Raadsinformatiebrief beantwoording vragen fractie D66 ruimtelijke procecures.pdf
Een raadslid stelde op 14 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Klopt het dat het verplichte vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) bij de Wipmolen (met het Waterschap) en Oceanco (Provincie) niet heeft plaatsgevonden? → a.
- Klopt het dat de vooroverlegreactie van de Provincie (Zuidelijk Havengebied) niet is beantwoord? → a.
- Tot welke (extra) risico’s in de bestemmingsplanprocedures leiden de verschillende zienswijzen? → En wat betekent dit voor de huidige bestemmingsplanprocedures en de doorlooptijd hiervan?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Klopt het dat het verplichte vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) bij de Wipmolen (met het Waterschap) en Oceanco (Provincie) niet heeft plaatsgevonden?
Antwoord van het college
a. Indien niet: Waarom niet? b. Indien wel: Hoe verklaart u dan de desbetreffende zienswijzen?
Vraag 2
Klopt het dat de vooroverlegreactie van de Provincie (Zuidelijk Havengebied) niet is beantwoord?
Antwoord van het college
a. Indien niet: Waarom niet? b. Indien wel: Hoe verklaart u dan de desbetreffende zienswijze?
Vraag 3
Tot welke (extra) risico’s in de bestemmingsplanprocedures leiden de verschillende zienswijzen?
Antwoord van het college
En wat betekent dit voor de huidige bestemmingsplanprocedures en de doorlooptijd hiervan? Deze vraag graag beantwoorden voor elk van de bestemmingsplanprocedures: a. De Wipmolen b. Zuidelijk Havengebied en Oceanco Beantwoording: Ten aanzien van de (ontwerp-)bestemmingsplannen Zuidelijke Havengebied en Oceanco De gemeente en de initiatiefnemers (DLVDB/Stevast en Oceanco) hebben op verschillende momenten, voorafgaand aan het indieningsmoment van de ontwerpbestemmingsplannen, vooroverleg met Provincie, Rijkswaterstaat en het Waterschap Rivierenland gevoerd. Er is verzuimd om gelijktijdig met de gepubliceerde kennisgevingen van de terinzageleggingen van de ontwerp-bestemmingsplannen de provincie via een zogeheten e-formulier van de terinzageleggingen te informeren. Uiteindelijk heeft dit de procesgang niet in de weg gestaan. De publicaties van beide ontwerp-bestemmingsplannen zijn tijdig en breed uitgezet. Partijen hebben hier kennis van genomen en hebben hun zienswijzen op correcte wijze en binnen de zienswijzetermijnen ingediend. In het vervolg zullen wij de formele routes van deze nieuwe wetgeving volgen. De zienswijzen zullen in overleg met de initiatiefnemers en op de gebruikelijke wijze in behandeling worden genomen en afgerond. Hetgeen inhoudt dat op hun zienswijzen in een nota van antwoord wordt aangegeven hoe daarmee bij de vaststelling van betrokken bestemmingsplannen is omgegaan. Partijen waaronder de provincie zijn hierover inmiddels op de hoogte gesteld. Van eventuele (extra) risico’s en of het uitlopen van de planning is, met de kennis van vandaag, geen sprake. Het merendeel van de zienswijzen was naar aanleiding van de vooroverleggen bekend en deze zullen naar verwachting niet leiden tot een herziening van de bestemmingsplannen in zodanige mate dat het inspraaktraject opnieuw dient te worden gedaan. Rest mij te beklemtonen dat de relatie gemeente, initiatiefnemers en de Provincie Zuid Holland, Waterschap Rivierenland en RWS uitstekend is en dat partijen afhandeling van de zienswijzen in onderling en met respect voor elkaars belangen zullen worden afgehandeld. Ten aanzien van (ontwerp-)bestemmingsplan De Wipmolen Deze situatie wijkt enigszins af van die van de andere twee plannen. Initiatiefnemer heeft hier het plan en een watertoets opgesteld waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet aannemelijk is dat er waterschapsbelangen worden geraakt. In dit licht werd ervan afgezien vooroverleg te voeren met het waterschap Rivierenland. Strijd met het dwingend bepaalde in artikel 3.1.1 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht inzake vooroverleg werd in dit licht niet aanwezig geacht. Het zou evenwel in de rede hebben gelegen om het waterschap van dit standpunt op de hoogte te stellen. Overigens achtte ook de omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid het in dit geval niet aangewezen om al het waterschap om advies te vragen bij de behandeling van de aangevraagde omgevingsvergunning bouw. Ook in dit geval is de publicatie van het ontwerp-bestemmingsplan en de bijbehorende ontwerpomgevingsvergunning bouw tijdig en breed uitgezet. Het waterschap heeft vervolgens betrokken zienswijze op correcte wijze en binnen de geldende zienswijzetermijn ingediend. Het waterschap heeft als zienswijze aangegeven dat er juridische en inhoudelijke tekortkomingen aan het plan zijn. Bij navraag bij het waterschap blijkt hiermee bedoeld te zijn dat het waterschap alsnog overleg over het plan wenst te zien. Inmiddels wordt dit vooroverleg door het waterschap geïnitieerd, waarbij door initiatiefnemer het plan alsnog aan het waterschap wordt toegelicht. Dit vooroverleg is binnen enkele weken na dagtekening van dit schrijven te verwachten. Ook dit leidt er op voorhand niet toe dat er (extra) risico’s voor het plan te verwachten zijn.
Bekijk de brief: Raadsinformatiebrief beantwoording vragen fractie D66 ruimtelijke procecures.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Alblasserdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.