24 oktober 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Utrecht

Totaalbestand Beantwoording Schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2025

Een raadslid stelde op 24 oktober 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Waarom kan de taakstelling alleen behaald worden door bezuinigingen op kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid? → 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 1 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Eelco Eerenberg; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 7: Volksgezondheid

Verbijzondering/context

Extra JGZ inzet in 2024 t.b.v. opvang groei Nieuwkomers was incidenteel, mede in afwachting van onderzoek alternatieve dekkingsbronnen

209

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke alternatieve dekkingsbronnen worden onderzocht?

Antwoord:

Wij hebben inmiddels opties onderzocht voor andere dekkingsbronnen, namelijk of de andere gemeenten in de regio of de GGDrU kunnen bijdragen. Ook zij ontvangen een te laag bedrag om de zorg van de JGZ aan de groep nieuwkomers te bekostigen. Landelijk is afgesproken dat de zorg van de Jeugdgezondheidzorg wordt geboden door de JGZ in de gemeente waar de kinderen op school zitten, wij volgen deze lijn. Op grond van landelijke afspraken is besloten om de andere gemeenten / GGDrU niet te vragen om een aanvullende bijdrage. We zetten nog in op een lobby richting het Rijk.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 2 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 5: Specialistische jeugdhulp

Verbijzondering/context

KOOS en Spoor030 gebruiken de app Ervaringwijzer om clientinformatie over ervaren kwaliteit, ervaren toegankelijkheid en ervaren effect uit te vragen.

174

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke indicatoren worden gebruikt om de kwaliteit van jeugdhulpverlening te meten via het KOOS- en Spoor030-programma?

Antwoord:

De volgende indicatoren worden gebruikt: -ervaringwijzer -klachten (zowel officiële als informele) -incidenten cliënten -datalekken -uitval (voortijdige beëindiging traject) -calamiteiten (gemeld bij de Inspectie)

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 3 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Dennis de Vries; Eelco Eerenberg;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Risico's

Verbijzondering/context…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waarom kan de taakstelling alleen behaald worden door bezuinigingen op kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid? Wat heeft de hervorming dan teweeg gebracht?

Antwoord van het college

1. In beginsel wel: veiligheid van kinderen is een ondergrens. We doen er dus alles aan om in die situaties veiligheid te borgen. Tegelijkertijd moeten we accepteren dat de samenleving niet maakbaar is en gemeente en jeugdhulppartners niet in alle gevallen de veiligheid van ouders en kinderen kunnen garanderen. We hebben met elkaar (inwoners, partners, raad) het gesprek te voeren over wat een aanvaardbare ondergrens is als het gaat om kwaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en beschikbaarheid van jeugdhulp.

2. De DUO cijfers laten zien dat er in het primair onderwijs (PO) een stijging van het aantal leerlingen is dat een cluster 3 (lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapt of landurig ziek)school bezoekt.

Cluster 4 (psychische stoornissen en gedragsproblemen) lijkt stabiel. In het voortgezet onderwijs (VO) zien we al langer een druk op de capaciteit in het VSO, vooral als gevolg van langere verblijfsduur van leerlingen in het VSO (en niet door een hoger absoluut aantal leerlingen dat het VSO bezoekt). In de stad merken we ook dat er geen eenduidig beeld is van hoe deze druk op het (V)SO zich zal ontwikkelen. Daarom is er in het PO een werkgroep van scholen en samenwerkingsverband die hier nader onderzoek naar doet. In het VO wordt vooral naar regionale samenwerking gekeken. In PO en VO wordt ingezet op het waar mogelijk versterken van het reguliere onderwijs om in te kunnen spelen op ondersteuningsvragen van leerlingen. Over het algemeen merken we dat scholen voor (speciaal) onderwijs zich zorgen maken over de hervormingen in de jeugdhulp, en de mogelijke gevolgen voor de beschikbaarheid van jeugdhulp in de school om passend onderwijs te kunnen bieden. Ook zien we dat scholen voor speciaal onderwijs relatief meer last hebben van het personeelstekort dan scholen in het regulier onderwijs

3. De Hervormingsagenda is zeer veel omvattend, maar om een aantal voorbeelden uit te lichten:

Een kwart van de taakstelling wordt landelijk verwacht van standaardisatie inkoop, en terugdringen administratieve lasten. Utrecht kent sinds 2015 taakgerichte financiering met de laagst mogelijk administratieve lasten, en kan hier dus niet verder op bezuinigen.

Utrecht heeft sinds 2015 veel geïnvesteerd in de buurtteams en daardoor is het percentage jeugdigen in aanvullende hulp en verblijfshulp verhoudingsgewijs (bijna) twee keer zo laag als het landelijk gemiddelde.

Bewegingen zoals de ontwikkeling van collectief werken, de samenwerking met onderwijs (bv via de kernpartneraanpak) waar we in Utrecht al jaren mee bezig zijn, staan vanaf 2022 ook in de Hervormingsagenda Desalniettemin zien we ook in Utrecht de kosten voor aanvullend jeugdhulp stijgen.

4. Het te verwachten besparingspotentieel uit de Hervormingsagenda Jeugd moet voortkomen uit maatregelen die Utrecht al heeft doorgevoerd. Zie vraag 3. Die hebben wat ons betreft hun succes bewezen, maar vragen wél om een lange adem. Desondanks krijgt Utrecht, net als alle andere gemeenten, wel een taakstelling opgelegd vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Met het toenemende beroep op aanvullende hulp (dat we niet kunnen negeren vanwege de jeugdhulpplicht) leidt dit tot het risico dat we onvoldoende kunnen blijven investeren in preventieve voorzieningen die we juist nodig hebben om dit beroep op aanvullende hulp terug te dringen. Onze inhoudelijke visie en agenda dreigen zo te worden ingehaald door de korte termijn focus op besparen en bezuinigen. Het vraagt veel inspanning om onder druk van de taakstelling niet af te breken wat afgelopen jaren is opgebouwd en aan onze lange termijn koers vast te blijven houden.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 4 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Dennis de Vries; Eva Oosters;

Programmabegroting 2025 Vastgoed Belangrijkste uitgangspunten

Verbijzondering/context

Het huurprijsbeleid houdt in dat we voor beleidsondersteunend vastgoed een kostprijsdekkende huur hanteren; voor alle overige (commerciële) huurders geldt de markthuur. We verstrekken geen subsidie via de huur.

https://utrecht.begroting-2025.nl/p60110/belangrijkste-uitgangspunten

Heeft relatie met vraag Vraag

Maatschappelijke bestemmingen kosten geld, in het bijzonder vanwege de dure vierkante meters. Desalniettemin wil het college toch dat we vastgoed inzetten voor maatschappelijke doeleinden. Is dat niet tegenstrijdig met dat we een kostprijsdekkende huur hanteren? Is het college het met ons eens dat de ambitie om vastgoed in te zetten voor maatschappelijke doeleinden, niet strookt met het hanteren van een kostprijsdekkende huur?

Antwoord:

Nee, de gemeente heeft te voldoen aan de Wet Markt en Overheid. Deze schrijft voor dat de huur kostendekkend moet zijn. voor het maatschappelijk verhuren van vastgoed. Hierbij hebben we geen winstoogmerk en moeten we Staatsteun voorkomen. Alleen bij uitzondering kan de gemeente hiervan afwijken, als blijkt dat anders maatschappelijke doelstellingen niet realiseerbaar en niet realistisch worden. Dit wordtis vastgelegd in een Algemene Belangbesluit, welke uitzonderingen (ook wel economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang) ook genoemd staan in de bijlage ‘Wet Markt en Overheid’ bij de programmabegroting 2025.

Zoals opgenomen in de door de Raad vastgestelde Kaderbrief uit 2017 wordt er geen subsidie verstrekt via de huur. Indien er een onrendabele top ontstaat dient deze door een beleidsveld te worden afgedekt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 5 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Linda Voortman;

Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 1: Beheer openbare ruimte 80

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat zijn "Frictiekosten Leidsche Rijn"?

Antwoord:

Het tempo van de nieuw te onderhouden gebieden in Leidsche Rijn loopt vóór op de structurele budgettoekenning aan de hand van de bevolkingsgroei (referentiekader groei). Om ervoor te zorgen dat het onderhoud toch kan plaats vinden, wordt vooruitlopend op de middelen van het referentiekader groei, incidenteel budget toegekend. Dit hebben we benoemd als de frictiekosten Leidsche Rijn. Dit budget wordt toegekend uit de reserve Frictiekosten Leidsche Rijn.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 6 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 2: Water- en rioleringssysteem

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Er staat: Programma Gezond Water in Utrecht (gereed in 2028)

Vraag

Het onderzoek is gedaan in 2022/2023, hieruit is een heel concreet rapport gekomen. Waarom duurt planvorming 5 jaar? Wat gaan we tot die 5 jaar doen dat significant gaat bijdragen aan de waterkwaliteit?

Halen we hiermee wel de deadlines vanuit de Kaderrichtlijn Water?

82

Antwoord:

De uitvoering van programma Gezond Water is in 2028 gereed . Het programma heeft betrekking op het zogenaamde overig water, dit zijn kleinere wateren waar geen resultaatsverplichting vanuit de Kader Richtlijn Water voor geldt. We voeren hiertoe van 2025 tot en met 2028 samen met HDSR in de hele stad maatregelen uit om de waterkwaliteitsdoelen van het overige water in de stad Utrecht, te halen Op 4 september 2024 hebben we hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten met HDSR. Op dit moment bepalen we gezamenlijk welke maatregelen (ruim 100) we vanaf 2025 willen uitvoeren.

Ondertussen treffen we waar mogelijk losse maatregelen zoals de kokosrollen bij het Griftpark of liften we mee bij lopende projecten zoals de drijvende eilanden bij de herinrichting Jutfaseweg. Hiermee verbeteren we ook nu al de ecologische waterkwaliteit.

Voor het halen van de Europese doelen uit de Kaderrichtlijn Water voor de grotere wateren in de stad waarvoor wel een resultaatsverplichting vanuit de Kaderrichtlijn Water geldt, staan de waterschappen en Rijkswaterstaat aan de lat.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 7 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Linda Voortman; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving 85

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

De indicatoren blijven na 2024 hetzelfde. Het aantal inwoners stijgt rap. Hoe gaat het college de doelen elk jaar bijstellen en hoe verhoudt dit zich tot de doelen uit de groene schaalsprong? Welke zijn nou leidend?

Antwoord:

We gaan de doelstellingen niet bijstellen, we gaan wel samenhang brengen in de gestelde doelen en daarin een prioritering aanbrengen. In de raadsbrief van 8 maart 2022 gaf het college inzage in de verwezenlijking van de ambities. In de figuur in de brief is duidelijk aangegeven dat de vergroening van Utrecht nu nog achterloopt bij de woningbouw. De Groene Schaalsprong heeft de ambitie om dit tempoverschil richting 2040 in te lopen.

Dit is ook als collegereactie op het rekenkamerrapport gegeven. We zullen dit verder concretiseren in het plan van aanpak dat u in november ontvangt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 8 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Eelco Eerenberg; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 1: Werknemers en -gelegenheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat is de verhouding verwachte input en output op het versterken regioprofiel Utrecht, Heart of Health?

Antwoord:

Utrecht heeft de ambitie om bij te dragen aan een gezondere wereld. Om partijen aan te trekken en uit te nodigen hieraan bij te dragen profileert de regio zich herkenbaar en onderscheidend als Utrecht, Heart of Health. Deze regioprofilering is tot stand gekomen na goede gesprekken met partners uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. Input voor de profilering bestaat uit case studies, verhalen en cijfers die aantonen wat de innovatiekracht van Utrecht is en hoe we maatschappelijke uitdagingen rond gezondheid en gezonde leefomgeving aanpakken vanuit bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. We dragen hier samen met- en via onze bijdrage aan partners zoals de EBU, ROM en Utrecht Marketing aan bij. De, in veel gevalle indirecte, output die we hiermee bereiken is dat de regio Utrecht beter op de kaart komt bij nationale en internationale beïnvloeders en bij doelgroepen zoals potentiele talentvolle werknemers, bedrijven en (zakelijke) bezoekers. We zien dit onder andere terug in het type bedrijven dat zich graag wil vestigen in Utrecht of de subsidies en investeringen die worden binnengehaald. Ook is er output te meten rond maatschappelijk verantwoord ondernemen in Utrecht via de Nieuwe Economie Index, onze concurrentiepositie, de naamsbekendheid van de regio en de ontwikkeling van het regionale gezondheidsecosysteem.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 9 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 1: Werknemers en -gelegenheid 142

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat zijn de verwachtingen op het versterken van wijkeconomie via vastgoed WOM's?

Antwoord:

De WOM's hebben tot doel om de sociaaleconomische vitaliteit van de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat/Damstraat te verbeteren door het aankopen, renoveren en exploiteren van vastgoed. De WOM's hebben gezamenlijk 52 panden in bezit, waarvan het merendeels winkels. De WOM's versterken de wijkeconomie door goed passende ondernemers een plek te bieden in de winkelstraat.

Daarbij werken de WOM's actief samen met het programma ASW en Kanaalstraat/Damstraat om tot een zo goed mogelijk invulling te komen van de panden, welke van toegevoegde waarde is voor het bestaande winkelaanbod in het gebied. Hoewel de financiële middelen van de WOM's beperkt zijn, kunnen zij op basis van eigen middelen nieuwe panden aankopen en renoveren. In 2025 zetten de WOM's zich in om, evenals dit jaar, panden te kunnen verwerven, op te knappen en te verduurzamen om de wijkeconomie verder te versterken. Dit jaar is een evaluatie van de WOM’s uitgevoerd. Middels een raadsbrief zullen we de uitkomsten hiervan dit kwartaal delen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 10 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over het invoeren van de investeringsplasfonds

Vraag

Welke kaders en uitgangspunten worden gebruikt bij het bepalen van de investeringsplafonds? Kunnen deze met de Raad gedeeld worden?

7

Antwoord:

Het investeringsplafond wordt verder uitgewerkt richting de voorjaarsnota 2025.

Uitgangspunten die we gaan hanteren bij het bepalen van een investeringsplafond, zijn:

• Financierbaarheid: Een gezonde financiële positie, aan de hand van de financiële kengetallen en dan met name met het oog op de schuldquote, de solvabiliteit en de weerstandsratio.

• Haalbaarheid voor de uitvoering: Er is voldoende capaciteit in de gemeentlijke organisatie en in de markt beschikbaar om de werkzaamheden die de investeringen met zich meebrengen, uit kunnen voeren zoals gepland.

