6 juli 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Utrecht

Schriftelijke vragen VJN-1e berap 2023.docx

Een raadslid stelde op 6 juli 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • 3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering Leges Vraag Volgens Artikel 229b van de Gemeentewet… → De bouwkosten zijn al omhoog gegaan, dus zou dit dan niet een dubbele verhoging betekenen?
  • 5 Uitvoering Bladzijde (in pdf) 31 Erratum Verbijzondering Vraag Hoe gaat het college om met de uitkomsten van de burgerberaden? → “Het budget van de griffie in 2023 is 2,150 miljoen euro, waarvan 2,050 miljoen euro personeelsbudget voor 19.77 fte.
  • De afgelopen vijf jaar gaat het om ongeveer 2 fte structureel en ongeveer 2 fte incidenteel. → Is niet elk team bij de gemeente een realisatieteam?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vraagnummer: 1 Fractie

CDA

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

28

Erratum Verbijzondering

Paragraaf 2.3.2

Vraag

Er wordt gesproken over vergroeningskansen daar waar we aan het werk zijn en al groen willen toevoegen. Is dit niet een lagere ambitie dan voorheen? En gaan we dan geen bomen meer plaatsen in groenarme wijken? Welke financiële ruimte wordt er nou daadwerkelijk geboden? En kan er meer gezegd worden over dat lagere tempo?

Antwoord Er is geen sprake van een lagere ambitie en lager tempo. Deze coalitieperiode zetten we gemiddeld 6 miljoen euro extra per jaar in voor vergroening. Daarmee verdubbelen we het budget. De middelen die we voor meer bomen vrijmaken zijn nog onvoldoende om onze extra ambitie volledig op te pakken zoals het planten van een boom voor elke nieuwe woning. Zie ook raadsbrief strategie voor groen, 12 april 2023. In de RSU2040 zijn de kosten van de groene schaalsprong tot en met 2040 ingeschat 1,6 miljard euro. Dat is ongeveer 80 miljoen euro per jaar.

Het werk-met-werk maken en het plaatsen van extra bomen in de groenarme wijken Noordwest en Rivierenwijk blijven we voortzetten.

Vraagnummer: 2 Fractie

CDA

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

29

Erratum Verbijzondering

Paragraaf 2.3.2

Vraag

Er staat: "Gezien de schaarse middelen kiezen we ervoor om het zelfstandige budget voor zelfbeheer niet mee te laten groeien met de stadsbrede vraag." In hoeverre is dit in lijn met eerdere raadsvoorstellen en aangenomen/overgenomen moties? Welk gat treedt er op met de stadsbrede vraag? En hoeveel geld gaat er nu wél naar zelfbeheer?

Antwoord Er zijn de afgelopen jaren geen raadsvoorstellen gedaan over zelfbeheer en ook geen moties overgenomen/aangenomen in de context van de vraagstelling.

In de Raadsbrief Beantwoording toezeggingen en aanpassing Actieplan zelfbeheer openbaar groen hebben wij u geïnformeerd over het jaarlijkse budget voor zelfbeheer van openbaar groen. Er is 1250 uur per jaar beschikbaar voor de praktische ondersteuning, 0,069 miljoen euro per jaar voor plantmaterialen of tuinaarde. En aanvullend is er nog jaarlijks 1.125 uur voor het wijkaanspreekpunt in combinatie met specialistische groenondersteuning, bijvoorbeeld door inzet van ecoloog.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering Leges Vraag Volgens Artikel 229b van de Gemeentewet mogen tarieven voor leges bouwvergunningen niet boven de geraamde lasten ter zake uitgaan en indien dit wel zo is, moet de gemeente op last van de rechter dit weer terugbetalen. Hoe verhoudt dit zich tot het "zoals gebruikelijk verogen met een inflatiepercentage", wat het college in de VJN heeft opgenomen?

Antwoord van het college

De bouwkosten zijn al omhoog gegaan, dus zou dit dan niet een dubbele verhoging betekenen? Hoe onderbouwt het college haar verhoging? En zou de inzet van ICT wellicht er juist niet toe kunnen leiden dat er straks eerder sprake zal zijn van een verlaging?

Antwoord In de Gemeentewet heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald dat de tarieven zodanig dienen te worden vastgesteld dat de geraamde opbrengsten niet uitstijgen boven de geraamde kosten. Er mag, met andere woorden, door de gemeente geen winst gemaakt worden op de door haar geleverde diensten.

Dit wettelijke vereiste geldt op basis van begrote opbrengsten en kosten. Dit houdt in dat indien in enig jaar de opbrengsten voor een dienst onvoorzien toch boven de werkelijke kosten uitkomen, bijvoorbeeld omdat onvoorzien vaker dan begroot van een dienst gebruik gemaakt is, dit is toegestaan.

Uitgangspunt voor de leges, vastgelegd in de Nota lokale heffingen, is maximale kostendekkendheid (voor de verordening als geheel, per cluster van samenhangende diensten of per dienstafzonderlijk).

Dit betekent automatisch dat in de toerekening van de kosten die de gemeente maakt voor de te leveren dienst, waaronder de loonkosten van de geleverde arbeid en de kosten voor het verbruik van materialen, jaarlijks de indexatie wordt doorberekend. Zie voor de wijze van berekening van de inflatie de Nota lokale heffingen. De toerekening van kosten aan een dienst wordt jaarlijks bij het bepalen van de legestarieven voor het komende kalenderjaar opnieuw getoetst. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de toe te rekenen kosten worden dan doorberekend en hun weerslag vinden in de nieuwe tarieven voor het komende jaar.

Over de ontwikkeling van de bouwkosten hebben wij u eerder per brief in oktober 2021 en april 2022 geïnformeerd.

Vraagnummer: 29 Fractie

CDA

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

9.2 Investeringsprojecten Duurzaamheid

Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering

Milieuprijs budget

Vraag

Op pagina 439 van de laatste programmabegroting stond de AMEV Milieuprijs vermeld. Een aantal jaren geleden is de Milieuraad opgeheven en het geld weer teruggevallen naar de gemeente. De besteding van het Milieuprijs budget lijkt voor de komende jaren niet ingevuld. Klopt dit? Hoe is dit verwerkt in deze Voorjaarsnota?

Antwoord Afgelopen jaren is het Milieuprijs budget, in het kader van Utrecht Circulair, twee keer ingezet voor de uitreiking van het ‘Circulair compliment’ aan een circulaire ondernemer met het beste circulaire concept. Voor de komende jaren willen we het Milieuprijs budget weer inzetten voor het complimenteren van een circulaire ondernemer . De hiervoor bestemde middelen zijn nog beschikbaar in de voorziening AMEV Milieuprijs, behorend bij het programma Duurzaamheid. Aan deze voorziening wordt jaarlijks rente toegerekend, waarmee de het circulair compliment kan worden bekostigd.

Vraagnummer: 30 Fractie

SBU

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

10

Erratum Verbijzondering

De problemen op zorg en wonen en de financiële uitdagingen zijn groot, daarom kunnen we niet anders dan kritisch kijken naar welke uitgaven en investeringen we écht nodig vinden en waar we ook iets minder van onze extra ambitie kunnen oppakken.

Vraag

Wat is de rol van de raad bij het kritisch kijken naar welke uitgaven en investeringen écht nodig zijn? Wat vindt het college van de controlerende positie van de raad qua hoe het momenteel verloopt en welke verbeterpunten ziet zij?

Antwoord Het is precies de rol van de raad om kritisch te kijken naar de door het college in de voorjaarsnota voorgestelde keuzes over uitgaven en investeringen. Als college ervaren we de samenwerking met en controle door de raad als positief. Wel kijken we naar mogelijkheden om de raad nog beter in staat te stellen haar controlerende rol uit te voeren, zie bijvoorbeeld het raadsvoorstel ‘Aanpassing beleidscyclus en programmabegroting’ Specifiek met betrekking tot de opgave rond houdbaarheid van de jeugdhulp en Wmo is in de technische sessie van 23 mei geschetst hoe de raad betrokken wordt. De voorliggende voorjaarsnota is bedoeld om uitgangspunten op inhoud, proces en financiën vast te stellen. De beleidsnota's en nota's van uitgangspunten subsidietenders waarin een verdere uitwerking is opgenomen is een volgende stap. Deze kaders zullen in het najaar van 2023 aan de raad worden voorgelegd. Het tempo van uitwerking en implementatie van maatregelen zal gaan verschillen. Uitgangspunt is dat de raad in staat wordt gesteld overzicht te houden. In dit kader zal de raad periodiek geïnformeerd worden. De eerste keer zal in het najaar 2023 plaatsvinden.

Vraagnummer: 31 Fractie

SBU

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

11

Erratum

Nee

Verbijzondering

We zorgen dat het aanbod van cultuur in de wijken meegroeit met de stad door te investeren in de culturele instellingen, jongerencultuurhuis Leidsche Rijn en wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone.

Vraag

Hoe zorgen we dat de afname ook meegroeit? Wat is de huidige verdeling wat betreft de frequentie waarmee de verschillende sociaaleconomische groepen in Utrecht culturele activiteiten bezoeken?

Antwoord Het verkleinen van de fysieke afstand tot cultuurvoorzieningen voor meer inwoners is een factor in het verlagen van de drempel tot cultuurdeelname. Daarnaast moeten de exploitanten van deze voorzieningen zorgen voor inhoudelijke en organisatorische plannen die aansluiten bij de wensen en behoeften van de bewoners, zodat het cultuurprogramma voor hen aantrekkelijk en toegankelijk is. 79% van de Utrechtse inwoners die goed kunnen rondkomen, 61% die precies rondkomen en 51% van de inwoners die niet goed kunnen rondkomen neemt deel aan cultuur. De cultuurdeelname naar wijk is in het algemeen als volgt verdeeld: Binnenstad 87%, Oost 84%, Noordoost 80%, West 79%, Zuid 75%, Noordwest 73%, Zuidwest 71%, Leidsche Rijn 68%, Vleuten-De Meern 68% en Overvecht 59% (zoals opgenomen in de Utrecht Monitor). Het is niet mogelijk om op wijkniveau te rapporteren over de cultuurdeelname naar rondkomen (kunnen leven van inkomen).

