vragen AZC BBB-HMV
Een raadslid stelde op 25 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Vragen van BBB-HMV Vraag 1 In de kaders wordt het volgende gesteld: De wettelijke taakstelling van de Spreidingswet voor het aantal te realiseren opvangplekken is het uitgangspunt. Het bijbehorende geldende verdeelbesluit geeft aan dat de gemeente Aalten 200 opvangplekken moet realiseren.
Echter op dit moment loopt er een hoger beroep tegen deze uitspraak, de uitkomst is nog niet bekend. Is het niet logischer om dit beroep af te wachten, gezien het grote verschil in te realiseren opvangplaatsen? (157 of 200).
De wettelijke taakstelling is op dit moment 200 conform het verdeelbesluit behorende bij de Spreidingswet. Na het afwijzen van het eerdere beroep door de minister is er hoger beroep aangetekend door het college op zowel het aantal opvangplekken als de te realiseren datum. Lopende beroepszaken geven geen opschorting of uitstel van wet en regelgeving. Daarom is er op dit moment voor de gemeente Aalten een opgave voor het realiseren van 200 opvangplekken. In de kaders is aangegeven dat de wettelijke taakstelling van de Spreidingswet voor het aantal te realiseren opvangplekken het uitgangspunt is. Mocht er te zijner tijd uit het hoger beroep een andere opgave komen dan is dat op dat moment de wettelijke taakstelling qua aantallen en tijdstip van realisatie.
Vraag 2 De opvang vindt in eerste instantie plaats voor de duur van maximaal 5 jaar.
Waarom is gekozen voor 5 jaar? Is 3 jaar ook een optie? Ook staat er in eerste instantie, wat houdt dit in? Wanneer verandert de eerste instantie in een tweede instantie en wat houdt de tweede instantie dan in? Zijn andere varianten, bijvoorbeeld verlengen tot 10 jaar in het overleg met het COA besproken, en zijn hier al eventuele toezeggingen aan het COA over gedaan?
Wij zijn net zoals bij de wettelijke taakstelling qua aantal opvangplekken uitgegaan van de Spreidingswet. De Spreidingswet schrijft voor dat de gemeente duurzame opvangplekken moet realiseren voor de duur van minimaal 5 jaar. Voor de indieners is 3 jaar geen optie gezien de wettelijke taak. In eerste instantie geeft aan dat de termijn van 5 jaar op dit moment van toepassing is. Toekomstige ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving hebben we niet in de hand. Een tweede instantie zou veranderende wet- en regelgeving kunnen zijn of andere keuzes door een toekomstige gemeenteraad. Maar dit is voor nu niet van toepassing.
Zoals u weet zijn dit kaders waarbinnen het college met een voorstel kan komen. Er is hierover geen overleg geweest met het college noch het COA. Dus er zijn daarover geen toezeggingen gedaan. Het college zal binnen vier weken reageren omtrent deze kaders.
Vraag 3 Het principe van kleinschaligheid moet worden toegepast. Concreet betekent dat dat de opvanglocaties mogen bestaan uit zowel twee keer 100 als één keer 200 opvangplekken. Indien gekozen wordt voor twee locaties gaat de voorkeur uit naar spreiding over de gehele gemeente Aalten.
De motie die is aangenomen spreekt ook over kleinschaligheid, vinden de partijen 200 opvangplekken voldoende kleinschalig? Zo ja, wat is dan grootschalig? Hebben de partijen nog een voorkeur wat betreft de aantallen?
Klopt. De motie die is aangenomen op 27 mei 2025 spreekt over kleinschaligheid. Het voorstel van het college destijds werd gesproken over 300 opvangplekken. Dit was voor ons grootschalig. Zoals wij hebben opgenomen in de kaders is voor ons zowel 2 keer 100 als 1 keer 200 kleinschalig. Dus onze voorkeur qua aantallen gaat uit van de wettelijke taakstelling in een van de twee genoemde scenario’s Vraag 4 De opvangvorm(en) en de beoogde locatie(s) moeten aansluiten bij de omvang, het karakter en de draagkracht van de gemeente en samenleving. Indieners realiseren zich dat dit een subjectief kader is. Met dit kader wordt het volgende bedoeld. Bij het zoeken naar passende locatie(s) wordt het effect op de omgeving en de directe leefomgeving nadrukkelijk meegewogen. De locatie(s) liggen niet in de bestaande woonkernen, maar grenzend aan de bebouwde kom, buiten de bebouwde kom of op een industrieterrein.
Realiseren de indieners zich dat mocht er een opvanglocatie van 200 plekken komen, dit betekent dat 200 mensen zich gaan verplaatsen. Eveneens bij 100 mensen. Denken de partijen dat dit veilig kan, mochten de opvangplekken gerealiseerd worden op industrieterrein/buiten de bebouwde kom.
Wij denken dat dit veilig kan en moet. In de kaders is opgenomen dat er een integraal veiligheidsplan opgesteld moet worden met zoveel mogelijk betrokkenen voor de veiligheid buiten het AZC. Hier zullen bijvoorbeeld aspecten van verplaatsen en verkeersveiligheid in op worden genomen. Ook zal er gekeken moeten worden door het college hoe permanente toezicht kan worden georganiseerd in de directe omgeving.
Vraag 5 Het plan moet organisatorisch en financieel haalbaar zijn, met heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen het COA en de gemeente. De opvang van asielzoekers moet budget neutraal plaatsvinden en mag de gemeente geen geld kosten.
De indieners stellen dat de opvang de gemeente geen geld mag kosten. Wat gebeurt er als het de gemeente wel geld kost? Stopt de opvang dan? Is het realistisch om te stellen dat het geen geld mag kosten? Hoe zien de indieners dit?
Zoals aangegeven in de eerdere beeldvormende vergaderingen gaf het COA aan dat zij op een locatie vanaf 100 opvangplekken de volledige kosten voor haar rekening neemt. Dit is en blijft wat ons betreft het uitgangspunt. Wij gaan er dus vanuit als er eventuele meerkosten gemaakt worden deze door het COA zullen worden vergoed. Het is dus realistisch om te stellen dat het geen geld mag kosten. De indieners zijn van mening dat alles qua kosten wordt vastgelegd in een bestuursovereenkomst waar men zich aan dient te houden.
Vraag 6 De gemeente Aalten dient op het gebied van dienstverlening en ondersteuning zoveel mogelijk ontzorgd te worden, onder meer door het COA en/of andere partijen.
Door te kiezen voor 200 opvangplekken in plaats van de eerdere 300 door het college, zal de gemeente meer zorg zelf moeten regelen. Wat is zijn dan de voordelen om te kiezen voor 1x200 of 2x100?
Zijn de partijen bewust van de problemen omtrent afspraken met het COA? Weten de partijen dat het COA zelf kampt met grote tekorten wat betreft gekwalificeerd personeel en dat daarom nu al veel door het COA wordt afgewenteld op de lokale zorg?
Wat wordt bedoeld met andere partijen?
Het COA regelt vanaf 100 opvangplekken de 1e lijnszorg op de locatie zelf. Dit is voor ons een pré en bevestigd door het COA in de beeldvormende vergaderingen. Voordeel om te kiezen voor 1x200 of 2x100 zijn er dus niet. Dit is dus helemaal in lijn met ze zorg die wordt geleverd op een locatie met 300 opvangplekken. Wij gaan ervan uit dat de zorg op de lacatie(s) worden/wordt vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Het COA dient zich hieraan te houden. Wij zijn niet bekend met de tekorten van het COA of dat het COA nu veel afwentelt op de lokale zorg. Als dit wel het geval is staat dit los van het aantal opvangplekken.
Vraag 7 De eerstelijns zorg dient geregeld te worden door het COA. Dit kan zowel op als buiten de opvanglocatie(s) zijn.
De eerstelijnszorg buiten de locatie, wat bedoelen de partijen daarmee?
Bij een locatie van 200 opvangplaatsen is er 1 dagdeel per week een huisarts aanwezig, en een verpleegkundige 1 of hooguit 2 dagdelen. Bij een kleinere locatie van 100 is dit nog minder, 1 dagdeel per 2 weken. GGD is alleen gepland aanwezig en GGZ zijn incidenteel aanwezig, 1 dagdeel per maand. Verder is er een telefonisch consult mogelijk (die regelmatig doorverwijzen naar de lokale zorg).
Zijn de partijen zich ervan bewust dat dus regelmatig een beroep wordt gedaan op de lokale zorg zoals de huisartsenpost, SEH of de GGZ-crisisdienst. Hoe denken de partijen dit te ondervangen in het scenario dat de gemeente door het COA volledig ontzorgd dient te worden?
Eerstelijns zorg zowel op als buiten de opvanglocatie dient door het COA gefaciliteerd en gefinancierd te worden. Het COA kan buiten de opvanglocatie zorg in kopen bij bijvoorbeeld particuliere zorginstellingen.
In het geval van eerstelijns spoedzorg of tweedelijnszorg is het aantal opvangplekken niet relevant. Wij realiseren ons dat in voorkomende gevallen een beroep kan of moet worden gedaan op de zorg. Dit is onder regie en verantwoordelijkheid van het COA en dient wat ons betreft zoveel mogelijk op de opvanglocatie te worden georganiseerd. De gemeente heeft hier geen bemoeienis mee.
Vraag 8 Er dient een integraal veiligheidsplan opgesteld te worden met zoveel mogelijk betrokkenen voor de veiligheid binnen en buiten de opvanglocatie(s).…
Bekijk de brief: Beantwoording vragen AZC BBB-HMV
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.