en grondstoffen maximaal worden hergebruikt.
Vraagnummer: 75 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Rachel Streefland, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Financiële hoofdlijnen
Bladzijde (in pdf)
16
Verbijzondering
Doorgeschoven kosten ICT
Vraag
In 2022 wordt een voordeel van €10,7 miljoen behaalt op Overhead. Hiervan wordt € 4,2 miljoen voor ICT doorgeschoven naar 2023. Kunt nader onderbouwen om welke andere uitgaven het gaat en waarom deze zijn vertraagd? Leidt de doorschuiving voor ICT tot verdere vertraging in opvolgende jaren?
Antwoord De voordelen op de IT-middelen zijn het gevolg van het feit dat de wijze van meerjarige budgettering en het daadwerkelijke uitgavenpatroon in de uiteenlopende projectfases van de diverse grote ICTopgaven en -projecten niet geheel synchroon lopen en van vertragingen in 2022 in de grote ITprojecten. De financiële afwijkingen die daardoor per boekjaar ontstaan worden door middel van storting dan wel door middel van onttrekking aan de IT-reserve geëgaliseerd. Het per boekjaar egaliseren van financiële schommelingen in de grote IT-opgaven was destijds ook het doel van het instellen van de IT-reserve.
Het voordelig verschil op Overhead tussen baten en lasten van € 10,7 miljoen betreft IT-activiteiten.
• Voor een bedrag van € 975.000 heeft dit voordeel betrekking op het slechts ten dele reeds in 2022 kunnen besteden van de POK-gelden ad. € 1,1 miljoen. Deze POK-gelden zijn in het 4e kwartaal 2022 bij de 2e BERAP door de raad toegekend. Na de toekenning is direct in 2022 gestart met de activiteiten, maar het gros van de activiteiten loopt door in 2023. Dat is dan ook de reden dat voor dit onderwerp een bestedings- en dekkingsvoorstel ingediend is.
• Voor ca. € 9,6 miljoen is het voordeel toe te schrijven aan de fasering van de besteding van middelen voor grote ICT-projecten en opgaven. Van het bedrag ad € 9,6 miljoen was € 5,4 miljoen begroot als besteding in 2022 van doorgeschoven middelen uit eerdere jaren. Het door u genoemde bedrag ad. € 4,2 miljoen heeft betrekking op niet bestede IT-middelen 2022 die gereserveerd worden voor besteding door de IT-projecten in 2023 en verder. Op voorhand kan niet worden gezegd dat de gehele duur van deze projecten vertraging zal oplopen.
Vraagnummer: 76 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Lot van Hooijdonk
Hoofdstuk
Financiële hoofdlijnen
Bladzijde (in pdf)
16
Verbijzondering
Armoederegelingen
Vraag
Hoeveel compensatie heeft de gemeente ontvangen als compensatie van de uitgekeerde energietoeslag? Waarom zijn deze middelen ten gunste gevallen aan de algemene middelen?
Antwoord In totaal heeft de gemeente 37,9 miljoen euro ontvangen voor de energietoeslag 2022. Hiervan heeft het Rijk 13,4 miljoen euro pas in de Septembercirculaire gemeentefonds 2022 verstrekt. Doordat op dat moment de Tweede Bestuursrapportage 2022 al aan de Raad was aangeboden, kon dit budget niet meer worden toegevoegd aan het programma Werk en Inkomen en maakt het in de Jaarstukken 2022 onderdeel uit van het programma Algemene Middelen. Dit betekent niet dat dit budget ook echt is ingezet ten gunste van de algemene middelen. Van de 13,4 miljoen euro is in 2022 in het programma Werk en Inkomen 10,7 miljoen euro uitgegeven. Zie blz. 205 van de Jaarstukken 2022.
Voor het restant (2,7 miljoen euro) is in de Resultaatsbestemming 2022 een bestedingsvoorstel opgenomen (beslispunt 50).