• Betaalbaarheid: De lasten van investeringen zijn gedekt in de begroting, ook op termijn (bijvoorbeeld bij stijgende rente) door bewaking van het aandeel aan kapitaallasten in de begroting.

• Overzichtelijke investeringsinformatie in de gemeentelijke planning- en controlproducten.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 11 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

d66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Over de belastingscapaciteit van 131%

Vraag

Wat is de invloed van de verschillende lokale belastingen en de hoge belastingcapaciteit op de WOZ-waarden in de stad?

10

Antwoord:

De verschillende lokale belastingen en belastingcapaciteit hebben geen directe invloed op de WOZwaarden in de stad. WOZ-waarden worden met name beïnvloed door vraag en aanbod op de woningmarkt. Als gemeente Utrecht streven wij ernaar om de belastingcapaciteit zo effectief mogelijk te benutten. Zo investeren wij onze belastingcapaciteit in onder andere onze infrastructuur en voorzieningen. Het effectief benutten kan ertoe leiden dat de aantrekkelijkheid van de stad toeneemt met als gevolg dat de WOZ-waarden meegroeien. Hoge lokale belastingen zouden op zichzelf een nadelig effect kunnen hebben op de aantrekkelijkheid van de stad.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 12 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Over de invloed van de balastingcapaciteit op de woningwaarde

Vraag

Heeft het college ooit onderzoek laten doen naar de relatie tussen de lokale belastingen en WOZ-waarden (los van het feit dat de OZBbelasting hier direct mee samenhangt)

10

Antwoord:

Nee, het college heeft geen onderzoek laten doen naar de relatie tussen de lokale belastingen en WOZ-waarden. WOZ-waarden worden met name beïnvloed door vraag en aanbod op de woningmarkt. Onderzoek doen naar de relatie tussen de lokale belastingen en WOZ-waarden is daardoor complex, verschillende economische, sociale en politieke factoren spelen een rol.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 13 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad Overzicht

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over de concrete bezuiningingsmaatregelen

Vraag

Hoe wordt er invulling gegeven aan de taakstelling van 1,6 mln. terug te zien in deze begroting? Kortom, waar wordt precies op bezuinigd in 2025? Graag een overzicht

49

Antwoord:

In de rapportage Ambtelijk Inventarisatie Utrechtse Begrotingsalternatieven is een opsomming gegeven van de mogelijke onderdelen waarop we kunnen bezuinigen. De daadwerkelijke uitwerking volgt in de jaarplanbrief energietransitie. Deze wordt in het 4e kwartaal naar de raad gestuurd. Omdat elk jaar opnieuw geprogrammeerd wordt en er geen sprake is van structurele bedragen voor deelprogramma’s, is niet precies aanwijsbaar waar de 1,6 miljoen zonder taakstelling aan besteed zou zijn. We zullen de langjarige financiele ontwikkelingen in de jaarplanbrief inzichtelijk maken.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 14 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Rachel Streefland; ;

Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 5: Erfgoed

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

onttrekken van 40k uit de reserves

Vraag

Waarom wordt er precies €40k uit de resreves gehaald?

90

Antwoord:

In 2015 is een reserve gevormd voor de exploitatiesubsidie van 40.000 euro per jaar aan DomUnder, gedurende een periode van 10 jaar. Deze uitname van 40.000 euro betreft de subsidie voor 2025.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 15 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 2: Circulair

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

ambitie op Maatschappelijk Verantwoord Inkopen

Vraag

Waarom gaat de ambitie voor het minimale % circulair inkopen maar met 2% omhoog ten opzichte van vorig jaar, terwijl het van 2018 tot 2023 in 5 jaar met 30% omhoog is gegaan? Wat betekent die 2% concreet in euro's?

145

Antwoord:

In het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat Utrecht toewerkt naar 50% circulair inkopen in 2026. Deze doelstelling is ook opgenomen in de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030, die onlangs aan de raad is aangeboden. Om deze doelstelling te realiseren is een stijging van 2% in 2025 (en 3% in 2026) nodig. In de praktijk proberen we bij alle aanbestedingen waar materialen worden ingekocht (in de categorieën openbare ruimte, vastgoed, facilitair, ICT) een circulaire component mee te nemen.

Dat heeft afgelopen jaren geleid tot een snelle groei in de eerste jaren (30% in vijf jaar). Deze snelle groei vlakt af, omdat de meeste kansen in die categorieën intussen al benut worden. Aanbestedingen in andere categorieën, zoals dienstverleningen waar geen materialen worden ingekocht, lenen zich minder voor circulair inkopen.

We meten het percentage over het jaarlijkse aanbestede volume. Dit kan fluctueren per kalenderjaar, dus het financiële volume daarvan kan per jaar verschillen. We kunnen dan ook niet aangeven wat die 2% concreet in euro’s betekent.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 16 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Rachel Streefland; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Algemene middelen en overhead Doelstelling 1: Algemene middelen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over algemene dekkingsreserve

Vraag

Kan dit nader toegelicht worden. Over welke tekorten was de verwachting dat die opgevangen moesten worden en waarom zijn die uitgebleven? Welke lessen zijn daaruit geleerd?

236

Antwoord:

De vraag heeft betrekking op de toelichting van het verschil tussen de geraamde ontrekkingen aan de algemene dekkingsreserve in de begrotingsjaren 2024 en 2025. Dat verschil wordt met name veroorzaakt door een onttrekking aan de Algemene dekkingsrerve in 2024 (106 miljoen euro) vanuit de Voorjaarsnota 2024 om het tekort in dat jaar op te lossen. Dat tekort kwam in aanloop naar de Voorjaarsnota 2024 in beeld en komt onder andere door de correctie gemeentefonds en het nadelige resultaat over 2023. De dekking hiervan komt uiteindelijk vanuit een omvangrijke ontrekking gedaan aan de vaste activareserve. Daarnaast ontstaan er verschillen door de kasschuiven die zijn begroot voor de verschillende begrotingsjaren.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 17 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Lot van Hooijdonk;

Programmabegroting 2025 Financiering Algemeen beeld

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over de leenpositie

Vraag

In hoeverre wordt er al rekening gehouden met de leen/schuldpositie van de gemeente in relatie tot de oprichting van een publiek warmte bedrijf? Is dat al terug te zien in deze begroting?

258

Antwoord:

De ontwikkeling van de schuldpositie in de komende jaren is gebaseerd op de prognose van de financieringsbehoefte voor de geplande investeringen. De verschillende opties voor eventuele oprichting van een publiek warmtebedrijf worden op dit moment onderzocht, maar hier is nog geen investering voor geraamd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 18 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Verbonden partijen Lijst van verbonden partijen

Verbijzondering/context

Over Wijkontwikkelingsmaatschappij Lombok BV & WOM beheer Noordwest BV

295

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe kan het dat er geen enkele cijfers over het vermogen van deze BV's bekend zijn waar de gemeente 95% of zelfs 100% eigenaarsbelang in heeft? Kan dit alsnog gegeven worden? Kan daarnaast ookuitgelegd worden wat de toegevoegde waarde is van deze betrekking, en hoeveel kosten hier (indirect) voor worden gemaakt?

Antwoord:

Op het moment van invullen van de cijfers in de programmabegroting waren de jaarstukken van de WOM’s nog niet vastgesteld en konden daarom nog niet ingevuld worden. De jaarrekening van de WOM Lombok voor 2023 is reeds vastgesteld. Het vermogen betreft € 6.527.633. De jaarrekening van de WOM Noordwest CV en BV zijn nog niet vastgesteld. In de concept jaarrekeningen voor 2023 betreft het vermogen respectievelijk € 6.387.605 en € 88.959.

De WOM's hebben tot doel om de sociaaleconomische vitaliteit van de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat/Damstraat te verbeteren door het aankopen, renoveren en exploiteren van vastgoed. De WOM's hebben gezamenlijk 52 panden in bezit, waarvan het merendeels winkels. Het vermogen van de WOM’s bestaat daarmee grotendeels uit vaste activa. De WOM's versterken de wijkeconomie door goed passende ondernemers een plek te bieden in de winkelstraat. Daarbij werken de WOM's actief samen met het programma ASW en Kanaalstraat/Damstraat om tot een zo goed mogelijk invulling te komen van de panden, welke van toegevoegde waarde is voor het bestaande winkelaanbod in het gebied. Hoewel de financiële middelen van de WOM's beperkt zijn, kunnen zij op basis van eigen middelen nieuwe panden aankopen en renoveren. Er wordt geen geld vanuit de gemeente (jaarlijks) overgemaakt aan de WOM’s. Indirecte kosten komen voort uit de beperkte ambtelijk inzet.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 19 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Rachel Streefland; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Hervormingsbezuinigingen 461

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat zou het opleveren als wordt besloten om de medewerkers van het stadhuis (m.u.v. publieksdienstverlening) 1 dag per week thuis of op locatie in de stad te laten werken?

Antwoord:

Als de vraag het Stadhuis betreft: hier zit weinig publiekdienstverlening. Sluiten van een deel van het gebouw levert weinig tot niets op.De installaties t.a.v. verwarming/koeling zijn niet ingericht op gedeeltelijke openstelling. Daarnaast zal receptie, beveiliging en facilitaire ondersteuning ook aanwezig moeten zijn i.v.m. publieksdienstverlening en huurders. Er wordt hierdoor geen besparing gerealiseerd.

Als de vraag betrekking heeft op het Stadskantoor: er is onderzocht wat het oplevert om verdiepingen gedurende enkele dagen in de week (veelal woensdag en vrijdag) geheel te sluiten. Omdat het Stadskantoor echter nagenoeg energieneutraal is, levert dit financieel gezien weinig tot niets op.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 20 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Eva Oosters;

Programmabegroting 2025 Hervormingsbezuinigingen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

centraliseren van bedrijfsvoering

Vraag

Wordt er ook gekeken naar welke functies in de stad gecentraliseerd kunnen worden? Denk bijvoorbeeld aan wijk cultuurhuizen, maar wellicht zijn er nog meer domeinen te bedenken.

463

Antwoord:

Als onderdeel van de hervormingsbezuinigingen kijken we ook naar het efficiënt gebruik van ons vastgoed. Dit leidt niet perse tot centralisatie van functies, wel mogelijk tot meer gedeeld gebruik dat breder gaat dan alleen cultuurhuizen. We betrekken de gebruikers hierin.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 21 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Linda Voortman; ;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

In de VJN vroeg D66 extra aandacht voor monitoring van kwaliteit vanwege (zeer) lage respons cijfers mbt klanttevredenheid bij het buurtteam. Goed om te zien dat hier nu meer aandacht voor is op p. 122 (kwaliteit)

122

Heeft relatie met vraag Vraag

Stelt het college, n.a.v. eerdere vragen bij de VJN van D66, concrete doelstellingen m.b.t. de kwaliteit van monitoring van het buurtteam?

Bijv middels een minimale respons van de enquetes/klanttevredenheid? Zo nee: waarom niet? Zo ja: waar landen deze afspraken en op welke wijze kan de raad dit volgen?

Antwoord:

Wij hebben debuurtteams Sociaal en Jeugd&gezin gevraagd om ambities te formuleren voor 2025 op het gebied van cliëntervaringsonderzoek, waaronder ervaringwijzer. Deze worden vastgelegd in hun jaarplannen. Wij monitoren deze tijdens de reguliere accountgesprekken. De resultaten van de ervaringwijzer in relatie tot de geformuleerde ambtie wordt vanaf de jaarstukken 2025 gepubliceerd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 22 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg 119

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe moet ik het grotere bedrag lezen wat is geplaatst vanaf 2025 voor de aanvullende zorg? Het gaat hier om een flink hoger bedrag dan in de afgelopen aanbestedingsfase, dus ik vraag me af of er sprake is van een andere clustering?

Antwoord:

Er is geen sprake van een andere clustering. De groei van het bedrag komt enerzijds door de indexaties van afgelopen jaren. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren bij de voorjaarsnota's extra middelen toegevoegd aan het programma ondersteuning op maat om de groei van de vraag naar zorg op te kunnen vangen. Dat heeft geleid tot een hoger bedrag in de begroting. Tot slot is er in 2022 en 2023 een administratieve wijziging geweest. Er was ieder jaar een tekort binnen de aanvullende zorg, die werd opgevangen met het overschot aan middelen uit doelstelling 3: 24-uurs zorg. Vanaf 2023 is dit aan de voorkant gecorrigeerd om een beter inzicht te geven van het bedrag dat aan elke doelstelling wordt besteed. Het bedrag in de begroting van doelstelling 2 is daardoor hoger geworden en het bedrag voor doelstelling 3 iets lager en daarmee in lijn met de daadwerkelijke besteding.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 23 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen

Verbijzondering/context

We snappen dat de 'belastingcapaciteit' een landelijke indicator is op basis van meerpersoonshuishoudens, maar willen graag inzicht in hoe deze eruit zou zien als je dit doet voor 1- of 2-persoonshuishoudens, dan zal die druk juist lager liggen...

0

Heeft relatie met vraag Vraag

Op hoeveel percentage van de belastingcapaciteit wordt in 2024 en 2025 uitgekomen voor 1- en 2-persoonshuishoudens?

Antwoord:

Koopwoning (bestaande uit OZB, afvalstoffen- en rioolheffing):

1. De belastingcapaciteit voor een eenpersoonshuishouden met een koopwoning in 2024 is 115% en in 2025 is dat 127%.

2. Wat betreft de belastingcapaciteit voor een tweepersoonshuishouden met een koopwoning is dat in 2024 een percentage van 113% en in 2025 is dat een percentage van 125%.

Huurwoning (bestaande uit afvalstoffenheffing):

1. De belastingcapaciteit voor een eenpersoonshuishouden met een huurwoning in 2024 is 86% en dat blijft 86% in 2025.

2. Wat betreft de belastingcapaciteit voor een tweepersoonshuishouden met een huurwoning is dat in 2024 een percentage van 85% en in 2025 stijgt dat percentage naar 88%.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 24 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Sharon Dijksma; ;

Programmabegroting 2025 Veilige Stad

Verbijzondering/context

De burgemeester heeft zich eerder voorstander getoond op aanpak van femicide. 25

Heeft relatie met vraag Vraag

0

Zijn er landelijke middelen of subsidies beschikbaar waarop aanspraak gemaakt zou kunnen worden om hier lokaal meer aan te kunnen doen?

Antwoord:

Er zijn landelijke middelen beschikbaar voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, waar de aanpak femicide ook onder valt.

