29 januari 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Voorst

Raadsmededeling Beantwoording schriftelijke vragen Leefbaarheid in de kleine kernen

Een raadslid stelde op 29 januari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorst (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Bouwend Voorst Openbaar Inleiding Op 22 september 2023 stelde VVD-Liberaal2000 vijf schriftelijke vragen over de leefbaarheid in de kleine kernen in de gemeente Voorst. → Wij begrijpen de stelling dat de leefbaarheid onder druk staat.
  • Heeft het college ook in beeld a. → Wij hebben geen precies beeld over het aantal benodigde woningen per kern.
  • Nederland en dus ook onze Voorster samenleving vergrijst. → Wij zien de (landelijke en regionale) tekorten op de arbeidsmarkt.
  • "Juist mensen die extra zorg en aandacht nodig hebben of mensen met specifieke woonbehoeften kunnen moeilijk woonruimte vinden...", aldus demissionair minister Hugo de… → In de woningmarkt van nu is het voor vele groepen lastig om passende woonruimte te vinden.
  • In de gemeente Voorst is er, met name in de kleine kernen, een grote gemeenschapszin. → Hier staan wij achter.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Mededeling aan de gemeenteraad

24 oktober 2023

Onderwerp:

beantwoording schriftelijke vragen Leefbaarheid in de kleine kernen

Nummer: 409685

Programma:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Bouwend Voorst Openbaar Inleiding Op 22 september 2023 stelde VVD-Liberaal2000 vijf schriftelijke vragen over de leefbaarheid in de kleine kernen in de gemeente Voorst. Er zijn binnen de verschillende kernen zorgen over het voortbestaan van de verenigingen, het behoud van faciliteiten, de vergrijzing en het behoud van onderwijs. Als oplossing wordt het zorgen voor nieuwe woningbouw genoemd. Met deze raadsmededeling beantwoorden wij deze vragen. Kern van de boodschap 1. Herkent het college de zorgen van inwoners wanneer zij stellen dat de leefbaarheid van het dorp verloren dreigt te gaan wanneer er geen of onvoldoende woningbouw wordt gerealiseerd in kleine kernen?

Antwoord van het college

Wij begrijpen de stelling dat de leefbaarheid onder druk staat. Al jaren krijgt dit (ook landelijk) terecht de nodige aandacht. Er komt steeds meer op de dorpen af. Het is steeds zoeken naar balans in de samenwerking tussen inwoners en overheden. Zo zijn er uitdagingen om de zorg op niveau te houden en bijvoorbeeld vergrijzing in relatie tot geschikte vrijwilligers voor verenigingen. Ook andere factoren zijn van invloed op de leefbaarheid van een kern. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ligging van een kern, de bereikbaarheid, demografische ontwikkelingen (vergrijzing, meer kleine huishoudens), de aanwezigheid van voorzieningen en economische factoren (schaalvergroting, winkelen via internet). Daarnaast bieden technologische ontwikkelingen in de toekomst mogelijk nieuwe kansen voor verbetering van de leefbaarheid. Bijvoorbeeld met inzet van (zorg)domotica in huis, zoals een mobiele persoonsalarmering. De oorzaak als oplossing voor het teruglopen van leefbaarheid gaat veel verder dan alleen woningbouw. Zo kunnen wij met woningbouw alleen de demografische trend niet keren. Wij zijn wel van mening dat woningbouw naar behoefte één van de ontwikkelingen is die een bijdrage kan leveren aan de (instandhouding van) leefbaarheid in onze kernen.

Hiervoor bieden wij dan ook ruimte aan de dorpen met toekomstbestendige woningbouw.

Vraag 2

Heeft het college ook in beeld a. Hoeveel woningen er per kern noodzakelijk zijn om de leefbaarheid te behouden?

Antwoord van het college

Wij hebben geen precies beeld over het aantal benodigde woningen per kern.

Uitgangspunt is de (lange termijn) behoefte in de kernen. Woningbouwaantallen zijn dan ook geen precieze wetenschap. De basis voor woningbouw in onze gemeente is ons gemeentelijk woningmarktonderzoek en de afspraken uit de Regionale Woondeal. Met de dorpen (door bijvoorbeeld een enquête) wordt gezamenlijk de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte bepaald. Dit vormt de basis voor woningbouwontwikkelingen in de verschillende kernen.

b. Wat per kern de ideale samenstelling is in aantallen starters-, senioren- en gezinswoningen?

Ook hier geldt dat dit geen precieze wetenschap is. Naast de kwantitatieve behoefte stemmen wij in samenspraak met de kernen ook de kwalitatieve behoefte af (welke woningen voor welke doelgroep). De bestaande woningvoorraad kenmerkt zich vooral door ruime grondgebonden woningen. Demografisch gezien vergrijst onze gemeente. Wij zien dan ook een toenemende behoefte aan (betaalbare) levensloopgeschikte woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. In onze nieuwbouwplannen houden wij hier rekening mee door in ieder geval in te zetten op de woningtypes die geschikt zijn voor ouderen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de kern. Met onze nieuwbouw zetten wij in op een goede mix van verschillende woningtypes voor verschillende doelgroepen.

-1-

Ook kijken wij naar een goede verhouding tussen koop en huur. Nieuwbouw levert over het algemeen een goede bijdrage aan de doorstroming in de kern. Door ook in te zetten op nieuwbouw voor ouderen en gezinnen komen in de bestaande voorraad ook weer woningen vrij voor gezinnen of starters.

Vraag 3

Nederland en dus ook onze Voorster samenleving vergrijst. Tegelijkertijd neemt de schaarste op de Nederlandse arbeidsmarkt toe. De fractie van VVD-Liberaal 2000 verwacht dat er op regionaal niveau de concurrentie om arbeidskrachten (met name in de zorg) zal toenemen. a. Hoe kijkt het college aan tegen onze verwachting over de regionale concurrentiestrijd om arbeidskrachten te vinden?

Antwoord van het college

Wij zien de (landelijke en regionale) tekorten op de arbeidsmarkt. Wij hebben (nog) geen zicht op de regionale concurrentie en de mogelijke effecten hiervan op de werkgelegenheid in onze gemeente.

b. In hoeverre is dit voor het college aanleiding om extra in te zetten op nieuwe woningen?

Wij zetten ons al intensief in op het bouwen van nieuwe woningen. In de Regionale Woondeal zijn afspraken gemaakt voor ongeveer 900 woningen in de periode 2022 tot en met 2030. Het uitvoeren hiervan is, gelet op alle ontwikkelingen op de woningmarkt, al een uitdaging. Bovendien sluiten deze aantallen kwantitatief gezien aan bij de uitkomsten van ons woningmarktonderzoek (ongeveer 1.000 woningen in de periode tot 2033). Dit is dan ook het aantal waarop wij programmeren en waarbij rekening is gehouden met verschillende ontwikkelingen op de woningmarkt. Voor nu gaan wij van deze aantallen uit.

Blijkt na verloop van tijd, dat door nieuwe ontwikkelingen extra woningen nodig zijn, dan onderzoeken wij de mogelijkheden hiervoor.

Vraag 4

"Juist mensen die extra zorg en aandacht nodig hebben of mensen met specifieke woonbehoeften kunnen moeilijk woonruimte vinden...", aldus demissionair minister Hugo de Jonge voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Daarom de volgende vragen: a. Hoe gaat hiermee rekening gehouden worden bij het realiseren van nieuwe woningen?

Antwoord van het college

In de woningmarkt van nu is het voor vele groepen lastig om passende woonruimte te vinden. Ook voor mensen met een extra zorgvraag proberen wij zo goed mogelijk rekening te houden in onze nieuwbouwplannen. Het is wel belangrijk om te kijken wat de precieze behoeften van deze mensen zijn en hoe daar zo goed mogelijk in voorzien kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de nabijheid van voorzieningen, zorgverlening enzovoort.

Dit betekent dat niet alles in elke kern mogelijk is. Ook hebben wij met IJsseldal Wonen in de meerjaren-samenwerkingsafspraken afspraken gemaakt over de huisvesting van zorgdoelgroepen, zoals het inzetten van opstapwoningen.

b. Op welke manieren wordt hier in de kleine kernen op ingespeeld?

In de (kleine) kernen wensen wij waar mogelijk medewerking te verlenen aan kleinschalige initiatieven, waaronder gericht op mensen met een specifieke woon- en of zorgbehoefte. Uitgangspunt is passend bij de (lokale) behoefte. Dit betekent dat niet elk initiatief op elke plek mogelijk of wenselijk is. In de praktijk blijkt het meestal lastig om initiatieven voor mensen met specifieke woon- en zorgbehoeften uit te voeren. Oorzaken hiervan zijn bijvoorbeeld de benodigde schaalgrootte, ruimtelijke mogelijkheden op een locatie, specifieke behoefte van de doelgroep in relatie tot de locatie. Ook hierover voeren wij het gesprek met IJsseldal Wonen binnen de meerjaren-samenwerkingsafspraken.

c. In hoeverre zouden woningsplitsing en/of knarrenhofjes en 'nieuwe woonvormen' hierin een bijdrage kunnen leveren?

Woningsplitsing en/of knarrenhofjes zijn twee van de vele voorbeelden van vernieuwende woonvormen. Deze kunnen een bijdrage leveren. Al geldt ook voor deze (en allerlei andere 'nieuwe woonvormen') dat dit ook afhankelijk is van de mogelijkheden van een locatie en of dit aansluit bij de behoefte van een kern. Ook zijn wij hiervoor afhankelijk van initiatieven die vanuit de markt naar voren komen. Wij beoordelen deze initiatieven vanuit een positieve grondhouding.

-2-

Vraag 5

In de gemeente Voorst is er, met name in de kleine kernen, een grote gemeenschapszin. Inwoners ontwikkelen inmiddels zelf initiatieven om nieuwe woningbouw te realiseren met als één van de doelen het leefbaar houden en toekomstbestendig maken van het dorp. Hoe kijkt het college aan tegen deze ontwikkeling?

Antwoord van het college

Hier staan wij achter. Wij zijn blij met de sterke gemeenschapszin in de Voorster dorpen. Dit ondersteunen en stimuleren wij ook via de subsidies aan de dorpsbelangenorganisaties. Juist deze gemeenschapszin maakt de dorpen creatief en veerkrachtig. Samenwerkende inwoners reageren vroeg op de uitdagingen die op ze afkomen en zetten zich in om hun dorp leefbaar te houden. Vanuit een positieve grondhouding ondersteunen en/of beoordelen wij deze initiatieven, waaronder die voor woningbouw. Hierbij hebben wij ook te maken met diverse (beleids)kaders. Dit betekent dat niet alles overal kan. Maar waar mogelijk steunen wij initiatieven vanuit de kernen.

Het college van burgemeester en wethouders.

Gerelateerde stukken: − schriftelijke vragen VVD-Liberaal2000 leefbaarheid kleine kernen

Informatie over deze mededeling: portefeuillehouder:

Bert Visser

rm-409685-beantw_schr_vr_Leefbaarheid_in_de_kleine_kernen

-3-

medewerker:

Kevin Stremmelaar, beleidsadviseur wonen en ruimtelijke ordening 0571-27 93 54 [email protected]

Bekijk de brief: Raadsmededeling Beantwoording schriftelijke vragen Leefbaarheid in de kleine kernen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Voorst

Alle artikel 35-vragen in Voorst