7 mei 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

het rapport effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk.pdf

Een raadslid stelde op 7 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • De meldcode moet integraal onderdeel zijn van het beleid en de werkcultuur van de organisatie. → Gebeurt dit al? (De Vonk) De resultaten van het onderzoek laten zien dat bijna alle aanbieders van de Wmovoorzieningen hulp bij het huishouden, dagbesteding en individuele ondersteuning een…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsinformatiebrief

Aan:

Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):

Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 22 april 2025 Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling Alexander Scholtes Jeugd, Zorg, Diversiteit, [email protected] Beantwoording vragen over het rapport ‘effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk

Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief beantwoordt het college vragen over het rapport ‘effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk’.

Het rapport en de bijbehorende raadsinformatiebrief stonden geagendeerd op de commissie OZA van 22 januari 2025. Tijdens de vergadering zijn vragen gesteld die hieronder schriftelijk worden beantwoord. De vragen zijn geclusterd op basis van vier thema’s:

A) Rol van de gemeente bij de meldcode B) Transparantie C) De meldcode in andere sectoren D) Cultuursensitief werken A) Rol van de gemeente bij de meldcode We nemen onze verantwoordelijkheid in het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Als opdrachtgever en beleidsverantwoordelijke stimuleren, ondersteunen en bewaken we de naleving van de meldcode door Wmoaanbieders. Dit gebeurt via heldere contractafspraken, prestatiegesprekken en – waar nodig – inzet van toezicht.

Daarnaast investeren we in bewustwording en deskundigheid van professionals, onder meer via trainingen, campagnes en samenwerking met partners zoals Veilig Thuis. Voor versterking van de samenwerking tussen formele en informele partijen zetten we het Handboek Samen Sterker Tegen Huiselijk Geweld in, met praktische handvatten voor alle fasen van de meldcode.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

De meldcode moet integraal onderdeel zijn van het beleid en de werkcultuur van de organisatie. Dit betekent dat het gebruik van de meldcode wordt aangemoedigd en structureel wordt ingebed in de dagelijkse praktijk. Vanaf wanneer wordt dit geïmplementeerd?

Antwoord van het college

Gebeurt dit al? (De Vonk) De resultaten van het onderzoek laten zien dat bijna alle aanbieders van de Wmovoorzieningen hulp bij het huishouden, dagbesteding en individuele ondersteuning een meldcode hebben, dat is positief (slechts 1 aanbieder moet nog een meldcode opstellen).

Van de 30 aanbieders moeten 25 aanbieders ervoor zorgen dat hun meldcode gaat voldoen aan de landelijke wetgeving. Deze organisaties hebben naar aanleiding van het

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

22 april 2025 Pagina 2 van 7

onderzoek aangegeven om de aanbevelingen van het rapport te implementeren.

Opvolging van de verbeterpunten wordt momenteel gemonitord door de contractmanagers en de toezichthouder. 2.

“De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is voor bijna alle Wmoaanbieders verplicht”. Voor welke Wmo-aanbieders is dit niet verplicht en waarom? (Volt) Aanbieders van hulpmiddelen en leveranciers van woonruimteaanpassingen zijn niet verplicht een meldcode vast te stellen. In de Wmo is hierover het volgende opgenomen:

Artikel 3.3, Wmo 2015 De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

3.

“Een andere aanbieder heeft geen aandachtsfunctionaris of verantwoordelijke voor de meldcode”. Hoe wordt er binnen deze aanbieder dan omgegaan met de meldcode?

Zien we bij deze aanbieder bijvoorbeeld een nog lagere opkomst van het melden?

Zouden we een aandachtsfunctionaris moeten verplichten omdat het meer aanmoedigt om te melden? (Volt) De bevindingen komen voort uit het thematisch toezicht; dit type toezicht richt zich niet diepgaand op een enkele aanbieder maar meer op trends en ontwikkelingen binnen een afgebakend gebied in dit geval bij aanbieders van dagbesteding, aanvullende individuele ondersteuning en hulp bij het huishouden. Het is op basis van onze bevindingen niet te zeggen of de afwezigheid van een aandachtsfunctionaris leidt tot minder meldingen. Wij zien wel dat de aanwezigheid van een aandachtsfunctionaris positief bijdraagt aan de bekendheid van de meldcode binnen de organisatie.

