beleidsregels bijtincidenten
Een raadslid stelde op 5 februari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Kunt u ons aangeven wat maakt dat u, met het besluit deze beleidsregels niet aan te passen, tevens hebt besloten dat u het risico van een lange proces gang, financiële… → Overigens blijkt in de praktijk dat ‘de route via Politie en OVJ’ iets sneller verloopt, zodat het risico van een onnodig lang opgesloten zittende hond en daarmee samenhangend dierenleed…
- Hoe heeft u het risico op ernstig dierenleed meegewogen in uw besluitvorming? → Kunt u ons aangeven wat maakt dat u als gevolg van een dergelijke gang van zaken tevens het risico van het verantwoordelijk zijn voor ernstig dierenleed, op de koop toe neemt?
- Kunt u ons aangeven wat de reden is geweest om ervoor te kiezen de genoemde functionarissen niet te betrekken bij de totstandkoming van deze Beleidsregels, te meer daar… → 5A.Bent u het met ons eens dat het betrekken van meerdere interne (en zo mogelijk externe) betrokken partijen in algemene zin kan bijdragen aan niet alleen het draagvlak voor maar ook de…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan de leden van de gemeenteraad Vijfheerenlanden
Ons kenmerk
: 1436580
Onderwerp
: 04.2025 Brief met beantwoording schriftelijke vragen D66 inzake beleidsregels bijtincidenten.
Portefeuillehouder:
Sjors Fröhlich
Datum : 27 februari 2025
Beste leden van de raad, Onderstaand vindt u de vragen die u op 5 februari jl. zijn gesteld door D66, en het antwoord van burgemeester en wethouders.
Eerder zijn door ons schriftelijke vragen gesteld over de door u opgestelde Beleidsregels bijtincidenten honden, waarbij wij o.a. hebben aangegeven dat wij bezwaar hebben tegen de formulering die in deze Beleidsregels is opgenomen in Artikel 6 sub 4, waar in staat dat door de burgemeester besloten zou kunnen worden tot het euthanaseren van een hond die een bijtincident heeft veroorzaakt.
Het is algemeen bekend bij gemeenten en andere organisaties die bij deze thematiek zijn betrokken, dat de bevelsbevoegdheid van de burgemeester, hiervoor veelal te licht wordt bevonden wordt en dat een dergelijk besluit van de burgemeester voor beroep vatbaar is. Dat eigenaars van honden in beroep gaan, is ook logisch, omdat we weten dat een eigenaar van een hond alles in het werk zal stellen om te voorkomen dat zijn/haar hond zal moeten worden geëuthanaseerd. In de praktijk betekent dit veelal dat er vervolgens sprake is van een lange procesgang, waarbij de hond gedurende lange tijd wordt vastgezet bij een speciale voor dit doel aangewezen (buiten de eigen gemeente gelegen ‘geheime’) opvang-organisatie en een onzekere uitkomst van deze processen. In de praktijk heeft dat in diverse gemeenten al geleid tot hoge kosten voor de gemeente, als de gemeente deze processen verliest, imagoschade voor de gemeente, c.q. de burgemeester en niet in de laatste plaats onnodig dierenleed voor de betrokken hond die langdurig opgesloten zit.
In één geval en uiteraard ook hier, na een lange procesgang, heeft de Raad van State op 9 oktober 2024 een uitspraak gedaan dat, in dat onderhavige geval, de burgemeester op basis van artikel 5.30 lid 5 van de Awb wel kon besluiten een hond te laten inslapen, maar ook de Raad van State wijst er hierbij op dat deze
Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11 / 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 / vijfheerenlanden.nl / [email protected]
route appellabel is (ofwel pas op want de eigenaar van de hond kan in beroep gaan en dat blijkt anders was deze zaak niet bij de Raad van State terecht gekomen).…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kunt u ons aangeven wat maakt dat u, met het besluit deze beleidsregels niet aan te passen, tevens hebt besloten dat u het risico van een lange proces gang, financiële claims en imagoschade dientengevolge op de koop toe neemt?
Antwoord van het college
Overigens blijkt in de praktijk dat ‘de route via Politie en OVJ’ iets sneller verloopt, zodat het risico van een onnodig lang opgesloten zittende hond en daarmee samenhangend dierenleed wordt verminderd.
Vraag 2
Hoe heeft u het risico op ernstig dierenleed meegewogen in uw besluitvorming?
Antwoord van het college
Kunt u ons aangeven wat maakt dat u als gevolg van een dergelijke gang van zaken tevens het risico van het verantwoordelijk zijn voor ernstig dierenleed, op de koop toe neemt?
Antwoord 1, 2 en 3 De inzichten, mede opgedaan na consultatie van mw. Ottburg, mw. mr. ing.
Boissevain en het opnieuw tegen het licht houden van de beleidsregels, hebben mij opnieuw geen aanleiding gegeven om artikel 6:4 uit de beleidsregels aan te passen.
Artikel 6:4 zal als ultimum remedium mogelijkerwijze kunnen worden toegepast in uitzonderlijke gevallen. Ook om een sluitend proces in de bestuurlijke aanpak te hebben. Overigens zou het schrappen van artikel 6.4 uit de Beleidsregels ook niet inhouden dat de burgemeester die bevoegdheid niet meer zou hebben. Het gaat immers om beleidsregels die beschrijven hoe de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik kan maken. De bevoegdheid sec ontleent hij aan wet in
algemene zin en verordening (AWB en APV) en niet aan de beleidsregels.
Uiteraard zullen in het hele proces de negatieve gevolgen van het in beheer houden van honden gedurende een bepaalde tijd, zoveel als mogelijk is moeten worden beperkt. Dit geldt ook wanneer de strafrechtelijke route wordt gekozen.
Op ministerieel niveau zijn er ontwikkelingen die in de strafrechtketen voor snellere besluitvorming moeten zorgen. Dierenleed moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
Uit ervaring weten wij dat het in gemeenteland te doen gebruikelijk is dat, bij het voorbereiden en opstellen van zaken zoals Beleidsregels bijtincidenten honden, dit plaats vindt in overleg met het betreffende beleidsdomein en partijen zoals politie, dierenambulance, dierenasiels etc.
Binnen onze gemeente zou dat in dit geval gaan om de collega die verantwoordelijk is voor de contracten met dierenasiels en dierenambulance, het team Handhaving. Buiten de gemeentelijke organisatie gaat het dan over de dierenambulance Vianen en omstreken, en de asiels in Leerdam en Gorinchem, de Politie (niet alleen de korpschef, maar zeker ook de agenten met het taakaccent dieren –v/h de dierenpolitie- en de Tactisch Coördinator Dieren binnen Criminaliteit & GGP -afgekort tot DCG- van de Politie eenheid MiddenNederland, die feitelijk functioneel leidinggevende is van de agenten met taakaccent dieren) en meestal ook het OM.
Het is ons gebleken dat een dergelijke aanpak binnen Vijfheerenlanden niet heeft plaatsgevonden en dat in ieder geval de collega (verantwoordelijk voor de contracten met asiel en dierenambulance), de dierenambulance en de asiels, de agenten met taakaccent dieren en de Tactisch Coördinator DCG van de Politie niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van deze Beleidsregels, sterker nog het is ons gebleken dat zij niet op de hoogte waren van deze Beleidsregels bijtincidenten honden.
Vraag 3
Kunt u ons aangeven wat de reden is geweest om ervoor te kiezen de genoemde functionarissen niet te betrekken bij de totstandkoming van deze Beleidsregels, te meer daar waar al deze functionarissen betrokken zijn, c.q. kunnen raken als het aankomt op de uitvoering van maatregelen die zouden kunnen voortvloeien uit bijtincidenten?
Antwoord van het college
5A.Bent u het met ons eens dat het betrekken van meerdere interne (en zo mogelijk externe) betrokken partijen in algemene zin kan bijdragen aan niet alleen het draagvlak voor maar ook de toepassing van maatregelen, zoals bijvoorbeeld beleidsregels, en dat dit past bij een goede voorbereiding van besluiten? 5B.Bent u het met ons eens dat het verstandig zou zijn om alsnog met alle betrokken genoemde functionarissen binnen de gemeente en buiten het gemeentelijk apparaat aan tafel te gaan zitten en naar deze Beleidsregels te kijken, zodat deze eventueel verder geoptimaliseerd kunnen worden?
