7 oktober 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

Buurtparticipatie

Een raadslid stelde op 7 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (15 vragen).

In het kort

15 vragen en wat het college antwoordt

  • Waarom is er nog geen evaluatie of verkenningsrapport beschikbaar, ondanks herhaalde verzoeken? → Uit uw vraag kunnen wij niet opmaken of u doelt op een evaluatie van buurtbudgetten model C of van het buurtplatformrecht.
  • Kan het DB per buurt inzicht geven in actuele situatie: aantal aanvragen, actieve bewoners, conflicten, tevredenheid en inclusiviteit? → In iedere buurt is een (aspirant) buurtplatform actief en in de meeste buurten loopt dit goed, dit heeft bijgedragen aan de sociale cohesie, het versterken van onderlinge samenwerking, het…
  • Hoe zijn signalen van gebiedsteams, sociale basis en andere relevante actoren meegenomen bij de beoordeling van de aanvragen? → Zoals we ook in de adviesaanvraag hebben toegelicht, zijn de gesprekken en beoordeling van de aanvragen van de criteria opgepakt door team democratisering Zuidoost en de gebiedsteams.
  • Wat zijn de evaluaties van model A en B in andere stadsdelen en wat kunnen we daaruit leren voor Zuidoost? → Uit de stedelijk evaluatie blijkt dat buurtbudgetten (alle modellen) over het algemeen positief worden ervaren, waarbij bewoners zich meer betrokken en trots voelen op hun buurt door de…
  • Waarom wordt in Zuidoost ondanks de knelpunten toch nog vastgehouden aan model C? → Model C richt zich op het verleggen van eigenaarschap naar bewoners en op het bouwen van structurele relaties met bewonersnetwerken.
  • Hoe waarborgt het DB dat democratische verantwoordelijkheid bij de overheid blijft en niet bij een (erkend) platform terechtkomt? → De representatieve democratie blijft overeind.
  • Welke gevolgen heeft de keuze voor model C voor jongeren in Zuidoost, aangezien zij in model B vanaf 12 jaar zelfstandig aanvragen kunnen indienen, terwijl zij in model… → Er is een apart jongerenbudget waar jongeren zelf hun plannen kunnen indienen.
  • Worden er ook alternatieve modellen onderzocht die mogelijk beter aansluiten bij de diversiteit van Zuidoost? → De andere buurtbudgetten in Amsterdam (model A en B) passen niet in het commons-domein en hebben geen koepelfunctie.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording schriftelijke vragen stadsdeelcommissie Datum: 24 september 2025 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Luqman en Esajas inzake Buurtparticipatie Aan het dagelijks bestuur Toelichting:

Als lid van de stadsdeelcommissie Zuidoost is het mijn verantwoordelijkheid om de belangen van alle bewoners, jongeren, ondernemers en organisaties te vertegenwoordigen. Daarbij moet steeds de kernvraag worden gesteld: wat is het doel van de initiatieven rond buurtbudgetten en buurtplatformen?

Het antwoord is helder: zoveel mogelijk mensen in staat stellen om mee te doen aan de democratie in hun wijk. Dat betekent bewoners actief faciliteren om samen hun buurt vorm te geven: van ideeën bedenken tot uitvoering. Participatie is dé manier om bewoners écht centraal te stellen in buurtontwikkeling.

Juist in Zuidoost, met meer dan 170 culturele achtergronden en een ongekende rijkdom aan gemeenschappen, is dit een grote uitdaging. De vraag dringt zich op: hoe zorgen we dat iedereen daadwerkelijk kan meedoen, en dat een beperkt aantal platforms niet de toegangspoort tot middelen en invloed monopoliseert?

De erkenning van buurtplatformen staat niet op zichzelf, maar is nauw verbonden met de wijze waarop in Amsterdam-Zuidoost wordt gewerkt met buurtbudgetten. Erkenning bepaalt welke partijen structureel toegang krijgen tot middelen, invloed en uitvoeringskracht. Daarom is het belangrijk de bredere context en eerdere ervaringen mee te nemen voordat een advies wordt uitgebracht.

In de andere stadsdelen wordt gewerkt met model A of B. Alleen in Zuidoost wordt model C toegepast. Dit model stimuleert dat bewoners zelf verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering van initiatieven. Subsidieaanvragen en uitvoering verlopen via rechtspersonen. Bij samenwerkingsverbanden zorgt de penvoerder voor overzicht en eindverantwoordelijkheid.

Gemeente Amsterdam

Ervaringen in Zuidoost De afgelopen jaren hebben we waardevolle initiatieven gezien, maar ook structurele knelpunten ervaren. Voorbeelden zijn:

• Intimidatie, bedreiging en uitsluiting van bewoners (zie ook mail uit Gein)

• Fraude

• Conflicten binnen platforms

• Conflicten tussen platforms in een buurt Dit zijn signalen van structurele knelpunten.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waarom is er nog geen evaluatie of verkenningsrapport beschikbaar, ondanks herhaalde verzoeken?

Antwoord van het college

Uit uw vraag kunnen wij niet opmaken of u doelt op een evaluatie van buurtbudgetten model C of van het buurtplatformrecht. Voor de volledigheid geven wij op beiden een toelichting.

Evaluatie participatieverordening en implementatie buurtplatformrecht De participatie verordening is deze maand 1 jaar van kracht (2024). We zijn dus nu een jaar op weg, in de hele stad is het proces van het erkennen van buurtplatformen opgestart en er zijn al een aantal platformen erkend. In Zuidoost hebben we de tijd genomen om het proces zo goed mogelijk in te richten -in afstemming met zowel de buurtplatformen zelf als de interne gemeentelijke organisatie.

Met betrekking tot de evaluatie van de implementatie van het buurtplatform recht; er is vanuit het stedelijk team Participatie een lerende evaluatie opgestart die loopt van september begin februari dit jaar tot en met september 2026. Daarnaast wordt er, vanuit de praktijk, gewerkt aan een dynamisch handboek dat handvatten zal geven voor zowel ambtenaren als voor de buurtplatformen.

Op basis van de eerste evaluatie van de participatieverordening kunnen er aanpassingen worden voorgesteld in de participatie verordening. De planning van de evaluatie ziet er als volgt uit:

•

•

Eerste evaluatie participatieverordening in kwartaal twee van 2026 voor de gemeenteraad;

Tussenrapportage in december 2025 naar gemeenteraad. Die gaat over de hele verordening, buurtplatformrecht is daar een onderdeel van.

Evaluatie buurtbudgetten Zuidoost deed mee aan de pilots buurtbudgetten in 2019 – 2020. De evaluatie hiervan is eind 2020 besproken door de vorige stadsdeelcommissie. In 2022 startte Zuidoost op basis van deze ervaringen met model C. In 2023 hebben de buurtplatformen zelf het initiatief genomen om evaluerend

Gemeente Amsterdam

terug te blikken op deze eerste ronde model C. Op hun voorstel is er een werkgroep model C gevormd met daarin vertegenwoordigers van buurtplatformen, ambtenaren democratisering en Stichting !Woon. Dit heeft geleid tot een voorstel voor het vervolg van model C op basis van de ervaringen van het eerste jaar, dat in maart 2024 in uw stadsdeelcommissie is besproken en volledig is ondersteund. In 2024 is ook een stedelijke evaluatie buurtbudgetten uitgevoerd. Bij navraag is geconstateerd dat u helaas de stedelijke evaluatie niet heeft ontvangen. Onze oprechte excuses hiervoor. De evaluatie en de aanbiedingsbrief zijn alsnog bijgevoegd.

Stedelijke ontwikkeling buurtbudgetten Naar aanleiding van de stedelijke evaluatie buurtbudgetten is besloten dat de bestuurders komen tot een meer uniform model voor de Buurtbudgetten. Voor de doorontwikkeling van de buurtbudgetten wordt in gezamenlijkheid met de stadsdelen een nieuw werkproces ontwikkeld in de vorm van 'Buurtbudgetten nieuwe stijl'. Dit gebeurt op basis van lessen uit de evaluatie, ervaringen uit de praktijk en kaders die zijn meegegeven door de wethouder en portefeuillehouders. Buurtbudgetten nieuwe stijl bevat onderdelen van de modellen A ('Amsterdam begroot') en B (co-creatie).

Model C maakt in deze opzet na 2026 geen onderdeel meer uit van de buurtbudgetten.

Er worden twee varianten uitgewerkt:

•

•

•

Een variant die recht doet aan de lessen uit de praktijk en de evaluatie op het gebied van inclusiviteit en toegankelijkheid. Hier is een hoger budget aan gekoppeld;

Een basisvariant die eens in de twee jaar kan worden uitgevoerd en past binnen de huidige structurele middelen;

Het is aan een nieuw college B&W en bestuurders om een keuze te maken welke variant zij passend vinden.

De Buurtbudgetten A en B zoals die nu worden georganiseerd kennen een aantal vaste elementen, zoals het indienen van plannen, het stemmen voor plannen en het organiseren van buurtbeslisfeesten of een uitslagenavond.

Hoe uniform het buurtbudgettenproces zal zijn, is nog niet geheel uitgewerkt. Daar wordt dit najaar aan gewerkt door ambtenaren. De planning is dat er begin 2026 een voorstel ligt voor een nieuwe buurtbudgetmodel, met daarin een stadsdeelbrede en een buurtgerichte variant. In november wordt een raadsinformatiebrief verwacht die we ook met u zullen delen.

Over Model C is geconstateerd dat het andere kerndoelen dan Model A en B, namelijk eigenaarschap en zelforganisatie in de wijk versterken vanuit doe-democratie (netwerkparticipatie). Dit maakt ook dat het niet goed mogelijk is om Model C te verenigen met Model A en B. Model C kan desgewenst wel doorontwikkeld worden naar buurtplatformbudget, wat tevens een wens is vanuit de buurtplatformen zelf. Aangezien we vanuit Zuidoost als enige ervaring hebben met Model C, nemen we hierin de lead en zijn we aan het onderzoeken welke spelregels en kaders hierin passend zijn en wat voor aanbevelingen we kunnen meegeven aan het nieuwe college.

In de praktijk betekent dit dat in de toekomst voor Zuidoost ook gewerkt kan worden met de buurtbudgetten nieuwe stijl, mits het nieuwe college besluit door te gaan met buurtbudgetten.

In de eerste helft van 2026 starten er geen nieuwe rondes van model A of B meer. Voor Zuidoost is nog wel als enige stadsdeel budget beschikbaar gesteld om door te kunnen gaan met Model C. De reden hiervan is dat is dat je bij model C structurele relaties opbouwt met bewonersgroepen en we

Gemeente Amsterdam

hierin een betrouwbare overheid willen zijn als het gaat om bieden van continuïteit en bestendigen van hetgeen is opgebouwd. U heeft in uw advies van maart 2024 ook nadrukkelijk gepleit voor deze financiële continuïteit. In het najaar komen we hierover met een advies aanvraag en we doen dan een voorstel aan de stadsdeelcommissie over de manier waarop we dat vorm willen geven voor 2026.

Vraag 2

Kan het DB per buurt inzicht geven in actuele situatie: aantal aanvragen, actieve bewoners, conflicten, tevredenheid en inclusiviteit?

Antwoord van het college

In iedere buurt is een (aspirant) buurtplatform actief en in de meeste buurten loopt dit goed, dit heeft bijgedragen aan de sociale cohesie, het versterken van onderlinge samenwerking, het agenderen van belangrijke zaken die in buurten spelen en het versterken van de zelforganisatie in buurten. In de meeste buurten in Zuidoost is de onderlinge samenwerking op een organische manier tot stand gekomen. Het feit dat we in Zuidoost werken met Model C heeft bijgedragen aan deze beweging.

In alle buurten zijn veel bewoners actief. Het is niet mogelijk om daar exacte cijfers over te geven.

Over het algemeen zijn bewoners tevreden over het werk van de buurtplatformen, al brengt het experimenteren met buurtplatformen volgens Model C met zich mee dat er weleens onenigheid en concurrentie is. En zoals overal in de maatschappij is het werken aan inclusiviteit een continu aandachtspunt.

In alle buurten is de uitvoering van de lopende ronde van model C in volle gang. Met de komst van de participatieverordening is het voor buurtplatformen ook mogelijk om erkenning als platform aan te vragen. Deze aanvraag is optioneel en ook niet voorwaardelijk voor bijvoorbeeld het verkrijgen van een buurtbudget. De erkenning staat wat het proces betreft los van de buurtbudget aanvragen. Wel is het zo dat model C in Zuidoost een stimulans is geweest voor buurtplatformen om zich te ontwikkelen, en dat het voor velen van hen interessant is om nu erkenning aan te vragen.

