Raadsmededeling 156-2022 beantwoording vragen individuele inkomenstoeslag en energietoeslag.pdf
Een raadslid stelde op 25 oktober 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Per 1 november 2022 de hoogte van de toeslag indexeren naar respectievelijk € 460 (alleenstaande), € 592 (alleenstaande ouder) en € 658 (gehuwden/samenwonenden). → 2.
- Wat zijn de mogelijkheden (al dan niet met terugwerkende kracht) van een verhoging van de inkomensgrens van 120% naar bijvoorbeeld 130% of 140%? → Breng de scenario’s en effecten (inhoudelijk en financieel) in beeld.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
156-2022 20 oktober 2022 Felix Siemes J.C. Wikkerink Beantwoording vragen individuele inkomenstoeslag en energietoeslag
Aanleiding:
Tijdens de oordeelsvormende vergadering op 11 oktober 2022 is het plan van aanpak Energiearmoede gemeente Aalten besproken. Diverse fracties hebben vragen gesteld over de individuele inkomenstoeslag en de energietoeslag. Er is een aantal toezeggingen gedaan en hieronder treft u de beantwoording c.q. uitwerking aan.
Inhoud mededeling:
Individuele Inkomenstoeslag (IIT) De wettelijke grondslag voor de IIT is te vinden in artikel 36 van de Participatiewet. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om zelf de inkomensgrens, de duur van het bepalen van een langdurig laag inkomen (referteperiode) en de hoogte van de bedragen vast te stellen. Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de IIT bedoeld. Dit is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld (vrij besteedbaar).
De doelgroep is van 21 jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd en men moet gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hebben gehad dat lager is dan 110% van de bijstandsnorm (oftewel het van toepassing zijnde sociaal minimum). Er geldt een peildatum (na 36 maanden onafgebroken een laag inkomen te hebben gehad) waarop het recht ontstaat. Daarboven hanteren wij een beperkte draagkrachtberekening voor inwoners die er net iets boven zitten en daardoor toch nog een gedeeltelijke toeslag ontvangen. Daarnaast gelden de vermogensgrenzen uit de Participatiewet. Laborijn voert deze regeling voor ons uit en in 2022 gelden de volgende bedragen:
Categorie Alleenstaande Alleenstaande ouder Gehuwden/samenwonenden
Hoogte toeslag per 12 maanden € 425 € 543 € 604
Vermogensgrens € 6.505 € 13.010 € 13.010
Aantallen en uitgaven IIT t/m Q3 Categorie Verstrekkingen Uitgaven Gemeentebegroting 2022 Alleenstaande 92 € 39.100 Alleenstaande ouder 18 € 9.774 Gehuwden/samenwonenden 16 € 9.664 Totaal 126 € 58.538 € 100.000 Toelichting: volgens het CBS zijn er 900 huishoudens op de 110% inkomensgrens. Het gebruik van deze regeling lijkt dus heel beperkt. Voor de IIT geldt echter wel een vermogenstoets. Bij de herijking van het armoedebeleid in 2023 dient ook m.b.t. deze regeling het niet gebruik worden teruggedrongen.
Pagina 1 van 8…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Per 1 november 2022 de hoogte van de toeslag indexeren naar respectievelijk € 460 (alleenstaande), € 592 (alleenstaande ouder) en € 658 (gehuwden/samenwonenden). Energietoeslag Vragen raadsfracties 1. Waarom is de Sociale Raad niet betrokken geweest?
Antwoord van het college
2. Tijdens de beeldvormende vergadering op 4 oktober 2022 werd aangegeven dat eind 2022 al € 500 aan energietoeslag 2023 betaald zou (kunnen) worden. Wanneer wordt de energietoeslag 2023 uitbetaald?
Vraag 2
Wat zijn de mogelijkheden (al dan niet met terugwerkende kracht) van een verhoging van de inkomensgrens van 120% naar bijvoorbeeld 130% of 140%?
Antwoord van het college
Breng de scenario’s en effecten (inhoudelijk en financieel) in beeld.
Antwoord
1. Met betrekking tot de energietoeslag hebben wij met een delegatie van de Sociale Raad voortgangsgesprekken (geen advies gevraagd omdat het een uitvoeringsregeling van het Rijk betrof en deze 1 op 1 hebben overgenomen) gevoerd op/over:
- 13 december 2021: kort de eerste contouren van de plannen van het Rijk toegelicht.
- 21 maart 2022: rol gemeente rond problemen met de hoge energieprijzen (wat kan en doet de gemeente) en geïnformeerd over de vastgestelde beleidsregels energietoeslag.
- 27 juni 2022: ontwikkeling energieprijzen en of het huidige vangnet voldoende is. Daarnaast een toelichting gegeven op de stand van zaken rondom de aangepaste beleidsregels in verband met gewijzigd Rijksbeleid (ophoging van € 800 naar € 1.300 en verlenging aanvraagtermijn).
2. We hebben aangegeven dat het Rijk ook voor 2023 een energietoeslag van € 1.300 beschikbaar stelt voor lage inkomens (dezelfde inkomensgrens van 120% waarvoor we de middelen ontvangen). Gemeenten mogen eind 2022 alvast € 500 van de toeslag 2023 betaalbaar stellen. De middelen ontvangen wij via de decembercirculaire 2022. Gezegd is dat wij deze mogelijkheid nog willen beoordelen in afstemming met Laborijn. Inmiddels is helder dat dit niet haalbaar is (de 2e tranch van € 500 is begin oktober uitbetaald) en dat we de energietoeslag 2023 ook in dat jaar (bij voorkeur ook weer in tranches) gaan uitbetalen.
Hierover moeten wij nog een besluit nemen inclusief aanpassing van de beleidsregels (met terugwerkende kracht).
3. Voordat we een aantal scenario’s in beeld brengen, schetsen we kort de actuele feiten, cijfers en uitgaven rondom de energietoeslag.
Pagina 4 van 8
-
Energietoeslag 2022 Gehanteerde (door het Rijk geadviseerde) inkomensgrens van 120% (beleidsvrijheid) Geen vermogenstoets (beleidsvrijheid) Zoveel mogelijk ambtshalve verstrekking In april 2022 € 800 en in oktober 2022 € 500 betaald en uitvoering door Laborijn Beschikbaar rijksbudget 2022 € 1.722.569 gebaseerd op de 120% inkomensgrens
Tabel aantallen en uitgaven energietoeslag tot en met Q3 Categorie Aantal toegekende aanvragen (incl. de Uitgaven t/m Q3 ambtshalve vanuit de Participatiewet) Alleenstaande 622 € 808.600 Alleenstaande ouder 65 € 84.500 Gehuwden/samenwonenden 195 € 253.500 Totaal 882 € 1.146.600 Uitvoeringskosten Laborijn € 76.200 Totaal € 1.222.800 Aantal afwijzingen 191 Aanvragen in behandeling 59 Totaal aantal aanvragen 1.132 Toelichting: Op basis van het aantal CBS-huishoudens op een inkomensgrens van 120%, is het bereik tot 1 oktober 2022: 882/1100 = 80%.
Tabel onderverdeling leeftijdscategorieën toekenningen Leeftijdscategorie Aantal <23 6 23 – 26 21 27 – 35 65 36 – 49 99 50 - 59 104 60 – 67 144 >67 443 Totaal 882
Maatregelen Rijk energieprijzen
- In november en december 2022 ontvangen huishoudens een vaste korting op de energierekening van € 190,- per maand.
- Vanaf 1 januari 2023 geldt een prijsplafond op energie: voor gas een maximaal tarief van € 1,45 per kuub tot een maximaal verbruik van 1.200 kuub. Voor elektriciteit een maximaal tarief van € 0,40 per KWh tot een maximaal verbruik van 2.900 KWh.
Scenario’s verstrekking energietoeslag Vooropgesteld, bij onderstaande scenario’s gaan wij uit van het buiten beschouwing laten van het vermogen conform de huidige beleidsregels. Daarnaast richt een mogelijke draagkrachtberekening zich alleen op de inkomenskant en niet op de uitgavenkant. Dit is uitvoeringstechnisch zeer complex en niet uitvoerbaar. Verder gaan we uit van dezelfde verstrekking van € 1.300 (beleidsvrijheid om naar beneden of naar boven bij te stellen) en zijn de volgende opties mogelijk:
1. 120% inkomensgrens;
2. 120% inkomensgrens met daarboven een eenvoudige draagkrachtberekening;
3. Hogere inkomensgrens (tussen de 120% - 140%);
4. Hogere inkomensgrens zoals onder 3 met daarboven een draagkrachtberekening.
Scenario 1 Dit is het huidige scenario voor de uitvoering van de energietoeslag 2022. Er zijn geen extra budgettaire gevolgen. Als dit scenario ook voor 2023 wordt toegepast, dan volgen we het landelijk voorgestelde beleid van het ministerie van SZW en blijven we met de (verwachte) uitgaven ruim binnen het Rijksbudget (op basis van de huidige uitgaven t/m Q3).
Pagina 5 van 8
Scenario 2 De gemeente Oude IJsselstreek heeft recent besloten om deze eenvoudige draagkrachtberekening met terugwerkende kracht voor 2022 in te voeren (voor 2023 beleid nog niet bekend).
Rekenvoorbeeld 1 Stel een huishouden heeft netto € 50 per maand meer aan inkomen dan de 120% norm. Draagkracht op jaarbasis is dan € 600. Men ontvangt dan een gedeeltelijke energietoeslag van € 700.
Rekenvoorbeeld 2 Stel een huishouden heeft netto € 100 per maand meer aan inkomen dan de 120% norm.
Draagkracht op jaarbasis is dan € 1.200. Men ontvangt dan een gedeeltelijke energietoeslag van € 100.
Per 1 oktober 2022 zijn 191 aanvragen afgewezen in verband met een hoger inkomen (> 120%). Van dit aantal zijn er 74 die een maandelijks meer inkomen hebben in de bandbreedte van € 5 tot € 108.
Dit laatste bedrag is ook de grens om nog voor een gedeeltelijke toeslag in aanmerking te komen (€ 1.300 : 12 maanden = € 108,33). Als we hiervoor kiezen (dus met terugwerkende kracht in 2022, hierover communiceren en dit scenario ook voor 2023 toepassen), dan heeft dit beperkte budgettaire gevolgen (verstrekkingen en extra uitvoeringskosten). We verwachten dit binnen het beschikbare Rijksbudget te kunnen uitvoeren.
Scenario 3 Landelijk gaan nu steeds meer gemeenten (vaak met terugwerkende kracht) de inkomensgrens van 120% naar 130% ophogen. In de Achterhoek heeft de gemeente Bronckhorst (vooralsnog alleen voor 2022) dit recent besloten. De overige zes gemeenten in de Achterhoek hanteren, voor zover bij ons bekend, allemaal nog de 120% inkomensgrens. Wel is vernomen dat meerdere gemeenten dit aan het heroverwegen zijn.
Inkomensgrens 130% We gaan hierbij uit van het geraamde aantal huishoudens (CBS, 2020) van 1300 en een bereik van minimaal 70%. De gemiddelde geschatte uitvoeringskosten van Laborijn (o.b.v. de afspraken 2022) ramen wij op € 80.000. 100% bereik: 90% bereik: 80% bereik: 70% bereik:
1300 huishoudens x € 1.300 = € 1.690.000 + € 80.000 = € 1.770.000 1170 huishoudens x € 1.300 = € 1.521.000 + € 80.000 = € 1.601.000 1040 huishoudens x € 1.300 = € 1.352.000 + € 80.000 = € 1.432.000 910 huishoudens x € 1.300 = € 1.183.000 + € 80.000 = € 1.263.000
Inkomensgrens 140% We gaan hierbij uit van het geraamde aantal huishoudens (CBS, 2020) van 1600 en een bereik van minimaal 70%. De gemiddelde geschatte uitvoeringskosten van Laborijn (o.b.v. de afspraken 2022) ramen wij op € 80.000. 100% bereik: 90% bereik: 80% bereik: 70% bereik:
1600 huishoudens x € 1.300 = € 2.080.000 + € 80.000 = € 2.160.000 1440 huishoudens x € 1.300 = € 1.872.000 + € 80.000 = € 1.952.000 1280 huishoudens x € 1.300 = € 1.664.000 + € 80.000 = € 1.744.000 1120 huishoudens x € 1.300 = € 1.456.000 + € 80.000 = € 1.536.000
Scenario 4 Voor beide inkomensgrenzen blijven de geraamde bedragen hetzelfde als onder scenario 3.
Daarbovenop komt een draagkrachtberekening zoals onder scenario 2 aangegeven. Het verschil in aantal huishoudens tussen 130% (1300) en 140% (1600) is 300 huishoudens. Stel dat we voor deze 300 huishoudens (maximaal bereik) gemiddeld een gedeeltelijke toeslag van € 400 verstrekken, dan betekent dit een extra uitgave van € 120.000 exclusief extra uitvoeringskosten.
Het verschil in aantal huishoudens tussen 140% (1600) en 150% (1900) is eveneens 300 huishoudens. Stel dat we voor deze 300 huishoudens (maximaal bereik) eveneens gemiddeld een gedeeltelijke toeslag van € 400 verstrekken, dan betekent dit een extra uitgave van € 120.000 exclusief extra uitvoeringskosten.
Pagina 6 van 8
We willen nogmaals benadrukken dat het om ramingen gaat en dat het aantal huishoudens in 2022 waarschijnlijk hoger ligt dan de aantallen van het CBS over 2020.
De energietoeslag van € 1.300, de vaste korting op de energierekening over de maanden november en december 2022 van € 190 per maand en het landelijke prijsplafond per 1 januari 2023 zal naar verwachting de gevolgen van de gestegen energieprijzen enigszins (en soms voldoende) compenseren. Tegelijkertijd constateren wij ook dat er op dit moment bij zowel de minima als de echte lage middeninkomens financiële problemen (gaan) ontstaan. Daarom stellen wij voor om de inkomensgrens met terugwerkende kracht en voor het jaar 2023 te verhogen naar 130% met draagkrachtberekening (scenario 4). Iedereen die een afwijzing heeft ontvangen (per 1 oktober 2022 een aantal van 191), krijgt ambtshalve een nieuwe beoordeling. Over deze beleidsaanpassing dient opnieuw gecommuniceerd te worden zodat ook huishoudens, die op voorhand geen aanvraag hebben ingediend (omdat ze boven de inkomensgrens zaten), alsnog in de gelegenheid worden gesteld een aanvraag in te dienen.
Wij opteren niet voor een 140% inkomensgrens (met of zonder draagkrachtberekening). Zoals aangegeven stijgen de bijstandsuitkeringen per 1 januari 2023 met bijna 10% waardoor de inkomensgrenzen automatisch meestijgen. Dit betekent dat nog meer huishoudens (met lage inkomens) in aanmerking kunnen komen voor een (gedeeltelijke) toeslag.
Budgettaire gevolgen 130% inkomensgrens met daarboven een draagkrachtberekening De vraag is of we dan uitkomen (verstrekkingen en extra uitvoeringskosten Laborijn) met het beschikbare budget (in 2022 € 1.722.569 en voor 2023 gaan we vooralsnog uit van hetzelfde bedrag).
Op basis van de huidige aantallen en uitgaven t/m Q3 (€ 1.222.800 incl. de uitvoeringskosten), gebaseerd op de inkomensgrens van 120%, is de situatie reëel dat we het toegekende Rijksbudget (€ 1.722.569) niet volledig benutten. Dit is niet wenselijk temeer het nú zo hoognodig is voor huishoudens.
Door de inkomensgrens op 130% te stellen met daarboven een draagkrachtberekening, gaan wij er op voorhand van uit dat het Rijksbudget 2022 ontoereikend is. Per 1 oktober 2022 resteert nog een budget van € 499.769. Er zijn nu nog 59 aanvragen in behandeling, we krijgen te maken met nieuwe aanvragen (aanzuigende werking), een herziening van alle afwijzingen en hogere uitvoeringskosten.
De dekking van een eventueel tekort voor 2022 dient dan gevonden te worden binnen het totale armoede- en schuldenbudget en/of vanuit het jaarrekeningoverschot. Stel dat er onverhoopt toch een onderbesteding van het budget 2022 is, dan stellen we voor om dit mee te nemen naar 2023.
Daarnaast nog de kanttekening dat Laborijn heeft aangegeven dat het wel een hele uitdaging gaat worden om deze aangepaste regeling voor/in 2022 nog uit te voeren. Het zou heel goed kunnen dat Laborijn extra moet inhuren (en gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt ook nog bezien of dit gaat lukken) waardoor de uitvoeringskosten stijgen. In dit licht willen wij overigens nogmaals onze waardering uitspreken voor Laborijn die de uitvoering van de energietoeslag zeer voortvarend en tot op heden op voortreffelijke wijze voor onze gemeente heeft uitgevoerd.
Voor 2023 (volgt in de decembercirculaire) verwachten we eveneens een budget van rond de € 1.723.000. Daarnaast ontvangen gemeenten, voor de ‘aanpak geldzorgen, armoede en schulden, vanaf 2023 extra middelen: 2023 (€ 118 miljoen), 2024 (€ 102 miljoen), 2025 (€ 95 miljoen) en vanaf 2026 (structureel € 73 miljoen). De uitgaven voor de energietoeslag 2023 dienen uit het Rijksbudget en, indien noodzakelijk, uit bovenstaande middelen te worden gedekt.
Voorstel
1. Voor de energietoeslag 2022 met terugwerkende kracht uitgaan van de 130% inkomensgrens met daarboven een draagkrachtberekening (scenario 4).
2. Voor de energietoeslag 2023 eveneens uitgaan van het gestelde onder 1.
3. Hier de nodige communicatiemiddelen voor inzetten om een zo groot mogelijk bereik te halen binnen de doelgroep.
Pagina 7 van 8
Noodfonds voor maatwerk Generieke maatregelen nemen niet alle individuele knelpunten weg. Daarom denken we na over de noodzaak van een noodfonds energielasten (maatwerkbudget). Met dit noodfonds kan maatwerk geleverd worden aan inwoners die financieel fors in de problemen zijn gekomen. Bijvoorbeeld mensen die vanwege het gebruik van medische apparatuur, reumatische aandoeningen of een andere chronische ziekte extra energie verbruiken en daarvoor onvoldoende compensatie krijgen (zie bijlage beantwoording Kamervragen op 18 oktober 2022).
Ook valt te denken aan inwoners in lopende schuldregelingen die vanwege de energiekosten niet meer kunnen rondkomen van het vrij te laten bedrag en waardoor de schuldregeling dan moet worden beëindigd (normaal betekent een nieuwe schuld het einde van een traject). Dit is niet acceptabel. Ook zullen wij vanuit de vroegsignalering van betalingsachterstanden de signalen (nog) sneller moeten gaan oppakken om verdere (problematische) schulden te voorkomen.
Uiteraard hebben we de individuele bijzondere bijstand nog als instrument achter de hand, maar deze kent andere beoordelingscriteria.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: -
Kamerbrief van 20 september 2022 aanvullende maatregelen energierekening;
Antwoorden op Kamervragen over bericht: ‘chronisch zieken hebben weinig baat bij het prijsplafond’ d.d. 18 oktober 2022.
Pagina 8 van 8
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
Datum Betreft
20 september 2022 Kamerbrief aanvullende maatregelen energierekening
Geachte voorzitter, In de Miljoenennota presenteert het kabinet een uitzonderlijk groot pakket aan koopkrachtmaatregelen dat vooral gericht is op het versterken van de inkomenspositie van mensen om de negatieve effecten van de hoge energieprijs te dempen.1 De recente voorstellen van de Europese Commissie bieden meer ruimte dan voorheen om direct in te grijpen op de energierekening.2 Dit heeft er toe geleid dat het kabinet in deze brief voorstellen doet voor onder andere het instellen van een tijdelijk prijsplafond voor energie. Deze voorstellen zijn grotendeels in aanvulling op het koopkrachtpakket uit de Miljoenennota, waarbij het kabinet de gereserveerde middelen voor de verlaging energiebelasting in 2023 wil aanwenden voor dit voorstel. Via deze brief informeer ik u daarom in samenhang met de Miljoenennota over deze voorstellen, mede namens de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Economische Zaken en Klimaat, de ministers voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, Klimaat en Energie en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst.
De brief start met het voornemen van dit kabinet tot het instellen van een tijdelijk prijsplafond en de samenwerking met energieleveranciers. Het kabinet is de energieleveranciers erkentelijk voor de constructieve samenwerking om tot uitwerking van dit pakket te komen. Vervolgens leest u op welke manier het kabinet huishoudens wil ondersteunen door het voorkomen van afsluitingen bij ernstige betalingsproblemen deze winter, het bevorderen van vaste energiecontracten, het in 2022 mogelijk maken van het uitkeren van de extra energietoeslag en de inzet van flankerend beleid. Daarnaast worden de mogelijkheden voor een specifieke subsidieregeling voor het energie-intensieve MKB onderzocht. De brief sluit af met een paragraaf over de dekking van de voornemens. Voor de Algemene Financiële Beschouwingen zullen de betrokken ministers met een nadere precisering van de voorstellen komen.
1 Graag verwijs ik voor een nadere toelichting op dit koopkrachtpakket naar de brief van de
minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van vandaag. 2 Graag verwijs ik voor een nadere analyse en appreciatie van deze voorstellen naar de brief van de Minister voor Klimaat en Energie van vandaag.
Pagina 1 van 11
Tijdelijk tariefplafond De afgelopen maanden hebben laten zien dat, naast de enorme stijging van de energieprijzen, ook de schommelingen op de energiemarkt ongekend groot zijn.
Huishoudens weten daardoor niet waar zij aan toe zijn, mede omdat er momenteel weinig mogelijkheden zijn voor het afsluiten van vaste energiecontracten. Het kabinet wil zekerheid bieden aan huishoudens. Om die reden is er in de Miljoenennota reeds een bedrag gereserveerd voor de uitwerking van gerichte compensatie via de energierekening.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Sinds het voorjaar heeft het kabinet gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van energieleveranciers over de mogelijkheden om de energierekening te verlagen voor een afgebakende groep kwetsbare huishoudens. In die gesprekken is aanvankelijk geconcludeerd dat het in 2023 alleen mogelijk zou zijn om via de energieleveranciers de energierekening met een vast bedrag of een vast bedrag per m3 of kWh te verlagen. Deze zoektocht naar een gerichte compensatie via de energieprijs begon binnen de kaders van de Europese beperkingen voor ingrijpen in de markt. In normale tijden is prijsregulering in een geliberaliseerde energiemarkt alleen toegestaan wanneer deze gericht is op kwetsbare huishoudens. In augustus was de conclusie van deze verkenning dat gerichte compensatie via de energierekening voorlopig niet goed uitvoerbaar is. Met inachtneming van die beperking, hadden zowel kabinet als leveranciers toen een voorkeur voor het verlagen van de energierekening via de Energiebelasting.
De recente voorstellen van de Europese Commissie bieden meer mogelijkheden dan voorheen om in te grijpen in de energiemarkt. In dit licht heeft het kabinet dan ook met interesse kennisgenomen van het voorstel van de Partij van de Arbeid en GroenLinks om een generiek prijsplafond op energie te introduceren.
Het kabinet wil een tariefplafond introduceren met een maximumtarief voor elektriciteit en/of gas3 dat geldt tot een bepaald verbruik. Boven deze grens blijft de marktprijs van toepassing, waardoor de prikkel tot energiebesparing boven de grens intact blijft. Deze eis wordt ook door de Europese Commissie aan een generiek prijsplafond gesteld. Zo’n prijsplafond heeft als voordeel dat het risico op een verdere prijsstijging voor een afgebakend deel van het verbruik niet voor rekening komt van de afnemer, maar voor de overheid. Dit brengt rust voor huishoudens. Een prijsplafond heeft ook nadelen. Ook huishoudens die de hogere lasten kunnen dragen, hebben profijt van het prijsplafond. Daarnaast kan een prijsplafond de prikkel voor energiebesparing beperken, terwijl dit noodzakelijk blijft gegeven de schaarste van gas, de verduurzamingsopgave en om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. De afgelopen dagen hebben alle energieleveranciers bevestigd dat het invoeren van een tijdelijk prijsplafond voor een deel van het energieverbruik van alle huishoudens per 1 januari 2023 ingevoerd kan worden.
Het kabinet ziet een tijdelijk prijsplafond als een stevige waarborg voor een betaalbare energierekening voor huishoudens. De afgelopen weken heeft het kabinet dan ook met prioriteit de mogelijkheid van een generiek prijsplafond verkend en besproken met energieleveranciers. Conclusie is dat het kabinet voornemens is een tijdelijk prijsplafond voor alle huishoudens en voor een deel van het MKB4 verder uit te werken en zo snel mogelijk in te voeren. De exacte invoerdatum is afhankelijk van de uitvoeringsmogelijkheden bij de Er wordt nog bezien hoe de prijs van warmte mee te nemen in het tijdelijk prijsplafond.
Het voornemen is om aan te sluiten bij de bedrijven die ook recht hebben op belastingvermindering in de energiebelasting. 3 4
Pagina 2 van 11
energieleveranciers en de beoogde uitvoerder van een compensatieregeling, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, (RVO). Het kabinet gaat op dit moment uit van invoering per 1 januari 2023. Energieleveranciers hebben daarnaast aangegeven een tussenvariant te kunnen uitvoeren vanaf 1 november.
Hierdoor wordt een tariefplafond gesimuleerd, maar dit werkt in de uitvoering bij leveranciers anders. Bij deze tussenvariant wordt er voor de maanden november en december een bedrag ter verlaging van de termijnbedragen verwerkt. Ook dit wordt op korte termijn uitgewerkt. Vanzelfsprekend zal daarbij gekeken worden naar de uitvoerbaarheid in nauw overleg met de energieleveranciers en met beoogd uitvoerder RVO.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
De precieze vormgeving van het tijdelijke prijsplafond wordt momenteel nog verder uitgewerkt met de sector. Daarbij zijn variaties denkbaar in de hoogte van het tarief waarop het tijdelijke plafond wordt vastgesteld, tot welk energieverbruik het prijsplafond zal gelden en hoe lang dit plafond in stand blijft.
Het kabinet wil de volumegrens zo kiezen dat alle huishoudens met een hoge energieprijs voordeel hebben van het plafond. Daarbij is de inzet dat minimaal de helft van de huishoudens wat betreft verbruik volledig onder het tariefplafond valt als zij blijvend een inzet doen op besparing in hun energieverbruik. Hiertoe stelt het kabinet een volumegrens van 1200m3 voor gas en 2400KWh voor elektriciteit voor. De keuzes en de verdere ontwikkeling van de energieprijzen zullen bepalend zijn voor de kosten van deze maatregel voor de overheid.
Een inschatting van de gemiddelde inkoopprijs voor gas op de groothandelsmarkt voor het jaar 2023 is 1,71 euro (19 september, kwartaalgemiddelde 2023) en voor elektriciteit is dit nu 40 cent per kWh. Daar komen de opslagen zoals de nettarieven, energiebelasting en BTW bovenop en de marge voor de energieleverancier. De inkoopprijs en de opslagen samen vormen het marktarief.
De huidige inschatting is dat het markttarief voor huishoudens in 2023 zonder plafond rond de 3 euro per kuub gas uitkomt en de prijs voor elektriciteit iets onder een euro. De markt is echter zeer volatiel. Dit is op dit moment de beste inschatting, maar kan snel veranderen. Huishoudens hebben pas daadwerkelijk zekerheid als het niveau van het prijsplafond is uitgewerkt. Het kabinet denkt voor het markttarief aan een tariefplafond van maximaal 1,50 euro voor gas en 70 cent voor elektriciteit. Mocht de ontwikkeling van de prijs voor gas of elektriciteit meevallen voor vaststelling van het plafond later deze maand, kunnen de plafonds nog worden verlaagd. Het prijsplafond voor gas wordt maximaal verlaagd tot 1,20 per kuub gas. Onder deze onzekere aannames krijgt een huishouden met een energieprijs volgens verwachting in 2023 en een gebruik rond het gemiddelde of hoger, een korting van 2280 euro per jaar. Maar belangrijker is dat huishoudens de zekerheid hebben over de prijs voor dit energieverbruik.
Hierbij is een belangrijke overweging dat het plafond er niet toe moet leiden dat de verduurzamings- en besparingsprikkel wegvalt. Tevens is relevant dat het tijdelijke prijsplafond zal bestaan naast het koopkrachtpakket ter ondersteuning van lage en middeninkomens. Het plafond dient dus vooral om de resterende onzekerheid te beperken, maar zal niet de gehele stijging van de energieprijzen ongedaan maken. Tot slot moeten energieleveranciers gecompenseerd worden voor de kosten die gemaakt worden bij het uitvoeren van het prijsplafond. Dat vergt een adequate compensatieregeling, om te voorkomen dat leveranciers in financiële problemen komen of worden overgecompenseerd. Dit alles vraagt veel van betrokken partijen bij de uitvoering van dit plan.
Pagina 3 van 11
Over de verdere uitwerking zal op korte termijn nadere besluitvorming plaatsvinden. Het uitwerken van een tijdelijk prijsplafond heeft voor het kabinet momenteel de hoogste prioriteit. Vanzelfsprekend moet dit in nauw overleg gebeuren met de energieleveranciers en met beoogd uitvoerder RVO. Hiertoe hebben deze partijen allen de bereidheid uitgesproken om samen aan de slag te gaan om de maatregel de komende weken verder vorm te geven en tijdig in de startblokken te zetten om dit strakke tijdpad waar te maken. Binnen twee weken komt het kabinet met een uitgewerkt voorstel. Dan wordt ook gekeken of er aanvullende maatregelen voor Caribisch Nederland nodig zijn.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Niet afsluiten De combinatie van de maatregelen uit de Miljoenennota en een tijdelijk prijsplafond zullen alle huishoudens gaan merken in hun portemonnee.
Desondanks zullen er huishoudens zijn die de komende winter in de knel dreigen te komen door de hogere energieprijzen. Het kabinet wil dat huishoudens deze winterperiode niet worden afgesloten als gevolg van financiële problemen en het daardoor niet kunnen betalen van de energierekening. Daarbij blijft uitsluitend ruimte voor contractopzegging, en daaropvolgend afsluiting door de netbeheerder, in gevallen van fraude, weigering om mee te werken of bij veiligheidsrisico’s. In gesprekken met energieleveranciers kwam naar voren dat deze intentie breed wordt gedeeld. Dit vraagt uiteraard een gezamenlijke verantwoordelijkheid en inspanning op korte termijn vanuit huishoudens, energieleveranciers en de overheid.
Daarom werkt het kabinet momenteel aan een afspraak over een tijdelijke verbreding van de situaties waarin energieleveranciers gedurende de komende winterperiode het contract niet mogen opzeggen. Op dit moment mag een energieleverancier bij een kwetsbare consument, bijvoorbeeld met gezondheidsrisico’s en/of een consument die heeft verzocht om schuldhulpverlening, niet het contract opzeggen gedurende de winterperiode (1 oktober – 1 april). Ook zijn enkele inspanningsverplichtingen voor energieleveranciers voorgeschreven, zoals een verplichting tot het leggen van contact met de verbruiker. Voor de periode van 1 oktober 2022 tot 1 april 2023 is het kabinet voornemens om afsluitingen ook in het geval van ernstige betalingsproblemen uit te sluiten, waarbij er een aanvullende inspanningsverplichting voor de leveranciers geldt om een aanbod te doen tot het treffen van een coulante betalingsregeling. Consumenten dienen naast hun recht op bescherming dan ook hun verantwoordelijkheid te nemen door tijdig contact op te nemen met de energieleverancier en waar mogelijk te voldoen aan de energierekening, zo nodig met medewerking aan een aangeboden betalingsregeling of schuldhulpverlening . De minister voor Klimaat en Energie zal bezien of en hoe dit wordt verwerkt in de Regeling afsluitbeleid onder de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.
De betalingsregeling die getroffen wordt biedt perspectief op het kunnen verhalen van de gemaakte kosten, maar vereist wel dat de energieleverancier gedurende de komende periode meer kosten maakt dan dat er betalingen worden gedaan.
Naast bovenstaand uitbreiding van de situaties waarin het contract niet mag worden opgezegd is daarom een vangnet vanuit de overheid aan de energieleveranciers potentieel nodig zodat tijd geboden wordt om de ontstane betalingsachterstand weg te werken en de liquiditeitspositie van de energieleveranciers tussentijds te waarborgen. Het Kabinet zal de komende tijd in Pagina 4 van 11
overleg met de energieleveranciers uitwerken of en hoe een dergelijke overbruggingsfaciliteit nodig is om de liquiditeitspositie van leveranciers te borgen waarbij ook wordt gekeken naar de effecten van het tariefplafond en het noodfonds. In de uitwerking wil het kabinet er wel zorg voor dragen dat reguliere bedrijfsvoeringrisico’s bij energieleveranciers blijven liggen. Zo nemen kabinet en energieleveranciers beiden hun eigen verantwoordelijkheid om afsluitingen in deze winterperiode te voorkomen.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Het kabinet heeft reeds in de Miljoenennota een bedrag van 50 miljoen euro gereserveerd voor opschaling van de bestaande pilot met een noodfonds. Dit noodfonds is een gezamenlijk initiatief van energieleveranciers en de overheid en wordt gezamenlijk gevuld. Het noodfonds heeft tot doel te voorkomen dat kwetsbare huishoudens met een betalingsachterstand grote schulden opbouwen.
Opzet van het noodfonds is dat het fonds een deel van de energierekening van kwetsbare huishoudens die met afsluiting worden bedreigd voor maximaal de winterperiode uitkeert aan de energieleveranciers. Concreet betekent dit dat de energieleverancier de mogelijkheden voor maatschappelijk verantwoorde incasso heeft benut. Dit betekent dat de energieleverancier eerst een coulante betalingsregeling heeft aangeboden en gepoogd het huishouden thuis te bereiken.
Als deze stappen onvoldoende soelaas bieden, kunnen huishoudens eventueel bij het noodfonds terecht. Huishoudens waarvoor dit niet voldoet, bijvoorbeeld omdat er sprake is van meervoudige schuldenproblematiek, worden doorverwezen naar bestaande schuldhulproutes bij de gemeente.
Inzet van het kabinet is vanzelfsprekend om via verschillende maatregelen uit de Miljoenennota en deze brief te voorkomen dat huishoudens in betalingsproblemen komen en een beroep moeten doen op het noodfonds. Het kabinet realiseert zich namelijk ten zeerste dat betalingsproblemen tot groot persoonlijk leed kunnen leiden. Het beperken van het beroep op het noodfonds is dus primair vanuit burgerperspectief belangrijk. Een noodfonds heeft ook vanuit andere perspectieven nadelen. Zo kan het tot calculerend gedrag bij huishoudens en energieleveranciers leiden, kunnen risico’s op het fonds worden afgewenteld, kan het een aanzuigend effect hebben en moet worden voorkomen dat het leidt tot terugvorderingen bij burgers. Een noodfonds kan bovendien (te) veel vragen van de uitvoering. Het kabinet werkt daarom de komende weken randvoorwaarden uit waaraan moet zijn voldaan om aanspraak te maken op het noodfonds, zodat het noodfonds enkel wordt ingezet als een laatste vangnet voor kwetsbare huishoudens voordat zij verwezen worden naar een schuldhulpverleningstraject en niet als een generieke oplossing. Door de invoering van een tijdelijk prijsplafond wordt de druk op een vangnet minder.
Het kabinet is met leveranciers in gesprek om dit samenhangende pakket verder uit te werken zodat dit zo spoedig mogelijk in werking kan treden. De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en de minister voor Klimaat en Energie houden bij de uitwerking en verkenning de genoemde aandachtspunten bij een noodfonds in het oog en gaan graag met de Kamer in gesprek over de dilemma’s.
Vaste contracten De afgelopen maanden is het aanbod van vaste energiecontracten vrijwel volledig opgedroogd, waardoor huishoudens gevoeliger zijn geworden voor de marktontwikkelingen bij hun energierekening. Het kabinet hecht eraan dat ook gedurende deze onzekere tijden met hoge prijzen huishoudens duidelijkheid
Pagina 5 van 11
kunnen krijgen over wat hun rekening zal zijn, zodat ze daar ook naar kunnen handelen. Daarom heeft de minister voor Klimaat en Energie met de leveranciers afgesproken dat er weer vaste contracten in de markt zullen worden aangeboden in 2023, wanneer de ACM regels omtrent de opzegvergoeding voor vaste contracten vaststelt, die beter aansluiten bij de reële restwaarde van het contract. Zoals door de minister voor Klimaat en Energie toegezegd in het Commissiedebat Gasmarkt en Leveringszekerheid van 15 september, zal hij de Kamer hierover nog nader informeren.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Compensatie energie-intensief MKB en overige sectoren Niet alleen huishoudens worden geconfronteerd met hoge energierekeningen. Ook veel MKB-ondernemers staan voor onverwacht hoge energielasten en maken zich zorgen over hoe het verder moet met hun bedrijf. Het kabinet onderkent de moeilijke situatie waar deze ondernemers zich in bevinden. Soms kunnen zij deze hogere kosten doorberekenen in hun prijzen. Zo komen de kosten voor een groot deel terug bij de consument, dit zien we in de inflatie. Dit is dan ook de reden dat het kabinet een omvangrijk pakket met koopkracht maatregelen aangekondigd heeft. Toch zijn er ook ondernemers waar dat niet of maar beperkt mogelijk is. Zo hebben sommige ondernemers te maken met langlopende contracten met hun klanten waardoor ze hun prijzen niet kunnen verhogen. Het kabinet wil bedrijven die het nodig hebben daarom helpen met liquiditeitsversterking en verduurzaming. Dat geeft MKB-ers de ruimte zich aan te passen aan de huidige situatie en beter toegerust te zijn op de toekomst.
Het tijdelijke prijsplafond zal ook voor een deel van de ondernemers helpen en afhankelijk van het gebruik een (klein) deel van de prijsstijging dempen.
Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheden voor de introductie van een specifieke subsidieregeling voor de energiekosten voor het energie intensieve MKB. Voor de uitvoering van een dergelijke specifieke subsidieregeling is de minister van Economische Zaken en Klimaat in gesprek met energieleveranciers.
Daarnaast stimuleren we investeringen van bedrijven in verduurzaming middels ophoging van diverse instrumenten met het oog op de langere termijn. Concreet geldt dat het kabinet extra middelen beschikbaar stelt voor de Energieinvesteringsaftrek (EIA), willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) en Milieu-investeringsaftrek (MIA). Tevens heeft het kabinet voor de zomer besloten op korte termijn de Borgstelling MKB-groen te publiceren waarbij financiers een hogere garantie kunnen krijgen dan bij de reguliere BMKB bij de financiering van verduurzaming van het MKB. Ook zorgt het kabinet voor versterking van de liquiditeitspositie bij bedrijven doordat we overheidsgaranties verschaffen op leningen (via de BMKB en de GO). Verder onderzoekt het kabinet in lijn met de motie Amhaouch wat de mogelijkheden zijn om met hogere garantiepercentages te werken bij deze garantieregelingen.
Flankerend beleid Naast koopkrachtmaatregelen via de toeslagen en belastingen, bevat de Miljoenennota ook enkele flankerende maatregelen. Om te voorkomen dat mensen in de kou komen te zitten, zet het kabinet, samen met medeoverheden, ook extra in op preventie, het tijdig signaleren van problematische situaties en goede schuldhulpverlening. Hierbij vormt schuldhulpverlening echt het sluitstuk.
Preventie & energiebesparing
Pagina 6 van 11
De ambitie van alle partijen (kabinet, decentrale overheden, energieleveranciers) is om energiebesparing en verduurzaming te versnellen. De partijen bundelen de krachten om huishoudens van advies over energiebesparing en laagdrempelige energiebesparende maatregelen te voorzien en ze hierbij ook praktisch te ondersteunen, onder meer door de inzet van lokale fixbrigades en energiecoaches. Vroegsignalering en energiebesparing zijn hierbij geen gescheiden trajecten. Samen met energieleveranciers, gemeenten, corporaties en brede coalitie van maatschappelijke organisaties wil het kabinet juist voor de kwetsbare groep huishoudens doen wat voor de winter al kan. Aanvullend verbeteren we de financierings- en subsidiemogelijkheden om verduurzaming verder te versnellen. Zo komt er per 1 november 2022 de mogelijkheid voor huishoudens met een verzamelinkomen tot 45.014 euro om een energiebespaarlening bij het Warmtefonds af te sluiten met 0% rente. Voorts wordt de subsidieregeling voor verhuurders verbreed, zodat ook particuliere verhuurders een prikkel krijgen meer tempo te maken met het vervangen van enkel glas en aanbrengen van spouwmuurisolatie waar dat nog niet is gebeurd.
Voor de versnelling van structurele isolatiemaatregelen via het Nationaal Isolatieprogramma maakt het kabinet in de Miljoenennota 300 miljoen euro extra vrij op de begroting van BZK. Ook werkgevers kunnen met een werkgeversbijdrage voor verduurzamingsmaatregelen hun werknemers hierbij actief bijstaan.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Daarnaast voelen de verschillende partijen die betrokken zijn ook de urgentie om huishoudens bewuster te maken van hun energiegebruik en de mogelijkheden die er zijn om energie te besparen. Het kabinet vraagt bedrijven en huishoudens om hun energieverbruik zo veel mogelijk te beperken. In veel gevallen zijn huishoudens en bedrijven daar al mee bezig. Zo wordt in veel woningen en kantoren de thermostaat lager ingesteld. En we zien dat het aantal subsidieaanvragen voor spouwmuurisolatie, warmtepompen en zonneboilers in de afgelopen maanden is verdubbeld. Maar vaak kan er nog meer en is het mogelijk om met relatief kleine ingrepen de maandelijkse energielasten verder te verlagen.
Het Rijk is in het voorjaar de campagne ‘Zet ook de knop om’ gestart. Binnenkort start het vervolg van deze campagne. De campagne gaat niet alleen over besparen, maar geeft ook meer informatie over waar je terecht kunt bij vragen over het betalen van je energierekening.
Om mensen door te verwijzen naar de juiste hulp zet het kabinet daarnaast de volgende stappen door diverse subsidies een impuls te geven van in totaal 5 miljoen euro. Allereerst ontvangt De Nederlandse Schuldhulp Route (NSR) in 2022 een extra financiële impuls. In samenwerking met SchuldenlabNL, en tal van maatschappelijke partijen, waaronder vrijwilligersorganisaties, zorgt de NSR dat huishoudens meer inzicht krijgen in hun financiële positie. Daarnaast verhoogt de NSR de capaciteit bij de hulplijn 0800-8115 van Geldfit, zodat de hulplijn ook bij veel extra hulpvragen bereikbaar blijft. Daarnaast moeten er voldoende (lokale) vrijwilligers beschikbaar zijn voor mensen die hulp nodig hebben. Vrijwilligers dienen voldoende toegerust te zijn op deze taak. In samenwerking met bijvoorbeeld het Nibud stelt het kabinet daarom een opleidingspakket en toolbox beschikbaar.
Vroegsignalering Onderdeel van het voorkomen van afsluiting, is het tijdig signaleren van problematische situaties (vroegsignalering). Hiervoor gebruiken energieleveranciers in hun incassoproces de maandelijkse vroegsignalering Pagina 7 van 11
richting gemeenten op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (zoals die op 1 januari 2021 geldt). Energieleveranciers en gemeenten hebben samen geconcludeerd dat er nog veel winst te behalen is bij het sturen en verwerken van signalen. Energieleveranciers gaan vaker en informatierijkere signalen sturen en gemeenten gaan gerichter interventies plegen. Gemeenten ontvangen in 2022 in totaal 35 miljoen euro aan incidentele middelen om zowel via vroegsignalering als via de bijzondere bijstand gerichte hulp aan te bieden.
Deze middelen zijn onderdeel van de ontwerpbegroting 2023 van het Gemeentefonds. Daarnaast stelt het kabinet als onderdeel van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden in de Miljoenennota structureel 40 miljoen euro beschikbaar voor het versterken van de gemeentelijke dienstverlening. Deze middelen zijn onderdeel van de ontwerpbegroting 2023 van SZW. Het kabinet is zowel over de incidentele als de structurele middelen nog met gemeenten in gesprek over de wijze van waarop de middelen worden toegekend en de verdeling van de middelen over gemeenten.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Wanneer de (noodzakelijke) uitgaven van huishoudens het besteedbaar inkomen niet overstijgen, kan bovendien hulp bij budgettering zinvol zijn in ondersteuning van huishoudens met betalingsproblemen. Om die reden worden als onderdeel van de hiervoor genoemde aanpak budgetteringsvraagstukken en ondersteuning verder uitgewerkt. Daarbij wordt de verkenning van afgelopen zomer, waarbij is geïnventariseerd wat er nodig is om een Nationale Budgetservice in te richten, benut. De Nationale Budget Service kan gezien worden als een doorontwikkeling van het reeds bestaande Vaste Lasten Pakket. Met een dergelijk pakket worden betalingen voor diverse vaste lasten centraal geregeld, zoals woonlasten, zorgverzekering, energie, water, mobiele telefoon, TV en internet en WA- en inboedelverzekering en weten de deelnemers wat ze de rest van de maand kunnen besteden.
Schuldhulpverlening Als de preventieve hulp niet toereikend is, moeten mensen met problematische schulden altijd terecht kunnen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Hulp aan mensen die al in de schuldhulpverlening zitten mag niet worden beëindigd.
Daarover bestaat géén discussie. Het kabinet wil deze inzet vastleggen in (bestuurlijke) afspraken met de VNG en NVVK met de strekking: géén enkele schuldregeling wordt opgezegd als mensen door energiekosten niet langer een sluitende begroting hebben. Hierbij hoort ook dat saneringskredieten veel vaker kunnen worden ingezet dan nu het geval is. Het saneringskrediet als onderdeel van een collectieve schuldregeling – waarbij in samenspraak met schuldeisers een groot deel van de schuldenlast wordt kwijtgescholden met een aflosbare restschuld voor de burger - is een zeer effectieve methode om problematische schulden op te lossen. Van belang bij het saneringskrediet is het Waarborgfonds.
Dit is een fonds dat het financiële risico afdekt dat gemeenten lopen als mensen hun saneringskrediet niet meer kunnen aflossen. Het kabinet meent dat het Waarborgfonds niet alleen veel beter (vaker) moet worden benut, maar ook breder kan worden ingezet. Er wordt verkend op welke wijze het Waarborgfonds voor die aanvullende doeleinden kan worden ingezet en hoeveel budget hiervoor nodig is. Dit wordt gefinancierd uit een reservering in de ontwerpbegroting van SZW van 75 miljoen euro voor flankerend beleid in 2023. Voor dergelijk maatwerk kunnen gemeenten in 2022 ook de hierboven genoemde incidentele 35 miljoen euro aanvullende middelen voor vroegsignalering en voor bijzondere bijstand. Het kabinet is nog met gemeenten in gesprek over de wijze waarop de middelen worden toegekend en de verdeling van de middelen over gemeenten.
Pagina 8 van 11
Tot slot is onlangs een kennis- en ondersteuningsprogramma energiearmoede van TNO gestart, waarbij de ministeries van EZK, SZW en BZK en een aantal provincies nauw bij zijn betrokken. Dit programma helpt decentrale overheden en het Rijk om meer inzicht te krijgen in welke aanvullende maatregelen effectief zijn voor welke doelgroep. De cijfermatige onderbouwing voor dit onderzoek komt van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De eerste monitor energiearmoede van het CBS wordt in november verwacht. De minister voor Klimaat en Energie zal deze monitor aan de Tweede Kamer aanbieden. Hiermee wordt ingegaan op de motie-Stoffer/Maatoug (36 064, nr.8).
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Energietoelage in 2022 Het kabinet heeft als prioriteit om mensen met laag inkomen te ondersteunen bij het voldoen aan de energierekening. Hiervoor is onder andere de Wetswijziging eenmalige energietoeslag 2022 tot stand gekomen. De energietoeslag bedraagt voor het jaar 2022 1300 euro voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om in 2023 nogmaals 1300 euro aan deze doelgroep uit te keren. Dit is opgenomen in de Miljoenennota. Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, bieden we gemeenten de mogelijkheid om 500 euro hiervan al in 2022 uit te keren.
Gemeenten hebben onder de huidige wetgeving de tijd om de toeslag tot 1 juli 2023 uit te keren5. De begroting voor het Gemeentefonds zal hier op worden aangepast. Van de 1,4 miljard euro voor 2023 is het kabinet voornemens om met een incidentele suppletoire begrotingswet (ISB) 500 miljoen euro naar 2022 te schuiven, waardoor er 900 miljoen euro in 2023 overblijft.
De Rechtbank Gelderland heeft in augustus een uitspraak gedaan over de energietoeslag aan studenten. Als reactie op deze uitspraak blijft het kabinet bij het standpunt dat studenten als groep niet in aanmerking komen voor de categoriale bijzondere bijstand. Hun woonsituatie is zeer divers, wat doorwerkt in de energiekosten. Daarmee ondervinden niet alle studenten in dezelfde mate gevolgen van de stijgende energieprijzen. Dit laat onverlet dat individuele studenten wel in ernstige financiële problemen kunnen komen als gevolg van de stijgende prijzen. Studenten kunnen in die gevallen terecht bij de individuele bijzondere bijstand. Het kabinet stelt een bedrag van 35 miljoen euro beschikbaar voor de uiterste gevallen waarin dit nodig is. Van dit totale bedrag is reeds 15 miljoen euro onderdeel van de ontwerpbegroting van het Gemeentefonds, de overige 20 miljoen euro wordt per ISB 2022 aan het Gemeentefonds toegevoegd.
Over de wijze van toekenning en de verdeling van de middelen gaat het kabinet nog in overleg met gemeenten. Uit de uitspraak van de Rechtbank Gelderland volgt dat de individuele bijzondere bijstand dan een redelijk alternatief moet bieden voor de eenmalige energietoeslag. Aangezien de voorwaarden voor de energietoeslag per gemeente kunnen verschillen is niet in algemeen te stellen wat een redelijk alternatief is. Wel is, gezien de diversiteit in woonsituatie, het hebben van een energiecontract op naam een redelijke, aanvullende voorwaarde die gemeenten kunnen stellen. Hiermee wordt voorkomen dat studenten een beroep doen op de toeslag, terwijl ze niet onder de doelgroep vallen. Over de verdere uitwerking hiervan wordt u nader geïnformeerd door de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen in samenspraak met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in de reactie op de gestelde Kamervragen en moties betreffende de energietoeslag.
Het kabinet reageert separaat op de gestelde Kamervragen en moties betreffende de energietoeslag. 5
Pagina 9 van 11
Dekking en budgettaire verwerking Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Toch wil het kabinet geen forse rekening neerleggen bij toekomstige generaties. Ook de kosten van de in deze brief genoemde maatregelen, zoals het tijdelijke prijsplafond en de mogelijke maatregelen voor het MKB, zullen worden gedekt. In de Miljoenennota is voor het tijdelijke prijsplafond en het noodfonds al een reservering opgenomen.
De exacte kosten zijn vanzelfsprekend zeer afhankelijk van de vormgeving van het tijdelijke prijsplafond en de daadwerkelijke prijsontwikkeling op de energiemarkten gedurende 2023. Hiervoor zal het kabinet in eerste instantie de middelen voor verlaging energiebelasting in 2023 (kosten 5,4 miljard euro) uit de Miljoenennota aanwenden. Dit ligt voor de hand gezien het doel en de doelgroepen vergelijkbaar zijn. De Europese Commissie doet voorstellen voor een inframarginale prijscap waardoor inkomsten kunnen worden afgeroomd en een solidariteitsbijdrage van fossiele energieproducten. De in de Miljoenennota aangekondigde mijnbouwheffing sluit aan bij deze solidariteitsheffing en is al ingezet voor het koopkrachtpakket. Ten aanzien van de inframarginale prijscap heeft het kabinet nog onvoldoende inzicht of, en zo ja hoeveel, deze extra middelen zal opleveren en op welke manier de cap wordt uitgewerkt. Indien de opbrengsten van de hierboven genoemde maatregelen onvoldoende blijken, dan zal de resterende dekkingsopgave voor de maatregelen in deze brief in het voorjaar ingevuld worden.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
Om de voorgenomen maatregelen budgettair te verwerken en uit te kunnen voeren dient het kabinet op korte termijn en in samenhang met de uitgewerkte voorstellen de noodzakelijke begrotingswetten in bij de Tweede Kamer voor parlementaire behandeling, te weten incidentele suppletoire begrotingswetten over het begrotingsjaar 2022 en nota’s van wijziging op de ontwerpbegrotingen 2023. Gezien de grote zorgen over de koopkracht en de snelle gewenste invoering van de voorgenomen maatregelen vraagt het kabinet om spoedige parlementaire behandeling van de incidentele suppletoire begrotingswetten 2022.
Een tijdelijk prijsplafond zal als waarborg voor een betaalbare energierekening een waardevolle verbetering van het koopkrachtpakket uit de Miljoenennota zijn.
Het biedt rust en zekerheid voor huishoudens. Het voorkomt ook dat er steeds aanvullende losse koopkrachtmaatregelen genomen moeten worden bij sterke prijsschommelingen. Het plafond geeft daarmee ook rust in de besluitvorming.
Dat neemt niet weg dat de eerlijke boodschap blijft dat het kabinet niet alle pijn kan wegnemen. We zullen minder te besteden hebben door de hogere energieprijzen. Met het koopkrachtpakket in de Miljoenennota en de aanvullende energiemaatregelen wil het kabinet voorkomen dat mensen in de kou komen te zitten omdat stoken te duur wordt en voorkomen dat gezinnen de keuze moeten maken tussen de energierekening betalen of brood voor het ontbijt kopen.
