Toegevoegd 3-2-26: Raadsmededeling 18-2026 Voorontwerp Omgevingsvisie 2040 - beantwoording vragen fractie D66
Een raadslid stelde op 24 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten (22 vragen).
In het kort
22 vragen en wat het college antwoordt
- In de startnotitie was het uitgangspunt om de definitieve omgevingsvisie binnen de bestuursperiode 2022-2026 vast te stellen. → De planning is bijgesteld door een combinatie van factoren.
- In de startnotitie werd uitgegaan van een visie met het jaar 2050 als ‘stip op de horizon’, omdat andere (hogere) bestuurslagen (NOVI, POVI) dit ook aanhouden. → 2040 is gekozen als realistische en bestuurbare planhorizon.
- In de startnotitie werden drie fases aangehouden: fase 1 (inkadering, basis ingrediënten), fase 2 (participatie met bewoners) en fase 3 (ontwerp) met een go / no go na… → De gemeente bevindt zich in fase 3 (ontwerpfase), maar nog in de subfase van het voorontwerp.
- In de notitie gebiedsindeling zijn vier gespreksrondes voorzien per gebied. → De eerste drie gespreksrondes (tweede helft 2024 en eerste helft 2025) zijn gebruikt voor het ophalen van meningen, wensen en voorkeuren.
- In het ‘voorontwerp’ lezen we: ‘De nieuwe Omgevingsvisie vervangt alle andere visies’. → b.
- Het voorkeursscenario is samengevat in 8 pagina’s, komt dit overeen met het detailniveau van het uiteindelijke ontwerp? → Nee.
- De raad wordt nu gevraagd om in te stemmen met één voorkeursscenario voor de gemeente als geheel. → Het voorkeurscenario geeft een gemeente brede koers aan.
- Scenario 4 is een extreem met een volledig nieuw dorp, daarentegen wordt in het voorkeursscenario gekozen voor een naar rato verdeling van woningbouw over alle kernen. → Scenario 4 is onderzocht maar afgevallen vanwege de grote landschappelijke, ecologische en sociale risico’s.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In de startnotitie was het uitgangspunt om de definitieve omgevingsvisie binnen de bestuursperiode 2022-2026 vast te stellen. Wat zijn de redenen voor de vertraging?
Antwoord van het college
De planning is bijgesteld door een combinatie van factoren. Zo was er meer tijd nodig om alle gesprekken met inwoners te voeren en is gaandeweg gebleken dat het bundelen en analyseren van het grote aantal bestaande beleidsdocumenten van Rijk, provincie, waterschap en gemeente aanzienlijk meer tijd vergde dan aanvankelijk voorzien. Vervolgens is bewust gekozen voor een tussenstap met scenario-ontwikkeling en een onafhankelijke omgevingseffect-beoordeling, zodat de gemeenteraad een goed onderbouwde richting kan bepalen voordat de visie definitief wordt uitgewerkt.
Vraag 2
In de startnotitie werd uitgegaan van een visie met het jaar 2050 als ‘stip op de horizon’, omdat andere (hogere) bestuurslagen (NOVI, POVI) dit ook aanhouden. Waarom is nu voor 2040 gekozen?
Antwoord van het college
2040 is gekozen als realistische en bestuurbare planhorizon. Deze termijn sluit beter aan bij actuele gemeentelijke en regionale opgaven (zoals wonen, voorzieningen en klimaatadaptatie) en maakt het mogelijk om concretere en toetsbare keuzes te maken. Daarbij blijft 2050 nadrukkelijk in beeld als doorkijk, bijvoorbeeld voor klimaatneutraliteit, maar zonder dat de visie te abstract wordt. Pagina 1 van 9
Vraag 3
In de startnotitie werden drie fases aangehouden: fase 1 (inkadering, basis ingrediënten), fase 2 (participatie met bewoners) en fase 3 (ontwerp) met een go / no go na iedere fase. In welke fase zitten we nu?
Antwoord van het college
De gemeente bevindt zich in fase 3 (ontwerpfase), maar nog in de subfase van het voorontwerp. De gemeenteraad wordt gevraagd zich uit te spreken over de voorkeursrichting, waarna het voorontwerp wordt uitgewerkt tot een ontwerp-Omgevingsvisie die in de zomer 2026 ter inzage wordt gelegd.
Vraag 4
In de notitie gebiedsindeling zijn vier gespreksrondes voorzien per gebied. De vierde gespreksronde was gepland voor maart/april 2025 en was voor een toelichting op een gebiedsgericht ontwerp. Op de website van de gemeente Aalten staan verslagen van twee gespreksrondes. Welke gespreksrondes volgen nog, met welke inhoud, welke gebieden en wanneer?
Antwoord van het college
De eerste drie gespreksrondes (tweede helft 2024 en eerste helft 2025) zijn gebruikt voor het ophalen van meningen, wensen en voorkeuren. Vervolgens is het voorontwerp gemaakt (inclusief effectbeoordeling 4 scenario’s) en dat is tijdens 4 avonden in januari 2026 besproken met de inwoners. Dit om de inwoners stap voor stap mee te nemen in het proces van het komen tot de nieuwe Omgevingsvisie (en al doende een basis op te bouwen voor vervolggesprekken op een later moment over de uitvoering van de visie). In mei/juni worden de inwoners per deelgebied opnieuw bijgepraat, maar dan over het ontwerp van de Omgevingsvisie waarover de gemeenteraad in juli besluit (akkoord met terinzagelegging). Later dit jaar volgt per deelgebied ook nog een gesprek over de definitieve versie van de Omgevingsvisie, die in het najaar van 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Vragen Voorontwerp Omgevingsvisie Aalten 2040
Vraag 5
In het ‘voorontwerp’ lezen we: ‘De nieuwe Omgevingsvisie vervangt alle andere visies’. In bijlage 1 van Bijlage 1 is een lijst van honderden documenten opgenomen, zoals beleidsnota’s, visies, plannen, afwegingskaders, strategieën, akkoorden, programma’s, kaarten, monitors en verordeningen. a. Welke documenten worden volledig vervangen door de omgevingsvisie?
Antwoord van het college
b. Welke documenten blijven (deels) vooralsnog geldig, eventueel als programma? c. Voor welke documenten moet een vervangend programma geschreven worden? d. Welke documenten zullen (deels) een plek krijgen in de omgevingsplannen? Antwoord a. De Omgevingsvisie vervangt met name strategische visies en kader stellende beleidsstukken op het niveau van de fysieke leefomgeving. b. Veel bestaande documenten blijven voorlopig geldig als programma, uitvoeringskader of beleidsregel. c. Voor uitvoeringsgerichte onderwerpen zoals wonen, mobiliteit, energie en klimaatadaptatie worden onder de Omgevingswet programma’s opgesteld. d. Normerende en juridisch bindende onderdelen krijgen uiteindelijk een plek in het omgevingsplan. NB: De lijst in Bijlage 1 is een verwerkingslijst en geen één-op-één vervangingslijst. Pagina 2 van 9
Vraag 6
Het voorkeursscenario is samengevat in 8 pagina’s, komt dit overeen met het detailniveau van het uiteindelijke ontwerp?
Antwoord van het college
Nee. Het voorkeursscenario heeft een strategisch en richtinggevend karakter. Het uiteindelijke ontwerp en de bijbehorende programma’s zullen meer detail en gebiedsspecificatie bevatten.
Vraag 7
De raad wordt nu gevraagd om in te stemmen met één voorkeursscenario voor de gemeente als geheel. Hoe verhoudt dit zich met een integrale en gebiedsgerichte aanpak?
Antwoord van het college
Het voorkeurscenario geeft een gemeente brede koers aan. De gebiedsgerichte keuzes volgen in de uitwerking, waarbij per kern en gebied wordt gekeken naar tempo, schaal en accenten. Het vaststellen van één voorkeurscenario is bedoeld om deze verdere gebiedsgerichte uitwerking mogelijk te maken.
Vraag 8
Scenario 4 is een extreem met een volledig nieuw dorp, daarentegen wordt in het voorkeursscenario gekozen voor een naar rato verdeling van woningbouw over alle kernen. Waarom is niet meer voor gebiedsgerichte aanpak gekozen?
Antwoord van het college
Scenario 4 is onderzocht maar afgevallen vanwege de grote landschappelijke, ecologische en sociale risico’s. In het voorkeurscenario is gekozen voor een evenwichtige verdeling over de kernen, waarbij in de uitwerking ruimte blijft voor differentiatie per kern.
Vraag 9
Is er ook nagedacht om deels te kiezen voor meer compacte woonvormen om tot een andere balans te komen tussen ruimtebeslag en aantal woningen?
Antwoord van het college
Ja. In alle scenario’s is rekening gehouden met verdichting, inbreiding en compacte woonvormen, waaronder appartementen en zorggeschikte woningen. Dit wordt verder uitgewerkt per kern en locatie.
Vraag 10
Waarom wordt in het voorkeursscenario gekozen voor een vast aantal nieuwe woningen (1350) en niet voor een range, bijvoorbeeld 1200-1600?
Antwoord van het college
Het aantal van circa 1.350 woningen is nu gekozen als een lineaire extrapolatie van de geplande extra woningbouw tot en met 2035. Het betreft een richtinggevend uitgangspunt; fasering, monitoring en bijstelling blijven mogelijk.
Vraag 11
Belangrijke landschapswaarden zijn in 2040 intact’, waarom is er niet gekozen voor herstel / uitbreiding?
Antwoord van het college
Met deze formulering wordt behoud als ondergrens bedoeld. In de analyse en uitwerking wordt juist ook ingezet op versterking waar mogelijk, bijvoorbeeld via natuurontwikkeling en landschappelijke inpassing.
Vraag 12
Waarom is het STOMP-principe niet genoemd bij mobiliteit?
Antwoord van het college
Het STOMP-principe is uitgangspunt voor het mobiliteitsbeleid, maar niet expliciet in alle Pagina 3 van 9 samenvattingen benoemd. Dit wordt in de ontwerp-Omgevingsvisie en het mobiliteitsprogramma duidelijker uitgewerkt.
Vraag 13
Mobiele dekking (4G/5G) is 2040 overal aanwezig. Waarom wordt 6G (na 2030) en 7G (na 2035) niet genoemd en de vergaande digitalisering van allerlei apparaten en machines voor bijvoorbeeld precisielandbouw?
Antwoord van het college
De Omgevingsvisie kiest bewust voor het benoemen van functionele ambities (goede, betrouwbare digitale dekking) en niet voor specifieke technologische generaties. De ontwikkeling van mobiele netwerken gaat snel en is onzeker in tempo en toepassing. Door geen specifieke technologieën te benoemen blijft de visie toekomstbestendig en flexibel. Toepassingen zoals precisielandbouw en verdere digitalisering worden niet uitgesloten en passen binnen deze functionele ambitie.
Vraag 14
Er wordt gesproken over de provinciale norm dat in 2030 ten minste 90% van de dorpen hun basisvoorzieningen behoudt. Welke kernen vallen wel/niet onder deze norm?
Antwoord van het college
De provinciale norm heeft betrekking op dorpen met een formele kernstatus en een vastgesteld voorzieningenniveau. In gemeente Aalten gaat het daarbij in elk geval om de kernen Aalten, Dinxperlo en Bredevoort. Voor de kleinere buurtschappen geldt dat basisvoorzieningen veelal regionaal of in nabijgelegen kernen worden georganiseerd. In de Omgevingsvisie wordt ingezet op bereikbaarheid en slimme combinaties, zodat ook inwoners van kleinere buurtschappen toegang houden tot voorzieningen.
Vraag 15
Voor bedrijventerreinen worden op hoofdlijnen zoekrichtingen en randvoorwaarden benoemd in de visie. Waarom wordt het gebied langs de N318 aansluitend aan Hofskamp Oost / VIP in Varsseveld niet genoemd als een mogelijke zoekrichting in de toekomst?
Antwoord van het college
De Omgevingsvisie richt zich op het grondgebied van de gemeente Aalten. Het gebied langs de N318 bij Varsseveld ligt buiten de gemeentegrenzen en valt onder de verantwoordelijkheid van een andere gemeente. Daarom is dit gebied niet als zoekrichting opgenomen. Regionale afstemming over bedrijventerreinen vindt plaats via bestaande samenwerkingsverbanden.
Vraag 16
Wat is de integrale (kwalitatieve) afweging die gemaakt is voor de kwantitatieve stelling dat in 2040 ‘Het areaal landbouwgrond maar heel licht is afgenomen – alleen aan de randen van dorpen waar woningen of bedrijven er bij zijn gekomen.’?
Antwoord van het college
Deze stelling is gebaseerd op de integrale afweging tussen woningbouw, economische ontwikkeling, landschap en natuur. In het voorkeurscenario is gekozen voor inbreiding en beperkte uitbreiding aan dorpsranden, waardoor het netto verlies aan landbouwgrond beperkt blijft. Tegelijkertijd is gekeken naar landschappelijke kwaliteit, water en bodem en de toekomstbestendigheid van de landbouwsector. Pagina 4 van 9
Vraag 17
Waar landbouwgrond toch een andere bestemming kreeg, is dat grotendeels natuur of landschap geworden.’ Hoe verhoudt dit zich met de stelling uit vraag 15?
Antwoord van het college
De stellingen lijken te conflicteren. Antwoord De stellingen hebben betrekking op verschillende situaties. Waar landbouwgrond is ingezet voor woningbouw of bedrijvigheid (met name aan dorpsranden), betreft dit een beperkt areaal. In andere gevallen, zoals bij functieverandering van agrarische bedrijven of sanering, is landbouwgrond juist omgezet naar natuur of landschap. Per saldo blijft het landbouwareaal grotendeels behouden.
Vraag 18
Wat wordt bedoeld met uitsluitend kleinschalig toerisme en recreatie?
Antwoord van het college
Betekent dit een initiatief als Bommelwereld bij voorbaat wordt uitgesloten in Aalten? Is een toekomstig bungalowpark Walfort ook kleinschalig? Betekent dit dat bij voorbaat uitgesloten wordt dat er meer bungalowparken komen? Antwoord Met kleinschalig toerisme wordt bedoeld dat ontwikkelingen passen bij de schaal, het landschap en het dorpse karakter van gemeente Aalten. Grootschalige, intensieve recreatieve ontwikkelingen zijn niet het uitgangspunt. Initiatieven worden per geval beoordeeld op ruimtelijke inpassing, landschappelijke effecten en draagvlak. Nieuwe bungalowparken zijn niet bij voorbaat uitgesloten, maar vragen een zorgvuldige afweging.
Vraag 19
We lezen: ‘Het bestaande recreatieve aanbod is verbeterd en verduurzaamd’. Betekent dit dat nieuwe kleinschalige recreatie niet gestimuleerd wordt?
Antwoord van het college
Nee. Het verbeteren en verduurzamen van bestaand aanbod sluit nieuwe kleinschalige initiatieven niet uit. Nieuwe initiatieven zijn mogelijk, mits zij passen binnen het landschap, bijdragen aan kwaliteit en geen afbreuk doen aan de leefomgeving.
Vraag 20
Wordt er ook een toeristische visie uitgewerkt per deelgebied?
Antwoord van het college
Er wordt geen afzonderlijke toeristische visie per deelgebied opgesteld. De uitgangspunten voor toerisme en recreatie worden gebiedsgericht uitgewerkt in programma’s en bij concrete initiatieven, in samenhang met andere opgaven zoals landschap, natuur en leefbaarheid.
Vraag 21
Bij iedere uitbreiding hebben we iets extra’s voor natuur en/of landschap gedaan’. Moet ‘iets extra’s gedaan’ opgevat worden als ‘meer dan strikt noodzakelijk of gebruikelijk is’?
Antwoord van het college
Waarom is gekozen voor deze wat vage omschrijving? Antwoord Met deze formulering wordt bedoeld dat bij ontwikkelingen wordt ingezet op een kwaliteitsimpuls bovenop minimale compensatie. De omschrijving is bewust open gehouden om maatwerk per gebied en ontwikkeling mogelijk te maken. De concrete invulling volgt in programma’s en bij vergunningverlening. Pagina 5 van 9
Vraag 22
Daarnaast zijn op strategische plekken nieuwe natuurgebieden gecreëerd.’ Kan een nadere duiding gegeven worden van ‘strategische plekken’?
Antwoord van het college
Wat is het kwalitatieve en kwantitatieve doel? Antwoord Met strategische plekken worden locaties bedoeld waar natuurontwikkeling meerdere doelen dient, zoals versterking van ecologische verbindingen, waterberging en landschappelijke kwaliteit. Concrete locaties en omvang worden in de uitvoeringsfase en programma’s nader bepaald, in afstemming met provincie en waterschap. 23. ‘s Nachts is het donker en stil in de dorpen’. Waarom wordt een donker buitengebied niet genoemd? Een donker dorp lijkt niet in overeenstemming met het beleidsplan ‘Licht in de gemeente Aalten’. Graag een toelichting hierop. Antwoord De formulering benadrukt de rust en leefkwaliteit in de dorpen. Het uitgangspunt van een donker buitengebied blijft onverminderd van kracht en sluit aan bij het bestaande lichtbeleid. In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt deze samenhang explicieter toegelicht. 24. We hebben de CO₂-uitstoot fors verminderd – circa 80% minder dan in 1990’. Waarom over de wettelijke doelstelling uit het Klimaatakkoord en Europese Green Deal om in 2030 55% CO₂ te verminderen (ten opzichte van 1990) en de nieuwe Europese en daarmee ook Nederlandse doelstelling om in 2040 90% te verminderen niet genoemd? Antwoord De genoemde 80% is een doorkijk en ambitieus lokaal perspectief richting 2040. De wettelijke doelstellingen blijven onverkort van toepassing. In de visie is gekozen voor een beperkt aantal kerngetallen om de leesbaarheid te behouden. In de verdere uitwerking wordt de relatie met nationale en Europese doelen explicieter gemaakt. 25. “2050 energieneutraal (…) Dit is bereikt zonder ons landschap te schaden”. Is het wel reëel te stellen dat er geen schade / impact is op het landschap? Waarom is niet gekozen voor een beschrijving als: ‘De grootschalige opwekking van energie verandert het landschap, het energielandschap is zorgvuldig vormgegeven en er is rekening gehouden met de lokale omgeving.’? Antwoord De formulering is bedoeld om te benadrukken dat de energietransitie zorgvuldig en met oog voor landschappelijke kwaliteit plaatsvindt. Daarmee wordt niet bedoeld dat er geen enkele zichtbare verandering optreedt. Het college onderschrijft dat duurzame energieopwekking impact kan hebben op het landschap. In de ontwerp-Omgevingsvisie kan deze passage worden aangescherpt, zodat duidelijker wordt dat het gaat om een zorgvuldig vormgegeven energielandschap, waarbij effecten worden beperkt en afgewogen. 26. “Op diverse locaties en bedrijventerreinen zijn voorzieningen voor energieopslag gerealiseerd, waarmee de pieken in vraag en aanbod van energie worden opgevangen”. Kan een nadere duiding worden gegeven voor ‘diverse locaties’? Antwoord Met ‘diverse locaties’ wordt bedoeld dat energieopslag niet op één centrale plek plaatsvindt, maar verspreid waar dat logisch en technisch haalbaar is, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen, bij grootschalige opwek of in combinatie met lokale netverzwaring. Concrete locaties worden niet vastgelegd in de Omgevingsvisie, maar volgen in de uitvoeringsfase en in afstemming met netbeheerders en initiatiefnemers. Pagina 6 van 9 27. “De meeste huizen hebben een warmtepomp en een deel is aangesloten op een warmtenet dat bijvoorbeeld restwarmte van een lokale fabriek benut”. Waarom zijn andere vormen van warmtenetten niet genoemd, bijvoorbeeld een buurt-WKO of een collectieve warmtepomp in combinatie met een energieopslag? Antwoord De genoemde voorbeelden zijn illustratief en niet limitatief bedoeld. Andere vormen van warmtenetten, zoals WKO-systemen of collectieve warmtepompen met opslag, passen eveneens binnen de ambities van de Omgevingsvisie. De keuze voor specifieke technieken wordt per gebied en project bepaald en uitgewerkt in het warmteprogramma en concrete uitvoeringsplannen. 28. “De lokale energiecoöperatie telt honderden leden”. Waarom enkelvoud? Antwoord Met de enkelvoudige formulering wordt verwezen naar het principe van lokaal eigendom en georganiseerde burgerparticipatie in de energietransitie. Dit sluit het bestaan of ontstaan van meerdere lokale energie-initiatieven of coöperaties niet uit. De Omgevingsvisie schrijft geen organisatiemodel voor, maar benoemt het belang van lokale betrokkenheid. 29. “Meer dan 75% van het afval wordt nu – in 2040 – gescheiden ingezameld en gerecycled “. Wat is het huidig percentage? Antwoord Het huidig scheidingspercentage ligt rond de 70%, gebaseerd op recente regionale cijfers. De ambitie om in 2040 meer dan 75% te scheiden sluit aan bij provinciale en landelijke doelstellingen en vraagt om verdere inzet op afvalscheiding, hergebruik en bewustwording. Bijlage 1 – Ingrediënten 30. In het document staan beschrijvingen en specifieke kenmerken beschreven van de deelgebieden. In hoeverre wordt dit overgenomen in de uiteindelijke gebiedsgerichte omgevingsvisie? Bijvoorbeeld de input van inwoners van Aalten dat men graag het autoverkeer in het kernwinkelgebied wil beperken. Antwoord De gebiedsbeschrijvingen en inwonersinput vormen een belangrijk vertrekpunt voor de gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie. Niet alle wensen worden één-op-één overgenomen, maar ze worden afgewogen in samenhang met andere belangen. Concreet beleid, zoals verkeersmaatregelen in het kernwinkelgebied, wordt verder uitgewerkt in programma’s en het omgevingsplan. 31. In het document worden samenvattingen gegeven van bestaande beleidsdocumenten (zie ook vraag 5). In hoeverre komt deze informatie terug in de uiteindelijke Omgevingsvisie? Antwoord De samenvattingen zijn gebruikt om bestaand beleid te analyseren, te verbinden en waar nodig te actualiseren. De uiteindelijke Omgevingsvisie bevat geen optelsom van al deze documenten, maar een geïntegreerde koers. Essentiële uitgangspunten keren terug, terwijl uitvoeringsdetails in programma’s worden ondergebracht. Pagina 7 van 9 32. Waarom wordt in paragraaf 3.2 (mobiliteit) de internationale OV-verbinding Aalten – Bocholt niet genoemd? Antwoord De focus in het voorontwerp ligt op hoofdlijnen van mobiliteit binnen de gemeente. Grensoverschrijdende verbindingen zijn wel relevant, maar nog sterk afhankelijk van regionale en internationale afstemming. In de verdere uitwerking van het mobiliteitsprogramma wordt bezien hoe deze verbindingen beter kunnen worden meegenomen. 33. Waarom is het Lintelo Dorpsontwikkelplan 2021–2031 en het wat oudere plan van IJzerlo niet meegenomen? Antwoord Deze plannen zijn betrokken als achtergrondinformatie, maar niet afzonderlijk benoemd in het voorontwerp. De kernwaarden en aandachtspunten hieruit zijn wel meegenomen in de analyse en gebiedsbeschrijvingen. In de gebiedsgerichte uitwerking wordt nadrukkelijk aangesloten bij bestaande dorpsinitiatieven. Bijlage 2 – Analyse en voorkeursscenario 34. Er wordt een conflict geconstateerd voor woningbouw versus landschap. In hoeverre draagt ‘rood-voor-rood’ hier aan bij? Antwoord Rood-voor-rood draagt bij door sloop van landschap ontsierende bebouwing te koppelen aan beperkte woningbouw. Hierdoor wordt verrommeling tegengegaan en kan landschappelijke kwaliteit worden verbeterd, terwijl toch ruimte ontstaat voor nieuwe woningen. 35. Waarom wordt specifiek uitgegaan van landbouwgroei, terwijl de landelijke trend is krimp van de landbouwsector? Antwoord Met landbouwgroei wordt niet primair volumegroei bedoeld, maar ontwikkeling richting verduurzaming, toekomstbestendigheid en verbreding. De Omgevingsvisie erkent de landelijke krimptrend, maar ziet landbouw in Aalten als blijvende drager van landschap en economie. 36. De vier scenario’s zijn allemaal in ‘alles of niets’-termen voor de gemeente als geheel beschreven. Op een informatiebijeenkomst met inwoners in januari werd gesteld dat het aantal te bouwen woningen waarschijnlijk na rato over de kernen wordt verdeeld. Dit terwijl het doel was om tot een gebiedsgerichte, integrale en samenhangende visie te komen met specifieke en passende keuzes per gebied. Hoe wordt deze stap alsnog gezet in de komende maanden? Antwoord De scenario’s zijn bewust scherp neergezet om verschillen inzichtelijk te maken. Het gekozen voorkeurscenario vormt de basis voor een verdere gebiedsgerichte uitwerking, waarbij per kern en gebied keuzes worden gemaakt over aantallen, typologie en tempo. Deze stap volgt in de uitwerking van de ontwerp-Omgevingsvisie en bijbehorende programma’s. Pagina 8 van 9 37. Waarom is in de scenario’s steeds gekozen voor dezelfde groei voor alle sectoren, bijvoorbeeld toerisme, en is er niet meer een (gebiedsgerichte) mix gemaakt? Antwoord Voor de scenario-analyse is gekozen voor interne consistentie en vergelijkbaarheid. Dit maakt de effecten van verschillende groeirichtingen beter inzichtelijk. In de verdere uitwerking van het voorkeurscenario wordt juist meer differentiatie aangebracht, met gebiedsgerichte accenten per sector. Pagina 9 van 9
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.