Tandem Schouten en Schouten handelt niet vanuit Alkmaars perspectief
Een raadslid stelde op 19 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Bezoekadres Mallegatsplein 10 1815 AG Alkmaar postadres Postbus 53 1800 BC Alkmaar bank NL78BNGH0285000179 website www.alkmaar.nl telefoon 14 072 Aan de gemeenteraad van Alkmaar Onderwerp Beantwoording raadsvragen OPA en Bas met de titel ‘Tandem Schouten en Schouten handelt niet vanuit Alkmaars perspectief’ Uw brief van Behandeld door Datum 10 mei 2026 Unit DBO & ASON-team 19 mei 2026 Geachte leden van de raad, De leden van de raad de heer Kloos en mevrouw Bijl hebben heeft ons op 10 mei 2026 de volgende raadsvragen gesteld over ‘Tandem Schouten en Schouten handelt niet vanuit Alkmaars perspectief’. In deze brief leest u onze reactie, overeenkomstig art. 42 Reglement van Orde voor vergaderingen van de raad. 1 dat alleen aan het tandem Schouten is gestuurd. In dit memo wordt exact gesproken over aantallen. Is het memo van 24 december besproken in college en wat was de uitkomst van dit 2 3 In antwoord op bovenstaande drie vragen:
De burgemeester heeft de voormalig wethouder op 22 december 2025 via de mail gevraagd of deze brief voor Alkmaar gevolgen heeft en gaf hem mee dat het goed was dit te melden in het college. De wethouder antwoord dat hij wat meer informatie gaat verzamelen.
Begin januari ontvingen de burgemeester en de voormalig wethouder een ambtelijke memo (gedateerd 24/12/2025). Deze memo betreft een ambtelijke analyse van een landelijke maatregel (algemene kennisgeving van de nareisactie van het ministerie) en de mogelijke betekenis daarvan voor Alkmaar.
Voormalig wethouder Schouten geeft bij de reactie van het college tijdens het tweeminutendebat in de raadsvergadering van donderdag 16 april over dit onderwerp aan dat de brief van 19 december 2025 naar alle gemeenten in Nederland is gestuurd. In het
2/6 conceptverslag van de raadsvergadering staat: “Er zat geen enkele specifieke aanwijzing in voor of over Alkmaar. Naar de mening van het college valt het onder algemene kennis. Ook is het in het nieuws geweest dus FVD had het ook op andere manieren tot zich kunnen nemen.
Het is geen taak van het college om de raad te informeren over alle mogelijkheden die buiten Alkmaar gelden. … Het college heeft niet gereageerd richting de Minister naar aanleiding van de brief van 19 december 2025 omdat er niets over Alkmaar in stond. Om die reden is de brief ook niet als bespreekstuk geagendeerd voor het collegeoverleg.” De burgemeester kon de afweging van de voormalig wethouder begin januari 2026 volgen omdat de algemene berichtgeving over deze regeling uitgebreid in het nieuws was geweest en er geen bestuurlijke keuzes werden voorgelegd. Bovendien zouden we op de hoogte worden gesteld zodra dat wel het geval zou zijn.
Met de kennis van nu had deze brief meer aandacht moeten krijgen en had ik de wethouder moeten blijven vragen dit met het college te delen. Er was immers geen enkele reden om deze brief niet te delen met het gehele college. Het zou ondanks het feit dat er geen specifieke zaken voor Alkmaar in stonden ook verstandig geweest zijn dit te delen met de raad.
Voor de toekomst zou ik dan ook elke betrokken wethouder dringend adviseren elke brief van het COA of de minister over het opvang van vluchtelingen, voorzien van enige duiding over mogelijke gevolgen voor Alkmaar via het college met de raad te delen.
Ik lees in deze vraagstelling het vermoeden dat de coördinerende rol van de burgemeester kan leiden tot een eigen rapportagelijn naar college of raad als het gaat om informatie uit de portefeuille van een wethouder. Dat is niet het geval. Collegeleden zijn gelijkwaardig aan elkaar, inclusief de burgemeester. Mijn coördinerende rol vraagt vooral afstemming onderling te realiseren, en dat heb ik ook gedaan. 4 Wat is de reden dat de burgemeester in haar coördinerende rol er niet voor heeft de informatie te verstrekken?
Er is geen telefoongesprek geweest tussen COA en burgemeester. Er is op 2 maart vanuit het COA een appje gestuurd naar de burgemeester met verzoek om contact. Dat appje is door de burgemeester beantwoord met een doorverwijzing naar de portefeuillehouder. Naar aanleiding van een appje van de voormalig wethouder op 3 maart met een eerste terugkoppeling van het gesprek met het COA aan de burgemeester heeft zij op dezelfde ochtend nog vragen gesteld in de collegevergadering. De wethouder geeft dan aan dat bespreking op dat moment nog niet nodig is.
Later in de week koppelt de voormalig wethouder terug aan de burgemeester en geeft aan die informatie ook met het college te delen. Dat gebeurt ook in de rondvraag van de
3/6 collegevergadering op 10 maart. Zowel de terugkoppeling naar de burgemeester als naar het college blijkt met de kennis van nu niet volledig en niet juist.
Inleiding vraag 5 en 6: Op 3 maart wordt er door het COA bevestigd dat zij gebruik gaan maken van hotel Alkmaar. Er is in de diverse gesprekken gesproken dat dit gevoelig ligt in Alkmaar, zeker rond verkiezingen zo lezen wij uit de stukken. Wij hebben stellig de indruk dat het tandem ervoor heeft gekozen het de verkiezingen over te tillen. Beide bestuurders zouden daarmee verkiezingen en campagne hebben willen beïnvloeden. 5 kunt u dat aantonen? 6.
Antwoord In antwoord op bovenstaande twee vragen, waarbij er onderscheid gemaakt wordt tussen het perspectief van de toenmalig wethouder en de burgemeester:
Het college heeft op 12 mei jl. een gecorrigeerde tijdlijn met uw raad gedeeld. De gecorrigeerde tijdlijn betreft een feitelijke weergave van gebeurtenissen en contacten. Voor zover vragen zich richten op de motivering van de voormalig wethouder, kunnen deze niet door de burgemeester of het college worden beantwoord.
Uit deze gecorrigeerde tijdlijn blijkt dat in het ambtelijk contact met het COA is aangegeven dat het onderwerp gevoelig ligt in Alkmaar en zeker rond de verkiezingen.
Uit de tijdlijn blijkt verder dat op 16 maart bekend is dat het COA voornemens is om op 20 maart de statushouders te plaatsen in het hotel. Dat was nog niet geformaliseerd. Wel was duidelijk dat dit (formalisering van het voornemen middels een brief) naar verwachting op 18 maart zou gebeuren. Er heeft overleg plaatsgevonden tussen de voormalig wethouder en de programmamanager. Zij hebben verder gesproken over hoe het proces na formalisering door het COA zou kunnen verlopen.
De burgemeester heeft geen rechtstreekse contact- of informatielijn met het COA en dat ook niet gehad in de afgelopen bestuursperiode. Rechtstreekse afstemming of overleg met de ambtelijke organisatie van ASON over realisatie van opvanglocaties was en is er vanuit de burgemeester niet, dat gaat via de betrokken wethouder. Wanneer er veiligheidszaken op een van de ASON locaties spelen wordt de burgemeester daarover via OOV geïnformeerd.
4/6 7 dat het college overvallen is door het COA. OPA en BAS vinden dit niet geloofwaardig. U bent bestuurlijk al veel langer op de hoogte, het COA informeert altijd tijdig.
Heeft het excuus van wethouder Schouten ook betrekking op de RIB over het hotel?
Antwoord De reikwijdte van de excuses van voormalig wethouder Schouten, zoals verwoord in de raadsinformatiebrief ‘Persoonlijke reflectie op proces opvang statushouders in hotel Alkmaar’ van 8 mei, kunnen wij niet namens hem duiden.
In de recentelijke raadsinformatiebrief van 12 mei ‘Correctie tijdlijn Hotel Alkmaar’ geven wij over de raadsinformatiebrief van 20 maart het volgende aan: Het college heeft aan uw raad op 20 maart een raadsinformatiebrief gestuurd, waarin wij hebben aangegeven overvallen te zijn door het besluit van het COA. Ook hier kunnen wij met de kennis van nu niet anders dan concluderen dat dit niet juist is. Wij corrigeren dan ook deze brief. 8 raad?
Antwoord Ten eerste mag helder zijn dat als wij als college en ik als burgemeester de informatie had die nu bekend is, ik anders had gehandeld. Met name het inzicht in de ambtelijke correspondentie die donderdagavond laat op 7 mei met het college werd gedeeld heeft veel nieuwe informatie gegeven.
Vooraf is het goed om te benoemen dat burgemeester en wethouders gelijkwaardige leden van het dagelijks bestuur zijn. De burgemeester is voorzitter van een collegiaal orgaan. Wat betekent dat wij samen verantwoordelijk zijn voor het bestuur.
Een portefeuillehouder is politiek verantwoordelijk voor een specifiek beleidsterrein. De burgemeester heeft ook zijn/haar eigen portefeuilles en coördineert daarnaast de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen. Uw raad heeft de wethouders aangesteld en een rechtstreekse verantwoordingslijn met elk van de leden van het college, daar komt de burgemeester niet tussen. Het signaal vanuit het COA dat bij mij als burgemeester op 2 maart binnenkwam is door mij direct doorverwezen naar de verantwoordelijk wethouder.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Alkmaar (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.