25 september 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Alphen-Chaam

Vragen CDA 10-07-2025 Visie verblijfsrecreatie A-C

Een raadslid stelde op 25 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • Er wordt gesteld dat deze visie zich primair richt op de organisatorische en beleidsmatige omgang met recreatieparken. → Ja, de visie richt zich op het lange-termijn perspectief van de parken en het vitaal houden van de parken en geeft aanbevelingen hoe om te gaan met parken die niet vitaal zijn.
  • en hoe kijkt het college dan naar het toekomstperspectief van mini- en boerderijcampings. → Zoals aangegeven in de visie blijft er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen.
  • Er wordt gestuurd op handhaving, transformatie en hergebruik. → Inzet is het vitaal houden van onze recreatieparken en de visie doet aanbevelingen als het gaat om het sturen op nieuw aanbod om zo de kans op vitale parken te vergroten en doet aanbeveling…
  • Bij de kanttekeningen wordt gesteld: 1.2 Medewerking van de recreatieparken is noodzakelijk. → Op het moment dat parken niet meewerken dan zullen wij dit aan u terugkoppelen en u meenemen in de mogelijke vervolgstappen.
  • 1.3 Vervolgstappen voor de niet-vitale parken vraagt ambtelijke capaciteit. → Ja, onze verwachting is dat deze niet vitale parken dit kunnen opbrengen.
  • 1.4 Landelijke wet- en regelgeving kan van invloed zijn op bewoning op recreatieparken. → Ja, de instructieregel biedt zekerheid aan een bepaalde groep, namelijk die groep die voldoet aan de voorwaarden, om voor een periode van 10 jaar permanent een recreatiewoning te mogen…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

VRAGEN Vergadering

:

Gemeenteraadsvergadering dd. 25 september 2025

Voorstelnummer :

10-07-25

Onderwerp

:

Voorstel visie verblijfsrecreatie Alphen-Chaam

Fractie

:

CDA

We hebben kennisgenomen van het raadsvoorstel visie verblijfsrecreatie Alphen-Chaam.

Hierin wordt de scoop van de visie aangegeven en kanttekeningen beschreven.

De fractie van het CDA heeft hierover de volgende vragen:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Er wordt gesteld dat deze visie zich primair richt op de organisatorische en beleidsmatige omgang met recreatieparken. Vervolgens worden 8 parken specifiek beschreven. Mini- en boerderijcampings worden buiten beschouwing gelaten. Omdat er beperkte vraaggroei verwacht wordt van ongeveer 1,5% per jaar is advies om terughoudend te zijn met het toelaten van nieuwe kampeerbedrijven. Tegelijkertijd is de intentie om kleinschalige, innovatieve en duurzame recreatie te bevorderen. Moeten we de visie vooral lezen in het licht van vitaliteit en handhaving van parken met een specifieke omvang?

Antwoord van het college

Ja, de visie richt zich op het lange-termijn perspectief van de parken en het vitaal houden van de parken en geeft aanbevelingen hoe om te gaan met parken die niet vitaal zijn. Daarnaast biedt de visie inzicht in de ontwikkeling van de vraaggroei en adviseert daarom om terughoudend te zijn met het uitbreiden of toelaten van nieuwe ontwikkelingen.

Vraag 2

en hoe kijkt het college dan naar het toekomstperspectief van mini- en boerderijcampings. Zeker in het licht van de steeds grotere concurrentie tussen traditionele familiebedrijven met Nederlandse en buitenlandse concerns (ketens) die met een sterke marketingformule een steeds groter deel van de markt bereiken?

Antwoord van het college

Zoals aangegeven in de visie blijft er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen.

Deze nieuwe ontwikkelingen dienen het liefst kleinschalig en van hoge kwaliteit te zijn.

Als voorbeelden noemt de visie de realisatie van meer originele, persoonlijke, kleinschalige en unieke slaapplekken of camperplaatsen op bijzondere plekken.

Hiermee ziet het college toekomstperspectief voor mini- en boerderijcampings.

Uiteraard kan marktwerking ervoor zorgen dat mini- en boerderijcampings hun formule aanpassen of andere bedrijfsvoering keuzes maken.

Vraag 3

Er wordt gestuurd op handhaving, transformatie en hergebruik. Kan worden geduid hoe het college hierin wil prioriteren?

Antwoord van het college

Inzet is het vitaal houden van onze recreatieparken en de visie doet aanbevelingen als het gaat om het sturen op nieuw aanbod om zo de kans op vitale parken te vergroten en doet aanbeveling over de omgang met parken die niet meer vitaal zijn. De visie prioriteert hierbij niet tussen handhaving, transformatie en hergebruik.

Vraag 4

Bij de kanttekeningen wordt gesteld: 1.2 Medewerking van de recreatieparken is noodzakelijk. Hoe gaat men om met parken die niet meewerken?

Antwoord van het college

Op het moment dat parken niet meewerken dan zullen wij dit aan u terugkoppelen en u meenemen in de mogelijke vervolgstappen.

Vraag 5

1.3 Vervolgstappen voor de niet-vitale parken vraagt ambtelijke capaciteit. Bij daadwerkelijke verandering van functie is de verwachting dat de capaciteitsvraag toeneemt. De kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Dit gaat dan m.n. om de niet vitale parken. Verwacht men dat deze niet vitale parken dit kunnen opbrengen? En wat gebeurt er als de initiatiefnemer hierbij in gebreke blijft?

Antwoord van het college

Ja, onze verwachting is dat deze niet vitale parken dit kunnen opbrengen.

Dat kan enerzijds zijn doordat de nieuwe functie een hogere waarde kent (bijvoorbeeld door een functiewijziging naar wonen) of doordat er afspraken worden gemaakt over een periode van strijdig gebruik om de functieverandering te financieren (bijvoorbeeld de huisvesting van arbeidsmigranten voor een periode van 10 jaar). Op het moment dat een initiatiefnemer in gebreke blijft worden deze initiatiefnemers hetzelfde behandeld als alle andere initiatiefnemers.

Vraag 6

1.4 Landelijke wet- en regelgeving kan van invloed zijn op bewoning op recreatieparken. Er wordt een instructieregel verwacht die verplicht gemeenten om voor een periode van 10 jaar, onder voorwaarden, permanente bewoning van recreatiewoningen toe te staan in het omgevingsplan. Kan nader worden toegelicht wat hier de gevolgen zullen zijn voor de parken en de bewoners?

Antwoord van het college

Ja, de instructieregel biedt zekerheid aan een bepaalde groep, namelijk die groep die voldoet aan de voorwaarden, om voor een periode van 10 jaar permanent een recreatiewoning te mogen bewonen. Voor de parken kan dit betekenen dat een deel van de recreatiewoningen permanent bewoond mag worden en een deel van de recreatiewoningen niet permanent bewoond mag worden. Het is op dit moment niet duidelijk of een nieuwe instructieregeling vanuit het Rijk komt en hoe deze er definitief uit komt te zien; evenals of en zo ja, welke bewoners of parken hiervoor in aanmerking komen, waardoor de gevolgen nu niet precies te duiden zijn.

Bekijk de brief: BEANTWOORDING Vragen CDA 10-07-2025 Visie verblijfsrecreatie A-C

Bron: raadsinformatie van de gemeente Alphen-Chaam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Alphen-Chaam

Alle artikel 35-vragen in Alphen-Chaam