Vraagnummer: 32 Fractie

SBU

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

Vraag 2

5 Uitvoering Bladzijde (in pdf) 31 Erratum Verbijzondering Vraag Hoe gaat het college om met de uitkomsten van de burgerberaden? Is er wel echt sprake van zeggenchap als er niks met de inspraak gedaan wordt? En hoe verschilt dit van het gefaalde burgerparticipatiebeleid van de afgelopen jaren? Antwoord In het startdocument Burgerberaad hebben we aangegeven dat de adviezen als zwaarwegend worden beschouwd en in principe worden overgenomen, tenzij het financieel, juridisch of praktisch niet uitvoerbaar is. Ook nemen we het stemrecht in acht van het individuele raadslid en de eigen verantwoordelijkheden van college en burgemeester als bestuursorganen. Deze formulering van ‘zwaarwegend advies dat in principe wordt overgenomen’, maakt dat dit instrument duidelijk anders is dan andere participatievormen met minder vergaande zeggenschap. Wij hebben de afgelopen jaren goede voorbeelden gezien van participatie en ook gezien dat het beter moet en beter kan. Onze ervaring met het Burgerberaad willen we ook benutten om bestaande participatie instrumenten te verbeteren. Vraagnummer: 33 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Eelco Eerenberg Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Bladzijde (in pdf) 22 Erratum Verbijzondering Vraag In het coalitieakkoord is opgenomen dat groei geen doel op zich is. Nu er wordt geconstateerd dat de stad "in balans" moet groeien, in hoeverre is groei dan toch een doel op zich geworden en zo niet, hoe ziet het college haar eigen rol in de groei van de stad? Antwoord We constateren dat het aantal woningen in de stad nog steeds groeit. Dat is ook wenselijk, omdat er een grote behoefte is aan betaalbare woningen. De groei van het aantal woningen willen we gelijk laten opgaan ("in balans") met investeringen in andere domeinen, zoals maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, sport, cultuur, welzijn), groen en mobiliteit. We willen beide: de wooncrisis aanpakken met betaalbare woningen en goede voorzieningen (zie ook blz. 10 van het MPR). Vraagnummer: 34 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Dennis de Vries Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Bladzijde (in pdf) 23 Erratum Verbijzondering Vraag Er bestaat voor het college zowel voor kwetsbare als niet-kwetsbare groepen een verplichting tot het bieden van adequate huisvesting. De gemiddelde wachttijd voor de regulier woningzoekende met betrekking tot een sociale huurwoning is meer dan elf jaar. Wat is de gemiddelde wachttijd voor een kwetsbare woningzoekende en, als deze cijfers uiteenlopen, hoe verantwoordt het college dit? Antwoord De gemeente heeft een verantwoordelijkheid in het reguleren van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Om die reden gelden er voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen andere afspraken met betrekking tot de toewijzing van woonruimte dan voor regulier woningzoekenden. Zo heeft de gemeente bijvoorbeeld een wettelijk taakstelling voor de huisvesting van statushouders en zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over het aantal beschikbare woningen per jaar voor de uitstroom maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW). Het niet huisvesten van deze mensen brengt aanzienlijke maatschappelijke en financiële gevolgen met zich mee. Zelfstandige huisvesting is een randvoorwaarde is voor hun bestaanszekerheid. Het gebrek hieraan zorgt vaak voor een verslechtering van hun situatie, met alle gevolgen van dien voor deze mensen zelf en de betrokken instanties. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van gebrek aan huisvesting voor uitstromers MOBW en Jeugdhulp enorm. Al deze kosten landen vrijwel direct op de gemeentelijke begroting en zodoende leidt het niet kunnen doorstromen naar zelfstandige huisvesting tot forse kosten. Regulier woningzoekenden reageren zelf op het aanbod van WoningNet en krijgen op basis van selectiecriteria een woning toegewezen, waarbij uiteindelijk naar de inschrijfduur wordt gekeken. Op basis hiervan kan de gemiddelde wachttijd worden berekend. Kwetsbare doelgroepen worden bemiddeld door het Vierde Huis. De bemiddelingstijd is afhankelijk van het vrijkomende aanbod, als ook van de specifieke behoefte van de doelgroep. De gemiddelde bemiddelingstijd wordt niet vastgelegd. Door de verschillende werkwijzen is het niet mogelijk om de wachttijden 1-op-1 te vergelijken. Zowel regulier woningzoekenden als de kwetsbare doelgroepen hebben negatieve effecten van de huidige schaarste in het aanbod van sociale huurwoningen. De ambitie voor MOBW en statushouders is huisvesting binnen 12 en respectievelijk 14 weken na aanmelding op een wachtlijst voor directe bemiddeling (voorrang op een sociale huurwoning die eenmalig wordt aangeboden). Deze ambitie wordt op dit moment niet gehaald vanwege de huidige schaarste en het onvoldoende beschikbaar komen van passende woningen. Vraagnummer: 35 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Dennis de Vries, Rachel Streefland, Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Bladzijde (in pdf) 24 Erratum Verbijzondering Vraag Het aantal asielzoekers dat de stad op dient te vangen is de laatste jaren sterk toegenomen. In hoeverre is er, naast de gesprekken over extra "tijdelijke woningen", met het Rijk gesproken over de toestroom van mensen nu de capaciteit tot opvang overvol begint te raken. Antwoord Utrecht is een mensenrechtenstad en welcoming city. We zullen daarom een evenredige bijdrage in de opvang en intetegratie van vluchtelingen leveren. We hebben diverse vormen van opvang gebaseerd op het Plan Einstein principe, waarbij buurtbewoners ook kunnen profiteren van al het aabod van activiteiten. Dat zorgt voor draagvlak in de stad. De instroom van vluchtelingen in ons land is een verantwoordelijkheid van het Rijk. Vraagnummer: 36 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Lot van Hooijdonk, Eelco Eerenberg, Dennis de Vries Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Bladzijde (in pdf) 24 Erratum Verbijzondering Vraag Woningbouw is naast het oplossen van de wooncrisis belangrijk voor de gemeentelijke investeringsruimte enfinanciën. Nu de woningbouw langzaam stuk begint te lopen, heeft het college erover nagedacht om bepaalde eisen met betrekking tot duurzaamheid te versoepelen? Antwoord Alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Voor energie gelden er bijv. de landelijke minimumeisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (de BENG-eisen). De gemeente mag voor nieuwbouw geen hogere eisen stellen dan de eisen uit het Bouwbesluit. Zie daarvoor ook de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen (jaargang 2022 nummer 187 van Rik van der Graaf (CU) van 3 november 2022) over ‘Vergaande duurzaamheidseisen bij zelfbouwkavels’. Wij kunnen deze landelijke eisen niet versoepelen en hebben zelf ook geen bovenwettelijke eisen die wij kunnen bijstellen. Bij gronduitgifte en erfpacht onderhandelingen dagen wij ontwikkelende partijen in tenders desalniettemin uit om hogere duurzaamheidsprestaties neer te zetten. Dit mag, aangezien het hier om een vrijwillige inspanning gaat van de ontwikkelende partij. In deze gevallen is het echter aan de markt om met een haalbaar voorstel te komen. Vraagnummer: 37 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Eelco Eerenberg, Linda Voortman, Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Bladzijde (in pdf) 26 Erratum Verbijzondering Vraag Na verwerking laat het meerjarig verloop van de reserve grondexploitaties een negatief resultaat zien in 2027. Hoe verantwoordt het college dit? Antwoord Als het verloop van de reserve zich de komende jaren niet positief ontwikkelt zullen wij in een volgende voorjaarsnota voorstellen doen om de reserve meerjarig op een sluitend niveau te brengen. Vraagnummer: 38 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Lot van Hooijdonk Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.3 Klimaat Bladzijde (in pdf) 27 Erratum Verbijzondering Vraag De gigantische vraag van Stedin om haar eigen vermogen te verhogen door middel van Utrechtse (provincie) aandelen is een gigantisch bedrag. Het college geeft in de voorjaarsnota echter niet aan wat zij hiervan vindt en of er een andere mogelijkheid bestaat en of het college bereid is om daarover na te denken. Antwoord In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen dat het college open staat voor een actievere rol van de gemeente in Stedin en het warmtesysteem van Eneco. Wij verwachten in de loop van 2023 en 2024 met concrete voorstellen te komen om hier invulling aan te geven. Daarin zal staan wat wij vinden van deelnemingen in Stedin en het warmtesysteem van Eneco. In de voorjaarsnota is alvast financiële dekking opgenomen voor het geval de raad in 2024 besluit tot deze deelnemingen. Een positief besluit over dit budget betekent niet dat de raad ook instemt met deelnemingen. Vraagnummer: 39 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Lot van Hooijdonk, Linda Voortman, Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.1 Kansengelijkheid Bladzijde (in pdf) 21 Erratum Verbijzondering Vraag Het college heeft al vermeld dat "Voor inwoners met een laag inkomen kost het invoeren van betaald parkeren een aanzienlijk deel van hun inkomen",waarom wilt het college deze bewoners belasten door geen uitzondering in te voeren voor inwoners met een laag inkomen? En hoe wilt het college verantwoorden dat mensen met een laag inkomen disproportioneel hard geraakt worden door dit beleid? Antwoord Het college werkt aan een raadsvoorstel voor het invoeren van betaald parkeren in de gehele stad. Omdat het bij parkeerkosten als gevolg van het invoeren van betaald parkeren gaat om een belasting zijn de mogelijkheden beperkt om mensen verschillende parkeertarieven te laten betalen. We werken daarom aan een tegemoetkoming voor de lage inkomens waarover de Raad voorafgaand aan de bespreking van de Voorjaarsnota in de commissies wordt geïnformeerd. Vraagnummer: 40 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Linda Voortman, Eelco Eerenberg, Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Bladzijde (in pdf) 24 Erratum Verbijzondering Vraag Het college vermeld dat de Nota Bovenwijkse Voorzieningen op korte termijn leidt tot "niet of nauwelijks extra inkomsten". Deze nota zorgt dus voor hogere bouwkosten zonder dat het op korte termijn iets bijdraagt. Vindt het college niet dat dit bijdraagd aan de woningnood in Utrecht? Antwoord Woningbouwprojecten in gemeentelijke grondexploitaties en woningbouwprojecten waarvoor reeds een anterieure overeenkomst is afgesloten, krijgen niet te maken met het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen op grond van de nota. De woningbouwprojecten die in de eerste jaren van start gaan, vallen nagenoeg allemaal in een van deze twee categorieën. Toekomstige woningbouwprojecten waarvoor nog een anterieure overeenkomst moet worden afgesloten, krijgen wel met deze nota te maken. Ontwikkelende partijen kunnen hierop anticiperen wanneer zij een grondpositie verwerven. De nota heeft daarmee op termijn een matigende invloed op grondprijzen. Dat draagt niet bij aan woningnood. Vraagnummer: 41 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Linda Voortman Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.3 Klimaat Bladzijde (in pdf) 28 Erratum Verbijzondering Veel nieuwe bomen, maar niet voor elke nieuw woning een boom! Aanvullen een variatie aan bomen (zoveel mogelijk soorten) en met struiken ivm schuilocatie voor kleine dieren, nestgelegenheid voor veel insecten alles biologisch en divers zodat alle dieren o Vraag Graag een reactie op deze opmerking. Antwoord Dit is geen technische maar een politieke vraag, deze kunt u bij de behandeling in de commissie stellen Vraagnummer: 42 Fractie SBU Portefeuillehouder(s) Susanne Schilderman Document VJN-1e berap Hoofdstuk 2.3 Klimaat Bladzijde (in pdf) 29 Erratum Verbijzondering Vraag Waarom komen er niet meer wadi’s waar water voor langere tijd in blijft staan – spons constructie. Antwoord Ons beleid is erop gericht om regenwater zoveel mogelijk nuttig te gebruiken en te infiltreren in de bodem. Een wadi is hiervoor een zeer geschikt middel. We verkennen daarom bij elke vernieuwing van de openbare ruimte of hier ook wadi’s in kunnen komen. Dit is echter om diverse redenen niet altijd haalbaar. Zo vraagt een wadi ruimte en die is de bestaande openbare ruimte vaak beperkt. Ook moet een wadi lager liggen dan de weg. Bomen langs de weg staan echter veelal in de stoep en staan daarmee hoger dan de weg. Het uitgraven van wadi’s geeft daarmee een risico voor de wortels van bomen. In praktijk kan een wadi daarom vaak alleen worden toegepast als bij de vernieuwing van de openbare ruimte ook de bomen worden vernieuwd of er geen bomen staan. Vraagnummer: 43 t/m 55 De vraagnummers 43-55 zijn per abuis dubbel in het vragenbestand opgenomen. Dit zijn exact dezelfde vragen als de vragen 30-42. Wij hebben de nummering intact gelaten om onderlinge verwijzingen naar nummers in de antwoorden kloppend te houden. Vraagnummer: 56 Fractie GroenLinks Portefeuillehouder(s) Linda Voortman, Susanne Schilderman, Document VJN-1e berap Hoofdstuk 1.2 Scherper op ambities Bladzijde (in pdf) 10 Erratum Verbijzondering Vraag "we pakken alle kansen om nieuwe bomen te planten maar we vertragen op ambities" . Wat betekent dit financieel gezien? Hebben we ten opzichte van begroting / coalitieakkoord een bezuiniging hierop of wordt er geen extra geld vrijgemaakt? Antwoord In het coalitieakkoord was geen geld opgenomen voor extra bomen. We hebben hierop een prioritering binnen het meerjarengroenprogramma gemaakt om meer bomen te kunnen planten. We hebben nu geprogrammeerd op 0,3 miljoen euro in 2023 naar 1,3 miljoen euro in 2027. In verband met de overprogrammering in het Meerjarengroenprogramma is het niet zeker of dit hele bedrag ook ingezet kan worden voor extra bomen. Vraagnummer: 57 Fractie GroenLinks Portefeuillehouder(s) Linda Voortman, Susanne Schilderman Document VJN-1e berap Hoofdstuk 1.2 Scherper op ambities Bladzijde (in pdf) 11 Erratum Verbijzondering Vraag Herprioriteren in bestaande budgetten om bovenstaand mogelijk te maken. Als je andere prioriteiten stelt, betekent dat eerdere prioriteitenvervallen. Wat doen we dan niet meer? Antwoord We vullen wel een deel van de ambitie om meer bomen te planten in door binnen het MGP budget ruimte voor bomen vrij te maken. De verdere herprioritering moet nog plaatsvinden. We benutten ook nog steeds zo veel mogelijk de kansen die ontstaan door werk met werk te maken, bijvoorbeeld de rioleringswerkzaamheden in Overvecht en Kanaleneiland. We halen daarmee het maximum uit de bestaande budgetten. Vraagnummer: 58 Fractie GroenLinks Portefeuillehouder(s) Eelco Eerenberg Document VJN-1e berap Hoofdstuk 1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen Bladzijde (in pdf) 0 Erratum Verbijzondering Vraag In de tabel staat een -550.000 per jaar voor leerlingenvervoer. Vanuit de toelichtende tekst wordt niet helemaal duidelijk wat dit betekent. Is er nu een bezuiniging ingeboekt voor komende jaren of is dit een verwacht tekort? Wat betekent de "brede heroverweging" hierin? Graag een toelichting wat het betekent en hoe dit gelezen moet worden. Stelt het college hiermee voor om na 2024 te bezuinigingen op leerlingenvervoer of niet, en wat betekent dit voor de recent aangenomen (nieuwe) beleidsregel leerlingenvervoer, de extra toezeggingen die zijn gedaan in de debatten hierover, en i.r.t. daarnaast het groeiende aantal kinderen met een zorgbehoefte? verschillende partijen o.a. D66 en PvdA onderschrijven deze vraag Antwoord Door de stijgende vraag naar leerlingenvervoer is er een tekort ontstaan. Er is dus geen bezuiniging, maar een stijgende vraag bij een budget dat niet meegroeit met deze stijgende vraag. De hogere kosten vanwege de hogere vraag wordt voor de komende 1,5 jaar opgevangen vanuit de algemene middelen. Voor de periode erna wordt het tekort betrokken bij de brede opgave binnen het sociaal domein. In welke mate er dan eventueel bezuinigd gaat of moet worden, hangt af van deze bredere afweging. Ondertussen zoeken we met onze partners zo creatief mogelijk naar geschikte oplossingen. In de "Raadsbrief Korte termijn plan van aanpak Leerlingenvervoer" van 24 februari 2023 (10943895) wordt dit toegelicht. Vraagnummer: 59 Fractie GroenLinks Portefeuillehouder(s) Burgemeester Sharon Dijksma Document VJN-1e berap Hoofdstuk 1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen Bladzijde (in pdf) 14 Erratum Verbijzondering Vraag Kan er een overzicht gegeven worden wat het volledig budget is voor griffie, wat de ontwikkeling hiervan is over de jaren en hoe zich dat verhoudt tot andere gemeentes? Antwoord Onderstaand antwoord op deze vraag is verstrekt vanuit de griffie. Het college heeft kennis genomen van dit

