vragen AZC D66
Een raadslid stelde op 25 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Vragen D66:
In het voorstel wordt verwezen naar de wettelijke taakstelling van de Spreidingswet voor Aalten van 200 opvangplekken. In het spreidingsbesluit van minister Faber wordt uitgegaan van het openen van een opvanglocatie uiterlijk per 1 juli 2025, of voor locaties waar meer tijd voor nodig is voor 1 september 2026. Minister Keijzer heeft het bezwaar van het college dat deze realisatietermijn te kort is onlangs formeel verworpen. Wel wordt aangegeven dat “bij het toepassen van interbestuurlijk toezicht alle relevante feiten en omstandigheden zullen worden meegenomen. Gemeenten worden niet aan het onmogelijke gehouden” 1)Wat zijn de ‘politiek-bestuurlijk kaders’ van de initiatiefnemers voor de realisatietermijn In alle gevallen zal de voorliggende wettelijke termijn vermoedelijk niet worden gehaald. Overigens is er door het college hoger beroep ingesteld tegen de in de Spreidingswet genoemde termijnen. Wij denken dat het college met de voorliggende kaders snel stappen kan maken. Met de plannen die destijds voorlagen aan de Singel 1 en 2 zouden ook pas de eerste bewoners in 2027 hun intrek kunnen nemen.
2) In huidige kaders wordt gesproken over een gefaseerde realisatie, eerst circa 100 opvangplekken, daarna 150 en daarna 200. Binnen welke termijn moet deze fasering plaatsvinden en hoe verhoudt zich dit met het spreidingsbesluit van ministers Faber en Keijzer?
In alle gevallen zal de voorliggende wettelijke termijn vermoedelijk niet worden gehaald. Wij denken dat het college met deze kaders snel stappen kan maken. Met de plannen die destijds voorlagen aan de Singel 1 en 2 zouden ook pas de eerste bewoners in 2027 hun intrek kunnen nemen. Er is door het college hoger beroep aangetekend over aantal opvangplekken en de realisatiedatum. Wij wachten dit hoger beroep af. We denken dat tussen elke fase minimaal 2-4 maand zou moeten zitten en dit dus geen grote vertraging zal opleveren. Nieuwe situaties hebben altijd tijd voor gewenning en leren nodig. Wij denken met gefaseerde realisatie hier ruimte aan te geven.
3) Ervan uitgaande dat het initiatiefvoorstel eind februari wordt aangenomen door de meerderheid van de raad, heeft de realisatie van een AZC 9 maanden stil gestaan. Hoe reflecteren de initiatiefnemers hierop gezien de (bovenstaande) toelichting van minister Keijzer op de wettelijke realisatietermijn?
Na de motie van mei 2025 was het zomerreces en hebben we als fracties besproken het onderwerp erna weer op te pakken. In september is in de agendacommissie besproken dat we een beeld- en oordeelsvormende vergadering zouden gaan houden. Deze hebben in oktober plaatsgevonden. In de periode november-december 2025 hebben er diverse gesprekken plaatsgevonden tussen de fracties van de BBB-HMV, GB, CU en het CDA.
Dit als indieners van de genoemde motie van 27 mei 2025. Wij hebben gepoogd als gezamenlijke fracties met een initiatiefvoorstel te komen. Na meerdere gesprekken en overleggen is dit niet gelukt. Nadat de BBB-HMV had aangegeven niet mee te kunnen in een initiatiefvoorstel hebben de overige fracties de genoemde kaders opgesteld. Hier waren meerdere overleggen en afstemmingen met de fracties voor nodig. Toen dit gereed was is het initiatiefvoorstel in december 2025 ingediend. Wij hebben hiermee een zorgvuldig proces doorlopen. Goede haalbare kaders met een gedragen initiatiefvoorstel was voor ons belangrijk. “Een bestaand woningbouwplan is een gebied dat door college en/of raad is vastgelegd dan wel waarover de intentie is uitgesproken dat er woningbouw wordt gerealiseerd. Singel 1 en 2 te Aalten, ’t Beggelder te Dinxperlo en ’t Broock te Bredevoort worden in dit kader in ieder geval aangemerkt als bestaande woningbouwplannen.”
4) De raad is in 2025 vertrouwelijk geïnformeerd over mogelijke locaties voor de nieuwe woonwijk bij Aalten. Dit naar aanleiding van een unaniem aangenomen motie voor een nieuwe wijk bij Aalten van 5 november 2024. Passen deze locaties wel binnen de 'politiek-bestuurlijke kaders’?
Wat is het inhoudelijke verschil met de drie genoemde plannen Singel, ‘t Beggelder en ‘t Broock?
In de kaders is opgenomen dat een AZC niet ten koste mag gaan van bestaande woningbouwplannen. Singel 1 en 2, ’t Beggelder en ’t Broock worden aangemerkt als bestaande woningbouwplannen. Deze plannen zijn (al dan niet middels een motie) besproken in de Gemeenteraad of reeds bestemd. De in vertrouwelijkheid genoemde locatie(s) kan/kunnen (nog) niet worden beschouwd als bestaande woningbouwplannen aangezien deze niet in de Gemeenteraad zijn behandeld. Slechts locaties waar de Gemeenteraad een besluit over heeft genomen of de intentie over heeft uitgesproken worden beschouwd als bestaande woningbouwplannen.
5) In de motie van 27 mei 2025 is opgenomen dat ‘op voorhand geen locaties zijn uitgesloten’.
Waarom sluiten de initiatiefnemers nu 8 maanden alsnog meerdere locaties uit?
Wellicht was het goed geweest om in de motie van 27 mei 2025 te vermelden dat op voorhand geen locaties zijn uitgesloten anders dan genoemd in de kaders. De drie genoemde locaties vallen binnen de kaders. “De locatie(s) liggen niet in de bestaande woonkernen, maar grenzend aan de bebouwde kom, buiten de bebouwde kom of op een industrieterrein.”
6) Willen de initiatiefnemers dat het college een nieuwe locatiestudie uitvoert of moet er verder gezocht worden in de studie van Sweco uit april 2024?
Wij vinden dat het college niet gebonden is aan de uitgevoerde studie van Sweco uit april 2024. Door de opgestelde kaders is het wellicht mogelijk dat het college een andere/betere locatie kan vinden dan de locatie genoemd in het Sweco rapport, maar deze locaties worden op voorhand niet uitgesloten.
7) In de Sweco studie zijn naast Singel 1 en 2 ook de (voormalige) ijsbanen in Aalten en Dinxperlo als kansrijk aangemerkt. Passen deze locaties binnen de 'politiek-bestuurlijke kaders’?
Wij laten het aan het college om te toetsten of locaties binnen de gestelde kaders vallen. Nieuwe kaders geven mogelijk nieuwe of andere inzichten. Wat ons betreft worden geen locaties uitgesloten die binnen de gestelde kaders vallen.
8) Ook Kobus 2 Aalten is voor 55 - 140 tijdelijke woningen een mogelijke locatie. Past deze locatie ook binnen de 'politiek-bestuurlijke kaders’?
Wij laten aan het college om te toetsten of locaties binnen de gestelde kaders vallen. Nieuwe kaders geven mogelijk nieuwe of andere inzichten. Wat ons betreft worden geen locaties uitgesloten die binnen de gestelde kaders vallen.
Het college heeft eerder aangeven in het locatiebesluit voor AZC aan De Singel (Z/25/180152/D-574377) dat: “Het aan de gemeenteraad is of er een AZC komt met 200 of uiteindelijk toch de door het college om moverende redenen gewenste AZC met 300 opvangplekken.
9) Binnen de 'politiek-bestuurlijke kaders’ van de initiatiefnemers past een AZC met 200 opvangplekken grenzend aan de bebouwde kom. Past hiermee het plan van het college binnen de inhoudelijke kaders, met uitzondering van het hard uitsluiten van de Singel locatie?
Het plan van het college betreft onder andere opvang op een locatie geschikt voor woningbouw. Dit is in deze kaders uitgesloten. Ook werd door het college voorgesteld opvangplekken te realiseren voor de duur van 10 jaar.
In onze kaders spreken we voor de duur van 5 jaar. Dit zijn een paar voorbeelden van het verschil tussen het plan van het college en de gestelde kaders in dit initiatiefvoorstel. Zowel plan als initiatiefvoorstel met de kaders zijn in uw bezit en kunt u zelf de verschillen lezen.
10) In de motie van 27 mei 2025 staat dat “het college moet kijken naar (...) kleinschalige opvang en aantallen die passend zijn voor de gemeente Aalten”. Waarom kiezen de initiatiefnemers 8 maanden later alsnog voor een 'politiek-bestuurlijk kader’ waarbinnen een AZC met 200 opvangplekken past?
Voor de initiatiefnemers is een AZC met 2x100 plekken of 1x200 plekken kleinschalig. Dit past dus precies in de lijn met de motie van 27 mei 2025.
11) In het initiatiefvoorstel wordt erkend dat het 'ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie of accommodatie’ een wettelijke bevoegdheid is van het college. In hoeverre hiermee ruimte gegeven aan het (nieuwe) college om aan haar wettelijke bevoegdheid te voldoen, ook als dit niet volledig passend is binnen de 'politiek-bestuurlijke kaders’?] Wij verwachten dat met deze kaders het college prima uit de voeten kan en met een voorstel komt dat binnen deze kaders past. Mocht het college en/of om welke reden dan ook niet uit de voeten kunnen met deze kaders dan horen wij dat. Het college heeft de mogelijkheid binnen vier weken na het indienen te reageren. Hierbij zal ook door het COA gekeken worden naar de haalbaarheid van deze kaders.…
Bekijk de brief: Beantwoording vragen AZC D66
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.