4. Hoe garandeert de gemeente dat alle Wmo-aanbieders volledig voldoen aan de wettelijke eisen van de meldcode? Wat doet de gemeente om de grote verschillen in toepassing tussen Wmo-domeinen te verkleinen? En is de beperkte deelname aan trainingen hierbij een oorzaak? Met de berichtgeving over werkdruk en wachtlijsten, hoe realistisch is het om de meldcode effectief te implementeren? Wordt structureel geëvalueerd of deze daadwerkelijk bescherming biedt aan onze meest kwetsbare inwoners? (De Vonk) De contracten die afgesloten worden met de gegunde leveranciers van Wmo kennen de eis dat (Artikel 3.3):

1. De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

2. De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.

Of, en op welke wijze de leveranciers aan deze eis voldoen is onderwerp van gesprek in de prestatiedialogen die contractmanagers voeren met de Wmo-aanbieders.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

22 april 2025 Pagina 3 van 7

Naar aanleiding van het rapport is een handreiking opgesteld voor contractmanagers met gerichte vragen voor de gesprekken met aanbieders. In deze gesprekken kunnen contractmanagers ook het belang van trainingen onder de aandacht brengen. Monitoring in het kader van de prestatiedialoog kan aanleiding geven om alsnog en wederom toezicht in te schakelen. Als blijkt dat er reden is tot zorg over de kwaliteit of er zijn concrete signalen (ook vanuit andere organisaties) kan de toezichthouder onderzoek doen. Dit onderzoek reikt verder dan het gesprek in de prestatiedialogen en toetst bijvoorbeeld de presentielijsten van de trainingen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Het verschil in toepassing van de meldcode heeft te maken met de aard van de dienstverlening en de beroepsgroep die de dienstverlening uitvoert. 5.

Hoe ondersteunt de gemeente medewerkers bij onzekerheid over signalering en melding, zodat de meldcode effectief blijft en niet aan kracht verliest? Zijn er plannen om structurele trainingen en bewustwordingscampagnes te organiseren voor Wmomedewerkers om de herkenning en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te verbeteren? Maar ook om de Wmo-meldcode in deze sector meer zichtbaarheid te geven? (De Vonk) Er is geen sprake van een specifieke Wmo-meldcode. Alle professionals in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie zijn wettelijk verplicht de meldcode te gebruiken.

Primair is het de verantwoordelijkheid van partners om te voldoen aan de wet verplichte meldcode. De gemeente faciliteert, ondersteunt en stimuleert trainingen en samenwerking om het gebruik van de meldcode te bevorderen. Zo kunnen medewerkers van Wmo-organisaties zich inschrijven voor de training ouderenmishandeling van Veilig Thuis, waarin de verschillende stappen van de meldcode worden behandeld. Ook biedt Veilig Thuis de workshops “Meldcode” en de "Durf te vragen aan. Verder organiseert Veilig Thuis een bijeenkomst voor professionals rond de dag tegen ouderenmishandeling op 15 juni.

Gemeente Amsterdam organiseert jaarlijkse campagnes rond de dag tegen ouderenmishandeling. Zo zal dit jaar de signalenkaart ouderenmishandeling van Veilig Thuis worden verspreid onder zorg- en welzijnsorganisaties. Door individuele gesprekken met Wmo-aanbieders stimuleren we als gemeente het gebruik van de meldcode bij aanbieders.

6. Hoe bevordert de gemeente Amsterdam de samenwerking tussen Wmo-aanbieders, gemeenten en andere relevante partijen om de implementatie en toepassing van de meldcode te versterken? (De Vonk) Een voorbeeld hiervan is het eerder genoemde Handboek Samen Sterker Tegen Huiselijk Geweld, die de samenwerking tussen informele en formele partners versterkt. Het Handboek geeft handvatten aan informele en formele partijen over de samenwerking in verschillende fases van de meldcode. Ook worden er per stadsdeel netwerk- en casuïstiekbijeenkomsten georganiseerd, waarbij het Handboek centraal staat. Tot slot gebruiken we het Handboek binnen het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en het Masterplan ZO=Zuidoost bij het opstellen van plannen en in de uitvoering, waarbij we samen met formele en informele partners HGKM en seksueel geweld stoppen, tegengaan en duurzaam oplossen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

7.

