Raadsinformatiebrief Herbenoeming leden.pdf
Een raadslid stelde op 10 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Voor welke wettelijke advisering is de Adviescommissie Omgevingskwaliteit precies nodig? → Artikel 22.29, lid 1, onder b, Bruidsschat (tijdelijk deel omgevingsplan) stelt dat een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden geweigerd wanneer het bouwwerk in strijd is met redelijke…
- Hoe zorgt het college ervoor dat de Commissie zich beperkt tot deze wettelijke taken zoals bij 1. geantwoord? → Door alleen in het beschermd dorpsgezicht welstandsadvisering te blijven uitvoeren.
- Afhankelijk van de beantwoording van 1.: betekent dit dat de commissie geen inhoudelijke rol heeft bij gebiedsontwikkelingen of ontwikkelingen die niet passen binnen het… → De commissie adviseert alleen bij vergunningen, niet bij beleidsvorming of gebiedsontwikkeling.
- Afhankelijk van de beantwoording van 3.: Zo ja, wat betekent dit voor de periode heden tot januari 2027 bij ontwikkelingen die nu ook vallen buiten beschermd… → Tot de omgevingsplanwijziging voor het woongebied in werking treedt blijft de Welstandsnota 2014 van kracht.
- Gaat de gemeente het team ruimtelijke ordening versterken met een 'eigen' stedenbouwkundige (al dan niet via inhuur)? → Er is geen voornemen om het team Ruimtelijke Ordening te versterken met een eigen stedenbouwkundige, al dan niet via inhuur.
- Waarom is gekozen voor een herbenoeming van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit voor vier jaar tot 2030, terwijl de taken per 2027 substantieel wijzigen? → Was een kortere termijn juridisch mogelijk geweest?
- Wat zijn de bestuurlijke en juridische risico’s indien de omgevingsplanwijziging en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet tijdig in Q4 2026 worden vastgesteld? → Indien de in voorbereiding zijnde omgevingsplanwijziging voor de bouw- en gebruiksregels in het woongebied en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet in Q4 2026 kan worden vastgesteld ontstaan…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording vragen SGP over Raadsinformatiebrief Herbenoeming leden Adviescommissie Omgevingskwaliteit 2026-2030
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Voor welke wettelijke advisering is de Adviescommissie Omgevingskwaliteit precies nodig?
Antwoord van het college
Artikel 22.29, lid 1, onder b, Bruidsschat (tijdelijk deel omgevingsplan) stelt dat een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden geweigerd wanneer het bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent dat een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwwerken, beoordeeld moet worden op de redelijke eisen van welstand. Het is niet mogelijk om deze weigeringsgrond te negeren, gezien dat zou betekenen dat wij geen omgevingsvergunningen kunnen verlenen waarbij deze beoordeling niet heeft plaatsgevonden.
Artikel 16.15, lid 1 Omgevingswet bepaalt dat een adviseur in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over een aanvraag om een besluit op grond van deze wet. Lid 3 stelt dat een adviseur wordt aangewezen wanneer dit wenselijk is vanwege de deskundigheid van die adviseur, of ter ondersteuning van de taken van het bestuursorgaan voor de fysieke leefomgeving. Dit wil zeggen dat wanneer de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning specialistische kennis vereist (bijvoorbeeld stedenbouwkundige kennis), het bestuursorgaan een deskundige adviseur aanwijst en deze in de gelegenheid stelt advies uit te brengen.
Artikel 17.9, lid 1, Omgevingswet verplicht gemeenten een adviescommissie in te stellen die adviseert over rijksmonumentenactiviteiten. Lid 2 stelt dat de commissie onder andere wordt ingezet op grond van artikel 16.15, voor de beoordeling van een besluit op grond van de Omgevingswet (omgevingsvergunning). Op grond van artikel 17.9, lid 3, baseert de commissie haar advies voor zover van toepassing op het omgevingsplan, en op de welstandsnota zoals bedoeld in artikel 4.19. Omdat de welstandstoets een wettelijke weigeringsgrond is, moet het bevoegd gezag hierover deskundig advies inwinnen. Deze specialistische deskundigheid is niet intern aanwezig en ook niet beschikbaar bij OZHZ.
Een onafhankelijke commissie blijft daarom noodzakelijk zoals ook benoemd in artikel 17.9 Omgevingswet.
Vraag 2
Hoe zorgt het college ervoor dat de Commissie zich beperkt tot deze wettelijke taken zoals bij 1. geantwoord?
Antwoord van het college
Door alleen in het beschermd dorpsgezicht welstandsadvisering te blijven uitvoeren. Dus de gehele gemeente welstandsvrij te verklaren, behalve waar de wet het niet toestaat. Vanwege de wettelijke bescherming uit artikel 5.130 lid 1, Besluit kwaliteit leefomgeving, is de gemeente verplicht om in het omgevingsplan het behoud van cultureel erfgoed te waarborgen. In het omgevingsplan zal dan ook worden opgenomen dat in de beschermde dorpsgezichten, de welstandstoetsing verplicht blijft (in navolging van artikel 22.29 Bruidsschat). Hiermee is de inzet van de commissie als welstandsadviseur al maximaal teruggebracht, binnen de ruimte die de Omgevingswet biedt.
De commissie wordt hiernaast alleen ingezet bij specialistische deskundigheid die intern ontbreekt (zoals stedenbouw en erfgoed). Dit is de wettelijke opdracht uit artikel 16.15 Omgevingswet: wanneer expertise ontbreekt, moet een deskundige adviseur worden ingeschakeld. Die rol vervult de commissie.
Vraag 3
Afhankelijk van de beantwoording van 1.: betekent dit dat de commissie geen inhoudelijke rol heeft bij gebiedsontwikkelingen of ontwikkelingen die niet passen binnen het omgevingsplan?
Antwoord van het college
De commissie adviseert alleen bij vergunningen, niet bij beleidsvorming of gebiedsontwikkeling.
Advisering vindt plaats “over een aanvraag om een besluit op grond van deze wet” (art. 16.15 Ow). Dus de commissie wordt ingezet voor de beoordeling van een besluit op grond van de Omgevingswet (omgevingsvergunning).
De commissie houdt slechts een inhoudelijke rol:
• Bij vergunningsaanvragen binnen het beschermd dorpsgezicht;
• Bij vergunningaanvragen in strijd met het omgevingsplan waarbij een deskundige stedenbouwkundige beoordeling nodig is.
Vraag 4
Afhankelijk van de beantwoording van 3.: Zo ja, wat betekent dit voor de periode heden tot januari 2027 bij ontwikkelingen die nu ook vallen buiten beschermd dorpsgezicht?
Antwoord van het college
Tot de omgevingsplanwijziging voor het woongebied in werking treedt blijft de Welstandsnota 2014 van kracht. Dit betekent dat voor alle aanvragen buiten het beschermd dorpsgezicht nog steeds een welstandstoets op basis van de Welstandsnota 2014 verplicht is op grond van artikel 22.29 Bruidsschat.
Vraag 5
Gaat de gemeente het team ruimtelijke ordening versterken met een 'eigen' stedenbouwkundige (al dan niet via inhuur)?
Antwoord van het college
Er is geen voornemen om het team Ruimtelijke Ordening te versterken met een eigen stedenbouwkundige, al dan niet via inhuur. Omdat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit al over stedenbouwkundige expertise beschikt (zoals in de huidige samenstelling benoemd), is een eigen stedenbouwkundige voor de uitvoering van de wettelijke taken niet noodzakelijk. Daarnaast is er geen ruimte binnen de huidige formatie om een eigen stedenbouwkundige aan te stellen. Op dit moment ziet het college daarom geen noodzaak en geen extra voordelen.
Vraag 6
Waarom is gekozen voor een herbenoeming van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit voor vier jaar tot 2030, terwijl de taken per 2027 substantieel wijzigen?
Antwoord van het college
Was een kortere termijn juridisch mogelijk geweest?
De commissieleden wier benoemingsperiode verstrijkt zijn herbenoemd voor de gebruikelijke termijn van vier jaar, omdat dit aansluit bij de verordening waarin staat dat leden voor maximaal vier jaar worden benoemd. Hoewel per 2027 de inzet van de commissie wordt beperkt doordat de gemeente grotendeels welstandsvrij wordt, blijven de wettelijke taken van de commissie bestaan. De twee herbenoemde leden blijven ook na 2027 van belang voor de advisering in het beschermd dorpsgezicht, waar hun deskundigheid op het gebied van erfgoed en architectuur noodzakelijk is om de kwaliteit en het karakter van dit gebied te borgen. Een kortere benoemingstermijn was juridisch mogelijk geweest, maar het college ziet daar geen meerwaarde in omdat continuïteit en beschikbaarheid van deskundigheid gewenst blijven. Daarom is gekozen voor de volledige termijn tot 2030.
Vraag 7
Wat zijn de bestuurlijke en juridische risico’s indien de omgevingsplanwijziging en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet tijdig in Q4 2026 worden vastgesteld?
Antwoord van het college
Indien de in voorbereiding zijnde omgevingsplanwijziging voor de bouw- en gebruiksregels in het woongebied en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet in Q4 2026 kan worden vastgesteld ontstaan er geen
Pagina 2 van 3
juridische risico’s. In dat geval blijven de oude bestemmingsplannen van kracht en blijft de Welstandsnota 2014 het kader voor de welstandstoetsing. Dit betekent dat de wettelijke welstandsadvisering voor de gehele gemeente blijft gelden en er dus geen besparing op welstandsadvisering kan worden gerealiseerd. Mocht de vaststelling in Q4 2026 niet haalbaar blijken, dan wordt ingezet op het eerstvolgende moment waarop de omgevingsplanregels alsnog kunnen worden vastgesteld.
Pagina 3 van 3
Bekijk de brief: Beantwoording vragen SGP over Raadsinformatiebrief Herbenoeming leden.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Alblasserdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.