Op 7 juni werd het landelijke plan van aanpak 'Stop Femicide!’ gelanceerd. Het plan moet worden uitgevoerd binnen de bestaande middelen. Er zijn geen extra landelijke middelen ter beschikking gesteld.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 25 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Sharon Dijksma; ;

Programmabegroting 2025 Veilige Stad

Verbijzondering/context

Het programma Veilige Stad kent uiteenlopende posten. Om tot een sluitende PGB te komen is het logisch om hiernaar te kijken wanneer we op zoek willen naar middelen om femicide aan te pakken. 24

Heeft relatie met vraag Vraag

0

Vanuit een professionele blik, welke posten in het huidige Veilige Stad programma zouden het beste kunnen worden aangewend om een aanpak op femicide te ontwikkelen? Met hoeveel middelen zou je in 2025 een soort kwartiermaker hierop kunnen instellen om de beleidsopties te verkennen? Is 1 ton daarvoor toereikend?

Antwoord:

Binnen het programma Veilige Stad zijn geen middelen beschikbaar voor het ontwikkelen van deze aanpak. De aanpak femicide moet binnen de bestaande middelen huiselijk geweld en kindermishandeling worden gerealiseerd (zie antw vraag 24).

De loonkosten, inclusief overhead, voor het aanstellen van een kwartiermaker Femicide bedragen ongeveer 150.000 euro per jaar.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 26 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Overzicht

Verbijzondering/context

Er is sprake van €1,4 mln besparingen structureel, verdeeld over 3 onderdelen (mobiliteitsbeleid, parkeerbeleid en fietsenstallingen).

Onduidelijk is hoe deze bedragen in detail zijn opgebouwd. 64,65,160,220

Heeft relatie met vraag Vraag

60

Graag een overzicht/detailering van deze bezuinigingsmaatregelen binnen Duurzame mobiliteit.

Antwoord:

Temporiseren mobiliteitsbeleid (719.000):

Bij de invulling van deze bezuiniging zullen we waar mogelijk gebruik maken van de rapportage ‘Ambtelijke inventarisatie Utrechtse begrotingsalternatieven’. Het gaat hierbij om een structurele besparing op het vaste budget voor beleid en aansturing van de opgave mobiliteit. Deze bezuiniging van 719.000 euro betreft het beleidsbudget bereikbaarheid (exclusief parkeerbeleid). Met dit budget dekken we de benodigde personele middelen voor alle aspecten van mobiliteitsbeleid en (in beperkte mate) beleidsonderzoek. Onder het mobiliteitsbeleid vallen diverse posten, zoals de samenwerking met de G4 aan onder meer ov en verkeersveiligheid, communicatie en participatie, inzet voor beleidsvorming over fiets, voetganger, het autonetwerk, deelmobiliteit, goederenvervoer, internationale samenwerking, samenwerking Rijk-regio in onder meer UNed, etc.

De bezuiniging realiseren we grotendeels door te bezuinigen op personele inzet en in beperkte mate door minder beleidsonderzoek uit te voeren. Beleidsonderzoek naar de bereikbaarheidsvraagstukken in bepaalde wijken zullen we temporiseren door het later, of niet uit te voeren.

In de programmabegroting nemen we jaarlijks op welke (beleids)activiteiten en onderzoeken we blijven doen, beëindigen of nieuw gaan oppakken.

Besparen op parkeerbeleid (154.000):

We verlagen de inzet van personeel in de backoffice van de scanauto bij de handhaving. Door intensiever gebruik te maken van de digitale systemen kunnen we een efficiëntieslag maken.

Bezuinigen op nieuwe bemenste inpandige fietsenstallingen (514.000):

Vanaf 2026 komen exploitatiemiddelen beschikbaar die bestemd zijn voor het exploiteren van nieuwe openbare fietsenstallingen (binnenstad, P1/P4 (Kleppiere), Utrecht CS, Jaarbeurspleingebouw / Oopen). Het levert een besparing op als we deze middelen niet meer inzetten voor het realiseren van nieuwe bemenste inpandige fietsenstallingen. Dat betekent dat we minder stallingen kunnen realiseren dan eerder beoogd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 27 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Actualisatie financieel beeld 2024

Verbijzondering/context

In 2024 wordt 2,5M aan frictiekosten begroot, in 2025 5.0M. Dat maakt het aannemelijk dat bezuinigingsmaatregelen (deels) al in 2025 geïmplementeerd worden. De kosten daarvan worden wel begroot als frictiekosten, de opbrengsten niet. Tussentijds gedurende het jaar zullen er toch ook opbrengsten zijn?

360

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarom worden de baten van de hervormingsbezuinigingen in 2025 op 0 geraamd?

Antwoord:

Deze extra bezuinigingen zijn vanaf 2026 structureel nodig, zie toelichting pagina 10 Voorjaarsnota 2024 (raadsbesluit 2c bij Voorjaarsnota 2024) en de bijlage Hervormingen bij de programmabegroting 2025. In 2025 dus nog geen baten maar vanaf 2026 20 miljoen, oplopend tot structureel 25 miljoen in 2028.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 28 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg 124

43 Opgemerkt wordt dat er géén rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen. De vraag in de doelgroep is juist wel gevoelig voor demografische ontwikkelingen. Wanneer voor dit effect wel wordt gecorrigeerd, wat betekent dat voor de geraamde lasten?

Antwoord:

In de financiële prognose is de demografische ontwikkeling zoveel mogelijk meegenomen, al blijft dit een voorspelling en een momentopname. Veranderingen in landelijk beleid (o.a. IZA) , maar ook mogelijke andere maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. vergrijzing), kunnen hier nog steeds veranderingen in aanbrengen. Wij volgen daarom de ontwikkelingen nauwlettend en leggen in de P&C cyclus besluiten bij de raad voor indien nodig.

Wat betreft de tabellen bij het bereik (aantal mensen in zorg) kunnen we deze op dit moment nog niet nauwkeurig genoeg, per zorgvorm, visueel weergeven. De voorspellingslijn is gemaakt op basis van het verleden waarin ook sprake was van demografische ontwikkelingen. Hierdoor kunnen we voor de korte termijn redelijk voorspellen op basis van de ontwikkelingen van afgelopen jaren. Op de langere termijn is dit echter minder goed mogelijk, omdat lastig te bepalen is in hoeverre er extra gecorrigeerd moet worden voor demografie en hoe sterk dat effect exact moet zijn bij elke zorgvorm. In de grafieken werken we daarom met een voorspelling op basis van het verleden met een prognosepluim waarmee wordt aangegeven dat de voorspelling op lange termijn steeds onzekerder wordt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 29 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg

Verbijzondering/context

Alleen bij doelstelling 2 in het programma passende ondersteuning en opvang wordt opgemerkt dat de vraagontwikkeling niet gecorrigeerd wordt voor demografische ontwikkelingen. Het effect daarvan op de vraag en kosten kan groot zijn.

Heeft relatie met vraag Vraag

Mogen we ervan uitgaan dat alle geprognosticeerde trends waarbij bevolkingsopbouw en de ontwikkeling daarvan van invloed zijn op de vraag en daarmee de kosten zijn gecorrigeerd voor de demografische ontwikkelingen in onze snel groeiende gemeente?

Antwoord:

Voor het effect van de groei van de stad wordt jaarlijks bij de voorjaarsnota de gehele begroting aangepast met de actuele inschattingen van de groei het referentiekader groei (zie pag 17 VJN 2024).

Uitgangspunt van ons groeikader is dat we inkomsten door toename van het aantal inwoners en woningen bestemmen voor het opvangen van de gevolgen van de groei van de stad. De verwachte baten door toename van de algemene uitkering en OZB-inkomsten als gevolg van de verwachte groei op basis van de Utrechtse bevolkingsprognose worden jaarlijks bij de voorjaarsnota beschikbaar gesteld voor lasten die samenhangen met deze groei van de stad. De toenemende kosten voor uitvoering van wettelijke taken als gevolg van de groei (en krimp) van de stad dekken we uit het referentiekader groei. De gemeente heeft immers geen keuze om een product te leveren en dus groeien de kosten noodzakelijkerwijs als het aantal inwoners toeneemt. De kosten van het referentiekader worden bepaald door het gemiddelde budget (norm) per inwoner (of bepaalde groep inwoners) van de verschillende producten (wettelijke taken) te vermenigvuldigen met de verwachte toename van het aantal inwoners (of bepaalde groep).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 30 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 1: Werknemers en -gelegenheid

Verbijzondering/context

Op pag 143 wordt gesteld dat "het Ondernemersfonds stijgt vanaf 2025 omdat de OZB-niet woningen in hetzelfde jaar verhoogd worden met 12%", i.e. een stijging met e1748k

156

Heeft relatie met vraag Vraag

Ondanks de groei van 12% OZB-niet woningen in 2025 blijft de begrote subsidie Ondernemersfonds Utrecht stabiel op e12393k. Hoe wordt het verschil met de begrote OZB stijging verklaard? En als de subsidie zoals wij vermoeden toch stijgt met e1748k, wat betekent dat voor de verdere toename van de reserves van het ondernemersfonds?

Antwoord:

Het OFU is een onafhankelijke stichting en verbindt lokale ondernemers, verschillende sectoren en organisaties. Via het OfU kunnen ondernemers collectief investeren in initiatieven die bijdragen aan het vestigingsklimaat en de aantrekkelijkheid van de stad. De stichting wordt bekostigd door ondernemers zelf via een extra opslag boven op de OZB niet-woningen. Per 1 januari 2012 hanteren we hiervoor een opslag van een vast percentage 11,1% van de OZB niet-woningen. Sinds 2021 is het Ondernemersfonds niet altijd consequent in lijn met de baten OZB niet-woningen verhoogd. De opslag op OZB niet-woningen van 11,1% is wel in rekening gebracht aan de ondernemers. Bij de 2e Berap wordt dit tot en met 2024 gecorrigeerd. De verdere jaren wordt verwerkt bij de VJN25. Zie ook toelichting 2e Berap pagina 14. Hierdoor klopt de constatering dat de stand van het ondernemersfonds voor 2024 en 2025 aan elkaar gelijk is. Het is lastig te voorspellen wat de verhoging uitkering op betaling aan het Ondernemersfonds betekent voor de reserve van het Ondernemersfonds, dit is aan het Ondernemersfonds. Tot op heden vallen de bestedingen van de ondernemers binnen de kaders van de bestedingstermijn van drie jaar.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 31 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad

Verbijzondering/context

In de VJN is een taakstelling voor 1701 afgesproken. In de programmabegroting die voorligt worden de uitgaves veel minder. Zo zijn de lasten in 2026 bijna de helft minder dan in 2024. Het vertekende beeld voor de baten is te begrijpen omdat de gelden vanuit het rijk nog niet bekend zijn, maar dit zou niet moeten gelden voor de lasten.

49

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe is dit te verklaren en hoe verhoudt de taakstelling zich tot de lasten? Wat betekent dit concreet voor de lasten die in dit programma staan (hoofdzakelijk buurtaanpak, gebouwen verduurzamen, etc.).

Antwoord:

Wanneer wij middelen ontvangen vanuit het Rijk (Specifieke Uitkeringen – SPUK- ) dan worden deze op de gemeentelijke begroting zowel de baten als lasten verhoogd. Tegenover de baten staat dan de daadwerkelijk te ontvangen SPUK, en tegenover de lasten staan dan de extra kosten die we maken om uitvoering te geven aan het doel waarvoor de middelen zijn ontvangen. In 2026 en verder zullen in elk geval de CDOKE klimaatmiddelen beschikbaar zijn. De verwachting is hierbij dat we de lasten en baten begroting in die jaren met 5 á 6 miljoen kunnen verhogen. Dit wordt opgenomen in de komende Bestuursrapportage 2025. De rijksoverheid heeft aangegeven deze middelen ook vanaf 2026 te continueren, mogelijk wel met een bezuiniging van 10%.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 32 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad

Verbijzondering/context

Verandering energieverbruik gebouwde omgeving t.o.v. 2020 staat in percentages minder

52

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe verhouden de percentages minder zich tot het totaal en wat is de 0-meting?

Antwoord:

Het verbruik in 2020 dat we voor het programma besparen als referentiejaar en nulpunt gebruiken was 13.877 TJ.

De percentages waarmee het verbruik t.o.v. 2020 daalt is 35% (doelstelling uit programma besparen) gedeeld door 30 jaar, wat afgerond uitkomt op jaarlijks 1,2%. Als gevolg van afronding komt in één jaar het verschil op 1,1% uit.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 33 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad

Verbijzondering/context

In de voorjaarsnota wordt genoemd dat het college werkt met een jaarlijkse programmering (en niet verder richting de toekomst programmeert).

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe wordt, zoals in de programmabegroting wordt weergegeven, bepaald dat er lagere lasten zijn vanaf 2026 als de activiteiten nog niet bekend zijn?

Antwoord:

Met jaarlijkse programmering wordt bedoeld dat er binnen de budgetten van de opgave Energietransitie jaarlijks kan worden bijgesteld tussen de verschillende programmaonderdelen (o.a.

Energie infrastructuur, Duurzame Opwek, Wonen, Bedrijven, Publiek eigendom, Buurtaanpak). Dit kan nodig zijn indien de ontwikkelingen in het energielandschap daar om vragen. Bijvoorbeeld extra activiteiten rond netcongestie of in het geval van windenergie in Rijnenburg fases waar de gemeente meer of juist minder aan zet was, waardoor de inzet en de kosten ook fluctueren. In de programmabegroting worden de lastenbudgetten gepresenteerd. Deze beschikbare budgetten zijn kaderstellend voor de activiteiten die kunnen worden geprogrammeerd. Jaarlijks wordt uw raad met de jaarplanbrief (4e kwartaal) geïnformeerd hoe in het volgende jaar binnen het programma de middelen (mens en geld) worden ingezet. Bij de toelichting op de lastenbudgetten is ook aangegeven dat de getoonde afname van het lasten en baten budget vanaf 2026 nog een vertekend beeld geeft doordat de specifieke uitkering voor de uitvoeringscapaciteit Klimaat en energiebeleid (CDOKE) nog meerjarig op de begroting moeten worden verwerkt (zie ook het antwoord op vraag 31).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 34 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en

Verbijzondering/context

Ondersteunen van innovatieve en duurzame projecten via Europese subsidie uit het Kansen voor West programma (EFRO)

142

Heeft relatie met vraag Vraag

Over wat voor soort projecten gaat dit? Liggen hier ook kansen voor de energietransitie en lokaal eigendom?

Antwoord:

Dit betreft innovatieve projecten rondom de thema's innovatie bij MKB’ers, klimaat, energietransitie, circulaire economie en arbeidsmarkt. Ook het betrekken van de bewoners bij deze maatschappelijke transities kan een onderdeel zijn. Zo hebben we dit jaar bijvoorbeeld EFRO-subsidie ingezet bij projecten rondom het verduurzamen van VVE’s en het bouwen van een e-hub in het Merwedegebied.

