12 maart 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

Buurtfietsenstalling

Een raadslid stelde op 12 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen stadsdeelcommissie

Aan Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s) Behandeld door Onderwerp

De leden van de stadsdeelcommissie Zuid 21 maart 2023 Ruimtelijke Ordening, Verkeer en Openbare ruimte B.L. Vink, R. Piers Verkeer en Openbare Ruimte, Programma Fiets Fietsenstallingen

Geachte leden van de stadsdeelcommissie, Op 19 december 2022 heeft het Dagelijks Bestuur schriftelijke vragen ontvangen van het lid van de stadsdeelcommissie Bettelheim inzake fietsenstallingen. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan.

Toelichting bij de vraag van de stadsdeelcommissie:

Fietsstallingen voorzien in een belangrijke behoefte in stadsdeel Zuid. In de eerste plaats voor bezitters van fietsen, die hun rijwiel of andere tweewieler (brommer, scooter, motor) veilig en beschut willen stallen. Maar de stallingen dienen ook een maatschappelijk doel: ze reduceren het aantal tweewielers dat op stoepen en andere openbare plekken is geparkeerd. Gelet op deze maatschappelijke functie heeft de gemeente in het verleden aanzienlijke subsidies beschikbaar gesteld voor het opknappen van stallingen; ook in ons stadsdeel.

In de afgelopen maanden hebben we gezien dat verschillende exploitanten van stallingen in Zuid (ons zijn bekend De Fietsentuin in de Weissenbruchstraat en De Rijwielstalling in de Van Ostadestraat, maar er zijn hoogstwaarschijnlijk meer voorbeelden) onder druk worden gezet door hun huisbaas om óf hun exploitatie op te geven óf akkoord te gaan met een exorbitante huurverhoging. Het heeft er alle schijn van dat de eigenaren erop uit zijn om deze panden te verbouwen tot dure koopwoningen of huurwoningen in het hoogste segment.

Dat is vanzelfsprekend fnuikend voor de exploitanten van de stallingen, maar het betekent tevens dat de fietsdruk in de openbare ruimte verder toeneemt.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de PvdA, op grond van Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (artikel 30), de volgende schriftelijke vragen:

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid

1

21 maart 2023 Pagina 2 van 4

Kunt u een overzicht geven van het aantal stallingen voor tweewielers in Zuid (niet zijnde de stallingen bij Station Zuid en Station RAI, die een andersoortige functie hebben)?

Antwoord: -

2

A’dam heeft 74 buurtstallingen (in 2017 nog 94).

Stadsdeel Zuid telt 35 buurtstallingen, (in 2017 nog 43), SD West 25 buurtstallingen, (in 2017 nog 31), SD Oost 9 buurtstallingen, (in 2017 nog 13), SD Centrum 5 buurtstallingen, (in 2017 nog 7), Het aantal buurtstallingen neemt dus af. Dat vindt het DB zorgelijk, aangezien we, zeker in de drukke gebieden van stadsdeel Zuid, de overlast van op straat geparkeerde fietsen willen beperken, de toegankelijkheid van de openbare ruimte willen beschermen en de leefbaarheid willen vergroten. De buurtstallingen zorgen ervoor dat er minder fietsen in de openbare ruimte worden geparkeerd en in een aantal gevallen stimuleert de stalling de sociale cohesie in de buurt.

Het DB zet zich, zo mogelijk in samenwerking met andere Stadsdelen, in om de huidige buurtstallingen te behouden.

Kunt u een overzicht geven van subsidies die de laatste twintig jaar door de gemeente beschikbaar zijn gesteld voor het opknappen van stallingen in Zuid?

Antwoord:

Tussen 2010 en 2018 is in stadsdeel Zuid € 1.035.000,- aan subsidie uitgekeerd aan buurtstallinghouders. De subsidieregeling lag afgelopen jaren stil vanwege een update maar wordt medio 2023 weer geopend.

Amsterdam heeft een jaarlijks buurtstalling subsidiebudget van € 350.000,-. Ondernemers in Stadsdeel Zuid kunnen hier gebruik van maken. Ze is bestemd voor twee soorten bijdragen:

- exploitatiesubsidie (bijdrage in zware terugkerende lasten),

- éénmalige verbeteringen. Voor zaken ter verbeteren van het gebruik (verlichting, automatische toegangsdeur, meer en betere fietsrekken, herkenbaarheid, etc).

3. Zijn het stadsdeelbestuur meer voorbeelden van stallingen in Zuid bekend (naast de hierboven genoemde bedrijven) waarbij de exploitant gedwongen wordt tot bedrijfsbeëindiging hetzij geconfronteerd wordt met exorbitante huurverhogingen?

Antwoord:

We hebben nog niet van alle situaties de gegevens weten te achterhalen, maar wel van die met betrekking tot een aantal stallingen, nl. die op de adressen: Cornelis Trooststraat 71, Achillesstraat 41, Van Ostadestraat 148, Govert Flinckstraat 124, Talmastraat 23, Marathonweg 14 en Hoofdweg 107.

Huurverhogingen en huuropzegging door de eigenaar zijn in deze gevallen de voornaamste redenen dat exploitanten stoppen met hun onderneming of dat voorzetting in gevaar is. In een enkel geval is die verhoging na onderhandeling beperkt. In een geval wordt door de beheerder van de stalling een rechtszaak voorbereid.

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid

21 maart 2023 Pagina 3 van 4

Huurverhogingen zijn ook in andere stadsdelen de voornaamste reden voor het verdwijnen van stallingen, bijvoorbeeld op de adressen: Jan Pieter Heijestraat 56, Schollenbrugstraat 30, Goudsbloemstraat 203 en Akoleienstraat 7.

4

Is het mogelijk om de bestemmingsplannen van stallingen in Zuid zodanig te wijzigen dat de desbetreffende panden niet kunnen worden verbouwd tot (dure) koopwoningen of huurwoningen (in het hoogste segment)?

Antwoord:

Bij de in Zuid aanwezige buurtstallingen gaat het om meerdere bestemmingsplannen. Voor de meeste buurtstallingen geldt dat hier geen woningen zijn toegestaan. Vaak zijn daar wel andere, voor vastgoedbedrijven, meer profijtelijke functies mogelijk. Meestal geldt er een gemengde bestemming. Het inperken van gebruiksfuncties kent een tamelijk hoge mate van gevoeligheid voor planschade. Het DB wil hier dan ook terughoudend mee omgaan.

Uit voorlopig onderzoek blijkt dat het merendeel van het vastgoed waarin de stallingen zich bevinden in bezit is van woningcorporaties. Het DB gaat daarom op korte termijn met deze woningcorporaties in gesprek om het maatschappelijke belang van de stallingen te benadrukken en afspraken te maken over het behouden van de buurtstallingfunctie. Het vragen van maatschappelijk reële huurprijzen voor dit vastgoed hoort daarbij.

Buurtstallingen vervullen een maatschappelijk belang doordat zij de fietsenoverlast op straat helpen terug te dringen, de leefbaarheid van de buurten verbeteren en de sociale cohesie versterken. Het DB ziet dit als een verlengde van de maatschappelijke taak die corporaties hebben.

Ook zal het DB de woningcorporaties oproepen om uitbreidingsmogelijkheden van het aantal buurtstallingen te onderzoeken en potentiële nieuwe locaties daarvoor in beeld te brengen.

In een enkel geval is een stalling gevestigd in gemeentelijk vastgoed. Het DB zal zich inzetten om ook die buurtstallingen te behouden.

Het DB heeft het voornemen om bij de eerstvolgende mogelijkheid het bestemmingsplan (dan wel het “omgevingsplan”) aan te passen en daarin de bestemming buurtstalling op te nemen.

5

Is het stadsdeelbestuur bereid om bij het college van B en W te bepleiten dat de gemeente voor huurders van stallingen die dat wensen overgaat tot een indeplaatsstelling van de huurovereenkomst, waarbij de gemeente de officiële huurder wordt en de exploitant de onderhuurder, uitgaande van continuering van het vigerende huurcontract, zodat voor de gemeente sprake is van een budget-neutrale operatie?

Antwoord:

Het is niet gebruikelijk dat de gemeente overgaat tot indeplaatsstelling bij ondernemers die van pandeigenaren huren. Het merendeel van de buurtstallingen valt binnen het vastgoed van

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid

21 maart 2023 Pagina 4 van 4

woningcorporaties. Zoals bij antwoord 4 genoemd gaat het DB in gesprek met deze woningcorporaties om te zorgen dat de stallingen kunnen blijven bestaan.

Voor de overige stallingen is het type huurcontract doorslaggevend in de aanpak voor een mogelijke indeplaatsstelling. Wanneer de buurtstalling fysiek aansluit bij een fietsenwinkel zou de stalling een winkelfunctie-huurcontract kunnen hebben, en zou indeplaatsstelling wellicht kunnen werken. Bij een bedrijfsruimte huurcontract (wat bij de meeste stallingen het geval is) is dit juridisch niet mogelijk.

Momenteel wordt onderzocht welk type huurcontract de stallingen hebben. Uitkomst daarvan wordt verwacht vóór 1 juni a.s.. Het DB zal u, met die uitkomst in de hand, voor de zomer nader informeren over de mogelijkheden die het ziet om de stallingen die niet in bezit zijn van corporaties of de gemeente te laten voortbestaan.

Een buurtstalling heeft overigens onder bepaalde voorwaarden recht op exploitatie-subsidie als dit voor het voortbestaan van een gewenste buurtstalling noodzakelijk is. De subsidieregeling heeft namelijk als doel om bestaande stallingen te behouden en waar mogelijk uit te breiden.…

Bekijk de brief: Beantwoording vraag SDC inzake Buurtfietsenstalling

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam