19 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Zeist

VRG26.022 Beantwoording schriftelijke vragen (DDZ) Schriftelijke vragen Omgevingswet

Een raadslid stelde op 19 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (8 vragen).

In het kort

8 vragen en wat het college antwoordt

  • wat is de reactie van het college, betreffende de Zeister situatie, op een recente constatering van experts, na landelijk onderzoek, dat bij de meeste omgevingsplannen… → Voor welke Zeister plannen geldt dit ?
  • de in vraag 7 hiervoor genoemde milieuregels zijn opgenomen in het POMO, dat binnenkort definitief zal worden vastgesteld en waarin wordt bepaald welke milieuregels weer… → Op welke wijze houdt het college er rekening mee, dat inpassing van POMO ertoe kan leiden dat bestaande omgevingsplannen alsnog moeten worden gewijzigd en een MER-verplichting alsnog of…
  • is het college het met ondergetekende eens, dat voor de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma altijd de MER-plicht geldt ? → Het gaat daarbij immers om nieuw beleid ten aanzien van de omgeving.
  • is het college bereid te erkennen, en die erkenning ook in de diverse MER's op te nemen, dat, alle maatschappelijke, technische en andere ontwikkelingen in aanmerking… → Bijvoorbeeld door ElektroMagnetische Velden, door straling van antennes, hinder van beeldschermen in de openbare ruimte, slagschaduw van windturbines, uitstoot giftige stoffen uit…
  • komt er nog een integrale MER voor het hele omgevingsplan Zeist of komen er afzonderlijke MER 's per deelgebied-ontwikkeling ? → En vindt dan onderlinge afstemming plaats van die deel-MER's en is sprake van (telkens) een "plan-MER" of een "project-MER" ?
  • terzake Stationsgebied Driebergen-Zeist : dit is een forse gebiedsontwikkeling waarvoor nog volstaan is met een Plan-MER-beoordeling in de Nota gebiedsvisie. → Het gaat hier toch niet om "een klein gebied" waarvoor dan een MER-beoordeling voldoende is ?
  • terzake Kerckebosch : waarom zijn hier thans geen MER's aan de orde ? → Waarom zijn er voorheen ook geen plan-MER's geweest en is volstaan met "sectorale milieuonderzoeken"
  • inzake Gebiedsvisie Dijnselburg : waarom is hier geen aparte plan-MER voor de gebiedsvisie zelf opgesteld, terwijl er wel een MER-gerelateerde analyse is, die 2… → ) in het document "Gebiedsanalyses MER Programma Wonen en Werken provincie Utrecht" ?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording college Datum raad

: : : :

VRG26.022 30 maart 2026 10 april 2026 26 mei 2026

Zaaknummer: 1022120

FORMULIER (BEANTWOORDING) SCHRIFTELIJKE VRAGEN op grond van artikel 39 RvO Beantwoording Vragensteller Onderwerp Portefeuillehouder

: : : :

Schriftelijk Carlo Fiscalini (DDZ) Schriftelijke vragen Omgevingswet Angèle Welting

Bij mijn afscheid als raadslid stel ik vast, dat mij nog diverse zaken niet helemaal duidelijk zijn en dat ik nog vragen heb. De laatste met name betreffende de inrichting van onze fysieke leefomgeving in het kader van de Omgevingswet c.a..

Wellicht krijg ik in de komende tijd alsnog duidelijkheid over genoemde zaken.

Wellicht vinden sommige van die voornoemde vragen in de nieuwe raadsperiode alsnog beantwoording.

Echter zijn er enkele vragen, zoals ik aan de griffier, aan Eva Lemaier, al aangegeven had, die -voor mij- van dusdanig belang zijn, dat die nu, en als raadsvragen, gesteld moeten worden. En wel de volgende :

Vragen en antwoorden

Vraag 1

wat is de reactie van het college, betreffende de Zeister situatie, op een recente constatering van experts, na landelijk onderzoek, dat bij de meeste omgevingsplannen met MER-plichtige activiteiten de verplichte plan-MER ontbreekt ?

Antwoord van het college

Voor welke Zeister plannen geldt dit ?

