onderwijshuisvesting
Een raadslid stelde op 7 december 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Kunt u in het proces om te komen tot een nieuwe IHP ook terugkijken met de schoolbesturen naar de oorzaken van de lange discussies om tot de juiste locaties en omvang… → En kunt u aangeven wanneer u de Raad informeert over de uitkomsten van deze evaluatie?
- In hoeverre speelt de door de gemeente verlangde samenwerking tussen verschillende organisaties in een IKC een rol bij het ontstaan van de in de RIB genoemde… → En wegen de beoogde voordelen van de vorming van Integrale Kindcentra naar uw mening nog op tegen de nadelen.
- In hoeverre kan 1 schoolbestuur het bouwheerschap op zich nemen, zoals beschreven in de RIB van 3 oktober als mogelijkheid om nieuwbouw te versnellen, wanneer de… → Past het bouwheerschap van 1 schoolbestuur bij de aard van de beoogde samenwerking en kunt u schetsen hoe u dit in de praktijk voor u ziet, gegeven de, op punten tegenstrijdige, belangen…
- Het door omstandigheden uitstellen van nieuwbouw zorgt ook voor een financieel voordeel voor de gemeente, doordat afschrijvingen later starten en de Uitvoeringsagenda… → En gerekend over de looptijd van de huidige Uitvoeringsagenda?
- Welke impact heeft het uitstellen van de genoemde IKC’s op het onderwijs van de betrokken scholen? → Wij kunnen ons het gevoel voorstellen van de scholen dat zij nog langer in een oud schoolgebouw dat niet meer geheel past binnen de eisen van deze tijd (maar wel voldoet aan de eisen)…
- Hoe verhoudt het proces om te komen tot een nieuw IHP zich tot het voortdurende uitstel van de Integrale financiële afweging? → En welke knelpunten levert dit op?
- Hoe komt het college tot haar conclusie zoals geformuleerd in de RIB van 3 oktober 2023 dat de ‘grote ambities in het IHP (in 40 jaar tijd vernieuwing van de… → De integrale afweging gaat over 5 IKC’s, waarvan er 3 nu in de begroting zitten.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kunt u in het proces om te komen tot een nieuwe IHP ook terugkijken met de schoolbesturen naar de oorzaken van de lange discussies om tot de juiste locaties en omvang van gebouwen te komen?
Antwoord van het college
En kunt u aangeven wanneer u de Raad informeert over de uitkomsten van deze evaluatie? Ja, in het proces naar een nieuw IHP is (uiteraard) een evaluatie van het huidige IHP opgenomen. Met betrekking tot plek en locaties: de gemeente is primair verantwoordelijk voor de huisvesting, in het IHP zijn daar afspraken over gemaakt (ook over de globale omvang) waar op één na alle schoolbesturen mee hebben ingestemd. Met betrekking tot de locatie kijken wij naar het voedingsgebied van de school en zoeken daar (bij voorkeur op een reeds aanwezige schoollocatie) naar een goede plek. Wij nemen de resultaten van de evaluatie mee in het nieuwe IHP dat u voorjaar 2025 wordt aangeboden.
Vraag 2
In hoeverre speelt de door de gemeente verlangde samenwerking tussen verschillende organisaties in een IKC een rol bij het ontstaan van de in de RIB genoemde vertragingen bij nieuwbouw?
Antwoord van het college
En wegen de beoogde voordelen van de vorming van Integrale Kindcentra naar uw mening nog op tegen de nadelen. Wij gaan ervan uit dat met organisaties alle betrokkenen in het IHP worden bedoeld (schoolbesturen, SSV, Veens Welzijn, kinderopvang). Overigens is dit ook een door het onderwijs en kinderopvangorganisaties verlangde samenwerking, vandaar dat het IKC beleid is vastgesteld in de LEA vergadering. De samenwerking betreft twee verschillende aspecten: 1. De doorgaande leerlijn vraagt samenwerking in de vorm van één plan: een IKC-visie tussen school en kinderopvangorganisatie. Daarnaast streven we naar samenwerking met andere partners. Deze doorgaande leerlijn en derhalve de noodzakelijke samenwerking wordt zeker ook door de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties onderschreven. Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag Kenmerk 2023/2133229 Pagina 2 2. We willen toekomstbestendige (robuuste) schoolgebouwen per combi van buurten. Dit betekent dat een schoolgebouw een bepaalde omvang moet hebben. In de Veense situatie betekent dit dat er vaak meerdere schoolbesturen samenwerken op één locatie. We herkennen vooral de soms moeizame samenwerking tussen de scholen onderling en met de gemeente. In de samenwerking tussen scholen en kinderopvangorganisatie zoals kinderdagopvang en buitenschoolse opvang, zien alle partijen meerwaarde om de IKC visie en het uitgangspunt van één doorgaande ontwikkeling- en leerlijn samen vorm te geven. Het eerste punt is hoe dan ook noodzakelijk om de beleidsdoelstellingen te halen en ligt vooral bij de partners. Dit heeft soms als nadeel dat de opstart langer duurt, maar moet er wel voor zorgen dat als het gebouw in gebruik is, de samenwerking zo optimaal mogelijk kan verlopen. Kortom dit is soms voor de start van het project een nadeel, maar over de gehele looptijd wel een groot voordeel. Punt 2: maakt het vaak complex. Maar is de realiteit gezien het grote aanbod van schoolbesturen en onderwijssystemen in Veenendaal.
Vraag 3
In hoeverre kan 1 schoolbestuur het bouwheerschap op zich nemen, zoals beschreven in de RIB van 3 oktober als mogelijkheid om nieuwbouw te versnellen, wanneer de gemeente juist streeft naar de bouw van IKC’s waarin meerdere scholen en kinderopvangorganisaties zijn gevestigd?
Antwoord van het college
Past het bouwheerschap van 1 schoolbestuur bij de aard van de beoogde samenwerking en kunt u schetsen hoe u dit in de praktijk voor u ziet, gegeven de, op punten tegenstrijdige, belangen van de beoogde gebruikers van een IKC? In de wet op Primair onderwijs is aangegeven dat het schoolbestuur bouwheer is, tenzij er iets anders wordt afgesproken, maar het schoolbestuur kan dit uitbesteden aan de gemeente of aan een andere partij. Voor zowel IKC Dragonder Zuid, IKC Dragonder Noord als IKC SO/SBO/PO geldt echter dat dit ontwikkelingen betreffen waarbij sprake is van meerdere partijen, zoals een ontwikkelaar voor woningbouw, meerdere schoolbesturen, marktpartij en gemeente Veenendaal (met kinderopvang en/of welzijnsorganisatie en/of Sportservice als gebruiker). Voor alle drie de ontwikkelingen moet er dus in opdracht van meerdere partijen gebouwd worden en wordt het bouwbudget overgedragen aan de bouwheer, met alle bijkomende verantwoordelijkheden. In die situaties is veelal niet wenselijk en haalbaar dat 1 schoolbestuur het bouwheerschap op zich neemt. Andere IKC-ontwikkelingen betreffen bijvoorbeeld een schoolbestuur met een enkele andere partij als kinderopvang, op een locatie waar niet direct andere ontwikkelingen verwacht worden. In die gevallen kan het schoolbestuur bouwheer zijn. Versnelling vindt dan plaats doordat de inspanningen vanuit de gemeente kleiner zijn en meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd kunnen worden opgestart. Deze discussie is onder meer ingegeven door de wens van zowel scholen, kinderopvang als gemeente om zo snel mogelijk tot realisatie over te gaan, maar waarbij de beschikbare capaciteit van de gemeente een knelpunt is. Het bouwheerschap vanuit de scholen, maar ook een andere vorm van delen van capaciteit en kennis, kan hiervoor ruimte bieden zodat we zo snel mogelijk de schoolgebouwen kunnen realiseren. Wij voelen nadrukkelijk gezamenlijk deze verantwoordelijkheid
Vraag 4
Het door omstandigheden uitstellen van nieuwbouw zorgt ook voor een financieel voordeel voor de gemeente, doordat afschrijvingen later starten en de Uitvoeringsagenda Onderwijshuisvesting in zijn geheel wordt uitgesteld. Hoeveel geld wordt er op deze wijze bespaard t.o.v. de gepresenteerde financiële impact bij het vaststellen van het huidige IHP in de gemeenteraad, gerekend over de hele looptijd van het IHP?
Antwoord van het college
En gerekend over de looptijd van de huidige Uitvoeringsagenda? En op welke wijze zijn deze besparingen in de gemeentelijke financiën verwerkt? Daar waar we te maken hebben met vertraging dan wel uitstel van investeringen, is incidenteel een voordeel op de kapitaallasten in de begroting zichtbaar. Dit incidentele voordeel wordt betrokken bij de integrale afweging van de gepresenteerde ontwikkelingen in de Kadernota en/of Programmabegroting. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met het feit dat er bij uitstel/vertraging sprake is van verschuiving van de lasten naar een later moment, waarbij in de meeste gevallen de totale investeringslasten (en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten) uiteindelijk hoger uitvallen door o.a. loon- en prijsstijgingen. Bovendien is in de laatste uitvoeringsagenda naast een beperkte vertraging voor 3 IKC’s een 4e IKC opgenomen dat eerder gerealiseerd gaat worden (Engelenburg) en wordt verder uitgegaan van de oorspronkelijke planning. Het financiële voordeel is hiermee minimaal. Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag Kenmerk 2023/2133229 Pagina 3
Vraag 5
Welke impact heeft het uitstellen van de genoemde IKC’s op het onderwijs van de betrokken scholen?
Antwoord van het college
Wij kunnen ons het gevoel voorstellen van de scholen dat zij nog langer in een oud schoolgebouw dat niet meer geheel past binnen de eisen van deze tijd (maar wel voldoet aan de eisen) onderwijs moeten geven. Alhoewel het wellicht anders wordt gezien betreft het in de regel een beperkt uitstel (één tot enkele jaren) die voor de scholen naar onze mening geen onoverzienbare consequenties heeft voor het onderhoud. De schoolbesturen ontvangen voor het onderhoud van de schoolgebouwen middelen vanuit de rijksoverheid. In het IHP is met de schoolbesturen overeengekomen dat zij in de laatste periode van de gebruiksduur kunnen besparen op de uitgaven van het onderhoud. Concreet betekent dit dat zij de laatste 2 jaar 50% van de rijksvergoeding niet besteden aan onderhoud. Dit is vanaf het moment dat er een investeringsbudgetaanvraag door de raad is goedgekeurd. Tot die tijd is de afspraak dat de schoolbesturen de volledige rijksvergoeding besteden aan onderhoud, waarmee het schoolgebouw haar oorspronkelijke kwaliteit behoudt. Het uitstellen van de IKC’s zou daarmee geen impact op het onderwijs moeten hebben.
Vraag 6
Hoe verhoudt het proces om te komen tot een nieuw IHP zich tot het voortdurende uitstel van de Integrale financiële afweging?
Antwoord van het college
En welke knelpunten levert dit op? In het nieuwe Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) wordt het onderwijshuisvestingsbeleid voor de komende beleidsperiode beschreven. Het geeft richting aan de toekomstige ontwikkelingen binnen de onderwijsportefeuille. Tevens worden in het IHP de totale projectkosten voor de komende periode inzichtelijk gemaakt, waarna deze projectkosten als basis zullen dienen voor het Meerjareninvesteringsplan en de Programmabegroting/meerjarenraming. Jaarlijks vindt bij het vaststellen van de Kadernota dan wel Programmabegroting de integrale afweging over de inzet van de beschikbare budgetten plaats voor (in ieder geval) het eerstvolgende begrotingsjaar. Hierbij wordt voor de onderwijshuisvesting het vastgestelde IHP als basis voor de begroting gebruikt, waarbij alleen bij zwaarwegende belangen dan wel onvoorziene ontwikkelingen afgeweken zal worden van hetgeen in het IHP is opgenomen. Wanneer dit het geval is, dan zal dit in goed overleg met de schoolbesturen en uw raad plaatsvinden, waarbij ook de mogelijke knelpunten in beeld worden gebracht en de oplossingsrichtingen onderwerp van gesprek zullen zijn.
Vraag 7
Hoe komt het college tot haar conclusie zoals geformuleerd in de RIB van 3 oktober 2023 dat de ‘grote ambities in het IHP (in 40 jaar tijd vernieuwing van de vastgoedportefeuille voor onderwijsvastgoed) opnieuw tegen het licht moet worden gehouden’, gegeven het feit dat de integrale afweging zoals vastgelegd in het raadsakkoord nog steeds niet heeft plaatsgevonden?
Antwoord van het college
De integrale afweging gaat over 5 IKC’s, waarvan er 3 nu in de begroting zitten. De Raadsinformatiebrief gaat ook over het grotere plaatje: na deze moeten er nog ongeveer 13 komen. Naast de integrale afweging spelen ook andere factoren een rol in onze huisvestingsambitie. De grotere toestroom in het speciaal onderwijs, de duurzaamheidsambities, niet alleen richting energieneutraal, maar ook richting natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair; de koppeling met het Boss-beleid van de gemeente, de stijging van de kosten (sterker dan de groei van middelen vanuit het rijk). Deze factoren maken het noodzakelijk om opnieuw af te wegen welke prioriteiten er binnen onderwijshuisvesting spelen, waar een keuze is te maken en waar niet, en welke middelen er de komende tijd besteed moeten worden voor onderwijshuisvesting.
Bekijk de brief: SV2023.19 Beantwoording schriftelijke vragen CDA inzake onderwijshuisvesting
Bron: raadsinformatie van de gemeente Veenendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.