Tot slot heeft het Rijk in de Decembercirculaire gemeentefonds 2022 13,8 miljoen euro verstrekt voor de energietoeslag in 2023. Ook dit budget maakt in de Jaarstukken 2022 onderdeel uit van het programma Algemene Middelen. Dit budget is bestemd voor de energietoeslag in 2023. In de Resultaatsbestemming 2022 is daarom een bestedingsvoorstel opgenomen (beslispunt 51).
Vraagnummer: 77 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
2.2 Utrechters die financieel niet in staat zijn....
Bladzijde (in pdf)
202
Verbijzondering
Stijging bereik U-Pas
Vraag
Betekent de stijging van het percentage bij het gebruik van de Upas dat ook het bereik is vergroot, of dat indivduele gebruikers voor een hoger bedrag gebruik maken van de pas door ontschotting? Welk percentage verwacht u komende jaren te bereiken?
Antwoord Dit betekent dat de U-pashouder voor een hoger bedrag gebruik maakt van de U-pas. Oftewel, een groter gedeelte van het beschikbare tegoed wordt daadwerkelijk uitgegeven, onder andere door het gezinstegoed. Op basis van huidige cijfers en ontwikkelingen verwachten we een significante stijging van het uitputtingspercentage de komende jaren.
Vraagnummer: 78 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Sharon Dijksma
Hoofdstuk
Veiligheid
Bladzijde (in pdf)
290
Verbijzondering
Pilot Verkeershandhaving
Vraag
Er staat dat "boa's gedurende de pilot bevoegd waren". De pilot loopt toch nog steeds en is door het Rijk uitgebreid? Wordt deze in 2023 op dezelfde manier voortgezet? En wordt er nog gesproken over uitbreiding van bevoegdheden?
Antwoord De pilot Verkeershandhaving is in 2021 gestart en wordt in Utrecht nog steeds uitgevoerd. Eind 2023 wordt de pilot geëvalueerd waarna de minister een besluit neemt of de bevoegdheden definitief aan het takenpakket van de boa worden toegekend en uitgebreid. Hierover wordt de gemeenteraad geïnformeerd.
Vraagnummer: 79 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Sport
Bladzijde (in pdf)
331
Verbijzondering
Bezettingsgraad Binnensportaccomodaties
Vraag
Hoe verhoudt de bezettingsgraad van binnensporthallen van 52% zich tot voorgaande jaren? Welke ontwikkeling is daar te zien?
Antwoord In 2017 was de bezetting 52% en in 2018 51%. In oktober 2018 is sporthal Loevenhout in gebruik genomen waardoor de totale hoeveelheid uren over 1 sporthal meer verdeeld kon worden. In 2019 is de bezetting 51% en na de coronajaren in 2022 53%. De ontwikkeling is stabiel en wordt de komende jaren beïnvloed door de balans tussen groei van de stad/ vraag naar binnensport enerzijds en realisatie van nieuwe binnensportaccommodaties anderzijds.
Vraagnummer: 80 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Sport
Bladzijde (in pdf)
338
Verbijzondering
Verhoogde verhuurcapaciteitsportaccomodaties
Vraag
Hoe is de verhoogde verhuurcapaciteit van zowel binnen- als buitensportaccomodaties te verklaren? Waarom waren deze extra opbrengsten niet voorzien?
Antwoord De hoeveelheid en daarmee totale absolute bezetting van de gemeentelijke sportaccommodaties is de afgelopen jaren toegenomen, maar de daarbij behorende opbrengstenstijging was in 2022 nog niet structureel begroot in verband met onzekerheden vanwege de corona-uitbraak. Naast de niet-begrote meeropbrengsten was de begroting in 2022 voor een deel nog niet aangepast op de indexering van de verhuurtarieven vanwege personeelswisselingen.
Vanaf 2023 is de opbrengstenstijging structureel begroot door het verhogen van de baten met 0,8 miljoen euro. Het overeenkomstige bedrag van 0,8 miljoen euro aan lasten is, als onderdeel van de financiële keuzes binnen het coalitieakkoord 2022-2026, als besparing ingezet.
