Dashboard Sociaal Domein
Een raadslid stelde op 10 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
17-2025 12 februari 2025 R.P.J. Letteboer J.C. Wikkerink en A.J. te Lindert Beantwoording vragen VVD over Dashboard Sociaal Domein
Aanleiding:
De VVD heeft vragen gesteld naar aanleiding van Raadsmededeling 193-2024 (Dashboard Sociaal Domein tot en met het derde kwartaal 2024). Met deze raadsmededeling beantwoorden wij de gestelde vragen.
Inhoud mededeling:
Vraag 1 Er is - zo ver wij weten - wetgeving in de maak om de huishoudelijke hulp enigszins inkomensafhankelijk te kunnen doorberekenen. Kunt u ons vertellen wat de stand van zaken daarvan is?
Antwoord:
Het kabinet heeft besloten om voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief van €21 voor geldt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Hiermee wil men de hulp en ondersteuning op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beschikbaar houden voor inwoners die deze het hardst nodig hebben.
De inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo gaat, na eerder uitstel, in per 1 januari 2027. Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien wordt in de komende periode verder uitgewerkt.
Vraag 2 Zijn er in de tussentijd al gemeenten die oplossingen gevonden hebben om af te wijken van het abonnementstarief of naar de rechter zijn gestapt om dit af te dwingen? Zo nee, is Aalten daartoe bereid of is de noodzaak niet meer zo hoog?
Antwoord:
De gemeente Leusden was één van de eerste gemeenten die een inkomenstoets instelde om te bepalen of inwoners in aanmerking komen voor huishoudelijke hulp. Op een daaropvolgend bezwaar van een inwoner oordeelde de Rechtbank Utrecht in 2023 dat een gemeente bij de beoordeling van een Wmo-aanvraag geen inkomenstoets mag toepassen. Tegen die uitspraak ging de gemeente Leusden in beroep. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde in 2024 nogmaals dat een gemeente de hoogte van iemands inkomen niet mee mag wegen bij de toegang tot huishoudelijke hulp.
Als gemeente Aalten hanteren wij nu het wettelijk vastgelegde maximale abonnementstarief. Een hoger tarief is niet mogelijk. Het ten nadele van de inwoner afwijken van het wettelijk vastgelegde abonnementstarief kan bij de rechter niet worden afgedwongen, omdat dat in strijd is met de wet.
Dergelijke beschikkingen worden zonder meer door de rechter vernietigd, waarbij de gemeente
Pagina 1 van 4
bovendien in de procedurekosten wordt veroordeeld. Al met al leidt afwijking van het wettelijk maximum dus enkel tot hogere kosten. Daarmee heeft deze aanpak niet onze voorkeur.
Vraag 3 We horen dat er ook sprake is van personeelskrapte bij het inzetten van huishoudelijke hulp. Hoe gaat de gemeente daarmee om?
Antwoord:
Het tekort aan personeel voor hulp bij het huishouden is een landelijk probleem dat veel gemeenten treft. We proberen door een goede samenwerking en afspraken met zorgaanbieders de gevolgen hiervan voor onze inwoners zoveel mogelijk te beperken. Zo wordt onder andere gewerkt met beschikbaarheidslijsten. Hierbij geven aanbieders wekelijks aan onze toegang het aantal beschikbare uren door. Onze toegang ziet daarmee in een oogopslag welke aanbieder ruimte heeft, waarmee de wachttijd voor onze inwoners op hulp zo kort mogelijk wordt gehouden.
Ook werken we meer en meer samen met zorgaanbieders aan manieren om inwoners zoveel mogelijk hun zelfstandigheid te laten behouden. Bij een indicatie kan daarvoor gebruik worden gemaakt van een periode van het inzetten van een korte, doelgerichte (preventieve) inzet om thuis met de cliënt mee te kijken en te onderzoeken wat nodig is om cliënt optimaal in staat te stellen de zelfstandigheid (liefst zonder langdurige ondersteuning) te behouden. Dit wordt ook wel ‘reablement’ genoemd. Preventief inzet nog voordat een beroep wordt gedaan op informele of formele ondersteuning. Het resultaat daarvan kan zijn dat cliënt leert om zelfstandig maar op andere wijze dan hij gewend was zijn huishouden te voeren, contacten te onderhouden of een zinvolle dag invulling te hebben zonder dat hiervoor blijvende (maatwerk) ondersteuning nodig is.
Vraag 4 In hoeverre zijn de kosten voor woonaanpassingen voor de gemeente?
Antwoord De gemeente is verantwoordelijk voor woningaanpassingen (en daarmee de bijbehorende kosten) die nodig zijn om volwassenen en kinderen te helpen (langer) thuis te blijven wonen. Dat wordt gedaan op de goedkoopst adequate manier. Een woningaanpassing houdt in dat de woning voor de inwoner bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt.
Vraag 5 Welke mogelijkheden zijn er om de kosten voor woningaanpassingen door de gebruiker te laten betalen?