Vanuit het programma Klimaatvriendelijke stad wordt gewerkt aan de energietransitie en ook gekeken naar lokale energiegemeenschappen. Hiervoor wordt breder naar Europese subsidies gekeken, dan het EFRO programma waar ook kansen liggen voor energietransitie en lokaal eigendom. We hebben recent bij Interreg Noord West een subsidieaanvraag ingediend met partners zoals Oog voor Warmte, Warm Lunetten, Griftstroom, Hogeschool Utrecht en Energie Samen op het thema ‘Engaged EnergyCommunities with Technological Integrated Energy Systems’. In december wordt bekend of we definitief desubsidie voor dit project krijgen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 35 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Rachel Streefland; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Algemene middelen en overhead

Verbijzondering/context

'In verband met diverse claims, juridische geschillen en rechtsgedingen was een voorziening ingesteld. Deze voorziening blijkt niet nodig te zijn en kan zodoende vrijvallen''

233

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke claims, juridische geschillen en rechtsgedingen betreft dit?

Antwoord:

De voorziening komt te vervallen vanwege een positieve ontwikkeling inzake een dispuut met betrekking tot een geheieeneen geheim risico (zie paragraparagraaf Weerstandsvermogeneen geheim risico (zie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 36 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; ;

Programmabegroting 2025 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkelingen en actualiteiten

Verbijzondering/context

Bij punt 4; autonome groei volume jeugdwet en wmo bij externe factoren worden wel prestatiedruk, vergrijzing en langer thuiswonen genoemd

249

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarom staat bestaanszekerheid hier niet tussen?

Antwoord:

Voor de bijstandsuitkeringen (BUIG) en het armoedebeleid zijn aparte risico's opgenomen. Het risico van de BUIG staat in de top 10 van de risico's. Het risico van het armoedebeleid valt hier buiten, maar telt wel mee in het totaal bedrag van de benodigde weerstandscapaciteit.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 37 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkelingen en actualiteiten

Verbijzondering/context

Ten tijde van de publicatie van de programmabegroting was al bekend dat de LVV financiering vanuit het Rijk zou stoppen

251

Heeft relatie met vraag Vraag

Het is nu duidelijk dat de financiering vanuit het Rijk stopt, waarom is dit niet meegenomen met de programmabegroting met ook de aangenomen motie deze in Utrecht tot 2027 zelf te bekostigen.

Antwoord:

Het risico omvat de kosten voor het stopzetten van de LVV. Dit risico is niet op de korte termijn van toepassing nu daar met de Programmabegroting 2025 extra middelen voor zijn gereserveerd (amendement A 112 ) voor 2025 en met nog enige onzekerheid ook voor 2026. Echter vanaf 2027 is het onzeker of de LVV kan worden voortgezet of toch moet staken. In amendement A12 is 1 miljoen vrijmaakt voor de LVV in 2025.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 38 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Overzicht

Verbijzondering/context

Er zijn 3 lasten voor dit programma, basiszorg buurtteam sociaal, aanvullende zorg en individuele begeleiding en budget voor taken die we als centrumgemeente uitvoeren

119

Heeft relatie met vraag Vraag

Deze budgetten liggen flink uit elkaar. wat is de daarvoor de oorzaak?

Antwoord:

De taken die onder deze doelstellingen vallen zijn heel anders van aard. Zo valt onder de doelstelling Basiszorg Buurtteam Sociaal hoofdzakelijk de basiszorg en toegang tot aanvullende zorg voor de gemeente Utrecht. De kosten per gebruiker van deze soort zorg liggen lager dan bij de specialistischere zorg onder de doelstelling aanvullende zorg. Onder de doelstelling 24uursbegeleiding valt de opvang van dakloze mensen, beschermd wonen en opvang en ondersteuning bij geweld in afhankelijkheidssituaties voor 16 Utrechtse gemeenten, omdat Utrecht hiervoor als centrumgemeente fungeert. Daarbij is deze soort zorg hoog specialistisch en moet ook het verblijf worden bekostigd. Daardoor zijn de kosten per cliënt dus hoger.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 39 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Bij bereik: het aantal nieuw gestarte casussen loopt op

Vraag

Wordt dit ingeschat als een zorgelijke ontwikkeling?

121

Antwoord:

In de basis vinden wij het positief dat mensen het buurtteam goed weten te vinden. Dit zorgt ervoor dat mensen snel ondersteund kunnen worden, wat helpt voorkomen dat de problematiek verergert.

We kunnen echter niet kwantificeren in hoeverre het toegenomen aantal gestarte casussen komt doordat mensen vaker een hulpvraag hebben of doordat mensen het buurtteam beter weten te vinden en daarom makkelijker aankloppen. We weten niet wie we niet bereiken, wel zien we dat de samenleving complexer wordt waardoor mensen vaker hulp nodig hebben. De thema's waarop mensen het meest aankloppen bij het buurtteam zijn geld, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid en wonen. Dit zijn thema's waar ook landelijk gezien veel uitdagingen zijn. Het woningentekort, wachtlijsten bij de GGZ en de energiecrisis in droegen bij aan de vragen die mensen stellen bij het buurtteam. We zijn met het Buurtteam in gesprek over welke vragen ook in de sociale basis goed beantwoord zouden kunnen worden.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 40 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

Bij bereik: er wordt gezegd dat de verwachting is dat deze trend doorzet in de groei van de stad.

121

Heeft relatie met vraag Vraag

Wordt hier ook rekening gehouden met vergrijzing van de populatie, zo nee, waarom niet?

Antwoord:

De verwachting dat de instroom zal blijven stijgen is zeker ook gebaseerd op de vergrijzing.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 41 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

Bij effectindicatoren wordt er naar meetbare kwaliteit verwezen die gemeten wordt door de Ervaringswijzer. Deze staan in de jaarstukken.

122

Heeft relatie met vraag Vraag

Welk percentage van de inwoners die gebruik maken van de desbetreffende zorg, vult deze enquete in? Is dit een goede indicatie voor kwaliteit?

Antwoord:

Dit percentage verschilt per zorgvorm. We werken doorlopend aan het bereik van Ervaringwijzer en hoe we deze zo goed mogelijk kunnen laten aansluiten bij de doelgroep, zo gaan we samen met panel Meetellen in het najaar een gesprek organiseren om te kijken hoe we deze tool beter kunnen laten aansluiten en de respons kunnen verhogen en maken we met het buurtteam in hun jaarplan aanvullende afspraken. We vullen onze inzichten uit de ervaringwijzer daarnaast aan met signalen die wij binnen krijgen van belangenbehartigers, cliëntenraden en klachten en cliëntervarings rapportages van onze aanbieders en klachten/signalen die bij ons als gemeente binnen komen. Deze onderdelen bij elkaar geven ons een goed beeld van de ervaren kwaliteit, maar er blijft natuurlijk ruimte voor verbetering.

Aandeel van de zorggebruikers die de ervaringwijzer hebben ingevuld per zorgvorm (cijfers van 2023):

- Dagbegeleiding: Het afnemen van schriftelijke of digitale clientervaring past niet bij de meeste deelnemers van de dagbegeleiding. Oorzaak is bijvoorbeeld dementie, het Nederlands niet goed machtig zijn of niet digitaal vaardig zijn. We hebben afspraken met iedere aanbieder over hoe zij wél clientervaring af kunnen nemen. Dat doen ze op verschillende manieren, zoals gesprekken met deelnemers of bijeenkomsten met mantelzorgers. Dit zorgt ervoor dat er geen éénduidig antwoord te geven is op het bereik van de clientervaringsonderzoeken.

- Individuele begeleiding: 6,5%

- Thuisbegeleiding 22%

- Arbeidsmatige Activering: 21%

- Hulpmiddelen: 6,6%

- Buurtteam: 1,8% (dit was in 2022 nog 4%, daarom maken met het buurtteam afspraken in hun jaarplan hierover)

- hulp bij huishouden: In verband met de nieuwe aanbesteding is er bij hulp bij het huishouden in 2023 nog geen gebruik gemaakt van Ervaringwijzer. In 2024 is hiermee gestart. De aanbieders hebben wel zelf cliënttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd.

- maatschappelijke opvang en beschermd wonen 7,5%

- Geweld in afhankelijkheidsrelaties: 5% Een kanttekening is wel dat er veel cliënten in een langdurig traject zitten waardoor het kan zijn dat zij in een eerder jaar wel de ervaringwijzer hebben ingevuld.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 42 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

GGDrU heeft het mandaat voor kwaliteitstoezicht ook een mandaat om toezicht op calamiteiten te houden

122

Heeft relatie met vraag Vraag

Wat houdt dit precies in?

Antwoord:

Incidenten- en calamiteitentoezicht houdt in dat de GGD, op het moment dat er een incident of calamiteit wordt gemeld, bevoegd is om de aard van dit incident te onderzoeken, de betrokken zorgverlener / -instelling te bevragen en maatregelen op te leggen indien nodig om de kwaliteit van zorg in de toekomst te waarborgen. Kwaliteitstoezicht houdt in dat de GGD gemandateerd is om signaal- of proactief toezicht te houden naar de kwaliteit van de Wmo-ondersteuning.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 43 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg

Verbijzondering/context

Onder het kopje beschikbaarheid: er wordt niet genoemd dat er rekening wordt gehouden met demografische ontwikkeling. 28, 29

Heeft relatie met vraag Vraag

125

Wordt dit wel gehouden? kijkend naar migratiestromingen en vergrijzing? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

In de financiële prognose is de demografische ontwikkeling zoveel mogelijk meegenomen, al blijft dit een voorspelling en een momentopname. Veranderingen in landelijk beleid (o.a. IZA, rechten van Euarbeidsmigranten) , maar ook mogelijke andere maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. vergrijzing ), kunnen hier nog steeds veranderingen in aanbrengen. Wij volgen daarom de ontwikkelingen nauwlettend en leggen in de P&C cyclus besluiten bij de raad voor indien nodig.

Wat betreft de tabellen bij het bereik (aantal mensen in zorg) kunnen we deze op dit moment nog niet nauwkeurig genoeg, per zorgvorm, visueel weergeven. De voorspellingslijn is gemaakt op basis van het verleden waarin ook sprake was van demografische ontwikkelingen. Hierdoor kunnen we voor de korte termijn redelijk voorspellen op basis van de ontwikkelingen van afgelopen jaren. Op de langere termijn is dit echter minder goed mogelijk, omdat lastig te bepalen is in hoeverre er extra gecorrigeerd moet worden voor demografie en hoe sterk dat effect exact moet zijn bij elke zorgvorm. In de grafieken werken we daarom met een voorspelling op basis van het verleden met een prognosepluim waarmee wordt aangegeven dat de voorspelling op lange termijn steeds onzekerder wordt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 44 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg

Verbijzondering/context

Onder het kopje effectindicaten staat genoemd dat er gesprekken zijn met partners

124

Heeft relatie met vraag Vraag

Op welke frequentie worden deze gehouden? En worden er ook gesprekken met inwoners georganiseerd?

Antwoord:

Dit verschilt per partner, afhankelijk van de grootte en aard van de diensten maar ook op basis van wat er speelt. We voeren minimaal drie 1-op-1 "tertaalgesprekken" per jaar met onze aanbieders waarin de officiele zaken zoals de ontwikkelingen in de vraag, de wachtlijsten, de financiële situatie en de kwaliteit worden besproken. Er zijn ook grote partners in de stad we die we maandelijks spreken, 1 op 1 of in groepsverband. Daarnaast is er jaarlijks één overleg met alle aanbieders van dezelfde zorgvorm bij elkaar om van elkaar te leren. In periodes van verlengingen, aanbestedingen en nieuwe beleidsontwikkelingen loopt het aantal gesprekken op ten behoeve van de benodigde afstemming. We hebben daarnaast doorlopend verschillende gesprekken met inwoners in georganiseerd verband zoals de Wmo-cliëntenraad, Stichting Goud, De Achterkant, Rechtop Solgu, U-op leeftijd etc.

Rondom het schrijven van beleidsstukken en uitvoeringsplannen worden daarnaast ook altijd gesprekken met inwoners georganiseerd, dit vindt uw raad altijd terug in de paragraaf participatie.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 45 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland;

Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Onder hervormingen wordt de waakvlamfunctie genoemd.

Vraag

Hoe wordt deze precies ingezet? zijn daar richtlijnen voor?

126

Antwoord:

De waakvlamfunctie wordt nog uitgewerkt. Kern van het idee is dat inwoners die nu voor bijvoorbeeld 90% van de tijd met behulp van hun omgeving verder zouden kunnen nog wel een beroep kunnen doen op een professional aanvullende zorg op het moment dat dit nodig is, bijvoorbeeld bij een terugval. Door afspraken te maken over een waakvlamfunctie hoeft er niet onnodig voltijdsondersteuning in stand te worden gehouden voor enkele gebeurtenissen of een risico op terugval. Er kan worden afgeschaald wanneer dat passend is en snel, zonder wachtlijst, weer worden opgeschaald of even ingesprongen worden wanneer nodig. Dit moet eraan bijdragen dat de zorgcapaciteit ingezet kan worden voor de meest kwetsbare inwoners.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 46 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Overzicht

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Lasten voor aanbieders die clienten voorzien van specialistische zorg.

Vraag

Deze kosten vallen op 90 miljoen euro, wij vinden dit een groot bedrag, waardoor is dit bedrag zo hoog in vergelijking met de andere lasten?

159

Antwoord:

Het gaat hier om daadwerkelijke zorgkosten specialistische jeugdhulp. Dit is de grootste kostenpost binnen de jeugdhulp. Utrecht is hierin niet uniek, dit is in lijn met de landelijke verhouding.

Specialistische jeugdhulp is een dure vorm van zorg door de intensiteit van de jeugdhulp en de kosten van locaties bij verblijf zoals gezinshuizen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 47 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eelco Eerenberg; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Overzicht

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

De mutaties reserves zijn 2.7 miljoen van de activa reserve

Vraag

is dit 2.7 miljoen op de totale 10 miljoen van de activa reserve?

159

Antwoord:

De gerefereerde € 2,7 miljoen en de totale € 10 miljoen hebben geen directe relatie met elkaar op de doelstelling Onderwijshuisvesting.

Bij de Voorjaarsnota 2024 is er op meerdere doelstellingen een vrijval geweest van de vaste activa reserve. (p.34 Voorjaarnota 2024) De activareserve dient ter dekking van de kapitaallasten van de investeringen. Bij een vrijval van de vaste activa reserve moet de structurele dekking voor de investeringen worden verhoogd.

In de Programmabegroting 2025 staat echter nog ten onrechte de € 2,7 mln. aan onttrekking van de vaste activa reserve. Het bovengenoemde effect van de Voorjaarsnota 2024 is niet juist verwerkt.

Deze omissie zal in de Eindejaarswijziging 2024 worden gecorrigeerd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 48 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eelco Eerenberg; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 1: Eigen pad in het onderwijs

Verbijzondering/context

Bij effectindicatoren wordt percentage niet vervulde vacatures in het primaire onderwijs genoemd

161

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarom niet in het VO?

Antwoord:

Op het moment van opstellen van de programmabegroting beschikten we nog niet over meetbare gegevens uit het voortgezet onderwijs. Per december beschikken we wel over deze gegevens (gemeten in opdracht van het ministerie van OCW). We zullen de raad informeren over de uitkomsten.

Daarnaast onderzoeken we of de effectindicator aangepast kan worden naar het percentage vacatures in het primair én voortgezet onderwijs.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 49 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; Eelco Eerenberg;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 1: Eigen pad in het onderwijs

Verbijzondering/context

Bij activiteiten die we blijven doen wordt waardering vakmanschap genoemd en mbo uitvoerinsgplan 2023-2026

162

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe wordt praktijkonderwijs hier bij betrokken?

Antwoord:

Het praktijkonderwijs is in deze aanpak niet betrokken. We werken in het mbo-uitvoeringsplan samen met de vier Utrechtse mbo-instellingen en richten ons op de positie van de mbo-studenten. Echter, met de inspanningen vanuit deze samenwerking hopen wij op langere termijn positieve impact te maken op de waardering en positie van ál onze vakmensen, dus ook degene die bijvoorbeeld in het praktijkonderwijs of het hbo zijn opgeleid.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 50 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eelco Eerenberg; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 1: Eigen pad in het onderwijs

Verbijzondering/context

Bij activiteiten die we blijven doen/anders doen wordt de onderwijsimpulsregeling genoemd. er is nu minder/geen geld voor innovatie en aansluiting PO/VO

163

Heeft relatie met vraag Vraag

Wordt er bijgehouden wat de leerresultaten zijn van de leerlingen die door de stop op deze subsidie uit de brede brugklas moeten treden en welk effect dat heeft op de kinderen. Zo ja, hoe?

Antwoord:

Nee, de leerresultaten worden niet bijgehouden, omdat de gemeente geen subsidie verstrekt voor een brede brugklas. De subsidie onderwijsimpuls is een projectsubsidie en geen brede brugklas subsidie.

De bedoeling van de projectsubsidie is dat scholen een impuls kunnen geven aan een ontwikkeling en deze daarna op eigen kracht kunnen voortzetten. Het stoppen met de subsidie onderwijsimpuls heeft geen effect op leerlingen in brede brugklassen. Wel op de ontwikkelkracht van schoolteams.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 51 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eelco Eerenberg; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 2: Huisvesting scholen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Over effectindicatoren;

Vraag

percentage groene schoolpleinen staan niet als indicator opgenomen. waarom is dat?

165

Antwoord:

Toen de effectindicatoren werden bepaald, was de "Nadere regel speelplaatsen van scholen" nog niet ingegaan. Omdat het belangrijk is om uit te gaan van een nulpunt, is deze niet tussentijds toegevoegd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 52 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eelco Eerenberg; Dennis de Vries;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 3: Versterken veerkracht

Verbijzondering/context

Bij nieuwe acticiteiten in het begrotingsjaar staat; we verkennen met partners hoe professionals flexibeler kunnen worden ingezet op basis van vaardigheden en bekwaamheid

168

Heeft relatie met vraag Vraag

Wat is hier het verwachte effect van en hoe wordt dat gemeten?

Antwoord:

We verwachten dat dit kan bijdragen aan het verminderen van het personeelstekort in de BSO plus, zodat er meer kinderen terecht kunnen in de BSO plus. Momenteel zijn er wel plekken, maar is er door personeelstekort bij een aantal partners niet op alle dagen BSO plus mogelijk. In 2025 gaan we dit met partners doorontwikkelen (welke kwaliteiten en vaardigheden zijn nodig), monitoren (aan de hand van tools) en waar nodig bijsturen. Bij de verantwoording 2025 informeren wij de raad hierover.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 53 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 4: Buurtteams

Verbijzondering/context

onder het kopje kwaliteit wordt verwezen naar de ingevulde ervaringswijzer 51

Heeft relatie met vraag Vraag

171

Over het algemeen vult een laag percentage inwoners deze ervaringswijzer in. Hoe wordt daarmee omgegaan en is dat dan een eerlijke indicatie?

Antwoord:

Het invullen van ervaringswijzer gebeurt op basis van vrijwilligheid. Een beperkt percentage van de inwoners die basishulp heeft ontvangen van het buurtteam vult de ervaringswijzer in. In overleg met het buurtteam kijken we op welke wijze we de respons kunnen verhogen. Op dit moment zien wij geen betere mogelijkheid voor een andere manier van meten. Daarnaast benutten we klachten (zowel officiële als informele), incidenten bij cliënten, datalekken, uitval (voortijdige beeindiging van een traject) en calamiteiten (gemeld bij Inspectie) om een beter beeld te krijgen van de kwaliteit van de jeugdhulp.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 54 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 4: Buurtteams

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Activiteiten die we blijven/anders doen

Vraag

De rol van de EVU wordt niet genoemd. Speelt deze nog een rol?

171

Antwoord:

Het toekomstscenario kind en gezinsbescherming wordt in Utrecht uitgevoerd in de samenwerking van buurtteams en het EVU. Er zijn 2 teams in de wijken Leidsche Rijn en Overvecht. Het rijk en de VNG (opdrachtgevers) nemen op 18 oktober een eerste stap in de besluitvorming. Daarna volgt besluitvorming door kabinet en debat in de Tweede Kamer, we informeren de raad Q3 2025 over de uitkomsten (of eerder zodra besluit bekend is). Het toekomstscenario staat niet in het regeerprogramma van het nieuwe kabinet en er is geen geld voor gereserveerd door het rijk. Daarom heeft wethouder De Vries met de wethouders van Amsterdam en Foodvalley een brief geschreven.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 55 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 5: Specialistische jeugdhulp

Verbijzondering/context

onder het kopje: activiteiten die we blijven/anders doen wordt jeugdzorg+ genoemd.

174

Heeft relatie met vraag Vraag

Het lijkt alsof hier geen budget aan gekoppeld is. Klopt dat? en zo ja, hoe wordt dat dan gedaan?

Antwoord:

Het ontwikkelen van alternatief zorgaabod voor de Jeugdzorg+ wordt volledig gedekt door een specifieke uitkering (SPUK) van het rijk die in Q4 2024 verstrekt wordt en is hierdoor niet zichtbaar in de begroting.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 56 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 6: Jeugdbescherming

Verbijzondering/context

BIj nieuwe activiteiten in het begrotingsjaar staat: start van het een jarig subsidiecontract

176

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke partij verleend deze subsidie? hoe worden effecten in dit ene jaar gemeten?

Antwoord:

Deze subsidie wordt verleend door de 26 samenwerkende gemeenten in de provincie Utrecht. Het CBS houdt halfjaarlijks de cijfers bij van Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen. Dat gebeurt ook in 2025 voor Utrecht. Het effect van de inzet voor huiselijk geweld en kindermishandeling en de inzet voor jeugdbescherming en jeugdcriminaliteit wordt landelijk ‘gemeten’ door langdurige en onafhankelijke onderzoeksprogramma’s uitgevoerd door het Verwey Jonker Instituut en het WODC.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 57 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 6: Jeugdbescherming

Verbijzondering/context

Bij activiteiten die we blijven of anders doen wordt genoemd; eenjarige subsidie 2025 aan samen veilig midden nederland volgen we het koersprogramma 'samen doen wat werkt' wat voortbouwt op het veranderprogramma

177

Heeft relatie met vraag Vraag

Wat merken inwoners hiervan?

Antwoord: ‘Samen doen wat helpt’ is een interne veranderbeweging van Samen Veilig Midden Nederland. De belangrijkste doelstelling is om de jeugdige en het gezin meer centraal te stellen in het dagelijks werk en in het functioneren van de organisatie. SVMN heeft begin 2024 voor het laatst gerapporteerd over de voortgang, daarover is de raad geïnformeerd. Concrete voorbeelden van wat is gerealiseerd: inzet van cliëntenpanel en cliëntambassadeurs om de feedback van (voormalige) cliënten een plek te geven in de organisatie, caseloadverlichting om werkdruk te verlagen, verbeteren kwaliteit van de ondersteuning van cliënten en aansluiten van ervaringsdeskundigen bij casuïstiekbesprekingen. De precieze impact op inwoners is niet bekend.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 58 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

volt Dennis de Vries; ;

Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Risico's

Verbijzondering/context

Bij risico's wordt genoemd dat de gemeente beperkte invloed heeft op wat ouders en andere inwoners voor elkaar doen wat voor de maatschappelijk norm als normaal wordt gezien. met als maatregel: we kijken scherper naar de grenzen van de jeugdwet

179

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarom wordt dit nu gedaan en niet al eerder?

Antwoord:

Normaliseren en benutten van eigen kracht van gezinnen was al een belangrijk uitgangspunt in de Jeugdwet en ons beleid in afgelopen jaren en zal dat onverminderd blijven. Het past in onze visie op de transformatie van jeugdhulp en zal komende jaren ook nodig blijven om jeugdhulp beschikbaar te houden voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben.

In afgelopen jaren heeft Utrecht fors geïnvesteerd in sterke buurtteams die goed vindbaar zijn voor gezinnen met vragen over opgroeien en opvoeden. We zien nu dat dit leidt tot een relatief laag beroep op aanvullende jeugdhulp (succes) maar ook dat de vindbaarheid van het buurtteam zo goed is zij soms vragen krijgt die door ouders zelf of in de pedagogische basis kunnen worden beantwoord. We investeren daarom in vindbaarheid van voorzieningen in de pedagogische basis zoals de jeugdgezondheidszorg, Dock, JoU en vrijwilligersorganisatie om zo het beroep op jeugdhulp te verminderen.

Daarnaast blijven we samen met partners werken aan het verduidelijken van de overgang van 18naar 18+ en het tijdig en goed benutten van financiering vanuit de WLZ.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 59 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Eva Oosters; Eelco Eerenberg Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 5: Op eigen manier en niveau sporten

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Zwemactiviteiten en zwemlessen 81

Vraag

Kunnen zwemlessen van het U-pas budget worden afgeschreven? zit een limiet aan het budget wat hieraan uitgegeven kan worden?

201

Antwoord:

Het U-pas budget kan worden gebruikt voor zwemlessen, zowel voor kinderen als voor volwassenen.

Er zit geen limiet aan het budget om aan zwemlessen uit te geven. U-pas houders kunnen de U-pas gebruiken voor het betalen voor lessen, zolang zij nog voldoende budget op hun U-pas hebben staan.

De totale kosten voor een diploma zijn op voorhand niet altijd duidelijk, omdat dit afhangt van het totaal aantal lessen dat nodig is om het diploma te halen.

In het kader van zwemveiligheid en met de kennis dat kosten voor zwemles hoog kunnen oplopen, bieden we als gemeente voor kinderen extra mogelijkheden aan om een A diploma te halen. Zo kunnen kinderen via schoolzwemmen hun diploma halen. Voor de kinderen tussen de 5 en 17 jaar die wel recht hebben op een U-pas maar geen schoolzwemmen op school hebben, is er de mogelijkheid om gebruik te maken van het zwemlespakket [HYPERLINK] om een A diploma te halen bij gemeentelijke zwembaden. Wij adviseren – via de U-pas, de zwembaden en andere partijen in de stad - om voor het zwemdiploma A gebruik te maken van het schoolzwemmen of het zwemlespakket, zodat het U-pas voor andere doeleinden kan worden gebruikt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 60 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad Doelstelling 1: Energieverbruik

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

We Intensivering de aanpak VvE's en energiescans MKB.

Vraag

Woningeigenaren kunnen hun woning isoleren door een isolatiebedrijf in te schakelen dat natuurvriendelijk isoleert. Klopt het dat het bij deze intensivering alleen over individuele grondgebonden woningen in particulier eigendom gaat? Dus geen “gestapelde” woningen in de vorm van appartementencomplex of flatgebouwen?

- Wat houdt intensivering van de aanpak VvE's precies in?

- Zo ja, wat is de geschatte 'winst' m.b.t. het bijbehorende doel (verandering energieverbruik t.o.v. 2020) (indien inderdaad alleen om grondgebondenwoningen in particulier eigendom gaat?)

- Het VvE-loket is er voor grote VvE's. Echter zijn dit ook de VvE's van appartementencomplexen of flatgebouwen, die volgens onze informatie niet in aanmerkin komen. Wat houdt de intensivering van de aanpak VvE's dan precies in?

- Wat kan de gemeente betekenen op dit punt zodat appartementencomplexen of flatgebouwen wel kunnen isoleren?

Energieverbruik | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Antwoord:

Wat doen we voor intensivering VvE aanpak: gerichte ondersteuning voor begeleiding en subsidies.

De besparing die deze VvE's gaan realiseren is met de programmabegroting indicator niet aan te tonen, die is daarvoor te grof. Het gaat in deze fase bij deze aanpak nog om kleine aantallen en besparingen. Als de omvang groter wordt is dit wel terug te zien. . Hoe meer VvE's gaan meedoen, hoe meer impact er zal zjn. We kunnen eerder op projectniveau iets zeggen over het aantal maategelen dat is genomen, zoals we dat ook in de jaarlijkse Voortgangsrapportage Energie laten zien. Dat zien we (bij de grote aantallen) op termijn terug in een energiebesparing.

Wat betreft natuurvriendelijk isoleren is op dit moment voor de grondgebonden woningen en gestapelde woningen van corporaties een methodiek beschikbaar, op basis waarvan we natuurlijkvriendelijk kunnen isoleren. Voor VvE’s in gestapelde bouw geldt dat met een zogenoemde machtiging (een soort vergunning) moet worden gewerkt. In de eerder raadsbrief over dit onderwerp is aangegeven hoe dit werkt en hoe we de komende twee jaar tot een standaardisering voor VvE's in gestapelde bouw willen komen. Het VVE-loket is zowel voor grote VVE’s (appartementencomplexen en flatgebouwen), als voor kleine VVE’s. De intensivering van de aanpak houdt in dat er meer begeleiding geboden wordt bij de verduurzaming, dat er collectieve inkoopacties worden uitgezet en dat er een vangnet komt voor VVE-leden die binnen de huidige omstandigheden niet mee zouden kunnen doen. Ook zijn er nu subsidieregelingen in pilot vorm, waarvan de intentie is om dit verder uit te bouwen. Dit is afhankelijk van de evaluatie en de beschikbaarheid van rijksmiddelen. Deze intensivering van de aanpak moet er aan gaan bijdragen dat dus ook de flatgebouwen en appartementencomplexen (grote VVE's) gaan isoleren.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 61 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad Investeringen Investeringen | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

In het programmaoverzicht staat 'Aanpassen Infrastructuur (2,09 miljoen euro)'. Echter zijn er geen investeringen van toepassing voor dit programma. Hoe zit dit?

Antwoord:

Met het aanpassen van de infrastructuur wordt de energie-infrastructuur bedoeld. Dit zijn plankosten voor de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur, aanpak uitbreiding warmtenetten en het programma Netcongestie. Dit zit onder andere op een impactanalyse van de netcongestie op ontwikkelingen in de stad, de projectleiding voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet (hoog- en middenspanningstation en trafostations), maar ook voor het maken van een nieuw Programma Warmte en de bronnenstrategie. Het betreft geen fysieke investeringen, waarvoor investeringskredieten benodigd zijn. Investeringen worden gedaan door externe partijen zoals Stedin, Tennet en Eneco. Daarom zijn er geen investeringen van toepassing voor dit programma.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 62 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad Subsidies

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Pilot Isolatieaanpak kleine VVE's

Vraag

Hoe groot zijn dit soort VVE's? Hoeveel VVE's hebben in 2024 meegedaan aan deze pilot/doen er in 2025 aan mee? En wat zijn de resultaten tot nu toe?

Subsidies | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Antwoord:

We hebben alleen kleine vve’s geselecteerd (tm 7 appartementen) die boiuwkundig op elkaar lijken en slechte labels (D,E,F,G) hebben. De meeste vve’s bestaan uit 2 appartementen, er zijn enkele grotere vve’s bij.

In het voorjaar zijn 330 vve’s in de Watervogelbuurt en Julianapark/Elinkwijk aangeschreven. Tot nu toe doen 15 vve’s met de aanpak mee. De aanpak is gericht op procesbegeleiding. We organiseren in november een tweede ronde, waarbij we vve’s in de buurten nogmaals attenderen op het aanbod. We hebben ruimte voor 78 vve’s in totaal.

Een deel van de vve’s heeft begeleiding van een adviseur. Daarnaast zijn er ook vve’s zelf aan de slag. Er is ook een aantal vve’s dat een gemeentelijke stimuleringslening voor kleine vve’s heeft aangevraagd waarmee ze de aanpak willen financieren.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 63 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad Overzicht Overzicht | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Op welke manier is de taakstelling doorgevoerd? Wat betekent dit concreet in de plannen/Wat wordt er binnen dit programma concreet minder gedaan en hoeveel geld wordt daarbij bezuinigd?

Antwoord:

In het programma Klimaatvriendelijke stad is gekozen voor een taakstelling omdat hier geen sprake is van structurele programmalijnen, maar van een jaarlijkse programmering. In de praktijk betekent een taakstelling structureel minder budget om jaarlijks te programmeren ten behoeve van de energietransitie. In de jaarplanbrief (4e kwartaal) wordt u geïnformeerd wat de programmering voor het komende jaar wordt. Zie ook het antwoord op vraag 13.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 64 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Overzicht

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Temporiseren mobiliteitsbeleid 26,65,160,220

Vraag

Op welke manier is de bezuiniging uit de VJN doorgevoerd? Wat betekent dit concreet in de plannen/Wat wordt er binnen dit programma concreet minder gedaan en hoeveel geld hoort daarbij?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 26

Overzicht | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 65 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Overzicht

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Bezuinigingen op ruimtelijke investeringen 26,64,160,220

Vraag

Wat houden deze bezuinigingen in? Om welke projecten gaat dit? En hoeveel geld hoort daarbij?

Overzicht | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Antwoord:

Door deze bezuiniging van 3 miljoen euro structureel per jaar, vermindert het beschikbare budget en daarmee de ruimte voor de programmering van toekomstige projecten bereikbaarheid. Dit heeft als gevolg dat de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid achteruit zullen gaan, doordat we minder nieuwe investeringen kunnen doen en we bij herinrichtingen gaan inboeten op de kwaliteit van de inrichting voor het verkeer en het groen. Voor alle nieuw te starten mobiliteitsprojecten zullen we uitgaan van een versoberde uitvoering: dit wordt de norm. Voorbeelden hiervan zijn een inrichting met meer zaailingen dan (grote) bomen (dit betekent dat we de motie ‘Geen sprietjes maar bomen’ uit 2015 niet kunnen uitvoeren), meer hergebruik van materialen, wel groenvakken maar met minder ontwerp en beplanting zoals bijvoorbeeld in de plannen voor de herinrichting van de Koningsweg.

Mensenzullen in de openbare ruimte gaan ervaren dat er minder kwaliteit wordt toegevoegd dan de afgelopen jaren.

Door de bezuiniging zijn er geen projecten geschrapt in het MPB, maar de financiële investeringsruimte voor toekomstige investeringsprojecten neemt hierdoor af. Aangezien de opgave groot is maakt dit het zorgvuldig programmeren stadsbreed nog noodzakelijker: We maken de afwegingen voor ruimtelijke investeringen in samenhang en stemmen investeringen op elkaar af om, waar mogelijk, werk met werk te maken. Door ontwikkeling vanuit gebieden, en thema’s op stedelijk niveau op te tellen en monitoring te combineren, kunnen we beter onderbouwd toekomstige investeringen programmeren en keuzes maken. Dit proces ontwikkelen we komende jaren door en gaan we verder verfijnen. In het MPR wordt jaarlijks de programmering weergegeven met projecten die worden uitgevoerd binnen het beschikbare budget.

Voor de komende jaren zijn o.a. de volgende gewenste investeringen in beeld, waarvoor dekking nog ontbreekt.

• Oude Leidscheweg bij Den Hommel

• Vechtbrug (Zwanenvechtlaan)

• Demkabrug

• Mytylbrug

• Brailledreef

• Boorstraattunnel (deels al geprogrammeerd)

• Nicolaas Beetsverbinding

• Extra spaarbedrag OV-Schaalsprong Bij het MPR 2025 laten we zien welke investeringen we kunnen programmeren en welke voorlopig afvallen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 66 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Doelstelling 1: Duurzame vervoersmiddelen

Verbijzondering/context

In 2025 realiseren we o.a. de volgende projecten: Westelijke Stadsboulevard (deelgebied 4), Amsterdamsestraatweg, Socrateslaan, Jutfaseweg, Maliebaan en Weerdsingel OZ.

Duurzame vervoersmiddelen | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoeveel geld is er begroot voor deze projecten? Graag aangeven per project het totale bedrag, het bedrag dat al is uitgegeven voor planvorming etc., het uitvoeringsbedrag dat we zouden kunnen besparen door niet tot realisatie over te gaan Welke projecten staan er voor 2026 t/m 2028 gepland? Graag ook hiervoor aangeven per project wat het begrote bedrag is, hoeveel er al van is uitgegeven aan planvorming etc. en wat we zouden kunnen besparen door niet tot realisatie over te gaan

Antwoord:

Deze projecten zijn ‘lopende werken’ die (deels) worden gedekt uit het Meerjaren Programma Bereikbaarheid (MPB). De huidige programmering staat genoemd in de ‘GEHEIME Bijlage Financieel overzicht meerjarenprogramma bereikbaarheid 2024’, die (niet openbaar) is bijgevoegd bij het MPR / deVJN 2024. Aan deze projecten zijn bindende afspraken verbonden, waardoor besparen op de realisatie geen reële optie meer is. Definitie bindende afspraken:

• Als projecten gegund zijn of al in realisatie;

• Als sprake is van cofinanciering (bijdragen derden, bijvoorbeeld Rijk of Provincie);

• Als er bindende afspraken met derden zijn (zoals de reservering voor de doorsteek Papendorp die gekoppeld is aan de woningbouwopgave van Merwede).

Het overzicht met projecten die gepland staan voor 2026 t/m 2028 kunnen we pas geven als de MPRprogrammering voor 2026-2029 gereed en vastgesteld is (rond mei 2025 gereed). Hierin staan de begrote bedragen, de resterende budgetten en voor welke geplande/voorgenomen projecten nog geen bindende afspraken gelden.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 67 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Risico's

Verbijzondering/context

Benodigde samenwerking en cofinanciering voor de noodzakelijke maatregelen komen niet rond. Hierdoor kan de mobiliteitstransitie niet volgens het gewenste

Risico's | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Heeft relatie met vraag Vraag

Wat merken inwoners hiervan?

Antwoord:

Als dit risico optreedt en de cofinanciering voor de noodzakelijke maatregelen niet rondkomt, dan heeft dat onmiskenbaar gevolgen voor de mobiliteitstransitie. De bijdrage van het Rijk en de provincie is namelijk substantieel. Als deze bijdrage (grotendeels) niet van de grond komt, dan kunnen we vele projecten niet of pas later realiseren. De realisatie van deze projecten is randvoorwaardelijk voor de mobiliteitstransitie. De schaalsprong OV moet het bijvoorbeeld mogelijk maken dat toekomstige inwoners van nog te ontwikkelen gebieden meer gebruik maken van het openbaar vervoer. Het OVgebruik in de gemeente Utrecht is nu laag ten opzichte van andere G4-steden, en nog lager in internationaal perspectief. Dat willen we niet alleen bewerkstelligen door bijvoorbeeld Rijnenburg te ontsluiten met een tram, maar ook door, net als in de Merwedekanaalzone, minder parkeerplaatsen in het gebied te realiseren. Hierdoor zijn bewoners minder snel geneigd de auto te pakken, maar eerder de fiets of het ov. De aanleg van een tramverbinding is dan wel randvoorwaardelijk voor het realiseren van minder parkeerplaatsen.

Als de mobiliteitstransitie niet doorzet dan ontstaat er geen ruimte om verder te verdichten. Hierdoor stagneert de woningbouwproductie, waardoor inwoners nog langer op een nieuwe woning moeten wachten. Als we de woningbouw toch doorzetten en niet meer ruimte creëren dan zal het op de voetpaden, fietspaden, in de bussen en op de weg (te) druk worden, wat ook de verkeersveiligheid niet ten goede komt. Bovendien zullen verkeersdeelnemers meer tijd moeten uittrekken voor hun reis.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 68 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Risico's

Verbijzondering/context

Benodigde innovatie als alternatief voor auto gaat niet snel genoeg of is niet voldoende voor groeistad (Dynamisch verkeersmanagement/ DVM, MaaS, parkeerhubs, etc.)

Risico's | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Heeft relatie met vraag Vraag

Wat is hier het effect van in relatie tot de geplande mobiliteitstransitie?

Antwoord:

Voor het realiseren van de mobiliteitstransitie in de groeiende stad is het van belang dat het aanbod voor het alternatief voor de auto op orde is (zoals deelmobiliteit en P&R hubs), dat bewoners en bezoekers ‘gemakkelijk’ hun multimodale reis kunnen plannen en boeken via een Maas systeem (digitaal platform) en dat al het verkeer slim en realtime in de stad gestuurd kan worden waarbij we multimodaal kunnen sturen (bijvoorbeeld het prioriteit geven aan OV en actieve mobiliteit).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 69 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 3: Extra groen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

We participeren niet langer actief in het provinciaal landbouwbeleid.

Vraag

Met welk doel participeerden we in het provinciaal landbouwbeleid?

Wat is het effect dat we dat niet meer doen en wat merken onze inwoners hiervan?

Extra groen | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Antwoord:

We participeerden hierin om pro-actief kansen te signaleren voor onze opgave van de Groene Schaalsprong. Als gemeente met relatief weinig landbouwgrond kost dit veel tijd en moeite. We blijven dit wel op andere manieren doen, zoals bij de U10 en bij Groen Groeit Mee. Waar we kansen zien pakken we die op, zoals bij het Kromme Rijn Linie Landschap.

Wij verwachten dat we meer effect kunnen bereiken door de huidige aanpak.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 70 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Er staat in de programmabegroting niets over parkeerhubs. Klopt dat?

En zo ja, betekent dat dat er voor de komende jaren gene plannen zijn voor parkeerhub? Hoe staat dit in relatie tot het vastgestelde parkeerbeleid (m.n. de module parkeerhubs)?

Antwoord:

Dat klopt. Een parkeer hub wordt pas zichtbaar in de programmabegroting (onderdeel parkeren) als een hub in exploitatie wordt genomen. Er zijn plannen voor het realiseren en ontwikkelen van parkeerhubs. Dit najaar wordt bijvoorbeeld het besluit voor het investeringskrediet van de MobiliteitshubXL in Papendorp voorgelegd. De dekking van de investering is opgenomen in verschillende onderdelen van de programmabegroting namelijk Bereikbaarheid en Ontwikkelen en wonen voor iedereen (toekomstige lasten). Daarnaast gaan we aanpassingen doen aan P+R Westraven om deze geschikt te maken als Ringhub. Deze aanpassingen worden op dit moment onderzocht.

De realisatie van de MobiliteitshubXL en de aanpassingen aan P+R Westraven spelen een belangrijke rol in het parkeerbeleid als het gaat om parkeerhubs. Hiermee faciliteren we onder andere parkeren op afstand voor bewoners van nieuwe gebiedsontwikkelingen, zoals beschreven staat in de module Parkeerhubs.

Bovenstaande neemt niet weg dat er onderzoek gedaan wordt naar mogelijke nieuwe parkeerhubs.

Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de Merwedekanaalzone. Ook is er vanuit U-Ned een studie gestart om gerichter met corridorhubs ('afvanglocaties voor autoverkeer richting Ring') aan de slag te gaan. In deze studie worden locaties geselecteerd voor mogelijke corridorhubs. Dit betreft locaties buiten de gemeente Utrecht. Gezien het Utrechtse belang om reizigers te verleiden eerder over te stappen, zijn we nauw bij dit project betrokken

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 71 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Susanne Schilderman;

Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 3: Extra groen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Natuurgebied Zuilen

Vraag

Hoeveel geld is er begroot voor dit project? Graag aangeven het totale bedrag, het bedrag dat al is uitgegeven voor planvorming etc., het uitvoeringsbedrag dat we zouden kunnen besparen door niet tot realisatie over te gaan.

Extra groen | Begroting 2025 (begroting-2025.nl)

Antwoord:

In de memo, die op 20-9-2024 aan de Raad is verstuurd, staan de kosten die gemaakt zijn t/m 2024 voor Natuurgebied Zuilen vermeld.

Vanuit het coalitieakkoord is er 5 miljoen Euro beschikbaar gesteld voor uitvoering. Dit bedrag zou dan vrijvallen, maar niet in één keer, want het is als kapitaallasten verwerkt in de begroting. Dit zou betekenen dat er vanaf 2027 over 30 jaar € 240.000 per jaar vrij zou kunnen vallen. Op 26-9-2024 heeft de raad besloten door te gaan met dit plan .

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 72 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Sharon Dijksma; ;

Programmabegroting 2025 Betrouwbare overheid Doelstelling 1: Raad en College

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Indicatoren 181

Vraag

Waarom staan voor de verdere jaren geen percentages als indicator genoemd

21

Antwoord:

Doelstelling is het percentage te laten stijgen in elke opvolgende Utrecht Monitor. Deze enquête wordt elke twee jaar gehouden. Deze nadere informatie over de indicator is terug te vinden in de webversie van de Programmabegroting 2025.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 73 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eva Oosters; ;

Programmabegroting 2025 Betrouwbare overheid Doelstelling 3: Betrokken Utrechters

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Indicatoren

Vraag

Wat is de reden dat de genoemde percentages zo langzaam oplopen

26

Antwoord:

Samen stad maken gaat om een cultuurverandering, dit is een kwestie van een lange adem. Verder moet bij de percentages rekening worden gehouden met de groei van de stad. Gelijkblijvende percentages zijn grotere absolute aantallen en dus een grotere absolute stijging

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 74 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen 247

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Het weerstandsvermogen is momenteel 1,1. Waarom wordt de resterende circa 12 miljoen niet gebruikt in de begroting om het weerstandsvermogen op 1 te krijgen

Antwoord:

Voor de beoordeling van de financiele positie wordt naar een aantal indicatoren gekeken. De onderlinge samenhang en tendens bepalen het totale beeld. Bij de solvabiliteit en schuldquote zien we een dalende trend. Dit in relatie met een groeiende stad die vraagt om investeringen is het wenselijk om binnen de signaleringswaarden te blijven. Om de solvabiliteit op peil te houden is een toename van het eigen vermogen (reserves) van belang. Om dit te realiseren worden deze middelen niet ingezet om beleidsdoelen te realiseren, maar om onze financiele positie gezond te houden. Ten behoeve van een gezonde solvabiliteitspositie is het nodig om de reserves te blijven versterken.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 75 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Lokale heffingen Belangrijkste uitgangspunten

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Havengelden

Vraag

Bij economisch-wenselijke tarieven wordt het voorbeeld gegeven van havengelden. Is er vanuit het verleden enig bewijs dat tariefstijgingen leiden tot vermindering van economische praktijk t.a.v. lokale heffingen

269

Antwoord:

In 2021 en 2022 zijn de tarieven voor goederenvervoer over water, naast de indexatie, met respectievelijk 5 en 10% verhoogd. In 2023 zijn de inkomsten uit goederenvervoer wezenlijk lager. Het is niet aantoonbaar dat de inkomstenvermindering uitsluitend, deels of geheel niet het gevolg was van de tariefstijging. Er waren in dat jaar meer factoren die in potentie van invloed waren op de inkomsten.

Gelet op de competitieve sector en regelmatige signalen van goederenvervoerders over de hoogte van de tarieven in Utrecht, is het aannemelijk dat er een relatie is tussen tarief en de mate van gebruik van onze havens.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 76 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Lokale heffingen Belastingen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

OZB

Vraag

Verwacht het college dat de geprognostiseerde opbrengst van de OZB niet in geding komt door de geconstateerde problemen bij BghU

272

Antwoord:

Nee, dat verwacht het college op basis van de voortgangsrapportage BghU niet.

Nee, het college verwacht niet dat de geprognotiseerde opbrengsten van de OZB in geding komt door de geconstateerde problemen bij de BghU. De situatie bij BGHU heeft onze onverminderde aandacht en benodigd dat ook. Verder blijkt uit de cijfers van BghU dat de geprognotiseerde opbrengsten van de OZB niet in geding komen. Baten worden bij de gemeente gerealiseerd in het jaar van opleggen van een aanslag, ook de verwerking van de bijbehorende betaling later plaatsvindt. De gemeente kan overigens tot 3 jaar na het belastingjaar nog OZB-aanslagen opleggen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 77 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Rachel Streefland; ;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 1: Nieuwkomers

Verbijzondering/context

We realiseren plekken voor Oekrainse vluchtelingen en zorgen voor sociaal beheer op deze plekken

189

Heeft relatie met vraag Vraag

De situatie rondom het vinden van plekken is nijpend. Is er een prioritering mbt extra kwetsbare Oekrainers (zo ook op het Provinciehuis voor kinderen die naar het Maximacentrum moeten?) En zo ja, wat is deze dan?

Antwoord:

Er melden zich nog maar heel kleine aantallen omdat breed bekend is dat er een groot tekort is aan opvangplekken voor vluchtelingen uit Oekraine. Dit komt o.a. door gebrek aan landelijke regie op aantallen en spreiding en het uitblijven van duurzame finanicering. De HUB was ingericht als doorstroomlocatie. Vanwege het gebrek aan doorstroommogelijkheden is de HUB gesloten.

In de praktijk helpen partijen als het Rode Kruis kwetsbare vluchtelingen de eerste dagen te overbruggen totdat ergens opvang gevonden. Tot nu toe lukt het nog steeds om voor de meest kwetsbare vluchtelingen een passende plek te vinden. Zieke kinderen die naar het PMC moeten komen niet zomaar aan in Utrecht, hun komst is altijd van tevoren gepland.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 78 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Rachel Streefland; Linda Voortman;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 1: Nieuwkomers

Verbijzondering/context

Vreemdelingen: door de wet inburgering 2021 is dit een wettelijke taak. de ambitie van Utrecht ligt hoger, maar niet veel

191

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarop onderscheid Utrecht zich van de wettelijke taak?

Antwoord:

We hebben een stevige ambitie die verder reikt dan wat de wet ons voorschrijft: we willen dat inburgeraars zich thuis weten in Utrecht. Zie de bijlage van raadsbrief ‘toekomst inburgering’ voor een overzicht van de Utrechtse plussen, waarmee we ons onderscheiden van de wettelijke taak.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 79 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; ;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 2: Meedoen en voor elkaar zorgen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Indicatoren: % inwoners dat van familie hulp ontvangt

Vraag

Dit percentage ligt lager dan bij mantelzorgers landelijk. Hoe is dat te verklaren?

192

Antwoord:

We nemen aan dat de vragensteller zich baseert op cijfers van het SCP, dat 1 op de 3 Nederlanders mantelzorg verleent. Het SCP baseert zich hierbij op een ruime definitie van mantelzorg: “Mantelzorg vatten we op als alle hulp aan een hulpbehoevende die wordt gegeven door iemand uit diens directe omgeving. Het gaat dus om intensieve en minder intensieve, kortdurende en langdurende hulp en hulp aan huisgenoten en aan uitwonende familieleden, buren of vrienden, aan zelfstandig wonenden en aan bewoners van zorginstellingen.” Wanneer Utrechters via de Gezondheidsmonitor gevraagd worden of zij op dit moment mantelzorg verlenen antwoordt 9% met ja. In de Gezondheidsmonitor hanteren we een strakkere definitie: "Mantelzorg is de zorg die u geeft aan een bekende uit uw omgeving, zoals uw partner, ouders, kind, buren of vrienden, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Deze zorg kan bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen, enzovoorts. Mantelzorg wordt niet betaald. Een vrijwilliger vanuit een vrijwilligerscentrale is geen mantelzorger." De meesten geven hier aan dit voor meer dan 3 maanden en meer dan 8 uur per week te doen. In deze gevallen is er dus sprake van intensieve zorg voor een naaste.

Het percentage inwoners dat hulp ontvangt, de indicator die we in de begroting gebruiken, komt uit de Inwonersenquête. Door verschillende definities van mantelzorg en verschil tussen hulp ontvangen en hulp bieden, zijn deze percentages dus lastig te vergelijken.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 80 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; ;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 4: Toegankelijke welzijnsaccommodaties

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Effectindicatoren

Vraag

% inwoners dat tevreden is over de beschikbaarheid van de welzijnsaccomodaties word dat niet gemeten? want er zijn geen gegevens van? en wordt hierin toegankelijkheid niet meegenomen?

198

Antwoord:

De reden dat deze indicator niet is ingevuld, is omdat de vraag is aangepast in de inwonersenquête voor 2025. Vanaf dan meten we de tevredenheid over de beschikbaarheid van welzijnsaccommodaties. Deze tevredenheid wordt in zijn algemeenheid gemeten en niet specifiek op toegankelijkheid. Deze cijfers worden rond januari 2026 bekend en worden dan opgenomen in de programmabegroting (incl. streefcijfers). In de laatste Utrecht Monitor is wel gemeten welk “percentage inwoners tevreden is over beschikbaarheid van ruimtes voor bewonersactiviteiten in de buurt”. Dat percentage was 42% in 2023.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 81 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eva Oosters; ;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 5: Op eigen manier en niveau sporten

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

effectindicatoren

Vraag

waarom wordt gemeten met zwemdiploma a en niet b of c? wat wordt er gedaan voor de mensen zonder zwemdiploma? en waarom alleen kinderen en geen volwassenen?

200

Antwoord:

Het behalen van diploma A, B en C monitoren wij via de jeugdmonitor. In de Zwemvisie 2018 – 2022 [HYPERLINK] is aangeven dat we inzetten op minimaal diploma A.

Zwemdiploma A heeft de meeste prioriteit, en is daarom ook opgenomen als indicator, omdat iemand bij zwemdiploma A over de basisvaardigheden beschikt. Zwemdiploma’s B en C vinden wij ook belangrijk, maar door beperkte middelen moeten we kiezen. Dan vinden we inzet op diploma A het belangrijkste én dit is nog steeds nodig omdat er kinderen zijn die dit diploma niet hebben.

We richten ons vooral op kinderen omdat zij het meest kwetsbaar zijn bij het water.

Voor mensen zonder zwemdiploma doen we het volgende:

De zwemlessen voor kinderen op de basisschool (tussen de 5 en 7 jaar) hebben prioriteit in de programmering. Daarnaast is er extra inzet op de stimulering van het schoolzwemprogramma tijdens daluren in wijken met een lage zwemvaardigheid.

Voor jongeren tussen 8 en 17 jaar zonder zwemdiploma zijn er in zwembaden Fletiomare en Den Hommel aparte zwemlesuren gepland. Ook worden er in alle Utrechtse zwembaden zwemlessen [HYPERLINK] aangeboden voor tieners en (jong)volwassenen om een diploma te halen.

Kinderen, jongeren en volwassenen met een beperkte portemonnee zonder zwemdiploma kunnen gebruik maken van de U-pas voor zwemlessen, zie ook het antwoord op vraag 59.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 82 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eva Oosters; ; Eelco Eerenberg Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 5: Op eigen manier en niveau sporten

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

herijking huldegingen beleid

Vraag

wat wordt bedoeld met herijking huldegingenbeleid?

201

Antwoord:

In het huldigingenbeleid staat op welke manier we bijzondere sportprestaties waarderen en sporters eren. Het gaat om Utrechtse sporters of sporters die verbonden zijn aan een Utrechtse sportaanbieder. Aan prestaties geven we bijvoorbeeld aandacht tijdens de jaarlijkse Sportprijs Utrecht.

Ook krijgen we regelmatig verzoeken om de viering van een jubileum van een sportaanbieder bij te wonen. Mede vanwege de groei van de stad gaan we het huldigingenbeleid herijken.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 83 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Eva Oosters; ;

Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 6: Toegankelijke sportvoorziening

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Effectindicatoren

Vraag

%Inwoners met een beperking die wil sporten wordt niet meegenomen in de meting, waarom niet?

203

Antwoord:

Sinds een aantal jaren baseren we onze wekelijkse sportdeelnamecijfers op de gezondheidspeiling.

Hiermee kunnen we de cijfers vergelijken met andere steden en het landelijk gemiddelde, maar dit betekent ook dat we de vragen die we stellen met de andere gemeenten moeten afstemmen. Waarbij we kritisch kijken naar de lengte en inhoud van de vragenlijst. In de gezondheidspeiling wordt niet gevraagd of iemand wil sporten, maar wel of mensen sporten of lid zijn bij een sportvereniging. Ook is het niet mogelijk om uit te splitsen naar het achtergrondkenmerk ‘beperking’, zoals voorheen mogelijk was in de Inwonersenquête. Wel is het mogelijk om te kijken naar de ervaren gezondheid van inwoners of naar het aandeel inwoners dat (langdurig) beperkt is in het dagelijks leven door gezondheid. Aanpassing van de vragenlijst is onwenselijk, omdat er al vergelijkbare vragen in zitten en aanpassing zou leiden tot een trendbreuk.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 84 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Toelichting reserves

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Uitkomsten analyse

Vraag

Waarom wordt de reserve Europese subsidies niet helemaal opgeheven zoals elders in de G4?

0

Antwoord:

Aan de uitvoering van het Kansen voor West-programma zijn externe kosten verbonden voor het overall management van het programma. Het restantsaldo in de reserve is bestemd ter dekking van deze bijdragen aan het Kansen voor West III-programma waarvoor de verplichting al is aangegaan.

Hierna is de reserve leeg, waarmee we net als de andere G4-steden geen reserve meer voor dit doel hebben.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 85 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Rachel Streefland; Susanne Schilderman;

Tweede bestuursrapportage 2024 Inleiding/Hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Overschrijving inhuurplafond

Vraag

Ook nu weer hebben we een overschrijding van het inhuurplafond. In 2023 leidde dat tot een flinke overschrijding. Waarom is er niet hoger begroot

8

Antwoord:

Dat is ook gedaan. Voor het jaar 2024 is een hoger inhuurplafond vastgesteld dan in het jaar 2023.

Het inhuurplafond in 2023 was namelijk € 79,1 mln en realisatie was uiteindelijk € 88,4 mln. Op basis van een actuele inhuurprognose vanuit de organisatieonderdelen - en de ervaringen van 2023 - is bij de vaststelling van de Programmabegroting 2024 het inhuurplafond voor 2024 vastgesteld op € 90,7 mln.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 86 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; Linda Voortman;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Doelstelling 2: Mobiliteitsgedrag

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen

Vraag

"We ontwikkelen een parkeerproduct voor scholen door, en een tegemoetkoming in parkeerkosten voor bewoners met een laag inkomen (gereed 2025)" --> slaat de tegemoetkoming parkeerkosten op het Raadsvoorstel Subsidieverordening U-pas die in september 2024 in de raad is geweest?