Vraagnummer: 81 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Sharon Dijksma
Hoofdstuk
Veiligheid
Bladzijde (in pdf)
287
Verbijzondering
Iconographic Veiligheid
Vraag
Is de forse stijging bij de persoonsgerichte aanpak zuiver te verklaren door uitbreiding van capaciteit? Wat wordt in dit verband bedoeld met "aard, omvang en capaciteit van de veiligheidsproblematiek" die heeft geleid tot opschaling?
Antwoord Door onderzoek en het ondermijningsbeeld van de politie hebben we meer zicht gekregen op wie we moeten bereiken met de persoonsgerichte aanpak (PGA). Omdat dit een groot probleem vormt, hebben we de PGA capaciteit uitgebreid onder meer op jeugd en personen met verward en gevaarlijk gedrag.
Een zorgelijke groep zijn de zogeheten doorgroeiers in ondermijnende drugscriminaliteit die we te weinig in beeld hadden: jongeren die al met één been in de criminaliteit staan en die op het punt staan daarin door te groeien). We hebben de eerste stappen gezet door op basis van zorg en politiesignalen de PGA lijst aan te passen en zijn ondertussen gestart met enkele tientallen (nieuwe) gespecialiseerde trajecten.
Vraagnummer: 82 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Sharon Dijksma
Hoofdstuk
Veiligheid
Bladzijde (in pdf)
292
Verbijzondering
Ondermijning steviger aanpakken
Vraag
Wat waren in 2022 de belangrijkste successen in de aanpak van ondermijning?
Antwoord De opgave om de ontwrichtende effecten van drugsgerelateerde criminaliteit in de stad tegen te gaan, is groot. Binnen de aanpak "Grenzen stellen, perspectief Bieden", richten we ons op twee sporen: doorbreken criminele carrières en doorbreken criminele geldstromen. In 2022 hebben we fors ingezet om meer zicht te krijgen op (de omvang van) de problematiek in onze stad, door onderzoek en ondermijningsbeelden van politie. Hierdoor kwam een groep in beeld waar we ons veel zorgen over maken, namelijk de potentiële doorgroeiers in drugscriminaliteit. Hier hebben we de persoonsgerichte aanpak op kunnen verstevigen. Verder waren we in staat om ons bestuurlijk instrumentarium effectiever in te zetten bij drugscriminaliteit en hebben we bijvoorbeeld professionals gericht kunnen trainen in het herkennen van signalen van ondermijnende criminaliteit. Ook heeft het beter in beeld hebben van de (omvang) van de problematiek geholpen bij de lobby voor Rijksmiddelen, die in 2022 zijn toegekend, om de aanpak te intensiveren en daardoor de zaken kunnen doen zoals ook in de raadsbrief beschreven. https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/8a387c90-0f98-44e4-99df391307e70e5c?documentId=6421eabe-bfe3-4a32-9222-114a0a95e099
Vraagnummer: 83 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Weerstandsvermogen
Bladzijde (in pdf)
369
Verbijzondering
Weerstandsvermogen
Vraag
Hoe is te verklaren dat het weerstandsvermogen 1,16 bedraagt, terwijl de doelstelling was dit terug te brengen naar 1,0? Ligt hieraan de verlaagde risicoinschatting ten grondslag? Zo ja, was het niet mogelijk dit bij te sturen?
Antwoord In afstemming met de accountant tijdens de jaarrekeningcontrole is een voorziening gevormd voor diverse claims waardoor het berekende risicobedrag en daarmee de benodigde weerstandscapaciteit bij de Jaarstukken 2022 met 10,1 miljoen euro verlaagd kon worden. Hierdoor is de weerstandratio per eind 2022 gestegen van 1,0 naar 1,16. De jaarrekeningcontrole vond plaats na afronding van het jaar 2022 waardoor bijsturen niet meer mogelijk was. Bij de Resultaatbestemming 2022 verlagen we de algemene reserve met 10,1 miljoen euro, zodat de beschikbare weerstandscapaciteit weer gelijk is aan de benodigde weerstandscapaciteit (weerstandsratio van 1,0).
Vraagnummer: 84 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg
Hoofdstuk
Volksgezondheid
Bladzijde (in pdf)
231
Verbijzondering
Effect Corona
Vraag
Op basis welke cijfers trekt u de conclusie dat corona geen effect heeft gehad op ervaren gezondheid en gezondheisverschillen?