Vraag 2

de in vraag 7 hiervoor genoemde milieuregels zijn opgenomen in het POMO, dat binnenkort definitief zal worden vastgesteld en waarin wordt bepaald welke milieuregels weer landelijk moeten gelden, naast het opnemen ervan in omgevingsplannen. Welke maatregelen heeft het college genomen om straks het POMO in de thans bestaande en in de later nog op te stellen omgevingsplannen goed te kunnen inpassen ?

Antwoord van het college

Op welke wijze houdt het college er rekening mee, dat inpassing van POMO ertoe kan leiden dat bestaande omgevingsplannen alsnog moeten worden gewijzigd en een MER-verplichting alsnog of toch moet worden opgenomen ?

Vraag 3

is het college het met ondergetekende eens, dat voor de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma altijd de MER-plicht geldt ?

Antwoord van het college

Het gaat daarbij immers om nieuw beleid ten aanzien van de omgeving. Dit betekent dan toch, dat in de komende jaren, op weg naar de Zeister Omgevingsvisie 2050, regelmatig nagegaan moet worden welke effecten van de in die visie en in dat programma optredende zaken er zijn en zullen zijn op het milieu in ruimste zin ?

Vraag 4

is het college bereid te erkennen, en die erkenning ook in de diverse MER's op te nemen, dat, alle maatschappelijke, technische en andere ontwikkelingen in aanmerking nemende, de definitie van "milieu" zo ruim en breed mogelijk moet zijn, dus niet alleen vervuiling (vanaf de grond) van de lucht, vervuiling van oppervlakte- en afval-water, verontreiniging van de bodem, geluidsoverlast, maar ook aantasting van de gezondheid van mensen, dieren en planten en dan door andere oorzaken als hiervoor genoemd.?

Antwoord van het college

Bijvoorbeeld door ElektroMagnetische Velden, door straling van antennes, hinder van beeldschermen in de openbare ruimte, slagschaduw van windturbines, uitstoot giftige stoffen uit vliegtuigen, uitlaatgassen auto's in ondergrondse parkeergarages, enz.. ? Veel van deze milieueffecten zullen straks via het POMO landelijk tevens geregeld worden, maar is het niet tevens zaak voor de gemeente, waar de gemeente toch immers de plicht heeft, met name preventief, te zorgen voor de veiligheid en voor de gezondheid van de inwoners, om dergelijke milieueffecten te voorkomen c.q. de oorzaken en veroorzakers ervan aan te pakken ?

Vraag 5

komt er nog een integrale MER voor het hele omgevingsplan Zeist of komen er afzonderlijke MER 's per deelgebied-ontwikkeling ?

Antwoord van het college

En vindt dan onderlinge afstemming plaats van die deel-MER's en is sprake van (telkens) een "plan-MER" of een "project-MER" ?

Vraag 6

terzake Stationsgebied Driebergen-Zeist : dit is een forse gebiedsontwikkeling waarvoor nog volstaan is met een Plan-MER-beoordeling in de Nota gebiedsvisie. Die gebiedsvisie is wel "kaderstellend plan" en dan is er dus toch plan-MER-plicht ?

Antwoord van het college

Het gaat hier toch niet om "een klein gebied" waarvoor dan een MER-beoordeling voldoende is ? Zeker niet gezien de relatie in deze met gemeente Utrechtse Heuvelrug ?

Vraag 7

terzake Kerckebosch : waarom zijn hier thans geen MER's aan de orde ?

Antwoord van het college

Waarom zijn er voorheen ook geen plan-MER's geweest en is volstaan met "sectorale milieuonderzoeken"

Vraag 8

inzake Gebiedsvisie Dijnselburg : waarom is hier geen aparte plan-MER voor de gebiedsvisie zelf opgesteld, terwijl er wel een MER-gerelateerde analyse is, die 2 opgenomen is ("geïntegreerd" ?

Antwoord van het college

) in het document "Gebiedsanalyses MER Programma Wonen en Werken provincie Utrecht" ? Waarom zijn in voornoemde analyse niet alle milieueffecten aan de orde geweest ? Bijv. ondergrondse waterstromen, grondwater, flora & fauna, enz. ?