Tot slot, de urgentie is groot en snelheid is noodzakelijk. In die tijdsklem wil het kabinet nog steeds de mogelijke zorgvuldigheid betrachten, bijvoorbeeld om de juridische en uitvoeringstechnische consequenties en risico’s in beeld te krijgen.
Dit omdat mensen niets hebben aan beloftes die geen stand houden. De gewenste snelheid legt echter forse beperkingen op aan de mate van gerichtheid en complexiteit die uitvoerbaar is. Dat betekent dat er onherroepelijk situaties zullen voorkomen van over- of ondercompensatie. Het kabinet is zich er terdege van bewust dat er voorbeelden zullen ontstaan van bedrijven, huishoudens of mogelijk energieleveranciers die meer compensatie ontvangen dan strikt Pagina 10 van 11
genomen wenselijk is. Dat risico moeten we in deze situatie bereid zijn te nemen. Het kabinet gaat graag met de Kamer in gesprek over dilemma’s en risico’s en de verdere uitwerking van de voornemens in deze brief. Voor de Algemene Financiële Beschouwingen wil het kabinet met een nadere precisering van de contouren van de aanvullende energiemaatregelen komen.
Directie Algemene Financiële en Economische Politiek Ons kenmerk
De minister van Financiën,
Sigrid A.M. Kaag
Pagina 11 van 11
Antwoorden op Kamervragen over het bericht Chronisch zieken hebben weinig baat bij het prijsplafond: ‘Het voelt als een oneerlijke strijd’ Minister Helder (Langdurige Zorg en Sport) geeft antwoord op vragen over het bericht Chronisch zieken hebben weinig baat bij het prijsplafond: ‘Het voelt als een oneerlijke strijd’.
De Tweede Kamerleden Agema en Kops (beiden PVV) hebben de vragen gesteld.
Conny Helder
18 oktober 2022 Kamerstuk: kamervraag
•
chronisch-zieken
Vraag 1 Wat is uw reactie op het bericht 'Chronisch zieken hebben weinig baat bij het prijsplafond: ‘Het voelt als een oneerlijke strijd’'?
NRC, 4 oktober 2022, 'Chronisch zieken hebben weinig baat bij het prijsplafond: ‘Het voelt als een oneerlijke strijd’'. 1 Antwoord vraag 1 Het is schrijnend om te lezen hoe deze mevrouw met een spierziekte wordt geraakt door de energiecrisis en dat de hoge energiekosten haar terughoudend maken om de hulpmiddelen te gebruiken die zij nodig heeft voor haar dagelijks functioneren. Chronisch zieke mensen hebben het in deze tijd extra moeilijk. Steunmaatregelen zoals het prijsplafond stellen wij juist voor onze kwetsbare huishoudens, waaronder ook chronisch zieken.
Vraag 2 Bent u bereid tot een extra compensatie zoals bijvoorbeeld een hoger prijsplafond voor de (werkende) chronisch zieken en mensen met een levenslange beperking die door hun aandoening een zeer hoog energieverbruik hebben? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 2 Na een eerder pleidooi van uw Kamer om ruimhartiger te compenseren, is het prijsplafond door het kabinet opgehoogd van 2400 kwh naar 2900 kwh. De genoemde groep is een goed voorbeeld waarom dit kabinet ervoor kiest om het prijsplafond op te hogen. We doen dit met het oog op onze meest kwetsbaren. Ook de genoemde groep zal van de verruiming profiteren.
Helaas is het binnen de systematiek van een prijsplafond niet mogelijk om verder te differentiëren op specifiek energieverbruik dat bijvoorbeeld gerelateerd is aan hulpmiddelengebruik of hoge stookkosten gerelateerd aan een aandoening.
Vraag 3 Vindt u het acceptabel dat mensen met bijvoorbeeld een spierziekte of mensen die door hun levenslange beperking altijd stil zitten en het daardoor snel koud krijgen, de verwarming uit moeten zetten omdat zij bang zijn voor hoge kosten en daardoor stramme en stijve spieren krijgen en het koud hebben? Zo nee, wat gaat u voor hen doen?
Antwoord vraag 3 Met de maatregelen die we op korte termijn treffen zoals het prijsplafond, proberen we juist onze kwetsbare medeburgers tegemoet te komen die moeite hebben met het betalen van de hogere energierekening. We willen daarmee helpen voorkomen dat men de verwarming met het oog op de kosten lager hoeft te zetten, zeker bij mensen van wie de medische situatie vraagt om een warm binnenklimaat.
Daarnaast zijn er gemeenten die voor deze doelgroep in specifieke gevallen een deel van de energiekosten vergoeden vanuit de Bijzondere Bijstand. Dit is afhankelijk van de persoonlijke situatie en daarbij wordt maatwerk geleverd.
Ook zijn er initiatieven van gemeenten en woningcorporaties om slecht geïsoleerde huizen versneld te verduurzamen. Juist deze tijd laat het belang zien van goede duurzame huisvesting voor onze minima en chronisch zieken. Woningaanpassingen en verduurzaming passen daarbij.
Vraag 4 Kunt u aangeven op welke elektrische apparaten u vindt dat energie bespaard kan worden: de elektrische rolstoel, de elektrische tillift, de elektrische deuren, het elektrische hooglaagbed, de elektrische uitzuigapparatuur, de elektrische omgevingsbesturing, de elektrische hoestmachine of wellicht de elektrische beademing? Zo nee, begrijpt u dat deze elektrische apparaten van levensbelang zijn, zorgen voor zelfstandigheid en zelfs zorgmedewerkers uitsparen?
Antwoord vraag 4 De genoemde elektrische apparaten zorgen ervoor dat iemand met een chronische ziekte deel kan nemen aan onze maatschappij en in het dagelijks functioneren zoveel als mogelijk wordt ondersteund. De lijst van elektrische apparaten die er -gelukkig- bestaan voor diverse doelgroepen is nog veel langer. Ik verwijs u mede naar de antwoorden op vraag 5 en 6.
Vraag 5 Kunt u aangeven hoe hoog de energierekening wordt voor iemand met een levenslange beperking en een energieverbruik van meer dan 6.000 kilowattuur per jaar met en zonder het prijsplafond?
Vraag 6 Kunt u aangeven hoe deze chronisch zieken en mensen met een levenslange beperking die werken en niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand deze hoge energierekening moeten gaan betalen?
Antwoord vraag 5 en 6 Ik verwijs u ook naar eerdere antwoorden van de Minister van EZK op Kamervragen23 waarin meerdere doorrekeningen gemaakt zijn van het huidige prijsplafond in specifieke gevallen. Als antwoord op uw vraag 5 en 6 zal de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het parlement informeren over de motie van het Kamerlid Van der Plas c.s. met betrekking tot energiecompensatie voor hogere energiekosten vanwege medische oorzaak. Er is nu geen aparte aanspraak geregeld voor energiekosten vanwege medische oorzaak. Daarom richt een deel van de reeds genomen maatregelen zich primair op de meest kwetsbare huishoudens, zoals het verhogen van de zorg- en huurtoeslag, het verlengen van de energietoeslag van € 1300 en het verhogen van de bijzondere bijstand. Daarnaast kunnen mensen die in betalingsproblemen komen zich melden bij hun gemeente om bijzondere bijstand aan te vragen. Ook heeft het kabinet besloten om in november en december bij alle gebruikers 190 euro in mindering te brengen op de energierekening. Verder is vanuit de Zorgverzekeringswet geregeld dat patiënten voor chronische thuisbeademing, zuurstofapparatuur en thuisdialyse hun stroomkosten rechtstreeks bij de zorgverzekeraar kunnen declareren.
Vraag 7 Bent u bereid deze vragen voor de begrotingsbehandeling van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te beantwoorden?
Antwoord vraag 7 Ja
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.