Antwoord van het college

“Het budget van de griffie in 2023 is 2,150 miljoen euro, waarvan 2,050 miljoen euro personeelsbudget voor 19.77 fte. In 2021 was dit 2,520 miljoen euro, waarvan 2,420 miljoen euro personeelsbudget en in 2022 2,660 miljoen euro, waarvan 2,560 miljoen euro personeelsbudget.

De Utrechtse griffie is een gemiddelde griffie in de G4 waar de omvang van de griffie gemiddeld 24,56 fte is met een loonsom van 2,3 miljoen euro. De budgetten voor raadsondersteuning in alle G4 steden (ook in Utrecht) moeten zich aanpassen aan zaken als werkdruk en aangescherpte regelgeving, en zijn dus in alle vier gemeenten in beweging. In Rotterdam is op dit moment een voorstel in voorbereiding voor een impuls van 1,7 miljoen euro op de raadsondersteuning.

De benchmark van de G4 gaat altijd over het aantal raadsleden, commissieleden en fractiemedewerkers die de vier griffies adviseren.“

Vraagnummer: 60 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters, Susanne Schilderman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2 Wat willen we bereiken

Bladzijde (in pdf)

17

Erratum Verbijzondering Vraag

Bij de normering van de sporthallen staat een - ingecalculeerd maar in de tekst staat dat coalitiemiddelen hiervoor worden ingezet. Wat wordt er financieel gezien precies voorgesteld?

Antwoord Het klopt dat de post voor normering sporthallen schoolgebruik in meerdere tabellen in de Voorjaarsnota 2023 is opgenomen.

In tabel 4.2.5 wordt voorgesteld om vanaf 2025 hiervoor structureel 0,042 miljoen euro aan middelen in te zetten. Echter het initiële knelpunt loopt in de jaren na 2025 op tot een structureel bedrag van 0,265 miljoen euro. Het verschil tussen het initiële knelpunt en de structureel toegekende middelen is op bladzijde 17 van de Voorjaarsnota 2023 als taakstelling opgenomen.

In onderstaande tabel staat de opstelling weergegeven.

x € 1.000 A. Knelpunt KVLO normen verordening/normering sporthallen gebruik

Structure 2027 el

2025

2026

42

84

170

265

B. Voorstel inzet middelen tabel 4.2.5

42

42

42

42

C. Taakstelling overige taken (B-A) (blz. 17)

0

-42

-128

-223

Vraagnummer: 61 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Rachel Streefland,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2 Wat willen we bereiken

Bladzijde (in pdf)

19

Erratum Verbijzondering Vraag

Bij spoor 2 wordt een brede maatschappelijke dialoog voorgesteld met de stad en de raad. Wat wordt hier concreet voorgesteld? Hoe zou dit er uit kunnen zien?

Antwoord In de kern gaat het erom dat er een aantal thema's zijn in de samenleving die verband hebben met de vraag naar zorg. Denk bijvoorbeeld aan social media, prestatiedruk in het onderwijs, scheidingsproblematiek, vereenzaming en individualisering, te weinig bewegen en ongezonde voeding. Voor een duurzame oplossing voor het verminderen van de vraag naar jeugdzorg is het van belang dat de gemeente (raad en college) met de samenleving in gesprek gaat over deze onderliggende oorzaken en wat we binnen de Utrechtse gemeenschap daaraan kunnen doen. Soms lopen deze gesprekken al in de stad. Een voorbeeld is hoe we dit in Vleuten wijkgericht aanpakken door met kinderen, ouders, scholen en professionals te kijken wat we samen kunnen doen om de negatieve kanten van prestatiedruk kunnen verminderen. Vanuit de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) wordt hier binnen de centrale thema’s van de Werkagenda 2023-2026 aan gewerkt door aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling. Andere gesprekken/thema's vragen de komende tijd nog nadere uitwerking.

Vraagnummer: 62 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Linda Voortman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

20

Erratum Verbijzondering Vraag

Waarom verschillen de bedragen bij Taakstelling totaal zo extreem per jaar? (Oplopend van -5 miljoen tot -16 miljoen) Waar is dit op gebaseerd?

Antwoord De taakstelling is opgebouwd uit 3 componenten:

- een oplopend tekort op Jeugd door rijksbezuinigingen en de ontwikkeling van de vraag

- een oplopend tekort op Wmo door een toenemende vraag

- en een incidenteel en aflopend tekort als gevolg van de afspraken in het regioplan U16 Beschermd wonen.

De prognoses zijn gebaseerd op de huidige realisatie en houden zoveel mogelijk rekening met verwachte ontwikkelingen. Met het principeakkoord hervormingsagenda Jeugd heeft het Rijk gekozen voor een ingroeipad van 2 jaar. En bij de Wmo is het voorstel om eveneens te kiezen voor een ingroeipad van 2 jaar, waardoor de uiteindelijke taakstelling de eerste 2 jaar substantieel lager is.