Antwoord Hiervoor geldt de eerdergenoemde maximale eigen bijdrage ter hoogte van € 21,00 per maand (abonnementstarief), een bedrag dat mensen betalen voor Wmo-voorzieningen, ongeacht hun inkomen, vermogen of de hoeveelheid hulp die ze ontvangen.
Daarnaast geldt dat, mocht een inwoner binnen 10 jaar na realisatie van de woningaanpassing zijn of haar woning verkopen, de gemeente bij verkoop een bepaald percentage van de financiële tegemoetkoming/kosten van de woningaanpassing terugvordert. Het betreft een afbouwregeling over 10 jaar.
Vraag 6 In het transformatieplan was destijds bedacht om minder individuele jeugdhulp te verstrekken en dit meer groepsgericht aan te bieden. In hoeverre zijn dit soort initiatieven van de grond gekomen of is daarvan afgezien?
In het transformatieplan was dit niet een maatregel voor jeugd, maar voor de Wmo. We beoogden een afbuiging van de kosten door individuele ondersteuning groepsgewijs te gaan aanbieden. Een groot aantal cliënten die individuele ondersteuning kreeg, had dezelfde soort doelen, zoals het sociale netwerk uit te breiden of leren koken.
Pagina 2 van 4
Omdat de meeste kennis over hoe zorg het beste kan worden ingezet (in de vorm van individuele ondersteuning of in de vorm van groepsondersteuning) ligt bij de zorgaanbieders, is bij de start van de huidige regionale inkoop van Wmo en Jeugdhulp (2022) het onderscheid tussen individuele en groepsondersteuning bij de inkoop losgelaten. Gemeenten en zorgaanbieders in de Achterhoek werken samen om zorg en ondersteuning te bieden aan inwoners. Gemeenten bepalen samen met de inwoner welke resultaten behaald moeten worden (het ‘wat’). En zorgaanbieders bepalen, weer in samenspraak met diezelfde inwoner, op welke manier de resultaten het beste bereikt kunnen worden (het ‘hoe’), hetzij via individuele ondersteuning, hetzij via groepsondersteuning.
Vraag 7 Welke duiding geeft u aan de daling van het aantal kinderen in Hoog Complexe Verblijfszorg en de daling van aantallen kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel? Spelen de Toekomsttuinen (zie RM 192-2024) hierin al een rol?
De daling is in principe een positieve ontwikkeling. Dit sluit aan bij de landelijke beweging die is ingezet en zeker ook bij ons eigen beleid. Het is echter te vroeg om de daling volledig toe te schrijven aan dit beleid. Er zijn bijvoorbeeld wachtlijsten in de jeugdbeschermingsketen die deze daling (deels) kunnen veroorzaken. Er moet meer tijd overheen gaan om de positieve ontwikkeling definitief te kunnen concluderen.
Vraag 8 Aantal individuele overeenkomsten daalt ten opzichte van vorig jaar. Welke verklaring is daarvoor?
Antwoord U doelt hiermee op het segment Integrale Ambulante Jeugdhulp (IAJ). We zien binnen dit segment het aantal Individuele Overeenkomsten dalen van 40 over de eerste drie kwartalen 2023 naar 24 over de eerste drie kwartalen 2024. Tegelijkertijd neemt in diezelfde periode het aantal unieke cliënten toe van 428 naar 452. Dit betekent dat wij er in de eerste drie kwartalen van 2024 ten opzichte van diezelfde periode in 2023 in zijn geslaagd om binnen dit segment meer jeugdigen ondersteuning te bieden vanuit het gecontracteerde aanbod.
Vraag 9 In hoeverre zijn er wachtlijsten in de gemeente Aalten voor het leveren van zorg, zowel voor jeugd als voor wmo?
We zien op dit moment dat op het gebied van Behandeling de wachttijd op circa 7 weken ligt, bij Ambulante Ondersteuning op 3 tot 4 weken en bij Hulp bij het Huishouden is er nauwelijks sprake van een wachttijd. Hierbij geldt dat, in overleg met zorgaanbieders, eenieder de zorg krijgt die op dat moment noodzakelijk is. De wachttijden zijn per jeugdzorgaanbieder wisselend. Dit is voor onze toegang inzichtelijk met behulp van de app ‘beschikbaarheidswijzer’. Voor Wmo wordt op dit moment onderzocht of ook met de beschikbaarheidswijzer gewerkt gaat worden.
In de landelijke jeugdbeschermingsketen is sprake van een wachtlijst. De verschillende gecertificeerde instellingen hebben maatregelen getroffen om veiligheid te waarborgen. Tegelijkertijd is vanuit het Rijk een ‘Aanpak Wachttijden’ opgesteld. Deze zet in op het creëren van een vruchtbare voedingsbodem om wachttijden duurzaam aan te pakken.…
Bekijk de brief: 8. Raadsmededeling 17-2025 Beantwoording vragen VVD over Dashboard Sociaal Domein
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.