12 maart 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

online reclaeme cannabis door coffeeshops

lid Limburg (CDA) stelde op 12 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Is het toegestaan voor coffeeshops om online reclame te maken voor softdrugs die zij verkopen? → Zo ja, waarom gelden de AHOJG-criteria niet online?
  • Op Instagram mogen personen vanaf 13 jaar een account maken. → Zo nee, waarom niet?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is het toegestaan voor coffeeshops om online reclame te maken voor softdrugs die zij verkopen?

Antwoord van het college

Zo ja, waarom gelden de AHOJG-criteria niet online? Zo nee, waarom doen coffeeshops dit massaal? Antwoord: Het is niet toegestaan voor coffeeshops om reclame te maken voor softdrugs. Dit verbod geldt zowel offline als online. De AHOJG-criteria, die gelden voor het gedoogbeleid rond coffeeshops, stellen onder andere dat reclame voor softdrugs verboden is. Dit betekent dat coffeeshops zich in principe moeten onthouden van elke vorm van reclame, ook op sociale media. Als een coffeeshop toch een eigen website heeft waarop reclame wordt gemaakt, kunnen wij wel optreden en dat doen wij ook wanneer we dat constateren. Maar vaak is het inderdaad zo dat we niet kunnen vaststellen wie verantwoordelijk is voor de content op social media. De handhaving van online reclame valt daardoor buiten het directe bereik van lokaal beleid en wordt complexer door de internationale aard van platforms zoals Instagram. Veel coffeeshops verplaatsen hun marketingactiviteiten naar online kanalen, waar toezicht en handhaving minder streng zijn dan in de fysieke openbare ruimte. Vraag

Vraag 2

Op Instagram mogen personen vanaf 13 jaar een account maken. Is het dagelijks bestuur het met de CDA-fractie eens dat het ongewenst is dat minderjarigen via dit medium worden geconfronteerd met reclame voor softdrugs?

Antwoord van het college

Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan dit het beste aangepakt worden? Antwoord: Ja, het dagelijks bestuur is het met de CDA-fractie eens dat het ongewenst is dat minderjarigen via sociale media zoals Instagram worden blootgesteld aan reclame voor softdrugs. Aangezien dergelijke reclame verboden is, geldt dit overigens ook voor meerderjarigen. De AHOJG-criteria bevatten duidelijke regels om verkoop aan minderjarigen te voorkomen, en daarom is het onwenselijk dat zij via sociale media geconfronteerd worden met promotie van softdrugs. Dit kan bijdragen aan de normalisering van cannabisgebruik onder jongeren, wat schadelijke gevolgen kan hebben voor hun gezondheid en ontwikkeling. Om dit probleem aan te pakken, is een gecoördineerde aanpak nodig, waarbij verschillende actoren betrokken zijn, zoals social-mediaplatforms, landelijke toezichthouders en de overheid. Het stadsdeel Zuid heeft geen directe invloed op het toezicht op internationale platforms zoals Instagram maar bij een concrete melding zal altijd worden getracht te handhaven. Daarnaast faciliteert Stadsdeel Zuid educatieve programma’s om jongeren bewust te maken van de risico’s van softdrugs en de invloed van sociale media op hun gedrag en keuzes Ik verwacht u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Namens het Dagelijks Bestuur, Bart L. Vink Portefeuillehouder Openbare Orde en Veiligheid 2

Bekijk de brief: Beantwoording vragen SDC inzake online reclaeme cannabis door coffeeshops

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam