30 juni 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Woudenberg

vragen Kaderbrief SGP.pdf

Een raadslid stelde op 30 juni 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen SGP-fractie over Kaderbrief 2023-2026 Raadscommissievergadering van: 14-06-2022

Vraag Ingroeipad herijking gemeentefonds: wij lezen in het RV dat in de maartcirculaire een ingroeipad duidelijk is geworden dat het ingroeipad wordt beperkt tot 3 jaar, eindigend in 2025 met 37,50/inwoner. Enerzijds blijkt uit bijlage 3 (Financieel beeld 2023-2026) dat deze korting van 37,50 ook wordt toegepast in 2026 en anderzijds schrijft u dat dit afhankelijk is van de uitkomsten van een evaluatie.

a) Welke consequentie heeft de afloop na 3 jaar van het ingroeipad voor de periode daarna?

b) Wanneer verwacht u dat evaluatie vanuit het Rijk plaats vindt en dat daarmee duidelijkheid ontstaat voor 2026 (en event. Verder)?

Antwoord

a) Het ingroeipad is beperkt tot 3 jaar. Dat houdt in dat nadeelgemeenten voorlopig een maximale korting in het gemeentefonds hebben van € 37,50 per inwoner vanaf 2025. Deze korting is structureel en dus ook van toepassing op 2026 en volgende jaren.

b) Volgens het nieuwsbericht van 22 april 2022 (Nieuwe verdeling van het gemeentefonds vanaf 2023 | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl) wordt de invoering van het model eind 2025 geëvalueerd.

Bijlage 1, p. 7: waar staat “noodzakelijk systeemonderzoek” voor?

Het systeemonderzoek gaat om een personele kwestie waarbij extern onderzoek is gedaan. Dit was onvoorzien maar wel noodzakelijk.

Bijlage 2, p. 8 Energietoeslag 2022. Hoever staat het met de uitvoering c.q. uitkering van deze gelden? Welk deel van de doelgroep heeft inmiddels deze uitkering ontvangen?

Iedereen die bekend was bij De Kleine Schans omdat ze een uitkering op basis van de participatiewet ontvangen of gebruik maken van minimaregelingen hebben de toeslag gekregen. Mensen die niet bekend zijn bij De Schans moeten zelf een aanvraag indienen. Deze druppelen nog steeds binnen. In totaal zijn er tot nu toe 228 aanvragen afgehandeld, waarvan er 207 zijn toegekend en 21 afgewezen.

In bijlage 3 (Financieel beeld 2023-2026) wordt t.a.v. het Sociaal Domein voor alle betreffende jaren een negatief effect van 688k verwacht. Waarom wordt voor alle jaren hier het verwachte negatieve effect van 2023 toegepast, daar de verwachte negatieve effecten in de daaropvolgende jaren ander zijn (ref. bijlage 7)?

Woudenberg hanteert bij de begroting het uitgangspunt dat alleen voor de eerste jaarschijf budgetten worden geïndexeerd indien nodig. Dit wordt jaarlijks per budget bekeken en dit uitgangspunt wordt zowel aan de inkomstenkant als de uitgavenkant toegepast. Dus alle inkomsten en uitgaven in het financieel beeld 2023-2026 en straks in de meerjarenbegroting 2023-2026 zijn op prijsniveau 2023.

Bijlage 6 (monitor bezuinigingen tweede herstelplan en bezuinigingsdialoog). Het grootste deel van de bezuinigingsopgave heeft als status “voorwaarden gerealiseerd, besparing achteraf inzichtelijk”.

a) In het kader van het opstellen van de begroting en de financiële najaarsrapportage zijn wij bezig met het in kaart brengen van deze trends. Wij verwachten u hierover te informeren bij de begroting 2023-2026.

b) Op dit moment zijn er geen signalen dat bepaalde bezuinigingsopgaven met deze status niet gehaald kunnen worden.

c) De Raad wordt in de jaarrekening over 2022 geïnformeerd over het resultaat

a) Zijn er al trends zichtbaar ten opzichte van voorgaande jaren?

b) Zijn er (eventueel) al signalen dat bepaalde bezuinigingsopgaven met deze

Vraag c)

Antwoord classificatie niet gehaald kunnen worden?

Wanneer wordt de Raad geïnformeerd over het resultaat m.b.t. 2022 van deze bezuinigingsopgaven met deze classificatie?

Bijlage 7 (kostenontwikkeling Sociaal Domein):

a) Het bedrag in kolom “Verschil aangepaste begroting [jaartal] - cijfers [jaartal] laat het verschil zien tussen kolom “Aangepaste begroting [jaartal]” en kolom “Cijfers [jaartal] + indexering loon- en kostenstijging + indexering groei = cijfers [jaartal]. De enkelvoudige kolommen uit de laatst genoemde optellelkolom tellen echter niet op tot het verschil. Hoe moeten we dit overzicht lezen?

b) We lezen dat alleen de ingeboekte bezuinigingen in 2022 behaalt worden, en in 2023 slechts 149k van de 297k en vanaf 2024 geen enkel effect vanuit de bezuinigingsdialoog. Klopt het dat we dit cumulatief moeten intepreteren?

c) In hoeverre is er rekening gehouden met het eventuele grotere effect van bezuinigingen door stijgende kosten?

