voorjaarsnota Rijk
Een raadslid stelde op 14 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Omkeerbaarheid en politieke keuzeruimte Een van de kaders voor het ombuigingsproces draait om omkeerbaarheid: het beoogd pakket aan bezuinigingen moet kunnen worden… → Vanuit het presidium is een verzoek gedaan om de planning van de kadernota aan te passen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan de leden van de gemeenteraad Vijfheerenlanden
Ons kenmerk
: 1583462
Onderwerp
: 12.2025 Brief met beantwoording schriftelijke vragen voorjaarsnota Rijk.
Portefeuillehouder:
Ton van Maanen.
Datum : 2 juni 2025
Beste leden van de raad, Onderstaand vindt u de vragen die op 15 mei jl. zijn gesteld door de ChristenUnie en de PVDA inzake de effecten van de voorjaarsnota op de bezuinigingsopgave, en het antwoord van burgemeester en wethouders.
De afgelopen maanden hebben de Rijksoverheid en medeoverheden intensieve gesprekken gevoerd om invulling te geven aan de grote financiële tekorten.
Deze gesprekken hebben tot enig resultaat geleid: voor 2025 tot en met 2027 komt er in totaal circa € 3 miljard cumulatief beschikbaar voor jeugdzorg en gemeenten. Wat dit precies voor Vijfheerenlanden betekent, is nog niet duidelijk. Wethouder Van Maanen deelde het al schriftelijk mee aan het presidium: de precieze uitwerking van de Voorjaarsnota volgt bij het verschijnen van de meicirculaire.
We vinden het van belang om zo snel mogelijk zicht te krijgen op de effecten van de Voorjaarsnota op onze bezuinigingsopgave. Naar verwachting zijn er voordelen die kunnen helpen om de tekorten in 2025–2027 te beperken. Als het tekort door deze extra middelen kleiner wordt, kunnen de bezuinigingsmaatregelen nog gerichter, en waar mogelijk beperkter, worden ingezet.
De fracties van de ChristenUnie en de PvdA maken zich grote zorgen over de maatschappelijke gevolgen van de voorgestelde bezuinigingen, in het bijzonder binnen het sociaal domein. Achter elk budget en elke bezuinigingsmaatregel schuilt immers een mens: een jongere die hulp nodig heeft, een gezin dat worstelt, een oudere die afhankelijk is van ondersteuning.
Met het oog op die maatschappelijke realiteit willen wij als raad tijdig inzicht in de financiële ruimte die ontstaat door de Voorjaarsnota van het Rijk. Deze
Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11 / 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 / vijfheerenlanden.nl / [email protected]
tijdelijke middelen kunnen, als ze verstandig worden ingezet, lucht geven om pijnlijke keuzes uit te stellen of zelfs te voorkomen. We willen daarom niet alleen weten welke koers het college voor ogen heeft, maar vooral ook welke keuzes er zijn, zodat de gemeenteraad in positie is om te sturen op behoud van voorzieningen die mensen raken.
In dat licht stellen wij de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Omkeerbaarheid en politieke keuzeruimte Een van de kaders voor het ombuigingsproces draait om omkeerbaarheid: het beoogd pakket aan bezuinigingen moet kunnen worden teruggedraaid als er weer financiële ruimte komt. Nu de Voorjaarsnota voor de jaren 2025–2027 voorziet in tijdelijke meevallers, vragen wij welke concrete bezuinigingsmaatregelen het college in dit licht omkeerbaar acht. Welke keuzes overweegt het college zelf op basis van de Voorjaarsnota, en welke afwegingen liggen daaraan ten grondslag?
Antwoord van het college
Vanuit het presidium is een verzoek gedaan om de planning van de kadernota aan te passen. Wij hebben hierop gereageerd met de voorwaarden waaronder dit mogelijk is. Dat geeft ons de tijd voor een nieuwe, zorgvuldige afweging waarbij we de uitkomsten van de meicirculaire kunnen betrekken. Om die reden willen en kunnen we op dit moment daar nog niet op vooruitlopen.
2. Onderwijshuisvesting en uitvoeringslast Tijdens de opiniërende bespreking van 10 april jl. heeft de ChristenUniefractie uitgesproken dat zij het beperken van de middelen voor onderwijshuisvesting tot het wettelijke minimum een zeer onverstandige keuze vindt. Ook de PvdA-fractie gaf aan deze maatregel niet te steunen, juist omdat deze het DIHPO ondermijnt en het oplossen van complexe onderwijsvraagstukken, zoals in Hoef en Haag, belemmert. Bovendien levert de maatregel op korte termijn geen besparing op, terwijl hij wel langdurige onzekerheid creëert. Gelet op deze brede zorgen en het uitblijven van directe besparing, rijst de vraag of deze bezuiniging, zeker met de tijdelijke meevallers uit de Voorjaarsnota, nog wel noodzakelijk is.
a. Acht het college het nog steeds verantwoord deze maatregel door te zetten?
Het college acht het nog steeds verantwoord om de maatregel door te zetten.
De keuzes die zijn opgenomen in het DIHPO (2022-2036) gaan in veel gevallen al verder dan de wettelijke minimumeisen. Bijvoorbeeld, de keuze voor ventilatie in klasse B valt binnen de ambitie om bovenwettelijke kwaliteit te leveren. De zorgen rondom Hoef en Haag hebben een andere oorzaak dan de kwaliteits- en prestatienormen van onderwijsgebouwen. Daarnaast zijn de beschikbare middelen in het gemeentefonds gebaseerd op lagere ruimtenormen en een levensduur van 60 jaar, waarbij schoolbesturen zelf verantwoordelijk zijn voor (groot en technisch) onderhoud in de laatste 20 jaar. Zij ontvangen hiervoor ook financiële middelen via de lumpsumfinanciering. In dit licht blijft de maatregel zowel financieel als beleidsmatig verdedigbaar.
b. Kan het college de reacties van schoolbesturen en ambtelijke inzet (zoals doorrekeningen en wijzigingen in regelgeving) met betrekking tot deze maatregel met de raad delen?
Op dit moment zijn er geen reacties van schoolbesturen ontvangen met betrekking tot deze maatregel. Het gaat bij deze maatregel niet om bezuinigingen, maar om het voorkomen van extra uitgaven. De meerkosten voor het realiseren van onderwijsgebouwen volgens Frisse Scholen klasse B bedragen circa €410 per m² bovenop de standaard bouwkosten. Daarnaast blijven schoolbesturen verantwoordelijk voor onderhoud en renovatie binnen de laatste 20 jaar van de levensduur van een gebouw, conform wettelijke verplichtingen. Eventuele wijzigingen in regelgeving en ambtelijke doorrekeningen kunnen in de toekomst met de raad worden gedeeld indien daar behoefte aan is.
3. Inzet meevallers sociaal domein De urgentie om te bezuinigen op het sociaal domein neemt af. De extra middelen vanuit het Rijk zijn bovendien grotendeels bestemd voor jeugdzorg en het bredere sociaal domein. Dit biedt kansen om maatschappelijke schade te beperken en te blijven investeren in de toekomst van kinderen, gezinnen en kwetsbare inwoners.
a. Kan het college inzicht geven in de verschillende keuzemogelijkheden bij de inzet van deze ‘meevallers binnen het sociaal domein’?
De constatering dat de urgentie om te bezuinigen op het sociaal domein is afgenomen delen wij niet. Er is namelijk vooralsnog geen sprake van structurele extra middelen. We zien verder nog steeds dat het aantal ondersteuningsvragen stijgt en de complexiteit, hoogte en duur van indicaties toeneemt. Doorgaan op dezelfde voet betekent dat we nog meer gaan vastlopen. Daarnaast heeft niet elke ondersteuningsvraag een ondersteuningsantwoord nodig.
De beweging naar de voorkant die wij in het opinievoorstel schetsen, is een beweging waarin wij geloven – ook los van de ombuigingstaakstelling. Wij geloven dat dit nodig is om de ondersteuning nu en in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden voor wie het echt nodig heeft. De extra middelen vanuit het Rijk zijn voor ongeveer de helft bedoeld ter compensatie van het ravijnjaar en de verlaging van het Gemeentefonds. De middelen die voor het sociaal domein beschikbaar zijn gesteld zijn bedoeld als compensatie. Als gemeente hebben we de lasten realistisch geraamd. De afgelopen jaren zijn daarom de Wmo- en jeugdbudgetten met miljoenen verhoogd. De bedragen die nu worden ontvangen zijn voor een deel ter compensatie van de extra uitgaven die wij al in de gemeentebegroting hebben opgenomen.
b. Is het college bereid om bij de uitwerking van de Kadernota prioriteit te geven aan het schrappen of afzwakken van bezuinigingen binnen het sociaal domein (waaronder preventie en ondersteuning voor kwetsbare kinderen en gezinnen)?
In het opinievoorstel zijn bewust vrijwel geen ombuigingsvoorstellen opgenomen waarbij wordt gesneden in preventie of die ten koste gaan van inwoners in een kwetsbare situatie. Vijfheerenlanden blijft hierdoor een gemeente waar we er juist voor deze inwoners zijn. Wij willen dit doen door de in het voorgaande antwoord genoemde ‘beweging naar de voorkant’:
Binnen het Sociaal Domein streven we naar een vitale samenleving met (kwetsbare) inwoners die volwaardig mee kunnen doen in sterke gemeenschappen. De sociale basis is randvoorwaardelijk voor een veerkrachtige samenleving en een houdbaar zorgsysteem. Hierin staan ‘positieve gezondheid’ (de beweging dat inwoners gaan inzien welk effect bewegen en gezond voedsel heeft op gezondheid) en een betekenisvol leven van inwoners centraal. De nadruk ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de inwoners.
Er wordt uitgegaan van een beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en preventie.
De in het opinievoorstel opgenomen besparing op de openeinderegelingen willen wij op deze manier realiseren. Niet gedreven vanuit de besparing, maar wij geloven wel dat dit op termijn leidt tot lagere kosten.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Vijfheerenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.