anti-Israël demonstratie
de leden Vis (VVD) stelde op 12 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (21 vragen).
In het kort
21 vragen en wat het college antwoordt
- Is deze gedraging in lijn met de eerder gestelde regels van de driehoek? → De regels waarnaar u verwijst hadden enkel betrekking op een demonstratie die op 15 oktober 2023 heeft plaatsgevonden.
- Zo nee, waarom is dit kennelijk oogluikend toegestaan? → Alle demonstraties worden beoordeeld aan de hand van het kader van de Wet openbare manifestaties (hierna: Wom).
- Erkent het college en het dagelijks bestuur dat er Amsterdammers zijn op wie dergelijke gezichtsbedekking intimiderend over kan komen? → Ja.
- Achten het college en het dagelijks bestuur deze gezichtsbedekkende kleding tijdens dergelijke betogingen wenselijk? → Het is niet aan het college of het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid om daarover in algemene zin een oordeel te vellen.
- Achten het college en het dagelijks bestuur de Izz ad-Din al-Qassam brigades en de Palestijnse Islamitische Jihad terreurorganisaties? → Niet het college of het dagelijks bestuur maar de rijksoverheid bepaalt of organisaties op de lijst van terroristische organisaties worden geplaatst.
- Staat het college en het dagelijks bestuur dergelijke steunverlenende uitingen toe? → zie antwoord op vraag 14 Gemeente Amsterdam 28 mei 2024
- Zien het college en het dagelijks bestuur het uitdossen in kledij van terreurorganisaties als het uitspreken van steun aan dergelijke organisaties en hun acties? → zie antwoord op vraag 14
- Is het duidelijk laten blijken van steun voor terreurorganisaties toegestaan in Amsterdam? → zie antwoord op vraag 14
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
28 mei 2024
Gemeente Amsterdam
Stadsdeelcommissie Zuid Beantwoording schriftelijke vragen
Aan:
De leden van de stadsdeelcommissie Zuid
Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):
Onderwerp:
28 mei 2024 Openbare Orde en Veiligheid Bart L. Vink Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Vis (VVD) en Bettelheim (PvdA) inzake de anti-Israëldemonstratie op 17 februari
Geachte leden van de stadsdeelcommissie, Op 19 februari 2024 heeft het Dagelijks Bestuur schriftelijke vragen ontvangen van de leden Vis (VVD) en Bettelheim (PvdA) inzake de anti-Israëldemonstratie op 17 februari 2024. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan.
Toelichting door de vragenstellers Zaterdag 17 februari jl. vond er een anti-Israëldemonstratie plaats (“global day of action”), die begon op de Dam en eindigde op het Museumplein, in stadsdeel Zuid. Verschillende uitingen tijdens deze demonstratie roepen op tot vragen. Eerder gaf de driehoek aan dat er rondom dergelijke demonstraties bepaalde regels gelden.1 De demonstratie, die in stadsdeel Zuid eindigde, draagt in de stad, maar zeker in ons stadsdeel, bij aan de gevoelens van onveiligheid van bewoners en ondernemers. Aangezien Zuid een relatief groot aantal bewoners van Joodse komaf heeft en/of familie in Israël hebben, raakt dit onze bewoners (en ondernemers) extra. Vandaar deze vragen die betrekking hebben op ons stadsdeel, maar dat ook overstijgen. Bij deze dan ook het verzoek de antwoorden in samenspraak met het college te geven.
Gezien het vorenstaande stellen ondergetekenden, namens de fracties van de PvdA en de VVD, op grond van Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (artikel 30), de volgende schriftelijke vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is deze gedraging in lijn met de eerder gestelde regels van de driehoek? Toelichting bij vraag 1: ‘’Op beelden (en volgens ooggetuigen) is te zien dat vele betogers zich hadden gehuld in gezichtsbedekkende kleding’’.
Antwoord van het college
De regels waarnaar u verwijst hadden enkel betrekking op een demonstratie die op 15 oktober 2023 heeft plaatsgevonden. Het zijn geen algemeen geldende voorschriften. In het kader
1 https://www.at5.nl/artikelen/222972/driehoek-geen-gezichtsbedekkende-kleding-en-terreurvlaggen-bij-pro- palestina-mars
Gemeente Amsterdam
28 mei 2024
van de democratische rechtsstaat is het opleggen van generieke maatregelen aan demonstraties niet toegestaan.