Stand van zaken van de erkenningsaanvragen in Zuidoost:

• Het DB besloot 3 platformen ter advisering voor te leggen aan u als stadsdeelcommissie:

Buurtplatform FD Vogeltjeswei, Buurtplatform Bijlmerplein en buurtplatform G-Buurt United;

• De adviesaanvraag aan de stadsdeelcommissie over Buurt Platform Gein is in onderling overleg met het platform zelf, voor nu on-hold gezet. Hier bent u zover als mogelijk al over geïnformeerd;

• De beoordeling van Buurtplatform 1106 is on-hold gezet. Vanwege de zorgvuldigheid en privacy kan hier geen toelichting op gegeven worden;

• Afgewezen is de aanvraag van Stichting Buurtplatform Venserpolder. Ook hier bent u zover als mogelijk over geïnformeerd;

• In behandeling zijn Buurtplatform E-Buurt, Buurtplatform Bijlmer-West en Buurtconnect Venserpolder. De kartrekker van Bijlmer-West heeft aangegeven nog bezig te zijn met het versterken van het kernteam en om die reden het erkenningsgesprek nog even te willen uitstellen;

• Tot slot zijn er in de K-buurt drie aanvragen in behandeling: Stichting Hart voor de KBuurt, K-Buurt in beweging en Stichting Kortvoort Vooruit.

Gemeente Amsterdam

Wanneer er meerdere aanvragen in 1 buurt zijn hebben we meer tijd nodig om dit zorgvuldig vorm te geven. Het stedelijk team Participatie heeft hier een adviesrol in. In de K-buurt waren ook twee aanvragen binnengekomen voor de buurtbudgetten. Dit besluitvormingsproces hebben we als eerste opgepakt en voor de zomer afgerond. In dit najaar pakken we de erkenningsaanvragen van de K-Buurt op.

U vraag ook naar inzicht in conflicten. Dit zijn complexe vragen en zorgvuldigheid is hierbij noodzakelijk. Voor het waarborgen van de veiligheid en privacy van al onze bewoners kunnen we, niet specifiek ingaan op vragen over conflicten. U kunt erop vertrouwen dat in het behandelen van de erkenningsaanvragen alle signalen worden meegenomen en meegewogen.

Vraag 3

Hoe zijn signalen van gebiedsteams, sociale basis en andere relevante actoren meegenomen bij de beoordeling van de aanvragen?

Antwoord van het college

Zoals we ook in de adviesaanvraag hebben toegelicht, zijn de gesprekken en beoordeling van de aanvragen van de criteria opgepakt door team democratisering Zuidoost en de gebiedsteams. De 3 aanvragen die we aan u hebben voorgelegd zijn unaniem positief beoordeeld. Andere actoren zijn hier ook bij meegenomen. In de adviesaanvraag staat toegelicht hoe de beoordeling van de 3 buurtplatformen heeft plaatsgevonden.

Vraag 4

Wat zijn de evaluaties van model A en B in andere stadsdelen en wat kunnen we daaruit leren voor Zuidoost?

Antwoord van het college

Uit de stedelijk evaluatie blijkt dat buurtbudgetten (alle modellen) over het algemeen positief worden ervaren, waarbij bewoners zich meer betrokken en trots voelen op hun buurt door de realisatie van hun initiatieven. Ook ambtenaren ervaren de buurtbudgetten over het algemeen positief. Het is mooi om te zien dat de inzet op buurtbudgetten die Amsterdam in 2019 is gestart ook daadwerkelijk zijn vruchten afwerpt. Er zijn ook uitdagingen, vooral rond het complexe indienings- en toewijzingsproces. Belangrijke aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie zijn het verbeteren van de toegankelijkheid en inclusiviteit van de buurtbudgetten, het bieden van continue en kwalitatieve ondersteuning door de gemeente, het meten van maatschappelijke effecten, het stimuleren van sociale initiatieven en het vereenvoudigen van democratische processen.

Ingaand op de knelpunten die u signaleert in de inleiding op uw vragen, kunnen we melden dat inclusiviteit ook in de modellen A en B een duidelijke uitdaging is. Amsterdam bruist van de bewoners met goede ideeën voor hun buurt, en er zijn altijd meer plannen dan er geld is. Dit leidt regelmatig tot teleurstelling en gevoel van concurrentie. Gelukkig overheerst het beeld van mooie initiatieven en actieve buurtgroepen in de stad.

Vraag 5

Waarom wordt in Zuidoost ondanks de knelpunten toch nog vastgehouden aan model C?

Antwoord van het college

Model C richt zich op het verleggen van eigenaarschap naar bewoners en op het bouwen van structurele relaties met bewonersnetwerken. Dit sluit aan bij onze prioriteiten van zowel stadsdeel als het Masterplan Zuidoost in het community based werken en het bouwen aan duurzame oplossingen voor ons mooie stadsdeel. De stadsdeelcommissie heeft hierop positief geadviseerd. In zekere zin kan dit gezien worden als een proces van vallen en opstaan.

Gemeente Amsterdam

Democratie en verantwoordelijkheid

Vraag 6

Hoe waarborgt het DB dat democratische verantwoordelijkheid bij de overheid blijft en niet bij een (erkend) platform terechtkomt?

Antwoord van het college

De representatieve democratie blijft overeind. U bent namelijk als stadsdeelcommissie in het bestuurlijke stelsel de formele volksvertegenwoordiging van het stadsdeel en dus de bewoners.

Separaat daaraan houden buurtplatformen zich bezig met participatieve democratie en hebben als doel om collectief actief te zijn en zoveel mogelijk samenwerking te organiseren tussen de mensen die de handen uit de mouwen steken om de buurt te verbeteren. De legitimiteit van buurtplatformen ligt in het commons-domein, het samen eigenaarschap nemen en concrete resultaten boeken in de buurt, en niet bij het vertegenwoordigende domein van de representatieve democratie. Kortom: beide vullen elkaar aan. Wel is cruciaal dat buurtplatformen inclusief werken, en dat het platform laat zien hoe ze dit waarborgen.

Buurtplatformen zijn van nature samenwerkingsverbanden op buurtniveau en toegankelijk voor iedereen die dingen doet voor de buurt en kan en wil samenwerken om de buurt te verbeteren. Er behoefte aan maatwerk bij de buurtplatformen. Ieder buurtplatform heeft zijn eigen ambities, organisatiekracht en rolopvatting. De mate waarin alle mogelijke taken van een buurtplatform zoals omschreven in de participatieverordening worden opgepakt, verschilt daarom per platform. Het aangaan van samenwerkingsafspraken helpt om eerlijke verwachtingen naar elkaar uit te spreken en ook eerlijk te zijn in wat wel of niet haalbaar is (van beide kanten), zodat onderlinge samenwerking en buurtkracht organisch kan groeien. En er op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid geïnvesteerd kan worden in de samenwerking.

Vraag 7

Welke gevolgen heeft de keuze voor model C voor jongeren in Zuidoost, aangezien zij in model B vanaf 12 jaar zelfstandig aanvragen kunnen indienen, terwijl zij in model C afhankelijk zijn van bestaande organisaties of platforms en daardoor indirecte mogelijkheden hebben om verantwoordelijkheid te nemen en actief bij te dragen aan hun buurt?

Antwoord van het college

Er is een apart jongerenbudget waar jongeren zelf hun plannen kunnen indienen. Dit jongerenbudget biedt de mogelijkheid om projecten en thema’s uit te voeren die bij jongeren zelf spelen zoals: mentale gezondheid, talent- en identiteitsontwikkeling, rol van moeders en vaders, democratisering, sport, financiële onafhankelijkheid en werkgelegenheid enzovoorts. In 2024 zijn er zeven jongerengroepen gesteund en in 2025 elf. De leeftijd van jongeren varieert tussen 16 en 27 jaar.

In praktijk werkt het jongerenbudget als volgt: wanneer jongeren een idee hebben en een plan willen inbrengen, dan nemen zij contact op met het stadsdeel. Projectleider Democratisering gaat met ze in gesprek en bekijkt wat zij nodig hebben. Zij worden geadviseerd over het schrijven van het plan en de manier van het indienen van een aanvraag. Vervolgens wordt het budget uitgekeerd, meestal aan een penvoerder. Gemeente blijft het project volgen en bezoekt indien mogelijk het evenement of de jongerenactiviteit.

Op dit moment is het stadsdeel zich, onder aanvoering van Vayhishta Miskin als verantwoordelijk dagelijks bestuurder en samen met de betrokken ambtenaren, aan het hardmaken om het jongerenbudget in 2026 te continueren vanwege het succes.

