4. beantwoording vraag 391 + Memo SDC naschoolsetalentontwikkeling - 11 maart
Een raadslid stelde op 11 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (12 vragen).
In het kort
12 vragen en wat het college antwoordt
- Welke concrete garantie kan de portefeuillehouder geven dat geen kind buitenspel komt te staan? → In goed overleg tussen stadsdeel Noord en Stichting Daadje is besloten om het aanbod van Stichting Daadje doorgang te laten vinden tot en met juni 2026.
- Heeft de portefeuillehouder tussentijds de ontwikkelingen gemonitord naar de uitvoeringscapaciteit van deze partij? → Zo ja, waaruit bestond dat onderzoek?
- Erkent de portefeuillehouder dat de eerder uitgesproken zorgen nu werkelijkheid zijn geworden? → Stichting Daadje heeft volgens opdracht en binnen de afspraken van de subsidieregeling sociale basis van stadsdeel Noord succesvol aanbod gerealiseerd op 7 locaties in verschillende buurten…
- Wie neemt verantwoordelijkheid voor het verlies van anderhalf jaar cruciale talentontwikkeling voor onze jeugd? → De kinderen in stadsdeel Noord hebben afgelopen jaar (vaak in grote getalen) deelgenomen aan de activiteiten van stichting Daadje.
- Hoeveel kinderen hebben in deze periode minder of geen passend aanbod ontvangen? → Hier is geen sprake van.
- Wat betekent deze mislukte uitvoering concreet voor de ontwikkeling van deze kinderen? → Gezien de inzet en de mogelijkheden die er waren om uitvoer te geven aan de opdracht vanuit de sociale basis kunnen we zeker niet spreken van een mislukte uitvoering.
- Welke maatregelen worden aanbestedingsfouten te voorkomen? → genomen om herhaling van dit soort Nieuwe organisaties moeten altijd een kans blijven krijgen in stadsdeel Noord.
- Welke garantie kan de portefeuillehouder geven dat continuïteit en kwaliteit nu wél centraal staan? → We zetten erop in om aan de subsidietender toe te voegen dat het een organisatie moet zijn die geworteld is in Noord en een al bewezen samenwerking heeft met zowel maatschappelijke als…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke concrete garantie kan de portefeuillehouder geven dat geen kind buitenspel komt te staan?
Antwoord van het college
In goed overleg tussen stadsdeel Noord en Stichting Daadje is besloten om het aanbod van Stichting Daadje doorgang te laten vinden tot en met juni 2026. Ook zal een warme overdracht komen tussen Stichting Daadje en de nieuwe partner op het gebied van brede talentontwikkeling. Ten slotte wordt t.b.v. continuïteit en duidelijkheid zoveel mogelijk gestuurd op het behouden van de huidige locaties, zodat kinderen de nieuwe partner makkelijk kunnen blijven vinden.
Vraag 2
Heeft de portefeuillehouder tussentijds de ontwikkelingen gemonitord naar de uitvoeringscapaciteit van deze partij?
Antwoord van het college
Zo ja, waaruit bestond dat onderzoek? En wat waren de resultaten? Zeker. Er zijn formele kwartaalgesprekken gevoerd door stadsdeel Noord met het bestuur van Stichting Daadje. Aanvullend is ook regelmatig en structureel vaste afstemming geweest met de operationeel manager van Stichting Daadje. Ook is er bij signalen uit het veld direct contact opgenomen met Daadje. Onderwerp van de bestuurlijke en operationele gespreken was o.a. gericht op: financiën, kwaliteit van aanbod, deelname door doelgroep (open inloop), communicatie, afstemming met netwerk, ouderbetrokkenheid, uitbreiding en geografische verdeling van het aanbod. Er wordt bij onze organisaties geen onderzoek gepleegd maar zijn er evaluatie momenten. Daarnaast zijn er geregeld afspraken om op locatie te kijken hoe het gaat en te laten zien dat wij betrokken zijn. Ook is geregeld onaangekondigd een bezoek gebracht aan de activiteiten. Na een moeizame start begin 2025 heeft Daadje op dit moment wijkgerichtaanbod op 7 locaties, verdeeld over de drie gebieden in Noord. Activiteiten worden steeds drukker bezocht en de operationeel manager van Stichting Daadje is aanwezig bij overleggen in de wijk en op het stadsdeel. Communicatie met scholen en diverse kunst- en cultuuraanbieders in het netwerk is tot op heden moeizaam. Dit komt mede doordat het aanbod een open karakter heeft en de scholen graag een aanbod willen op de school voor de school.
