3. Beantwoording vragen luchtkwaliteit (225)
Een raadslid stelde op 6 november 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (8 vragen).
In het kort
8 vragen en wat het college antwoordt
- Wordt de luchtkwaliteit in Noord gemonitord? → Zo ja, hoe gebeurt dit?
- Wat zijn factoren die in Noord effect hebben op de luchtkwaliteit? → Luchtverontreiniging is bij uitstek een grensoverschrijdend fenomeen en dit betekent dat àlle bronnen bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit.
- Wat is de bijdrage van de industrie op de kwaliteit van onze lucht? → 1 Het grootste deel van luchtverontreiniging in de lucht, circa 60%, wordt aangevoerd uit het buitenland, dus 40% van de schadelijke stoffen is afkomstig uit Nederlandse bronnen.
- En welke beleidsplannen liggen daar klaar vanuit de Gemeente Amsterdam? → In vervolg op het Actieplan Schone Lucht (2019) heeft het college vorig jaar het Uitvoeringsprogramma Uitstootvrije Mobiliteit vastgesteld.
- Is er bekend wat de gezondheidseffecten zijn van ICL op de omgeving (incl. → Deels.
- Wordt gemeten wat de uitstoot is en zo ja, hoe wordt dat gedaan? → En is er bekend wat de gevolgen daarvan zijn op de luchtkwaliteit?
- Is het bekend bij het DB dat het onrust oplevert in de buurt, zeker nu bekend is dat ze langer blijven dan gedacht? → Het is bekend bij het DB dat er onrust is in de buurt.
- Zo ja, welke acties worden hier door het DB op ingezet? → Het DB is op dit moment geen partij in het vergunningsproces.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Freud, Lennart Van:
Verzonden:
Aan:
CC:
Onderwerp:
Sijtsma, Peter vrijdag 18 oktober 2024 12:28 Ayse Konuksaver ; Bachir Splinter ; Canan Uyar; Dennis Overweg; Dylan Meijer; Jos de Krieger ; Kirsten Zimmerman ; Lodewijk Blijerveld; Nicoline van der Torre; Roderik Koenders; Wijbe Langeveld Wiel, Dirk van de; Freud, Lennart Beantwoording vraag 225 Luchtvervuiling
Beste leden van de SDC, Bij dezen de beantwoording van vraag 225 over luchtvervuiling.
Vriendelijke groet, Peter +++++++++++++++++++++++++++++++++
Vraag 225 van Silke Tijkotte: Luchtkwaliteit Beantwoording vragen luchtkwaliteit Amsterdam-Noord stadsdeelcommissie Noord
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wordt de luchtkwaliteit in Noord gemonitord?
Antwoord van het college
Zo ja, hoe gebeurt dit?
Ontwikkelingen m.b.t. de luchtkwaliteit worden in heel Amsterdam continue gemonitord aan de hand van landelijke monitoring door RIVM en het uitgebreide lokale meetnet van de GGD Amsterdam.
Jaarlijks wordt de gemeenteraad door middel van rapportages hier over geïnformeerd.
Vraag 2
Wat zijn factoren die in Noord effect hebben op de luchtkwaliteit?
Antwoord van het college
Luchtverontreiniging is bij uitstek een grensoverschrijdend fenomeen en dit betekent dat àlle bronnen bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit. Gemotoriseerd wegverkeer is de meest relevante bron in relatie tot gezondheid omdat daarbij de afstand tussen bron (de uitlaten van voertuigen) en de blootgestelden (de bewoners) het kleinst is. Andere bronnen zijn scheepvaart, industrie, houtstook en mobiele werktuigen.
De monitoring van de luchtkwaliteit heeft betrekking op de componenten fijnstof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide (NO2). De industrie stoot ook verontreinigende stoffen uit (emissie) waarvoor in veel gevallen geen WHO-advieswaarden of EU-grenswaarden bestaan. Voor de emissie van industriële bedrijven zijn wel grenswaarden gesteld in de vergunningen van bedrijven.
Emissiemetingen bij industriële bedrijven worden uitgevoerd door geaccrediteerde meetbureaus en meetresultaten worden gecontroleerd door luchtspecialisten van de OD NZKG. Soms worden metingen uitgevoerd in opdracht van de OD NZKG, ook door een geaccrediteerd meetbureau. Zie ook vraag 5 voor de specifieke waarden wat betreft de emissies van ICL.
Vraag 3
Wat is de bijdrage van de industrie op de kwaliteit van onze lucht?
Antwoord van het college
1
Het grootste deel van luchtverontreiniging in de lucht, circa 60%, wordt aangevoerd uit het buitenland, dus 40% van de schadelijke stoffen is afkomstig uit Nederlandse bronnen. De grootste bijdrage wordt in Nederland veroorzaakt door verkeer en vervoer (32 %). Daarna leveren huishoudens (huisverwarming) de grootste bijdrage. (14%). De Nederlandse industrie draagt voor ongeveer 12% bij aan verontreiniging van de luchtkwaliteit en de negatieve gezondheidseffecten. Tenslotte draagt landbouw voor 11% bij. In de Amsterdamse situatie is de bijdrage van de industrie op de kwaliteit van de lucht beperkt. Zie verder ook de uitleg bij vraag 4 en vraag 5 over de verspreidingsberekeningen en effecten op leefniveau.
Vraag 4
En welke beleidsplannen liggen daar klaar vanuit de Gemeente Amsterdam?
Antwoord van het college
In vervolg op het Actieplan Schone Lucht (2019) heeft het college vorig jaar het Uitvoeringsprogramma Uitstootvrije Mobiliteit vastgesteld. Het ASL gaat ook over mobiele werktuigen en houtstook. Het ASL gaat niet over industrie omdat Amsterdam industriële emissies langs andere lijnen oppakt, namelijk via de Omgevingsdienst d.m.v. vergunningverlening en handhaving van inrichtingen.
Vraag 5
Is er bekend wat de gezondheidseffecten zijn van ICL op de omgeving (incl. Noord)?
Antwoord van het college
Deels. De uitstoot van ICL varieert van uur tot uur en van dag tot dag. Tijdens de meting die in oktober 2023 is uitgevoerd in opdracht van de OD-NZKG was de uitstoot van zoutzuur en fluorwaterstof door ICL veel hoger dan volgens de vergunning is toegestaan. De door omwonenden gerapporteerde klachten, zoals irritatie van luchtwegen en ogen, passen bij de gezondheidseffecten van deze stoffen. Met behulp van verspreidingsmodellen is de gemeten uitstoot van ICL omgerekend naar concentraties op leefniveau. Die zijn veel hoger dan in 2021, maar veel lager dan de beschikbare normen in de buitenlucht. Deze normen zijn echter bedoeld voor incidentbestrijding bij calamiteiten.
Ze zijn in feite niet geschikt om de normale bedrijfsvoering aan te toetsen. Bij gebrek aan WHO advieswaarden en betere toetsingswaarden worden ze toch daarmee vergeleken. Ook is er regelmatig sprake van geuroverlast in de omgeving. Wat betreft geur, is het standpunt van de GGD (en de Gezondheidsraad) dat de hinder op zichzelf een negatief effect is op de gezondheid en zoveel mogelijk voorkomen moet worden.
Vraag 6
Wordt gemeten wat de uitstoot is en zo ja, hoe wordt dat gedaan?
Antwoord van het college
En is er bekend wat de
gevolgen daarvan zijn op de luchtkwaliteit?
Input OD NZKG:
De stoffen die jaarlijks bemeten worden zijn: stof Fluoride Chloride Ammoniak NOX
ICL is verplicht zijn emissies te monitoren door middel van periodieke emissiemetingen en continue via zogenoemde emissierelevante parameters (ERP’s). Een ERP is een meetbare of berekenbare grootheid die in directe of indirecte relatie staat met de te beoordelen emissie en geeft een indicatie 2
van de emissie. Metingen worden uitgevoerd op de afgassen in de schoorsteen door geaccrediteerde meetbureaus en meetresultaten worden gecontroleerd door luchtspecialisten van de OD NZKG.
Daarnaast worden door in het kader van toezicht en handhaving op de emissiegrenswaarden emissiemetingen uitgevoerd in opdracht van de OD NZKG, ook door een geacrediteerd meetbureau.
Voor geur zijn er geen monitoringsverplichtingen opgenomen voor het bedrijf. In het kader van toezicht en handhaving worden door de OD wel regelmatig geuremissiemetingen uitgevoerd.
De emissies van één bedrijf vinden we niet terug in de metingen van de luchtkwaliteit op leefniveau.
Daarnaast zijn er voor de emissies van fluoride, chloride en ammoniak geen luchtkwaliteitsnormen.
Daarom worden de emissies van ICL niet gemeten op leefniveau maar in de schoorsteen zelf.
De bijdrage van de emissies van ICL waarvoor naast emissiegrenswaarden ook luchtkwaliteitsnormen gelden kunnen niet worden gemeten. Daarom worden deze op basis van verspreidingsmodellen berekend.
De bijdrage aan de luchtkwaliteit van de stoffen waarvoor luchtkwaliteitseisen gelden (zoals stikstofoxiden, fijn stof, lood en benzeen) is niet in betekenende mate, zie ook het antwoord op vraag
2. Bijvoorbeeld de bijdrage van ICL aan fijnstof in de lucht is 0,03 microgram/m3 terwijl de grenswaarde voor de luchtkwaliteit 40 microgram/m3 bedraagt en de WHO advieswaarde 20 microgram/m3 bedraagt.
Vraag 7
Is het bekend bij het DB dat het onrust oplevert in de buurt, zeker nu bekend is dat ze langer blijven dan gedacht?
Antwoord van het college
Het is bekend bij het DB dat er onrust is in de buurt.
Vraag 8
Zo ja, welke acties worden hier door het DB op ingezet?
Antwoord van het college
Het DB is op dit moment geen partij in het vergunningsproces. Het DB zal het verloop hiervan dit echter wel volgen. Zie hieronder.
De OD NZKG voert namens de Provincie Noord Holland de VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) taken uit.
De OD NZKG heeft richting ICL ook zorg geuit over de toegenomen ervaren overlast in de omgeving en heeft erop aangedrongen bij ICL om actief te gaan communiceren met de omgeving over de maatregelen die zij treffen om de ervaren overlast te verminderen. Daarnaast worden extra inspanningen verwacht om de overlast terug te dringen. Vanwege de verouderde en daardoor niet goed te handhaven vergunning (waaronder de regels met betrekking tot geur), heeft de OD NZKG het proces tot het actualiseren van de vergunning opgestart. Over de geursituatie merkt de OD NZKG op dat dit een zeer complex vraagstuk betreft.
3
Bekijk de brief: 3. Beantwoording vragen luchtkwaliteit (225)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.