10 juli 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Aalten

'Taakstelling opvang asielzoekers'

Een raadslid stelde op 10 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten (14 vragen).

In het kort

14 vragen en wat het college antwoordt

  • Kan het college helder uiteenzetten (feitenrelaas) op welke wijze de taakstelling van 200 voor de gemeente Aalten tot stand is gekomen, vanaf de indicatieve verdeling… → De minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte…
  • Is het getal van 200 gebaseerd op een eenzijdig besluit van het Rijk, of is getal (ophoging van 157 naar 200) tot stand gekomen op basis regionaal overleg en een ‘eigen… → zie antwoord op vraag 1.
  • Wie of welk gremium heeft daartoe besloten, met welk mandaat en hoe is de communicatie hierover richting de gemeenteraad verlopen? → Het college heeft als wettelijk bevoegd orgaan dit besloten, mede in het kader van de Achterhoekse aanpak waarin de acht Achterhoekse gemeenten de afspraak hebben gemaakt om in totaal 2.120…
  • In het verlengde van vraag 3: zou op grond van de huidige politieke en maatschappelijke discussie omtrent deze thematiek het bepalen (en ophogen) van aantallen in deze… → De ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ is daar helder over.
  • Kan het college een verklaring geven waarom de taakstelling in de omliggende gemeenten OostGelre en Oude-IJsselstreek lager is? → Omdat minister Faber is uitgegaan van een aantal veronderstellingen, waaronder de kansrijkheid van te realiseren opvanglocaties, waaronder die van de gemeente Aalten, is in de restopgave…
  • Nutsvoorzieningen: in het voorstel van het college werd er gedacht aan een planning van oplevering najaar 2027. → Het COA heeft contact met de nutsbedrijven.
  • Collegebevoegdheid/ mandaat: a. → Nee, die bevoegdheid geeft de Gemeentewet niet aan de raad.
  • Volgens de Spreidingswet is Aalten verplicht om 200 asielzoekers op te vangen. → De Spreidingswet schrijft geen vaste termijn voor, het gaat om het realiseren van opvangplekken, niet om de duur.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouders Onderwerp

: : : : : :

85-2025 1 juli 2025 10 juli 2025 G.W. Olthof J.C. Wikkerink en T.M.M. Kok Beantwoording vragen CU, VVD, CDA en BBB-HMV over 'Taakstelling opvang asielzoekers'

Inleiding Naar aanleiding van het collegevoorstel van 6 mei jl. over de opvang van 300 asielzoekers op Singel 2, de daaropvolgende informatieavonden, zijn aan het college vragen gesteld door CU en de VVD. Het college heeft de raad daarna verzocht om alle nog levende vragen voor 1 juli te stellen zodat het college, in afstemming met het COA, nog voor het zomerreces de gemeenteraad van antwoorden kan voorzien.

Met de antwoorden op alle door de raad gestelde vragen verwacht het college dat daarmee de raad in positie heeft gebracht om na het zomerreces een politiek-bestuurlijke kaders op te stellen, waarna het college een voorstel aan de raad kan doen toekomen.

Inmiddels heeft de voorzitter van de PRT Achterhoek de raad en het college uitgenodigd om het AZC in Winterswijk te bezoeken voor een beter begrip over wat een opvanglocatie inhoudt en hoe het werkt.

Tijdens het bezoek kunnen aan het COA de nog resterende vragen gesteld worden, of vragen die naar aanleiding van de hieronder gegeven antwoorden nieuwe vragen hebben oproepen.

Hieronder vindt u alle inmiddels gestelde vragen van de CU, VVD, CDA en BBB-HMV en de antwoorden daarop.

ChristenUnie CU vragen 13-2025 taakstelling opvang asielzoekers Inhoud toelichting:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Kan het college helder uiteenzetten (feitenrelaas) op welke wijze de taakstelling van 200 voor de gemeente Aalten tot stand is gekomen, vanaf de indicatieve verdeling per gemeente d.d. 31 januari 2024?

Antwoord van het college

De minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn (artikel 2 lid 1 Spreidingswet). Vervolgens wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld hoe de verdeling van het benodigd aantal opvangplaatsen over alle provincies wordt bepaald en hoe een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente wordt bepaald (artikel 3 lid 1 Spreidingswet). Tot slot, colleges, gedeputeerde staten en het COA werken samen bij de uitvoering van taken op grond van deze wet en overleggen over de verdeling van opvangplaatsen als bedoeld in artikel 3 van de Spreidingswet voor de daaropvolgende twee jaren (artikel 4 lid 1 Spreidingswet).

Wij hebben dit vormgegeven in het regionaal plan huisvesting vluchtelingen Achterhoek. Hierin is afgesproken dat de 8 Achterhoekse gemeenten de komende jaren 2.120 reguliere opvangplekken realiseren. Totdat deze gerealiseerd zijn worden ook 120 noodopvangplekken gerealiseerd. In de onderlinge verdeling van Achterhoekse opvangplekken is het indicatieve aantal van 157 opvangplekken door het college opgehoogd naar 200 in het kader van de Achterhoekse aanpak.

Deze 200 opvangplekken zijn vervolgens opgenomen in het Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026 van de provinciale regietafel (PRT) Migratie & Integratie Gelderland, dat op 1 november 2024 door de CvdK is aangeboden aan minister Faber. Op basis van dat plan heeft de minister gemeente Aalten geschaard onder de kansrijke gemeenten die op 1-7-2026 een AZC operationeel zouden hebben. Daardoor zijn de 200 te realiseren opvangplekken de wettelijke taakstelling geworden. Het college heeft bezwaar aangetekend tegen zowel de opleveringsdatum als tegen de aantallen. De uitspraak op de hoorzitting wordt medio juli 2025 verwacht.

Vraag 2

Is het getal van 200 gebaseerd op een eenzijdig besluit van het Rijk, of is getal (ophoging van 157 naar 200) tot stand gekomen op basis regionaal overleg en een ‘eigen bod’ van de gemeente Aalten? Wat zijn de achterliggende redenen dat het aanbod van Aalten naar aanleiding van het regionale overleg hoger is dan het aantal genoemd in de capaciteitsraming d.d. 31 januari 2024?

Antwoord van het college

zie antwoord op vraag 1.

Vraag 3

Wie of welk gremium heeft daartoe besloten, met welk mandaat en hoe is de communicatie hierover richting de gemeenteraad verlopen?

Antwoord van het college

Het college heeft als wettelijk bevoegd orgaan dit besloten, mede in het kader van de Achterhoekse aanpak waarin de acht Achterhoekse gemeenten de afspraak hebben gemaakt om in totaal 2.120 reguliere opvangplekken voor asielzoekers te realiseren, waarvan 370 voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen. De raad is op 19 maart 2024, 17 september 2024 en 25 november 2024 in tijdens besloten vergaderingen, waarvan de geheimhouding inmiddels is opgeheven, bijgepraat over de laatste stand van zaken en aantallen. Daarnaast is de raad geïnformeerd middels een raadsmededeling 112-2024 over de Achterhoekse aanpak. Deze is bij deze raadsmededeling gevoegd.

Vraag 4

In het verlengde van vraag 3: zou op grond van de huidige politieke en maatschappelijke discussie omtrent deze thematiek het bepalen (en ophogen) van aantallen in deze raadsmededeling niet een aangelegenheid van de gemeenteraad/de gemeenteraden moeten zijn?

Antwoord van het college

De ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ is daar helder over. De raad heeft alleen bevoegdheden op het ruimtelijke spoor (bestemmingsplan/omgevingsplan). Zie hiervoor artikel 5 en 6 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen.

De raad gaat dus niet over:

- Locatiekeuze (artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1)

- Aantal taakstelling asielzoekers (artikel 5 en artikel 6 lid 1) Zie, voor wat betreft de verhoging van 157 naar 200 asielzoekers, de beantwoording onder vraag 1.

Voor wat betreft de verhoging van 200 naar 300 asielzoekers had het college de intentie om een voorstel aan de raad voor te leggen. Het college is hier echter niet aan toe gekomen, omdat de gemeenteraad de motie ‘nadere kaders voor de realisatie van een AZC in de gemeente Aalten’ heeft aangenomen. In deze motie verzoekt de raad de formulering van politiek-bestuurlijke kaders en/of voorwaarden van de gemeenteraad af te wachten, om vervolgens naar aanleiding daarvan te komen tot een voorstel aan de raad.

Vraag 5

Kan het college een verklaring geven waarom de taakstelling in de omliggende gemeenten OostGelre en Oude-IJsselstreek lager is?

Antwoord van het college

Omdat minister Faber is uitgegaan van een aantal veronderstellingen, waaronder de kansrijkheid van te realiseren opvanglocaties, waaronder die van de gemeente Aalten, is in de restopgave het aantal opvangplekken in de provincie Gelderland zodanig aangepast dat het uiteindelijk te realiseren aantal opvangplekken in de provincie Gelderland per 1-07-2026 zoals vastgelegd in het Plan asielopvang Gelderland 2025 – 2026 gerealiseerd zou worden. 6.

Is het COA betrokken geweest bij het aanbod van 200 opvangplaatsen van de gemeente Aalten en zo ja, op welke wijze?

Antwoord: Nee.

7. Het college heeft na overleg met het COA uit eigener beweging – zo lijkt het – aangeboden om in plaats van 200, 300 asielzoekers op te willen vangen. Dat is 50% meer. Als redenen daarvoor worden gegeven dat er door het COA geen haalbare businesscase kan worden gerealiseerd en dat er bepaalde dienstverlening niet door het COA wordt geboden, maar dat de gemeente daar zelf voor moet zorgen.

Hiermee lijkt de gemeente Aalten primair een probleem van het COA op te lossen. Hoe kijkt het college tegen deze afspraak aan en welke belangenafweging heeft hierbij plaatsgevonden?

Antwoord: Primair lossen wij een probleem voor vluchtelingen op, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld.

Het COA heeft aangegeven bij AZC Winterswijk geen mogelijkheden qua dienstverlening te zien. 200 opvangplekken betekent dat de gemeente de dienstverlening aan asielzoekers zelf moet regelen en bekostigen. In de praktijk betekent dit dat (dag)begeleiding, dagbesteding, allerhande trainingen (van Nt2 tot en met voorinburgering) door de gemeente geregeld zou moeten worden.

Dat betekent dat het aantrekken van gekwalificeerd personeel, dan wel het daartoe opleiden van personeel een taak wordt van de gemeente. Dienstverleningsgebouwen moeten dan door de gemeente zelf geregeld of gerealiseerd worden. Evenals die van de gezondheidszorg. Dit alles overziend heeft het college besloten om tot een voorstel te komen voor 300 opvangplekken, omdat de gemeente dan volledig ontzorgd zou worden. Ook bood het de gemeente koppelkansen, zoals de realisatie van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, een volledige bezetting van de eerstelijnsgezondheidszorg, het gebruik van de dienstverleningsgebouwen na vertrek van de asielzoekers et cetera.

8. Benoemd is dat bij de opvang van 300 mensen een zelfstandig AZC wordt gerealiseerd inclusief de nodige voorzieningen, en dat bij 200 mensen de gemeente Aalten afhankelijk is van (basis)voorzieningen van omliggende AZC’s (i.c. Winterswijk). Omdat het AZC Winterswijk geen capaciteit heeft, wordt Aalten – als we dienstverlening en gezondheidszorg door het COA willen laten verzorgen – feitelijk gedwongen om een volwaardig AZC te realiseren (en daarmee minimaal 300 mensen op te vangen). Is de gemeente Aalten hierdoor feitelijk een probleem van het COA aan het oplossen?

Antwoord: Feitelijk lossen wij een probleem voor vluchtelingen op, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Omdat het college voorziet dat bij 200 opvangplekken het COA de benodigde

voorzieningen niet levert of bekostigt en hiermee de druk op onze eigen voorzieningen toeneemt, is besloten om een volwaardig AZC als voorstel uit te werken.

9. Hoe verhoudt bovenstaande (vraag 8) zich tot de afspraak genoemd in raadsmededeling 112- 2024 over het realiseren van een groot AZC in het westen van de Achterhoek, waar voorzieningen zoals onderwijs en zorg gerealiseerd kunnen worden? Ofwel, wanneer Aalten een AZC zou realiseren (tot max 157 of 200), zou deze dan geen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen?

Antwoord: De realisatie van een groot AZC in het westen van de Achterhoek laat vooralsnog lang op zich wachten en het is de vraag of deze binnen de acceptabele reisafstand komt te liggen.

Ondertussen wordt Aalten wel gehouden aan de afspraak uit het aanwijsbesluit dat op 1-07-2026 een operationeel AZC verondersteld wordt. Het college heeft hiertegen schriftelijk bezwaar aangetekend.

Dit is op 28 mei jl. in een hoorzitting nogmaals mondeling toegelicht. De uitspraak zal pas nà de eerste wettelijke cyclus (1 juli 2025) formeel worden bevestigd, nadat alle bezwaar makende gemeenten in Nederland zijn gehoord. Op dit moment weten wij niet wat de wettelijke consequenties zijn mocht Aalten gehouden worden aan de realisatiedatum van 1-07-2025.

10. Heeft het college hierbij ook gekeken naar de sociale draagkracht van de Aaltense samenleving en zo ja, op welke wijze?

Antwoord: Gezien de ervaringen uit het verleden rondom de opvang van vluchtelingen, is het college ervan overtuigd dat, gezien de sterke en sociale samenhang binnen de gemeenschap, de gemeenschap dit kan dragen. In navolging daarop heeft het college nadrukkelijk gekeken en bij de gesprekken met het COA dan ook geëist dat er via de koppelkansen (extra woningen, eventueel dienstgebouwen, voorzieningen voor de buurt, etc.) rekening gehouden zou worden met het versterken van de sociale draagkracht.

VVD 16-2025 Vragen van de VVD-fractie betreffende RM 52-2025 betreffende AZC De VVD-fractie heeft enkele vragen over RM 52-2025 en in het algemeen over de plannen voor de oprichting van een AZC in Aalten.

1. COA stelt dat een plek met 200 plekken te klein is en zij pas vanaf 300 plekken een business case hebben. We horen ook andere geluiden. Welke voorbeelden zijn er in het land waar het COA afgeweken heeft van de 300? En om welke aantallen gaat het dan?

Antwoord: Het COA verzorgt alleen bij noodopvang zelf de volledige opvang en begeleiding, ook als het om minder dan 300 opvangplekken gaat. Een voorbeeld waar het COA wél de opvang verzorgt bij minder dan 300 plekken, is de gemeente Lingewaard. Daar gaat het echter om een noodopvanglocatie. COA kan ook een Kleinschalige Opvang (KSO) maken, of een dependance AZC. Deze betreffen tot 100 en 200-300 plekken. Om hiervoor een haalbare business case te maken, wordt echter gesneden in de voorzieningen. Dat betekent dat COA op deze locaties geen of minder voorzieningen realiseert en hierover andere afspraken maakt met de gemeente. In geval van Aalten is er geen mogelijkheid om gebruik te maken van de voorzieningen in Winterswijk. Als hier een locatie wordt gerealiseerd van minder dan 300 plekken, moeten de gemeente Aalten en COA dus afspraken maken over hoe de voorzieningen die nodig zijn voor deze asielzoekers, worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld dat de gemeente COA panden ter beschikking stelt, financieel bijdraagt aan het realiseren van voorzieningen, of voorzieningen zelf versneld realiseert. Daarom betreft het voorstel van de gemeente Aalten en COA een locatie met 300 plekken, waarbij COA alles regelt.

Er zijn verder geen locaties bekend waar het COA voor 10 jaar een locatie realiseert en gemeenten volledig ontzorgd bij een aantal van minder dan 300 opvangplekken.

2. Heeft het college onderhandeld over welke asielzoekers wel en welke niet (bijvoorbeeld veiligelanders) in Aalten passen of geaccepteerd dat het COA zegt dat er niet bij voorbaat afspraken gemaakt worden wie waar geplaatst wordt?

Antwoord: Het COA geeft aan dat er geen afspraken zijn te maken over welke groepen asielzoekers in Aalten worden opgevangen. Dit is een landelijke beleidslijn: gemeenten kunnen niet selecteren op herkomst of status van asielzoekers. Het college van B&W wil benadrukken dat het vraagstuk over opvang van vluchtelingen zich niet laat vangen in een discussie over aantallen. Het gaat over mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Veel van deze vluchtelingen hebben verschillende achtergronden, behoeften en psychische of fysieke problemen. Dit maakt dat de opvang van vluchtelingen niet altijd vernauwd kan worden in aantallen. Ook in juridische zin hebben we te maken met verschillende vormen van vluchtelingen.

In overleg met de Regio Achterhoek, COA en het Rijk proberen we in Nederland opvang te realiseren voor iedereen die op de vlucht is voor oorlog en geweld. Zodoende zetten we vooral in op kwalitatieve vormen van opvang in plaats van kwantitatieve vormen van opvang. Hoewel de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet) dwingend van aard is, proberen we de opvang van vluchtelingen in goed overleg te realiseren.

3. Heeft het college een financiële rekensom gemaakt wat het kost wanneer de gemeente 200 asielzoekers zelf opvangt? Zo ja, kunt u dat met ons delen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Het college heeft het COA herhaaldelijk gevraagd om een financiële begroting voor een opvanglocatie met 200 plekken. Het COA kan pas een begroting opleveren bij een concrete situatie die gerealiseerd moet worden. Het is altijd maatwerk. De precieze kosten zijn namelijk sterk afhankelijk van verschillende factoren; of de opvang op één locatie plaatsvindt of juist verspreid, en of er samenwerking is met andere gemeenten voor de dienstverlening of dat de gemeente dat zelf regelt, et cetera. Op het moment dat er een voorkeursscenario voorligt kunnen hier afspraken over worden gemaakt. Het voorkeursscenario dat voorlag betrof een volledig AZC van 300 plekken omdat een kleinschaligere opvang niet bekostigd wordt door het COA.

De wettelijke verplichting voor het aantal opvangplaatsen voor de gemeente Aalten betreft 200. Dit aantal plaatsen is bij COA te realiseren binnen de uitgangspunten van het KSO-beleid. Er wordt dan uitgegaan van een dependance van een hoofd AZC. Hiermee leunt de locatie (deels) op een groter AZC in de buurt voor bijvoorbeeld voorzieningen. In de praktijk is het zo dat Winterswijk vol zit, hierdoor kan er geen gebruik gemaakt worden van de voorzieningen aldaar. Dit betekent dat deze op een andere manier vormgegeven moeten worden. Hoe dat vormgegeven wordt is de uitkomst van een maatwerktraject tussen COA en de gemeente waarbij gekeken wordt naar bijvoorbeeld: recreatie, dagbesteding, onderwijs en zorg. Het faciliteren van de aanvullende onderdelen – naast enkel de opvang – is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid en vraagt daarom tijd en geld van zowel COA als gemeente.

We hebben nu al te maken met tekorten in zorg. Deze worden groter wanneer we dit ook voor een AZC moeten realiseren. Het is niet met zekerheid te zeggen of bijv. huisartsen deze ‘nieuwe patiënten’ ook kunnen accepteren in hun praktijk. Eveneens hebben we met onze maatschappelijke organisaties afspraken die passen bij het huidige inwonersaantal en problematiek. Wanneer inzet voor het AZC nodig is, moeten deze afspraken worden herzien (meer en andere inzet). Het is op dit moment niet duidelijk of dit ook door de huidige partijen gerealiseerd zal kunnen worden.

Dit alles overziend heeft het college besloten om een voorstel uit te werken voor een opvanglocatie met 300 plekken. Bij dit aantal wordt de gemeente volledig ontzorgd door het COA. Bovendien levert het de gemeente extra voordelen op, zoals de aanleg van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur en het gebruik van de dienstverleningsgebouwen na vertrek van de asielzoekers.

Hoewel het uitgangspunt is dat een AZC kostenneutraal is voor gemeenten, verwacht het college dat de kosten aanzienlijk zijn vanwege de inzet van ambtelijke capaciteit voor het opzetten en inregelen van de benodigde dienstverlening bij een opvanglocatie met minder dan 300 plekken.

Deze kosten zijn niet te verhalen op het COA maar hiervoor krijgen we wel een vergoeding voor van het rijk van 78 euro exclusief BTW per opvangplaats per dag.

4. In RM 52-2025 schrijft u: Dit betekent dat de gemeente Aalten voor het dilemma staat om òf zelf de dienstverlening te organiseren, wat zowel kosten als grote risico's met zich meebrengt.

Om welke kosten gaat het dan? En welke risico’s bedoelt u?

Antwoord: Zie antwoord vraag 3. De risico’s zitten vooral in de uitvoerbaarheid en beheersbaarheid:

– de gemeente moet zelf personeel vinden en opleiden,

– er is geen permanente beveiliging op een locatie kleiner dan 100 opvangplekken,

– en het is onzeker of de gemeente dit op termijn financieel en organisatorisch kan volhouden.

Kosten: Het ontwikkelen, onderhouden, beheren en niet voor andere doeleinden kunnen inzetten van locaties. Dit betreft dus een financiële component, maar ook kosten in ambtelijke capaciteit. Dit zijn kosten, zowel financieel als in ambtelijke capaciteit, waar COA de gemeente in ontzorgt als zij dit zelf oppakken.

Risico’s: COA werkt volgens bepaalde standaarden, eisen en protocollen aan AZC’s. Dat is hun kerntaak. Hier komt een snelle planning bij kijken, die wij kunnen halen omdat er standaarden en efficiëntieslagen zijn gemaakt in de werkprocessen van COA. Voor de gemeente is het ontwikkelen van een AZC/dienstenlocaties niet op dezelfde manier hoofdtaak als voor COA. Dit gaat om de projectbeheersingsaspecten. Tijd, geld, organisatie, informatie en kwaliteit.

Daarnaast is het sinds de oprichting van COA haar taak om Asielzoekers te huisvesten. Dit doet zij door AZC’s te realiseren ontwikkeld en geëxploiteerd door COA.

5. Daarnaast kan het uitblijven van dienstverlening maatschappelijke kosten meebrengen, bijvoorbeeld door een verhoogde druk op zorgvoorzieningen. Verder schrijft u in RM 522025: Daarbij gaat het COA in op de aanvullende eisen die het college stelt. Eisen met betrekking tot het aanbod van volwaardige (jeugd)gezondheidszorg die ook beschikbaar is voor de Aaltense gemeenschap, onderwijshuisvesting, het bouwen van overcapaciteit voor andere doelgroepen door extra woningen toe te voegen zoals bijvoorbeeld voor statushouders en andere doelgroepen.

a. Bedoelt u dat de Aaltense gemeenschap gebruik kan maken van de gezondheidszorg op het AZC-terrein?

Antwoord: In principe is de gezondheidszorg, welke door het COA wordt ingehuurd bij een externe organisatie, op het AZC-terrein bestemd voor asielzoekers. Alle mogelijkheden worden in het vervolgtraject besproken.

b. Moeten kinderen die leerplichtig zijn niet verplicht naar een ISK? Gaat er zo’n school op het AZC Aalten geopend worden of is daar een minimaal aantal kinderen voor nodig onder de 18?

Antwoord: Kinderen tot 12 jaar gaan naar het (reguliere) basisonderwijs en kinderen vanaf 12 jaar gaan naar het ISK in Winterswijk of Doetinchem. De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijs en moet samen met de schoolbesturen zorgen voor voldoende capaciteit en kwalitatief onderwijs (de onderwijstaak). c.

Welke overcapaciteit wordt er gebouwd? 40 woningen x 8 personen is theoretisch 320.

COA en het college garandeerden dat er nooit meer dan 300 mensen opgevangen zouden worden. Om welke extra woningen gaat het dan?

Antwoord: Er worden maximaal 300 asielzoekers opgevangen. Dat wordt vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Op dat aantal wordt het aantal woningen gebaseerd dat het COA bouwt. Het COA creëert altijd wat overcapaciteit. Dit doen het omwille van zogeheten snijverlies. Mocht er een gezin van 3 in een 4 persoons unit zitten, dan zetten het COA daar niet nog iemand bij. Zo kunnen er meerdere van dit soort voorbeelden zijn. Om dan toch 300 personen op te kunnen vangen heeft het COA dus extra woonruimte nodig. Echter, 300 bestuurlijke plekken betekent dat er maximaal 300 personen tegelijkertijd mogen opvangen, ongeacht het feit dat er meer ruimte beschikbaar is.

d. Welk voordeel ziet u in het mixen van asielzoekers/statushouders met andere doelgroepen? En aan welke doelgroepen denkt u daarbij?

Antwoord: Gezien de grootte van het terrein en krapte op de woningmarkt zou eenieder die dat wil zich kunnen inschrijven voor de woningen die de gemeente zelf wil bouwen op deze locatie (Singel 2).

Vraag 6

Nutsvoorzieningen: in het voorstel van het college werd er gedacht aan een planning van oplevering najaar 2027. Is daarbij rekening gehouden met de aanleg van de nutsvoorzieningen? Zijn daar garanties voor gegeven of krijgen COA-aanvragen voorrang?

Antwoord van het college

Het COA heeft contact met de nutsbedrijven. Mochten die (nog) niet, of onvoldoende kunnen leveren dan worden technische tussenoplossingen gezocht totdat de nutsbedrijven wel volledig kunnen leveren. Het COA krijgt geen voorrang bij een aanvraag.

Vraag 7

Collegebevoegdheid/ mandaat: a. Is de raad bevoegd om een collegebesluit dat nog geen raadsvoorstel is via een motie op te schorten?

Antwoord van het college

Nee, die bevoegdheid geeft de Gemeentewet niet aan de raad. Een motie is feitelijk niet meer (en minder) dan een mening; een uitspraak van de raad. De raad kan in het algemeen geen wettelijke taken en bevoegdheden ontnemen aan het college, laat staan bij motie. Sinds de invoering van het dualisme in 2022 heeft college bovendien een eigen verantwoordelijkheid en rol. De raad kan natuurlijk wel het vertrouwen opzeggen in college(leden).

b. Had de raad dat al eerder in de besloten bijeenkomsten kunnen aangeven?

Antwoord: Ja, de gemeenteraad had kunnen besluiten een besloten raadsvergadering uit te schrijven. In een besloten raadsvergadering is het

alleen uitgesloten om te beraadslagen of besluiten over (artikel 24 Gemeentewet):

a. de toelating van nieuw benoemde leden;

b. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;

c. de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen, en

d. de benoeming en het ontslag van wethouders.

Vraag 8

Volgens de Spreidingswet is Aalten verplicht om 200 asielzoekers op te vangen. Staat daar ook een termijn bij? Zo nee, kan het college dan ook kiezen voor bijvoorbeeld 5 jaar?

Antwoord van het college

De Spreidingswet schrijft geen vaste termijn voor, het gaat om het realiseren van opvangplekken, niet om de duur. Het college kan dus ook kiezen voor een kortere periode dan 10 jaar, bijvoorbeeld 5 jaar. Wel heeft dit gevolgen voor de haalbaarheid van het plan. Zolang de Spreidingswet van kracht is, maakt de minister eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. De duur én het aantal opvang plaatsen kan hierdoor door de jaren heen wijzigen (zowel afnemen als toenemen). Een kortere duur van een opvanglocatie kan daardoor het risico meenemen dat we na 5 jaar opnieuw opzoek moeten naar een andere locatie voor de opvang van asielzoekers.

Vraag 9

Op de plaatjes die niet de waarheid zijn, staan mooie woningen. Toch is er angst bij bewoners dat er containers geplaatst gaan worden omdat deze woningen slechts 10 jaar gebruikt mogen worden. Wat is juist? Welk soort woningen komen er?

Antwoord van het college

Bij een reguliere opvang zoals door het college is voorgesteld, plaatst het COA géén containerwoningen. Die worden alleen gebruikt bij noodopvang voor korte duur. Wat er op de impressies te zien is, geeft een realistisch beeld van het type woningen dat het COA doorgaans inzet bij reguliere opvanglocaties. COA noemt dit COACH. Wat staat voor COA Circulaire Huisvesting, ofwel woningen die fabrieksmatig worden gemaakt, ver- en herplaatsbaar zijn en die voldoend aan het bouwbesluit.

Op de website van COA zijn meer van dit soort woningen te vinden. In de plannen is deze gebouwde kwaliteit meegenomen in de Businesscase. De uiteindelijke keuze qua woningen (permanent of COACH) is echter afhankelijk van de door de gemeente opgestelde kaders

Vraag 10

Veel burgers hebben gereageerd op dit voorstel via telefoon en mail. Op welke manier onderhoudt het college nu actief contact met de burgers die vragen ingediend hebben?

Antwoord van het college

Alle gestelde vragen, ook die tijdens de informatieavonden, zijn verzameld, gerubriceerd en beantwoord en staan op de website van de gemeente: Opvang asielzoekers | Gemeente Aalten. De vragen en antwoorden zijn ook bij deze raadsmededeling gevoegd.

Inwoners die hun vragen per mail of post hebben gesteld, hebben persoonlijk antwoord gekregen als ze daarom hebben gevraagd. Inwoners die hebben aangegeven dat ze op de hoogte willen worden gehouden van alle updates, ontvangen die via digitale nieuwsbrieven.

Vraag 11

We horen ook dat er onrust is in de buurt tussen buurtgenoten die voor en tegen deze ontwikkelingen zijn. Neemt het college hierin ook nog actie? Zo ja welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord van het college

Het college begrijpt dat een dergelijk voorstel gevoelens van onrust en verdeeldheid in de buurt kan oproepen. We volgen de signalen uit de wijk dan ook met grote aandacht en betrokkenheid. In deze periode, waarin meningen uiteen kunnen lopen, doet het college een nadrukkelijke oproep aan alle betrokkenen om met respect en begrip naar elkaar te blijven luisteren.

Vraag 12

Gemeente Aalten voldoet nu al niet aan het huisvesten van de verplichte aantallen statushouders. We worden verplicht om circa 70 statushouders per jaar op te vangen. We bouwen ongeveer 100 nieuwe huizen per jaar. Dat betekent dat er maar 30 voor Aaltenaren zijn. Klopt deze berekening in grote lijnen? Welk plan bereidt het college voor om de statushouders van de komende jaren te huisvesten?

Antwoord van het college

De berekening klopt op meerdere punten niet. Ten eerste: niet iedere statushouder betekent één woning. Veel statushouders komen als gezin, waardoor meerdere personen in één woning worden gehuisvest. Dat betekent dat er uiteindelijk (veel) minder dan 70 woningen per jaar nodig zijn.

Ten tweede: de 100 woningen die jaarlijks worden gebouwd, bestaan uit verschillende typen: koop, middenhuur en sociale huur. Alleen sociale huurwoningen komen in aanmerking voor de huisvesting van statushouders. Statushouders zijn één van de aandachtsgroepen waar de gemeente woonruime voor moet realiseren, maar ook de andere aandachtsgroepen moeten binnen de sociale huur gehuisvest worden.

Volgens cijfers van Aedes (2023) wordt landelijk gemiddeld 6% van de sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders. In Aalten werden in 2023 10% van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders, en in 2024 ging 9% van de verhuringen naar statushouders.

Tegelijkertijd erkent het college dat de druk op de woningmarkt groot is voor alle doelgroepen. Daarom wordt samen met woningcorporaties gewerkt aan woningbouwplannen en oplossingen, zoals de bouw van sociale huurwoningen en kamergewijze verhuur voor alleengaande en alleenstaande statushouders, waardoor meer statushouders in één woning kunnen worden gehuisvest.

Vraag 13

Zijn er met de Achterhoekse gemeenten afspraken gemaakt over het ‘aanbod’ van de Achterhoek (asielzoekers, statushouders, Oekraïners)? Zo ja, welke? En met de provincie? Zo ja, welke? En hoe bindend zijn deze afspraken. M.a.w. welke mogelijkheden zijn er voor het college en voor de gemeenteraad om hiervan af te wijken?

Antwoord van het college

Ja, en dit heeft het college aan de raad middels raadsmededeling 112-2024 kenbaar gemaakt. De Achterhoekse gemeenten, waaronder Aalten, hebben daar samen afspraken over gemaakt. Hieronder de cijfers uit het regionaal plan huisvesting Vluchtelingen Achterhoek van 2024 kort weergegeven:

Asielopvang Taakstelling

Asielopvang Waarvan AMV

1.691 143

Realisatie vóór 1-7-2025 654

Verschil taakstelling & 1-7-2025 -1.037

Realisatie na 1-72025 2.240

Bij tekort: aangeven op welke wijze wordt voorzien in de realisatie van de taakstelling Eind 2025 840 plekken

174

31

440

Eind 2025 340 plekken Tussen nov ‘24 en april ‘25 70 noodopvang plekken

Oekraïense ontheemden Opgave

Realisatie vóór 1-1-2025

Verschil

2.348

1.978

-370

Aantal ontheemden opgevangen in POO (registratie BPR) 212

Statushouders Taakstelling 2024-II incl. achterstand

Realisatie 2024-II per 17-10-2024 (indien ook Nidos: aantal vermelden)

408 (119 stand 30-062024 + 289 taakstelling 2024-II)

143

Waarvan realisatie amv

Verschil

-265

Taakstelling 2025-I / verdere doorkijk indien mogelijk

Dit plan is vervolgens afgestemd met de provincie en opgenomen in het Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2025, dat is vastgesteld door de Provinciale Regietafel (PRT) Migratie & Integratie Gelderland op 29 oktober 2024. Uit dit plan:

Geplande realisatie 2025 – 2027 Asiel

Oekraïense vluchtelingen

Statushouders

De afspraken met de provincie over asielzoekers en statushouders zijn bindend, omdat ze voortkomen uit wettelijke taakstellingen. In het geval van asielopvang is deze verplichting vastgelegd in de Spreidingswet en het verdeelbesluit van minister Faber van 22 december 2024.

De gemeente Aalten moet zich daaraan houden. Afwijken is juridisch niet mogelijk zonder dat dit gevolgen heeft, bijvoorbeeld het risico dat het Rijk zelf locaties aanwijst of voorzieningen oplegt.

CDA 17-2025 Schriftelijke vragen fractie CDA betreffende AZC.

De CDA-fractie Aalten – Dinxperlo heeft de volgende vragen voor het college welke deze eventueel beantwoord in samenspraak met het COA. 1.

Indien wordt gekozen voor aan aantal van minder dan 300 asielzoekers, welke vergoeding ontvangt de gemeente indien de COA niet de uitvoering uitvoert.

Antwoord: Het COA gaat daarbij uit van een vergoeding van 78 euro inclusief BTW per persoon per dag.

2.

Zijn er gemeenten in Nederland waar de COA wel de uitvoering en verantwoordelijkheid draagt voor de “dagelijkse’ van gang zaken maar het aantal asielzoekers (ruim) minder is dan 300, de norm die steeds voor Aalten wordt genoemd

Antwoord: Er zijn locaties waar er is afgeschaald en er dus minder mensen zitten. Echter kennen die bestuurlijke overeenkomsten over het algemeen een langere doorlooptijd. Verder is het COA bezig met de verdere uitrol van kleinschalige locaties binnen de huidige beleidskaders.

Deze locaties huisvesten dan 100 mensen, of betreft dependance-locaties, die 200 tot 300 asielzoekers huisvesten. Voor de verschillende groottes gelden verschillende plannen van eisen (PVE’s), ontstaan verschillende business cases en worden er dus ook verschillende afspraken met de gemeente gemaakt over financiën, betrokkenheid en taken in de opvang en begeleiding. De dienstverlening aan de KSO’s is doorgaans veel soberder dan aan een volwaardige (300+) opvanglocatie en diverse zaken moeten in samenwerking met de gemeente worden opgepakt en/of gerealiseerd.

3.

Is spreiding van het aantal asielzoekers over bijvoorbeeld (!) 3 locaties die in een straal liggen van 7 km denkbaar?

Antwoord: Hoewel het in theorie mogelijk is om opvang te verdelen over meerdere kleinere locaties, brengt dit in de praktijk aanzienlijke uitdagingen met zich mee op het gebied van beheersbaarheid. Een gefragmenteerde opvangstructuur leidt tot veel onderlinge verplaatsingen van bewoners, medewerkers en hulpverleners tussen de locaties. Dit zorgt niet alleen voor extra verkeersbewegingen in de omgeving, maar maakt ook de dagelijkse coördinatie en aansturing complexer en minder efficiënt.

Daarnaast betekent het opsplitsen van de opvang over bijvoorbeeld drie locaties van elk circa 70 personen dat deze vallen onder het KSO-beleid (kleinschalige opvang). Binnen dit beleid is er geen structurele beveiliging aanwezig, wat de veiligheid en rust op de locaties onder druk kan zetten. Ook zijn er op kleinere locaties vaak onvoldoende voorzieningen beschikbaar, waardoor men afhankelijk wordt van een nabijgelegen groot asielzoekerscentrum (AZC) voor essentiële diensten zoals medische zorg, dagbesteding en begeleiding. In de regio Aalten zijn dergelijke voorzieningen echter niet direct voorhanden, wat de praktische uitvoerbaarheid verder bemoeilijkt.

4.

Is de gemeente Aalten in staat met de te ontvangen vergoeding genoemd in vraag 1, en met inzet van vrijwilligers, de dagelijkse taken (school, arts, beveiliging enz.) op 1 of meerdere azc uit te voeren?

Antwoord: De vergoeding die onder 1 is genoemd wordt betaald als de gemeente zelf de regie voert over het opvanglocatie(s) onder auspiciën van het COA. Of het bedrag dan voldoende is hangt mede samen met het aantal opvangplekken.

5.

12

Op welk wijze kan de gemeente samen met de plaatsende instantie invloed uitoefenen op de samenstelling van de te plaatsen populatie in een toekomstig AZC, de wens hebben we nadrukkelijk gehoord en is cruciaal.

Antwoord: Niet. Er kan enkel gestuurd worden op de reguliere doelgroep of een Alleen gaande minderjarige vluchtelingen (AMV) doelgroep. Die laatste groep is echter, volgens het laatste verdeelbesluit, geen onderdeel van de benodigde opvangplaatsen in de gemeente Aalten 6.

Een toetsingscriteria van het COA is dat de bewoners van een AZC op redelijke afstand worden gehuisvest t.o.v. van de reeds gevestigde, Aaltense, inwoners. Wat is die afstand?

Antwoord: Voor de bereikbaarheid van voorzieningen in de omgeving gelden de volgende richtlijnen:

• Supermarkt: 15 loopminuten van de locatie, acceptabel is 30 loopminuten;

• Basisonderwijs: 15 loopminuten van de locatie, acceptabel is 30 loopminuten;

• Voortgezet onderwijs: 30 fietsminuten van de locatie, acceptabel is 60 fietsminuten;

• Aansluiting OV-net: 5 loopminuten van de locatie, acceptabel is 15 loopminuten;

Daarnaast streven we ernaar om onze opvang onderdeel te laten zijn van de gemeenschap. Plaatsing in, of direct tegen de kern, draagt hier positief aan bij.

7.

Zijn er voorbeelden van gemeenten met meerdere kleinschalige locaties?

Antwoord: Die voorbeelden kunnen mondjesmaat loskomen nu het beleidskader ook in de praktijk gebracht wordt. Ruime ervaring met dit opvangconcept heeft het COA dus niet.

8.

Indien vraag 8 met ja beantwoord wordt: wat zijn hier de ervaringen in? Denk hierbij aan regelen voorzieningen/onderwijs/zorg. Echter ook in acceptatie en opvang.

Antwoord: zie antwoord op 7

9.

Aanvullend op bovenstaande: is het college zelf in contact geweest met deze gemeenten?

Antwoord: zie antwoord op 7

10. Tijdens de bijeenkomsten is genoemd dat niet alle culturen vanuit de basis al goed met elkaar kunnen; wordt hier rekening mee gehouden met het indelen?

Antwoord: Zoals tijdens de informatieavonden is toegelicht wordt hier op locatie rekening mee gehouden.

11. Niet alle culturen hebben (in de basis) respect voor mensen met een beperking; heeft het COA ervaring met het plaatsen van een AZC op steenworp afstand van een woonvoorziening voor mensen met een beperking?

Antwoord: Ja

12. Hoe hard is het contract van 10 jaar? Verschillende berichten bereiken ons dat dit ondanks toezeggingen bij verschillende gemeenten wordt verlengd.

Antwoord: Het COA maakt nu afspraken voor 10 jaar. Als het contract een verlengoptie biedt kan deze verlengd worden. Als dit niet het geval is, is binnen de kaders van het te sluiten contract deze 10 jaar hard.

13. Op de zaken vooruitlopend: Waar kunnen vrijwilligers zich aanmelden? Is het de bedoeling dat Figulus hier een grote rol krijgt toebedeeld? Of houdt het COA alles onder beheer.

Antwoord: Vrijwilligers kunnen zich melden bij COA. Samenwerken met andere organisaties kan goed.

Vraag 14

Is de gemeente Aalten voornemens om iets terug te doen voor de aanwonenden? bv aanleggen park/ hondenspeelveld/ buurtcafé? 13

Antwoord van het college

In het geval van een duurzame opvanglocatie (10 Jaar) met 300 opvangplekken heeft het COA diverse koppelkansen geboden welke na vertrek een meerwaarde kunnen hebben voor de Aaltense gemeenschap. De definitieve invulling wordt bepaald op basis van de gestelde kaders en eventuele inbreng van de klankbordgroep.

14

BBB-HMV 18-2025 Schriftelijke vragen fractie BBB-HMV betreffende de diverse varianten voor asielzoekersopvang in de gemeente Aalten

1. Met betrekking rond de veiligheid ligt bij de variant groot (ca 300 personen plus voorzieningen) de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op het terrein bij het COA en daarbuiten bij het College van B&W. Onze vraag hoe deze afspraken geregeld zijn binnen de “driehoek” (burgemeester, politie, OM), in geval van de kleine variant en de grote variant. In vervolg hierop, in de VNOG zijn aanrijtijden met name ’s nachts en in het weekend vaak wat langer… Antwoord: Afspraken over veiligheid buiten de opvanglocatie is maatwerk. Zo zal het college in gesprek gaan met omwonenden hoe zij de veiligheid ervaren als er een opvanglocatie in de buurt komt. Daarna wordt samen met het COA een veiligheidsplan gemaakt. Wat normaliter ook voor de eigen inwoners geldt, geldt strafrechtelijk ook voor asielzoekers. De driehoek gaat, mede afhankelijk van de opvanglocatie(s) hierover afspraken maken. Tijdens de bewonersbijeenkomsten is door de gemeente wel toegezegd dat toezicht door politie, BOA`s en de wijkagent worden geïntensiveerd.

2. Als fractie willen we graag inzage in alle stukken waarop college het op 7 mei gecirculeerde voorstel heeft gebaseerd. Met name de lijst van mogelijke terreinen voor een AZC, en de overwegingen en criteria waarom er locaties afvielen, en waarom juist voor de Singel gekozen is, terwijl deze locatie al op de lijst stond van uitleglocaties voor eigen bouw voor de gemeente. Openheid m.b.t. de onderleggende stukken lijkt ons nu essentieel voor geïnformeerde kaderstelling door de raad.

Antwoord: alle relevante stukken staan op de website van de gemeente voor iedereen die inzage wil. Daarnaast zijn alle relevante stukken aan de raad toegezonden met raadsmededeling 52-2025

3. Wat zijn de exacte aantallen asielzoekers toegewezen aan de gemeente Aalten in de diverse stukken:

- De spreidingswet;

- De toewijzing van de provincie Gelderland;

- Het aantal dat COA hanteert voor klein en groot: in de stukken van de gemeente Aalten wordt het getal van 300 personen genoemd, terwijl in de gemeente Oude IJsselstreek een getal van 250 genoemd wordt voor groot AZC.

Antwoord: Spreidingswet: De oorspronkelijke verdeling bedroeg 157 opvangplekken, waarvan 13 voor amv’ers. Met het verdeelbesluit in december 2024 is dit op 200 gezet zonder een taakstelling voor de opvang van amv`ers.

Een volwaardige opvanglocatie kent 300 of meer opvangplekken. Het COA experimenteert nu ook met kleinschalige opvang (KSO’s). Die zijn ze momenteel aan het uitrollen. Dit kan gaan om kleinschalige locaties, KSO’s die sinds vorig jaar zijn toegevoegd aan de beleidskaders van COA. Deze locaties huisvesten dan 100 mensen huisvesten, of betreft dependancelocaties, die 200 tot 300 asielzoekers huisvesten. Voor de verschillende groottes gelden verschillende plannen van eisen (PVE’s), ontstaan verschillende business cases en kunnen er dus ook verschillende afspraken met de gemeente gemaakt over financiën, betrokkenheid en taken in de opvang en begeleiding. De dienstverlening aan de KSO’s is doorgaans veel soberder dan aan een volwaardige (300+) opvanglocatie.

4. Bezigheid asielzoekers: college van B&W spreekt over afspraken met het bedrijfsleven over eventueel werk voor AZC bewoners. Hoe denk het college ervoor te zorgen dat vraag naar geschoold werk en aanbod vanuit het AZC op elkaar worden afgestemd?

Antwoord: Via contacten met werkgeversverenigingen, het WSP Achterhoek Werkt en via de

15

contacten van Laborijn. In samenwerking met de provincie Gelderland, met steun van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is tevens een pilotproject gestart in de regio om asielzoekers versneld aan werk te helpen.

5. Wat zijn de vergoedingen per asielzoeker voor de variant ‘klein decentraal’ en voor opvang ‘groot centraal’?

Antwoord: Het COA gaat daarbij uit van een vergoeding van 78 euro inclusief BTW per persoon per dag.

6. In geval van de variant ‘klein decentraal’, hoe wordt dan het medegebruik van voorzieningen op een grotere locatie in de regio geregeld: bijvoorbeeld kan een kleiner decentrale opvang in Aalten gebruik maken van voorzieningen van het AZC Winterswijk?

Antwoord: Nee, het AZC Winterswijk kan geen dienstverlening leveren aan Aalten zoals is toegelicht tijdens de informatieavonden.

7. Behoort voor Aalten een afsprakenkader volgens Venloos model tot de mogelijkheden? (Zie publicaties van de burgemeester van Venlo of de inrichting van een AZC in zijn gemeente).

Antwoord: Afspraken tussen COA en de gemeente Aalten zijn altijd maatwerk. Dat gold ook voor de gemeente Venlo

8. Is een variant waarbij een overeenkomst met het COA aangegaan wordt voor 5 jaar ook mogelijk?

Antwoord: De Spreidingswet schrijft geen vaste termijn voor, het gaat om het realiseren van opvangplekken, niet om de duur. Het college kan dus ook kiezen voor een kortere periode dan 10 jaar, bijvoorbeeld 5 jaar. Wel heeft dit gevolgen voor de haalbaarheid van het plan. Zolang de Spreidingswet van kracht is, maakt de minister eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daaropvolgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. De duur én het aantal opvang plaatsen kan hierdoor door de jaren heen wijzigen (zowel afnemen als toenemen). Een kortere duur van een opvanglocatie kan daardoor het risico meenemen dat we na 5 jaar opnieuw opzoek moeten naar een andere locatie voor de opvang van asielzoekers.

De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:

1. Wettekst ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet)

2. Raadsmededeling 112 - 2024 Bestuurlijke afspraken huisvesting vluchtelingen Achterhoek

3. Raadsmededeling 128 - 2024 Beantwoording vragen BBBHMV over raadsmededeling 112-2024

4. Vragen en antwoorden n.a.v. informatiebijeenkomsten

16

Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen Geldend van 31-01-2024 t/m heden Wet van 24 januari 2024, houdende regels inzake een wettelijke taak van gemeenten om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te stellen een wettelijke taak van gemeenten om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken ten behoeve van een stabiel en wendbaar stelsel van asielopvang om daarmee aan internationaalrechtelijke verplichtingen te voldoen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definitiebepaling In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder verstaan onder: – – – – – – –

asielzoeker: een vreemdeling wiens vrijheid niet rechtens is ontnomen en door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is ingediend;

COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers, bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; college: college van burgemeester en wethouders;

Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; opvang: de materiele en immateriële opvang van asielzoekers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; opvangplaats: een plaats bestemd voor de opvang van één asielzoeker in een opvangvoorziening; opvangvoorziening: een accommodatie waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA onderscheidenlijk door of onder verantwoordelijkheid van het college opvang wordt geboden aan asielzoekers.

Hoofdstuk 2. Landelijke raming en besluitvorming Artikel 2. Capaciteitsraming

1. Onze Minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daarop volgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn. Deze raming komt tot stand op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.

2. De raming, bedoeld in het eerste lid, kan tussentijds worden gewijzigd.

3. Het aantal opvangplaatsen dat beschikbaar moet worden gesteld wordt voor 1 februari bekendgemaakt. Het benodigd aantal opvangplaatsen wordt onderdeel van de in artikel 3 bedoelde provinciale opvangopgave. Op het aantal opvangplaatsen dat in een provincie beschikbaar moet worden gesteld wordt het aantal plaatsen dat voor vijf jaar of langer beschikbaar is of in de daaropvolgende twaalf maanden voor die periode beschikbaar zal komen in mindering gebracht. Daarbij wordt uitgegaan van locaties of accommodaties van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen minimale omvang.

Artikel 3. Provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld hoe de verdeling van het benodigd aantal opvangplaatsen over alle provincies wordt bepaald en hoe een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente wordt bepaald. De verdeling is gebaseerd op het aantal inwoners van de betreffende gemeente en op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de meest recente «SES-WOA-score per gemeente» van het CBS. Bij de verdeling kan worden bepaald dat een gedeelte van de opvangplaatsen van bijzondere aard moet zijn.

2. Onze Minister maakt eens in de twee jaren voor 1 februari van het kalenderjaar de verdeling over alle provincies bekend alsmede de indicatieve verdeling per gemeente.

Artikel 4. Overleg en verslag

1. Colleges, gedeputeerde staten en het COA werken samen bij de uitvoering van taken op grond van deze wet en overleggen over de verdeling van opvangplaatsen als bedoeld in artikel 3 voor de daarop volgende twee jaren. Het overleg vindt plaats onder voorzitterschap van de commissaris van de Koning.

2. De commissaris van de Koning brengt eens in de twee jaren voor 1 november van het kalenderjaar aan Onze Minister een verslag uit van het overleg.

3. De commissaris van de Koning verricht de werkzaamheden, genoemd in het eerste en tweede lid, volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie.

Artikel 5. Verdeelbesluit per provincie

1. Onze Minister neemt eens in de twee jaren voor 31 december van het kalenderjaar een verdeelbesluit, per provincie, waarin de benodigde opvangplaatsen per provincie, bedoeld in artikel 3, voor de duur van twee daarop volgende kalenderjaren voor asielzoekers over de in het besluit aangewezen gemeenten worden verdeeld.

2. Bij het verdeelbesluit slaat Onze Minister acht op het verslag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en streeft hij naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland. Hij houdt bij die verdeling zo veel mogelijk rekening met de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de meest recente «SES-WOA-score per gemeente» van het CBS.

3. Het verdeelbesluit kan bij bijzondere omstandigheden tussentijds worden gewijzigd. Bij een ingrijpende wijziging zijn de artikelen 3 en 4 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Taak gemeente Artikel 6. Taak

1. Het college van een aangewezen gemeente draagt binnen de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zorg voor het mogelijk maken van opvangvoorzieningen voor asielzoekers in de gemeente overeenkomstig het verdeelbesluit.

2. Opvangvoorzieningen voldoen op het tijdstip van ingebruikneming aan de krachtens de Wet COA gestelde wettelijke vereisten voor een opvangvoorziening en overige wettelijke vereisten voor een gebouw met een woonfunctie.

Artikel 7. Invulling taak

1. Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor:

a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie binnen zes maanden na

bekendmaking van het verdeelbesluit of de in het verdeelbesluit opgenomen langere termijn;

b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college.

2. De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening.

Hoofdstuk 4. Informatie en financiering Artikel 8. Melding onvoorziene omstandigheden Indien zich feiten of omstandigheden voordoen die maken dat de terbeschikkingstelling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of vergunningverlening, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, naar verwachting niet tijdig kan worden gerealiseerd, maakt het college hier onverwijld melding van aan Onze Minister.

Artikel 9. Specifieke uitkering

1. Onze Minister kan een specifieke uitkering aan gemeenten verstrekken ter bekostiging van de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van deze wet.