Vraag 3
Erkent de portefeuillehouder dat de eerder uitgesproken zorgen nu werkelijkheid zijn geworden?
Antwoord van het college
Stichting Daadje heeft volgens opdracht en binnen de afspraken van de subsidieregeling sociale basis van stadsdeel Noord succesvol aanbod gerealiseerd op 7 locaties in verschillende buurten van stadsdeel Noord. Deelname door kinderen aan het aanbod was geen onderdeel van de uitdaging(en) waarvoor Stichting Daadje stond. Omwille van verschillende andere redenen is door Stichting Daadje besloten de opdracht terug te geven. Daarbij is door Stichting Daadje en stadsdeel Noord nu en in het verleden gestuurd op het minimaliseren van merkbare gevolgen voor de kinderen in Noord. Gemeente Amsterdam Datum 11 maart 2026 Pagina 6 van 9
Vraag 4
Wie neemt verantwoordelijkheid voor het verlies van anderhalf jaar cruciale talentontwikkeling voor onze jeugd?
Antwoord van het college
De kinderen in stadsdeel Noord hebben afgelopen jaar (vaak in grote getalen) deelgenomen aan de activiteiten van stichting Daadje. We weten dat voor stimulering van gelijke kansen de ontwikkeling van talenten belangrijk is. Daarom wordt ingezet op een breed en toegankelijk naschools aanbod voor kinderen in de wijk. Binnen stadsdeel Noord hebben we een divers aanbod aan brede talentonwikkeling (BTO) en naschoolse activiteiten (NSA) voor de jeugd, zoals: kinderwerk, kunst- en cultuuractiviteiten, sporten beweeg aanbod, speeltuinwerk, Breed-uit en andere naschoolse activiteiten. Dit wordt zowel aangeboden op scholen als in de wijk. Deze activiteiten hebben allen een open karakter en ieder kind is welkom.
Vraag 5
Hoeveel kinderen hebben in deze periode minder of geen passend aanbod ontvangen?
Antwoord van het college
Hier is geen sprake van. Aan de activiteiten van Daadje namen vanwege het open karakter doorgaans meer kinderen deel dan aan eerder georganiseerde activiteiten met inschrijving. Daarnaast is er door het bestuur extra ingezet op kunst- en cultuureducatie omdat er behoorlijk gesneden is in Noord vanwege het wegvallen van subsidies vanuit het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Daarnaast is er extra budget gekomen door een extra investering in de Wijkclubs. Kinderen hebben via Daadje ook van een ander aanbod kunnen kennis maken dan in voorgaande jaren is geboden.
Vraag 6
Wat betekent deze mislukte uitvoering concreet voor de ontwikkeling van deze kinderen?
Antwoord van het college
Gezien de inzet en de mogelijkheden die er waren om uitvoer te geven aan de opdracht vanuit de sociale basis kunnen we zeker niet spreken van een mislukte uitvoering. Kinderen hebben hier geen hinder door ondervonden, noch ondervinden zij dit in de komende periode, omdat het aanbod van Stichting Daadje onveranderd doorgaat tot en met juni 2026. Ook volgt een warme overdracht met de nog te selecteren nieuwe partner. De planning voor de subsidietender is hierin leidend en de nieuwe aanbieder zal starten per 1 juli 2026 waar de overdracht ook plaats zal vinden.
Vraag 7
Welke maatregelen worden aanbestedingsfouten te voorkomen?
Antwoord van het college
genomen om herhaling van dit soort Nieuwe organisaties moeten altijd een kans blijven krijgen in stadsdeel Noord. Als stadsdeel staan we voor openheid en zijn we trots hoe organisaties met elkaar samenw erken in dit stadsdeel. Bij de komende subsidietender wordt samen met kunst- en cultuureducatieve partners, vertegenwoordigers uit de talentontwikkeling, de Cultuurtafel Noord en vertegenwoordigers uit het primair onderwijs gekeken naar aanvullende voorwaarden voor verlening van subsidie. Er is sprake van een aanvullende voorwaarden, omdat deze voorwaarden boven op de geldende formele beoordelingscriteria van de sociale basis komen. Dit ten behoeve van het vinden van een geschikte partner tot en met 2030. Gemeente Amsterdam Datum 11 maart 2026 Pagina 7 van 9
Vraag 8
Welke garantie kan de portefeuillehouder geven dat continuïteit en kwaliteit nu wél centraal staan?
Antwoord van het college
We zetten erop in om aan de subsidietender toe te voegen dat het een organisatie moet zijn die geworteld is in Noord en een al bewezen samenwerking heeft met zowel maatschappelijke als kunst- en cultuurpartners. Ook een goede verstandhouding en connectie met de scholen wordt meegenomen. Kwaliteit van een organisatie kunnen we pas zien als een organisatie bezig is met de interventie. Gezien de vraagstelling willen we meegeven dat de continuïteit en de kwaliteit het afgelopen anderhalf jaar volgens de opdracht ook geen probleem heeft opgeleverd.
Vraag 9
Wordt lokale verankering en bewezen ervaring voortaan zwaarder gewogen bij aanbestedingen?
Antwoord van het college
Ja. Dit wordt wat ons betreft een van de aanvullende voorwaarden in de beoordeling.
Vraag 10
Hoe gaat de portefeuillehouder het vertrouwen van ouders, kinderen, vrijwilligers en professionals herstellen?
Antwoord van het college
De portefeuillehouder heeft geen signalen van kinderen en ouders gehad dat er een breuk is in het vertrouwen. Als in de vraagstelling de vrijwilligers en professionals van kunst- en cultuur educatieve partners bedoeld worden, hebben we al een extra subsidie verleend en zijn we in gesprek over de nieuwe subsidie tender.
Vraag 11
Is de portefeuillehouder bereid te erkennen dat talentontwikkeling geen experiment is, maar een fundament van kansengelijkheid?
Antwoord van het college
Het stadsdeel onderschrijft het belang van brede talentontwikkeling in de opgave van kansengelijkheid. Wij willen dat meer jeugd uit Noord gebruik maken van het aanbod voor brede talentontwikkeling. Juist ook de jeugd die hier anders niet mee in aanraking zouden komen. Zeker aangezien kansengelijkheid één van de zeven gebiedsopgaven voor Noord is. We willen toewerken naar naschools wijkgericht aanbod dat voor alle kinderen toegankelijk is, waarin zij deelnemen aan activiteiten omdat ze er aanleg voor hebben, plezier aan beleven en er voldoening uit halen. Stadsdeel Noord vindt het belangrijk dat alle kinderen kunnen deelnemen aan activiteiten in de wijk ongeacht de portemonnee van de ouders. Wij willen dat kinderen met verschillende achtergronden meer met elkaar in contact komen, om segregatie tegen te gaan.
Vraag 12
Deelt de portefeuillehouder de mening dat bestuurlijke fouten nooit ten koste mogen gaan van de kinderen van Amsterdam?
Antwoord van het college
Bestuurlijke fouten mogen inderdaad nooit ten koste gaan van (Amsterdamse) kinderen. In deze casus zijn geen bestuurlijke fouten gemaakt en is er niets ten koste gegaan van de kinderen. Er is vanuit het stadsdeel juist gestuurd op het zoveel mogelijk toegankelijk krijgen van aanbod ten behoeve van kansengelijkheid. Gemeente Amsterdam Datum 11 maart 2026 Pagina 8 van 9 Bijlage 2; belangrijkste bevindingen en aanbevelingen onderzoek cultuureducatie 1. Gebrek aan structurele coördinatie Er is geen coördinerende rol/verbindend loket waardoor de samenhang tussen aanbod, scholen, aanbieders, ouders en locaties minder sterk is en dit belemmert een sterke keten. Aanbeveling Stel een onafhankelijke coördinator aan (“cultuurmakelaar”) die: • Functioneert als spin in het web, coördineert samenwerking tussen scholen, aanbieders, gemeente en ouders. • Houdt overzicht van aanbieders, aanbod en zorgt voor spreiding over de wijken. • Helpt bij afstemming tussen beleidsdomeinen (onderwijs, welzijn, cultuur). 2. Verlies van samenhang in de keten en doorstroom Er is een verschil tussen inloopactiviteiten waar kinderen zomaar kunnen meedoen en duurzame trajecten waarin ze hun talent verder kunnen ontwikkelen. Beide zijn belangrijk, maar de aansluiting ertussen is onvoldoende geregeld. Er is weinig inzicht in het aanbod en samenwerking tussen aanbieders, scholen en ouders om doorstroom te bevorderen. Hierdoor is het moeilijker om kinderen van kennismaken en verdieping naar specialisatie te begeleiden. Ook kwam naar voren dat kinderen graag vertrouwde gezichten zien. Aanbeveling • Versterk de samenwerking tussen aanbieders, scholen en ouders • Bouw aan een keten van talentontwikkeling: van laagdrempelige kennismaking tot verdieping en specialisatie. Laagdrempelig kennismaken kan door middel van inloop en kennismakingsworkshops, maar inschrijving bevordert continuïteit. • Houd dezelfde docenten en mentors betrokken, om vertrouwen te creëren. • Richt activiteiten in op meerdere niveaus en interesses om talentontwikkeling breed te ondersteunen. 3. Gebrek aan overzicht Er is geen actueel, volledig en gebruiksvriendelijk overzicht van het beschikbare naschools kunst- & cultuuraanbod. Ouders, scholen én aanbieders weten niet goed waar alles te vinden is. Er is onvoldoende zicht op elkaars aanbod. Hierdoor ontstaan parallelle initiatieven, overlap en gaten in het aanbod. Aanbeveling • Ontwikkel een toegankelijk actueel overzichtsplatform • Zodat het aanbod laagdrempelig, overzichtelijk en toegankelijk is voor ouders en kinderen. • Betrek aanbieders bij de inrichting van dit platform, maar ook scholen want zij vormen de toegangspoort tot kinderen. 4. Borg structurele financiering Tijdelijke subsidies zijn kwetsbaar. Er is behoefte aan meerjarige financiering om planning op lange termijn mogelijk te maken, de kwaliteit te waarborgen, samenwerkingen op te bouwen en Gemeente Amsterdam Datum 11 maart 2026 Pagina 9 van 9 personeel te behouden. Ook is het een gemis dat verschillende financieringsstromen binnen de gemeente (onderwijs, welzijn, cultuur) niet samenwerken. Aanbeveling • Ontwikkel een duurzaam en structureel budget • Koppel budgetten uit Onderwijs, Cultuur en Welzijn aan elkaar tot één duurzaam budget voor naschoolse cultuureducatie. • Diverse aanbieders hebben aangegeven een structurele financiering van minimaal 3 jaar nodig te hebben om de continuïteit te garanderen. 5. Locaties en huisvesting Organisaties worstelen met beperkte, geschikte en dure ruimte. Betaalbare en beschikbare locaties zijn schaars. Sommige activiteiten zoals techniek en dans vragen bijvoorbeeld om een specifieke omgeving. De behoefte aan aangepaste, vaste, toegankelijke ruimtes waar kinderen en ouders zich thuis voelen en structureel terechtkunnen voor kunst, cultuur en talentontwikkeling is groot (“doorgroeilocatie”). Aanbeveling • Investeer in geschikte fysieke plekken voor kinderen • Gemeentelijke regie op huisvesting en gedeeld gebruik van ruimten is cruciaal. • Laagdrempelige en betaalbare locaties in de wijk, waar zowel kunst, cultuur als ontmoeting centraal staan. Zodat kinderen uit verschillende scholen kunnen deelnemen en waar verschillende organisaties gebruik van kunnen maken. 6. Duidelijkheid in beleid en versterk de samenwerking Om mee te kunnen bewegen, is het voor organisaties van belang te weten waar de gemeente op stuurt. Voor de gemeente is de Noordse kennis van aanbieders binnen het culturele veld ook essentieel. Aanbeveling • Spreek met het veld • Betrek aanbieders bij het ontwikkelen van een gezamenlijke visie voor brede talentontwikkeling. • Faciliteer periodiek overleg tussen alle stakeholders (aanbieders, partners en gemeente) voor kennisdeling en samenwerking.
Bekijk de brief: 4. beantwoording vraag 391 + Memo SDC naschoolsetalentontwikkeling - 11 maart
Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.