Vraagnummer: 63 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

22

Erratum Verbijzondering Vraag

Op pagina 22 staat dat er in G4-verband overleg is met het Rijk over de ontwikkeling van een door ons voorgestelde pilot om voorschoolse educatie te verbreden en de drempel te verlagen. Met als doel een brede, algemeen toegankelijke voorziening voor alle kinderen van werkende en niet werkende ouders. Hierover praten we nu met het Rijk en de G4. Afhankelijk van rijksmiddelen hiervoor zullen we deze pilot opstarten. Gezien eerdere debat over VVE zouden wij graag willen weten wat de pilot in zou houden, waar in het proces zitten we en wat dit gaat betekenen voor de voorschoolse educatie in Utrecht?

Antwoord De G4 zijn op dit moment nog in gesprek met de ministeries van OCW, SZW en VWS over de invulling van een experiment. De G4 willen werken aan kinderopvang als (publieke) drempelloze voorziening voor alle kinderen, dus ook jonger dan 2,5 jaar. Ongeacht of ouders werken of niet, en ongeacht extra behoefte aan taalondersteuning of andere (jeugdhulp) ondersteuning. We willen één inclusieve integrale kinderopvangvoorziening voor alle kinderen, zodat kinderen met elkaar in de wijk vanaf jongs af aan samen opgroeien. Binnen deze inclusieve voorziening krijgen de kinderen die ondersteuning die ze nodig hebben.

Hiervoor willen we graag experimenteerruimte van de ministeries, met name op het gebied van inzet middelen voor kinderen in de leeftijd 0-2,5 jaar, het compenseren van ouderbijdragen in relatie tot kinderopvangtoeslag en de arbeidseis in het kader van de kinderopvangtoeslag.

Vraagnummer: 64 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Susanne Schilderman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans

Bladzijde (in pdf)

23

Erratum Verbijzondering Vraag

Is het ook mogelijk een (eenmalige) uitname uit de reservering voor betaalbaar wonen te doen zonder het bestedingsdoel te wijzigen?

Antwoord Ja, dat is mogelijk. De raad kiest er dan voor om het bestedingsdoel van de reservering voor betaalbaar wonen niet structureel te verbreden.

Vraagnummer: 65 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans

Bladzijde (in pdf)

25

Erratum Verbijzondering Vraag

Waarom worden de kapitaallasten die zijn vrijgemaakt nog niet besteed in 2026 en 2027?

Antwoord Voor alle investeringen in de begroting geldt dat we de kapitaallasten pas opnemen in de begroting als de investering wordt opgeleverd. In het structurele beeld van de begroting houden we wel rekening met deze lasten om in toekomstige MIRT-verkenningen co-financierings toezeggingen te kunnen doen voor de OV-schaalsprong, zoals de investeringen in de Merwedelijn en de uitbreidingen in verband met het Wiel met Spaken.

Vraagnummer: 66 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

27

Erratum Verbijzondering Vraag

Bouw van woningen kan doorgaan. Is er ook rekening gehouden met voorzieningen die daarbij nodig zijn? (irt de netcongestie?)

Antwoord Netbeheerder Stedin heeft een reservering gedaan voor de groei van nieuwe kleinverbruik aansluitingen tot en met 2030. Deze reservering wordt gebruikt voor de autonome groei van bestaande kleinverbruik aansluitingen, voor bijvoorbeeld warmtepompen en laadpunten bij woningen.

Ook is het te gebruiken voor nieuwe woningen en voorzieningen. Voorzieningen zoals nieuwe scholen en supermarkten hebben vaak een grote netaansluiting nodig. Netbeheerders monitoren hoeveel van de reservering nog te gebruiken is. Wij verwachten voor de zomer hierover geïnformeerd te worden door Stedin en Tennet.

Op 2 juni zijn wij door Tennet en Stedin geinformeerd dat zij waarschuwen voor problemen voor kleinverbruikers. Als er te weinig flexibel elektriciteitsvermogen wordt gevonden, verwachten ze dat de fysieke grenzen’ van het net op enkele plekken mogelijk al in 2025 in beeld komen. Dit kan consequenties voor de woningbouw ontwikkelingen en bijbehorende voorzieningen. .

Vraagnummer: 67 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk, Susanne Schilderman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

0

Erratum Verbijzondering Vraag

In de titel staat investeringsvragen voor water, warmte en elektriciteit. Het stuk gaat alleen over stedin. Wanneer komen de andere vragen op ons af?

En wat voor reserveringen horen daarbij?

Antwoord We verwachten dat in de loop van 2024 mogelijk voorstellen aan de raad voorgelegd worden voor een grotere deelneming in Vitens (water) of deelneming in een (semi-)publiek warmtebedrijf. We weten nu nog niet over welke bedragen het gaat. We kunnen op verschillende manieren sturen op de omvang van de deelnemingen. Het bedrag in de voorjaarsnota geeft ruimte voor het geval er komend jaar al besluitvorming is. Die is het meest waarschijnlijk bij Stedin dus vandaar het accent in de toelichting.

Met een besluit over de voorjaarsnota wordt financiële ruimte door de raad gecreëerd, maar over de inhoudelijke besteding besluit de raad apart.

Vraagnummer: 68 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk; Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

28

Erratum Verbijzondering Vraag

De gererserveerde bedragen voor de investeringsvraag voor Stedin lijkt niet zo groot, ook in vergelijking met bv bijdrage van provincie. Kunt u dit uitleggen?

Antwoord De provincie heeft een bedrag gereserveerd voor het uit te lenen bedrag: 70 miljoen euro. Wij hebben een bedrag gereserveerd om (tijdelijke) netto rentelasten (rentelasten minus dividendopbrengsten) te kunnen dekken voor een lening ca. 30 miljoen euro. Dat is een kleiner bedrag dan de lening zelf.

Vraagnummer: 69 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

28

Erratum Verbijzondering Vraag

Iets minder van onze ambtities oppakken. Wat wordt daar concreet mee bedoeld? Wat wordt er minder gedaan?

Antwoord Zie antwoord op vraag 57

Vraagnummer: 70 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

28

Erratum Verbijzondering Vraag

Veel nieuwe bomen, maar niet voor elke woning een boom. Laten we de ambitie los, of vertragen we hierin?

Antwoord Zie antwoord op vraag 57.

Vraagnummer: 71 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Susanne Schilderman, Lot van Hooijdonk

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

29

Erratum Verbijzondering Vraag

Kan er iets meer toegelicht worden hoe het groenloket in zijn werk gaat en wat de ambitie hierbij is op het realiseren van groen?

Antwoord Het loket wordt een onlineloket en bewoners kunnen ook terecht bij het wijkbureau met initiatieven voor vergroening. Bij het loket kunnen bewoners terecht voor het vergroenen van hun straat/buurt en voor het omzetten van parkeerplekken naar groen en/of fietsenrekken. We richten ons in eerste instantie op kleinere (zelfbeheer)initiatieven die snel uitgevoerd kunnen worden. In Q3 komt hierover een brief naar de raad.

Met betrekking tot de ambitie: het groenloket is een van de onderdelen van de strategie Verbreden zoals genoemd in de brief Strategie voor Groen, stand van zaken, 12 april 2023. We hebben alle strategieën nodig om de groenambitie te realiseren.

Vraagnummer: 72 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Eva Oosters, Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

29

Erratum Verbijzondering Vraag

Mensen kunnen beroep doen op initiatievenfonds voor vergroeniing? Was dit eerder ook zo? Of was er eerder een apart budget voor vergroening en is dat nu alleen nog beschikbaar voor die drie wijken die genoemd worden? Is het initiatieven fonds toereikend?

Antwoord Als bewoners een initiatief hebben kunnen ze een aanvraag doen bij het Initiatievenfonds, ook voor groene initiatieven. Dit is al de praktijk sinds de start van het Initiatievenfonds in 2015. In 2022 is 97% van het budget van het Initiatievenfonds toegekend en was het dus toereikend. Een groot gedeelte hiervan waren ook al groeninitiatieven, zoals boomspiegels en geveltuintjes. Het Initiatievenfonds kan hier veel van toekennen, omdat het om relatief lage bedragen gaat. We weten natuurlijk vooraf niet zeker wat het effect gaat zijn van het groenloket op het aantal aanvragen bij het Initiatievenfonds en of het dus in de toekomst ook toereikend zal zijn. We rapporteren hierover in de raadsbrief van het Initiatievenfonds die u elk voorjaar ontvangt.

Voor aanvragen hoger dan 0,035 miljoen euro (max. bedrag Initiatievenfonds) die komen uit Noordwest & West, Rivierenwijk en Overvecht, kijken we of we die vanuit het MeerjarenGroen Programma kunnen oppakken

Vraagnummer: 73 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.4 Levendige en leefbare stad

Bladzijde (in pdf)

30

Erratum

Nee

Verbijzondering Vraag

Kan de zin "ter overbrugging van de eerste twee jaren zetten we het spaarbedrag van één jaarschijf voor renovatie/vervanging van zwembaden in" nader toegelicht worden?

Antwoord Volgens de huidige planning zou sporthal Vleuten eerder gerealiseerd worden (2025) dan sporthal Voordorp (2027). Het incidentele overschot op de kapitaallasten in het programma Samenleven en Sport wordt jaarlijks gestort in de reserve zwembaden. Deze storting wordt in 2025 en 2026 minder zodat we de kapitaallasten voor sporthal Vleuten voor deze twee jaar kunnen dekken.

Vraagnummer: 74 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Rachel Streefland, Linda Voortman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.5 Uitvoering

Bladzijde (in pdf)

0

Erratum Verbijzondering Vraag

Waar is het bedrag op gebaseerd? In het stuk waar naar verwezen wordt zit verder geen financiële onderbouwing

Antwoord Het bedrag is gebaseerd op de benodigde formatie voor het programmateam (dit betreft 3fte bovenop de 1 fte huidige formatie) en het materiele budget (ongeveer 100k).

Vraagnummer: 75 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

MPR

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf)

36

Erratum Verbijzondering Vraag

Kunnen de voortgangsbalkjes wat meer geduid worden? Bijv. bij retail op pagina 36 is het balkje al bijna vol, betekent dat dat de opgave tot 2040 al bijna helemaal af is? Zou er in principe om de paar jaar een 'blokje' bij moeten komen?

Antwoord De balkjes geven aan in hoeverre we op koers liggen om de doelen van de RSU 2040 te halen. Als er bijvoorbeeld 5 balkjes zijn ingevuld, dan betekent dit dat we op koers liggen om de doelen te halen, maar dat hoeft niet te betekenen dat we het doel nu al volledig hebben gerealiseerd. We gebruiken de balkjes als visueel hulpmiddel. Deze balkjes kunnen worden geïnterpreteerd als een indicatie van de ontwikkeling richting 2040: liggen we op koers om de doelen uit de RSU 2040 te halen?

Vraagnummer: 76 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

4.2 Vertrekpunt financieel beeld

Bladzijde (in pdf)

37

Erratum Verbijzondering Vraag

De groei van de stad wordt alleen met T1 geraamd. Waarom wordt er niet doorgeraamd? Wat is de reden om voor deze methodiek te kiezen?

Antwoord Zoals afgelopen jaren is gebleken laat de bevolkingsgroei zich lastig voorspellen. Afwijkingen van deze voorspellingen kunnen grote consequenties hebben voor de gemeentelijkefinancien. Om die reden bezien we per jaar wat de verwachte groei is van bevolking en aantal woningen

Vraagnummer: 77 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

4.2 Vertrekpunt financieel beeld

Bladzijde (in pdf)

39

Erratum Verbijzondering Vraag

ik kan me voorstellen dat overdracht taken aan RUD extra kosten met zich meebrengt, als RUD meer doet, krijg je een hogere rekening. Maar levert overdracht niet ook een besparing op? Zo nee, waarom niet, Zo ja, hoe is dat verwerkt?

Antwoord Overdracht van taken naar de RUD levert netto geen besparing op. De kosten nemen juist toe. Hier is een aantal redenen voor.

De invoering van de Omgevingswet leidt tot een herdefinitie van taken. Niet alle taken zijn één op één te vertalen in de huidige producten van de RUD. Daarnaast zijn de kengetallen (aantal uren en uurprijs) voor de uit te voeren reeds bekende taken door de RUD hoger dan die van de Gemeente Utrecht. Daarmee liggen de kosten van de uit te voeren taken van de RUD hoger.

Bovendien zijn de reiskosten en overheadkosten bij de RUD hoger dan bij taakuitvoering door de gemeente zelf.

Verder blijft het nodig om ook binnen de gemeente de juiste kennis te blijven borgen en zo een goed opdrachtgever voor de RUD te kunnen zijn en beleidsontwikkeling ter hand te kunnen nemen.

Tot slot zijn er de nodige (eenmalige) investeringskosten gemoeid met de overdracht van taken, m.n. op ICT gebied. De Gemeente Utrecht moet een aantal aanpassingen in de ICT doen om taken te kunnen overdragen.

De kosten van de uitvoering van taken door de RUD wegen daarmee al met al niet op tegen de besparingen in termen van personeel..

Vraagnummer: 78 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Burgemeester Sharon Dijksma

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

4.2 Vertrekpunt financieel beeld

Bladzijde (in pdf)

41

Erratum Verbijzondering Vraag

Versterken democratieprogramma en extra budget voor raadswissel.

Wanneer is door wie besloten dat dit extra geld moet kosten? Kan dit niet binnen het programma of lopende budgetten opgelost worden?

Antwoord Op 10 oktober 2022 heeft het presidium, n.a.v. de zorgen over opkomst en vertrouwen, de uitgangspunten voor het Democratieprogramma vastgesteld. Op 12 december 2022 heeft het presidium vastgesteld in te zetten op het bereiken van alle 25.000 jongeren in Utrecht, naast de bestaande inzet voor volwassenen, en te starten met 2 fte naast de bestaande 0,5 fte. Deze capaciteit is niet voldoende om iedereen te bereiken, maar de nieuwe medewerkers zijn 1 april jl. gestart met deze opdracht. Deze post in de Voorjaarsnota de technische vertaling van dat presidium besluit.

Vraagnummer: 79 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

4.3 Uitwerking financiële strategie

Bladzijde (in pdf)

44

Erratum Verbijzondering Vraag

Wat wordt bedoeld met "reservering voor het na-ijleffect hiervan uit de Begroting 2023" en met "deze doorwerking beperken wij tot het deel wat niet gedekt is vanuit de middelen Rijk en Begroting 2023"?

Antwoord In de begroting 2023 is een reservering opnomen voor de effecten van de sterk gestegen inflatie op lopende en nieuwe contracten en partners. Die reservering kan nu worden ingezet. Generiek is reeds een verhoging van de indexering van budgetten toegepast

Vraagnummer: 80 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

Bijlage 1 Planning uitvoering coalitieakkoord

Bladzijde (in pdf)

78

Erratum

Ja

Verbijzondering Vraag

Bij het toegezegde onderzoek over de lotingssystematiek overgang PO-VO staat in het schema op pagina 78 dat het is gepland voor 2024-2025. Onze veronderstelling was dat dit onderzoek al gestart was. Kan het college nadere informatie geven over de status van het onderzoek, mede gezien het feit dat komend studiejaar er vanuit het Rijk wijzigingen worden doorgevoerd in het schoolkeuzeproces?

Antwoord Het klopt niet dat het onderzoek pas gepland is in 2024-2025, het is inderdaad al gestart. Deze correctie is opgenomen in het Erratum. Het onderzoek naar het loten voor de middelbare school is verbreed met scenario’s voor samenwerking met de scholen in de regiogemeenten. De nieuwe wet doorstroom Primair Onderwijs maakt een nieuwe lotingssystematiek per schooljaar 2023-2024 noodzakelijk. Uitgangspunt is kansrijk adviseren en om in de gehele regio samen te werken binnen de Procedure overgang primair onderwijs – Voortgezet onderwijs (POVO) voor gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen. Eind Q2 2023 informeren wij uw raad over de uitkomsten van dit brede onderzoek.

Vraagnummer: 81 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering Vraag

We krijgen nu twee subsidiestaten van 2023 en 2024. Ik wil graag kunnen vergelijken, is het mogelijk om volgend jaar de subsidiestaten naast elkaar in een document te zetten?

Antwoord Technisch gezien is het mogelijk om de cijfers van 2023 en 2024 naast elkaar te zetten, dit vraagt wel een extra inspanning om de bestaande werkwijze en schema’s aan te passen. In de programmabegroting staan de subsidies over 2 jaar al naast elkaar (zie voorbeeld). Eenzelfde indeling zou voor de subsidiestaten gemaakt kunnen worden.

Nu ligt in het schema van de subsidiestaat de nadruk op de wijzigingen die in de loop van een begrotingsjaar plaatsvinden. Kanttekening is dat door er een jaar aan toe te voegen de insteek anders wordt en het schema mogelijk onoverzichtelijker. Bovendien is de vergelijking tussen 2023 en 2024 complexer te maken, omdat de programma indeling van 2024 sterk afwijkt van 2023, in verband met de voorgestelde wijziging van de programma indeling.

Vraagnummer: 82 Fractie

GroenLinks

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

Programma Water en Riolering Utrecht

Hoofdstuk Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering Vraag

Bij programma staat dat we vast houden aan inhoudelijke lijn en vervangingsopgave verhogen. Eerder staat bij samenvatting dat kosten in de perken worden gehouden door investeringen te temporiseren. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

Antwoord Met het vaststellen van de Visie Water en Riolering in 2022 is ervoor gekozen om het tempo van de rioolvervangingen de komende jaren te verhogen totdat we in 2035 jaarlijks 18 km riolering per jaar vervangen. Dit doel blijft in het programma overeind. We kiezen nu alleen voor een rustiger groeipad dan we eerder in het programma water en riolering 2023-2027 hadden opgenomen om in de periode 2024-2028 de kostenstijging te beperken. Dit lopen we in de jaren daarna weer in.

Vraagnummer: 83 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg, Eva Oosters,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

21

Erratum Verbijzondering

We starten een beweegprogramma op scholen, om de aanpak van kansenongelijkheid op scholen in te vullen

Vraag

Komen er nog andere invullingen voor de aanpak kansenongelijkheid naast het beweegprogramma? Op welke manier doet een beweegprogramma iets tegen kansenongelijkheid? Wat is het doel van het beweegprogramma?

Antwoord Brede scholen, School en omgeving en Gezond Gewicht op scholen bieden naast het beweegprogramma een brede aanpak voor kansenongelijkheid.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen uit gezinnen met een lagere gezinswelvaart minder sporten en bewegen. Dagelijks sporten en bewegen is goed voor de gezondheid en daarmee belangrijk voor de kansen in de samenleving. Overgewicht heeft meerdere gezondheidsrisico’s op de middellange termijn. Het gaat dan om diabetes type 2, hart- en vaatproblemen, gewrichtsklachten of depressie.

Naast ontspanning en een goede gezondheid – ook mentaal – zorgen sporten en bewegen voor talentontwikkeling en het ontmoeten van mensen. Op scholen bereiken we alle kinderen en we starten met het beweegprogramma op scholen die dit het hardst nodig hebben. Hiermee bereiken we kinderen uit gezinnen met een lagere gezinswelvaart en leren zij meer en beter bewegen.

Vraagnummer: 84 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters, Burgemeester Sharon Dijksma,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

11

Erratum

Nee

Verbijzondering

We willen een eerste burgerberaad organiseren over hoe de jaarwisseling een feest voor iedereen kan zijn.

Vraag

Waarom is gekozen voor een burgerberaad op dit thema?

Antwoord Het onderwerp voldoet aan alle vier de criteria: maatschappelijke relevantie, politieke relevantie, een zichtbaar resultaat en het burgerberaad is een geschikte vorm voor het onderwerp. Er is bij betrokken bewoners veel draagvlak om met dit onderwerp te starten. Het in 2021 uitgevoerde belevingsonderzoek jaarwisseling laat zien dat het onderwerp erg leeft in de stad. Verder kunnen de uitvoerbare adviezen worden overgenomen met zichtbaar resultaat tijdens de jaarwisseling van 2024/2025 en is de vraagstelling niet te ruim of te smal. Ook kan de gemeente zelfstandig beslissen over dit onderwerp. Dat maakt de besluitvorming en de uitvoering na het besluit eenvoudiger. Een concreet en gericht onderwerp als oud & nieuw is hiermee zeer geschikt als eerste onderwerp voor een burgerberaad, ook om van te leren voor een volgend burgerberaad.

Vraagnummer: 85 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Rachel Streefland, Linda Voortman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

12

Erratum Verbijzondering

Zo willen we de maatschappelijke sensitiviteit van de medewerkers verder versterken.

Vraag

Wat wordt bedoeld met maatschappelijke sensitiviteit? Hoe draagt dit bij aan diversiteit? Wordt er ook geinvesteerd in het aanpakken van geldende dominante normen, structuren en gedrag of enkel in het toevoegen en aantrekken van meer diversiteit?