2. Bij regeling van Onze Minister kan een specifieke uitkering worden verstrekt voor:

a. opvangplaatsen van bijzondere aard, en

b. op verzoek van een gemeente voor iedere opvangplaats waarmee een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald aantal opvangplaatsen binnen een bepaalde periode wordt overschreden, uitgaande van een bepaald minimaal aantal opvangplaatsen en een minimale beschikbaarheid in tijd van deze opvangplaatsen.

De gemeente kan de uitkering besteden aan een ander doel dan de bij of krachtens deze wet gevorderde uitvoering.

3. Na ommekomst van de in artikel 2 bedoelde periode van twee jaar verstrekt Onze Minister de provincie en gemeenten een specifieke uitkering voor iedere opvangplaats waarmee 75% van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde aantal opvangplaatsen in de provincie is overschreden. De opvangplaatsen waarvoor met toepassing van het tweede lid op verzoek van een gemeente een specifieke uitkering is verstrekt, zijn daarvan uitgesloten. De uitkering wordt verdeeld tussen de provincie en, naar rato van het aantal geboden plaatsen, de gemeenten die opvangplaatsen hebben geboden en hebben voldaan aan de in artikel 5, eerste lid, bedoelde taak. Provincie en gemeente kunnen de uitkering besteden aan een ander doel dan de bij of krachtens deze wet gevorderde uitvoering.

4. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de in het eerste en derde lid bedoelde uitkeringen aan provincies en gemeenten.

Hoofdstuk 5. Wijziging van andere wetten Artikel 10. Wijzigingen Wet Centraal Orgaan Opvang asielzoekers [Wijzigt de Wet Centraal Orgaan Opvang asielzoekers.] Artikel 11. Wijziging Gemeentewet [Wijzigt de Gemeentewet.] Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 12. Invoeringstoets en evaluatie

1. Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van deze wet in de praktijk.

2. Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 13. Overgangsvoorziening

1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot en met 11 van deze wet, maakt Onze Minister bekend aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daarop volgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn.

2. Met toepassing van artikel 3 wordt een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente bepaald.

3. Onze Minister verstrekt uiterlijk vier maanden na inwerkingtreding van de artikelen 1 tot en met 11 van deze wet de gemeente een specifieke uitkering voor iedere duurzaam ter beschikking gestelde opvangplaats waarmee het met toepassing van het tweede lid bepaalde aantal wordt overschreden. De gemeente kan de uitkering besteden aan een ander doel dan de bij of krachtens deze wet gevorderde uitvoering.

4. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de in het derde lid bedoelde uitkeringen aan gemeenten.

Artikel 14. Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 15. Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

’s-Gravenhage, 24 januari 2024 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg Uitgegeven de dertigste januari 2024 De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

Raadsmededeling Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

112-2024 4 juli 2024 2 juli 2024 G. Sikking, A.J Klumpers J.C. Wikkerink Bestuurlijke afspraken huisvesting vluchtelingen Achterhoek

Aanleiding Voor de huisvesting van vluchtelingen in de Achterhoek, zijn regionale bestuurlijke afspraken gemaakt. Middels deze raadsmededeling brengen wij u op de hoogte van deze bestuurlijke afspraken.

Inhoud mededeling:

De gemeenten in de Achterhoek (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) vinden dat de opvang van vluchtelingen niet aan enkele gemeenten kan worden overgelaten, maar dat alle gemeenten hun deel moeten doen. Daarnaast zien we dat nieuwkomers ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de Achterhoekse economie en arbeidsmarkt. Daarom hebben we als gemeenten samen concrete plannen gemaakt om zo snel mogelijk aan onze taakstellingen te voldoen. De Achterhoek pakt zo de uitdaging op om zo snel mogelijk 1.691 asielzoekers en 2.348 Oekraïense ontheemden op te vangen en (naar verwachting) jaarlijks ruim 600 statushouders te huisvesten. Onze regio heeft oog voor vluchtelingen en wil hen fatsoenlijk huisvesten in duurzame opvanglocaties.

Bijlage

- Bestuurlijke afspraken

Pagina 1 van 1

Bestuurlijke afspraken huisvesting vluchtelingen Achterhoek Er zijn in Nederland te weinig opvangplekken voor vluchtelingen (Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders). Daardoor worden veel mensen, vaak kortdurend, opgevangen op plekken die niet geschikt zijn voor langdurige opvang. De gemeenten in de Achterhoek (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) vinden dat de opvang van vluchtelingen niet aan enkele gemeenten kan worden overgelaten, maar dat alle gemeenten hun deel moeten doen. Daarnaast zien we dat nieuwkomers ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de Achterhoekse economie en arbeidsmarkt.

Daarom hebben we als gemeenten samen concrete plannen gemaakt om zo snel mogelijk aan onze taakstellingen te voldoen. De Achterhoek pakt zo de uitdaging op om zo snel mogelijk 1.691 asielzoekers en 2.348 Oekraïense ontheemden op te vangen en (naar verwachting) jaarlijks ruim 600 statushouders te huisvesten. Onze regio heeft oog voor vluchtelingen en wil hen fatsoenlijk huisvesten in duurzame opvanglocaties.

Asielzoekers De gemeenten in De Achterhoek:

- Willen voldoen aan de regionale taakstelling om in 2025, of zo snel mogelijk daarna, in totaal 1.691 opvangplaatsen voor asielzoekers beschikbaar te stellen;

- Zetten daarbij in op het realiseren van 290 reguliere opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv) in de regio. Als er voldoende voorzieningen (waaronder onderwijs) te realiseren zijn, kunnen dit er 370 worden.

- Willen ook tijdelijk AMV opvangen in de regio, ook dit is afhankelijk van beschikbare voorzieningen. Het aantal tijdelijke plekken is de komende jaren 120 in de winter, 50 in de zomer;

- Spreken daarbij af dat iedere gemeente vaart maakt met de plannen die zij aan elkaar hebben gepresenteerd om de gezamenlijke regionale taakstelling zo spoedig mogelijk te realiseren;

- Werken deze plannen voor 1 september uit in een (politiek) tijdspad, zodat voortgang te meten is;

- Realiseren waar mogelijk opvangplaatsen voor een termijn van 10 jaar of langer, verdeeld over meerdere kleinere, middelgrote en enkele grote opvanglocaties, verspreid over de regio;

- Zien daarbij dat naast kleine en middelgrote locaties, minimaal één grote opvanglocatie in het westen van de Achterhoek gewenst is. Hier kunnen dan ook voorzieningen (waaronder onderwijs en zorg) gerealiseerd worden. De gemeente Oude IJsselstreek neemt het initiatief om te zoeken naar een geschikte locatie voor een duurzaam opvangcentrum dat past in het landschap en trekt in dit project (in ieder geval) samen op met gemeente Doetinchem en de provincie Gelderland;

-

Zetten zich waar mogelijk in om aanvullend tijdelijk noodopvangplaatsen te realiseren om in 2025 te voldoen aan de regionale taakstelling;

Realiseren daarbij de volgende aantallen plaatsen in de tijd:

Plaatsen Plaatsen Plaatsen 1 juli 2025 eind 2025 eind 2026

1. Aalten 0 200 200

2. Berkelland 44 180 200

3. Bronckhorst 160 240 240

4. Doetinchem 100 100 100

5. Montferland 30 250 250

6. Oost-Gelre 141 141 200

7. Oude IJsselstreek 0 0 500

8. Winterswijk 400 400 400 Totaal 875 1511 2090 Gemeente

Oekraïense ontheemden De gemeenten in de Achterhoek:

- Willen voldoen aan de opgave om in 2025 in totaal 2.348 gemeentelijke opvangplaatsen voor Oekraïense ontheemden in de regio te realiseren en denken dat ook in de loop van 2025 te kunnen doen;

- Willen geen locaties openen die (tijdelijk) leeg komen te staan en verwachten daarom van het Rijk dat de taakstelling op tijd wordt bijgesteld als er minder plekken nodig zijn. Ook gaan we regionaal afstemmen wanneer locaties open gaan, zodat er niet teveel tegelijkertijd open gaan;

- Doen een beroep op het Rijk om de bestaande regeling voor de realisatie en exploitatie van voorzieningen in stand te houden;

- Verzoeken het Rijk om opvang door particulieren mee te tellen in de totale opgave van de opvang van ontheemden uit Oekraïne.

Statushouders De gemeenten in de Achterhoek:

- Vragen aandacht voor specifieke uitdagingen van gemeenten in De Achterhoek, zoals een lager percentage sociale woningen en het vooral beschikbaar komen van gezinswoningen van enig formaat (vooral geschikt voor gezinnen met 4 of 5 leden: het koppelen van alleenstaanden of hele grote gezinnen maakt het nog moeilijker om aan de taakstelling te voldoen);

- Rekenen op blijvende Rijksfinanciering voor het realiseren van opvangvoorzieningen en huisvesting voor statushouders;

- Doen een dringend beroep op de Rijksoverheid om regelingen eenvoudig te houden/maken en aan te laten sluiten bij de realiteit in onze regio en binnen de asielketen, bijvoorbeeld als het gaat over hoe lang mensen in een doorstroomlocatie kunnen verblijven;

-

-

-

-

Werken samen met woningcorporaties en private partijen aan de realisatie van tussenvoorzieningen, doorstroomlocaties, flexwoningen en andere manieren om statushouders te huisvesten;

Vragen om en werken mee aan creatieve oplossingen om kamergewijze verhuur en splitsing van woningen aan alleenstaande en alleenreizende statushouders mogelijk te maken. Dit vraagt onder meer om woonbegeleiding, waar tot nu toe geen Rijksfinanciering voor is;

Zoeken samen met gespecialiseerde organisaties en partners in de regio actief naar huisvestingsoplossingen voor alleenstaande minderjarige statushouders;

Vragen het Rijk haast te maken met het wegwerken van de steeds langere wachttijden in de behandeling van aanvragen voor gezinshereniging door alleenreizenden. Deze alleenreizenden kunnen gedurende deze periode, die inmiddels oploopt tot bijna twee jaar, niet worden gehuisvest in een eengezinswoning. Omdat de huur hiervan te hoog is, maar ook omdat dit negatieve impact heeft op het draagvlak in een onder spanning staande woningmarkt. Als gevolg hiervan moet fors worden geïnvesteerd in het zoeken en realiseren van creatieve tussenoplossingen, met toename van het aantal verhuisbewegingen en risico op woningweigeren tot gevolg.;

Signaleren dat bij gelijkblijvende taakstellingen alle gemeenten steeds meer moeite zullen hebben met realiseren van de taakstelling en dat in ieder geval enkele gemeenten niet in staat zijn om aan deze taakstelling te voldoen.

Werk De gemeenten in de Achterhoek:

- Zien toeleiding naar werk als belangrijk hulpmiddel voor het welzijn en een snelle economische en maatschappelijke integratie van vluchtelingen en behoud van maatschappelijk draagvlak voor de opvang en huisvesting van vluchtelingen;

- Constateren dat er binnen verschillende sectoren tekorten zijn op de arbeidsmarkt en dat vluchtelingen deze tekorten kunnen helpen verminderen;

- Organiseren samen met bedrijven, vakbonden, UWV en onderwijs toeleiding van vluchtelingen naar krapteberoepen in onze regio, incl. benodigde scholing/training;

- Signaleren dat er extra capaciteit nodig is voor loopbaanbegeleiding van asielzoekers, statushouders en ontheemden en werken samen met het COA en andere maatschappelijke organisaties aan vroegtijdige loopbaanbegeleiding op alle opvanglocaties. Indien begeleiding naar betaald werk (na 6 maanden) niet haalbaar blijkt, dan wordt er onder verantwoordelijkheid van COA gezorgd voor een sluitend aanbod van pre-inburgering, training, beroepsoriëntatie, stages, etc;

- Vragen het COA bij het plaatsen van asielzoekers en statushouders in onze regio te kijken naar de aansluiting op onze regionale arbeidsmarkt;

- Maken met het COA afspraken over kinderopvang voor asielzoekers.

Onderwijs De gemeenten in de Achterhoek:

- Willen nieuwkomers een goede kans geven binnen onze regio en investeren daarom in passend onderwijs en inburgering voor vluchtelingen;

- Maken samen met het onderwijs een plan om voldoende plekken te realiseren in het nieuwkomersonderwijs (po Taalschakelklassen, TSK, en vo Internationale schakelklassen, ISK). Daarbij kijken we ook over de grenzen van onze regio heen;

- Overleggen met onderwijsinstellingen over hun taak om meer en geschikte docenten te werven voor onderwijs aan vluchtelingen;

- Gaan uit van voldoende en structurele financiering van het Rijk, want zonder financiering van het onderwijs is het opvangvangen van minderjarige vluchtelingen niet mogelijk;

- Spreken uit dat de gemeenten met een ISK er niet alleen voor staan als er toch kosten zijn die niet gedekt worden door het Rijk en dat zij een beroep kunnen doen op hun buurgemeenten die ook gebruik maken van deze voorziening;

- Vragen in het bijzonder aandacht voor de groep kinderen die niet binnen twee jaar mee kunnen komen in het reguliere onderwijs.

Zorg De gemeenten in de Achterhoek:

- Stimuleren het opbouwen en uitwisselen van kennis en expertise binnen de (jeugd)zorg over de zorg voor vluchtelingen;

- Spreken met het COA af dat basiszorg voor asielzoekers door het COA geleverd wordt;

- Bevorderen goede samenwerking tussen ISK’s en de jeugdzorg;

- Monitoren wachtlijsten en knelpunten in de zorg, in het bijzonder de huisartsenzorg, en zoeken daarbij naar regionale oplossingen en ondersteuning van het Rijk.

Netcongestie De gemeenten in de Achterhoek:

- Signaleren dat netcongestie en de anderhalf jaar tussen plan en daadwerkelijke aansluiting van nutsvoorzieningen de realisatie van opvangplekken ernstig vertraagt, onmogelijk maakt of duur maakt;

- Vragen het Rijk om met spoed maatregelen te treffen om de capaciteit van het net te vergroten en de realisatietermijn te verkorten zodat nieuwe woningen en opvanglocaties gerealiseerd kunnen worden;

- Spreken de wens uit dat het mogelijk wordt om het vermogen van bestaande aansluitingen te vergroten en dat nieuwe aansluitingen voor de realisatie van opvangplekken tijdig gerealiseerd worden.

ALLE VRAGEN EN ANTWOORDEN IN HET KADER VAN ASIELOPVANG OP DE TIJDELIJKE LOCATIE SINGEL IN AALTEN t.b.v. website De huidige vragen en antwoorden op www.aalten.nl/veelgestelde-vragen blijven gehandhaafd, ook al geeft dat wat ‘dubbeling’.

Dit zijn nu de rubrieken op de website:     

Vragen over de besluitvorming Vragen over de locatiekeuze Vragen over asielopvang Vragen over communicatie en participatie Overige vragen

Daaronder graag weer een korte introtekst, daarna de nieuwe rubrieken met alle (nieuwe) vragen/antwoorden (er hoeft geen datum meer aan de vragen te worden toegevoegd).

Ook de vragen die ons door inwoners zijn gesteld tijdens de bijeenkomsten in de Zuiderkerk (medio mei) en ons via e-mail of post zijn gestuurd, zijn voorzien van een antwoord. De betre ende vragen en antwoorden hebben we onderverdeeld in 15 rubrieken:               

Veiligheid Toezicht, begeleiding & beveiliging op de locatie Woningmarkt & woningwaarde Verkeersveiligheid & omgeving Bestuurlijk & democratisch proces Spreidingswet & aantallen Locatiekeuze & alternatieven Opvangduur & toekomstplannen Opvangvorm & capaciteit Culturele integratie & samenleving Zorg & onderwijs COA- / gemeenteverantwoordelijkheid Financiën & Kosten Werk & participatie Communicatie & inspraak

Onderwerp: Veiligheid

Wat garanderen jullie voor onze veiligheid?

De veiligheid van inwoners is en blijft een prioriteit. Absolute veiligheid kan nooit worden gegarandeerd, net zoals dat ook in andere situaties niet kan (denk aan verkeersveiligheid of criminaliteit). Daarom wordt er samen met COA, politie en andere partners een veiligheidsplan opgesteld. Daarin staan afspraken over beveiliging, toezicht en afhandeling van incidenten. Ook wordt een meldpunt ingericht waar u 24/7 terecht kunt met meldingen.

Indien er een AZC zou komen, hoe wordt de veiligheid gegarandeerd?

Er komt 24/7 toezicht op de locatie. Politie, gemeente en COA maken afspraken over samenwerking, toezicht en opvolging van meldingen buiten de locatie. De wijkagent wordt hierbij betrokken. Omwonenden kunnen via de klankbordgroep meedenken over maatregelen. De ervaring bij andere AZC’s leert dat goede afspraken, toezicht en communicatie zorgen voor rust in de omgeving.

Kan de veiligheid worden gegarandeerd?

Volledige veiligheid kan nooit worden gegarandeerd, ook niet zonder AZC. Wat wel kan: risico’s zo goed mogelijk beheersen. Daarom komt er een veiligheidsplan, toegespitst op de situatie in Aalten. Hierin staan onder andere afspraken over toezicht, aanwezigheid van beveiliging en het opvolgen van meldingen.

De locatie ligt direct tegen een jonge buurt aan, met veel kinderen. Hoe kan hier de veiligheid worden gegarandeerd?

Juist daarom worden er extra maatregelen genomen. Denk aan veilige looproutes, heldere informatie voor buurtbewoners en zichtbare beveiliging. Daarnaast komt er een meldpunt voor overlast. De veiligheid van kinderen en kwetsbare groepen krijgt extra aandacht in het veiligheidsplan.

Hoe zit het met de veiligheid op het eigen terrein van Estinea?

Bij het opstellen van het veiligheidsplan worden ook omliggende terreinen zoals dat van Estinea meegenomen. De gemeente gaat hierover in gesprek met betrokken organisaties om maatwerkafspraken te maken die passen bij de situatie ter plekke. Ook signalen van zorgprofessionals nemen we daarin mee.

Afspraken over veiligheid worden vastgelegd in een Veiligheidsplan. Waar trekt de gemeente de lijn als niet wordt voldaan aan de afspraken?

Als de leefbaarheid in de wijk onder druk staat, als blijkt dat het COA de opvang en alles wat daarmee te maken heeft niet goed weet te organiseren, om maar wat voorbeelden te noemen.

Wat wordt er gedaan en geregeld rondom veiligheid?

We stellen vooraf een veiligheidsplan op, daar worden omwonenden (vanuit de klankbordgroep) ook bij betrokken. Dat betekent bijvoorbeeld dat we afspraken maken over aanwezigheid van beveiliging en zo nodig fysieke aanpassingen in de omgeving realiseren (denk aan extra verlichting). Het opvolgen van klachten en overlastmeldingen is ‘gewoon’ politiewerk. Er zal sprake zijn van extra surveillance en de wijkagent sluit aan bij de klankbordgroep.

Hebben inwoners straks inzage in het veiligheidsplan?

Het veiligheidsplan is openbaar en zal te zijner tijd met de klankbordgroep en de raad worden gedeeld.

Als het AZC er daadwerkelijk komt, hoe wordt de veiligheid in de omgeving gegarandeerd, zonder dat het straatbeeld verandert in iets dat lijkt op een gevangenis en dat niet past in deze omgeving?

Veiligheid en leefbaarheid gaan hand in hand. Er worden maatregelen getro en zoals goede verlichting en zichtbaarheid, maar het uitgangspunt is dat het terrein geen gesloten of zwaarbeveiligde uitstraling krijgt. Het moet passen in de omgeving. Het veiligheidsplan wordt afgestemd met de omgeving via de klankbordgroep.

Wordt er beveiliging geregeld? Ook buiten het terrein van de opvang? Dit in verband met veiligheid van medewerkers nachtdienst Estinea die ook ’s nachts naar buiten moeten als er op de alarmknop wordt gedrukt.

Ja, er komt 24/7 beveiliging op het terrein zelf. Buiten het terrein werkt de gemeente samen met politie voor extra toezicht in de omgeving. Medewerkers in de nachtdienst kunnen rekenen op ondersteuning vanuit deze beveiliging. Afspraken hierover worden vastgelegd in het veiligheidsplan.

We zien nu al bijna nooit politie op straat. Worden het aantal politiemensen straks uitgebreid? Bestaat er een plan hiervoor? Hoe wordt eventuele overlast aangepakt?

Schade vergoed?

De politie is betrokken bij het opstellen van het veiligheidsplan. Dat plan bevat afspraken over extra inzet in de buurt. Overlastmeldingen worden serieus genomen en opgevolgd.

Schade aan persoonlijke eigendommen kan, zoals gebruikelijk, bij de politie worden gemeld. Schade aan gemeentelijke eigendommen wordt door de gemeente opgepakt.

Beveiliging op het terrein is de verantwoordelijkheid van het COA.

Waar worden de (extra) agenten vandaan gehaald, die zien we nu al bijna nooit?

Ons uitgangspunt is dat we asielzoekers opvangen die hier een nieuw leven op willen bouwen, en dat we ze daar graag bij helpen. Mocht het met een enkeling anders lopen, dan zetten we daar extra (politie)capaciteit op in.

Wat zijn de ervaringen met incidenten en hoe is de veiligheid geregeld bij het AZC in Winterswijk?

Er is in Winterswijk 24/7 beveiliging aanwezig. Wat betreft incidenten, dat zijn voornamelijk incidenten op de locatie. Dit jaar is er 4x een incident geweest, waarbij 3x een ambulance nodig was voor een medische situatie en er is 1x een wijkagent geweest in verband met een onderlinge ruzie tussen 3 asielzoekers. Er is regelmatig afstemming om omwonenden over veiligheid en overlast.

Ik heb gelezen dat er rondom AZC’s 89% meer incidenten plaatsvinden, klopt dat?

De cijfers worden niet herkend. Mogelijk gaat het om aanmeldlocaties zoals Ter Apel en Budel en noodopvanglocaties. In Aalten is het plan een reguliere opvanglocatie te realiseren en dat is echt anders. Op een (grootschalige) reguliere locatie kan er naast constante beveiliging namelijk ook dagbesteding en voorlichting voor de bewoners georganiseerd worden.

Het gaat vaak ook om een gevoel van onveiligheid. We horen graag met name van omwonenden welke zorgen zij hebben en welke aandachtspunten in het kader van veiligheid er zijn. Die nemen we mee in het veiligheidsplan en leggen we vast in afspraken met het COA.

Onderwerp: Toezicht/begeleiding/beveiliging op de locatie

Hoeveel begeleiding is er vanuit het COA beschikbaar (aantal begeleiding op aantal asielzoekers)?

Bij een reguliere locatie zoals voorgesteld in Aalten zorgt het COA voor een passende

bezetting. Overdag zijn er meerdere begeleiders en hulpverleners aanwezig. ’s Nachts zijn er 3 beveiligers aanwezig. Het aantal medewerkers is afgestemd op de groepsgrootte (maximaal 300) en wordt bewaakt door het COA, met ervaring van andere AZC’s als uitgangspunt.

Hoeveel beveiligers zijn er straks aanwezig? ’s Nachts 3 beveiligers omdat er dan geen andere begeleiders aanwezig zijn.

Overdag 1 beveiliger omdat er dan ook begeleiders en andere medewerkers aanwezig zijn.

Wat gebeurt er met een asielzoeker die zich misdraagt?

Die wordt daar in eerste instantie op aangesproken. Een mogelijke maatregel is overplaatsing naar een ander azc.

Welke straf krijgen asielzoekers als zij een strafbaar feit plegen?

Als er aangifte wordt gedaan, geldt voor hen ook het Nederlands strafrecht.

Overlastgevers en asielzoekers die zich misdragen worden overgeplaatst naar een ander AZC, om ze zo uit een bepaalde omgeving te halen. En soms worden ze overgeplaatst naar een speciale opvang met meer controle en begeleiding.

Consequentie kan bij ernstige misdrijven ook zijn dat de IND de vergunning intrekt.

Onderwerp: Woningmarkt / Woningwaarde

Hoe zit het met daling waarde woning (compensatie)?

Zodra er een omgevingsvergunning is verleend voor de opvanglocatie, bestaat er voor woningeigenaren de mogelijkheid om een verzoek tot tegemoetkoming in schade door waardedaling in te dienen bij de gemeente. Dit werd voorheen aangeduid als planschade.

De regeling is bedoeld voor situaties waarin de waarde van een woning aantoonbaar daalt door een ruimtelijk besluit van de overheid, zoals de vestiging van een AZC. Het verzoek wordt beoordeeld door een onafhankelijke partij.

Er is geen aanvullende regeling of extra vergoeding van de gemeente bovenop de wettelijke regeling. Ook is de vergoeding van waardedaling nu nog niet aan de orde, want er is nog geen vergunning verleend.

Heeft een eventuele komst van een AZC een negatieve invloed op de woningwaarde? (leidt het zelfs tot onverkoopbaarheid of tot verkoop tegen een duidelijk lagere waarde dan de marktwaarde van de woning) De zorgen hierover zijn begrijpelijk, maar het is lastig om algemene uitspraken te doen over woningwaarde-e ecten. Deze zijn per locatie en situatie verschillend. Zoals in het antwoord bij de vorige vraag beschreven bestaat er een wettelijke regeling voor vergoeding van schade door waardevermindering, als die aantoonbaar wordt veroorzaakt door een overheidsbesluit.

Indien er een AZC zou komen, heeft de gemeente dan een plan om dit financieel op te lossen, bijvoorbeeld door zelf de betre ende woningen aan te kopen in geval verkoop binnen een bepaalde periode (bijvoorbeeld 3 maanden) tegen de ‘normale’ waarde niet lukt? En wordt de WOZ-waarde door de gemeente ook aangepast?

Nee, de gemeente heeft geen aanvullende regeling of opkoopregeling. Er is alleen de wettelijke regeling voor planschade/nadeelcompensatie. De gemeente koopt geen woningen aan.

Wat betreft de WOZ-waarde: deze wordt niet automatisch aangepast. Als u denkt dat uw WOZ-waarde door gewijzigde omstandigheden onjuist is, kunt u hiertegen bezwaar maken via de reguliere procedure.

Bij wie kan ik me melden voor vergoeding van daling van de waarde van mijn woning?

Bij de gemeente. Er wordt een extern bureau ingeschakeld dat het verschil tussen de oude en de nieuwe situatie beoordeelt. Vervolgens wordt volgens landelijk beleid bepaald of er recht is op compensatie (niemand heeft bijvoorbeeld recht op vrij uitzicht vanuit zijn woning) en hoeveel dat is. Een klein percentage van de waardedaling wordt gezien als eigen risico van een woningeigenaar.

Overigens kan een verzoek pas worden ingediend als de vergunning is verleend.

Geeft de gemeente, anders dan wettelijk is vastgelegd, vergoeding voor waardevermindering van woningen in de omgeving?

Nee, daar is nu niet in voorzien.

Onderwerp: Verkeersveiligheid & omgeving

Hoe zit het met de verkeersveiligheid op de Singelweg/Slaadreef, met name voor voetgangers en fietsers?

Verkeersveiligheid wordt nadrukkelijk meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan. Daarbij wordt gekeken naar veilige loop- en fietsroutes, het tegengaan van sluipverkeer en het beperken van ongewenste looproutes. Dit geldt ook voor de situatie rondom ’t Slaa, waar veel kinderen buiten spelen. Volledige afsluiting van toegangswegen is op dit moment niet voorzien, maar wel worden maatregelen overwogen om de verkeersdrukte en overlast te beperken.

Waarom zo dicht bij een woonwijk? Er zijn hier geen winkels, er zal dan alsnog vervoer enz. moeten worden geregeld naar het centrum.

De verwachting is dat de afstand zo is, dat asielzoekers deze op eigen gelegenheid per fiets – en mogelijk ook lopend – kunnen bereiken. Daar waar nodig zal het COA ondersteuning bieden in mobiliteit.

De locatie ligt niet heel dicht bij het centrum van Aalten en aan een drukke hoofdweg. Levert dat geen verkeersonveilige situaties op?

De asielzoekers zullen vooral richting het centrum (station, winkels) lopen en fietsen. Bij de hoofdweg komen ze in principe niet. Ook deze vorm van veiligheid nemen we mee bij de invulling van de locatie.

Hoe zit het met geluidsoverlast op de locatie? Komt er een geluidswal en is dat wel voldoende?

Ook voor deze ontwikkeling moeten en willen we gewoon voldoen aan alle eisen, dus ook aan de eisen met betrekking tot geluidsoverlast. Daar houden we bij de invulling rekening mee of daar nemen we maatregelen voor.

Wat doet de gemeente aan verkeersveiligheid op plekken waar voetgangers oversteken, zoals bij de Hamelandroute?

Verkeersveiligheid is een belangrijk onderdeel van het inrichtingsplan. Er wordt gekeken naar veilige loop- en fietsroutes van en naar de opvanglocatie, duidelijke oversteekplaatsen en eventueel aanvullende maatregelen om te voorkomen dat mensen zomaar de weg oversteken.

Komt er een afsluiting van de toegangsweg tot woonwijk 't Slaa, ook voor fietsers en voetgangers?

Volledig afsluiten van de toegangsweg, ook voor fietsers en voetgangers, heeft grote gevolgen voor de bereikbaarheid – ook voor bewoners zelf. Daarom wordt gezocht naar een balans tussen bereikbaarheid en het tegengaan van overlast. Het is nog niet duidelijk waar en hoeveel toegangswegen er uiteindelijk komen. Wel kunnen maatregelen worden genomen die ongewenst verkeer of looproutes ontmoedigen, zonder dat de wijk onnodig wordt afgesloten.

Onderwerp: Bestuurlijk & democratisch proces

Hoe kunnen jullie dit besluiten zonder eerst met de buurtbewoners te overleggen?

De gemeente is naar buiten getreden op het moment dat duidelijk was dat de locatie aan de Singelweg geschikt én beschikbaar is. Daarvoor is eerst zorgvuldig onderzocht welke locaties mogelijk zouden zijn. Eerder communiceren had kunnen leiden tot onnodige onrust over locaties die het uiteindelijk niet zouden worden. Nu er een concreet plan ligt, is er juist ruimte gemaakt voor gesprekken met de omgeving, via onder andere de bijeenkomsten en een klankbordgroep.

Waarom kunnen wij geen bezwaar maken?

Op dit moment is er nog geen formeel besluit genomen waartegen bezwaar mogelijk is.

Zodra er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, volgt een wettelijke procedure waarin belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen. Dit wordt op dat moment bekendgemaakt, zodat iedereen die dat wil een formele reactie kan geven.

Is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om grond bestemd voor woningbouw in te zetten voor asielopvang?

Ja, het college is bevoegd om voorstellen te doen over het gebruik van gemeentelijke gronden. In dit geval is er nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor woningbouw op deze locatie. Het college stelt voor de bestemming te wijzigen naar ‘wonen’ en om vervolgens tijdelijk beschikbaar te stellen voor opvang van asielzoekers.

Hoe worden alle reacties / vragen verzameld?

Tijdens de bijeenkomsten worden alle vragen genoteerd en online zijn en kunnen nog vragen worden ingestuurd. Alle vragen worden verzameld, gebundeld en beantwoord op deze plek op de gemeentelijke website. Inbreng uit de klankbordgroep wordt ook meegenomen in het proces.

Word ik geïnformeerd over het moment dat de ruimtelijke procedure van start gaat?

Ja. Zodra de ruimtelijke procedure (zoals een aanvraag voor een omgevingsvergunning) start, wordt dit gepubliceerd. Ook worden omwonenden en iedereen die zich heeft aangemeld voor de nieuwsbrief hierover geïnformeerd. Er is dan ook gelegenheid om zienswijzen in te dienen.

Waar zit de democratie in dit proces?

Het college heeft een besluit genomen over de locatie en legt dit als voorstel aan de raad voor;een raad die democratisch door inwoners is gekozen. De raad beslist uiteindelijk.

Leden van de gemeenteraad zijn ook aanwezig bij de bijeenkomsten om zo te horen wat er zoal speelt.

De raad geeft straks een bindend advies. Gaat het college zich daaraan houden?

Ja.

Zijn er mogelijkheden om het proces richting de raad nog aan te passen?

Ja. Zolang de gemeenteraad nog geen advies heeft uitgebracht, is er ruimte voor inwoners om hun mening te geven. Dat kan schriftelijk of mondeling, bijvoorbeeld door in te spreken tijdens een raadsbijeenkomst. Ook signalen die bij de bijeenkomsten of worden opgehaald, worden gedeeld met de gemeenteraad.

Is de gemeenteraad geïnformeerd over de locatie, plannen voor asielopvang?

Ja, de locaties die zijn onderzocht zijn in vertrouwen met de raad gedeeld en er is gevraagd om eventuele andere geschikte locaties. Het besluit voor de locatie Singel 2, het maximaal aantal op te vangen asielzoekers van 300 en de duur van maximaal 10 jaar is door het college genomen, niet door de raad.

Waarom is het besluit niet uitgesteld tot na de gemeenteraadsverkiezingen?

De opvangopgave is urgent en het proces kan niet onbeperkt worden uitgesteld.

Bovendien is er de spreidingswet, waardoor elke gemeente geacht wordt een bijdrage te leveren aan opvang voor een bepaalde datum. De raad die nu betrokken is, is democratisch gekozen en heeft eerder via moties en vragen richting gegeven aan dit proces. De gemeenteraad wordt ook nu nadrukkelijk betrokken bij de besluitvorming.

Er is sprake van een asielcrisis, gaat het college nu voorbij aan alle procedures en de rol van de raad?

Nee. Het college bereidt een besluit voor en legt dat voor aan de raad. Het college kan wel voor een verkorte procedure kiezen omdat het om tijdelijke opvang gaat, maar daarvoor kiest het college nadrukkelijk niet.

Onderwerp: Spreidingswet & aantallen

De landelijke overheid is voornemens de spreidingswet in te trekken. Het is dan een vreemde zaak dat de gemeente nu nog de spreidingswet in Aalten wil toepassen.

Waarom dit nu nog doen?

De spreidingswet is op dit moment nog steeds van kracht en gemeenten zijn verplicht hieraan te voldoen. Of en wanneer de wet wordt ingetrokken, is onduidelijk. Bovendien voelt het college zich maatschappelijk verantwoordelijk om bij te dragen aan een humane en werkbare opvang van mensen die bescherming nodig hebben. Ook zonder spreidingswet blijven er opvangplekken nodig.

Waarom wil de gemeente überhaupt voldoen aan de spreidingswet?

Er zijn in Nederland zo’n 96.000 opvangplekken voor asielzoekers nodig. Als gemeente willen we onze maatschappelijke verantwoording nemen richting de vluchtelingen die in Nederland om hulp vragen én richting de andere gemeenten waar asielzoekers worden opgevangen. Bovendien: de spreidingswet is gewoon nog van kracht en de verwachting is ook niet dat dit binnenkort van tafel gaat.

Volgens de spreidingswet moeten er in Aalten 157 personen komen. Bij de Knobo zijn al 80 asielzoekers gehuisvest. Hoe is het verschil met het aantal van 300 te verklaren?

De locatie Knobo huisvest geen asielzoekers, maar Oekraïense vluchtelingen. Op basis van de spreidingswet heeft het Rijk Aalten aanvankelijk 157 opvangplekken toegewezen.

Ook zij vluchten voor oorlogsgeweld, maar hebben een andere verblijfsstatus en hoeven geen asielprocedure te doorlopen. Eind 2024 is dit door regionale afspraken verhoogd naar 200. De gemeente kiest nu voor één stabiele opvanglocatie met maximaal 300 asielzoekers omdat het COA pas vanaf dat aantal volledige ondersteuning biedt op het gebied van beveiliging, dagbesteding, zorg en begeleiding.

Waarom wil de gemeente 300 asielzoekers opvangen?

Het college kiest voor een locatie voor maximaal 300 asielzoekers omdat er dan ondersteuning, dagbesteding, 24/7 beveiliging en zorg op de locatie beschikbaar is. Op die manier kan recht worden gedaan aan de zorgen van omwonenden over zaken als veiligheid, overlast en het voorkomen van overbelasting van de lokale zorg .

Verplichting is 200 asielzoekers (dat was toch 157?), waarom wil de gemeente er dan 300 opvangen?

Zie het antwoord bij de vragen hiervoor. De opgave is bijgesteld van 157 naar 200 op basis van regionale afspraken. De keuze voor 300 is bewust: het biedt betere ondersteuning op locatie, wat ten goede komt aan de rust, veiligheid en leefbaarheid voor de inwoners van Aalten en de bewoners van het AZC.

Wat zijn de consequenties voor de gemeente Aalten als niet wordt voldaan aan de spreidingswet?

Als een gemeente niet voldoet aan de opgave, kan de overheid een aanwijzing geven om alsnog opvang te realiseren. Daarbij vervalt het lokale beslisrecht. Door zelf invulling te geven aan de opgave behoudt de gemeente Aalten regie over locatie, schaal en inpassing.

Wat als de spreidingswet vervalt, gaat de gemeente dan door met plannen voor asielopvang?

Ja. Het college heeft aangegeven ook zonder wettelijke verplichting zijn verantwoordelijkheid te willen nemen. De opvangbehoefte blijft, ongeacht de status van de wet. Het gaat hier niet alleen om een wettelijke plicht, maar ook om solidariteit met andere gemeenten, humane opvang en regionale afspraken.

Onderwerp: Locatiekeuze & alternatieven

Waarom niet een locatie met 50 personen? Of 100?

Het college kiest voor een locatie voor maximaal 300 asielzoekers omdat het COA er dan voor kan zorgen dat er maximale ondersteuning, dagbesteding, beveiliging en zorg op de locatie beschikbaar is. Op die manier kan recht worden gedaan aan de zorgen van omwonenden. Aan locaties die kleiner zijn dan 300 opvangplekken kan het COA die zorg maar gedeeltelijk leveren; veel kleine locaties overvraagt de dienstverleningscapaciteit van het COA.

Waarom wordt de opvang niet verspreid over meerdere locaties in de gemeente?

Verspreide opvang lijkt aantrekkelijk, maar heeft in de praktijk nadelen. Bij kleine locaties ontbreken vaak begeleiding, daginvulling en 24/7 toezicht, wat juist leidt tot meer onrust. Bij één locatie van 300 personen kan het COA wél volledig zorgen voor beveiliging, dagbesteding, zorg en begeleiding.

Waarom wordt er niet naar andere locaties gekeken, zoals waar Dorcas zit?

Deze locatie is geen eigendom van de gemeente en voldoet daarom niet aan één van de belangrijke voorwaarden. De voorkeur gaat uit naar locaties die in eigendom zijn, zodat er snel en zorgvuldig gehandeld kan worden.

Waarom is alleen deze locatie geschikt?

Er zijn 7 locaties onderzocht. Daarbij is gekeken naar beschikbaarheid van de grond, bereikbaarheid, veiligheid, eigendomssituatie, afstand tot woningen en voorzieningen.

De locatie aan de Singelweg scoorde het hoogst op al deze punten en bleek als enige geschikt.

Kobus 1 en Kobus 2 zijn kennelijk afgevallen in de beoordeling van mogelijk geschikte locaties. Betekent dit dat deze nu in aanmerking komen voor woningbouw?

Dat is nog niet bekend, we nemen het als tip mee.

Een van de voorwaarden voor een locatie is dat deze niet op een woningbouwlocatie komt. Waarom dan wel hier?

De motie van de raad met betrekking tot Singel 1 en 2 was om de locaties te onderzoeken op mogelijkheden voor woningbouw. Daar is de gemeente ook mee gestart. Tegelijkertijd ligt er een opvangopgave vanuit de spreidingswet. De locatie heeft nog de bestemming ‘agrarisch’ en maakt geen deel uit van de reguliere planvoorraad voor woningbouw. Daarom is er op Singel 2 voor gekozen om beide opgaven te combineren: eerst tijdelijke opvang voor maximaal 10 jaar, daarna reguliere woningbouw.

Hoe kan het dat de gemeente in zo’n korte periode draait van 'geen AZC' naar een volwaardig AZC?

In 2022 heeft de raad inderdaad een ander standpunt ingenomen. Sindsdien is de

landelijke situatie veranderd. De spreidingswet is van kracht en de regionale opvangopgave is verhoogd. Het college wil regie houden op locatiekeuze, voorzieningen en tijdelijkheid. Door dit zelf te organiseren kan beter recht worden gedaan aan de zorgen uit de samenleving. En bij een volwaardig opvanglocatie (vanaf 300 opvangplekken) is het COA volledig verantwoordelijk voor opvang, huisvesting beveiliging en dienstverlening.

Waarom wordt niet gekozen voor alternatieve locaties zoals camping ’t Walfort?

Dit terrein is niet in eigendom van de gemeente en voldoet daardoor niet aan de eisen voor snelle en zekere beschikbaarheid. Eigendom is een belangrijk criterium in het locatieonderzoek.

Wat als er straks wél een woonplan is voor deze locatie? Gaat de opvang dan nog door?

Ja, zolang de opvangopgave en de afspraken met het COA gelden, blijft de locatie in gebruik als opvanglocatie. De woningbouwplannen worden gerealiseerd ná afloop van de tijdelijke opvangtermijn van maximaal 10 jaar. De twee functies worden dus na elkaar ingevuld.

Onderwerp: Opvangduur & toekomstplannen

Wat betekent opvang voor 10 jaar? Kan de gemeente hierover garanties geven?

Ja. De opvanglocatie wordt voor maximaal 10 jaar beschikbaar gesteld. Die maximale termijn is vastgelegd in het collegebesluit, komt terug in de Bestuursovereenkomst met het COA en wordt ook juridisch geborgd in het omgevingsplan. Na die 10 jaar wordt de locatie herontwikkeld tot woningbouw. Deze afspraken kunnen niet eenzijdig worden aangepast.

Hoe weten we zeker dat het AZC na 10 jaar ook echt verdwijnt?

De gemeente heeft de maximale looptijd van 10 jaar opgenomen in het besluit en zal hierover bindende afspraken maken met het COA in een bestuurlijke overeenkomst. Na die periode wordt het terrein benut voor reguliere woningbouw.

Het college zegt ‘maximaal 300 asielzoekers’. Wat als het er toch meer worden, zoals in Ter Apel?

De situatie is hier echt anders. In Ter Apel kunnen ze niet bepalen hoeveel asielzoekers er komen, ze moeten iedere vluchteling die zich meldt, opnemen. In Aalten bepaalt het COA straks wie er in de opvang komt wonen, er komen daar geen onaangekondigde asielzoekers naar toe.

De afspraak van maximaal 300 asielzoekers wordt vastgelegd in de Bestuursovereenkomst.

Waarom 10 jaar? En niet 5 of 15 jaar?

De termijn van 10 jaar is het resultaat van een zorgvuldige afweging. Het COA stelt als voorwaarde dat opvanglocaties minimaal 10 jaar beschikbaar zijn, zodat investeringen in bovengrondse en ondergrondse infrastructuur, gebouwen, beveiliging en voorzieningen kunnen worden terugverdiend. Voor de gemeente is het tegelijk belangrijk om de tijdelijke aard te kunnen waarborgen. Daarom is gekozen voor deze begrensde periode.

Op welk moment gaat de termijn van 10 jaar in?

Vanaf het moment dat de eerste asielzoeker wordt gehuisvest op de locatie.

Aangegeven is dat de locatie na 10 jaar opvang wordt ‘omgebouwd’ naar een woonwijk met reguliere woningen. Hoe moet ik me dat voorstellen?

Het idee is om de inrichting direct zoveel mogelijk af te stemmen op de toekomstige woningbouw. Denk aan wegenstructuur en openbare ruimte. Die structuur kunnen we weer gebruiken, wat kosten bespaart en de overgang naar woningbouw versnelt.

Het college geeft de garantie dat de opvang voor maximaal 10 jaar is. Over 10 jaar zijn deze bestuurders er niet meer, kan het dan alsnog verlengd worden?

De periode van maximaal 10 jaar wordt juridisch vastgelegd in de Bestuursovereenkomst tussen gemeente en COA én in het ruimtelijk besluit. Daarmee kan de afspraak niet zomaar verlengd worden, ook niet door een volgend college.

Onderwerp: Opvangvorm & capaciteit

Hoe komt u aan het aantal van 300 personen?

Het Rijk heeft de gemeente Aalten op basis van de spreidingswet een opgave van 157 opvangplekken gegeven. Door regionale afspraken is dat bijgesteld naar 200. Dat aantal

is ook de wettelijke verplichting geworden. Het college kiest nu voor een locatie voor maximaal 300 personen omdat het COA vanaf dat aantal volledige ondersteuning biedt op het gebied van beveiliging, dagbesteding, zorg en begeleiding. Dit zorgt voor meer rust en structuur voor bewoners én omgeving.

Is het plan om gezinnen op te vangen of eenlingen of een combinatie?

Het gaat om een combinatie van gezinnen en alleenreizende volwassenen. Er worden geen minderjarige alleenstaande jongeren opgevangen. Het COA bepaalt de exacte samenstelling op basis van de opvangbehoefte en kijkt bij plaatsing naar passende combinaties.

Welke mensen komen er te wonen, in welke samenstelling?

Dat is afhankelijk van de situatie in de wereld op het moment van openstelling. De invloed van de gemeente is hierin zeer beperkt.

Acht mensen in één woning, mensen die elkaar niet kennen en mogelijk zijn getraumatiseerd, dat kan toch niet goed gaan?

De opvang is niet luxe, maar sober en doeltre end. Het programma van eisen van het COA sluit aan bij Europese regelgeving. Opvang van acht personen per woning wordt al op andere locaties toegepast, zoals in Winterswijk, en wordt daar als werkbaar ervaren.

Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met achtergrond, cultuur en gezinssamenstelling. Voor traumazorg is er op locatie een huisarts en een praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg beschikbaar.

Acht mensen in een woning; zijn dat acht willekeurige vreemden die met elkaar moeten samenwonen en leven?

Nee. Het COA kijkt bij de samenstelling van wooneenheden naar wie bij elkaar passen, bijvoorbeeld op basis van taal, cultuur of gezinssituatie. Mensen die niet samen kunnen wonen, worden niet in dezelfde woning geplaatst. Er wordt ook begeleiding geboden om het samenleven in goede banen te leiden.

Komen er ook alleenstaande jongeren (tot 18 jaar) naar de opvang in Aalten?

Nee. Daar zijn speciale opvanglocaties voor op andere plekken in Nederland. In Aalten worden uitsluitend alleenreizende volwassenen en gezinnen opgevangen.

Onderwerp: Culturele integratie & samenleving

Vindt er een selectie op taal en/of cultuur plaats?

Nee, er wordt geen selectie gemaakt op taal of cultuur. Het COA bepaalt op basis van landelijke opvangcapaciteit en gezinssamenstellingen wie waar wordt geplaatst. Daarbij wordt wel gekeken naar wie goed samen kunnen wonen, bijvoorbeeld qua leeftijd, achtergrond of gezinssituatie. Bij aankomst, maar ook op locatie, krijgen bewoners voorlichting over normen en waarden in Nederland.

Op een relatief kleine locatie 300 asielzoekers onderbrengen, dat vraagt toch om problemen? (andere culturen, geloven en denkwijzen over verhouding tussen man en vrouw, andere normen en waarden) De culturele verschillen worden onderkend. Daarom is er op de locatie dagelijks begeleiding en worden bewoners actief geïnformeerd over Nederlandse waarden, normen en omgangsvormen. Ook is er aandacht voor onderlinge omgang tussen bewoners onderling én met de buurt. Begeleiders en vrijwilligers spelen hierin een belangrijke rol, net als dagbesteding en structuur in het dagelijks leven.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de komst van een grote groep mensen met een andere culturele achtergrond niet leidt tot verlies van lokale normen en waarden, spanningen in de wijk of een afname van onderling vertrouwen in de medemens?

Asielzoekers krijgen voorlichting over het leven in Nederland, inclusief onze normen en waarden. Ze worden begeleid door COA-medewerkers en kunnen deelnemen aan dagbesteding, taalonderwijs en vrijwilligersactiviteiten. Het COA streeft naar een open, kleinschalige en toegankelijke opvangstructuur. Door bewoners bezig te houden en contact met de buurt te stimuleren, wordt de kans op spanningen kleiner. In andere gemeenten is dit succesvol gebleken.

Asielzoekers komen uit een andere cultuur, waar soms ook anders tegen mensen met een handicap wordt aangekeken. Wordt daar rekening mee gehouden?

In z’n algemeenheid is er veel uitleg over en aandacht voor Nederlandse waarden en normen, zowel bij aankomst als op locatie. We kunnen ons voorstellen dat er extra aandacht is voor deze zorg, en dat we afspraken maken dat asielzoekers daar voortdurend over worden geïnformeerd.

Willen de asielzoekers wel integreren? Landelijk is er veel criminaliteit in gemeenten met een AZC.

In de media worden incidenten veelal breed uitgemeten, dat geeft wel een vertekend beeld. Bovendien gaat het vaak over Ter Apel (met echt een andere functie / andere bewoners) en over ‘oude’ AZC’s waar nauwelijks sprake is van integratie met overige inwoners. Het COA geeft aan dat locaties met een open structuur (geen hekken en slagboom), andere inrichting en andere gebouwen andere cijfers laten zien. Ook de voorzieningen op het AZC, zoals de dagbesteding die door het COA wordt geboden, hebben een positief e ect op het welzijn van inwoners en buurtbewoners.

Integratie is belangrijk, maar hoe worden 300 mensen op locatie beziggehouden?

Kinderen gaan naar school, volwassenen volgen taalles, hebben gesprekken en afspraken rondom hun asielaanvraag, doen mee aan activiteiten (dagbesteding), vrijwilligerswerk of gaan werken.

De asielzoekers hebben allemaal verschillende culturen en geloven; zijn daar ook passende hulpverleners voor beschikbaar?

We hebben inmiddels al van verschillende kanten aanbod gekregen van vrijwilligers die hier een bijdrage aan willen en kunnen leveren, ook om te helpen eventuele onderlinge spanningen te verlichten.

Asielzoekers worden op voorhand al gecriminaliseerd, dat is toch niet terecht?

Incidenten die er zijn worden in de media veelal breed uitgemeten, dat geeft dit – inderdaad niet correcte – beeld over alle asielzoekers. Er zijn mensen, vanuit verschillende achtergronden op een locatie aanwezig en natuurlijk geeft dat wel eens spanningen. Belangrijk is dat mensen worden beziggehouden. Dat gebeurt door het COA, maar ook vrijwilligers(groepen) kunnen daar een rol in hebben (in Winterswijk zijn zo’n 35 vrijwilligers actief). Het is te vroeg om te zeggen of het vrijwilligerswerk straks wordt gecoördineerd door het COA of bijvoorbeeld door Figulus. Vooralsnog mogen mensen die zich hiervoor aan willen melden dat doen via [email protected].

Angst verkrampt, vertrouwen geeft ruimte. Wat kunnen wij als inwoners doen?

Inwoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een goede ontvangst en integratie.

Denk aan vrijwilligerswerk, meehelpen bij activiteiten of gewoon het gesprek aangaan.

Ook signalen van zorgen of knelpunten zijn waardevol. Iedereen die iets wil betekenen, kan zich melden bij de gemeente of mailen naar [email protected].

Wat levert dit op voor de omgeving?

Actieve AZC-bewoners zijn minder vatbaar voor verveling of overlast en kunnen iets terugdoen voor de samenleving. Ook ontstaan er vaker informele contacten tussen buurtbewoners en AZC-bewoners, bijvoorbeeld via sportclubs of vrijwilligersprojecten.

Dit helpt integratie en wederzijds begrip te bevorderen.

Onderwerp: Zorg & onderwijs

Wat zijn de gevolgen voor huisartsen (zorg)?

Een van de zaken die het COA regelt bij een opvang van de beoogde omvang, is dat er op de locatie een arts beschikbaar is.

Uit landelijke cijfers blijkt dat zo’n 40% van de zorgvragen bij de opvang opgelost kan worden. En de rest dan?

Landelijk komt de rest van de zorg vragen alsnog bij de huisartsen, en indien nodig bij het ziekenhuis/specialisten of de GGZ. Dit zou een onderwerp zijn dat we op voorhand goed willen afstemmen, en ook vastleggen in de Bestuursovereenkomst.

Er is gezondheidszorg beschikbaar op de locatie. Geldt dat ook voor psychische zorg?

Op de locatie is, net als bij onze huisartsen, een Praktijkondersteuner Huisartsenzorg (POH) voor geestelijke gezondheidszorg beschikbaar. Voor zwaardere zorg wordt de reguliere GGZ ingeschakeld.

Krijgen asielzoekers voorrang op GGZ-zorg?

Nee. In eerste instantie zijn ze aangewezen op zorg die op de locatie beschikbaar is. Dat staat dus los van zorgverleners in de gemeente. Bij zware GGZ-problematiek komen asielzoekers, net als wij, op de wachtlijst.

Zijn er mogelijkheden om samen te werken in de zorgverlening?

Ja, het COA werkt samen met GZA (GezondheidsZorg Asielzoekers), dat verantwoordelijk is voor het leveren van medische zorg op locatie. Waar mogelijk worden regionale zorgpartners betrokken. In de Bestuursovereenkomst worden afspraken gemaakt over afstemming met lokale zorgverleners. Ook is er ruimte voor samenwerking op het gebied van preventie, vaccinatie en begeleiding.

Is er wel voldoende personeel (te vinden) op de locatie?

Er zullen nog diverse afspraken en plannen worden gemaakt (veiligheidsplan, maar ook andere). Hierin wordt steeds een paragraaf opgenomen: ‘Hoe kunnen we voldoende personeel werven voor...’.

Er is een tekort aan zorgpersoneel, hoe komt het COA dan aan genoeg personeel?

Het GZA (GezondheidsZorg Asielzoekers) voorziet in personeel op een AZC. Er zijn landelijke afspraken over beschikbaarheid van artsen, verpleegkundigen en praktijkondersteuners. Op dit moment heeft GZA geen structureel tekort en zorgt het ervoor dat bewoners tijdig de juiste zorg krijgen.

Komt er ook een school / is er onderwijs op de locatie?

Het idee is nu dat er bij de dienstengebouwen ook ruimte gereserveerd wordt voor onderwijs, maar hoe dat er precies uit zou zien, is nog niet bekend.

De onderwijsbehoefte wordt afgestemd met de gemeente en de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs. In veel gevallen gaan kinderen naar scholen in de regio.

Is er tandartszorg beschikbaar voor bewoners?

Er is geen tandarts permanent aanwezig op het AZC zelf. Het COA organiseert tandheelkundige zorg via de landelijke zorgorganisatie (GezondheidsZorg Asieslzoekers, GZA). Kinderen tot 18 jaar krijgen reguliere tandartszorg. Volwassenen krijgen alleen spoedeisende hulp. De benodigde capaciteit wordt contractueel vastgelegd.

Worden kinderen gevaccineerd?

Asielzoekers worden bij aankomst gescreend door de GGD. Kinderen tot 18 jaar krijgen op vrijwillige basis de vaccinaties aangeboden die ook in het Rijksvaccinatieprogramma zitten (zoals bof, mazelen en rode hond). Vaccinatie is niet verplicht, maar de bereidheid om hieraan mee te werken is doorgaans groot.

Onderwerp: COA- / gemeenteverantwoordelijkheid

Doet de gemeente dit alleen voor het geld? Levert het onze wijk ook nog iets op?

Het uitgangspunt is dat de realisatie van een AZC kostenneutraal is. Voor de opvang van

asielzoekers ontvangt het COA financiering van het Rijk; de gemeente ontvangt geen vergoeding per opgevangen persoon. Wel zijn er landelijke compensaties beschikbaar, bijvoorbeeld voor extra kosten voor jeugdzorg, onderwijs of leefbaarheid.

De wijk kan indirect profiteren doordat het COA investeert in goede voorzieningen, verlichting en veiligheid, en er op termijn nieuwe woningbouw komt op de locatie waarvoor de infrastructuur dan al aanwezig is.

Wat als de Bestuursovereenkomst niet wordt nagekomen door het COA? Wat als bijvoorbeeld het maximum aantal aanwezige asielzoekers wordt overschreden?

Ook daarover worden op voorhand afspraken vastgelegd in de Bestuursovereenkomst.

Denk aan het boetebeding dat in Ter Apel geldt bij overschrijding van het aantal aanwezige asielzoekers. Een soortgelijke afspraak kan ook gelden voor ‘veiligheid’.

Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid op de locatie; kunnen ze dat wel waarmaken?

Ja. Er worden hiervoor beveiligers ingehuurd (er is 24/7 beveiliging aanwezig op de locatie). Bij het AZC in Winterswijk is men erg tevreden over de beveiliging. Er is een goed en hecht team en de lijnen zijn kort. Natuurlijk gebeurt er onderling wel eens wat, maar het is daardoor goed beheersbaar.

Het college kiest voor het opvangen van 300 asielzoekers, oftewel de verantwoordelijkheid wordt volledig afgeschoven op het COA?

Nee. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het goed functioneren van de opvanglocatie binnen haar gemeentegrenzen, en werkt daarom nauw samen met het COA. Taken worden verdeeld: het COA is verantwoordelijk voor de uitvoering op de locatie (beveiliging, begeleiding, zorg), de gemeente voor zaken als veiligheid in de wijk, toezicht, afstemming met omwonenden en planologische besluiten.

Wat wordt er zoal vastgelegd in de Bestuursovereenkomst tussen gemeente en COA?

Antwoord:

In ieder geval:

• Welke doelgroep wordt opgevangen (gezinnen en alleenreizenden 18+)

• Het maximale aantal van 300 asielzoekers

• De maximale duur van 10 jaar

• Afspraken over veiligheid, dagbesteding, zorg en begeleiding

• Communicatie en overleg met omwonenden

• Afspraken over 24/7 telefonische bereikbaarheid, monitoring, klachten en evaluatie De afspraken worden op een later moment juridisch vastgelegd, met bijlagen voor concrete werkafspraken en evaluatiemomenten.

Onderwerp: Financiën & Kosten

Wat gaat het allemaal kosten?

De opvanglocatie wordt gerealiseerd en bekostigd door het COA. Dat betekent dat de bouw, inrichting, begeleiding en exploitatie niet ten laste komen van de gemeente. De gemeente kan wel kosten hebben aan zaken buiten het terrein, zoals extra openbare verlichting of toezicht in de omgeving.

Er is ook géén sprake van een verdienmodel voor de gemeente. Eventuele vergoedingen vanuit het Rijk zijn bedoeld om kosten te dekken die voortkomen uit extra inzet op bijvoorbeeld jeugdzorg, onderwijs of leefbaarheid.

Krijgt de gemeente een vergoeding per op te vangen asielzoeker?

Nee. Het COA krijgt van het Rijk geld per beslapen bed. Bij 300 bedden kan het COA ook voorzieningen op de locatie realiseren. Bij kleinere locaties is die vergoeding niet toereikend en kunnen ook geen aanvullende voorzieningen (zoals dagbesteding en beveiliging) worden getro en.

Levert het de gemeente geld op om asielzoekers op te vangen?

De opvang wordt gerealiseerd en bekostigd door het COA, zij krijgen daar geld voor van het Rijk. De gemeente niet.

Als er voor de veiligheid extra inzet nodig is buiten de locatie of bijvoorbeeld extra verlichting aangebracht moet worden, zijn die kosten voor de gemeente.

Met het COA willen we wel afspreken dat zij bij de realisatie alvast rekening houden met de situatie ná 10 jaar, waardoor we als gemeente dan minder kosten hoeven te maken.

Zijn er ook (financiële) voordelen voor de gemeente en/of de wijk?

Directe financiële voordelen voor de gemeente zijn er niet. Wel kan de wijk en de gemeente profiteren van investeringen in infrastructuur, verlichting of leefbaarheid die tegelijk met de komst van het AZC worden gerealiseerd. Ook kunnen lokale ondernemers en organisaties betrokken worden bij leveringen, dienstverlening of begeleiding, wat indirecte economische voordelen oplevert.

Is er sprake van een verdienmodel voor het COA of de gemeente?

Het COA heeft een minimale periode van 10 jaar nodig om investeringen in gebouwen, beveiliging en voorzieningen terug te verdienen. Dit is een praktische randvoorwaarde en géén commerciële winstdoelstelling. De gemeente ontvangt geen vergoeding per asielzoeker en handelt vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid. Compensaties vanuit het Rijk zijn er alleen voor aantoonbare kosten, zoals inzet op jeugdzorg, onderwijs of leefbaarheid.

Onderwerp: Werk & Participatie

Mogen asielzoekers werken?

Ja, dat mag als onderdeel van hun integratie in de Nederlandse samenleving. Vanuit het AZC in Winterswijk zijn hiervoor projecten opgestart met vijf bedrijven.

Wat is de motivatie voor asielzoekers om te gaan werken als de doorstroom 6 maand tot een jaar is?

Alvast gaan werken is heel goed voor de inburgering. Zodra iemand dan een status krijgt (en in Nederland mag blijven), heeft hij/zij dan al een voorsprong en kan ook weer snel aan het werk.

Kunnen we niet meer statushouders opvangen in plaats van 200 of 300 asielzoekers? Die mogen tenminste werken en kunnen echt iets bijdragen aan onze samenleving.

Asielzoekers mogen inmiddels ook werken. Daar zijn vanuit Winterswijk ook al projecten voor gestart, zodat we ervaring op kunnen doen en ook kunnen ervaren hoe inburgering daar een plek in kan krijgen. De huisvesting van statushouders is ook een wettelijke taak waar wij als gemeente aan moeten voldoen, hierbij houden wij ons aan de door het rijk opgegeven aantallen.

Zijn er projecten waarin asielzoekers al meedoen aan werk of vrijwilligerswerk?

Ja, het COA werkt samen met bedrijven en vrijwilligersorganisaties aan zinvolle dagbesteding. In Winterswijk zijn er projecten gestart met vijf bedrijven waar asielzoekers onder begeleiding kunnen meedraaien. Ook in Aalten worden dit soort trajecten voorbereid.

Worden de asielzoekers overdag beziggehouden?

Ja. De situatie in Winterswijk als voorbeeld:

• Kinderen van 1 tot 4 jaar gaan naar de opvang.

• Oudere kinderen gaan naar de basisschool of de middelbare school (binnen 3 maanden na aankomst).

• Volwassenen volgen taallessen (verplicht voor statushouders), werken of zijn op een andere manier overdag actief.

Onderwerp: Communicatie & Inspraak

Wanneer gaat de klankbordgroep van start?

Het plan is om de klankbordgroep van omwonenden bijeen te roepen zodra de gemeenteraad heeft ingestemd met een locatie.

Is er overleg met omwonenden?

Ja, in aanloop naar de realisatie is er een klankbordgroep voor omwonenden waar zorgen en vragen worden besproken en bijvoorbeeld ook het veiligheidsplan wordt afgestemd.

En ook nadat de eerste asielzoekers er zijn komen wonen zal er regelmatig contact / overleg zijn. Ook hier volgen we het voorbeeld van Winterswijk, waar daarmee goede ervaringen zijn opgedaan.

Kunnen deelnemers aan de bijeenkomst van Estinea ook plaatsnemen in de klankbordgroep?

Ja, dat is zelfs wenselijk. Omdat de vragen en zorgen vanuit Estinea deels heel specifiek zijn, is het wenselijk om daarnaast een ‘Estinea-klankbordgroep’ te hebben waar deze specifieke vragen en zorgen worden besproken. De gemeente zal hiertoe het initiatief nemen.

Zijn Singel 1 en Singel 2 met elkaar verbonden?

Nee. Het idee is nu dat de gebieden individueel ontwikkeld worden (er zit ook een groenstrook tussen), maar dat de ruimtelijke procedure wel gelijktijdig wordt doorlopen.

Wat kunnen wij als inwoners doen?

Veel. U kunt zich aanmelden voor de klankbordgroep, meedenken over dagbesteding of

veiligheid, of betrokken zijn als vrijwilliger. Het delen van zorgen, ideeën en initiatieven helpt om samen te werken aan een leefbare omgeving voor iedereen. De gemeente en het COA staan open voor betrokkenheid, juist omdat vertrouwen essentieel is voor een goede inpassing.

Waarom zijn inwoners van Aalten niet eerder betrokken bij dit proces?

Pas toen duidelijk werd dat deze locatie geschikt en beschikbaar was, kon het gesprek met de omgeving starten. Vóór die tijd bestond het risico dat er onrust zou ontstaan over plekken die het uiteindelijk niet zouden worden.

Op welke manier wordt het AZC meegenomen in de Omgevingswet?

De komst van het AZC wordt meegenomen in de ruimtelijke procedure en bestemmingswijziging. De Omgevingswet verplicht gemeenten ook tot participatie van inwoners bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Uw inbreng wordt daarom betrokken bij de besluitvorming, onder meer via de klankbordgroep en zienswijzen tijdens procedures.

Is er een mogelijkheid om het besluit nog bij te sturen?

Ja. Er is nog geen definitief besluit genomen over het AZC. De gemeenteraad moet zich nog uitspreken. Uw inbreng – tijdens bijeenkomsten of schriftelijk – wordt verzameld en meegenomen in dat traject.

Komt er een meldpunt voor overlast of vragen?

Ja. Er komt een meldpunt voor omwonenden waar zorgen of meldingen kunnen worden doorgegeven. De exacte gegevens worden bekendgemaakt vóórdat de opvang daadwerkelijk van start gaat.

Raadsvragen 13-2025 Naam/fractie Datum

: :

Tobias Holtman, CU 26 mei 2025

Onderwerp

:

Taakstelling opvang asielzoekers

Context (aan te vinken) ☐ Verzoek om informatie (niveau ambtelijke bijstand) ☒ Schriftelijke vragen aan het college ex artikel 54 RvO ☐ Mondelinge vragen aan het college ex artikel 56 RvO (vragenuur)

Aanleiding:

Kortgeleden heeft het college van burgemeester en wethouders plannen gepresenteerd om aan de rand van het dorp Aalten een opvanglocatie voor 300 asielzoekers (een AZC) te bouwen, als gevolg van de zogenoemde Spreidingswet. De afgelopen weken zijn er diverse informatiebijeenkomsten voor direct omwonenden en inwoners in het algemeen georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten zijn ook vragen gesteld over de opgave die het college voorstelt om te realiseren.

De gemeente Aalten heeft een taakstelling voor de opvang van 200 asielzoekers. Dit blijkt uit het verdeelbesluit van de minister d.d. 20 december 2024. Aan het besluit van de minister ging vooraf dat Aalten eerder op basis van een capaciteitsraming d.d. 31 januari 2024 het aantal van 157 asielzoekers zou moeten opvangen. Op basis daarvan is regionaal overleg geweest om de provinciale opgave verder vorm te geven. In een brief vanuit de regio Achterhoek aan de commissaris van de Koning wordt gemeld dat Aalten 200 asielzoekers wil of kan opvangen.

In het verdeelbesluit van de minister valt verder op dat onze omliggende gemeenten van vergelijkbare grootte Oost Gelre en Oude-IJsselstreek een fors lagere taakstelling hebben opgelegd gekregen.

Vragen:

1. Kan het college helder uiteenzetten (feitenrelaas) op welke wijze de taakstelling van 200 voor de gemeente Aalten tot stand is gekomen, vanaf de indicatieve verdeling per gemeente d.d. 31 januari 2024?

2. Is het getal van 200 gebaseerd op een eenzijdig besluit van het Rijk, of is getal (ophoging van 157 naar 200) tot stand gekomen op basis regionaal overleg en een ‘eigen bod’ van de gemeente Aalten? Wat zijn de achterliggende redenen dat het aanbod van Aalten naar aanleiding van het regionale overleg hoger is dan het aantal genoemd in de capaciteitsraming d.d. 31 januari 2024?

3. Wie of welk gremium heeft daartoe besloten, met welk mandaat en hoe is de communicatie hierover richting de gemeenteraad verlopen?

4. In het verlengde van vraag 3: zou op grond van de huidige politieke en maatschappelijke discussie omtrent deze thematiek het bepalen (en ophogen) van aantallen in deze raadsmededeling niet een aangelegenheid van de gemeenteraad/de gemeenteraden moeten zijn?

5. Kan het college een verklaring geven waarom de taakstelling in de omliggende gemeenten Oost Gelre en Oude-IJsselstreek lager is?

6. Is het COA betrokken geweest bij het aanbod van 200 opvangplaatsen van de gemeente Aalten en zo ja, op welke wijze?

Het college heeft na overleg met het COA uit eigener beweging -zo lijkt het- aangeboden om in plaats van 200, 300 asielzoekers op te willen vangen. Dat is 50% meer. Als redenen daarvoor worden gegeven dat er door het COA geen haalbare businesscase kan worden gerealiseerd en dat er

Pagina 1 van 2

bepaalde dienstverlening niet door het COA wordt geboden, maar dat de gemeente daar zelf voor zou moeten zorgen.

7. Hiermee lijkt de gemeente Aalten primair een probleem van het COA op te lossen. Hoe kijkt het college tegen deze afspraak aan en welke belangenafweging heeft hierbij plaatsgevonden?

8. Benoemd is dat bij de opvang van 300 mensen een zelfstandig AZC wordt gerealiseerd inclusief de nodige voorzieningen, en dat bij 200 mensen de gemeente Aalten afhankelijk is van (basis)voorzieningen van omliggende AZC’s (i.c. Winterswijk). Omdat het AZC Winterswijk geen capaciteit heeft, wordt Aalten – als we dienstverlening en gezondheidszorg door het COA willen laten verzorgen – feitelijk gedwongen om een volwaardig AZC te realiseren (en daarmee minimaal 300 mensen op te vangen). Is de gemeente Aalten hierdoor feitelijk een probleem van het COA aan het oplossen?

