Raadsmemo beantwoording schriftelijke vragen CDA nav cie verg 28-01-25.pdf
Een raadslid stelde op 11 februari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Memo Onderwerp Datum Afzender Opstellers Telefoonnummer Emailadres
: Beantwoording schriftelijke vragen CDA nav cie-vergadering Grondzaken d.d. 28 januari 2025 : 4 februari 2025 : Freek De Gier : Aldo van Kleef / Jeroen Verver : 06-27821412 / 06-26062346 : [email protected]
In vervolg op de commissievergadering van 28 januari 2025 heeft het CDA op 30 januari 2025 de volgende schriftelijke vragen geformuleerd. 1) In de scenario’s voor woningbouw gaat de wethouder uit van een programma met 152 woningen.
Het bestemmingsplan gaat uit van maximaal 141 woningen (pagina 18). Klopt het dat het bestemmingsplan leidend is voor de scenario’s? 2) In de scenario’s voor parkeren worden cijfers uit de huidige GVVP-norm vergeleken met een cijfers van de CROW uit 2024. Op pagina 32 wordt expliciet verwezen naar een parkeernorm uitgaande van het GVVP uit oktober 2019. Klopt het dat de wethouder dit ook als maatgevend meeneemt voor de eventuele scenario’s? 3) Wanneer het bestemmingsplan Zuidelijk Havengebied door de gemeenteraad in haar vergadering van 11 februari 2024 wordt goedgekeurd wat is dan de juridische status? 4) Wat betekent deze status voor de rol van de raad in het voorgestelde proces door de wethouder in zijn memo na vaststelling van het bestemmingsplan? 5) Krijgt de raad een besluit voorgelegd waarin ze besluiten kan nemen over de te kiezen scenario’s? 6) Zijn er, na goedkeuring van de raad op 11 februari van het bestemmingsplan, juridische belemmeringen voor een ontwikkelaar om, binnen de grenzen van het plan, een vergunning aan te vragen? 7) Kan de gemeente dan nog een vergunning weigeren die niet voldoet aan het voorkeursscenario van de raad?
De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan:
Ad1) Bestemmingsplan gaat over 152 woningen (142 en 11).
Besluit betreft uitsluitend de vaststelling van het bestemmingsplan en niet de vaststelling van scenario’s.
Uitwerking van het programma inclusief - scenario’s - volgt de kaders van het bestemmingsplan en worden t.z.t. voorgelegd. Bestemmingsplan is leidend.
Ad2) Mogelijke scenario’s zijn in de besloten werkbijeenkomst van 28 januari 2025 ter kennisname besproken. De scenario’s zijn dan ook geen onderdeel van het op 11 februari vast te stellen bestemmingsplan. Voor het plan is ten aanzien van de toe te passen parkeernorm het vigerende GVVP uit 2019 gehanteerd.
Op grondslag van de parkeervisie 2024 is thans een voorstel tot wijziging van het huidige GVVP ambtelijk in voorbereiding. Naar verwachting zal dit in mei 2025 aan de raad ter besluitvorming worden aangeboden. Zoals door de wethouder in de bijeenkomst is aangegeven, zal dit voorstel binnen de kaders van de dan vigerende toepasselijke regelgeving, beleidsregels en richtlijnen worden opgesteld. De scenario's worden dan volgens het dan vigerende GVVP door de ontwikkelaar uitgewerkt. Hieruit volgt dat in dit stadium niet als vaststaand kan worden aangenomen dat de uitwerking te allen tijde uitsluitend wordt gebaseerd op de relevante bepalingen inzake parkeernormen en afwijkingsbevoegdheden uit het GVVP 2019.
Zie ook bijgaand memo ontwikkelaar Stevast (bijlage 1).
Ad3) Na de goedkeuring en daarmee vaststelling van een bestemmingsplan door de gemeenteraad volgt een procedure voordat het plan onherroepelijk wordt. De stappen zijn als volgt: 1.
Bekendmaking Terinzagelegging:
Met de goedkeuring is het bestemmingsplan vastgesteld. Vervolgens zal de gemeente het plan met alle bijbehorende stukken bekend maken, met ingang waarvan het zes weken ter inzage ligt. 2.
Beroepstermijn:
Tijdens de inzagetermijn kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als zij het niet eens zijn met het vastgestelde plan. Formeel is de gemeenteraad betrokken bij het in dat kader eventueel voeren van verweer. 3.
Inwerkingtreding:
• Geen beroep: Als er geen beroep wordt ingesteld, treedt het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn in werking en is het dan direct onherroepelijk.
• Wel beroep, geen voorlopige voorziening: Als er beroep is ingesteld zonder verzoek om voorlopige voorziening, treedt het plan na de beroepstermijn in werking, maar is het nog niet onherroepelijk.
Het plan blijft vatbaar voor wijzigingen dan wel (geheel of gedeeltelijke) vernietiging, afhankelijk van de uitspraak van de Raad van State.
• Wel beroep en voorlopige voorziening: Bij beroep met een verzoek om voorlopige voorziening treedt het plan niet in werking totdat de rechter hierover heeft beslist. Afhankelijk van de uitspraak op dit verzoek kan het plan geheel of gedeeltelijk of niet in werking treden.
Pagina 2 van 3
4.
Onherroepelijkheid:
Het bestemmingsplan wordt onherroepelijk op het moment dat de beroepstermijn is verstreken zonder dat beroep is ingesteld, of nadat de Raad van State een definitieve uitspraak heeft gedaan over eventuele beroepen waarbij het bestemmingsplan in stand is gelaten, waarna geen rechtsmiddelen meer tegen het plan kunnen worden ingezet.
Ad4) Het bestemmingsplan vormt een juridisch kader waaraan de bouwaanvraag moet worden getoetst.
Het bestemmingsplan volgt op het raadbesluit van 21 december 2021. Het bestemmingsplan geeft specifieke grenzen aan, zoals het maximale aantal woningen (152), voorzieningen (1.800m2), en parkeerplaatsen (343). Binnen deze grenzen kan de ontwikkelaar het bouwplan verder uitwerken en is er ruimte voor de uitwerking van scenario’s.
Na vaststelling van het bestemmingsplan op 11 februari 2025 verschuift de positie van de raad in de zin dat de verantwoordelijkheid voor de verdere uitwerking van het ontwikkelplan is belegd bij het college van burgemeester en wethouders.
Ad5) Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad verschuift de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving naar het college van burgemeester en wethouders. De formele bevoegdheid tot het nemen van besluiten van de gemeenteraad eindigt daarmee na de vaststelling van het bestemmingsplan.
Het college zegt echter toe de gemeenteraad in positie te zullen brengen door rond de zomer 2025 diverse scenario’s voor te leggen en te verzoeken wensen en bedenkingen te formuleren over de verschillende scenario's omtrent het woningprogramma en de daarbij behorende financiële kaders.
Dit biedt de raad de mogelijkheid invloed uit te oefenen op keuzes die de uitvoering van het plan betreffen, zonder in de formele bevoegdheid van het college te treden. Dit betekent ook dat het college niet zal besluiten over het woningprogramma en de daarbij behorende financiële kaders voordat de raad wensen en bedenkingen heeft geuit opdat deze bij de besluitvorming kunnen worden meegewogen.
De raad blijft op deze manier betrokken bij de belangrijkste ontwikkelingen en heeft tevens de mogelijkheid om richtinggevend advies te geven, terwijl het college de verantwoordelijkheid voor de uitvoering binnen het bestaande formele kader behoudt.
Ad6) Beroep schorst op zichzelf de werking van het bestemmingsplan niet. In principe kan de ontwikkelaar binnen de grenzen van het plan en de afspraken die tussen ontwikkelaar en de gemeente over de uitwerking zijn gemaakt en de geldende wettelijke kaders van het omgevingsrecht een omgevingsvergunning aanvragen en verleend krijgen. Deze mogelijkheid wordt alleen ingeperkt indien de voorzitter van de Raad van State tegemoet komt aan een ingediend verzoek om voorlopige voorziening, waarmee aan het bestemmingsplan schorsende werking wordt verbonden.
Ad7) In de koop- / realisatieovereenkomst is vastgelegd dat het definitieve bouwplan en het bijbehorende grondbod moeten worden goedgekeurd door de gemeente. Voordat de grondtransactie kan plaatsvinden moeten het programma en het bijbehorende financiële plaatje dan ook worden bepaald en goedgekeurd worden door de gemeente. Daarbij kan een aangevraagde omgevingsvergunning wettelijk gezien niet eerder in behandeling worden genomen dan nadat de gemeente als grondeigenaar toestemming heeft gegeven.
Ik hoop u hiermee van dienst te zijn.
F.C. de Gier
Pagina 3 van 3
Bekijk de brief: Raadsmemo beantwoording schriftelijke vragen CDA nav cie verg 28-01-25.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Alblasserdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.