22 april 2025 Pagina 4 van 7

Is er onderling bij gemeentes informatie-uitwisseling? Zodat men een goed dossier heeft en signalen niet versnippert raakt? (De Vonk) Binnen en tussen de gemeente worden dergelijke dossiers niet opgebouwd, dat is aan de toezichthouders. Onze insteek is om partners te stimuleren aan het voldoen aan de verplichte meldcode.

8. “Het doel van een reflectiebijeenkomst is om de onderzoeksresultaten in grote lijnen te bespreken en te vragen aan aanwezigen hoe ze daarover denken en welke oplossingen zij hebben voor zaken die verbeterd kunnen worden.” Hoe kan de reflectiebijeenkomst meer aangemoedigd worden? (Volt) De reflectiebijeenkomst vond plaats in het kader van dit onderzoek. De reflectiebijeenkomst kan worden beschouwd als een hoor en wederhoor voor alle betrokkenen en biedt organisaties de gelegenheid om hun zienswijze te delen en zo tot een gezamenlijke reflectie te komen. Het stimuleren van reflectie over goed gebruik van de meldcode is onderdeel van gesprekken tussen contractmanagers en Wmo-aanbieders.

9. Zodat er nog meer input vanuit hen gegeven kan worden, omdat zij met deze mensen werken en nadat het rapport is opgesteld, zij nog beter kunnen beoordelen of dit is wat zij nodig hebben. (Pagina 11) Hoe en wanneer krijgen wij inzichten over de uitvoering van de aanbevelingen? (Volt) Het college stimuleert en monitort de gemaakte afspraken over het gebruik van de meldcode bij Wmo-aanbieders via prestatiedialogen met subsidie- en contractpartijen en werkt hierin nauw samen met de toezichthouder. Monitoring in het kader van de prestatiedialoog kan aanleiding geven om alsnog en wederom toezicht in te schakelen.

Als blijkt dat er reden is tot zorg over de kwaliteit of er zijn concrete signalen (ook vanuit andere organisaties) kan de toezichthouder onderzoek doen.

De aanbevelingen aan de gemeente over de rol bij het zorgen voor voldoende aanbod en bekendheid aan trainingen, bijeenkomsten en campagnes wordt opgevolgd binnen de nieuwe regioaanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. De raad wordt via voortgangsrapportages op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen daarbinnen.

B) Transparantie Transparantie is voor de gemeente een randvoorwaarde voor betrouwbaar en zorgvuldig handelen. Inwoners hebben recht op duidelijkheid over hoe besluiten tot stand komen, welke informatie over hen wordt vastgelegd en wat hun mogelijkheden zijn bij vragen of klachten. Open communicatie en toegankelijke procedures – zoals inzage in dossiers en duidelijke klachtenroutes – zijn daarbij essentieel. Ondanks dat dit het uitgangspunt is, ervaren professionals het soms nog als een uitdaging om deze transparantie in de praktijk te brengen. Het blijft voor ons een opgave om de handelingsbekwaamheid van professionals verder te versterken en taboes te doorbreken, zodat het genormaliseerd wordt om het open gesprekken te voeren.

10. Is er een heldere klachten- en bezwaarprocedure beschikbaar voor klanten die zich onterecht behandeld voelen, zoals via een onafhankelijke klachtenfunctionaris of een externe geschillencommissie? (De Vonk) Ja, de gemeente kent een klachtenprocedure voor de dienstverlening van Wmoleveranciers en zorgaanbieders. Klachten over een zorgaanbieder, leverancier of

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

22 april 2025 Pagina 5 van 7

vervoerder kunnen bij de organisatie zelf worden ingediend. Klachten over de gemeente kunnen bij de gemeente worden ingediend via de website van de gemeente. Wanneer inwoners ontevreden zijn over de afhandeling van hun klacht kunnen ze terecht bij de Ombudsman Metropool Amsterdam.

11. Hebben klanten inzage in welke signalen over hen zijn vastgelegd en gemeld, tenzij dit de veiligheid van anderen in gevaar brengt, en hoe wordt transparantie en vertrouwen in dit proces gewaarborgd? (De Vonk) Ja, inwoners kunnen altijd verzoeken om inzage in hun persoonlijke dossier. De basisprincipes van transparantie en vertrouwen zijn geborgd in de meldcode. Deze schrijft voor dat professionals in principe altijd in overleg met de betrokkene werken, en dat inwoners recht hebben op inzage in hun dossier en toegang tot een klachtenprocedure.

Stap 3 van de meldcode (Bespreek de zorgen met de betrokkene) benadrukt dat signalen altijd besproken moeten worden met de cliënt/inwoner, tenzij dit de veiligheid van betrokkenen in gevaar brengt. Het uitgangspunt is dat meldingen in overleg plaatsvinden, en alleen bij onmogelijkheid of onveiligheid kan hiervan worden afgeweken.

Transparantie en vertrouwen worden gewaarborgd door inwoners actief te informeren over de stappen die genomen worden wanneer signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling opgevangen worden. Professionals voeren open gesprekken over zorgen, en meldingen worden in principe in overleg gedaan. Inwoners hebben recht op inzage in hun dossier en kunnen gebruikmaken van een klachtenprocedure als zij zich onterecht behandeld voelen. Duidelijke communicatie, heldere verantwoordelijkheden en toegang tot onafhankelijke ondersteuning versterken het vertrouwen in het proces en respecteren de positie van de inwoner.

C) De meldcode in andere sectoren De wettelijke meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling geldt niet alleen voor Wmo-aanbieders, maar voor alle professionals in sectoren zoals zorg, onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en justitie. We kijken daarom ook breder naar bewustwording en deskundigheid, bijvoorbeeld in het onderwijs en de kinderopvang.

12. Ook scholen moeten een meldcode hebben. Dit onderzoek gaat alleen over de Wmo.

Ik ben wel benieuwd of de wethouder ook lessen trekt voor onderwijs en kinderopvang, voldoen de instrumenten daar? (D66) De aanbeveling uit dit rapport aan ons als gemeente is om te onderzoeken welke rol de gemeente kan spelen bij het zorgen voor voldoende aanbod en bekendheid aan trainingen, bijeenkomsten en campagnes over het aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij hebben we ook aandacht voor het onderwijs en de kinderopvang. Een aantal voorbeelden van initiatieven uit de afgelopen jaren is:

• Jaarlijkse trainingen over de meldcode aan medewerkers in de kinderopvang en het onderwijs;

• Samenwerking met MOC 't Kabouterhuis die voor professionals in de kinderopvang in Amsterdam een training aanbiedt: ‘Kinderen die opvallen'. Binnen de training is aandacht voor het signaleren van opvallend gedrag waarbij het werken met de meldcode ook wordt besproken;

• Samenwerking met de opleiding Social Work van de Hogeschool van Amsterdam. In de week tegen huiselijk geweld en kindermishandeling is daar een meldcodeshow gegeven aan toekomstige professionals.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

22 april 2025 Pagina 6 van 7

13. Mijn vraag gaat eigenlijk overkoepelend over hoe breed meldcodes eigenlijk nu worden ingezet. Ik merk dat ik niet echt een beeld heb of dit onderzoek met focus op 65-plussers is om de meldcode uit te breiden, of dat de meldcode nu in het leven wordt geroepen voor deze specifieke groep? (Volt) Alle professionals in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie zijn wettelijk verplicht de meldcode te gebruiken. Dit onderzoek met focus op 65-plussers heeft niet als doel om de meldcode zelf uit te breiden en de meldcode is ook niet in leven geroepen voor deze specifieke doelgroep. Het doel van dit onderzoek is beter zicht te krijgen op de bevorderende en belemmerende factoren in het gebruik van de meldcode door Wmo-aanbieders en het doen van aanbevelingen voor verbetering.

D) Cultuursensitief werken

14. Hoe wordt een interculturele visie meegenomen in de uitvoering van de meldcode, zodat signalen eerlijk en respectvol worden behandeld in onze diverse stad? Worden zorgprofessionals regelmatig getraind in interculturele competenties, zoals het herkennen en begrijpen van culturele verschillen, waarden, normen, opvoedstijlen en familiepatronen binnen verschillende gemeenschappen? Maakt dit onderdeel van de Wmo meldcode signalement? Want uit onderzoek is gebleken dat het niet meenemen van verschillen zoals man/vrouw, zwart/wit etc… schadelijk zijn binnen het proces. (De Vonk) De meldcode is een gestandaardiseerd stappenplan dat zorgt voor uniformiteit en consistentie, en tegelijkertijd persoonlijke bias minimaliseert. Hoewel de meldcode specifiek gericht is op het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling, is het van essentieel belang dat zorgprofessionals zich bewust zijn van culturele verschillen. Het negeren van factoren zoals geslacht, etniciteit of culturele achtergrond kan schadelijk zijn voor het proces, omdat dit kan leiden tot misinterpretaties van signalen en een ineffectieve reactie.

Diversiteit en inclusie zijn opgenomen in de gemeentelijke aanbestedingsleidraden van de aanvullende Wmo. Opdrachtnemers worden aangespoord om rekening te houden met de uiteenlopende kenmerken van Amsterdammers, zoals etnische afkomst, beperkingen, seksuele identiteit, religie, sociaaleconomische status en andere factoren. Daarnaast is het van belang dat de professionals aandacht hebben voor culturele diversiteit.

Veilig Thuis Cultuursensitief werken bij professionals van Veilig Thuis zit verweven in de inhoudelijke trainingsmodules, zoals bij eergerelateerd geweld en vrouwelijke genitale verminking.

Deze thema's worden uitvoerig besproken met oog voor de culturele context waarin deze vormen van geweld zich voordoen. Daarnaast wordt bij het multidisciplinair overleg op casusniveau altijd rekening gehouden met culturele verschillen. Maatwerk wordt geleverd om te zorgen dat iedere casus zorgvuldig en passend wordt behandeld, met respect voor de culturele achtergrond van de betrokkenen.

Regioaanpak ‘Veiligheid voor Elkaar’ In de Regioaanpak ‘Veiligheid voor Elkaar’ (beleidskader gericht op het stoppen, voorkomen en oplossen van Huiselijke Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld) staat dat we ons richten op álle inwoners van Amsterdam-Amstelland. Iedereen heeft

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

22 april 2025 Pagina 7 van 7

recht op een veilig thuis, zodat zij zich maximaal kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen in de samenleving. Hoewel huiselijk geweld en kindermishandeling in alle lagen van de samenleving voorkomen, zijn er specifieke doelgroepen die extra kwetsbaar zijn. Dit geldt onder andere voor jongeren, ouderen, LHBTIQA+ personen en mensen die risico lopen op schadelijke traditionele praktijken zoals huwelijksdwang, eergerelateerd geweld of gedwongen achterlating.

We besteden hier gericht aandacht aan door middel van voorlichtingscampagnes en de inzet van sleutelpersonen uit de gemeenschap. Hiermee zetten we in op het signaleren, voorkomen en stoppen van geweld, met oog voor culturele sensitiviteit en sociale veiligheid.

Bekend is dat geweld vaak als eerst besproken wordt bij informele partners (denk aan zelfhulpgroepen of geloofsgemeenschappen). Daarom hebben we de afgelopen jaren ingezet op het versterken van de samenwerking tussen formele en informele organisaties door het Handboek ‘Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’. Eén van de uitgangspunten van dit handboek is gender- en cultuursensitief. In het handboek is er aandacht voor gendergelijkheid en interculturele sensitiviteit. Zo staat er: “In de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling moet er oog zijn voor interculturele sensitiviteit en genderaspecten. Dat betekent; bewustzijn van de rol van gendergerelateerde en cultuurgerelateerde verwachtingen, machtsverschillen en afhankelijkheden, rolpatronen, taboes en opvattingen over huiselijk geweld en kindermishandeling bij de cliënt en zijn/haar omgeving. Het betreft hierbij verwachtingen en rolpatronen voor zowel mannen als vrouwen”.

Tot slot Ik vertrouw erop dat ik hiermee voldoende antwoord heb gegeven op de gestelde vragen.

Het bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling blijft een van onze belangrijkste opgaven. Wij erkennen dat deze uitdaging nooit volledig is afgerond en dat voortdurende investering in bewustwording en deskundigheid essentieel is. De gemeente blijft zich inzetten voor een veilige en zorgzame omgeving voor alle Amsterdammers en zal de samenwerking met alle betrokkenen verder blijven versterken.

Bekijk de brief: Raadsinformatiebrief Beantwoording vragen over het rapport effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam