11 februari 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

Afdoening schriftelijke vragen Toekenningen subsidies sociale basis Idsinga PvdA

Een raadslid stelde op 11 februari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Zijn naast deze criteria ook aanvullende, stadsdeelgerichte, toekenningscriteria gehanteerd. → Voor de beoordeling van de subsidies Sociale Basis zijn er uniforme criteria en weigeringsgronden gehanteerd.
  • Vraag: In welke eenheden/maten? → Er wordt gekeken hoe de activiteit aansluit per criteria in desbetreffende laag.
  • Hebben de toekenningscriteria een gelijk gewicht, of is het ene toekenningscriterium zwaarder dan het ander. → De criteria die per laag zijn opgesteld, hebben een gelijk gewicht.
  • Verhouding prijs - kwaliteit is een beoordelingsfactor. → Bij de beoordeling stelt het team sociale basis altijd de vragen: wat krijgt de Amsterdammer voor activiteit, wat levert die activiteit de Amsterdammer op en hoeveel kost het?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen stadsdeelcommissie Datum: 30 januari 2025

Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen m.b.t. de toekenningen subsidies sociale basis – Idsinga/PvdA Aan het dagelijks bestuur Toelichting:

Ter voorbereiding op de technische sessie sociale basis is ons, leden van de SDC, gevraagd vragen op papier te zetten, zodat tijdens de technische sessie de vragen beantwoord zouden kunnen worden.

Helaas moet ik constateren dat de vragen die ik gesteld had, omwille van de tijd, niet aan bod zijn gekomen tijdens de technische sessie.

Reden om de vragen in de vorm van schriftelijke vragen aan het DB alsnog ter beantwoording aan het DB voor te leggen.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van GroenLinks, op grond van Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (artikel 30), de volgende schriftelijke vragen.

Vragen:

In de subsidieverordening sociale basis zijn beoordelingscriteria/weigeringsgronden vermeld (zie art. 1.7/ 3.3./ 4.1.3./ 4.2.3./ 5.2.1. en 5.2.8.)

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Zijn naast deze criteria ook aanvullende, stadsdeelgerichte, toekenningscriteria gehanteerd. Bijv. het zijn van herkenbare en gebiedsgerichte organisatie.

Antwoord van het college

Voor de beoordeling van de subsidies Sociale Basis zijn er uniforme criteria en weigeringsgronden gehanteerd. Deze zijn over de gehele stad hetzelfde en zijn terug te vinden in de:

Awb ASA 2023 Subsidieverordening Sociale Basis Amsterdam 2025 In de subsidieverordening sociale basis wordt bij beoordelingscriteria gesproken over ’’de mate waarin… "De mate" waarin geeft aan dat er gemeten wordt.

Vraag 2

Vraag: In welke eenheden/maten?

Antwoord van het college

Er wordt gekeken hoe de activiteit aansluit per criteria in desbetreffende laag. Per criteria volgt daar een score uit: uitstekend, goed, voldoende, onvoldoende met daarbij een onderbouwing waarom tot die score is gekomen.

Vraag 3

Hebben de toekenningscriteria een gelijk gewicht, of is het ene toekenningscriterium zwaarder dan het ander. Gemeente Amsterdam Datun Pagina 2 van 3

Antwoord van het college

De criteria die per laag zijn opgesteld, hebben een gelijk gewicht.

Vraag 4

Verhouding prijs - kwaliteit is een beoordelingsfactor. Hoe wordt deze gemeten.

Antwoord van het college

Bij de beoordeling stelt het team sociale basis altijd de vragen: wat krijgt de Amsterdammer voor activiteit, wat levert die activiteit de Amsterdammer op en hoeveel kost het? Bij elke activiteit wordt er dus naar de inhoud van de activiteit gekeken (kwaliteit) en naar de prijs/begroting wat een aanbieder nodig heeft om de activiteit te kunnen uitvoeren (prijs). Zo wordt er beoordeeld of de kwaliteit goed genoeg is en echt een bijdrage levert aan de opgaven én of de prijs die daarbij hoort reëel. Er wordt gekeken naar de prijs voor de uitvoering, naar het benodigde aantal uur, naar de coördinatie-uren, naar het materiaal, naar de overhead, etc. Daarin wordt bepaald of de prijs redelijk is t.o.v. wat de activiteit de Amsterdammer op inhoud levert.

5. Wordt bij de vermelding dat een andere organisatie hetzelfde biedt in een betere prijs/kwaliteit verhouding uitgegaan van een zelfde productomschrijving of wordt ook uitgegaan in het realiseren van het beoogd maatschappelijk effect voor een bepaalde doelgroep.

Antwoord:

Er wordt afzonderlijk gekeken naar activiteiten van vergelijkbare aard. Deze worden met elkaar vergeleken om tot een optimale mix van activiteiten te komen die optimaal aansluiten bij de opgaven in het gebied zoals beschreven in de Gebiedsgerichte Opgaven Sociaal (GOS).

6. Dienen de aangeboden producten "evidence-based" te zijn.

Antwoord:

Waar mogelijk zijn partners gevraagd om methodieken te gebruiken die bewezen effectief zijn (evidence based) omdat ervanuit mag worden gegaan dat de inzet daarvan maximaal resultaat oplevert, ook wanneer het resultaat moeilijk meetbaar is. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met toepasbaarheid in de context van verschillende gebieden. Niet alles is onderzocht en de focus op evidence based en evidence informed werken moet geen knel vormen in de uitvoering om te doen wat nodig is.

In de praktijk wordt bovendien voortdurend geleerd (practice based). Met meer focus op doen wat werkt, worden partners uitgedaagd om gebruik te maken van beschikbare kennis voor verrijking en verbetering van interventies. 7.

Organisaties kunnen voor bezwaren naar de bezwaarschriften commissie. Deze beoordeelt het bezwaar echter alleen op juridische gronden. Welke mogelijkheid hebben de organisaties om inhoudelijk bezwaar aan te tekenen. (SDC of Raad?) Antwoord:

Er wordt op juridische gronden gekeken naar een bezwaar, maar er wordt ook degelijk gekeken naar de inhoud. Na de bezwarenprocedure van de bezwarencommissie, als een bezwaar ongegrond wordt verklaard, kan de bezwaarmaker in beroep naar de rechter. Als de bezwaarmaker het nog steeds niet eens is met de uitkomst dan kan de bezwaarmaker in hoger beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8. Waarom is de toekenning voor opbouwwerk (gering in omvang/fte) gesplitst naar twee organisaties. En niet bij een van de twee. Gaat dit niet ten koste van de effectiviteit.

Antwoord:

Intern gebruik

Gemeente Amsterdam

Datun Pagina 3 van 3

Het opbouwwerk is een kernfunctie. Voor alle kernfuncties is een kernalliantie opgericht. De verdeling van de kernfuncties onder partijen was een proces dat door de kernalliantie zelf is ingericht.

9. Is bij de verdeling van de gelden ook een verdeelsleutel naar de buurten/wijken gehanteerd (zie ook vraag 1 van M. Simons) Antwoord:

De Sociale Basis maakt gebruikt van de GOS (Gebiedsgerichte Opgaven Sociaal). Deze is ingedeeld op gebied. Er is geen specifieke verdeelsleutel voor de buurten/wijken, maar er wordt op basis van behoefte gekeken naar een optimale mix. Daarnaast spelen partners zelf ook actief in op de specifieke behoeftes in de wijken/buurten.

10. Wordt het subsidie-advies in gezamenlijk overleg van de 'accounthouders' geformuleerd (zie ook vraag 3 M. Simons) Antwoord:

Het subsidiebesluit wordt genomen door team Sociale Basis. Kennis en expertise om tot dit besluit te komen, is ingewonnen door verschillende afdelingen te betrekken zoals de Gebiedsteams, Team Jeugd & Veiligheid, Team Flex en Masterplan. Daarnaast heeft er ook stedelijke afstemming plaatsgevonden, om het proces te stroomlijnen.

11. Welke invloed had men vanuit het Masterplan op de toekenningen Antwoord:

Het Masterplan wordt gedurende het proces betrokken bij zogeheten Integrale Bespreektafels (zie ook vraag 10). Tijdens deze tafels heeft het Masterplan input kunnen leveren op zowel de opgaven als de subsidieaanvragers.

12. Kan per toekenning aangegeven worden met welk onderdeel van de GOS de toegekende activiteit een relatie onderhoudt.

Antwoord:

Er wordt gewerkt aan een partnerbestand voor zowel intern als externe verspreiding. Hierin zal ook worden aangegeven tot welk thema een toegekende activiteit zich verhoud. Zodra deze gereed is, wordt deze ook gedeeld met de Stadsdeelcommissie.

13. Is bij elke beschikking in de motivering bij een gehele of gedeeltelijke afwijzing aangegeven op grond van welke weigeringsgrond de subsidie geheel of gedeeltelijk is afgewezen en wat daarvan de reden of redenen zijn.

Antwoord:

Ja en deze weigeringsgronden zijn ook mondeling toegelicht aan de partners door de betrokken accounthouders tijdens de zogenaamde zachte landingsgesprekken.

Indiener(s): M.M. Idsinga, PvdA

Intern gebruik

Bekijk de brief: Afdoening schriftelijke vragen Toekenningen subsidies sociale basis Idsinga PvdA

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam