14 maart 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Utrecht

standplaatsen

Een raadslid stelde op 14 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

K. Konings

Datum

12 maart 2024

Doorkiesnummer

030 - 28 63662

Kenmerk

11073015

E-mail

[email protected]

Onderwerp

Beantwoording vragen Raadsinformatiebijeenkomst 5 maart 2024 over standplaatsen

Bijlage(n)

3

Beleidsveld

Economische Zaken

Geachte leden van de raad, Op dinsdagavond 5 maart jl. vond er een raadsinformatiebijeenkomst (RIB) en technische bijeenkomst plaats over het nieuwe standplaatsenbeleid. Naar aanleiding van een aantal vragen daar is toegezegd een aanvullende raadsbrief te sturen ten behoeve van de commissiebespreking op donderdag 14 maart. In deze brief gaan we in op de gestelde vragen.

Selectiecriteria In de RIB is een aantal vragen gesteld over selectiecriteria. In juni 2023 heeft uw raad aangegeven de voorkeur te hebben voor een verdeling op basis van een vergelijkende toets. De aanvragen worden hierbij getoetst op inhoudelijke criteria als er meerdere aanvragen voor een kavel zijn. Een gevolg van een selectieprocedure is dat ondernemers informatie voor de aanvraag van een standplaatsvergunning aanleveren om deze selectie op te kunnen baseren. In de inrichting van het proces doen we er alles aan om dit zo eenvoudig mogelijk te maken. In samenwerking met ondernemers zelf hebben we naar de procedure en de criteria gekeken met het oog op beperken van de administratieve last voor de ondernemer. Het formulier bevat daarom zoveel mogelijk ‘ja/nee’ vragen en enkele ‘vrije velden' waarvan de omvang ook beperkt is. In samenspraak met ondernemers worden deze zo eenvoudig mogelijk ingericht.

De twee criteria die de raad heeft meegegeven zijn ‘binding met de wijk’ en ‘duurzaamheid’. Voor die criteria worden door een selectiecommissie punten toegekend in de vergelijkende toets. De aanvrager met het hoogst aantal punten krijgt in principe de standplaatsvergunning toegewezen. In het geval dit tot een gelijk aantal punten leidt is de score op het criterium ‘binding met de wijk’ doorslaggevend. De juridische houdbaarheid van deze vorm van selectie valt of staat met de juiste criteria en het logisch en systematisch toepassen daarvan. De criteria moeten, vanwege de Dienstenwet, vergelijkbaar, meetbaar en toekomstgericht zijn. Daarnaast dienen de criteria relevant te zijn voor de doelen die we met de vergunningverlening willen bereiken. Dit maakt dat ook de mogelijkheden om aan selectiecriteria te toetsen beperkt zijn.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

12 maart 2024 11073015

Er is gevraagd naar het toetsen op kwaliteit van producten. In de branchering wordt onderscheid gemaakt tussen de branches (productgroepen) food, non-food, bloemen en planten en versbereide waar. De keuze voor deze brancheringsregeling in het voorliggende voorstel is de maximale ruimte om te brancheren, gericht op het zoveel mogelijk behouden van de huidige situatie. De vergelijkende toets moet binnen die verschillende branches uitgevoerd worden, wanneer er voor een locatie meerdere inschrijvers zijn. Het is om die reden niet mogelijk om op kwaliteit te selecteren. De kwaliteit van bijvoorbeeld groente & fruit met de kwaliteit van bijvoorbeeld vis vergelijken (allemaal in de branche food) kan niet op een vergelijkbare en meetbare manier.

De voorwaarden (vergelijkbaarheid, meetbaarheid en toekomstgerichtheid) maken ook dat er beperkingen zijn aan wat wij mogen vragen over de gestelde criteria van duurzaamheid en binding met de wijk. De andere kant daarvan is dat die beperkingen ook de administratieve lasten van het invullen van de aanvraag verminderen. De uitwerking van de criteria is ambtelijk getoetst bij en mee ingestemd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Mogelijkheden vergunningverlening in twee stappen In de Raadsinformatiebijeenkomst op 5 maart is ook gevraagd naar de mogelijkheden voor vergunningverlening in twee stappen, waarbij een aanvrager alleen het formulier voor de selectiecriteria hoeft in te vullen wanneer er meerdere gegadigden zijn. Voor een juridisch houdbaar stelsel van verdeling van schaarse vergunningen is het van belang dat voor alle aanvragers een gelijk speelveld bestaat. Dat betekent dat aan iedere aanvrager dezelfde eisen moeten worden gesteld.

Doen wij dit niet, dan kan een afgewezen aanvrager bezwaar maken met het argument dat de gemeente geen gelijk speelveld heeft voorzien. Dit kan dus leiden tot juridische procedures.

Het is dus nodig dat geïnteresseerden (tot het moment van de vergunningverlening) niet weten of zij de enige geïnteresseerde zijn voor een kavel. Het aanvraagformulier wordt ook onderdeel van de uiteindelijke vergunning, ongeacht of sprake is van één of meerdere gegadigden. Er is geen gelijk speelveld als sommige aanvragers weten dat ze de enige gegadigde zijn en daarom niet aan dezelfde voorwaarden voor de aanvraag hoeven te voldoen.

Mobiele karakter standplaatsen Definitie standplaats Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst zijn vragen gesteld over het effect van de wijze waarop het mobiele karakter van standplaatsen in het nieuw voorgestelde beleid is opgenomen. In het, ook nu al geldende, Ontwikkelingskader Detailhandelbeleid 2012 (p17) staat opgenomen dat “de standplaats een mobiel karakter heeft, met andere woorden, dat na sluitingstijden van de winkels de standwagen niet meer aanwezig is op de standplaats”. Een standplaats is daarmee iets anders dan een kiosk, dat is een nagelvast bouwwerk dat moet passen binnen het omgevingsplan en moet beschikken over een omgevingsvergunning. Een kiosk moet met een omgevingsvergunning dus ook aan andere eisen voldoen, omdat het gaat om een permanent object.

Ook nu gelden deze regels al. De huidige APV (5:12) stelt over een ‘vaste standplaats’ ook dat deze gebruikmaakt van verplaatsbare fysieke middelen waar het schrijft: “het voor langere tijd vanaf een vaste plaats op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;” In het nieuwe beleid stellen wij voor om soepeler om te gaan met het mobiele karakter door de toevoeging: “Bij aaneengesloten verkoopdagen mag een standwagen in het nieuwe voorstel in principe wel blijven staan, zodat deze niet elke dag hoeft te worden verplaatst”. Als iemand van donderdag tot zondag staat hoeft deze in het nieuwe beleid pas op zondag weggereden te worden.

2/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

12 maart 2024 11073015

Buiten die dagen kan de openbare ruimte voor andere doeleinden worden gebruikt. Om het aantal verkeersbewegingen met (grote) voertuigen te beperken en ter voorkoming van geluidsoverlast mag een verkoopwagen of andere verkoopinrichting in het nieuwe beleid na sluitingstijd blijven staan als er sprake is van aansluitende verkoopdagen.

Communicatie naar standplaatshouder m.b.t. mobiel karakter In 2013 zijn alle (toenmalige) vergunninghouders op de hoogte gesteld van de geldende regels ten aanzien van het mobiele karakter van de standplaatsen. Wij hebben toen geconstateerd dat op een aantal standplaatsen (vaste) bouwwerken stonden waarvoor geen vergunning was aangevraagd.

Deze vergunninghouders is duidelijk gemaakt dat de bouwwerken in strijd zijn met de vergunning.

Deze standplaatshouders hebben in eerste instantie een termijn gekregen van vijf jaar om hun standplaats weer mobiel te maken. Omdat veel van deze standplaatshouders daarna aan hebben gegeven dat dit voor hen niet haalbaar was, is toen besloten dat we de situatie toestaan gedurende de volledige vergunningsduur van 10 jaar. Daarmee hebben we de ondernemers de tijd gegeven zich aan te passen aan de al geldende vereisten.

Deze vereisten zijn duidelijk gemaakt via bijgevoegde brief aan alle vergunninghouders bijgevoegd en in de gesprekken rondom de vergunningverlening in 2013. IDaarin is ook de overgangstermijn van maximaal 10 jaar vermeld, en dat aan het eind van de vergunningperiode een gunningsproces zal worden doorlopen waarin ook nieuwe geïnteresseerden zich kunnen melden. Daarbij is aangegeven dat nieuwe vergunningen alleen worden uitgegeven aan inschrijvers met mobiele standwagens.

In de huurovereenkomsten die met standplaatshouders gesloten zijn is opgenomen dat de standplaatslocatie aan het einde van de vergunningduur schoon opgeleverd moet worden (artikel 15 van de huurovereenkomst, bijgevoegd). Alle standplaatshouders hebben deze huurovereenkomst ook ondertekend. Na het besluit om bouwwerken uiterlijk voor de duur van de gehele overgangsperiode toe te staan is dit ook gecommuniceerd, een voorbeeld van de communicatie aan standplaatshouders over dd. mei 2014 is ook bijgevoegd.

3/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

12 maart 2024 11073015…

Bekijk de brief: Raadsbrief Beantwoording vragen Raadsinformatie-bijeenkomst 5 maart 2024 over standplaatsen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Utrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Utrecht

Alle artikel 35-vragen in Utrecht