9. Hoe verhoudt bovenstaande (vraag 8) zich tot de afspraak genoemd in raadsmededeling 1122024 over het realiseren van een groot AZC in het westen van de Achterhoek, waar voorzieningen zoals onderwijs en zorg gerealiseerd kunnen worden? Ofwel, wanneer Aalten een AZC zou realiseren (tot max 157 of 200), zou deze dan geen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen?

10. Heeft het college hierbij ook gekeken naar de sociale draagkracht van de Aaltense samenleving en zo ja, op welke wijze?

Graag zien wij de beantwoording van de vragen via raadsmededeling tegemoet, bij voorkeur uiterlijk 17 juni 2025.

Namens de fractie van de ChristenUnie, Tobias Holtman

Pagina 2 van 2

16-2025 Vragen van de VVD-fractie betreffende RM 52-2025 betreffende AZC De VVD-fractie heeft enkele vragen over RM 52-2025 en in het algemeen over de plannen voor de oprichting van een AZC in Aalten.

1. COA stelt dat een plek met 200 plekken te klein is en zij pas vanaf 300 plekken een business case hebben. We horen ook andere geluiden. Welke voorbeelden zijn er in het land waar het COA afgeweken heeft van de 300?

En om welke aantallen gaat het dan?

2. Heeft het college onderhandeld over welke asielzoekers wel en welke niet (bijvoorbeeld veiligelanders) in Aalten passen of geaccepteerd dat het COA zegt dat er niet bij voorbaat afspraken gemaakt worden wie waar geplaatst wordt?

3. Heeft het college een financiële rekensom gemaakt wat het kost wanneer de gemeente 200 asielzoekers zelf opvangt? Zo ja, kunt u dat met ons delen? Zo nee, waarom niet?

4. In RM 52-2025 schrijft u: Dit betekent dat de gemeente Aalten voor het dilemma staat om òf zelf de dienstverlening te organiseren, wat zowel kosten als grote risico's met zich meebrengt.

Om welke kosten gaat het dan?

En welke risico’s bedoelt u?

5. Verder schrijft u in RM 52-2025: Daarbij gaat het COA in op de aanvullende eisen die het college stelt. Eisen met betrekking tot het aanbod van volwaardige (jeugd)gezondheidszorg die ook beschikbaar is voor de Aaltense gemeenschap , onderwijshuisvesting , het bouwen van overcapaciteit voor andere doelgroepen door extra woningen toe te voegen zoals bijvoorbeeld voor statushouders en andere doelgroepen.

a. Bedoelt u dat de Aaltense gemeenschap gebruik kan maken van de gezondheidszorg op het AZC-terrein?

b. Moeten kinderen die leerplichtig zijn niet verplicht naar een ISK? Gaat er zo’n school op het AZC Aalten geopend worden of is daar een minimaal aantal kinderen voor nodig onder de 18?

c. Welke overcapaciteit wordt er gebouwd? 40 woningen x 8 personen is theoretisch 320. COA en het college garandeerden dat er nooit meer dan 300 mensen opgevangen zouden worden. Om welke extra woningen gaat het dan?

d. Welk voordeel ziet u in het mixen van asielzoekers/statushouders met andere doelgroepen? En aan welke doelgroepen denkt u daarbij?

6. Nutsvoorzieningen: in het voorstel van het college werd er gedacht aan een planning van oplevering najaar 2027. Is daarbij rekening gehouden met de aanleg van de nutsvoorzieningen? Zijn daar garanties voor gegeven of krijgen COA-aanvragen voorrang?

7. Collegebevoegdheid / mandaat:

a. Is de raad bevoegd om een collegebesluit dat nog geen raadsvoorstel is via een motie op te schorten?

b. Had de raad dat al eerder in de besloten bijeenkomsten kunnen aangeven?

8. Volgens de Spreidingswet is Aalten verplicht om 200 asielzoekers op te vangen. Staat daar ook een termijn bij? Zo nee, kan het college dan ook kiezen voor bijvoorbeeld 5 jaar?

9. Op de plaatjes die niet de waarheid zijn, staan mooie woningen. Toch is er angst bij bewoners dat er containers geplaatst gaan worden omdat deze woningen slechts 10 jaar gebruikt mogen worden. Wat is juist? Welk soort woningen komen er?

10. Veel burgers hebben gereageerd op dit voorstel via telefoon en mail. Op welke manier onderhoudt het college nu actief contact met de burgers die vragen ingediend hebben?

11. We horen ook dat er onrust is in de buurt tussen buurtgenoten die voor en tegen deze ontwikkelingen zijn. Neemt het college hierin ook nog actie? Zo ja welke? Zo nee, waarom niet?

12. Gemeente Aalten voldoet nu al niet aan het huisvesten van de verplichte aantallen statushouders. We worden verplicht om circa 70 statushouders per jaar op te vangen. We bouwen ongeveer 100 nieuwe huizen per jaar. Dat betekent dat er maar 30 voor Aaltenaren zijn. Klopt deze berekening in grote lijnen? Welk plan bereidt het college voor om de statushouders van de komende jaren te huisvesten?

13. Zijn er met de Achterhoekse gemeenten afspraken gemaakt over het ‘aanbod’ van de Achterhoek (asielzoekers, statushouders, Oekrainers)? Zo ja, welke?

En met de provincie? Zo ja, welke? En hoe bindend zijn deze afspraken.

M.a.w. welke mogelijkheden zijn er voor het college en voor de gemeenteraad om hiervan af te wijken?

Alvast dank voor de beantwoording van deze vragen.

We ontvangen de antwoorden graag per raadsmededeling.

Namens de VVD fractie Linda Oonk

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

52-2025 7 mei 2025 6 mei 2025 Gerard Olthof J.C. Wikkerink Aanvullende informatie over een opvanglocatie voor asielzoekers in Aalten

Aanleiding:

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 6 mei 2025 besloten een perceel aan de Singelweg langs de provinciale weg N313 (Hamelandroute) in Aalten, beschikbaar te stellen aan het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA). Na een zorgvuldige zoektocht, samen met het COA, is de onbebouwde locatie aan de Singelweg als meest geschikt naar voren gekomen. De plek is goed bereikbaar en ligt gunstig ten opzichte van voorzieningen. Het COA wil op de locatie circa 40 woningen realiseren, voor maximaal 300 mensen. Deze duurzame flexwoningen worden gedurende tien jaar beschikbaar gesteld aan asielzoekers. Daarnaast komen er ruimtes voor gemeenschappelijke, sociale en maatschappelijke activiteiten.

Inhoud mededeling:

Het college vindt het belangrijk om haar maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om de opvang van asielzoekers. De gemeente Aalten heeft zich in het verleden altijd ruimhartig opgesteld tegenover mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. We vinden dat elke vluchteling een fatsoenlijke opvang verdient. Het college ziet het als een morele plicht om daar aan bij te dragen.

De opvang van asielzoekers is óók een wettelijke taak. Volgens het Verdeelbesluit Gelderland 2024 van 20 december 2024 moet de gemeente Aalten op 1 februari 2026 200 reguliere opvangplaatsen gerealiseerd hebben.

In de gesprekken met het COA is duidelijk geworden dat een AZC met 200 plekken door het COA gezien wordt als een satellietvestiging. Een vestiging kortom die te klein is voor het COA om daar de dienstverlening voor de bewoners te organiseren. De dienstverlening moet dan van een nabijgelegen, volwaardig AZC komen. In onze situatie het AZC Winterswijk. Echter, het AZC Winterwijk heeft nu en in de toekomst geen plek om aanvullend 200 asielzoekers uit Aalten een volwaardig dienstverleningspakket te kunnen bieden. Volwaardige dienstverlening betekent concreet: het aanbieden van allerhande programma's gericht op wonen en leven in een opvanglocatie, voorbereiding op inburgering, taallessen, toekomsttrainingen gericht op terugkeer naar eigen land, cursussen zelfzorg, bieden van een dagstructuur, persoonlijke en methodische begeleiding, ook specifiek gericht op de alleenstaande minderjarige vluchtelingen, ondersteuning en begeleiding van kwetsbare groepen zoals lhbtiq+'s, het versterken van vaardigheden om regie te houden over het eigen leven, begeleiden naar vrijwilligerswerk, stage en regulier werk, begeleiden naar vrijwilligerswerk, stage of regulier werk et cetera. Dit betekent dat de gemeente Aalten voor het dilemma staat om òf zelf de dienstverlening te organiseren, wat zowel kosten als grote risico's met zich meebrengt, òf te kiezen voor een volwaardig AZC waarin het COA de gemeente volledig ontzorgt. De gesprekken hierover met het COA hebben geleid tot een scenario, waarin bij een omvang van 300 plekken gedurende een exploitatieperiode van maximaal 10 jaar, het COA zorgt voor zowel de huisvesting als de dienstverlening. Daarbij gaat het COA in op de aanvullende eisen die het college stelt. Eisen met betrekking tot het aanbod van volwaardige (jeugd)gezondheidszorg Pagina 1 van 2

die ook beschikbaar is voor de Aaltense gemeenschap, onderwijshuisvesting, het bouwen van overcapaciteit voor andere doelgroepen door extra woningen toe te voegen zoals bijvoorbeeld voor statushouders en andere doelgroepen, een boven- en ondergrondse infrastructuur dat na het vertrek van het AZC benut kan worden voor de beoogde nieuwe woonwijk en het breed inzetten van de dienstverleningsgebouwen ten behoeve van de Aaltense gemeenschap.

De komst van een opvanglocatie voor asielzoekers is een politiek en maatschappelijk gevoelig onderwerp. Te verwachten is dat er na openbaarmaking van de locatiekeuze allerlei vragen op de gemeente en het COA afkomen. De komst van de opvanglocatie zal door de inwoners met gemengde gevoelens worden ontvangen. Daarom is het belangrijk om omwonenden en andere belanghebbenden zo vroeg mogelijk bij de komst van de opvanglocatie te betrekken. Een zorgvuldig communicatie- en participatietraject met oog voor eventuele zorgen van belanghebbenden én mogelijke oplossingen draagt bij aan de acceptatie van de opvanglocatie. Daarvoor is separaat een communicatie- en participatieplan opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan het college.

Om de inwoners zo goed mogelijk te informeren is op de website van de gemeente www.aalten.nl/opvang veel informatie te vinden, evenals de Q&A’s die dieper ingaan op de meest voorkomende vragen. De website gaat live op 7 mei om circa 14.30 uur. Op 13 mei verschijnt er ook een artikel hierover in Aalten Actueel:

Nagemaakte AA paginas.pdf De volgende bijlagen zijn voor de volledigheid meegestuurd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Collegevoorstel opheffen geheimhouding opvanglocatie asielzoekers Collegevoorstel AZC Locatiekeuze COA Eerste Broekdijk en Singelweg te Aalten Onderzoek tijdelijke huisvesting Aalten (2de versie) Schets locatie Singelweg Collegevoorstel Communicatie- en Participatieplan Communicatie- en Participatieplan realisatie opvanglocatie voor asielzoekers Aalten Opzet bewonersbijeenkomsten Artikel in Aalten Actueel (op 13 mei a.s.)

Pagina 2 van 2

17-2025 Schriftelijke vragen fractie CDA betreffende AZC.

De CDA-fractie Aalten – Dinxperlo heeft de volgende vragen voor het college welke deze eventueel beantwoord in samenspraak met het COA.

1) Indien wordt gekozen voor aan aantal van minder dan 300 asielzoekers, welke vergoeding ontvangt de gemeente indien de COA niet de uitvoering uitvoert.

2) Zijn er gemeenten in Nederland waar de COA wel de uitvoering en verantwoordelijkheid draagt voor de “dagelijkse’ van gang zaken maar het aantal asielzoekers (ruim) minder is dan 300, de norm die steeds voor Aalten wordt genoemd

3) Is spreiding van het aantal asielzoekers over bijvoorbeeld (!) 3 locaties die in een straal liggen van 7 km denkbaar?

4) Is de gemeente Aalten in staat met de te ontvangen vergoeding genoemd in vraag 1, en met inzet van vrijwilligers, de dagelijkse taken (school, arts, beveiliging enz.) op 1 of meerdere azc uit te voeren?

5) Op welk wijze kan de gemeente samen met de plaatsende instantie invloed uitoefenen op de samenstelling van de te plaatsen populatie in een toekomstig AZC, de wens hebben we nadrukkelijk gehoord en is cruciaal.

6) Een toetsings criteria van het COA is dat de bewoners van een AZC op redelijke afstand worden gehuisvest t.o.v. van de reeds gevestigde, Aaltense, inwoners.

Wat is die afstand?

7) Zijn er voorbeelden van gemeenten met meerdere kleinschalige locaties

8) Indien vraag 8 met ja beantwoord wordt: wat zijn hier de ervaringen in? Denk hierbij aan regelen voorzieningen/onderwijs/zorg. Echter ook in acceptatie en opvang.

9) Aanvullend op bovenstaande: is het college zelf in contact geweest met deze gemeenten?

10) Tijdens de bijeenkomsten is genoemd dat niet alle culturen vanuit de basis al goed met elkaar kunnen; wordt hier rekening mee gehouden met het indelen?

11) Niet alle culturen hebben (in de basis) respect voor mensen met een beperking ; heeft het COA ervaring met het plaatsen van een AZC op steenworp afstand van een woonvoorziening voor mensen met een beperking?

12) Hoe hard is het contract van 10 jaar? Verschillende berichten bereiken ons dat dit ondanks toezeggingen bij verschillende gemeenten wordt verlengd.

13) Op de zaken vooruitlopend: Waar kunnen vrijwilligers zich aanmelden? Is het de bedoeling dat Figulus hier een grote rol krijgt toebedeeld? Of houdt het COA

alles onder beheer.

14) Is de gemeente Aalten voornemens om iets terug te doen voor de aanwonenden? bv aanleggen park / hondenspeelveld / buurtcafe

18-2025 Schriftelijke vragen fractie BBB-HMV betreffende de diverse varianten voor asielzoekersopvang in de gemeente Aalten

BBB-HMV heeft kennis genomen van de gevoelens van onzekerheid bij veel Aaltenaren met betrekking tot de vestiging van een groot AZC in de gemeente op het beoogd terrein van de Singel.

BBB-HMV heeft ook kennisgenomen van diverse standpunten, zoals het standpunt van de gezamenlijke kerken en het opiniestuk in AV-de Band van dhr. Nusselder.

DE BBB-HMV fractie staat in principe open voor vestiging van asielzoekers in de gemeente maar heeft nog veel vragen. Naast de vele vragen over veiligheid, voorzieningen, waardedaling van woningen in de buurt die in veel verschillende formuleringen al op de diverse voorlichtingsavonden zijn uitgesproken hebben wij op dit moment nog de volgende vragen aan het College van B&W.

De fractie van BBB-HMV houdt zich het recht voor om nog aanvullende vervolgvragen te stellen:

1. Met betrekking rond de veiligheid ligt bij de variant groot (ca 300 personen plus voorzieningen) de verantwoordelijkheid voor de veiligheid op het terrein bij het COA en daarbuiten bij het College van B&W. Onze vraag hoe deze afspraken geregeld zijn binnen de “driehoek” (burgemeester, politie, OM), in geval van de kleine variant en de grote variant. In vervolg hierop, in de VNOG zijn aanrijtijden met name ’s nachts en in het weekend vaak wat langer…

2. Als fractie willen we graag inzage in alle stukken waarop college het op 7 mei gecirculeerde voorstel heeft gebaseerd. Met name de lijst van mogelijke terreinen voor een AZC, en de overwegingen en criteria waarom er locaties afvielen, en waarom juist voor de Singel gekozen is, terwijl deze locatie al op de lijst stond van uitleglocaties voor eigen bouw voor de gemeente. Openheid m.b.t. de onderleggende stukken lijkt ons nu essentieel voor geïnformeerde kaderstelling door de raad.

3. Wat zijn de exacte aantallen asielzoekers toegewezen aan de gemeente Aalten in de diverse stukken:

- De spreidingswet;

- De toewijzing van de provincie Gelderland;

- Het aantal dat COA hanteert voor klein en groot: in de stukken van de gemeente Aalten wordt het getal van 300 personen genoemd, terwijl in de gemeente Oude IJsselstreek een getal van 250 genoemd wordt voor groot AZC.

4. Bezigheid asielzoekers: college van B&W spreekt over afspraken met het bedrijfsleven over eventueel werk voor AZC bewoners. Hoe denk het college er voor te zorgen dat vraag naar geschoold werk en aanbod vanuit het AZC op elkaar worden afgestemd?

5. Wat zijn de vergoedingen per asielzoeker voor de variant ‘klein decentraal’ en voor opvang ‘groot centraal’?

6. In geval van de variant ‘klein decentraal’, hoe wordt dan het medegebruik van voorzieningen op een grotere locatie in de regio geregeld: bijvoorbeeld kan een kleiner decentrale opvang in Aalten gebruik maken van voorzieningen van het AZC Winterswijk?

7. Behoort voor Aalten een afsprakenkader volgens Venloos model tot de mogelijkheden? (Zie publicaties van de burgemeester van Venlo of de inrichting van een AZC in zijn gemeente).

8. Is een variant waarbij een overeenkomst met het COA aangegaan wordt voor 5 jaar ook mogelijk?

Bekijk de brief: Raadsmededeling 85-2025 beantwoording vragen CU, VVD, CDA en BBB-HMV over 'Taakstelling opvang asielzoekers'

Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Aalten

Alle artikel 35-vragen in Aalten