14 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Alkmaar

Terugkeer geldautomaat Achterstraat

Een raadslid stelde op 14 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (13 vragen).

In het kort

13 vragen en wat het college antwoordt

  • Klopt het dat in de Achterstraat opnieuw een geldautomaat is geplaatst? → Ja.
  • Was voor de plaatsing van deze geldautomaat een vergunning, melding of andere vorm van toestemming van de gemeente nodig? → Ja.
  • Welke bevoegdheden had het college om de plaatsing van deze geldautomaat te weigeren of aanvullende voorwaarden te stellen? → De bevoegdheden van het college liggen op het gebied van de fysieke leefomgeving en vloeien voort uit de Omgevingswet.
  • Heeft het college onderzocht of de plaatsing, gelet op de plofkraak in 2021, veiligheidsrisico’s met zich meebrengt? → Ja.
  • Is hierover advies gevraagd aan politie, brandweer of andere veiligheidsinstanties? → Bij dit soort vraagstukken vindt afstemming plaats met partners zoals de politie.
  • Heeft het college overwogen om medewerking aan deze locatie te weigeren? → De omgevingsvergunning is in eerste instantie geweigerd, omdat niet werd voldaan aan de redelijke eisen van welstand.
  • Zijn bewoners en ondernemers in de Achterstraat vooraf geïnformeerd of betrokken bij de besluitvorming? → De aanvrager heeft bij de vergunningsaanvraag aangegeven dat vooraf participatie heeft plaatsgevonden.
  • Deelt het college de opvatting dat locaties die eerder doelwit zijn geweest van een plofkraak extra kritisch beoordeeld moeten worden bij de vestiging van een nieuwe… → Ja. 3/4

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Bezoekadres Mallegatsplein 10 1815 AG Alkmaar postadres Postbus 53 1800 BC Alkmaar bank NL78BNGH0285000179 website www.alkmaar.nl telefoon 14 072 Aan de gemeenteraad van Alkmaar Onderwerp Beantwoording raadsvragen VVD over Terugkeer geldautomaat Achterstraat Uw brief van Behandeld door Datum 24 juni 2026 Unit Veiligheid en/of Team OOV 14 juli 2026 Geachte leden van de raad, Het lid van de raad de heer Peetoom heeft ons op 24 juni 2026 de volgende raadsvragen gesteld over Terugkeer geldautomaat Achterstraat. In deze brief leest u onze reactie, overeenkomstig art. 42 Reglement van Orde voor vergaderingen van de raad.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Klopt het dat in de Achterstraat opnieuw een geldautomaat is geplaatst?

Antwoord van het college

Ja.

Vraag 2

Was voor de plaatsing van deze geldautomaat een vergunning, melding of andere vorm van toestemming van de gemeente nodig?

Antwoord van het college

Ja.

Vraag 3

Welke bevoegdheden had het college om de plaatsing van deze geldautomaat te weigeren of aanvullende voorwaarden te stellen?

Antwoord van het college

De bevoegdheden van het college liggen op het gebied van de fysieke leefomgeving en vloeien voort uit de Omgevingswet. Op grond van de Omgevingswet moet het college de vergunning weigeren als die in strijd is met de bouw- en gebruiksregels van het omgevingsplan of de redelijke eisen van welstand. Als daar geen sprake van is, dan moet de vergunning worden verleend. Als de omgevingsvergunning wordt verleend dan is het op grond van rechtspraak toegestaan om voorschriften over veiligheid aan de vergunning te verbinden. Dat is gedaan.

De burgemeester heeft – mede gezien de plofkraak in het verleden in dezelfde omgeving en vanwege bezwaren uit de directe omgeving - een gesprek aangevraagd met de aanbieder (Euronet). Dit gesprek heeft in februari plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit gesprek en de toelichting die de burgemeester heeft ontvangen van Euronet zijn er aanvullende (veiligheids)eisen gesteld. Onder andere is gesteld dat de pinautomaat een inktsysteem moet hebben dat het geld onklaar maakt, een

2/4 maximum bedrag dat kan worden opgenomen, het mag geen zelfvulautomaat zijn en het vullen moet gebeuren door een gecertificeerd waardetransporteur. Verder valt deze locatie onder het cameratoezicht in het centrum.

Met deze aanvullende eisen in de vergunning is op 23 februari 2026 een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geldautomaat in de gevel. De bezwaarmakers zijn van het verlenen van de vergunning en de aanvullende eisen op de hoogte gesteld.

Vraag 4

Heeft het college onderzocht of de plaatsing, gelet op de plofkraak in 2021, veiligheidsrisico’s met zich meebrengt?

Antwoord van het college

Ja.

Vraag 5

Is hierover advies gevraagd aan politie, brandweer of andere veiligheidsinstanties? Zo ja, wat luidde dit advies?

Antwoord van het college

Bij dit soort vraagstukken vindt afstemming plaats met partners zoals de politie. Hiernaast is er ook informatie ingewonnen bij het RIEC (regionaal informatie- en expertisecentrum) dat hierover een handreiking heeft geschreven. Een grond om vergunning te weigeren was er niet.

Vraag 6

Heeft het college overwogen om medewerking aan deze locatie te weigeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord van het college

De omgevingsvergunning is in eerste instantie geweigerd, omdat niet werd voldaan aan de redelijke eisen van welstand. In de bezwaarprocedure is het plan gewijzigd waardoor het wel voldoet aan de welstandseisen en daarom moest worden vergund.

Vraag 7

Zijn bewoners en ondernemers in de Achterstraat vooraf geïnformeerd of betrokken bij de besluitvorming?

Antwoord van het college

De aanvrager heeft bij de vergunningsaanvraag aangegeven dat vooraf participatie heeft plaatsgevonden.

Vraag 8

Deelt het college de opvatting dat locaties die eerder doelwit zijn geweest van een plofkraak extra kritisch beoordeeld moeten worden bij de vestiging van een nieuwe geldautomaat?

Antwoord van het college

Ja.

3/4

Vraag 9

Kan het college uiteenzetten welke afweging is gemaakt tussen de beschikbaarheid van contant geld en de veiligheid van bewoners en ondernemers?

Antwoord van het college

In het antwoord op vraag 3 is toegelicht waaraan de aanvraag is getoetst. De Omgevingswet schrijft deze toetsing dwingend voor: als wordt voldaan aan de bouw- en gebruiksregels van het omgevingsplan en de redelijke eisen van welstand dan moet de vergunning worden verleend. Er is dan geen ruimte voor het maken van een afweging tussen de beschikbaarheid van contant geld en de veiligheid van bewoners en ondernemers. Uit de rechtspraak volgt dat in het kader van de leefbaarheid voorschriften over de veiligheid kunnen worden verbonden aan de omgevingsvergunning. Dat is in dit geval ook gebeurd.

Vraag 10

Welke concrete stappen zijn gezet naar aanleiding van eerdere toezegging over veiligheidstoets?

Antwoord van het college

Naar aanleiding van eerdere vragen is verkend hoe veiligheid kan worden meegenomen binnen bestaande kaders, of de geldautomaat aan de eisen voldoet, is er een gesprek gevoerd met de burgemeester, een medewerker van team OOV en de leverancier en er zijn aanvullende eisen in de vergunning opgenomen.

Vraag 11

Is beleid ontwikkeld na de plofkraak?

Antwoord van het college

Na de plofkraak zijn werkafspraken gemaakt over het opnemen van voorwaarden in de vergunning voor het plaatsen van een ATM.

Vraag 12

Had het college de terugkeer kunnen weigeren?

Antwoord van het college

Nee. In het antwoord op vraag 3 is toegelicht aan welke eisen een aanvraag om een omgevingsvergunning moet voldoen. De Omgevingswet schrijft dwingend voor dat als wordt voldaan aan de toetsingscriteria de vergunning moet worden verleend. Er is geen (wettelijke) mogelijkheid om het systeem van de Omgevingswet opzij te zetten en alsnog de vergunning voor de geldautomaat te weigeren.

Vraag 13

Is het college bereid dit signaal landelijk te delen?

Antwoord van het college

Ja. Dit is al gedaan ten tijde van het inwinnen van advies bij het RIEC.

4/4

Bekijk de brief: GT Beantwoording raadsvragen van VVD over Terugkeer geldautomaat Achterstraat

Bron: raadsinformatie van de gemeente Alkmaar (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Alkmaar

Alle artikel 35-vragen in Alkmaar