22 mei 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Alphen-Chaam

08-2025 GBSV - Schriftelijke vragen Kindcentrum Chaam

Een raadslid stelde op 22 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • Locatiekeuze en afstand tot fruitteeltbedrijf (Gilzeweg 49) 1.1. → Waar is dit in het document terug te vinden? 1.2.
  • Gezondheidsaspecten, gezondheidscheck en risicobeoordeling 2.1. → 2.2.
  • Juridische aansprakelijkheid en gezondheid 3.1. → 3.2.
  • Geitenhouderij en GGD-advies 4.1. → 4.2.
  • Provinciale rol en visie 5.1. → 5.2.
  • Participatie en communicatie met directe omwonenden 6.1. → 6.2.
  • Slotvragen 8.1. → Waarom is de raad pas tijdens deze vergadering hierover geïnformeerd, terwijl dit mogelijk eerder duidelijk had kunnen zijn? 8.2.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

TECHNISCHE VRAGEN BUITEN CYCLUS Technische vragen (art. 39 RvO) | Raadsleden hebben het recht om ‘inlichtingen’ op te vragen. Dat zijn technische vragen die vragen naar feitelijke informatie. De beantwoordingstermijn is 10 dagen.

Indiener (fractie)

:

Didi Deckers, Fractie GBSV

Onderwerp

:

Kindcentrum Chaam: Gezondheid, afstand tot agrarisch bedrijf, provincie en participatie

Portefeuillehouder

:

Dhr. Daandels

Datum ingekomen

:

22 april 2025

Datum beantwoording :

Uiterlijk 20 mei 2025

Nummer

08-2025

:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Locatiekeuze en afstand tot fruitteeltbedrijf (Gilzeweg 49) 1.1. Naar verluidt is de afstand tussen het kindcentrum en het agrarisch bedrijf aan de Gilzeweg 49 slechts 10 meter. Vraag: Op basis van welk (VNG-)document of welke norm is deze afstand als toereikend beschouwd?

Antwoord van het college

Waar is dit in het document terug te vinden? 1.2. U stelt dat dit is geverifieerd bij de Omgevingsdienst.

Vraag: Kan de raad het schriftelijke advies of bevestiging van de Omgevingsdienst ontvangen waarin deze afstand als verantwoord wordt beschouwd, inclusief de overwegingen daarbij? 1.3. Zijn er onderliggende documenten, adviezen of beleidskaders (bijvoorbeeld van VNG, GGD, Omgevingsdienst of provincie) waarin deze 10 meter expliciet wordt genoemd of onderbouwd? 1.4. Is er bij het ontwerp rekening gehouden met de mogelijkheid om het gebouw verder van het bedrijf te situeren? Welke alternatieven zijn onderzocht, en waarom zijn deze verworpen?

En als er alternatieven zijn onderzocht, waarom is dat niet aan de raad gemeld? 1.5. Wat is de exacte afstand tussen het kindcentrum (gevel) en de kassen van het bedrijf aan de Gilzeweg 49? 1.6. Is bij de afstandsbepaling gekeken naar jurisprudentie over gevoelige functies, zoals een kindcentrum, nabij agrarische bedrijven met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen? 1.7. De wethouder spreekt over een “afstandsmodel”.

Vraag: Kunt u dit afstandsmodel delen met de raad en toelichten hoe het in dit specifieke geval is toegepast? 1.8. Contact met de eigenaar van het fruitteeltbedrijf (Gilzeweg 49)

a. Sinds wanneer is bij het college – en specifiek bij de portefeuillehoudend wethouder – bekend dat op het perceel Gilzeweg 49 een fruitteeltbedrijf is gevestigd waar gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen?

b. Wanneer heeft er contact plaatsgevonden tussen de gemeente en de eigenaar van dit agrarisch bedrijf? Op welke wijze is dit contact tot stand gekomen?

c. Wie namens de gemeente heeft dit contact gelegd? Was de wethouder hierbij betrokken?

d. Zijn er afspraken gemaakt met de fruitteelthouder en zo ja, zijn hiervan verslagen of notities opgesteld die met de raad kunnen worden gedeeld?

1.9. Nabijheid agrarisch bedrijf als factor bij locatiekeuze

a. Is de nabijheid van het fruitteeltbedrijf aan de Gilzeweg 49 expliciet betrokken in de initiële of latere afweging van de locatiekeuze voor het Kindcentrum?

b. Indien ja: op welke wijze is deze nabijheid meegewogen in de besluitvorming en welke documentatie ligt hieraan ten grondslag?

Vraag 2

Gezondheidsaspecten, gezondheidscheck en risicobeoordeling 2.1. De wethouder spreekt over een “gezondheidscheck” als onderdeel van de ruimtelijke afweging. Vraag: Waar is deze check te vinden en kan deze aan de raad worden verstrekt?

Antwoord van het college

2.2. Waarom is gekozen voor deze term, terwijl in eerdere beantwoording wordt aangegeven dat deze mogelijk onjuist is en geen formele status heeft? 2.3. Is deze check inmiddels schriftelijk uitgevoerd en wie heeft deze opgesteld (GGD, Omgevingsdienst, andere partij)?Indien dit nog niet is gebeurd: waarom niet, en wanneer wordt deze alsnog uitgevoerd? 2.4. Wordt eenzelfde gezondheidsafweging (luchtkwaliteit, geur, pesticiden) toegepast op het nabijgelegen fruitteeltbedrijf als op de geitenhouderij? 2.5. Wat is volgens het college de “aanbevolen” afstand tussen een kindcentrum en een bedrijf waar pesticiden worden gebruikt? 2.6. Zijn er (milieu)zoneringen of risicocontouren van toepassing op het perceel waarop het kindcentrum is gepland?

2.7. Waarom is de raad in het traject niet eerder en explicieter geïnformeerd over deze gezondheidsaspecten? 2.8. Tijdens de raadsvergadering stelde het college dat de raad op de hoogte was van de kas en op grond daarvan eerder vragen had kunnen stellen.

Vraag: Klopt deze stelling, en waarom heeft het college hiervoor gekozen? 2.9. In de Omgevingswet is het belang van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving expliciet verankerd.

Vraag: Op welke wijze is binnen het plan voor het Kindcentrum Chaam een afweging gemaakt over veiligheid en gezondheid in relatie tot het nabijgelegen pesticidengebruik, conform de systematiek van de Omgevingswet?

Vervolg: Is deze afweging schriftelijk vastgelegd en beschikbaar voor de raad?

Vraag 3

Juridische aansprakelijkheid en gezondheid 3.1. Wat doet de gemeente om juridische aansprakelijkheid te voorkomen, mocht gezondheidsschade ontstaan als gevolg van nabijgelegen agrarische activiteiten?

Antwoord van het college

3.2. Is de gemeente hiervoor verzekerd? 3.3. Zijn er voorbeelden of jurisprudentie in Nederland waarbij gemeenten aansprakelijk zijn gesteld wegens de toelating van gevoelige functies op korte afstand van agrarische bedrijven? 3.4. Is er een risicoanalyse opgesteld voor deze locatie in relatie tot pesticidengebruik?

Vraag 4

Geitenhouderij en GGD-advies 4.1. Wat is de afstand tussen het Kindcentrum en de dichtstbijzijnde geitenhouderij?

Antwoord van het college

4.2. Wanneer wordt het advies van de GGD verwacht met betrekking tot deze nabijheid?

Wordt dit gedeeld met de raad? 4.3. De wethouder geeft aan dat de gemeente een beleidslijn moet opstellen over de omgang met nabijheid van geitenhouderijen.

Vraag: Wanneer komt deze beleidslijn en wordt deze eerst met de raad afgestemd?

Vraag 5

Provinciale rol en visie 5.1. Tijdens de raadsvergadering van donderdag 17 april 2025 heeft de wethouder aangegeven dat de provincie reeds geruime tijd op de hoogte is van de plannen voor het Kindcentrum op deze locatie. Vraag: Wat is de visie van de provincie op de voorgestelde locatie voor het Kindcentrum, in het bijzonder gelet op de nabijheid van het agrarisch bedrijf aan de Gilzeweg 49?

Antwoord van het college

5.2. Kan het college de raad inzage geven in de correspondentie met de provincie over deze locatie, waaronder verslagen van overleggen, memo’s, e-mails en andere relevante documenten die betrekking hebben op de provinciale betrokkenheid bij dit dossier? 5.3 Op basis van welke informatie of signalen heeft het college vertrouwen uitgesproken in een positieve afloop van het planologische traject met de provincie met betrekking tot de ontwikkeling van het Kindcentrum op deze locatie? 5.4 Zijn er alternatieve scenario’s voor het college in beeld voor het geval de provincie niet akkoord gaat met de huidige locatie of aanvullende voorwaarden stelt aan de ontwikkeling ervan?

Vraag 6

Participatie en communicatie met directe omwonenden 6.1. Waarom is er wél proactief contact gezocht met bewoners van huisnummer 47, maar niet met de direct aangrenzende buurman op Gilzeweg 49?

Antwoord van het college

6.2. Wanneer is het eerste contact vanuit de gemeente met dit bedrijf gelegd? 6.3. Kan de raad beschikken over eventuele e-mails, gespreksverslagen of memo’s van contact met dit bedrijf? 6.4. Acht u de participatie in dit dossier voldoende zorgvuldig verlopen? Zo ja, op basis van welke concrete stappen?

Vraag 7

Slotvragen 8.1. Tijdens de raadsvergadering van 17 april 2025 werd door de wethouder aangegeven dat de betrokken scholen niet halverwege het schooljaar willen verhuizen. Vraag: Sinds wanneer is het college op de hoogte van deze wens?

Antwoord van het college

Waarom is de raad pas

tijdens deze vergadering hierover geïnformeerd, terwijl dit mogelijk eerder duidelijk had kunnen zijn? 8.2. Wat zijn de financiële en organisatorische consequenties van de wens van de scholen om niet halverwege het schooljaar te verhuizen?

Vraag 8.2.1: Hoe wordt deze wens verwerkt in de planning voor het project?

Vraag 8.2.2: Hoe wordt dit verwerkt in de bijbehorende kostenraming voor het project? 8.3. Gezien de complexiteit van het planologische traject, de provinciale betrokkenheid en de juridische onzekerheden rondom de agrarische activiteiten (zoals het gebruik van pesticiden) in de nabijheid van het Kindcentrum, welke actuele en realistische datum acht het college haalbaar voor de start van de bouw?

Vraag 8.3.1: Wat is de reden dat het college eerder de verwachting van "de eerste schop in de grond in 2025" heeft uitgesproken, terwijl nu blijkt dat deze planning mogelijk niet haalbaar is door de juridische en omgevingsrisico’s, waarvan het college op de hoogte was.

Wij verzoeken u deze vragen binnen de daarvoor geldende termijn schriftelijk te beantwoorden.

Bekijk de brief: 08-2025 GBSV - Schriftelijke vragen Kindcentrum Chaam

Bron: raadsinformatie van de gemeente Alphen-Chaam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Alphen-Chaam

Alle artikel 35-vragen in Alphen-Chaam