Antwoord
Het is niet zo dat corona geen effect op de gezondheid heeft gehad. In de verantwoording staat dat corona weinig invloed had op de ervaren gezondheid en gezondheidsverschillen. Uit de resultaten van de gezondheidspeiling 2020 bleek dat een groter deel van de Utrechtse volwassenen een goed ervaren gezondheid had dan daarvoor. Ook waren gezondheidsverschillen soms kleiner geworden.
Dat was anders dan we op dat moment hadden verwacht. Zie ook de raadsbrief. Op 20 juni verschijnen nieuwe resultaten van de Gezondheidsmonitor uitgevoerd in het najaar van 2022. Daarin zal de latere impact van corona worden weerspiegeld.
Vraagnummer: 85 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg
Hoofdstuk
Volksgezondheid
Bladzijde (in pdf)
231
Verbijzondering
Benchmark
Vraag
Kunt u voor de tien grootste gemeente zichtbaar maken wat netto wordt uitgegeven aan volksgezondheid? Klopt het dat Utrecht in deze statistiek netoo het meest uitgeeft per inwoner? Zo ja, wat is hiervoor de verklaring?
Antwoord In uw vraag verwijst u naar de benchmark, die tijdens de raadstoets over jaarstukken 2022 programma Volksgezondheid, door de raadsrapporteurs werd aangehaald. De benchmark kennen wij niet en maakt geen onderdeel uit van de verantwoording 2022.
Wij hebben aangegeven aan de raadsrapporteurs dat de manier waarop de tien grootste gemeenten de inzet op volksgezondheid hebben georganiseerd sterk van elkaar verschillen. Zonder nadere analyse kunnen uit deze benchmark dan ook geen conclusies worden getrokken over de uitgaven per inwoner.
Vraagnummer: 86 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Eelco Eerenberg
Hoofdstuk
Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
3
Verbijzondering
Resultaatbestemming RSU
Vraag
Wat is de verklaring voor lagere lasten bij de investeringsimpuls RSU?
Antwoord Zie de Jaarstukken 2022, onderdeel “wat heeft dat gekost” van het programma Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en erfgoed (pagina 67 en 69). Voor de uitvoering van de projecten uit de investeringsimpuls RSU zijn bijdragen ontvangen. Deze bijdragen worden via de resultaatbestemming toegevoegd aan de reserve investeringsimpuls RSU. In het voorstel voor de resultaatbestemming staat abusievelijk dat er lagere lasten zijn. Dit is niet het geval. In plaats daarvan zijn er hogere baten dan vooraf verwacht. Via het erratum zal dit worden gecorrigeerd. In de jaarstukken staat dit wel correct toegelicht. Tekst voor het erratum (Resultaatbestemming pagina 3):
De werkelijke baten voor de investeringsimpuls RSU (Ruimtelijke Strategie Utrecht) zijn hoger dan begroot. Deze worden verrekend met de bestemmingsreserve.
Vraagnummer: 87 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
6
Verbijzondering
Egalisatiereserve Rioolheffing
Vraag
Wat is de ratio om hier meer dan % 1,5 miljoen toe te voegen aan de Egalisatiereserve Rioolheffing, terwijl hier bij de Voorjaarsnota een veel hoger bedrag wordt onttrokken?
Antwoord
Met de Resultaatbestemming 2022 (beslispunt 21) wordt er 1,6 miljoen euro in de Egalisatiereserve Rioolheffing gestort. Dit is het bedrag wat in 2022 meer is binnen gekomen dan uitgegeven. Met de storting wordt de totale omvang van de egalisatiereserve 8,6 miljoen euro.
De Nota Reserves van de gemeente stelt dat voor elke reserve een maximale omvang moet worden vastgesteld. Dit is voor de egalisatiereserve riolering tot op heden nooit gebeurd. In het Raadsvoorstel Programma Water en Riolering 2024-2028 stellen we u voor om deze lancune in te vullen en voortaan als streefbedrag voor de reserve 4,0 miljoen euro aan te houden en het bedrag daarboven in te zetten voor het eenmalig dempen van het tarief of te gebruiken om een tekort op de algemene middelen te dekken (beslispunt 2). We kiezen in 2024 ervoor om het overschot van 4,6 miljoen (boven de 4 miljoen euro) in te zetten voor de laatste optie. Om die reden wordt in het Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 voorgesteld om het bedrag boven dit maximum (4,6 miljoen) uit de Egalisatiereserve riolering te onttrekken als bijsturingsmaatregel op de huidige begroting (beslispunt 3 Voorjaarsnota).
Vraagnummer: 88 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Hoofdstuk
Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
9
Verbijzondering
Reserve vervanging zwembaden
Vraag
Waarom is de budgettaire bandbreedte voor sport & spel in 2022 niet volledig benut? Waarvoor waren deze middelen bestemd? Hoe groot is het knelpunt bij Den Hommel en De Kwakel?
Antwoord We veronderstellen dat in de vraag 'Samenleven en Sport' wordt bedoeld. De budgettaire bandbreedte van het programma samenleven en sport is nodig voor toekomstige vervangingsinvesteringen van sportvoorzieningen zoals opgenomen in het Meerjarenprogramma Utrechts Vastgoed (Utrecht Meerjaren Perspectief Utrechts Vastgoed 2023). Een aantal grote voorziene vervangingsinvesteringen de komende jaren zijn sporthal Lunetten (2027), sporthal Hoograven (2028), zwembad Den Hommel (2032) en zwembad De Kwakel (2036). We kijken elk jaar kritisch naar noodzakelijke vervangingen en door planningsoptimisme zijn er incidenteel middelen over. Een precieze kostenraming voor de vervanging van beide zwembaden moet nog worden uitgevoerd. Wel is duidelijk dat de huidige generatie zwembaden door strengere wet- en regelgeving (onder andere duurzaamheidseisen) om een hogere investering gaat vragen. De incidentele ruimte in de budgettaire bandbreedte 2022 is gestort in de reserve vervanging zwembaden om de hogere investering deels te kunnen opvangen.
Vraagnummer: 89 Fractie
CDA Utrecht
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Resultaatbestemming
Bladzijde (in pdf)
14
Verbijzondering
POK-middelen
Vraag
Hoeveel van de beschikbaar gekomen POK-middelen zijn in 2022 besteed?
Op welke manier heeft dit geleid tot verbeterde dienstverlening?
Antwoord De POK-middelen zijn terechtgekomen bij Raadsorganen, Publiekszaken, Maatschappelijke Ontwikkeling en het organisatieonderdeel IPM. Hieronder volgen de antwoorden per onderdeel.
Raadsorganen: 50% van actielijn 2 Robuust Rechtssysteem: De gemeenteraad heeft op 22 december ingestemd met de instelling van het Utrechts ombudsloket als laagdrempelige toegang voor Utrechters tot de ombudsfunctie. Omdat dit besluit zo laat in het jaar genomen werd, konden de beschikbare POK-middelen à 0,3 miljoen euro niet meer uitgegeven worden. Bij de jaarrekening 2022 wordt een bestedingsvoorstel aan de raad voorgelegd om dit geld door te schuiven naar 2023 om zo de opstart van het Utrechtse ombudsloket mogelijk te maken, inclusief werving, de door de commissie gevraagde participatie van inwoners en communicatie.
IPM: In 2022 is € 125.000 besteed van de bij de 2e BERAP 2022 toegekende POK-gelden ad. € 1,1 miljoen.
Publiekdienstverlening (PDV) werkt proactief en preventief aan het verbeteren van dienstverlening aan de burger van Utrecht. Klachten en meldingen van inwoners en analyse van Dienstverleningskanalen (o.a. website en telefonie), zorgvuldige data-analyse en duiding van die data, geven inzicht in hoe de dienstverlening wordt ervaren. Het legt ook bloot waar knelpunten zitten en waar mogelijk maatwerk en/of verbetering nodig is. In 2022 was echter nog veel van de data rondom klantsignalen versnipperd in de organisatie beschikbaar. Veel zat nog in de bron en moest met veel handwerk bij elkaar worden gebracht. Met behulp van de POK-middelen zijn we in het 4e kwartaal van 2022 gestart met het geven van een impuls met als doel om nog beter de klantsignalen om te zetten naar verbeteringen in de dienstverlening. De activiteiten voor deze impuls lopen door in 2023. Voorbeelden van data die we inmiddels beter ontsluiten zijn de data rondom klanttevredenheidsonderzoeken, klachtdata en webstatistieken.
Maatschappelijke Ontwikkeling: In 2022 is nog niet veel concreet ingezet, maar is uitgewerkt hoe we de middelen langdurig kunnen inzetten in lijn met het coalitieakkoord.
Daarnaast is er een onderzoek gedaan hoe er in gemeentelijke uitvoering invulling wordt gegeven aan signalering en agendering van knellende mechanismen en welke verbeteringen daarin mogelijk zijn.
Met de aanbevelingen die uit het onderzoek komen gaan we in 2023 aan de slag opdat we met de dienstverlening onze kwetsbare inwoners goed kunnen ondersteunen als ze in de knel komen. Onze inwoners moeten kunnen rekenen op goede dienstverlening die er ook aan bijdraagt dat de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid verbetert.
Vraagnummer: 90 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman
Hoofdstuk
Samenvatting per programma
Bladzijde (in pdf)
20
Verbijzondering
"Het Utrecht Science Park groeit mee met de regio Utrecht met voldoende ruimte voor groen."
Vraag
Wat verstaat het college in dit geval onder 'voldoende ruimte voor groen'?
Hoeveel is dat dan?
Antwoord In de Omgevingsvisie USP 2040 die door uw raad is vastgesteld in september 2022, zijn tal van ambities geformuleerd waaronder die tav de ecologische, recreatieve en landschappelijke waarden.
Deze liggen hoofdzakelijk op grond die in eigendom is van de Universiteit. De bekostiging en de uitvoering van deze ambities liggen bij de Universiteit.
In de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) willen we met de Universiteit tot afspraken komen over de uitvoering van de in de Omgevingsvisie vastgestelde ambities en de bijbehorende planprocessen. Een afspraak over het planproces tav het ‘groenblauwe raamwerk’ zal hier onderdeel van uit maken, met als doel dat de ambities uit de Omgevingsvisie vertaald en vastgelegd worden in een concreet plan of kader voor verdere uitwerking.
De SOK zal middels een voorhangprocedure aan uw raad worden voorgelegd.
Vraagnummer: 91 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare Ruimte en Groen
Bladzijde (in pdf)
148
Verbijzondering
Meer geld voor 'wij zorgen goed voor onze dieren in de stad'
Vraag
Fantastisch dat er meer geld komt/is begroot voor 2023 voor de hulp aan dieren in Utrecht! Waar wordt dit extra geld aan uitgegeven? De daadwerkelijke hulp aan dieren of aan ambtelijke capaciteit (of beide, of iets anders)?
Antwoord De intentie is dat het gehele bedrag bij dierenhulporganisaties van Utrecht terecht komt in 2023. We willen dat het geld het welzijn van dieren in Utrecht verbetert. De precieze invulling hiervan bepalen we in overleg met de Dierenbescherming, Vogelopvang, Dierenasiel en Dierenambulance.
Vraagnummer: 92 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
Openbare Ruimte en Groen, E1.2.3 De mate waarin de oppervlaktewaterkwaliteit voldoet aan de afgesproken doelstellingen 156
Verbijzondering
Er zijn viermaal meerdere dode vissen aangetroffen in de Utrechtse wateren
Vraag
Zijn deze vissen gestorven door riooloverstorten of door een andere oorzaak? Indien een andere oorzaak: welke? Indien riooloverstorten: zijn er plekken in Utrecht waar regelmatig vissen en andere waterdieren doodgaan hierdoor? Zo ja, welke plekken zijn dit? En wordt hier extra aandacht op gevestigd bij de maatregelen die het college neemt met onder meer de Visie Water en Riolering in de vorm van een versnelling? Zo nee, waarom niet? En welke andere mogelijkheden ziet het college om de sterfte van vissen en andere waterdieren door waterkwaliteitsproblemen te voorkomen in de Utrechtse wateren?
Antwoord Op alle vier de locaties waar vissterfte is gemeld (drie vissen of meer) zijn er geen riooloverstorten in de omgeving.
De aangetroffen aantallen dode vissen waren niet zodanig dat uitgebreid onderzoek heeft plaatsgevonden naar de oorzaken. Ook waren de locaties waar vissterfte een terugkerend probleem is. Een mogelijke oorzaak voor de vissterfte op deze locaties is de warmte van 2022. Door het warme water zit er minder zuurstof in het water wat bij gebrek aan doorstroming een probleem kan zijn voor vissen.
Er wordt samen met HDSR gewerkt aan het Programma Schoon Water in Utrecht. Dit programma bevat een overzicht van maatregelen die nodig zijn om de waterkwaliteit te verbeteren en de omstandigheden voor waterplanten en -dieren te verbeteren. Het definitieve rapport wordt voor de zomer via een raadsbrief met u gedeeld.
Vraagnummer: 93 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)
Openbare Ruimte en Groen, E1.2.3 De mate waarin de oppervlaktewaterkwaliteit voldoet aan de afgesproken doelstellingen 156
Verbijzondering
Er zijn 18 meldingen geweest van dode watervogels in Utrecht
Vraag
Wat doet het college allemaal om te voorkomen dat vogelgriep zich in Utrecht verspreidt? Pleit het college bijvoorbeeld bij het Rijk voor het afschalen van de intensieve vogelhouderijen in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord De Dierenambulance Utrecht haalt zieke vogels, waaronder vogels met vermoedelijk vogelgriep, op.
Daarnaast staat op onze lobbyagenda om te pleiten voor meer duidelijkheid over de verantwoordelijkheden en taken rondom het ophalen van dode vogels. We lobbyen niet op het afschalen van intensieve veehouderijen. Bij het opstellen van de lobbyagenda focussen op het gemeentelijke taken en zaken die inwoners van Utrecht direct raken. Aangezien we geen intensieve vogelhouderijen in Utrecht hebben, heeft dit niet de prioriteit.
Vraagnummer: 94 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare Ruimte en Groen, Verbonden Partijen
Bladzijde (in pdf)
166 en 167
Verbijzondering
Er waren in 2022 7 evenementen waarbij dieren zijn gebruikt
Vraag
Op pagina 167 staat dat er 3 evenementen met paarden waren in het kader van Sinterklaas, 1 evenement met de paardenraces op de Maliebaan en Run 4 Rabiës. Dit zijn 5 evenementen met dieren. Wat waren de andere twee evenementen en hoeveel en welke dieren werden hier gebruikt? En welke en hoeveel dieren zijn er ingezet bij de Run 4 Rabiës?
Antwoord De andere twee evenementen waren: Diergeneeskunde Outdoor Event (DOE) met 55 paarden, 3 koeien, 5 ezels, 18 schapen, 14 honden, 8-10 fretten, 12 konijnen, 6 cavia's én Circus Hollandia met 6 papagaaien. Bij het evenement Run 4 Rabies waren circa 50 honden ingezet.
Vraagnummer: 95 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare Ruimte en Groen, Verbonden Partijen
Bladzijde (in pdf)
167
Verbijzondering
Er waren in 2022 7 evenementen waarbij dieren zijn gebruikt
Vraag
Het college schrijft "Voor de andere evenementen blijven we ons inzetten om het dierenwelzijn te verbeteren." Elders en op andere momenten zegt het college dat zij toewerkt naar nul evenementen met dieren. Wat ons betreft wordt dit "Het college werkt toe naar nul evenementen met dieren. Tot die tijd blijven we ons inzetten om het dierenwelzijn te verbeteren". Want anders is het niet duidelijk wat de doelstelling is. Is het mogelijk om dit voortaan zo te noteren in het Jaarverslag en andere collegestukken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Bij evenementen zien wij in principe geen rol voor dieren. We werken toe naar nul evenementen waarbij dieren uit hun natuurlijke omgeving worden gehaald of in hun natuurlijke gedrag worden verstoord. Voor niet alle evenementen zal dit het geval zijn. Daarom gaan we altijd met organisatoren in overleg over de inzet van dieren. Het aanpassen van de doelstelling is daarom niet aan de orde.