Antwoord Maatschappelijke sensitiviteit is gericht op de inwoner (en ondernemer) in de stad. Maatschappelijke sensitiviteit betekent dat je als ambtenaar je bewust bent van onder andere je eigen positie en aannames èn door te luisteren naar de ervaringen en omstandigheden van inwoners. Daardoor kunnen we het beleid en uitvoering beter laten aansluiten op de leefwereld van de inwoners.

Diversiteit draagt bij aan maatschappelijk sensitief werken: meer diversiteit betekent meer perspectieven op en kennis van de leefwereld van inwoners in de stad. Dit ligt in het verlengde van werken aan inclusie binnen de organisatie: een inclusievere organisatie is beter in staat maatschappelijk sensitief te werken. Daaraan werken we door bewustwording, inclusief leiderschap en het helder stellen van normen.

Vraagnummer: 86 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen

Bladzijde (in pdf)

13

Erratum Verbijzondering

... stellen we ambitieuze ambities bij om het resterende financiële tekort op te lossen

Vraag

Wat betekenen deze 'ambitieuze ambities' concreet?

Antwoord Op pagina 47 vindt u toegelicht op welke ambities wij gaan bijsturen. De concrete invullling wordt toegelicht in de programmabegroting.

Vraagnummer: 87 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Dennis de Vries, Rachel Streefland

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

19

Erratum Verbijzondering

We stoppen met pilots, tijdelijke programma’s en regelingen die geen structurele bijdrage leveren

Vraag

Welke pilots worden er stopgezet?

Antwoord Het betreft een uitgangspunt. Hoewel er natuurlijk nooit met zekerheid van tevoren gesteld kan worden dat een tijdelijke regeling of pilot structureel bijdraagt, gaat het er bij dit uitgangspunt over dat we geen tijdelijke regelingen starten waar vooraf geen zekerheid bestaat dat er financiering beschikbaar is om dit voort te zetten of regelingen die door hun opzet sowieso een tijdelijk effect hebben. Dit soort regelingen vragen veel van onze partners (capaciteit) en van de organisatie en zorgen niet voor een duurzaam en blijvend effect in het voorkomen of beter oppakken van zorgvragen.

Het verzoek om terughoudend te zijn met tijdelijke regelingen en pilots komt ook van onze samenwerkingspartners in het sociaal domein. Mede met het oog op de arbeidsmarktkrapte. De precieze uitwerking en impact op concrete regelingen wordt nog uitgewerkt.

Vraagnummer: 88 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Dennis de Vries,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

19

Erratum Verbijzondering

We zetten ter voorkoming van problemen in in op bestaanszekerheid, wonen, sport, voeding en lichamelijke ontwikkeling.

Vraag

In welke volgorde van belangrijkheid wordt er op deze pijlers ingezet? Staan wonen en bestaanszekerheid hierin bovenaan?

Antwoord Er is geen sprake van een volgordelijkheid, we zetten in op alle pijlers die bijdragen aan het voorkomen van problemen.

Vraagnummer: 89 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

20

Erratum Verbijzondering

Steeds meer mensen maken gebruik van armoederegelingen, de vraagt neemt toe. Er wordt gesproken over de campagne 'weet waar je recht op hebt'.

Vraag

Hoe worden in deze campagne niet Nederlands sprekende Utrechters meegenomen/ bereikt?

Antwoord Via de inzet van het sleutelpersonennetwerk worden inwoners bereikt die we als gemeente zelf moeilijk of niet bereiken, door bijv. een taalbarrière. Het sleutelpersonennetwerk maakt ook eigen communicatiemiddelen over de regelingen in verschillende talen, onder andere filmpjes. Deze worden gedeeld in whatsapp-groepen en via RTV Utrecht. Het sleutelpersonennetwerk zet zich er bovendien voor in om bij financiële spreekuren in de wijken meertalige hulp te realiseren. Daarnaast wordt er nu gewerkt aan een nieuwe flyer over hulp en ondersteuning met een verwijzing in meerdere talen:

Arabisch, Turks, Engels, Dari en Tingrinya. Deze flyers verspreiden we gericht naar organisaties in de stad, die hier behoefte aan hebben.

Vraagnummer: 90 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Rachel Streefland

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

21

Erratum Verbijzondering

We hebben de ambitie om mensen zo goed mogelijk te laten inburgeren.

Vraag

Hoeveel budget is hiervoor beschikbaar gesteld?

Antwoord We ontvangen van het Rijk vanuit het gemeentefonds budget voor uitvoeringskosten inburgering. In 2023 is dit 3,5 miljoen euro, in 2024 is dit 2,6 miljoen euro en in 2025 1,9 miljoen euro. De afbouw komt met name doordat er incidenteel extra middelen toekegekend zijn door het rijk, voor de verhoogde instroom van vluchtelingen (2022 t/m 2024). Daarnaast ontvangen we met een een Specifieke Uitkering(SPUK) een vast bedrag per inburgeraar voor voorzieningen (dit zijn bijvoorbeeld de leerroutes en de maatschappelijke begeleiding). De hoogte van dit budget is afhankelijke van de instroom, in 2023 wordt dit begroot op 3,8 miljoen euro.

Vraagnummer: 91 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans

Bladzijde (in pdf)

23

Erratum Verbijzondering

Enerzijds vergt dit dat we de aangekondigde landelijke wetgeving voor middenhuur volgen in plaats van de strengere kaders uit het gemeentelijke Actieplan Middenhuur

Vraag

Waar zit het verschil tussen deze kaders hem precies in? Welke kaders raken we kwijt als we enkel de landelijke wetgeving volgen? En welke gevolgen heeft dit voor de (bovengrens) prijs van middenhuur?

Antwoord De uitgangspunten van het Actieplan middenhuur en de aangekondigde landelijke wetgeving hebben een andere insteek. Het Actieplan gaat uit van een maximale prijs per m², afhankelijk van de plek in de stad (zone A, B, C). De landelijke wetgeving neemt het woningwaarderingssysteem als uitgangspunt om de maximale prijs te bepalen waarbij de factoren oppervlakte, energielabel en WOZ-waarde het meest bepalend zijn voor het aantal punten en de bijbehorende prijs.

Het verschil tussen beide op de te vragen huurprijs is zeer afhankelijk van de zone, de grootte van de woning en het aantal punten. In algemene zin zien we dat de landelijke regelgeving alleen woningen tot ongeveer maximaal 55-60 m2 BVO reguleert. Grotere woningen vallen buiten de middenhuur in de vrije sector. Ons Actieplan reguleert woningen tussen de 40-80 m² (afhankelijk van de zone). Met alleen de landelijke regulering kunnen dus geen woningen meer worden gebouwd in de middenhuur voor gezinnen, hiervoor blijven aanvullende afspraken nodig. Bij ons Actieplan is de huurprijs vaak lager dan bij de landelijke wetgeving. De indexatie voor de jaarlijkse huurverhoging is juist hoger in ons Actieplan (CPI+1%), maar zal door de landelijke regelgeving overruled worden. Omdat de regulering vrij complex is, zal nog voor de zomer een technische sessie worden aangeboden om de verschillen in meer detail toe te lichten.

Vraagnummer: 92 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans

Bladzijde (in pdf)

23

Erratum Verbijzondering

De wachttijd voor sociale huur is meer dan 10 jaar en de vraag ernaar stijgt.

Vraag

Wat is de reden dat ondanks de groeiende vraag en oplopende wachtlijsten het percentage te bouwen sociale huur niet meestijgt en middenhuur wel?

Antwoord Het aandeel van de sociale huur van woningcorporaties is met 29% stabiel gebleven gedurende de afgelopen vier jaar. Absoluut gezien is er in deze periode sprake van een toename van sociale huurwoningen (+2.155) in bezit van corporaties. Deze toename is echter niet voldoende voor een zichtbare afname van de gemiddelde wachttijd. We zien wel een afname van het aandeel sociale huurwoningen van particuliere eigenaren. Deze afname wordt veroorzaakt door de huurprijsstijgingen in de afgelopen jaren, waardoor sociale particuliere huurwoningen zijn doorgeschoven naar het midden of dure segment. In tegenstelling tot corporaties is het moeilijker om afspraken te maken met (zeker de kleinere) particuliere verhuurders. Bij nieuwbouw worden afspraken met particuliere verhuurders voor 20 jaar vastgelegd. Daarna ontbreken deze mogelijkheden. Om het aandeel sociale huur te verhogen is in het coalitieakkoord vastgelegd dat bij nieuwe projecten 40% sociale huurwoningen gerealiseerd moeten worden. Ook wil het college sociale huur vasthouden door het principe sociale huur = corporatiehuur en wordt er een rem gezet op de verkoop van corporatiewoningen.

Vraagnummer: 93 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans

Bladzijde (in pdf)

23

Erratum Verbijzondering

Voor die investeringen in de openbare ruimte is 3,3 miljoen euro nodig. We stellen voor om dit te dekken met een uitname uit de reservering voor betaalbaar wonen (zie ook MPR paragraaf 5.3)

Vraag

Klopt het dat daarmee geld ingepland voor betaalbaar wonen eigenlijk gebruikt wordt om ook niet-betaalbare woonprojecten te financieren?

Antwoord Met het budget van 3,3 miljoen euro willen we dat de productie van woningbouw in deze twee specifiek projecten gerealiseerd kan worden. Eén project betreft het louter sociale huurwoningen. Het andere project betreft een gemengd bouwprogramma van middenhuur, vrij sector woningen en andere functies. Meer informatie is opgenomen in de geheime bijlage van de MPR.

Vraagnummer: 94 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans

Bladzijde (in pdf)

24

Erratum Verbijzondering

Mogelijkheden daarbij zijn het knippen en faseren van projecten, een grotere rol voor corporaties, maatregelen die de kosten verlagen en maatregelen die de potentiële opbrengsten verhogen.

Vraag

Wat betekenen deze maatregelen concreet? Wat houdt een grotere rol voor corporaties in? Gaan we dan bezuinigen op de kwaliteit van sociale huur?

Gaan we dan meer projecten doen waar we meer geld mee kunnen verdienen omdat er meer duurdere woningen worden gebouwd?

Antwoord Een grotere rol voor corporaties houdt in dat we onderzoeken of projecten, die vertragen of stilvallen door tegenvallende verkoop, kunnen worden overgenomen door corporaties en dan voor een afgesproken periode worden verhuurd als sociale huurwoning.

Er zijn veel mogelijke maatregelen om de kosten te verlagen of opbrengsten te verhogen. Kosten kunnen bijvoorbeeld worden verlaagd door doorlooptijden te verkorten (bijvoorbeeld versnellen UPP,), regelgeving (tijdelijk) te versoepelen of betere samenwerking in de keten. Marktpartijen kunnen zelf bijdragen aan lagere kosten door de eigen processen te optimaliseren, slimmer te bouwen of anders te financieren. Voorbeelden om opbrengsten te verhogen zijn het aanpassen van programma zodat er meer gebouwd kan worden of meer segmenten toe te staan met een relatief hoge opbrengst. Ook subsidiëring van kopers (hypotheekrenteaftrek, koopsubsidie, starterslening) leidt tot hogere opbrengsten.

