5 maart 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Alphen-Chaam

04-2026 CDA BEANTWOORDING Schriftelijke vragen voorstel verordening meedoenregeling

Een raadslid stelde op 5 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam (12 vragen).

In het kort

12 vragen en wat het college antwoordt

  • Graag ontvangen we een overzicht van de ontwikkeling gedurende de laatste 3 jaar. → Hoeveel is daadwerkelijk uitgekeerd is in 2024 en 2025, en hoeveel kosten besteed aan personele kosten/overig?
  • Hoe vaak wordt deze regeling als een op zichzelf staande voorziening uitgekeerd? → Beantwoording Het gaat dan om inwoners die geen bijstandsuitkering ontvangen, maar wel een inkomen tot 110% wsw hebben.
  • Wat betekent de voorgestelde wijziging concreet voor de uitvoeringslasten (toetsing, controle, bezwaar)? → (dit omdat we juist een ander percentage voorgesteld krijgen dan de andere ABG gemeente); Beantwoording Het hebben van een afwijkend percentage leidt in beperkte mate tot hogere…
  • Welke andere voorzieningen zijn er voor de populatie met een inkomen tussen de 115 en 130% van het sociaal minimum? → Beantwoording Voor deze groep zijn er een aantal regelingen waar ze mogelijk aanspraak op kunnen maken: • Het Jeugdfonds Sport en Cultuur is beschikbaar voor kinderen tot en met 18 jaar…
  • Klopt het dat er een afname is van het aantal mensen met een minimuminkomen tot 130% van het sociaal minimum in onze gemeente? → Beantwoording Totaal aantal huishouden in Alphen-Chaam Aantal huishoudens met inkomen ten minste 1 jaar tot 130% sociaal minimum 2017 4.108 2018 4.127 2019 4.172 2020 4.222 2021 4.296 2022…
  • Hoe is de opbouw van de cijfers om te komen tot de bedragen in 2027 waarover gesproken wordt in het voorstel en welke variabelen zijn hierin meegenomen? → Beantwoording De variabelen bestaan uit: bedrag, inkomensgrenzen, huishoudsamenstelling, bereik en personele kosten.
  • Kan er een duidelijke toelichting gegeven worden op eventuele afwijkingen of andere bedragen die gecommuniceerd zijn? → Met andere woorden: Als er nu ineens sprake is van andere bedragen dan eerder is gecommuniceerd dan horen we graag waarom we het nu over andere bedragen hebben.
  • Wat is het saldo van de jaarrekening sociaal domein in 2023, 2024 en 2025. → Beantwoording Onze begroting/jaarrekening is ingedeeld naar programma's.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

BESTUURLIJKE VRAGEN BUITEN CYCLUS Bestuurlijke vragen (art. 38 RvO) | Indien vragen een politiek karakter hebben en bijvoorbeeld vragen naar bestuurlijke keuzes of motieven, is de beantwoordingstermijn 30 dagen.

Indiener (fractie)

:

Astrid de Vet (CDA)

Onderwerp

:

Voorstel verordening meedoenregeling

Portefeuillehouder

:

Judith van Loon

Datum ingekomen

:

06-01-2026

Datum beantwoording

:

05-02-2026

De fracties van CDA en GBA hebben de volgende vragen over het voorstel voor de meedoenregeling:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Graag ontvangen we een overzicht van de ontwikkeling gedurende de laatste 3 jaar. Hierin dient meegenomen te worden hoeveel er begroot is, door hoeveel kinderen en volwassenen?

Antwoord van het college

Hoeveel is daadwerkelijk uitgekeerd is in 2024 en 2025, en hoeveel kosten besteed aan personele kosten/overig?

Beantwoording Begroot:

Er is geen specifiek budget voor de Meedoenregeling geregistreerd in de kredietbewaking, het budget maakt onderdeel uit van de begrotingspost Bijzondere Bijstand.

Aantallen kinderen en volwassenen In het systeem is er geen registratie per persoon, maar een registratie per gezinssituatie (totaalbedrag). Hieruit is af te leiden dat er naar verwachting:

In 2023: 65 aanvragen voor volwassenen en 37 voor kinderen zijn gedaan.

In 2024: 71 aanvragen voor volwassenen en 44 voor kinderen zijn gedaan.

In 2025: 66 aanvragen voor volwassenen en 28 voor kinderen zijn gedaan.

In het raadsstuk van december 2025 is gerekend met de stand van zaken uit 2024.

Daadwerkelijk uitgekeerd:

In 2023 is er €15.000 aan Sociaal Cultureel Fonds uitgekeerd.

In 2024 is er €18.100 aan Sociaal Cultureel Fonds uitgekeerd.

In 2025 is er €13.298 aan Sociaal Cultureel Fonds uitgekeerd (voorlopige cijfers).

In het raadsstuk van december 2025 is gerekend met de stand van zaken uit 2024.

In het raadsstuk van juli 2024 is gerekend met de kosten voor 2023 zoals bekend uit het armoedeonderzoek. Er is niet gerekend met de daadwerkelijke kosten uit 2023.

Personele kosten:

Personele kosten zijn niet apart voor de Meedoenregeling te herleiden. Er wordt geen tijd geschreven op dit detailniveau binnen de ABG-organisatie.

Daarnaast is de personele inzet per aanvraag in de loop van 2024 en 2025 gewijzigd, omdat er steeds minder aanvragen enkel administratief afgehandeld worden, en meer persoonlijk contact met een integrale benadering van de vraag van de inwoners.

Vraag 2

Hoe vaak wordt deze regeling als een op zichzelf staande voorziening uitgekeerd?

Antwoord van het college

Beantwoording Het gaat dan om inwoners die geen bijstandsuitkering ontvangen, maar wel een inkomen tot 110% wsw hebben. In 2024 is het Sociaal Cultureel Fonds 9 keer uitgekeerd als een opzichzelfstaande voorziening. In 2025 was dit 11 keer.

Vraag 3

Wat betekent de voorgestelde wijziging concreet voor de uitvoeringslasten (toetsing, controle, bezwaar)?

Antwoord van het college

(dit omdat we juist een ander percentage voorgesteld krijgen dan de andere ABG gemeente);

Beantwoording Het hebben van een afwijkend percentage leidt in beperkte mate tot hogere uitvoeringslasten. Het gaat om dezelfde handelingen. Echter, omdat het gaat om andere percentages en het dus afwijkt van het harmonisatie uitgangspunt betekent dit wel dat de betrokken consulent moet schakelen tussen de verschillende gemeenten. Dit kost extra tijd kost en is foutgevoelig.

De uitvoeringslasten zijn verder uitgewerkt in de beantwoording van vraag 6.

Vraag 4

Welke andere voorzieningen zijn er voor de populatie met een inkomen tussen de 115 en 130% van het sociaal minimum?

Antwoord van het college

Beantwoording Voor deze groep zijn er een aantal regelingen waar ze mogelijk aanspraak op kunnen maken:

• Het Jeugdfonds Sport en Cultuur is beschikbaar voor kinderen tot en met 18 jaar waarvan het huishoudinkomen tot 130% van het Wettelijk sociaal minimum is.

• Vanuit Stichting Leergeld is voor kinderen op het voortgezet onderwijs een schoolspullenpas beschikbaar, hier geldt dezelfde grens van 130% voor.

• Inwoners in Alphen-Chaam kunnen gebruik maken van de Voedselbank.

Toegang tot de voedselbank is niet afhankelijk van een inkomensgrens, maar van het besteedbare inkomen dat een inwoner overhoudt na de aftrek van vaste lasten.

• In geval van nood kan er een beroep worden gedaan op noodhulp vanuit Stichting Hibo (hulp in bijzondere omstandigheden), de gemeente werkt hiermee samen.

• Binnen de gemeente is er een post voor noodhulp die we in kunnen zetten voor bijzondere omstandigheden of een noodsituatie. Vanuit de maatwerkgedachte kan altijd meegekeken worden of er een oplossing mogelijk is.

Vraag 5

Klopt het dat er een afname is van het aantal mensen met een minimuminkomen tot 130% van het sociaal minimum in onze gemeente?

Antwoord van het college

Beantwoording

Totaal aantal huishouden in Alphen-Chaam Aantal huishoudens met inkomen ten minste 1 jaar tot 130% sociaal minimum

2017 4.108

2018 4.127

2019 4.172

2020 4.222

2021 4.296

2022 4.329

2023 4.387

2024 4.411

386 392 371 405 412 359 373 335 (9,4%) (9,5%) (8,9%) (9,6%) (8,3%) (8,3%) (8,5%) (7,6%)

In 2023 zien we een stijging ten opzichte van 2022;

In 2024 zien we een daling ten opzichte van het jaar ervoor.

Vanaf 2017 zien we – naast fluctuaties en een sterke toename in 2020– over het algemeen een afname.

Vraag 6

Hoe is de opbouw van de cijfers om te komen tot de bedragen in 2027 waarover gesproken wordt in het voorstel en welke variabelen zijn hierin meegenomen?

Antwoord van het college

Beantwoording De variabelen bestaan uit: bedrag, inkomensgrenzen, huishoudsamenstelling, bereik en personele kosten. Hieronder worden de variabelen toegelicht:

Bedrag:

• Het bedrag is aangepast naar € 200 voor zowel kinderen als volwassenen.

Inkomensgrenzen:

• Er zijn verschillende inkomensgrenzen (110%, 120%, 130%) en een schatting van 115%. Gebaseerd op data uit Waarstaatjegemeente.nl. o De 115% is gekozen omdat er ruimte was om boven de 110% te gaan zitten, en 120% qua kosten boven het beschikbare bedrag kwam.

Huishoudsamenstelling:

• De doelgroep is opgesplitst in volwassenen en kinderen. Daarbij is de verhouding uit het KWIZ armoede onderzoek uit 2023 aangehouden. De getallen uit het onderzoek komen uit het jaar 2022.

In het raadsvoorstel van december 2025 is gerekend met de volgende aantallen om de omvang van de doelgroep eind 2027 in aantallen te bepalen:

Percentage Aandeel huishoudens in Aantal WSM Alphen-Chaam volwassenen Aantal kinderen 110% 5% 331 135 120% 6,30% 430 175 130% 8,30% 550 224

Bereik:

• Er is een schatting gemaakt van het bereik: Landelijk ligt het bereik van vergelijkbare regelingen op 40%. Met de komst van een nieuwe regeling willen we ook inzetten op meer communicatie en bekendheid. We verwachten dat dit ook invloed heeft op het bereik. In 2024 is geschat dat we in Alphen-Chaam het landelijk bereik van vergelijkbare regelingen niet zouden halen. De schatting voor 2024 lag op 14% (volwassenen) en 12% (kinderen). Deze schatting is in het raadsvoorstel van december 2025 naar boven bijgesteld naar 35% op basis van de werkelijke toename in het bereik tussen 2023 tot en met 2024 21% (volwassenen) en 33% (kinderen).

In het raadsvoorstel van december 2025 is voor de inschatting van het bereikte aantal inwoners eind 2027 gerekend met een bereik van 30% bij volwassenen en 40% bij kinderen. In de tekst van het raadsvoorstel staat voor de leesbaarheid 35% genoemd.

Bereikt aantal Volwassenen Bereikt aantal Kinderen Percentage WSM eind 2027 eind 2027 110% 99 54 120% 129 70 130% 165 90

•

Omdat het voorstel een structureel budget vraagt, is uitgegaan van de schatting voor 2027. De mate van opbouw van het bereik in 2026 naar 2027 is niet separaat opgenomen.

Personele kosten:

• In de organisatie is er meer aandacht voor gespreksvoering en integraal werken. Ook dit heeft invloed op de gemaakte uren. Deze beweging is al opgenomen in de ABG begroting. Het gaat hier om de basis ureninzet, als er meer mensen zijn met een aanvraag betekent dit extra kosten.

• Voor het uitbreiden van doelgroep is ervan uitgegaan dat dit huishoudens zijn die bij het sociaal domein nog niet bekend zijn. Op basis daarvan is een ureninschatting gemaakt van 1,5 uur van een gemiddeld tarief van € 100 (prijspeil 2025) van een consulent/kwaliteitsmedewerker en administratief medewerker. Ook het eenmalig registreren van deze nieuwe inwoners kost extra tijd, we gaan uit van 15 minuten extra bovenop deze 1,5 uur.

De werkelijke tijdsbesteding is grotendeels afhankelijk van de kwaliteit en compleetheid van de aangeleverde stukken.

Niet meegerekende personele kosten:

•

•

•

Bij afwijkende berekeningen (een andere inkomensgrens), kost het ‘schakelen’ van de medewerker ook extra tijd. De foutkans neemt toe wat hersteld moet worden. Dit is niet meegenomen in deze urenschatting.

Daarnaast zijn ook nog eenmalige kosten bij het realiseren van een Meedoenregeling, namelijk:

Het gaat om het klaarzetten van de systemen en het regelen van de communicatie. Dit ligt bij kwaliteitsmedewerkers, ICT medewerkers en communicatiemedewerkers. o Dit vraagt eenmalig een inzet van 6 uur. o Bij een wijziging van de inkomensgrens anders dan 130% vraagt dit eenmalig 2 uur extra (8 uur eenmalige inzet in totaal).

De kosten en ureninzet vanuit de beleidsafdeling wordt als afgesproken werk gezien vanuit de eerdere begroting.

Vraag 7

Kan er een duidelijke toelichting gegeven worden op eventuele afwijkingen of andere bedragen die gecommuniceerd zijn?

Antwoord van het college

Met andere woorden: Als er nu ineens sprake is van andere bedragen dan eerder is gecommuniceerd dan horen we graag waarom we het nu over andere bedragen hebben.

Beantwoording Bedragen zijn vermeld op basis van de context en de meest recente informatie die op dat moment beschikbaar was. Het eerste raadsvoorstel dateerde van juli 2024; daarin zijn cijfers uit het armoedeonderzoek gebruikt. Het laatste voorstel dateert van december 2025. Hierin zijn cijfers uit 2024 gebruikt. In het raadsvoorstel van december 2025 is gerekend met data zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 6.

De afwijkingen hebben te maken met:

Personele kosten:

Vanaf oktober 2024 wordt personele inzet steeds beter in beeld gebracht. Met de bekostiging daarvan moet ook rekening worden gehouden..

De inzet van personeel per beoordeling is hoger, omdat de beoordeling aanzienlijk vaker gebeurt op basis van persoonlijk contact waarin integraal gekeken wordt naar de vraagstelling van de inwoner.

Inschatting van het bereik:

Daarnaast is ook, met het verstrijken van de tijd (juli 2024 vs. juni 2025), naar het actuele bereik van de regeling bekeken, namelijk het bereik in 2024. Naar aanleiding hiervan is de schatting van het bereik naar boven bijgesteld.

Verwerking ravijnjaarvoorstellen:

Eerder genoemde dekking kwam uit fiche 38 (Nationaal Park Van Gogh).

Hiervan is niet besloten om het toe te voegen aan de bijzondere bijstand, maar op te nemen in het begrotingsresultaat. Dit is in de raadsvergadering van december 2025 gecommuniceerd. Met het inzicht van nu (februari 2026) blijkt dat dit verkeerd is gecommuniceerd. De dekking uit fiche 38 is wel beschikbaar.

Overigens is voor de inzet van fiche 35 uit de ravijnjaarvoorstellen (Versobering bijzondere bijstand) geen apart besluit nodig, omdat dit een verschuiving is binnen hetzelfde budget, namelijk het budget voor bijzondere bijstand.

Vraag 8

Wat is het saldo van de jaarrekening sociaal domein in 2023, 2024 en 2025. Welke structurele posten hebben hierin een positief saldo en wat zijn hiervan de concrete bedragen?

Antwoord van het college

Beantwoording Onze begroting/jaarrekening is ingedeeld naar programma's. Programma 6 is het programma dat de naam ‘sociaal domein’ heeft. Binnen de brede omschrijving van het sociaal domein - zoals omschreven in de Visie op het sociaal domein - kunnen programma's ook domein overstijgend zijn. Zoals bijvoorbeeld programma 7 Volksgezondheid en milieu. Dit programma 7 valt deels onder het sociaal domein (GGD) en deels onder openbare ruimte (afval en riolering).

Op programma 6 gaat het om de volgende saldi:

• In 2023 was het verschil tussen de rekening en de gewijzigde begroting -/- € 130.000

• In 2024 was dit verschil + € 114.000

• Over 2025 is de jaarrekening nog niet bekend.

Omdat 2025 nog niet bekend is, geven we onderstaand een langduriger beeld van de saldi op programma 6.

Onder programma 6 vallen de minimaregelingen. Onder de minimaregelingen vallen onder andere de bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering. De Meedoenregeling valt onder de post van de bijzondere bijstand. Eerder is aangegeven dat binnen de minimaregelingen geen financiële ruimte was om de Meedoenregeling op te hogen naar 130%WSM.

Bij het beantwoorden van deze raadsvragen hebben we de voorlopige jaarcijfers over 2025 in beeld kunnen brengen voor de minimaregelingen en daarbinnen de bijzondere bijstand. Vooral in de tweede helft van 2025 blijkt er minder beroep gedaan te zijn op de bijzondere bijstand. Daardoor is er een voorlopig positief saldo op de bijzondere bijstand over 2025 van € 74.611, en een voorlopig positief saldo op de totale minimaregelingen van € 61.470.

Een meerjarig overzicht op de saldi van structurele middelen voor de minimaregelingen en daarbinnen de bijzondere bijstand, geeft het volgende beeld:

Resultaat (excl. incidentele middelen) MinimaBijzondere regelingen bijstand

Jaar 2025

€ 61.470

€ 74.611

2024

€ 2.134

€ 23.961

2023 € -150.457

€ -150.414

2022

€ -55.373

€ -80.855

2021

€ -39.615

€ -49.029

2020

€ -33.165

€ 45.642

Vraag 9

Wat is de betekenis van een toezegging in een RIB. M.a.w. is een toezegging bindend?

Antwoord van het college

Beantwoording Dit antwoord is gebaseerd op de onderstaande toezegging uit de RIB (1095868): “Financiële dekking Vanuit de landelijke aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden worden vanaf 2024 structurele middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Voor AlphenChaam gaat dit om €8.836,- extra per jaar. Deze middelen kunnen we inzetten voor de Meedoenregeling. Daarnaast realiseert de bezuiniging op de gemeentelijke bijdragen aan de Collectieve Zorgverzekering (Zaaknummer 1089439) die vanaf 2025 doorgevoerd wordt €13.000 per jaar. Ook deze bedragen kunnen we inzetten voor de Meedoenregeling.

Dit maakt dat er voor ongeveer de helft van de extra kosten (€21.836) financiële dekking is gevonden. Voor een bedrag van circa € 23.054 is er dus geen financiële dekking gevonden. Vanwege het ravijnjaar ziet het college geen ruimte in de begroting om de rest van de extra kosten op te vangen. Via het proces rondom het ravijnjaar heeft uw raad echter de mogelijkheid om hierin bij te sturen. “ In de RIB is geen sprake van een toezegging; er zijn verschillende dekkingsmogelijkheden geschetst en het handelingsperspectief van de raad is geduid. De raad heeft vervolgens in de ravijnjaarvoorstellen een amendement ingediend.

Vraag 10

Wanneer en op welke wijze wordt de regeling geëvalueerd, en met welke indicatoren?

Antwoord van het college

Beantwoording In de twee andere gemeenten wordt het proces, de ervaring van inwoners en het bereik in aantallen bekeken 1,5 jaar na ingang van de wijziging.

Naar verwachting zijn de evaluaties in Baarle-Nassau en Gilze en Rijen in Q1 en Q2 2026 gereed.

Qua aantallen bereik ten opzichte van de deelgroep zijn vanuit Waarstaatjegemeente.nl inkomensgroepen beschikbaar per percentielen (per

10%). De data van de bevolking met een inkomen tot 115% is niet beschikbaar en daardoor bij het voorgestelde percentage niet meetbaar.

Vraag 11

Is het college bereid de verruiming tijdelijk in te voeren (pilot) met een expliciet evaluatiemoment vóór structurele verankering?

Antwoord van het college

Beantwoording Ja, hiertoe is het college bereid.

Het voordeel is dat we kunnen evalueren, leren en indien wenselijk de regeling aanpassen. Het nadeel is dat het aanpassen van de regeling ambtelijke capaciteit vraagt en we naar de inwoners over kunnen komen als onbetrouwbare overheid als de regeling na korte tijd weer wordt aangepast.

Vraag 12

Kan het college de concrete keuzes beschrijven die mogelijk zijn om scenario 3 te verankeren in het sociaal domein?

Antwoord van het college

Beantwoording Op dit moment is er het volgende budget beschikbaar voor het verhogen van de inkomensgrens om in aanmerking te komen voor de Meedoenregeling:

• Fiche 38 van Gogh Nationaal Park: € 8.500

• Verlaging inrichtingskosten bijzondere bijstand: € 13.000 Verder is er gekeken naar de mogelijkheden binnen de verschillende SPUKs.

Inhoudelijk zou de Meedoenregeling qua SPUK het beste bij SPUK GALA aan kunnen sluiten (zoals een van de deelbudgetten Terugdringen gezondheidsachterstanden of Kansrijke start). Hierin zien we geen reële oplossingsmogelijkheden, omdat dit incidentele budgetten betreft.

Daarnaast zijn er de volgende mogelijkheden ter financiële dekking:

a. Positief saldo op de post minimaregelingen. Zie hiervoor het overzicht bij vraag 8.

Op basis van het voorlopig resultaat van 2025 zou dit voldoende financiële ruimte bieden om de inkomensgrens voor de Meedoenregeling naar 130% WSM te verhogen, ook met inachtneming van het feit dat de cijfers nog voorlopig zijn. We zien op dit moment geen aanleiding om in 2026 een afwijking in de aanvragen voor bijzondere bijstand te verwachten ten opzichte van 2025. Een zekerheid is hier echter niet aan te ontlenen.

b. Inzet van de post toekomstbestendig Alphen-Chaam, die besteed mag worden voor nieuw beleid. Hiervoor is € 200.000 structureel opgenomen, waarvan in 2026 incidenteel inmiddels € 95.000 is besteed. Vanaf 2027 en verder is hier (structureel) € 200.000 beschikbaar.

c. Andere keuzes herbezien zoals in de laatste perspectiefnota en begroting gemaakt.

d. Opnieuw de ravijnjaarvoorstellen bekijken en hierin aanvullende keuzes maken (na check of in de huidige situatie de voorstellen nog geldig zijn). Zie hiervoor Bijlage 3 Ravijnjaarset TOTAAL Alphen Chaam_versie 5 maart (1102757).docx. De volgende ravijnjaarvoorstellen zijn niet doorgevoerd door uw raad: 2, 5, 6, 14, 16, 21, 24, 25, 29, 30, 32, 33, 35, 36.

e. Andere keuzes herbezien die eerder gemaakt zijn die het sociaal domein of andere domeinen raken.

f. Ten slotte kan uw raad tot uitvoer besluiten zonder dat er aanvullende financiële dekking gevonden is. Hiermee accepteert uw raad het effect op de begroting (2026 en de jaren erna), zoals aangegeven in het amendement A01-10-25 ‘Kansen vergroten voor participatie’.

g. Een combinatie van genoemde mogelijkheden, zoals

• het inzetten van het positief saldo op de post minimaregelingen,

• gecombineerd met de inzet van de eerder genoemde fiche 38 (Van Gogh nationaal park) ad € 8.500 en fiche 35 (verlagen inrichtingskosten bijzondere bijstand) ad € 13.000

• gedurende een pilotperiode van 2 jaar Hiermee hoeft de huidige begroting voor de minimaregelingen niet aangepast te worden. De voortgang kan gemonitord worden op de post bijzondere bijstand als onderdeel van de minimaregelingen in de P&C cyclus.

De inzet van deze middelen kan de raad bewerkstelligen door gebruik te maken van de daarvoor beschikbare raadsinstrumenten.

Bekijk de brief: 04-2026 CDA BEANTWOORDING Schriftelijke vragen voorstel verordening meedoenregeling

Bron: raadsinformatie van de gemeente Alphen-Chaam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Alphen-Chaam

Alle artikel 35-vragen in Alphen-Chaam