Ik denk dat andere raadsleden ook geïnteresseerd zullen zijn in dit onderwerp, dat helaas in de Werkgroep Omgevingswet dus niet meer op de agenda kon komen.

In dit verband wil ik tot slot nog opmerken, dat milieu in deze zeker als breed spectrum gezien moet worden. Herstructurering van een wijk bijvoorbeeld heeft ook impact op het sociaal leefmilieu in die wijk. Neem het Staatsliedenkwartier. Dan behoren de gevolgen van die herstructurering, van die verbouwing van de wijk, ook tot de milieueffecten en moet ook met die effecten rekening gehouden worden.

Met belangstelling in afwachting van, en op voorhand dankend voor, de antwoorden, met vriendelijke groet, Carlo Fiscalini, Directe Democratie Zeist

3

De gestelde vragen zijn technisch van aard. Voor een goede beantwoording van de vragen volgt eerst een inleiding over het instrument milieueffectrapportage (mer). Daarna worden de vragen beantwoord.

Inleiding De milieueffectrapportage (mer) is wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet en vindt zijn oorsprong in de Europese regelgeving. In Bijlage V van het Omgevingsbesluit staat voor welke plannen en projecten een milieueffectrapport (MER) verplicht is.

De mer is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten en wordt gebruikt bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Een MER brengt in beeld welke milieugevolgen een plan of project gaat hebben voordat er een besluit over genomen is om op die wijze het milieubelang volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming. De MER is een bijlage bij een besluit of een vergunning.

In de mer-regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waarvoor een mer-plicht geldt en projecten waar een mer-beoordelingsplicht voor geldt. Mer-beoordelingsplichtige projecten zijn projecten waarvoor de beslissing of de mer-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag1 moet worden genomen. Het bevoegd gezag moet dan bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, welke het doorlopen van de mer-procedure en het opstellen van een plan-MER wenselijk en noodzakelijk maken.

Een project-MER is verplicht bij projecten die zijn genoemd in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. In kolom 2 van Bijlage V is aangegeven boven welke drempels een project-MER moet worden opgesteld. Het relevante besluit voor de project-MER staat in kolom 4. Valt het project onder deze ‘drempels’ dan geldt een project-mer-beoordelingsplicht.

Een plan-MER moet worden opgesteld voor kaderstellende plannen en programma’s, zoals omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen die kaders stellen voor toekomstige projecten uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Ook moet een plan-MER worden opgesteld als bij een plan mogelijk significante negatieve effecten optreden voor Natura-2000-gebieden en hiervoor een passende beoordeling moet worden opgesteld. Een plan-mer-beoordeling kan worden opgesteld voor plannen die kaderstellend zijn voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan of projecten die niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uitkomen.

Beantwoording vragen

1. welke opvattingen heeft het college over de MER, MilieuEffectRapportage?

Een milieueffectrapportage is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten en wordt gebruikt bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. Het gebruik van mer is wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet.

2. hoe juridisch kwetsbaar acht het college omgevingsplannen, die de verplichte MER missen ?

1

De gemeente is bevoegd gezag van de Omgevingsvisie.

4

De website gemeente.nu heeft in februari 2026 een artikel gepubliceerd over de juridische kwetsbaarheid van omgevingsplannen die een milieueffectrapportage missen.

De MER-plicht geldt als het omgevingsplan ‘kaderstellend’ is. Als het omgevingsplan gebiedsontwikkelingen met aanzienlijke milieueffecten mogelijk maakt, zoals de bouw van woningen, is een omgevingsplan kaderstellend.

In de Transitiestrategie Omgevingsplan Zeist 2024 is aangegeven dat de planregels uit de eerste deelgebieden zoveel als mogelijk ‘beleidsneutraal’ worden omgezet. De milieuregels uit de bruidsschat worden op een later moment op een themagerichte wijze verhuist naar het omgevingsplan. Het omzetten van bruidsschatregels en het verwerken van de instructieregels uit het Bkl en de omgevingsverordening van de provincie, kan mer-plichtig zijn, wanneer de regels aanzienlijk veranderen of wanneer ze in het omgevingsplan een functie en locatie specifieke toepassing krijgen.