Red. commentaar: (1) een aantal jaartallen kloppen niet in de kolomnamen, (2) de optelling in 2023 kolom “indexering groei..” klopt niet.

van de bezuinigingsopgaven met deze status.

a) Het klopt dat deze kolommen niet optellen tot het verschil. Voor bepaalde percelen, te weten de Breed Spectrum Aanbieders (BSA), Samen Veilig Midden Nederlands (SAVE) en Coöperatie de Kleine Schans gelden specifieke afspraken. Voor BSA en SAVE zijn dit regionale contractafspraken en voor Coöperatie De Kleine Schans betreft dit de subsidieaanvraag. Vanwege deze onderliggende afspraken en het zoveel mogelijk realistisch begroten, zijn voor deze drie onderdelen de afgesproken bedragen 2022 in de kostenontwikkeling verwerkt.

b) In de bijlage is te zien dat vanuit de bezuinigingsdialoog € 274.900 is ingeboekt vanaf 2022 en dat vanaf 2023 aanvullend nog eens € 240.600 (prijsniveau 2022) is ingeboekt zodat vanaf 2023 in totaal € 515.486 (prijsniveau 2022) is ingeboekt, de totale cumulatieve opgave vanuit het Tweede Herstelplan.

c) De bezuinigingsopgaves zijn vorig jaar vastgesteld op basis van de toen bekende informatie waarbij deze op onderdelen geïndexeerd zijn voor loon- en prijsstijgingen. Indien zich de komende jaren grotere stijgingen voordoen dan voorzien en indien deze niet (volledig) gecompenseerd worden door extra middelen uit het gemeentefonds, zullen in de toekomst wellicht aanvullende bezuinigingsopgaves nodig zijn.

In het RV lezen we dat het beeld voor wat betreft SD in 2022 er relatief goed uit ziet. In hoeverre wordt de verwachting van het effect op de zorgkosten uit hoofde van de indexering door groei voor 2022 bevestigd?

Voor de berekening van de prognose 2022 is rekening gehouden met indexering op basis van lonen- en prijsstijgingen en een indexering voor groei. Ondanks deze indexeringen ziet de prognose 2022 er relatief goed uit.

Onder andere door groei nemen naar verwachting de kosten in het Sociaal Domein toe. In hoeverre is er een verband tussen stijging van kosten in het sociaal domein uit hoofde van groei en toenemende baten t.a.v. sociaal domein?

Aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds liggen diverse parameters ten grondslag. Inwoneraantal, aantal jeugdigen/volwassenen/ouderen zijn daar voorbeelden van. Als het inwoneraantal van het dorp stijgt, heeft dat daardoor direct effect op de algemene uitkering. Daarnaast is ook een stukje compensatie opgenomen voor de stijgende lonen- en prijzen. Sinds de middelen die de gemeente voor jeugdzorg en Wmo ontvangt geen specifieke decentralisatie-uitkeringen meer zijn, is het voor ons niet meer vast te stellen of de stijging van kosten in het sociaal domein in verhouding staan tot de toenemende baten voor het sociaal domein. Onze ervaring is wel dat toen het nog wel decentralisatie-uitkeringen waren dat de stijging niet

Vraag

Antwoord volledig gecompenseerd werd.

Bijlage 7 t.a.v. indexering:

In de Begroting 2022-2025 werd reeds rekening gehouden met 3,2%-4% indexatie voor loon- en prijsstijgingen en 4% voor autonome groei. De nu toegepaste indexering is 4% voor groei en 5% voor loon- en prijsstijgingen. a) b) c)

Is hoeverre is de reeds begrote indexering op beide onderdelen meegenomen?

Aangezien in de begroting én in bijlage 7 hetzelfde indexeringspercentage voor groei wordt toegepast zou dit geen effect mogen hebben. Waar ontstaat dan 123k oplopend tot 294k in 2025 uit?

Voor 2023 e.v. wordt voor loon- en prijsstijgingen 5% gehanteerd. Op welke wijze zijn deze percentages vastgesteld?

In bijlage 8 wordt in de tabel Programmarisico’s (p. 6) o.a. het risico rondom de herijking van het gemeentefonds benoemd.

a) Waarom wordt de bovenkant van dit risico geraamd op 115/inwoner, terwijl we in het RV lezen dat vanuit de maartcirculaire een ingroeipad van 3 jaar naar 37,50/inwoner blijkt?

b) Waarom wordt voor 2023 dit risico geraamd op het eindbedrag (2025) van het ingroeipad, terwijl deze voor 2023 zelf lager ligt?

In bijlage 9 wordt onder andere naar voren gebracht dat 4 FTE permanent actief zijn voor de opvang van Oekraïners. Dit drukt op de ambtelijke organisatie. Het Rijk heeft aangegeven dat hiervoor de lokale overheden gecompenseerd worden. Klopt het dat met deze compensatie nog geen rekening is gehouden?

a) Voor de berekening van de prognose 2022 zijn we uitgegaan van de realisatie 2021 (omdat dat de meest recente gerealiseerde cijfers zijn) en hebben daar de indexeringspercentages van 4% groei en 5% loon- en prijsstijging toegepast, in plaats van de eerder gehanteerde percentage van 3,2-4% en 4%.…

Bekijk de brief: beantwoording vragen Kaderbrief SGP.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Woudenberg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Woudenberg

Alle artikel 35-vragen in Woudenberg