Vraag 2
Zo nee, waarom is dit kennelijk oogluikend toegestaan?
Antwoord van het college
Alle demonstraties worden beoordeeld aan de hand van het kader van de Wet openbare manifestaties (hierna: Wom). Dit impliceert dat alleen beperkingen mogen worden gesteld aan het demonstratierecht indien de doelcriteria van de Wom hiertoe noodzaken. Deze doelcriteria zijn het voorkomen van wanordelijkheden, de vrijheid van het verkeer en het belang van de gezondheid. De inhoud van de demonstratie speelt geen rol, sterker nog daar mag een burgemeester zich op geen enkele wijze in mengen.
Het is niet verboden in de openbare ruimte gezichtsbedekkende kleding te dragen. Enkel wanneer bij een demonstratie sprake is van (een vrees voor) wanordelijkheden kan een burgemeester op grond van de Wom het dragen van gezichtsbedekkende kleding verbieden. De politie kan verder in geval van (dreigende) wanordelijkheden ten behoeve van identificatie gelasten gezichtsbedekkende kleding af te leggen op basis van de Wet op de identificatieplicht. In dit specifieke geval was er volgens de politie vanuit openbare ordeperspectief geen aanleiding om te gelasten dat de gezichtsbedekkende kleding moest worden afgedaan.
Vraag 3
Erkent het college en het dagelijks bestuur dat er Amsterdammers zijn op wie dergelijke gezichtsbedekking intimiderend over kan komen?
Antwoord van het college
Ja. Zie antwoord op vraag 14
Vraag 4
Achten het college en het dagelijks bestuur deze gezichtsbedekkende kleding tijdens dergelijke betogingen wenselijk? Toelichting bij vraag 4: ‘’Op beelden (onderschreven door ooggetuigen) is te zien dat aanwezige betogers gehuld waren in terroristenoutfits. Zo droeg men gezichtsbedekkende kleding met een groene hoofdband, gelijk aan de outfit van de door de EU als terreurgroep aangemerkte Izz ad-Din alQassambrigades. Ook was er iemand met de outfit van de door de EU als terreurgroep aangemerkte terreurbewegingen Palestijnse Islamitische Jihad aanwezig (zwarte hoofdband met gele tekst)’’.
Antwoord van het college
Het is niet aan het college of het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid om daarover in algemene zin een oordeel te vellen. De grens welke gedragingen binnen een demonstratie toelaatbaar zijn wordt bepaald door de wet. Het dragen van gezichtsbedekkende kleding is niet verboden (zie ook het antwoord op vraag 2).
Vraag 5
Achten het college en het dagelijks bestuur de Izz ad-Din al-Qassam brigades en de Palestijnse Islamitische Jihad terreurorganisaties?
Antwoord van het college
Niet het college of het dagelijks bestuur maar de rijksoverheid bepaalt of organisaties op de lijst van terroristische organisaties worden geplaatst. De Izz ad-Din al-Qassambrigades betreft de gewapende tak van Hamas. De organisatie Hamas staat op de lijst van organisaties waarvan de financiële tegoeden door de EU en de VN zijn bevroren, en kwalificeert op die manier als terroristische organisatie. De Palestijnse Islamitische Jihad staat eveneens op deze lijst van de EU en de VN.
Vraag 6
Staat het college en het dagelijks bestuur dergelijke steunverlenende uitingen toe?
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14
Gemeente Amsterdam
28 mei 2024
Vraag 7
Zien het college en het dagelijks bestuur het uitdossen in kledij van terreurorganisaties als het uitspreken van steun aan dergelijke organisaties en hun acties? Zo nee, waarom niet?
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14
Vraag 8
Is het duidelijk laten blijken van steun voor terreurorganisaties toegestaan in Amsterdam?
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14
Vraag 9
Hoe gaat het college en het dagelijks bestuur in de toekomst om met openbare steunverlening tijdens betogingen aan door de EU aangemerkte terroristische organisaties? Toelichting bij vraag 9: ‘’Op beelden (onderschreven door ooggetuigen) is te zien dat aanwezige betogers gebruikmaakten van de rode driehoek. Te zien was dat iemand een lat droeg met een grote rode driehoek erop. Iedereen die enigszins bekend is met de propaganda van de door de EU aangemerkte terreurorganisatie Hamas na 7 oktober 2023 weet dat dit, in deze specifieke context, overduidelijk tot de Hamassymboliek behoort’’.
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14
Vraag 10
Hoezo is er bij deze overduidelijke Hamas-uiting niet ingegrepen? Toelichting bij vraag 10: Op beelden (onderschreven door ooggetuigen) is te zien dat op het Museumplein een Israëlische vlag in brand is gestoken, mede aangestoken door iemand met een uitdossing van de terreurbeweging Palestijnse Islamitische Jihad. Tegelijkertijd werd in het Arabisch de tekst: “Met onze ziel en ons bloed, verlossen wij jou Palestina” gescandeerd.
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14.
Vraag 11
Zijn het college en het dagelijks bestuur van mening dat vlagverbrandingen tijdens betogingen moreel onacceptabel zijn?
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14.
Vraag 12
Hoezo is er bij deze vlagverbranding niet ingegrepen?
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14.
Vraag 13
Gaat het college en het dagelijks bestuur in de toekomst ingrijpen bij vlagverbrandingen?
Antwoord van het college
zie antwoord op vraag 14.
Vraag 14
Wat is de visie van het college en het dagelijks bestuur op teksten als “Met onze ziel en ons bloed, verlossen wij jou Palestina”?
Antwoord van het college
Antwoord op vraag 6 t/m 14: Het college (en het dagelijks bestuur) houdt vast aan de beginselen van de democratische rechtstaat, waaronder het legaliteitsbeginsel. Dat stelt dat elk overheidsoptreden, zeker als het gaat om het inperken van een grondrecht, gestoeld moet zijn op een wettelijke grondslag. Het legitimiteitsbeginsel vereist dat ook binnen een demonstratie alleen tegen strafbare uitingen kan worden opgetreden. De grens welke uitingen binnen een demonstratie toelaatbaar zijn, wordt bepaald door het strafrecht. Of een uiting als strafbaar moet worden beoordeeld, is aan het Openbaar Ministerie.
Hoewel het college (en het dagelijks bestuur) zich realiseert dat bepaalde uitingen als choquerend en diep kwetsend kunnen worden ervaren, is het in onze democratische rechtstaat niet aan het college (en het dagelijkse bestuur) om te bepalen of een uiting kan worden getoond tijdens een
Gemeente Amsterdam
28 mei 2024
demonstratie. Enkel de Officier van Justitie (OvJ) als bevoegd gezag kan hiertegen optreden, indien een uiting wordt geconstateerd en als strafbaar wordt beoordeeld. Een burgemeester mag zich op geen enkele wijze mengen in de inhoud van de demonstratie. Datzelfde geldt voor (de voorzitter van) het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid.
Het openlijk sympathiseren met terroristische organisaties kan als afkeurenswaardig gezien worden, maar is in beginsel niet strafbaar. Ook het verbranden van vlaggen is dat niet, zolang dit niet leidt tot gevaarlijke situaties.
In bredere zin vindt in de dagelijkse operatie regelmatig afstemming plaats tussen de gemeente c.q. stadsdeel Zuid en de politie, met name de wijkagenten, om te anticiperen op mogelijke signalen die kunnen duiden op verstoringen van de openbare orde. Naast deze afstemming is er voortdurend gemeentebreed overleg om ervoor te zorgen dat de aanpak van veiligheidskwesties in overeenstemming is met het beleid en de richtlijnen op stedelijk niveau. Deze samenwerking stelt ons in staat om proactief te handelen en passende maatregelen te nemen om de veiligheid en leefbaarheid in het stadsdeel te blijven waarborgen.
Vraag 15
Hoe stuurt het dagelijks bestuur erop om dergelijke uitingen in graffiti in Zuid tegen te gaan of deze bekladdingen te laten verwijderen zodra ze zichtbaar zijn?
Antwoord van het college
Als er in ons stadsdeel graffiti wordt aangetroffen op gemeentelijk vastgoed of op ander gemeentelijk bezit (openbare vuilnisbakken, straatnaambordjes, bankjes in de openbare ruimte, etc.) wordt deze weggehaald en schoongemaakt als onderdeel van het reguliere werk op het gebied van reiniging.
Wanneer het gaat om uitingen die als choquerend, kwetsend of discriminerend kunnen worden ervaren, wordt deze graffiti zo snel mogelijk verwijderd (in veel gevallen gebeurt dit nog dezelfde dag). Het dagelijks bestuur stuurt daar ook op en draagt er daarmee aan bij dat iedereen zich in ons stadsdeel welkom blijft voelen.
Vraag 16
Is het college en het dagelijks bestuur het met ons eens dat de openbare ruimte van ons allemaal is en dat de rechtgeaarde Amsterdammer het recht heeft om verschoond te blijven van haat en terreurverering?
Antwoord van het college
Ja.
Vraag 17
Kan aan recidivisten een gebiedsverbod met meldplicht worden gegeven voor de duur van een demonstratie? We willen immers geen intimiderende gezichtsbedekkende kleding op onze straten, geen haatzaaiende leuzen en geen verheerlijking van terreurorganisaties.
Antwoord van het college
Gelet op de beantwoording van vraag 2 en 14 is een gebiedsverbod met meldplicht voor de genoemde uitingen niet aan de orde.
Vraag 18
Hoe beoordeelt het college en het dagelijks bestuur oproepen tot intifada en het hanteren van de leus ‘van de rivier tot aan de zee’? Graag een toelichting, waarbij ingegaan wordt op de context van betogers die zich hadden uitgedost in terroristenoutfits, Hamassymbolen toonden en de vlagverbranding. Toelichting bij vraag 18: ‘’ Stadsdeel Zuid heeft een relatief groot aantal Joodse bewoners, die zich steeds angstiger voelen wegens toegenomen haat’’.
Antwoord van het college
De burgemeester heeft eerder aangegeven de genoemde leus af te keuren.
Tegelijkertijd geldt datgene wat is verwoord in het antwoord op vraag 14.
Gemeente Amsterdam
28 mei 2024
Vraag 19
Hoe beziet het college en het dagelijks bestuur de omgang met dergelijke betogingen (met name de hierboven aangedragen kwesties) in het licht van het sinds 7 oktober sterk toegenomen antisemitisme en angst onder Joden en Israëliërs in de stad?
Antwoord van het college
Vanzelfsprekend is er begrip voor de zorgen die door een deel van de Joodse gemeenschap worden ervaren. Er is dan ook volop aandacht voor de (gevoelens van) onveiligheid van Joodse Amsterdammers. Het college en het dagelijks bestuur staan voortdurend in contact met de Joodse gemeenschap. Datzelfde geldt voor het dagelijks bestuur. Zo nodig worden er in dit verband aanvullende veiligheidsmaatregelen genomen in ons stadsdeel met zijn relatief grote Joodse bevolking. Daarnaast moeten we ons blijven uitspreken tegen oplaaiend antisemitisme. Dit zal het college en het dagelijks bestuur dan ook blijven doen.
Vraag 20
Trekt het college en het dagelijks bestuur lessen uit de betoging en zo ja welke?
Antwoord van het college
Uit elke demonstratie worden zo mogelijk lessen getrokken. De demonstratie van 17 februari is volgens politie ordelijk verlopen en de OvJ heeft geen strafbare uitingen geconstateerd.
Dat neemt niet weg dat scherpe aandacht van politie en OM voor uitingen tijdens demonstraties blijft.
Vraag 21
Welke lessen trekt het dagelijks bestuur specifiek voor ons stadsdeel?
Antwoord van het college
Het dagelijks bestuur acht het van groot belang, juist in deze onrustige tijden waarin polarisering en extremisme lijken toe te nemen, extra op te letten en in actie te komen, zeker wanneer sprake is van kwetsende, discriminerende of anderszins choquerende uitingen. De aanpak van dergelijke graffiti (zie de antwoorden op de vragen 4 en 15) is hiervan een voorbeeld.
Ik verwacht u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd.
Namens het Dagelijks Bestuur,
Bart L. Vink Portefeuillehouder Openbare Orde en Veiligheid
Bekijk de brief: Beantwoording vragen SDC inzake anti-Israël demonstratie
Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.