vragen Meent 9 SGP .pdf
Een raadslid stelde op 14 juni 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording vragen SGP-fractie over Meent 9 Raadscommissievergadering van: 14 -06-2022
Vraag
Antwoord
Op welke wijze wordt er gebruikt gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling en
Artikel 9.7 van de provinciale verordening is een instructieregel hoe stedelijke functies in het buitengebied op een juiste wijze in een bestemmingsplan/omgevingsplan op te nemen en welke mate van uitbreiding daarvan acceptabel is. Maar deze regeling ziet specifiek om functieverandering in bestaande bebouwing. De regel geeft geen houvast hoe om te gaan met functieverandering met sloop/nieuwbouw zoals hier aan de orde.
artikel 9.7 vanuit de Interim Omgevingsverordening? En hoe staan deze regelingen in relatie tot elkaar?
De basisuitgangspunten benoemd in 9.7 zijn dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
Deze overwegingen zijn bij elke functieverandering aan de orde. In deze is het meer gespecificeerd door het uitgangspunt van ruimte voor ruimte ook toe te passen.
Uitgangspunt van ruimte voor ruimte is immers sloop van niet langer te gebruiken gebouwen en stallen (rood) en in ruil daarvoor beperkt rood (woningen) of groen.
Gezien de historie en functie van de locatie en de aard van de bebouwing is gebruik gemaakt van de functieverandering van agrarisch naar wonen als kader voor deze ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
Is artikel 9.7 vanuit de Interim Omgevingsverordening eerder toegepast in Woudenberg of omliggende gemeenten? Zo ja, in welke situatie?
Artikel 9.7 Instructieregel bestaande stedelijke functies, anders dan wonen, moet door alle Utrechtse gemeenten worden gevolgd, bij het opstellen en vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen/omgevingsplannen. En gaat uit van het wijzigen van een bestaande functie, dan wel uitbreiden van een bestaande functie. De in de regel benoemde voorwaarden zullen altijd meegenomen worden in de overwegingen.
De huidige bestemming van De Meent 9 is in 2010 op basis van een van de voorgangers van deze provinciale verordening tot stand gekomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2010.
Om welke reden wordt in het RV niet gesproken over artikel 9.7 vanuit de Interim
In de toelichting van het bestemmingsplan vindt u inderdaad een toetsing/
Vraag
Antwoord
Omgevingsverordening, terwijl dit vanuit bijlage 7 (Toelichting en Regels) de basis van het gewijzigde bestemmingsplan blijkt te zijn?
opsomming in hoeverre het plan wel/niet voldoet aan de provinciale verordening, daarin wordt geconstateerd dat het plan niet in strijd is. Dat wil niet zeggen dat artikel 9.7 de basis vormt voor het plan, de basis is bepaald door de uitgangspunten: hoeveel sloop ruimtelijke en natuurlijke kwaliteitsverbetering rechtvaardigt de toevoeging van enkele woonbestemmingen. Die inhoudelijke beoordeling is naar onze mening belangrijker. Ook de toetsing aan andere regels uit de provinciale verordening en andere (rijks) beleid vindt u niet in het raadsvoorstel.
Is er een berekening/inschatting gemaakt van de redelijke compensatie door woningen in relatie tot eerder gedane investeringen in vergelijking met agrarische bedrijven?
Er is uitgegaan van een vergelijkbare systematiek: sloop van m2 bedrijfsgebouwen in ruil voor woning en dan aangevuld met kwaliteitsverbetering zoals hier de Heijgraeff beek, welke minder hard in getallen uit te drukken is. Een vergelijkbare methode als bij voormalige agrarische bedrijven. Gaat dus niet om de investering, want de leeftijd en kwaliteit van gebouwen speelt geen rol. Deze systematiek wordt de afgelopen ca. 10 jaar toegepast bij de ruimte voor ruimte regeling waarbij dus slechts de omvang relevant is en niet de leeftijd en kwaliteit. Daarin kunnen ook tussen agrarische bedrijven (grote) verschillen zitten.
Welk effect kan het vaststellen van deze bestemmingsplanwijziging hebben voor andere locaties met een soortgelijke situatie?
Er is in Woudenberg slechts 1 andere locatie met de bestemming manege. Andere recreatie bestemmingen betreffen veelal verblijfsrecreatie, waar (mocht het al aan de orde zijn) altijd sprake zal zijn van andere bebouwing en daarmee ook andere ruimtelijke afwegingen. Andere niet agrarische of woonfuncties in het buitengebied betreffen enkele solitaire bedrijfslocatie, waar altijd sprake zal zijn van een maatwerk afweging. Wij zien geen negatief effect van deze vaststelling op andere locaties, wij hopen op een positief effect omdat op deze locatie door de sloop/nieuwbouw een zichtbare kwaliteitsverbetering kan ontstaan en een meerwaarde voor het unieke watersysteem.
Bekijk de brief: beantwoording vragen Meent 9 SGP .pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Woudenberg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.