28 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Woudenberg

vragen KGV Vragenuur 28 mei 2026 DEF.pdf

Een raadslid stelde op 28 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • Kan het college aangeven hoe omwonenden bij dit soort plannen worden betrokken? → Is dat alleen via een officiële publicatie of wordt er ook actief contact gezocht met direct omwonenden?
  • Is er binnen de gemeente beleid of een duidelijk kader voor kamergewijze verhuur in bestaande woonwijken? → En als een woningcorporatie dit kan doen, kan een particuliere woningeigenaar dat dan onder dezelfde voorwaarden ook?
  • Hoe voorkomt het college dat dit soort tijdelijke vergunningen uiteindelijk leiden tot een situatie waarbij steeds meer eengezinswoningen op deze manier anders worden… → Doordat afwijkingen van het omgevingsplan altijd vergunningsplichtig zijn, houden we als gemeente zicht op initiatieven die afwijken van de bestaande gebruikregels uit het omgevingsplan.
  • Zijn op dit moment meer vergelijkbare initiatieven voorzien of in voorbereiding binnen Woudenberg? → De pilot kamergewijze verhuur voor statushouders maakt onderdeel uit van een bredere integrale aanpak op het gebied van huisvesting voor de verschillende doelgroepen onder onze inwoners in…
  • Kan het college toelichten hoe het vergunningentraject precies verloopt? → En vindt het college dat inwoners binnen dat proces voldoende tijd en ruimte hebben om hun zorgen of zienswijzen daadwerkelijk mee te laten wegen?
  • Als het college terugkijkt op deze situatie: vindt het college zelf dat inwoners zich voldoende meegenomen en gehoord hebben gevoeld? → En ziet het college aanleiding om de manier van communiceren of participeren bij toekomstige projecten anders aan te pakken?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragenuur 28 mei 2026, B.S. de Jong, GBW GBW krijgt signalen van inwoners over de manier waarop vergunningen voor kamergewijze verhuur in bestaande woonwijken wordt ingezet voor de huisvesting van onder andere alleenstaande statushouders. Daarbij merken we dat zorgen niet alleen gaan over de invulling van een woning zelf, maar ook over communicatie, betrokkenheid en belangen van omwonenden en de vraag welke gevolgen dit op korte en langere termijn kan hebben voor een wijk. Het gaat ons nadrukkelijk niet om één individueel dossier, maar om de bredere vraag welke kaders de gemeente hanteert en hoe inwoners in dit soort trajecten worden meegenomen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Kan het college aangeven hoe omwonenden bij dit soort plannen worden betrokken?

Antwoord van het college

Is dat alleen via een officiële publicatie of wordt er ook actief contact gezocht met direct omwonenden?

Omwonenden worden bij dit soort plannen niet alleen via de officiële publicatie betrokken, maar ook actief benaderd. Binnen de Omgevingswet maakt participatie een vast onderdeel uit van een vergunningaanvraag, waarbij de mate van participatie wordt bepaald aan de hand van de participatiewijzer en wordt vastgelegd in een participatieverslag.

In het geval van deze pilot hebben we, naast de benodigde acties in de vergunningaanvraag op basis van de participatiewijzer (betrokkenen in kaart brengen, direct betrokkenen informeren en zorgen inventariseren, proberen rekening mee te houden in het plan en toelichting), extra geïnvesteerd in het contact met de direct omwonenden. Dit blijven we ook doen gedurende de looptijd van de pilot.

Tot op heden zijn er meermaals gesprekken met de direct omwonenden gevoerd waarin toelichting is gegeven op de pilot en ruimte is geboden voor het bespreken van zorgen. In deze gesprekken, maar ook naar aanleiding van de mails en brieven die wij van hen hierover ontvangen, denken wij mee. Wij kijken welke aanvullende maatregelen of wijzigingen, binnen redelijke grenzen, mogelijk zijn om tegemoet te komen aan deze signalen en passen dit dan aan. Dit doen wij om de pilot voor alle betrokkenen, zowel voor de omgeving als voor de nieuwe kamerbewoners, in goede banen te leiden. Dit gebeurt zowel op het gebied van bouwtechnische aspecten als op sociaal vlak, in nauwe samenwerking met Omnia Wonen en de sociaal beheerder. In de voorfase van deze pilot is de huurdersorganisatie van Omnia Wonen (SHOW) betrokken.

Vraag 2

Is er binnen de gemeente beleid of een duidelijk kader voor kamergewijze verhuur in bestaande woonwijken?