En bent u het met ons eens dat het in dat geval verstandig is dat deze groep wordt aangevuld met de collega’s die zich inmiddels binnen team ecologie bezig houden met dierenwelzijn en hondenbeleid en ook zijn aangesloten bij Diervizier?
Overigens zijn de Beleidsregels, op ons verzoek, afgelopen najaar op ambtelijk niveau ter toetsing gedeeld met de Tactisch Coördinator DCG van de Politie eenheid Midden Nederland.
In haar uitvoerige emailbericht in reactie hierop d.d. 18 september 2024 gaat de Tactisch Coördinator in op de haken en ogen die zitten aan de formulering van artikel 6 lid 4 van deze Beleidsregels bijtincidenten.
Hierna komt zij nog met een pagina met relevante informatie uit de cursus voor toezichthouders en handhavers over het verantwoord (veilig) houden van honden, die wij overigens van harte aanbevelen, waarna zij komt met de belangrijkste vraag ( en ik citeer met toestemming van de betrokken functionarissen uit haar reactie - in blauw) : “Bij wie ligt de bevoegdheid om te beslissen over het euthanaseren van gevaarlijke (agressieve) honden?
Het OM beslist daarover. Het OM raadpleegt vooraf de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht voordat een dier geëuthanaseerd wordt. De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht neemt een risico-assessment af bij de hond, waaruit een advies volgt.” Na dit duidelijke antwoord op deze vraag, volgen vervolgens 2 pagina’s met jurisprudentie van diverse voorbeelden waarin het tot processen, met alle daarbij behorende gevolgen, is gekomen, om dit verder te onderbouwen.
Hierna sluit zij af met nog een tip voor meer relevante informatie en komt ze met haar klip en klare advies: “Naslag: https://diervizier.nl/zoeken/resultaat/dossier-bijtincidenten-door-honden?id=1013168 https://dierenwelzijnsweb.nl/dossier/bijtincidenten-door-honden-dossier Gelet op bovenstaande zou mijn aanbeveling zijn om een aanpassing te doen op de beleidsregels bijtincidenten, door artikel 6 lid 4 te verwijderen.
Het is aannemelijk dat er rechtszaken zullen komen en dat de gemeente de nodige schadevergoedingen zal moeten betalen.” Wij weten uit ervaring dat een advies op een dergelijk onderwerp van een functionaris die op regioniveau binnen de politie o.a. in contact staat met het OM en vanuit haar functie ook met de OVJ die gespecialiseerd is in ernstige bijtincidenten met honden, zwaarwegend is.
Wij hebben echter begrepen dat dit hierboven genoemde uitvoerige advies van de Tactisch Coördinator DCG, Politie eenheid Midden-Nederland, vooralsnog niet tot aanpassing geleid heeft van de Beleidsregels bijtincidenten honden. 6A.Kunt u ons aangeven wat maakt dat dit uitvoerige advies van de Politie, bij monde van de verantwoordelijke Tactisch Coördinator DCG niet tot enige aanpassing van de Beleidsregels heeft geleid ? 6B.Kunt u ons aangeven wat de actuele status van dit proces is, d.w.z. kunt ons aangeven of en zo ja op welke wijze dit dringende advies van de Tactisch Coördinator DCG invloed heeft gehad danwel op welke wijze u voornemens bent om, met dit advies op zak betreffende de Beleidsregels bijtincidenten honden, nog eens te gaan kijken naar deze Beleidsregels?
Antwoord 4, 5 en 6 Ik ben het met u eens dat bij beleidsvorming zo veel mogelijk betrokken partijen dienen te worden geraadpleegd. Dat is ook de reden dat bij de beleidsvoorbereiding diverse personen en partijen zijn geconsulteerd dan wel betrokken geweest:
•
•
•
•
•
•
•
•
Mw. mr. ing. I.E. Boissevain docent Diergeneeskunde aan de Universiteit van Utrecht en als advocaat gespecialiseerd in ‘dier en recht’ Mw. N. Schipper, politiefunctionaris Taakaccenthouder dierenwelzijn politie Midden-Nederland Riskassessmentteam Universiteit Utrecht Dierentehuis Vijfheerenlanden, Koenderseweg 14 Leerdam De heer B. Loerts, beleidsadviseur Handhaving van Team Handhaving Openbare Ruimte (THOR).
Juristen van Team Integrale Veiligheid APV/Bijzondere Wetten (Contact met) diverse andere gemeenten in Nederland die bezig waren met beleidsontwikkeling op dit gebied.
In 2023 bestond er nog geen team bij de gemeente dat zich bezighoudt met dierenwelzijn en hondenbeleid. Inmiddels is dit ondergebracht bij Team Duurzaamheid. Met dit team is de beantwoording van deze Raadsvragen ook afgestemd.
Bij nieuwe ontwikkelingen en mogelijke beleidsvorming rondom Dierenwelzijn ben ik graag bereid hierover met deskundigen binnen en buiten het gemeentelijk apparaat te spreken. Ik houd me daarbij aanbevolen om van uw expertise gebruik te maken.
Tenslotte willen wij aangeven dat de huidige versie van de Beleidsregels bijtincidenten en het bijbehorende Stappenplan bijtincidenten honden een tot nu toe voornamelijk een repressief karakter heeft, ofwel gericht is op wat te doen als e.e.a. reeds ernstig geëscaleerd is.
Wat wij in deze beleidsregels nog missen zijn maatregelen die gericht zijn op preventie.
Hierbij kan worden gedacht aan een aantal zaken: -Het niet alleen maar binnen de eigen gemeente registratie bij houden van (lokale) bijtincidenten, maar ook van een opgelegd aanlijn- en/of muilkorfgebod, maar ook aansluiting te zoeken bij landelijke registratie via het, zodat ook beter en sneller kan worden opgetreden tegen eigenaren van probleemhonden uit en/of in andere gemeenten. In de eerder genoemde brief van Minister Adema refereert de Minister ook aan deze landelijke registratie middels het Landelijk Honden Dossier (LHD) en geeft hij ook aan dat dat de registratie via dit LHD van groot belang is in de landelijke strijd tegen de (toename van) bijtincidenten. -Het opleiden van Boa’s in het vroegtijdig signaleren van afwijkend hondengedrag en symptomen van problematisch gedrag bij honden en vooral hoe daar mee om te gaan, zoals dat o.a. kan bij het Dierenasiel Louterbloemen in Dordrecht. -Het ontwikkelen van maatregelen ter preventie van bijtincidenten, de inzet op volgen van gerichte cursussen van bijvoorbeeld de Hondenbescherming of de Honden Campus, -Maar ook het opstellen van een meer op preventie gericht beleid, mogelijkerwijs als onderdeel van het Hondenbeleid wat op dit moment wordt ontwikkeld, waarbij bij voorbeeld ook gekeken zou kunnen worden naar het preventieve beleid wat de Gemeente Zaanstad op dit vlak heeft ontwikkeld. 7A.Kunt u ons aangeven of er op dit moment gewerkt wordt aan of nagedacht wordt over dergelijk, zo mogelijk in een overkoepelend hondenbeleid geïntegreerd, preventief beleid op het vlak van voorkomen van incidenten met honden?
7B.Mocht dit niet het geval zijn, bent u het dan met ons eens dat een dergelijke aanpak zinvol is en bent u bereid dit te overwegen? 7C.Mocht de gemeente nog niet aangesloten zijn bij het LHD, gaat u dat dan alsnog doen?
Antwoord 7a en 7b De komende tijd gaat Team Duurzaamheid inventariseren hoe we Beleid Dierenwelzijn kunnen gaan vormgeven. Beleid specifiek gericht op honden en het voorkomen van incidenten met honden, zal daar zeker deel van kunnen uitmaken.
We zullen ook aansluiting zoeken bij de plannen vanuit de Rijksoverheid.
Inmiddels zijn ambtelijk al contacten met u gelegd; we maken graag gebruik van uw expertise.
Antwoord 7c De gemeente is al enige tijd geleden vóór de totstandkoming van de beleidsregels gestart met aansluiting bij het “Landelijk hondenbijt- en overlast dossier” (ook: LHD). Door prioriteiten op andere thema’s heeft dit enige tijd stil gelegen, maar staat voor dit jaar op het uitvoeringsplan van team Openbare Orde en Veiligheid. In de eerste helft van 2025 zal Vijfheerenlanden aangesloten zijn op het LHD.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Vijfheerenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.