Vraagnummer: 95 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

27

Erratum Verbijzondering

Uitgangspunt bij dit soort investeringen is dat het dividend (na een aantal aanloopjaren) de rentelasten dekt en over de gehele looptijd het rendement positief is.

Vraag

Op welke manieren investeren we in het tegengaan van de klimaatcrisis waar het doel niet is om winstgevend te zijn?

Antwoord In de programmabegroting is binnen het programma Duurzaamheid budget opgenomen waarmee we werken aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Deze inzet van middelen kan gezien worden als een investering van de gemeente in het tegengaan van de Klimaatcrisis. Daarom onderzoeken we nu deelnemingen in een warmtebedrijf, het netwerkbedrijf Stedin en de mogelijkheden voor een eigen ontwikkelbedrijf. Het gaat hierbij om publieke investeringen waarbij we vooralsnog niet uitgaan van een winstoogmerk. Uitgangspunt hierbij is dat dividend de rentelasten over de gehele looptijd van de deelneming dekt. Definitieve besluitvorming hierover is aan de raad.

Vraagnummer: 96 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Lot van Hooijdonk

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.3 Klimaat

Bladzijde (in pdf)

27

Erratum Verbijzondering

Er staan diverse klimaat maatregelen genoemd zoals investeren in het net, groen in de openbare ruimte etc. Maar een visie op de bijdrage van de in Utrecht gevestigde bedrijven op de klimaatcrisis ontbreekt.

Vraag

Wat is de verklaring voor het weglaten van de klimaatimpact van de in Utrecht gevestige bedrijven en hebben we inzicht in wat hun aandeel is?

Antwoord Over het aandeel van zakelijk op de klimaatimpact in de gemeente Utrecht wordt gerapporteerd in het jaarlijkse voortgangsrapportage. Voor 2022 kunt u dat hier vinden. https://www.utrecht.nl/bestuur-enorganisatie/publicaties/onderzoek-en-cijfers/onderzoek-over-utrecht/voortgangsrapportage-energie/ Bedrijven zijn onderdeel van de opgave energietransitie, zowel om energie te besparen zoals beschreven in het door de Raad medio 2022 vastgestelde programma besparen, als in het plan verduurzamen bedrijventerreinen, zoals genoemd in bijlage 1 Planning uitvoering coalitieakkoord, kopje 3.1 bij deze VJN-1e berap. We verwachten u dit jaar te informeren over de drie pilots die we uitvoeren bij drie bedrijventerreinen. We voeren een onderzoek uit waaruit duidelijk wordt welke warmteoplossing voor deze bedrijventerreinen het meest geschikt is en wat dit betekent voor de energiebesparende maatregelen die moeten worden genomen. Op basis van deze resultaten kunnen we ook een planning maken wanneer welk bedrijventerrein van het aardgas af gaat. Uw raad ontvangt hiervoor in Q4 2023 een voorstel.

Daarnaast nemen we ook maatregelen om bedrijven te stimuleren om energie te besparen en handhaven actief op de verplichte energiemaatregelen. In de klimaatvisie komen we terug op de impact van bedrijven op de CO2 uitstoot in de stad.

Ter stimulering dat bedrijven verduurzamen en energie besparen hebben we aanvullend dit jaar een voucherregeling voor energiebesparende maatregelen voor klein MKB geopend, zoals in deze voorjaarsnota en 1e bestuursrapportage in bijlage 7 Totaaloverzicht budgettair neutrale wijzigingen wordt gerapporteerd.

Vraagnummer: 97 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.4 Levendige en leefbare stad

Bladzijde (in pdf)

29

Erratum

Nee

Verbijzondering

Jongerencultuurhuis Leidsche Rijn en wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone:

We vinden het van groot belang dat het cultuuraanbod groeit in onze wijken.

Daarom kiezen we er voor het budget dat in het coalitieakkoord was gereserveerd voor topcultuur in te zette

Vraag

Is er ook budget beschikbaar gesteld voor (de uitbreiding van) cultuur en culturele instellingen in andere wijken?

Antwoord De specifieke investering in een jongerencultuurhuis in Leidsche Rijn en wijkcultuurhuis in de Merwedekanaalzone betreft de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen in wijken waar veel (nieuwe) inwoners (komen) wonen en waar daardoor nog onvoldoende cultuuraanbod in verhouding tot het aantal inwoners is. In andere wijken zijn nu niet direct ruimtelijke ontwikkelingen waarin een culturele voorziening landt die opgenomen moest worden in de Voorjaarsnota, maar we investeren natuurlijk wel in cultuur in de andere wijken. Dit doen we via culturele subsidieregelingen (zoals de impuls- en projectsubsidies, de tweejarige regeling, de cultuurnota en regelingen gericht op cultuurparticipatie en –educatie) waar culturele makers en organisaties uit alle wijken van Utrecht gebruik van kunnen maken.

Vraagnummer: 98 Fractie

BIJ1

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

4.3 Uitwerking financiële strategie

Bladzijde (in pdf)

47

Erratum Verbijzondering

Het bedrag dat staat begroot voor handhaving op het nieuwe Zandpad is bijna twee keer zo hoog als het bedrag voor hulpverlening

Vraag

Hoe verhoudt dit verschil zich tot de visie om meer op zorg en zelfbeschikking te investeren dan op reguleren en criminaliseren van sekswerk?

Antwoord Dit verschil zegt niets over de visie op zorg, zelfbeschikking en decriminalisering. Het bedrag sloeg op inzet ter plekke op het project Het Nieuwe Zandpad. Dit project is afgesloten. Hoe deze middelen in de toekomst verdeeld worden, is nog niet duidelijk.

Zie raadsbrief over Afsluiting project Zandpad NB: naast dit bedrag subsidieren we stedelijke hulp- en dienstverlening en regionale en stedelijke uitstapprogramma's voor sekswerkers

Vraagnummer: 99 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Rachel Streefland,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.1 Groeien in blijvende onzekerheid

Bladzijde (in pdf)

9

Erratum Verbijzondering

Uitstroom uit opvang

Vraag

Hoe groot is het tekort aan woningen voor zowel jongeren als volwassenen uit opvangplekken nu?

Antwoord De geprognotiseerde huisvestingsbehoefte voor kwetsbare Utrechters bedraagt ongeveer 1600 woningen in 2023. Jongeren en jongvolwassenen die uitstromen uit opvang (AZC, maatschappelijke opvang) zijn een onderdeel van deze breed samengestelde groep. Voor meer en gedetailleerdere informatie over dit tekort aan woonruimte zie de raadsbrief van 17 januari 2023 ('Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters').

Vraagnummer: 100 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

10

Erratum Verbijzondering

Leerlingenvervoer

Vraag

De zin staat opgenomen: “We nemen financiële maatregelen die passen bij het stijgende aantal leerlingen met behoefte aan en recht op aangepast vervoer.” maar er lijkt geen investering tegenover te staan. Sterker nog, op pagina 17 is een afname zichtbaar. Kan dit worden toegelicht?

Antwoord Er is geen sprake van een afname in investering, maar van een tekort op de begroting dat is ontstaan als gevolg van de stijgende vraag naar leerlingenvervoer. De omvang van het tekort staat weergegeven in de tabel op pag 17 van de Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023. Zie ook het antwoord op vraag 58.

Vraagnummer: 101 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

10

Erratum Verbijzondering

Leerlingenvervoer

Vraag

Indien de lezing van de zin hierboven is dat deze op een bezuiniging duidt, is de vraag hoe dit zich verhoudt tot de eerder gevoerde debatten over leerlingvervoer en toezeggingen daar.

Antwoord Er is geen sprake van een bezuiniging. De tabel op pagina 17 van Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 geeft het tekort aan dat is ontstaan als gevolg van de stijgende vraag naar leerlingenvervoer. We nemen de gevolgen mee in de integrale afweging van alle tekorten binnen het sociale domein. Zie ook het antwoord op vraag 58.

Vraagnummer: 102 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Eelco Eerenberg

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

10

Erratum

ja

Verbijzondering

MO - daklozen

Vraag

er wordt ingezet op het bereiken van dakloze zorgmijders met veldwerkers; hoeveel meer veldwerkers betreft dit t.o.v. eerdere jaren en hoe wordt dit vormgegegeven? Eerder is het veldewerk anders ingericht waardoor er minder veldwerkers overbleven. Komt met deze extra toevoeging het aantal veldwerkers op het oude niveau of zijn dat er meer? Kan een overzicht gegeven worden van capaciteit veldwerkers in de verslavingszorg van de afgelopen 5 jaar?

Antwoord Veldwerk voor volwassenen wordt uitgevoerd door Jellinek (verslavingszorg).

1. Er wordt rijkssubsidie aangevraagd, maar dit kan niet (alleen) voor veldwerk ingezet worden

2. Deze middelen zijn per abuis onder de noemer Veldwerk opgenomen. Dit is opgenomen in het erratum. Het gaat om rijksmiddelen die veel breder ingezet moeten worden. De subsidie wordt door de gemeente Utrecht met verschillende externe partijen aangevraagd (ook politie en zorgpartijen hebben inspraak).

Vraag 3

De afgelopen vijf jaar gaat het om ongeveer 2 fte structureel en ongeveer 2 fte incidenteel. Vraagnummer: 103 Fractie PvdA Portefeuillehouder(s) Dennis de Vries Document VJN-1e berap Hoofdstuk 1.2 Scherper op ambities Bladzijde (in pdf) 10 Erratum Verbijzondering aanpak woningnood Vraag Wat is verschil tussen taskforce tijdelijk wonen en realisatieteam?

Antwoord van het college

Is niet elk team bij de gemeente een realisatieteam?

Antwoord De taskforce tijdelijk wonen is onderdeel van het realisatieteam. Het realisatieteam focust zich op een totale realisatie van sociale woonplekken en de taskforce richt zich specifiek op de realisatie van flexwoningen.

Vraagnummer: 104 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

10

Erratum Verbijzondering

Jeugd

Vraag

Welke aantallen jongeren zouden geen gebruik hoeven te maken van opvang wanner er voldoende woningen voor hen waren om naar uit te stromen?

Antwoord De gemeente heeft in 2021 onderzoek laten uitvoeren naar de huisvestingsbehoefte van kwetsbare jongvolwassenen, dat is een groep die breder gedefinieerd is dan jongeren die gebruik maken van de (maatschappelijke) opvang. Hiervoor verwijzen wij u graag naar de raadsbrief van 5 oktober 2021 ('Huisvesting jongeren/ jongvolwassenen in kwetsbare positie'). Het onderzoek gaat over alle jongeren onder de 27 jaar die willen en kunnen uitstromen uit een vorm van een zorg met verblijf (zowel Jeugdwet als Wmo), jongeren met vergelijkbare vraagstukken die nog thuis wonen, maar ook over dak- of thuisloze jongeren en jonge, alleenstaande statushouders. Voor 2023 is de woningbehoefte voor kwetsbare jongvolwassenen geprognotiseerd op 280 wooneenheden (Utrecht-stad). Deze groep jongvolwassenen in kwetsbare positie is opgenomen in de tabel van ca. 1.600 woonplekken in 2023.

Deze tabel is opgenomen de raadsbrief van 17 januari 2023 ('Groot tekort aan woonruimte voor kwetsbare Utrechters').

Vraagnummer: 105 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Linda Voortman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1 Nu kiezen voor de toekomst

Bladzijde (in pdf)

10

Erratum Verbijzondering Vraag

Wanneer kunnen we als raad het voorstel uitgangspunten vormgeving Jeugd en Wmo verwachten?

Antwoord We zijn op dit moment bezig met het formuleren van de beleidsnota's Jeugd en Wmo en deze zullen in Q3/Q4 aan de raad worden voorgelegd. Ook verwachten wij in het najaar de nota van uitgangspunten voor de subsidietenders buurtteams en sociale basis in het sociaal domein voor te leggen aan de raad.

Vraagnummer: 106 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Eva Oosters

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

11

Erratum

Nee

Verbijzondering

Cultuur groei van de stad

Vraag

Wat is het exacte verschil tussen jongerencultuurhuis en wijkcultuurhuis en waarom wordt in LR voor het één en MWKZ voor het andere gekozen?

Vloeien deze keuzes voort uit eerdere besluiten van de raad, zo ja welke?

Niet elke wijk heeft een jongerencultuur- of wijkcultuurhuis. op basis van welke analyse moet één van beide in MWKZ gerealiseerd worden?

Antwoord Een wijkcultuurhuis is gericht op het bereiken van diverse doelgroepen, van jong tot oud.

Jongerencultuurhuizen hebben een specifieke focus op jongeren tussen de 12 en 23 jaar. In beginsel wordt gekozen voor een breed toegankelijk wijkcultuurhuis, tenzij er in een wijk een specifieke behoefte is vanuit de jongeren doelgroep. Dat was in Leidsche Rijn het geval. De keuze voor een jongerencultuurhuis in Leidsche Rijn is voortgekomen vanuit een wens (en verschillende moties) van de raad ten aanzien van het investeren in cultuur voor jongeren in deze wijk. Hier woont 40% van de jongeren uit Utrecht terwijl het aanbod voor deze doelgroep onvoldoende meegegroeid was. Een ander deel van Utrecht waar nog relatief weinig cultuur dichtbij is, is Utrecht Zuid en de uitbreiding met de nieuwe wijk Merwede. Binnen deze gebiedsontwikkeling ontstonden kansen tot het ontwikkelen van een nieuwbouw wijkcultuurhuis met een brede en wijkoverstijgende functie, waarover we de raad geïnformeerd hebben in de raadsbrief Subsidie wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone).

Vraagnummer: 107 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

11

Erratum Verbijzondering

We halen rommel naast ondergronde containers weg

Vraag

Hoe worden de rommelige containers gesignaleerd door de gemeente, zeker bij wijken waar minder snel rommel gemeld wordt?

Antwoord We verzamelen data over bijplaatsingen en vervuiling van containers op basis van meldingen van inwoners, CROW-metingen en data verzameld door medewerkers. Zo zorgen we voor een evenwichtig beeld.

Vraagnummer: 108 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Susanne Schilderman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

1.2 Scherper op ambities

Bladzijde (in pdf)

11

Erratum Verbijzondering

We halen rommel naast ondergronde containers weg

Vraag

Hoe worden de gelden over de stad verdeeld?

Antwoord De aanpak hotspot – bijplaatsingen is een stadsbrede aanpak, de gelden worden dan ook niet over de stad verdeeld. Op basis van meldingen worden bijplaatsingen binnen 24 uur weg gehaald. Daar waar op basis van data en aanvullende informatie blijkt dat de problematiek het grootst is (hotspot) vindt extra inzet plaats. Dagelijks wordt er een hotspot route gereden om de bijplaatsingen op locaties met de meeste overlast te verwijderen.

Jaarlijks wordt over de inzet en resultaten van het verwijderen van bijplaatsingen bij containers gerapporteerd.

Vraagnummer: 109 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Linda Voortman,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

15

Erratum Verbijzondering

Jeugdwet WMO

Vraag

Op pagina 15/16 staat toegelicht waardoor er tekorten ontstaan bij Jeugdhulp en WMO in vier bullets. Kunnen deze kwantitatief worden omgeschreven? Dus een inschatting/berekening hoeveel van het tekort aan welke ontwikkeling (bullet) is toe te wijzen? Specifiek daarin zijn we benieuwd hoeveel van het tekort door Rijksbeleid (laatste twee bullets) wordt veroorzaakt. Graag ook specificeren wat nog van het Rijk verwacht wordt, maar waar we een risicoinschatting maken.

Antwoord Dit is niet voor alle vier de bullets zo concreet aan te geven omdat de diverse oorzaken met elkaar samenhangen en samen tot een tekort leiden. Wel zien we dat bijvoorbeeld de wijziging van het Woonplaatsbeginsel bij Jeugd een tekort oplevert, dit vraagt nog een nadere analyse. En de wijziging van het abonnementstarief voor Wmo in combinatie met de ingevoerde korting door het rijk leiden naar verwachting tot een nadeel van circa 0,5 miljoen euro. Het principe akkoord met betrekking tot de hervormingsagenda Jeugd is als volgt verwerkt: de korting is bevroren op het niveau van 2023 a 7,3 miljoen euro. Dit houdt in dat de korting voor 2024 1,6 miljoen euro en 2025 2,9 miljoen euro lager is.

Deze wijze van berekenen is echter indicatief, het exacte bedrag is nog niet bekend.

In de meicirculaire 2023 wordt een deel van de extra inkomsten door het Rijk toegekend aan gemeenten, daarover wordt u voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 geïnformeerd in een raadsbrief. Daarin worden ook de resterende risico’s uit de voorjaarsnota benoemd.

Vraagnummer: 110 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Eelco Eerenberg,

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

15

Erratum Verbijzondering

Jeugd

Vraag

Welke rol spelen andere factoren dan die genoemd zijn bij de toename aan ontwikkelingsachterstanden en vraag naar jeugdhulp? daarbij denken we bijv aan Corona, koopkrachtcrisis en de effecten daarvan op en binnen gezinnen en de afname van het bereik van de voorschoolse educatie

Antwoord Er zijn meerdere factoren die spelen bij de toenemende vraag op jeugdhulp. In de voorjaarsnota zijn bijvoorbeld de toenemende prestatiedruk, aantal jongeren dat opgroeit in gescheiden gezinnen, afstand tot de arbeidsmarkt van volwassenen en aantal gezinnen dat leeft onder het wettelijk sociaal minimum als factoren genoemd. Ook leefstijl en eenzaamheid onder jong volwassenen zijn factoren die een rol spelen.

Vraagnummer: 111 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Dennis de Vries, Linda Voortman

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

16

Erratum Verbijzondering

Jeugdwet WMO

Vraag

Er wordt gesteld dat het “gemeenten ontbreekt in de voorschool, het onderwijs en de Jeugdwet aan een passend en samenhangend instrumentarium om de onderliggende oorzaken van zorgvragen effectief aan te kunnen pakken". Hebben we die onderliggende zorgvragen voor Utrecht scherp in beeld? Wat zijn die? Op basis waarvan weten we dat? En weten we welk samenhangend instrumentarium nodig is om het aan te pakken?

Antwoord Utrecht heeft goed in beeld dat een sociaal brede samenhangende en integrale aanpak nodig is om antwoord te bieden op (het waar mogelijk terugdringen van) de toenemende zorgvraag. Dit beeld is gebaseerd op eigen gegevens en informatie (zie bijvoorbeeld Utrecht in Cijfers en de Volksgezondheidsmonitor) en op externe onderzoeken van o.a. SCP, WRR, NJI en Trimbos. Deze aanpak is juist ook nodig vanwege de invloeden van buitenaf. Denk aan zaken als de toemende prestatiedruk die jeugd ervaart, de toenemende invloed van sociale media en de krapte op de arbeidsmarkt. Een gedragen handelingsperspectief op deze uitdagingen vraagt ook om een maatschappelijk debat over 'anders kijken naar- en organiseren van zorg'. Maar ook contextfactoren zoals bestaansonzekerheid in gezinnen rond bijvoorbeeld inkomen en wonen dragen bij aan stress on gezinnen wat kan leiden een zorg- of ondersteuningsbehoefte. Stapeling van de verschillende vormen van problematiek vraagt om een samenhangend instrumentarium om echt het verschil te kunnen gaan maken.

Vraagnummer: 112 Fractie

PvdA

Portefeuillehouder(s)

Linda Voortman, Eelco Eerenberg, Dennis de Vries

Document

VJN-1e berap

Hoofdstuk

2.1 Kansengelijkheid

Bladzijde (in pdf)

17

Erratum Verbijzondering Vraag

In scenario 2 is het idee dat financiering Wmo en Jeugd komt vanuit W&I of Volksgezondheid. Uit de jaarstukken komt dat Werk en inkomen -14,4 miljoen tekort heeft (verschil rekening begroting) door de energietoeslag.

Hoe is dit tot elkaar te verhouden? Wat als er dit jaar weer sprake is van een incidentele uitgave zoals de energietoeslag? Wat voor risico heeft dit W&I dan wel Volksgezondheid als je daar middelen wegneemt?

Antwoord Werk en Inkomen (W&I) had geen tekort door de energietoeslag, door het laat beschikbaar komen van de middelen (in de septembercirculaire) zijn de middelen niet meer verwerkt in de begroting van het programma. We kijken ook niet naar concrete financiering vanuit de programma's W&I en Volksgezondheid, maar gaan breed kijken naar oplossingen om de kosten van zorg en ondersteuning te verlagen. Dit kan er ook toe leiden dat op onderdelen juist investeringen worden gedaan om de oorzaken van (hogere) zorgvraag weg te nemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de invloed van bestaanszekerheid (inkomen en wonen) op de zorgbehoefte.

Bekijk de brief: Schriftelijke vragen VJN-1e berap 2023.docx

Bron: raadsinformatie van de gemeente Utrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Utrecht

Alle artikel 35-vragen in Utrecht