65

Antwoord:

Dat klopt, in het recente raadsbesluit Subsidieverordening U-pas wordt de tegemoetkoming parkeerkosten voor lage inkomens geregeld.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 87 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Doelstelling 2: Mobiliteitsgedrag

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Activiteiten die we blijven doen en/of anders gaan doen

Vraag

"we gaan door met het wegwerken van het tekort aan fietsenstallingen"

- hoe hangt dit samen met de bezuiniging op bemenste fietsenstalling? (blz 60)

65

Antwoord:

Er blijft budget beschikbaar voor de bouw van een aantal nieuwe fietsenstallingen, de exploitatie van bestaande en een aantal nieuwe fietsenstallingen en voor het plaatsen van fietsenrekken in de openbare ruimte. Door de bezuiniging op het structureel budget voor exploitatie van stallingen, hebben we kritisch gekeken naar de lopende projecten. Met een aantal verschuivingen kunnen we naar verwachting (een groot deel van) de genoemde stallingen (o.a. jaarbeurspleingebouw/Oopen, Vaartsche Rijn, Hoog Catharijne (P1, P4), binnenstadstalling) nog wel exploiteren, maar is er geen ruimte voor extra stallingen.

Zoals genoemd op pagina 65 van de programmabegroting gaan we door met de uitwerking van de plannen voor extra stallingsruimte bij de genoemde sprinterstations Overvecht, Zuilen, Lunetten, Leidsche Rijn Centrum en Vleuten. Voor gebouwde stallingen op korte termijn is nu geen budget beschikbaar vanuit de programmabegroting.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 88 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Baten en lasten

Vraag

Hoe kan het dat vanaf 2026 de verwachte lasten voor duurzame bereikbaarheid weer langzaam afnemen? En wat verklaart de grote schommelingen in baten?

Antwoord:

De begroting duurzame bereikbaarheid heeft drie doelstellingen. De eerste (duurzame vervoersmiddelen) en derde (verkeersveiligheid) gaan met name over de investeringsprojecten bereikbaarheid. In de eerste doelstelling is het jaarlijkse beleidsbudget van bereikbaarheid opgenomen, maar de verlaging/bezuiniging van dit budget is in 2025 verwerkt. De tweede doelstelling gaat grotendeels over de parkeerbegroting. Daar nemen de lasten niet af. We beantwoorden deze vraag dan ook voor de investeringsprojecten, aangezien deze zorgen voor schommelingen in baten en lasten.

De oorzaak bij de lasten is drieledig:

In de programmabegroting zie je over de jaren de verwachte uitgaven voor meerjarige projecten op basis van een cashflowplanning. Hierdoor lopen verwachte uitgaven over de jaren niet gelijk.

Jaarlijks wordt bij het MPR de cashflowplanning geupdate en vervolgens in de begroting verwerkt.

Wanneer in het MPR nieuwe projecten worden geprogrammeerd worden deze ook weer verwerkt in de cashflowplanning. Omdat in het MPR 2024 (gezien de bezuiniging) geen nieuwe toekomstige projecten zijn geprogrammeerd en huidige projecten wel klaar zijn, zie je dit terug in de lasten kant.Daarnaast activeren we vanaf 2021 nieuw gestarte projecten vanaf 100.000 euro. Hierdoor zie je uitgaven in de begroting terug in de dotaties aan de materiële activa reserve of we dekken deze door toekomstige kapitaallasten op te nemen. Alleen de kosten tot ontwerpfase van een project nemen we nog meteen op als uitgaven in de exploitatie. Hierdoor nemen toekomstige verwachte lasten ook af.

Tot slot nemen we lasten op in de begroting waar baten (subsidies/bijdragen derden) tegenover staan.

Dit zorgt ook voor een grillig verloop, omdat subsidies voor de langere termijn nog niet zijn toegekend en daarom ook niet zijn opgenomen in de begroting . Dit verklaart ook de schommelingen aan de batenkant.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 89 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Fietsenstallingen 91

Vraag

Als het gaat over minder bemenste fietsenstallingen: gaat het dan over minder stallingen of over minder bemensing? Wat betekent dit voor de gebruikers van fietsenstallingen?

Antwoord:

Het gaat over zowel minder stallingen als over minder bemensing. (zie ook het antwoord op vraag 87).

Over minder bemensing: dat onze inwoners worden ontvangen door een persoon, een gastheer of vrouw, vinden we waardevol. Uit de Utrecht Monitor blijkt jaar op jaar dat Utrechters zeer tevreden zijn over de stallingen en we weten dat veel mensen de ontvangst belangrijk vinden. Door de bezuinigingen en het toevoegen van nieuwe stallingen moeten we echter scherpere keuzes maken.

Met de NS hebben we afgesproken dat zij de komende jaren de in- en uitcheckpalen vernieuwen in stallingen die zij exploiteren (op korte termijn verwachten we dit in de Knoopstalling en stalling Oosterkade bij station Vaartsche Rijn). Dat is nodig vanwege de nieuwe OV-chipkaart. Ook kunnen reizigers dan zelf in- en uitchecken en daardoor kunnen we op drukke momenten de stalling met minder personeel exploiteren.

We onderzoeken ook welk systeem we kunnen gebruiken in de gemeentelijke stallingen. Te beginnen bij de fietsvoorziening als onderdeel van hub Westraven en HubXL Papendorp.

Voor de gebruikers betekent het dat er bijvoorbeeld in Hub XL in Papendorp geen persoon meer zal zijn voor in- en uitchecken en om hen welkom heten. Wel zal er een conciërge zijn die toezicht houdt op het gebouw en voor vragen en calamiteiten beschikbaar is.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 90 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Indicatoren

Vraag

Waarom is de doelstelling %huishoudens zonder auto in 2024, 2025 en 2026 lager dan het in 2023 was? Is het doel niet juist meer huishoudens zonder auto?

Antwoord:

Het doel is inderdaad een verdere toename van het aandeel huishoudens zonder auto. Zoals we bij “Analyse’ aangeven, is het gerealiseerde aandeel huishoudens zonder auto (36%) in 2023 hoger dan de doelstellingen voor 2024-2026. De doelstellingen 2024-2026 zijn destijds opgegeven voordat het gerealiseerde aandeel van 36% in 2023 bekend was. De doelstelling voor 2027 is wél gebaseerd op de realisatie van 2023 en is op 38% gezet. In de Programmabegroting 2026 zullen we de doelstelling aandeel huishoudens zonder auto aanpassen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 91 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Indicatoren 89

Vraag

Als er bezuinigd wordt op budget voor fietsenstallingen, blijven de indicatoren voor aantallen fietsen buiten stallingen geplaatst etc. Dan wel gelijk? waarom?

Antwoord:

We blijven, ondanks de bezuiniging op bemenste stallingen, investeren in fietsenrekken in de binnenstad. De doelstelling voor vermindering van het aantal fietsen buiten de voorzieningen daalt vanaf 2026 minder snel dan de jaren daarvoor. We verwachten dat we minder bewaakte stallingen realiseren, maar ook dat de druk op de openbare ruimte in de binnenstad verder toeneemt. Hierdoor kunnen we maar beperkt fietsenrekken toevoegen. We komen in het eerste kwartaal van u 2025 met een raadsbrief hoe we de komende jaren om willen gaan met fietsparkeren in de binnenstad. Indien dit vraagt om de aanpassing van de indicatoren, dan nemen we dit mee in de Programmabegroting 2026.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 92 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Eva Oosters; ;

Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn 13

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Met de zogenaamde impulssubsidie willen we de Utrechtse nachtcultuur bevorderen (p. 13). Betekent dit dat de impulssubsidie niet meer aan te vragen is voor (jonge, nieuwe) makers in de stad buiten de nachtcultuur om? Of gaat dit bedrag dat deels naar nachtcultuur en deels naar waar de regeling in beginsel voor bedoelt is? En om welk bedrag gaat dit dan?

Antwoord:

De subsidie voor nachtcultuur-initiatieven komt náást onze reguliere impulssubsidie. De regeling wordt opgesteld met vergelijkbare uitgangspunten: laagdrempelig toegankelijk en makkelijk aan te vragen. Het budget komt van het geoormerkte nachtcultuurbudet, en is tezamen naar verwachting 148.000 euro tot 2027.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 93 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Lot van Hooijdonk; ; Dennis de Vries Programmabegroting 2025 Ontwikkelen en wonen voor iedereen 35

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

In de begroting staat “We voeren een nadere verdieping uit op het ontwikkelperspectief van de stedelijke knoop Lunetten-Koningsweg.” Wanneer mogen we het eerste raadsdocument hiervoor verwacht, a la de verkenning van Rijnenburg?

Antwoord:

Het streven is uw raad nog in het vierde kwartaal van 2024, maar uiterlijk begin eerste kwartaal 2025 te informeren over de ‘Scenariostudie Stedelijke knoop Lunetten-Koningsweg’.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 94 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Dennis de Vries; Eelco Eerenberg;

Programmabegroting 2025 Ontwikkelen en wonen voor iedereen 39

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

“ We voeren het toezicht uit op de regels in de Wet goed verhuurderschap, gericht op het tegengaan van onjuiste huurprijzen.” Wordt dit ook gedaan voor andere kwaliteitseisen zoals onderhoud/staat van de woning? In 2024-Q4 komt de onderbouwing voor het mogelijk invoeren van een ‘gebiedsgerichte verhuurvergunning’, ligt dit op schema (conform SV 2023/86)?

Antwoord:

Achterstallig onderhoud is geen onderdeel van de Wet goed verhuurderschap. De gemeente heeft andere instrumenten om hierop te handhaven. Huurders kunnen hiervan melding maken bij het meldpunt: Huren woning, klacht doorgeven | Gemeente Utrecht. Ook worden meldingen van onderhoudsgebreken die bij het Huurteam binnenkomen doorgezet naar de gemeente. Alle binnengekomen meldingen worden in behandeling genomen door VTH. U ontvangt in Q4 een raadsinformatiebrief over Goed verhuurderschap waarin ook de eventuele invoering van de gebiedsgerichte verhuurvergunning zal worden toegelicht.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 95 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad 49

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Bij de lasten van klimaatvriendelijke stad is 1,7 miljoen euro gereserveerd voor publiek eigendom. Waar wordt dit geld aan uitgegeven?

Antwoord:

Dit geld wordt uitgegeven aan eigen personeel, inhuur externe expertise en onderzoek voor de volgende programmaonderdelen: (a) Begeleiding/advisering energiesystemen nieuwbouw (b) Opzetten deelneming publiek warmtebedrijf (c) Zelf ontwikkelen energieprojecten De verhouding personeel/materieel (inclusief inhuur) is ongeveer 50/50.

Over benodigde investeringen wordt op een later moment door uw raad besloten.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 96 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad 54

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

In de jaarplanbrief Energietransitie wordt meer gedetailleerd weergegeven op welke programmaonderdelen van de energietransitie de gemeente bezuinigt. Komt deze jaarplanbrief nog voor de behandeling van de programmabegroting?

Antwoord:

Nee. De jaarplanbrief is een nadere uitwerking van de activiteiten en maatregelen die door uw raad in de programmabegroting 2025 worden vastgelegd. Het is een verdiepend inzicht op de hoofdlijnen uit de Programmabegroting. In de commissiebehandeling EDVW van de Voorjaarsnota 2025 is toegezegd dat we deze jaarplanbrief zo snel mogelijk na het vaststellen van de Programmabegroting 2025 aan u toe te sturen. Daarnaast hebben we toegezegd om in 2025 een raadsbrief met mogelijke aanpassingen in maatregelen en activiteiten voor het programma Klimaatvriendelijke stad vóór de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 toe te sturen. U kunt deze dan betrekken bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2026. In het vierde kwartaal van 2025 ontvangt u de jaarplanbrief voor 2026 zoals u van ons gewend bent. Met betrekking tot de bezuiniging van 1,6 miljoen euro die voor 2025 moet worden doorgevoerd, verwijzen wij u door naar de beantwoording van de vragen 13 en 63.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 97 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Susanne Schilderman; ;

Programmabegroting 2025 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 255

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Belastingcapaciteit: de afvalstoffenheffing zit vanaf 2024 in de cijfers voor meerpersonenshuishoudens. Hoeveel van de procentuele groei van 105% naar 116% komt hierdoor?

Antwoord:

De procentuele groei bestaat 6,8% uit de OZB, 0,6% uit de rioolheffing en 3,6% uit de afvalstoffenheffing.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 98 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Lot van Hooijdonk; ;

Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad 59

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Onder het kopje ‘Activiteiten die we niet meer doen’ staat dat de stadsbrede aanpak en gemeentelijke inzet in samenwerking met woningbouwcorporaties niet haalbaar lijkt. Wat betekent dit concreet?

Welke programma’s (die we uitvoeren met woningcorporaties) worden er stopgezet?

Antwoord:

De ervaringen uit het project elektrisch koken dat in 2023 is uitgevoerd in Overvecht-Noord zijn overwegend positief. Echter, de bekostiging van de overstap naar elektisch koken is voor woningcorporaties een kritische factor. Dat betekent dat zij de overstap in verband zien met een aanpak waarbij voor een gehele buurt een besluit wordt genomen om een aardgasvrij alternatief voor warmte te realiseren. In dat geval zijn de woningcorporaties bereid om deze overstap onderdeel te laten zijn van een renovatie. Ook bij wooncomplexen die nu gerenoveerd worden, los van een gebiedsgerichte aanpak, wordt door woningcorporaties bekeken of de overstap naar elektrisch koken kan worden meegenomen, maar de praktijk laat zien dat dit voor hen vanuit kostenoogpunt geen aantrekkelijke optie is.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen:

Vraagnummer: 99 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

PvdA Sharon Dijksma; ;

Programmabegroting 2025 Veilige stad

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Halveren inzet op bewonersmeldingen

Vraag

Is al zicht waarop deze halvering plaatsvindt, bijv welke categomeldingen, ook gezien de aanbevelingen van het recente Rekenkamerrapport

106

Antwoord:

Het gaat hierbij om een bezuiniging op de GOA (gemeentelijke overlast auto). We gaan inzetten op datagestuurd en geclusterd afhandelen van meldingen. Zowel in het plan van aanpak nav het rekenkamerrapport als in het handhavingsprogramma 2026 geven we meer inzicht in prioriteren op meldingen.

Bekijk de brief: Totaalbestand Beantwoording Schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2025

Bron: raadsinformatie van de gemeente Utrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Utrecht

Alle artikel 35-vragen in Utrecht