Vraagnummer: 96 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare Ruimte en Groen, E2.2.2 Wij willen het dierenwelzijn in onze stad bevorderen 168
Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
"Het continueren van inzet op maatregelen aan het begin van de keten bij bouwen, wonen, openbare ruimte en infrastructuur."
Vraag
We menen ons te herinneren dat eerder werd geschreven dat dit ONDER MEER bij deze beleidsterreinen wordt gecontinueerd. Want er zijn wel meer beleidsterreinen die te maken hebben met dierenwelzijn, zoals cultuur (de inzet van dieren bij culturele uitingen en evenementen), onderwijs (onder meer hengellessen, maar ook proefdieren en dieren in de klas), volksgezondheid (zoönosen), veiligheid (vuurwerk, rampenbestrijding), ondersteuning op maat/zorg e.d. (dierenmishandeling, al dan niet in combinatie met geweld tegen mensen). Kan het college dit verduidelijken en ook erkennen dat dierenwelzijn meer beleidsterreinen raakt?
Antwoord Dit is een van de uitgangspunten zoals deze staat opgeschreven in de Nota Dierenwelzijn. Maar het klopt dat er meer beleidsterreinen te maken hebben met Dierenwelzijn. Op andere beleidsterreinen zoals openbaar water (visrechten), werk en inkomen (ondersteuning zorg bij huisdieren), en vergunningen (evenementen met dieren) hebben ook raakvlakken met dierenwelzijn en komen aan bod in de Nota.
Vraagnummer: 97 Fractie
Partij voor de Dieren
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Hoofdstuk
Openbare Ruimte P2.2.1 Ontwikkelen van een aantrekkelijke groene leefomgeving dicht bij huis met ruimte voor stadsnatuur 168
Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
"We zijn uitgeroepen tot Bodemdierenstad in 2022. Dit laat zien dat Utrecht een bodemdierenvriendelijke stad is, die de waardering voor de ondergrondse biodiversiteit actief uitdraagt."
Vraag
Kan uit de winst van "Bodemdierenvriendelijke stad" daadwerkelijk geconcludeerd worden dat we bodemdiervriendelijk zijn, of is deze verkiezing meer een communicatiecampagne om bij een breed publiek het belang van het bodemleven onder de aandacht te brengen? Dat is een doel dat we uiteraard ook onderschrijven, maar graag een reactie op de vraag wat het op 1 moment op 1 locatie in kaart brengen van het bodemleven zegt over de kwaliteit van het bodemleven in de hele gemeente.
In het verlengde hiervan: wat heeft het college in 2022 concreet gedaan om het bodemleven te verbeteren en te beschermen tegen ontwikkelingen als vervuiling, verdroging en verdichting?
Antwoord De prijs was vooral gericht op het vergroten van de aandacht voor het bodemleven bij inwoners en ook de gemeente zelf. Een onderzoek op één locatie is geen representatieve steekproef voor de gehele gemeente. Verbeteringen en maatregelen die bijdragen aan een grotere biodiversiteit hebben ook dat effect op het bodemleven, de gemeente heeft in 2022 daarbij bijvoorbeeld gewerkt aan veranderingen in maaibeheer: van gazon naar grasland en hooiland, het vergroenen van boomspiegels, ontharden, tegels wippen.
Naar aanleiding van de Motie M06 een visie op bodemleven werken we aan beleid voor een levende bodem. We brengen op groene locaties in de stad het bodemleven in kaart. Op zinvolle plaatsen willen we bodemleven stimuleren. Dit draagt bij aan het vasthouden van water in de bodem en het stimuleren van de biodiversiteit.
Bekijk de brief: Beantwoording raadsvragen Jaarstukken 2022.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Utrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.