Antwoord van het college

En als een woningcorporatie dit kan doen, kan een particuliere woningeigenaar dat dan onder dezelfde voorwaarden ook?

Binnen de gemeente is nog geen afzonderlijk, uitgewerkt beleid of kader specifiek voor kamergewijze verhuur vastgesteld. Wel maakt kamergewijze verhuur deel uit van zorgvuldig afgewogen keuzes die we hebben gemaakt in het kader van een bredere, integrale aanpak van de huisvestingsopgave voor verschillende doelgroepen.

Naast deze pilot zetten we binnen deze integrale aanpak momenteel ook in op Kamers met aandacht, waarbij jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg een kamer huren van een particulier en daarbij lichte ondersteuning van de verhuurder krijgen. Ook de ontwikkeling van het prémantelzorgbeleid wordt in deze context verder vorm gegeven. We richten hierbij ons niet alleen op de realisatie van de nieuwe huisvestingsvormen maar stellen onszelf ook als doel van deze ervaringen te leren en onze bevindingen mee te nemen in de verdere ontwikkeling van nieuw beleid. In het kader van deze pilot wordt breder verkend hoe kamergewijze verhuur een rol kan spelen in het tegemoet komen aan de huisvestingsopgaven die we hebben als gemeente, niet alleen voor statushouders maar ook voor andere woningzoekenden, zoals jongeren en starters.

Daarbij wordt ook meegenomen onder welke voorwaarden kamergewijze verhuur mogelijk en wenselijk is, en in hoeverre dit in de toekomst zowel voor woningcorporaties als voor particuliere woningeigenaren kan gelden.

Vraag 3

Hoe voorkomt het college dat dit soort tijdelijke vergunningen uiteindelijk leiden tot een situatie waarbij steeds meer eengezinswoningen op deze manier anders worden gebruikt binnen een straat of wijk?

Antwoord van het college

Doordat afwijkingen van het omgevingsplan altijd vergunningsplichtig zijn, houden we als gemeente zicht op initiatieven die afwijken van de bestaande gebruikregels uit het omgevingsplan.

Daarnaast beoordelen we per vergunningaanvraag of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Vraag 4

Zijn op dit moment meer vergelijkbare initiatieven voorzien of in voorbereiding binnen Woudenberg?

Antwoord van het college

De pilot kamergewijze verhuur voor statushouders maakt onderdeel uit van een bredere integrale aanpak op het gebied van huisvesting voor de verschillende doelgroepen onder onze inwoners in een woningmarkt die sterk onder druk staat. Ook de stappen die we zetten rondom prémantelzorgwoningen vallen hieronder. Deze laatste ontwikkeling is een uitwerking van de Motie Vreemd Tijdelijke woonvormen pré-mantelzorg. Daarnaast zijn we in deze context momenteel ook bezig met de voorbereidingen van een vergunningaanvraag voor de realisatie van een Tuinkamer met aandacht.

Vraag 5

Kan het college toelichten hoe het vergunningentraject precies verloopt?

Antwoord van het college

En vindt het college dat inwoners binnen dat proces voldoende tijd en ruimte hebben om hun zorgen of zienswijzen daadwerkelijk mee te laten wegen?

In dit geval is er in de voorbereiding van de vergunningaanvraag nauw samengewerkt tussen de gemeente en Omnia Wonen. De vergunningaanvragen zijn gezamenlijk voorbereid, waardoor de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) al in een vroeg stadium kon meedenken en adviseren. Na indiening zijn de aanvragen beoordeeld volgens de reguliere voorbereidingsprocedure. Met name door de intensieve voorbereiding zijn de aanvragen ruim binnen de maximaal voorgeschreven beslistermijn afgehandeld. Na besluitvorming staat voor belanghebbenden de reguliere mogelijkheid open om bezwaar te maken. Het indienen van een zienswijze vormt geen onderdeel van de reguliere voorbereidingsprocedure. Desondanks zijn we in het hele traject met alle signalen die we ontvangen, via formele procedures en daarbuiten, direct en zoveel mogelijk in samenspraak met de inwoners, aan de slag gegaan.