Op dit moment kunnen we nog niet inschatten of het Omgevingsplan van gemeente Zeist een milieueffectrapport nodig heeft. Dit wordt gemonitord en zal opgepakt worden zodra daar aanleiding voor is.

3. welke criteria hanteert de gemeente Zeist, dus het college, voor het kiezen tussen een MER-beoordeling en een volledige MER?

In de Omgevingswet is vastgelegd voor welke plannen en projecten een mer-plicht geldt en voor welke plannen en projecten een mer-beoordelingsplicht geldt.

4. wat is de reactie van het college, betreffende de Zeister situatie, op een recente constatering van experts, na landelijk onderzoek, dat bij de meeste omgevingsplannen met MER-plichtige activiteiten de verplichte plan-MER ontbreekt ? Voor welke Zeister plannen geldt dit ?

Gemeente Zeist staat aan het begin van de ontwikkeling van haar Omgevingsplan. Het Omgevingsplan maakt nog geen gebiedsontwikkelingen met aanzienlijke milieueffecten mogelijk. Ook is de gemeente nog niet bezig met het omzetten van de milieuregels. Op dit moment kunnen we nog niet inschatten of het Omgevingsplan van gemeente Zeist een milieueffectrapport nodig heeft. Dit wordt gemonitord en zal opgepakt worden zodra daar aanleiding voor is.

5. is bij alle Zeister omgevingsplannen met grootschalige ontwikkelingen, van de laatste 15 jaar, telkens aan de MER-verplichting, hetzij via MER-beoordeling dan wel via volledige MER, voldaan en op welke wijze ?

Bij de bestemmingsplannen van grootschalige ontwikkelingen zijn de afgelopen 15 jaar vormvrije mer-beoordelingen opgesteld. Afhankelijk van de resultaten van deze vormvrije mer-beoordelingen zijn eventuele vervolgstappen ondernomen.

6. op welke wijze is door het college vastgelegd aan de hand van welke criteria specifiek voor de Zeister omstandigheden de milieueffecten van grootschalige planactiviteiten moeten worden nagegaan en is daarbij tevens bepaald in welke gevallen

5

van grootschaligheid gesproken moet of kan worden en in welke gevallen van mindere schaalgrootte en welke dan ?

Een MER brengt de gevolgen in beeld van een ruimtelijk plan, project of programma voor de leefomgeving. Milieueffectrapportages volgen een herkenbare procedure. Ook is de opbouw van milieueffectrapportages veelal gelijk: beschrijving van het voornemen en de alternatieven, beschrijving van de huidige milieusituatie, effectbeoordeling waarbij getoetst wordt op relevante milieuthema’s. Onderwerpen die in een milieueffectrapport beschreven kunnen worden zijn o.a. bodem, erfgoed, externe veiligheid, geluid en trillingen, gezondheid, klimaat, landschap, luchtkwaliteit, natuur, water.

7. Voor 1 januari 2024 bestonden rijksregels voor milieubelastende activiteiten (regels inzake luchtvervuiling, geluidhinder, bodemsanering, afvalwaterbehandeling). Deze zijn met de Omgevingswet in het omgevingsplan terechtgekomen. Ofwel, elk omgevingsplan moet dergelijke regels bevatten. Welke Zeister omgevingsplannen voldoen aan deze verplichting ?

Het omgevingsplan van de gemeente Zeist voldoet aan deze verplichting. Het Rijk heeft er met het invoeringsbesluit voor gezorgd dat de rijksregels automatisch in het omgevingsplan terecht zijn gekomen. Hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van gemeente Zeist bevat de milieuregels afkomstig van het Rijk. In de komende jaren worden de regels uit hoofdstuk 22 met de instructieregels vanuit het Bkl en de omgevingsverordening van provincie Utrecht verwerkt in de rest van het omgevingsplan.

8. de in vraag 7 hiervoor genoemde milieuregels zijn opgenomen in het POMO, dat binnenkort definitief zal worden vastgesteld en waarin wordt bepaald welke milieuregels weer landelijk moeten gelden, naast het opnemen ervan in omgevingsplannen.

Welke maatregelen heeft het college genomen om straks het POMO in de thans bestaande en in de later nog op te stellen omgevingsplannen goed te kunnen inpassen ? Op welke wijze houdt het college er rekening mee, dat inpassing van POMO ertoe kan leiden dat bestaande omgevingsplannen alsnog moeten worden gewijzigd en een MER-verplichting alsnog of toch moet worden opgenomen ?

Het Programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (voorheen bruidsschat) heeft ervoor gezorgd dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal milieuregels van het Rijk zijn verhuisd naar gemeenten en waterschappen. Naar aanleiding van het Nevelearrest ontstonden er vragen met betrekking tot de mer-plicht voor de milieuregels in de bruidsschat in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Voor het opstellen of wijzigen van plannen of programma’s die kaderstellend zijn voor mer-plichtige of merbeoordelingsplichtige projecten, is een plan-mer verplicht. Dit kan ook betrekking hebben op milieuregels in de bruidsschat. Bestuurlijk is daarom afgesproken dat het Rijk uit voorzorg een plan-mer uitvoert voor de milieuregels in de bruidsschat via het Programma Overgedragen Milieuregels.

Het ontwerpprogramma en de bijbehorende plan-MER heeft van 31 maart tot en met 13 mei 2025 ter inzage gelegen. Ook heeft de Commissie MER het plan-MER getoetst. De commissie mist in het plan-mer een samenvattende paragraaf over de toegevoegde waarde én beperkingen van het MER. Volgens de commissie is het voor gemeenten niet duidelijk of het eerder genoemde juridische risico wel of niet is weggenomen.

6

De informatie uit het POMO en het milieueffectrapport wordt door gemeente Zeist gebruikt bij het opstellen van haar toekomstige omgevingsplan. Het opstellen van het omgevingsplan van gemeente Zeist is een proces dat tot 2032 duurt. Als gemeente Zeist blijven we waakzaam op het juridische risico bij het omzetten van de milieuregels. Op dit moment kunnen we nog niet inschatten of het Omgevingsplan van gemeente Zeist een milieueffectrapport nodig heeft. Dit wordt gemonitord en zal opgepakt worden zodra daar aanleiding voor is.

9. is het college het met ondergetekende eens, dat voor de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma altijd de MER-plicht geldt ? Het gaat daarbij immers om nieuw beleid ten aanzien van de omgeving. Dit betekent dan toch, dat in de komende jaren, op weg naar de Zeister Omgevingsvisie 2050, regelmatig nagegaan moet worden welke effecten van de in die visie en in dat programma optredende zaken er zijn en zullen zijn op het milieu in ruimste zin ?

Ja, in de Omgevingsvisie stelt gemeente Zeist haar ambities en beleidsdoelen voor de lange termijn vast. Bij een omgevingsvisie waarin beleid vastgelegd wordt waarvan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat ze vanwege negatieve effecten op het milieu mer- of merbeoordelingsplichtig is, is het verplicht een (plan)mer-procedure te doorlopen.

10. is het college bereid te erkennen, en die erkenning ook in de diverse MER's op te nemen, dat, alle maatschappelijke, technische en andere ontwikkelingen in aanmerking nemende, de definitie van "milieu" zo ruim en breed mogelijk moet zijn, dus niet alleen vervuiling (vanaf de grond) van de lucht, vervuiling van oppervlakte- en afval-water, verontreiniging van de bodem, geluidsoverlast, maar ook aantasting van de gezondheid van mensen, dieren en planten en dan door andere oorzaken als hiervoor genoemd.? Bijvoorbeeld door ElektroMagnetische Velden, door straling van antennes, hinder van beeldschermen in de openbare ruimte, slagschaduw van windturbines, uitstoot giftige stoffen uit vliegtuigen, uitlaatgassen auto's in ondergrondse parkeergarages, enz.. ? Veel van deze milieueffecten zullen straks via het POMO landelijk tevens geregeld worden, maar is het niet tevens zaak voor de gemeente, waar de gemeente toch immers de plicht heeft, met name preventief, te zorgen voor de veiligheid en voor de gezondheid van de inwoners, om dergelijke milieueffecten te voorkomen c.q. de oorzaken en veroorzakers ervan aan te pakken ?

Zoals eerder aangegeven komen in de milieueffectrapportage verschillende thema’s aan bod. Naast effecten op milieu worden ook effecten op gezondheid van mensen en dieren meegewogen.

11. komt er nog een integrale MER voor het hele omgevingsplan Zeist of komen er afzonderlijke MER 's per deelgebied-ontwikkeling ? En vindt dan onderlinge afstemming plaats van die deel-MER's en is sprake van (telkens) een "plan-MER" of een "project-MER" ?

Er worden geen aparte MER opgesteld per deelgebied. Indien het noodzakelijk is een MER op te stellen voor het Omgevingsplan wordt deze voor het hele Omgevingsplan opgesteld. Er is dan sprake van een plan-MER.

7

12. terzake de herontwikkeling PGGM-terrein : gaat het college daar volstaan met MER-beoordelingsplicht en waarom dan ?

Voor de herontwikkeling van het PGGM-terrein is nog niet bepaald of er een merbeoordelings- procedure of een mer-procedure wordt doorlopen.

13. terzake Stationsgebied Driebergen-Zeist : dit is een forse gebiedsontwikkeling waarvoor nog volstaan is met een Plan-MER-beoordeling in de Nota gebiedsvisie. Die gebiedsvisie is wel "kaderstellend plan" en dan is er dus toch plan-MER-plicht ? Het gaat hier toch niet om "een klein gebied" waarvoor dan een MER-beoordeling voldoende is ? Zeker niet gezien de relatie in deze met gemeente Utrechtse Heuvelrug ?

In mei 2025 heeft Tauw een plan-mer-beoordeling opgesteld voor de nota gebiedsvisie stationsgebied Driebergen Zeist.

De Nota Gebiedsvisie 'Stationsgebied Driebergen-Zeist' fungeert als kader om de ontwikkeling van circa 2.000 woningen verder te onderzoeken. Dit project valt onder de categorie van een aangewezen project, zoals bedoeld in nummer J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit, dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsprojecten omvat, inclusief de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen. Daarnaast kan de gebiedsvisie ook betrekking hebben op natuurontwikkeling (nummer J12) en wegen (nummer J1), zoals beschreven in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Volgens artikel 16.36, eerste lid, van de Omgevingswet is het noodzakelijk om hiervoor een plan-MER op te stellen.

Er kan echter ook eerst een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd in plaats van direct een plan-mer, mits het gaat om een plan dat betrekking heeft op een kleine wijziging van een plan of programma of een klein gebied op lokaal (= gemeentelijk) niveau . De gebiedsvisie richt zich op een aantal ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben een totaal oppervlak van minder dan 5 % van het gemeentelijk oppervlak. Gemeente Zeist (en gemeente Utrechtse Heuvelrug) kiezen om deze reden voor het opstellen van een plan-mer beoordeling.

14. terzake Kerckebosch : waarom zijn hier thans geen MER's aan de orde ? Waarom zijn er voorheen ook geen plan-MER's geweest en is volstaan met "sectorale milieuonderzoeken" Bij het bestemmingsplan Hoge Dennen Kerckebosch is een milieuparagraaf opgesteld. Dit is destijds akkoord bevonden door de raad. De bestemmingsplanprocedure is doorlopen. Het bestemmingsplan is vastgesteld en ter uitvoering gebracht.

15. inzake Gebiedsvisie Dijnselburg : waarom is hier geen aparte plan-MER voor de gebiedsvisie zelf opgesteld, terwijl er wel een MER-gerelateerde analyse is, die opgenomen is ("geïntegreerd" ?) in het document "Gebiedsanalyses MER Programma Wonen en Werken provincie Utrecht" ? Waarom zijn in voornoemde analyse niet alle milieueffecten aan de orde geweest ? Bijv. ondergrondse waterstromen, grondwater, flora & fauna, enz. ?

8

Op het moment is nog niet bepaald of er een mer-beoordelings- procedure of een merprocedure wordt doorlopen.

9

Bekijk de brief: VRG26.022 Beantwoording schriftelijke vragen (DDZ) Schriftelijke vragen Omgevingswet

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zeist

Alle artikel 35-vragen in Zeist