Gemeente Amsterdam

Koepelfunctie en commons-domein

Vraag 8

Worden er ook alternatieve modellen onderzocht die mogelijk beter aansluiten bij de diversiteit van Zuidoost?

Antwoord van het college

De andere buurtbudgetten in Amsterdam (model A en B) passen niet in het commons-domein en hebben geen koepelfunctie. Model C is de Community Based benadering die wel in het commonsdomein past en een koepelfunctie heeft: community building en het versterken van de positie van bewoners staat centraal.

Vraag 9

Hoe rijmt het DB het toekennen van een koepelfunctie aan één platform en tegelijkertijd ook de samenwerking met meerdere netwerken?

Antwoord van het college

De samenwerking met een buurtplatform is nooit exclusief. Het DB waardeert ieder initiatief in de buurt en werkt samen met veel informele en formele netwerken in Zuidoost. Zo is het Social Pact ook een belangrijke samenwerkingspartner en zijn netwerken als het gehandicapten platform Zuidoost, het platform religieuze organisaties, het Makuba-netwerk en de Zuidoost Masterplan Community van belangrijke waarde en een volwaardig gesprekspartner. De Masterplan Community spant zich in samen met het Social Pact en de buurtplatformen om de andere, meer onzichtbare netwerken te betrekken. Zo is Zuidoost zich steeds meer vanuit eigen kracht aan het organiseren en hier zijn we als DB trots op. Met een erkenning wordt het platform erkend om een koepelfunctie te vervullen. is geen statische of dominante functie, maar dit is altijd in beweging en nieuwe initiatieven zijn welkom.

Vraag 10

Hoe wordt voorkomen dat één platform een poortwachtersrol krijgt?

Antwoord van het college

Een buurtplatform is niet de enige gesprekspartner van de gemeente, er zijn veel netwerken en partners waar de gemeente mee samenwerkt. Uiteraard is het platform in de eerste instantie zelf verantwoordelijk om vanuit haar koepelfunctie de verschillende belangen in een buurt zo goed mogelijk te vertegenwoordigen, vanuit meerstemmigheid. Het stadsdeel is hierbij alert als blijkt dat dit anders ervaren wordt.

Vraag 11

Hoe worden nieuwe initiatieven tijdens de vierjarige samenwerkingsovereenkomst betrokken?

Antwoord van het college

Buurtplatformen opereren als netwerkorganisatie en spannen zich in om nieuw initiatieven te betrekken. De manier waarop buurtplatformen dit doen en hoe actief die inspanning is verschilt, omdat dit ook afhankelijk is van de capaciteit en organisatie kracht van het buurtplatform. Dit doen de buurtplatformen bijvoorbeeld door bewonersavonden, town hall meetings en nieuwjaarsrecepties te organiseren. Ieder platform doet dit op z'n eigen manier.

Bij de samenwerkingsafspraken hebben we het er ook over wat we op dit aspect van het platform kunnen verwachten: niet alle platformen hebben capaciteit om activiteiten even groots of met dezelfde intensiteit aan te pakken. Maatwerk is mogelijk en nodig. Zoals eerder aangegeven is de ontwikkelambitie niet bij iedereen even groot. Met de erkenning geven we de ruimte en het vertrouwen aan de platformen om zich verder te ontwikkelen en te groeien naar vermogen en tempo. Het is ook de kunst om van de samenwerkingsovereenkomst geen statisch document te maken. Het zou geen ‘gesloten pact’ moeten zijn waar in 4 jaar niemand tussen kan komen. Onze buurten veranderen snel en we moeten allemaal de ruimte kunnen hebben om mee te kunnen groeien met de ontwikkelingen. Belangrijk is wel dat alle partijen zich hierin kunnen vinden, ook het stadsdeel.

Gemeente Amsterdam

Vraag 12

Zijn er partners in de wijk die zich niet wensen aan te sluiten bij de te erkennen buurtplatforms?

Antwoord van het college

Wat is dan de context?

Het DB heeft positief besloten over de 3 aanvragen die ter advies aan u voorgelegd zijn en hier staan we ook volledig achter. Het proces van beoordeling is met zorgvuldigheid doorlopen, op basis van de criteria zoals deze zijn vastgesteld in de participatie verordening. In de beoordeling van de erkenningsaanvragen is naar de juiste balans gezocht tussen lichte toetsing, vertrouwen, zorgvuldigheid en objectiviteit. Bij de erkenningen van de 3 buurtplatformen die voor zijn gelegd, zijn hierover geen signalen bekend. Wanneer deze signalen bij ons binnenkomen dan gaan we hierover met elkaar in gesprek met de betrokken partijen en zoeken we samen naar oplossingen.