Dit vergunningentraject heeft plaatsgevonden onder aanzienlijke tijdsdruk als gevolg van de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang (HAR+). De HAR+ is een subsidieregeling van het Rijk waarmee gemeenten versneld onzelfstandige en/of tijdelijke woonruimten kunnen realiseren voor statushouders. Er is bewust voor gekozen om binnen deze termijn te handelen, omdat dit de mogelijkheid bood om de pilot, inclusief de inzet van sociaal beheer, financieel haalbaar te maken. Juist met de inzet op sociaal beheer komen wij tegemoet aan de bestaande zorgen uit de omgeving en borgen we de leefbaarheid.

We zijn ons ervan bewust dat deze tijdsdruk invloed heeft gehad op de mate waarin inwoners tijd en ruimte hebben ervaren om hun zorgen en zienswijzen in te brengen. Formeel is voldaan aan de geldende procedures, maar wij zien ook dat in de beleving van omwonenden de beschikbare ruimte als beperkt wordt ervaren. Ook is daarom geïnvesteerd in het gesprek en overig contact met de directe omgeving. Uit dit contact zijn waardevolle aandachtspunten naar voren gekomen, die worden meegenomen in de verdere vormgeving van de pilot.

Vraag 6

Als het college terugkijkt op deze situatie: vindt het college zelf dat inwoners zich voldoende meegenomen en gehoord hebben gevoeld?

Antwoord van het college

En ziet het college aanleiding om de manier van communiceren of participeren bij toekomstige projecten anders aan te pakken?

Wij kijken genuanceerd terug op de participatie in dit geval.

De huidige druk op de landelijke asielopvang vormt een belangrijke reden om met deze pilot te starten. Het grote aantal statushouders dat niet kan uitstromen vanuit het AZC naar passende huisvesting, is een belangrijke oorzaak van het landelijk tekort aan opvangplekken voor nieuwe asielzoekers. Met deze pilot nemen wij onze verantwoordelijkheid, passend bij de maat, schaal en mogelijkheden van onze gemeente. Daarnaast vinden wij het, vanwege de krapte op de woningmarkt, niet passen om individuele statushouders in gezinswoningen te huisvesten,

aangezien gezinshereniging vaak langere tijd in beslag neemt en zelfs onzeker is. De pilot speelt in op deze beide aspecten.

Het proces van de pilot staat onder aanzienlijke tijdsdruk door de termijn waarbinnen gebruik gemaakt kan worden van de HAR+. Ons verzoek bij het ministerie tot maatwerk, zodat wij meer ruimte zouden krijgen in het proces, is helaas afgewezen. Voor ons is de inzet van sociaal beheer in deze pilot randvoorwaardelijk. Alleen met de middelen vanuit de HAR+ is de bekostiging daarvan financieel haalbaar. Daarom is het gebruik maken van deze regeling een bewuste en noodzakelijke keuze. Dat heeft wel betekend dat we concessies hebben moeten doen in het proces, bijvoorbeeld in de beschikbare tijd voor participatie. Ook heeft de snelheid waarmee deze ontwikkeling tot stand is gekomen ertoe geleid dat er minder ruimte was om inwoners in hun tempo mee te nemen. Voor toekomstige trajecten zien wij dit als een belangrijk aandachtspunt.

Tegelijkertijd hebben we binnen deze kaders niet alleen zorgvuldig gehandeld maar ons ook verder ingespannen dan voor de formele procedure vereist is. Formeel geldt voor de vergunningaanvraag voor kamergewijze verhuur een beperkt participatieniveau. Hieraan hebben we in deze pilot ruimschoots voldaan. Naast de verplichtingen voor de vergunningaanvraag (voortvloeiend uit de participatiewijzer) hebben we extra ingezet op het onderhouden van contact met direct omwonenden, het geven van extra toelichting op en uitleg over de plannen en het bijstellen van de oorspronkelijke plannen om zo redelijkerwijs tegemoet te komen aan hun zorgen. Deze zorgen richten zich overigens vooral op de doelgroep en de mogelijke effecten daarvan op de leefomgeving, iets wat buiten de vergunningverlening valt, maar in de beleving van omwonenden sterk met elkaar samenhangt. Juist daarom doen we deze extra investering in het contact met de buurt. De signalen uit de omgeving bevestigen voor ons het belang van sociaal beheer als middel om zorgen weg te nemen en de leefbaarheid te borgen. We blijven in gesprek met de buurt en nemen hun inbreng mee in de verdere uitwerking. Tegelijkertijd nemen we als les mee dat meer tijd en ruimte in een vergelijkbaar proces wenselijk is.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen KGV Vragenuur 28 mei 2026 DEF.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Woudenberg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Woudenberg

Alle artikel 35-vragen in Woudenberg