agendapunt 9 (Huisvestingsverordening).pdf
Een raadslid stelde op 22 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording vragen SGP-fractie over agendapunt 9 (Huisvestingsverordening) Raadscommissievergadering van: 06 – 09 – 2022 Om een vlotte verwerking van alle vragen van alle fracties mogelijk te maken, hebben wij bij het invullen van dit format de volgende verzoeken: Wilt u a.u.b. gebruik maken van dít format en dit format NIET aanpassen door bijv. kolommen toe te voegen Levert u de vragen a.u.b. zo beknopt mogelijk aan | in lettertype Verdana 9 | a.u.b. één vraag per rij Gebruikt u a.u.b. voor ieder agendapunt een afzonderlijk formulier, zodat wij de vragen & antwoorden later bij het desbetreffende agendapunt kunnen opslaan Vraag
Art. 7 lid 5 en 6:
a) Wat is de (juridische) definitie van “tijdelijke huurcontract”?
b) Is voor Woudenberg aan te tonen welk probleem het voor 75% behouden van de inschrijfduur bij het accepteren van een tijdelijk huurcontract oplost?
Antwoord
a) Definitie tijdelijk huurcontract: huurcontracten met een bepaling over einde verhuurdatum (wettelijke definitie)
b) De 75% behouden van inschrijfduur is niet afhankelijk van het soort
huurcontract.
Door behoud van een substantieel deel van de inschrijftijd na acceptatie van een nieuwe woning, wordt doorstroming gestimuleerd. Als een huurder na bijv. een verandering in de huishouding een passende woning zoekt is deze stap middels deze regeling gemakkelijker te maken. Dit leidt tot meer doorstroming en meer woningen die passen bij de wensen en behoeften van individuele huishoudens. Schaarse woningtypen komen op deze manier beschikbaar voor de juiste doelgroep en andere groepen komen meer passend te wonen.
Art. 12 lid 2: begrijpen we het goed dat per saldo slechts 25% van de woningvoorraad kan worden toegewezen aan woningzoekenden met een economische of maatschappelijke binding met Woudenberg?
De in de Huisvestingsverordening benoemde 25% voor inwoners met een binding aan Woudenberg gaat om toewijzingen met voorrang voor woningzoekenden met een lokale binding. Het gaat hier om sturingsinstrument vooraf. Er wordt een veel groter deel (circa 70%) toegewezen aan lokaal woningzoekenden middels de reguliere toewijzing.
Art. 22 ad. B onderdeel 1 streepje 3: begrijpen we het goed dat in geval van scheiding, waarbij sprake is van kinderen, een urgentieverklaring dat alleen wordt getoetst als aantoonbaar is dat de andere ouder geen woonruimte heeft om de kinderen onder te brengen?
Zo ja, klopt het dan dat dit zodanig geobjectiveerd is dat andere factoren hierbij strikt genomen geen rol spelen, zoals de wenselijkheid of de kinderen bij de andere
Het gaat er om dat er sprake is van een niet-voorziene noodsituatie, waarbij de aanwezigheid van kinderen een extra argument is om middels de urgentieverklaring voor huisvesting te zorgen. Het is uitdagend om dit op detailniveau vooraf in de HVV geheel in te regelen. Daarnaast worden woonvoorkeuren niet vooraf meegenomen in de HVV. Bij de toetsing van de urgentieverklaring worden de individuele
Vraag
Antwoord
ouder kunnen of zelfs mogen wonen? Zo nee, hoe wordt dat wel meegenomen?
Zo ja, kunt u duiden waarom dit zo geformuleerd is?
Wanneer kunnen wij het Woonbehoefteonderzoek verwachten?
omstandigheden meegewogen.
-
Aan het WBO 2022 worden op dit moment de laatste aanpassingen doorgevoerd. Er missen echter nog woon- en zorg cijfers die wij vanuit de gemeente Amersfoort ontvangen. De verwachting is dat het college advies WBO 2022 in oktober te kennis name wordt gedeeld met de gemeenteraad (mogelijk zonder input woon – en zorgcijfers vanuit de regio).
Bron: raadsinformatie van de gemeente Woudenberg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.