Ambtelijke begeleiding

Vraag 13

Welke rol ziet het DB voor buurtambtenaren bij ondersteuning van platforms?

Antwoord van het college

Bij de doe-democratie hoort dat de buurten en buurtplatformen zelf in de lead zijn. Buurtplatformen leren ook via peer to peer leren. De gebiedsmakelaars en projectleiders democratisering (of buurtambtenaar zoals u noemt) fungeren als gesprekspartner en staan continu in verbinding met bewoners. Ze zijn continu in gesprek met alle partijen uit de buurt en brengen ook partijen en mensen met elkaar in contact.

Stichting !Woon fungeert als onafhankelijk begeleider voor de buurtplatformen. We werken op basis van vertrouwen, gelijkwaardigheid en vanuit nabijheid. De gebiedsmakelaars en projectleiders democratisering zijn er om hen te adviseren en met hen mee te denken, maar niet om hen te controleren of ze hun werk wel goed doen.

Uit deze vragen en ook uit vragen die vanuit het veld komen, maken wij op dat er behoefte is aan verduidelijking waar het stadsdeel en DB over gaat, wat bij de buurten en buurtplatformen zelf ligt en waar !Woon of eventuele andere ondersteuning voor is. We willen ook eerlijk zijn in wat u hierin van ons kunt verwachten en wat niet. We kiezen er in Zuidoost expliciet voor om de positie van bewonerscollectieven te erkennen en te verstevigen. Dit brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee aan de bewonerscollectieven. Omdat dit gaat om een nieuwe manier van samenwerken, ervaren we in de praktijk wat werkt, wat niet werkt en hoe we alle rollen hierin zo goed mogelijk kunnen verduidelijken. Dit is een proces waarin we samen aan het leren en groeien zijn. Al deze lessons learned geven we ook mee aan het stedelijk team Participatie die gestart zijn met het ontwikkelen van een dynamiek handboek voor de samenwerking met buurtplatformen.

Vraag 14

Hoe kunnen buurtambtenaren versterkt worden met mandaat en middelen om inclusieve participatie te bevorderen?

Antwoord van het college

Zoals genoemd is Stichting !WOON er in eerste plaats voor de begeleiding, als onafhankelijk begeleider. Inclusieve participatie bevorderen kan alleen door hier regelmatig het open gesprek over te voeren. De gemeente kan buurtplatformen feedback en advies geven en monitoren vanuit nabijheid. Platforms kunnen daarin wel hun eigen keuzes maken. Wanneer er signalen zijn dan gaan we hierover in gesprek.

Gemeente Amsterdam

Vraag 15

Op welke manier wordt voorkomen dat de toegang tot middelen en invloed beperkt blijft tot een beperkt aantal partijen?

Antwoord van het college

Dit is een belangrijk onderwerp, er zijn veel initiatieven in Zuidoost en de opgaven zijn ook groot.

Naast de buurtbudgetten zijn er diverse alternatieve beschikbaar voor de buurt, zoals bewonersinitiatieven, de sociale basis, maatschappelijke initiatieven, enzovoorts. Voor erkende buurtplatformen is stedelijk in 2025 en 2026 een beperkt bedrag beschikbaar om de koepelfunctie uit te voeren. Als DB spannen we ons dagelijks in dat middelen community based worden ingezet. Zoals wij al eerder noemden wordt er vanuit de community op verschillende manieren invloed uitgeoefend, via de vele netwerken die er zijn, en dat juichen we als dagelijks bestuur alleen maar toe. Uit de heroriëntatie van het Masterplan blijkt ook dat er meer inzet nodig is om voor bewoners een duurzame en gelijkwaardige positie te verwerven. Op verschillende manieren wordt aan de invloed gewerkt, waaronder via de buurtplatformen. En daarnaast wordt er bijvoorbeeld vanuit het Social Pact met thema groepen gewerkt zodat partijen elkaar beter kunnen vinden en versterken.

Indiener(s), TAM Luqman, PvdA C Esajas, D66

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen mw. Luqman PvdA en mw. Esajas D66 inzake Buurtparticipatie

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam